'Wie goed voor zichzelf kan zorgen, zorgt vaak ook goed voor de mensen om zich heen en daarin schuilt het bezielend verband in de samenleving.'
Dit zei Mark Rutte vorige week woensdag in zijn Kerkdijklezing in Den Haag.
Hij meent dat 'sterke en zelfstandige' mensen de samenleving als geheel sterker maken, dat ook de zwakkere, meer afhankelijke medemens baat heeft bij de zelfredzaamheid en het maatschappelijke succes van de sterken en zelfstandigen.
Ik heb me lang blindgestaard op de uitspraak, hem gewikt en gewogen, ingeschat op ironie, beproefd als provocatie, maar alles wijst erop dat Rutte het echt meende.
Heeft onze minister-president het misschien zo druk gehad sinds hij in oktober 2010 in het Torentje trok dat hij geen tijd meer vond om de kranten te lezen? Want als er iets de laatste jaren duidelijk is geworden, dan is het wel dat de mensen die goed voor zichzelf kunnen zorgen vooral goed voor zichzelf zorgen.
Bertje van der Roest en Coen van Veenendaal van de liefdadigheid, Rijkman Groenink en Sjoerd van Keulen van de banken, en natuurlijk Erik Staal en Hubert Möllenkamp van de woningcorporaties. Het rijtje kan moeiteloos aangevuld worden. De grote accountantskantoren. Imtech. Uiteenlopende functies, uiteenlopende sectoren, maar als gemene deler schaamteloze zelfverrijking.
Allemaal wisten ze vooral heel goed voor zichzelf te zorgen. Maar waar iemand als Van der Roest een graai uit de kas van de Straatkrant deed en daarmee gewoon een ordinaire dief is, daar zijn figuren als Groenink en Staal eerder gecorrumpeerd door het systeem waarin ze jarenlang actief zijn geweest, door de cultuur die ze zich eigen hebben moeten maken om te overleven. Ze lijken dan ook oprecht te geloven dat hen geen enkele blaam treft.
De parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties concludeerde dat Staal bij Vestia 'prima voor zichzelf heeft gezorgd, geaccordeerd door de Raad van Commissarissen'. En ook Groenink was geen graaier op eigen houtje, hij voegde zich in een bestaand systeem waarin riante bonussen, te verzilveren aandelen en als gouden handdruk aangeduide oprotpremies de gewoonste zaak van de wereld zijn. De toorn die Groenink tentoonspreidt wanneer hij kritiek krijgt - van Coen Verbraak in Kijken in de ziel, van Jeroen Smit in De prooi - spreekt boekdelen. Hij wordt onheus bejegend, hij is zijn boekje nergens te buiten gegaan, de verontwaardiging moet zich op dat boekje richten, niet op hem.
De politiek slaagt er maar niet in het systeem structureel te veranderen. Toen minister Dijsselbloem een bonusplafond wilde invoeren waarbij de bonus die bestuurders uitgekeerd kunnen krijgen maximaal 20 procent van hun vaste salaris mag bedragen, kondigde ABN Amro prompt aan de vaste salarissen van zijn managers met 20 procent te verhogen. Een nieuwe golf van maatschappelijke verontwaardiging was het gevolg.
Rutte zat er vorige week naast. Het had moeten zijn: 'Wie goed voor zichzelf kan zorgen, zorgt vooral goed voor zichzelf en daarin schuilt het betonrot van de moderne samenleving.' En daarna had zijn visie moeten komen op hoe daar iets aan te doen. Maar die heeft hij niet. Daarom zegt hij ook 'bezielend' in plaats van het gebruikelijke 'bezield' verband. Goed voor jezelf zorgen is voor Rutte niet iets wat pas gedijt bij de gratie van een gedeeld belang, een gedeeld verhaal, een bezield verband dus, nee, het is er het sine qua non van.
Posts tonen met het label Kredietcrisis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kredietcrisis. Alle posts tonen
donderdag 20 november 2014
dinsdag 27 mei 2014
Achter de dijken
Fundamentalisten zijn er in alle soorten en maten, maar één ding hebben ze steevast gemeen: hun fundamentalisme maakt ze verdwaasd, verblind en voor geen rede meer vatbaar.
Neem de fundamentalist Guy Verhofstadt: 'Nederland kiest vóór Europa, verhaal van angst en terugtrekken achter de dijken is afgestraft!' twitterde de blanke Percy Sledge triomfantelijk nadat de exit polls van de Europese parlementsverkiezingen in Nederland bekend waren geworden.
Het is nogal naïef om te denken dat deze verkiezingsuitslagen de vermeende anti-Europastemming zouden hebben gelogenstraft. D66 is er simpelweg beter in geslaagd zijn stemvee te mobiliseren, in tegenstelling tot de PVV. Wilders heeft zijn kiezers zo'n afkeer van Europa ingepeperd dat ze niets eens meer de moeite namen zich nog naar het stemhokje te begeven. In tal van landen hebben antagonistische partijen echter vele zetels veroverd, 130 in totaal. Van gematigde sceptici als Alternative für Deutschland via vermakelijke nationalisten als Nigel Farage's UKIP tot onvervalste neonazi's als de Gouden Dageraad uit Griekenland en de Nationaal-Democratische Partij van onze oosterburen.
Die brede schakering is ergens nog een geluk bij een ongeluk, want ze kunnen niet door één deur en zullen dus geen fractie kunnen formeren. Wilders wil wel met Le Pen, maar Farage peinst er niet over met die antisemieten samen te werken. Front National op zijn beurt vindt de Hongaarse Jobbik maar een stelletje racisten. FPÖ en Gouden Dageraad liggen mijlenver uiteen qua denkbeelden.
Er is zelfs een partij uit Duitsland met één zetel die zich voorneemt de enige afgevaardigde elke maand ontslag te laten nemen om de ontslagvergoeding van een half jaar op te kunnen strijken en Brussel zo 'uit te melken'. Op dat niveau zijn we al aangeland, beste mensen.
Met zoveel clowns, dwazen en hele en halve criminelen in de eurokritische hoek is het geen wonder dat een redelijke euroscepticus al gauw in het dubieuze verdomhoekje wordt geparkeerd. Arnon Grunberg meende het nog vanuit New York te moeten onderstrepen: 'Een stem tegen het Europese project is een stem op de fascisten.'
De vraag ressorteert in het segment van de alternatieve geschiedenis, maar waren deze meer of minder naar fascisme ruikende partijen ook zo sterk opgekomen als er géén Europees project was geweest?
Al deze partijen schieten wortel in de puinhopen van de economische crisis. Het falende neoliberale marktdenken dat ten grondslag ligt aan de schuldencrisis wordt door het beleid van de Europese Unie niet ontmanteld maar juist gestut: alle economische maatregelen bedienen de financiële markten en zijn gericht op het overeind houden van de bestaande structuren. Zoals de voormalige investment banker Rainer Voss het in de indringende documentaire 'Master of the Universe' zegt: iedereen weet dat het radicaal anders moet, maar niemand neemt ooit de eerste stap.
Het merendeel van de eurokritische kiezers is niet tégen Europa. Europa is een feit en een noodzaak.
Ook is vrijwel niemand tegen Europese samenwerking. Handel, veiligheid, buitenlandbeleid, de voordelen zijn evident.
Het gros van de eurosceptici is zelfs niet tegen de EU an sich. Nee, men is tegen déze EU. Tegen deze logge, inefficiënte, ondemocratische Unie die ongetwijfeld ooit met de beste bedoelingen in het leven is geroepen, maar die met de loodzware last van een mislukte monetaire unie steeds meer water maakt en stuurloos ronddobbert zonder land in zicht.
De welwillende burger wil dan ook niet zozeer minder Europa, hij heeft in de eerste plaats behoefte aan een beter Europa.
Doorgaan op de ingezette weg naar federalisme is heilloos. De goed functionerende natiestaat is nog altijd een waarborg voor stabiliteit en veiligheid en voor 'collectiviteit'. Zelfs de pro-Europese publicist Rutger Bregman kan er niet omheen: 'De enige stevige basis voor democratie en solidariteit vinden we nog altijd in de natiestaat.' (De geschiedenis van de vooruitgang, p. 235)
Europese samenwerking floreert juist in een verband van stabiele natiestaten; in economisch failliete en sociaal instabiele landen die aan de leiband van Brussel liggen gedijt het fascisme op de vleugels van rancune tegen de Europese superstaat. Dat is toch de les die uit deze verkiezingen getrokken moet worden, niet in de laatste plaats door Verhofstadt.
Maar die zit verschanst in zijn schuttersputje achter de dijken van zijn federale utopia.
Neem de fundamentalist Guy Verhofstadt: 'Nederland kiest vóór Europa, verhaal van angst en terugtrekken achter de dijken is afgestraft!' twitterde de blanke Percy Sledge triomfantelijk nadat de exit polls van de Europese parlementsverkiezingen in Nederland bekend waren geworden.
Het is nogal naïef om te denken dat deze verkiezingsuitslagen de vermeende anti-Europastemming zouden hebben gelogenstraft. D66 is er simpelweg beter in geslaagd zijn stemvee te mobiliseren, in tegenstelling tot de PVV. Wilders heeft zijn kiezers zo'n afkeer van Europa ingepeperd dat ze niets eens meer de moeite namen zich nog naar het stemhokje te begeven. In tal van landen hebben antagonistische partijen echter vele zetels veroverd, 130 in totaal. Van gematigde sceptici als Alternative für Deutschland via vermakelijke nationalisten als Nigel Farage's UKIP tot onvervalste neonazi's als de Gouden Dageraad uit Griekenland en de Nationaal-Democratische Partij van onze oosterburen.
Die brede schakering is ergens nog een geluk bij een ongeluk, want ze kunnen niet door één deur en zullen dus geen fractie kunnen formeren. Wilders wil wel met Le Pen, maar Farage peinst er niet over met die antisemieten samen te werken. Front National op zijn beurt vindt de Hongaarse Jobbik maar een stelletje racisten. FPÖ en Gouden Dageraad liggen mijlenver uiteen qua denkbeelden.
Er is zelfs een partij uit Duitsland met één zetel die zich voorneemt de enige afgevaardigde elke maand ontslag te laten nemen om de ontslagvergoeding van een half jaar op te kunnen strijken en Brussel zo 'uit te melken'. Op dat niveau zijn we al aangeland, beste mensen.
Met zoveel clowns, dwazen en hele en halve criminelen in de eurokritische hoek is het geen wonder dat een redelijke euroscepticus al gauw in het dubieuze verdomhoekje wordt geparkeerd. Arnon Grunberg meende het nog vanuit New York te moeten onderstrepen: 'Een stem tegen het Europese project is een stem op de fascisten.'
De vraag ressorteert in het segment van de alternatieve geschiedenis, maar waren deze meer of minder naar fascisme ruikende partijen ook zo sterk opgekomen als er géén Europees project was geweest?
Al deze partijen schieten wortel in de puinhopen van de economische crisis. Het falende neoliberale marktdenken dat ten grondslag ligt aan de schuldencrisis wordt door het beleid van de Europese Unie niet ontmanteld maar juist gestut: alle economische maatregelen bedienen de financiële markten en zijn gericht op het overeind houden van de bestaande structuren. Zoals de voormalige investment banker Rainer Voss het in de indringende documentaire 'Master of the Universe' zegt: iedereen weet dat het radicaal anders moet, maar niemand neemt ooit de eerste stap.
Het merendeel van de eurokritische kiezers is niet tégen Europa. Europa is een feit en een noodzaak.
Ook is vrijwel niemand tegen Europese samenwerking. Handel, veiligheid, buitenlandbeleid, de voordelen zijn evident.
Het gros van de eurosceptici is zelfs niet tegen de EU an sich. Nee, men is tegen déze EU. Tegen deze logge, inefficiënte, ondemocratische Unie die ongetwijfeld ooit met de beste bedoelingen in het leven is geroepen, maar die met de loodzware last van een mislukte monetaire unie steeds meer water maakt en stuurloos ronddobbert zonder land in zicht.
De welwillende burger wil dan ook niet zozeer minder Europa, hij heeft in de eerste plaats behoefte aan een beter Europa.
Doorgaan op de ingezette weg naar federalisme is heilloos. De goed functionerende natiestaat is nog altijd een waarborg voor stabiliteit en veiligheid en voor 'collectiviteit'. Zelfs de pro-Europese publicist Rutger Bregman kan er niet omheen: 'De enige stevige basis voor democratie en solidariteit vinden we nog altijd in de natiestaat.' (De geschiedenis van de vooruitgang, p. 235)
Europese samenwerking floreert juist in een verband van stabiele natiestaten; in economisch failliete en sociaal instabiele landen die aan de leiband van Brussel liggen gedijt het fascisme op de vleugels van rancune tegen de Europese superstaat. Dat is toch de les die uit deze verkiezingen getrokken moet worden, niet in de laatste plaats door Verhofstadt.
Maar die zit verschanst in zijn schuttersputje achter de dijken van zijn federale utopia.
donderdag 23 januari 2014
Ontmanteling, ontlezing, ondergang
Er zijn weinig zekerheden in het leven en niets is voor de eeuwigheid, maar de laatste jaren, de laatste tijd, gaat het wel heel snel met de afbraak.
I
Nog niet eens zo lang geleden liep ik op een willekeurige zaterdag een aantal platenzaken af, struinde ik door enkele boekhandels en nog een tweedehandsboekenzaak toe, bracht ik een paar uur door in de bibliotheek, supporterde ik 's middags de wielrenners van de Rabobank-ploeg en vergewiste ik mij er 's avonds van dat mijn geld veilig geparkeerd stond bij diezelfde bank.
Veel van die activiteiten zijn al niet meer mogelijk en het ziet ernaar uit dat binnen afzienbare tijd zelfs het hele rijtje voltooid verleden tijd is. Voor cd's en boeken moet je al in de grote stad zijn, uit de dorpen zijn de winkels geheel verdwenen. Maar ook in de stad zijn het belegerde bastions, het Polare-echec toont dat ten enenmale aan.
Al die mooie en florerende boekhandels zijn na de gelijkschakeling onder eerst Selexyz en daarna Polare in rap tempo geïmplodeerd. De moedig zelfstandig gebleven boekhandels komen nu enigszins bovendrijven - Athenaeum in Amsterdam, Roelants in Nijmegen, Van Stockum in Den Haag -, maar die zitten niet overal. Als hier in 's-Hertogenbosch het onder Polare-vlag varende vlaggenschip Heinen zou verdwijnen, dan blijft er werkelijk niets meer over - de vestiging van De Slegte, paradijs voor de veellezer, was al ontmanteld en gaat dan mee ten onder.
II
De bibliotheek gaat het ook niet redden. Minister Bussemaker wil het aantal bibliotheken verder inperken, tot nog maar één vestiging per gemeente. Aangezien schaalvergroting er de laatste decennia voor heeft gezorgd dat gemeenten molochs zijn geworden die vele dorpen in zich herbergen, betekent dat een verdere reductie van het aantal biebs.
Ook wil Bussemaker toe naar een digitale bibliotheek. Natuurlijk heeft ze de mond vol van de digitale component als een aanvulling op de fysieke bibliotheek in plaats van als een vervanging ervan. Maar een aanvulling betekent extra kosten, terwijl er juist fors bezuinigd moet worden, zodat er onherroepelijk kaalslag plaats zal vinden. Een commissie onder leiding van Job Cohen waarschuwt daar voor. 'Het is heel gemakkelijk om in het kader van de bezuinigingen meteen naar de bieb te kijken met het argument dat alles op internet te vinden is. Dan bespaar je als gemeente meteen veel geld, zo lijkt. Maar het kost je op termijn veel meer.'
Je kunt wel geloven dat boeken hun langste tijd gehad hebben, maar het belang van lezen blijft onverminderd groot en wordt met digitalisering niet gediend: 'Het betekent dat er in de toekomst meer mensen slechter zullen lezen, niet aan de eisen van de kenniseconomie kunnen voldoen en als drop-outs buiten de boot vallen. In de moderne samenleving hangt 80 procent van de banen samen met goed kunnen lezen. Dat percentage zal verder toenemen.'
Het boek gaat eruit, de 'e-reader' komt erin. Dat is de tijdgeest, dat hou je niet tegen, maar het is de taak van de politiek om dat proces in goede banen te leiden, niet om het nog eens een extra zet te geven. De politiek zou zich juist hard moeten maken voor al het goeds en het moois dat in die stroomversnelling dreigt te verzuipen. Cohen: 'De collectie boeken in de bibliotheken zal afnemen. Maar dat zal een geleidelijk proces zijn. Nu leest nog maar 3 procent van de mensen een boek op een iPad of e-reader. Dat is over tien jaar vast geen 90 procent.' Die Cohen snapt het, een man naar mijn hart. Die zou de politiek in moeten gaan.
III
Al die kaalslag is een gevolg van tendensen als commercialisering, marktdenken, winstmaximalisatie. De vrije markt en zijn uitwassen. De crisis in de financiële sector is daar uiteraard het schrikbarendste voorbeeld van. Zembla zond vanavond een indringende reportage uit over de achtergronden van het Libor-schandaal bij de Rabobank. Die mooie boerenleenbank van weleer, diep geworteld in de katholieke mentaliteit van coöperatie en gemeenschapszin, thans verworden tot een 'internationale speler' met commerciële prioriteiten. Zoals een financieel expert het treffend verwoordt: 'De grote verandering in de bankenwereld is dat het acceptabel is geworden om geld te verdienen áán klanten in plaats van geld te verdienen vóór de klanten.' Nu geld digitaal dataverkeer is geworden, is het veel te gemakkelijk om in een toren achter een beeldscherm wat met nulletjes en eentjes te schuiven.
We zien voorzitter van de Raad van Bestuur van Rabobank, Piet Moerland, in 2012 zijn afschuw uitspreken over de dopingpraktijken van de door de bank royaal gesponsorde wielerploeg: 'Wij voelen ons bekocht, misleid en voor de gek gehouden.' Een jaar later oordelen de Amerikaanse en Engelse justitie precies hetzelfde over de bank zelf naar aanleiding van het Libor-schandaal. Moerland stapte op, maar Sipko Schat, topman van de internationale afdeling, bleef zitten. Pas toen lokale Rabobanken in het geweer kwamen, vertrok Schat - met een oprotpremie van een paar miljoen.
Rabobank kreeg een boete van 774 miljoen euro. De winstbelasting in Nederland is 25% en de bank mag kosten daarbij als aftrekpost opvoeren. Een boete telt als kosten en dat betekent dat zo'n 175 miljoen op de belastingbetaler afgewenteld kan worden. Elk Nederlands huishouden betaalt dus ruim 23 euro mee aan de boete. Betrokkenen doen een appel op de bank geen gebruik te maken van die mogelijkheid tot aftrek. Dit is echter nog 'maar' een kwart van de boete, bovendien verdeeld over álle Nederlanders. De bank zal het andere driekwart ook linksom of rechtsom willen afwentelen, en dan zijn de 1,9 miljoen klanten voor al gauw een paar honderd euro per persoon de pisang.
De reportage eindigt met een optimistisch staartje. Er waait een frisse wind, de banken werken er hard aan het vertrouwen van de burger terug te winnen. De vraag is of ze niet opnieuw gebakken lucht verkopen. Luidde Joris Luyendijk, embedded in de City in Londen, eind vorig jaar immers niet de noodklok dat er een nieuwe crisis dreigt? Hij zei toen: 'Dit gaat helemaal fout. De banken zijn veel te groot, de besturen weten niet wat er op de trading floors gebeurt, het kortetermijndenken regeert, het toezicht is ontoereikend en de financiële sector heeft de politiek in zijn zak.' In het digitale tijdperk stroomt het geld met zo'n gigantische snelheid en in zulke exorbitante hoeveelheden door een virtueel domein dat niemand nog in staat is het overzicht te bewaren, de stroom te beheersen, controle uit te oefenen.
De reactie en actie vanuit de politiek op de bankencrisis is gericht op herstel en wederopbouw, wat neerkomt op het opnieuw optuigen van de verrotte structuur: 'Je staat bij Tsjernobyl en je ziet dat ze die reactor weer hebben aangezet, met het oude management. Je ziet dat er niks wezenlijks is verbeterd. [...] Tot 2008 zag het hele establishment de crisis niet aankomen. Om dan te zeggen: laten we vooral bij het establishment blijven, want anders zijn we gekleurd bezig… Nee! Een systemische crisis moet je systemisch aanpakken.'
IV
De val van de Muur leek lang een historische en definitieve overwinning van het kapitalisme op het communisme, van de vrije markt op de staatsgeleide economie te betekenen. Maar ook dit systeem heeft blijkbaar zijn uiterste houdbaarheidsdatum bereikt. De historicus Arnold Toynbee beschreef de geschiedenis als een patroon van opkomst en ondergang van beschavingen. Een beschaving komt tot bloei door creatieve antwoorden van dwarse denkers op gerezen problemen, en gaat ten onder als nieuwe antwoorden uitblijven en de zittende macht vasthoudt aan oude, onbruikbaar geworden antwoorden. Beschavingen sneuvelen dan door 'zelfmoord'. Luyendijks noodkreet maakt de vraag des te urgenter of wij onszelf niet langzaam aan het suïcideren zijn.
I
Nog niet eens zo lang geleden liep ik op een willekeurige zaterdag een aantal platenzaken af, struinde ik door enkele boekhandels en nog een tweedehandsboekenzaak toe, bracht ik een paar uur door in de bibliotheek, supporterde ik 's middags de wielrenners van de Rabobank-ploeg en vergewiste ik mij er 's avonds van dat mijn geld veilig geparkeerd stond bij diezelfde bank.
Veel van die activiteiten zijn al niet meer mogelijk en het ziet ernaar uit dat binnen afzienbare tijd zelfs het hele rijtje voltooid verleden tijd is. Voor cd's en boeken moet je al in de grote stad zijn, uit de dorpen zijn de winkels geheel verdwenen. Maar ook in de stad zijn het belegerde bastions, het Polare-echec toont dat ten enenmale aan.
Al die mooie en florerende boekhandels zijn na de gelijkschakeling onder eerst Selexyz en daarna Polare in rap tempo geïmplodeerd. De moedig zelfstandig gebleven boekhandels komen nu enigszins bovendrijven - Athenaeum in Amsterdam, Roelants in Nijmegen, Van Stockum in Den Haag -, maar die zitten niet overal. Als hier in 's-Hertogenbosch het onder Polare-vlag varende vlaggenschip Heinen zou verdwijnen, dan blijft er werkelijk niets meer over - de vestiging van De Slegte, paradijs voor de veellezer, was al ontmanteld en gaat dan mee ten onder.
II
De bibliotheek gaat het ook niet redden. Minister Bussemaker wil het aantal bibliotheken verder inperken, tot nog maar één vestiging per gemeente. Aangezien schaalvergroting er de laatste decennia voor heeft gezorgd dat gemeenten molochs zijn geworden die vele dorpen in zich herbergen, betekent dat een verdere reductie van het aantal biebs.
Ook wil Bussemaker toe naar een digitale bibliotheek. Natuurlijk heeft ze de mond vol van de digitale component als een aanvulling op de fysieke bibliotheek in plaats van als een vervanging ervan. Maar een aanvulling betekent extra kosten, terwijl er juist fors bezuinigd moet worden, zodat er onherroepelijk kaalslag plaats zal vinden. Een commissie onder leiding van Job Cohen waarschuwt daar voor. 'Het is heel gemakkelijk om in het kader van de bezuinigingen meteen naar de bieb te kijken met het argument dat alles op internet te vinden is. Dan bespaar je als gemeente meteen veel geld, zo lijkt. Maar het kost je op termijn veel meer.'
Je kunt wel geloven dat boeken hun langste tijd gehad hebben, maar het belang van lezen blijft onverminderd groot en wordt met digitalisering niet gediend: 'Het betekent dat er in de toekomst meer mensen slechter zullen lezen, niet aan de eisen van de kenniseconomie kunnen voldoen en als drop-outs buiten de boot vallen. In de moderne samenleving hangt 80 procent van de banen samen met goed kunnen lezen. Dat percentage zal verder toenemen.'
Het boek gaat eruit, de 'e-reader' komt erin. Dat is de tijdgeest, dat hou je niet tegen, maar het is de taak van de politiek om dat proces in goede banen te leiden, niet om het nog eens een extra zet te geven. De politiek zou zich juist hard moeten maken voor al het goeds en het moois dat in die stroomversnelling dreigt te verzuipen. Cohen: 'De collectie boeken in de bibliotheken zal afnemen. Maar dat zal een geleidelijk proces zijn. Nu leest nog maar 3 procent van de mensen een boek op een iPad of e-reader. Dat is over tien jaar vast geen 90 procent.' Die Cohen snapt het, een man naar mijn hart. Die zou de politiek in moeten gaan.
III
Al die kaalslag is een gevolg van tendensen als commercialisering, marktdenken, winstmaximalisatie. De vrije markt en zijn uitwassen. De crisis in de financiële sector is daar uiteraard het schrikbarendste voorbeeld van. Zembla zond vanavond een indringende reportage uit over de achtergronden van het Libor-schandaal bij de Rabobank. Die mooie boerenleenbank van weleer, diep geworteld in de katholieke mentaliteit van coöperatie en gemeenschapszin, thans verworden tot een 'internationale speler' met commerciële prioriteiten. Zoals een financieel expert het treffend verwoordt: 'De grote verandering in de bankenwereld is dat het acceptabel is geworden om geld te verdienen áán klanten in plaats van geld te verdienen vóór de klanten.' Nu geld digitaal dataverkeer is geworden, is het veel te gemakkelijk om in een toren achter een beeldscherm wat met nulletjes en eentjes te schuiven.
We zien voorzitter van de Raad van Bestuur van Rabobank, Piet Moerland, in 2012 zijn afschuw uitspreken over de dopingpraktijken van de door de bank royaal gesponsorde wielerploeg: 'Wij voelen ons bekocht, misleid en voor de gek gehouden.' Een jaar later oordelen de Amerikaanse en Engelse justitie precies hetzelfde over de bank zelf naar aanleiding van het Libor-schandaal. Moerland stapte op, maar Sipko Schat, topman van de internationale afdeling, bleef zitten. Pas toen lokale Rabobanken in het geweer kwamen, vertrok Schat - met een oprotpremie van een paar miljoen.
Rabobank kreeg een boete van 774 miljoen euro. De winstbelasting in Nederland is 25% en de bank mag kosten daarbij als aftrekpost opvoeren. Een boete telt als kosten en dat betekent dat zo'n 175 miljoen op de belastingbetaler afgewenteld kan worden. Elk Nederlands huishouden betaalt dus ruim 23 euro mee aan de boete. Betrokkenen doen een appel op de bank geen gebruik te maken van die mogelijkheid tot aftrek. Dit is echter nog 'maar' een kwart van de boete, bovendien verdeeld over álle Nederlanders. De bank zal het andere driekwart ook linksom of rechtsom willen afwentelen, en dan zijn de 1,9 miljoen klanten voor al gauw een paar honderd euro per persoon de pisang.
De reportage eindigt met een optimistisch staartje. Er waait een frisse wind, de banken werken er hard aan het vertrouwen van de burger terug te winnen. De vraag is of ze niet opnieuw gebakken lucht verkopen. Luidde Joris Luyendijk, embedded in de City in Londen, eind vorig jaar immers niet de noodklok dat er een nieuwe crisis dreigt? Hij zei toen: 'Dit gaat helemaal fout. De banken zijn veel te groot, de besturen weten niet wat er op de trading floors gebeurt, het kortetermijndenken regeert, het toezicht is ontoereikend en de financiële sector heeft de politiek in zijn zak.' In het digitale tijdperk stroomt het geld met zo'n gigantische snelheid en in zulke exorbitante hoeveelheden door een virtueel domein dat niemand nog in staat is het overzicht te bewaren, de stroom te beheersen, controle uit te oefenen.
De reactie en actie vanuit de politiek op de bankencrisis is gericht op herstel en wederopbouw, wat neerkomt op het opnieuw optuigen van de verrotte structuur: 'Je staat bij Tsjernobyl en je ziet dat ze die reactor weer hebben aangezet, met het oude management. Je ziet dat er niks wezenlijks is verbeterd. [...] Tot 2008 zag het hele establishment de crisis niet aankomen. Om dan te zeggen: laten we vooral bij het establishment blijven, want anders zijn we gekleurd bezig… Nee! Een systemische crisis moet je systemisch aanpakken.'
IV
De val van de Muur leek lang een historische en definitieve overwinning van het kapitalisme op het communisme, van de vrije markt op de staatsgeleide economie te betekenen. Maar ook dit systeem heeft blijkbaar zijn uiterste houdbaarheidsdatum bereikt. De historicus Arnold Toynbee beschreef de geschiedenis als een patroon van opkomst en ondergang van beschavingen. Een beschaving komt tot bloei door creatieve antwoorden van dwarse denkers op gerezen problemen, en gaat ten onder als nieuwe antwoorden uitblijven en de zittende macht vasthoudt aan oude, onbruikbaar geworden antwoorden. Beschavingen sneuvelen dan door 'zelfmoord'. Luyendijks noodkreet maakt de vraag des te urgenter of wij onszelf niet langzaam aan het suïcideren zijn.
donderdag 14 november 2013
Consumenten vertrouwen
Het grote nieuws verscheen vanochtend in caps lock op pagina 101 van Teletekst: NEDERLAND UIT RECESSIE. Mensen sprintten juichend hun huizen uit. Auto's reden toeterend door de straten. Vuurwerk spatte uiteen boven de huizen.
't Is niet waar. Het heuglijke bericht van 0,1% groei dat het CBS vanochtend verspreidde werd ogenblikkelijk gebagatelliseerd door alle commentatoren. De export trekt weer aan, maar daar staat tegenover dat de werkloosheid blijft toenemen en de consumptie blijft dalen. De mensen in het land hebben er nog geen vertrouwen in dat het weer beter zal gaan. En laten we wel wezen: ze hebben daar alle reden toe.
De conjunctuurbeweging van de economie - iedereen heeft het op school geleerd - heeft altijd laten zien dat in perioden van laagconjunctuur mensen hun baan verliezen, maar dat het werk weer voor het oprapen ligt zodra de lijn naar boven inzet. Ik heb sterk de indruk dat het dit keer anders is.
In veel sectoren is er niet tijdelijk minder werk, de productiviteit is er nog steeds wel, maar zij wordt nu verzorgd door goedkope buitenlandse krachten en vooral door machines, apparaten, computers. Meer productie met minder mensen. Als de economie weer aantrekt, dan zal die onomkeerbare automatisering verhinderen dat de overbodig geworden werknemers terugkeren.
We kunnen niet allemaal systeembeheerder worden.
Hoe kan men in die situatie van permanente werkloosheid verwachten dat het consumentenvertrouwen toeneemt? De Wereld Draait Door had vanavond in plaats van het vaste panel tv-economen een drietal pas afgestudeerde, 'talentvolle' economen uitgenodigd, de 'fine fleur' van de nieuwe generatie aldus Nieuwkerk. 'Hoe gaat jullie generatie de crisis oplossen?' vroeg hij doodleuk. Ze pruttelden een cliché hier en debiteerden een gemeenplaats daar. Helaas zeiden ze niet: wij gaan er voor zorgen dat mensen als jij eens stoppen met het stellen van zulke idiote vragen.
Economen zijn gedragswetenschappers. Ze observeren gedrag, inventariseren wat er over een voorbije periode is gebeurd, analyseren die data en leiden er een interpretatie uit af. Hun modellen hebben veeleer een verklarende waarde, veel minder een voorspellende - ook al is dat vaak een streven. Als een astronoom de baan van een hemellichaam berekent, dan kan hij tevens nauwkeurig voorspellen hoe dat hemellichaam zich in de toekomst zal bewegen. Het hemellichaam trekt zich niets aan van de waarneming en de voorspelling.
In de economie is dat anders omdat het niet over levenloze dingen gaat maar over gedrag van mensen, mensen die kennis nemen van de waarnemingen, verklaringen en voorspellingen van de economen en daarop reageren en anticiperen. Waarna de voorspelling meteen achterhaald is, omdat die nog gebaseerd is op de situatie van vóór de voorspelling. Nergens is het aantal self-fulfilling prophecies zo groot als in de economie, denk ik. Economen zouden de gevolgen van de reacties op hun voorspelling eigenlijk moeten inbouwen in diezelfde voorspelling.
Een van de fijne bloemen noemde de economiewetenschap een religie: iedereen gelooft iets anders en er is een charismatische voorganger nodig achter wie iedereen aanloopt om écht iets te veranderen. Dan wordt er al snel naar de politiek gewezen, maar aangezien we niet in een democratie maar in een mediacratie leven moeten we misschien eerder naar de kranten en de programma's kijken. Daar regeert echter meer en meer de waan van de dag, ontbreekt ten enenmale het overzicht, de diepgang en de brede blik.
'Nederlanders op drie na gelukkigste volk ter wereld', lazen we begin september in de Volkskrant. Commentaren, opinies, discussies. 'Nederlanders depressiefste volk van Europa', kopte dezelfde krant vorige week. Opnieuw reactie, analyse, debat. Niemand die de moeite nam om de onverenigbaarheid van beide berichten te belichten.* Het mediageheugen is in permanente staat van dementie als gevolg van een hardnekkige verslaving aan de roes van de hype.
Ook daarom moet een passant als Rutte niet elke keer weer zo opzichtig om consumentenvertrouwen schooien. Dan wordt hij de weerman die elke avond voorspelt dat morgen de zon gaat schijnen terwijl het elke dag weer blijkt te regenen. Als dan eindelijk daadwerkelijk de zon gaat schijnen heeft allang niemand meer de moeite genomen nog naar hem te luisteren. De politiek moet zich niet bezighouden met de mensen op te dragen wat ze zouden moeten doen, ze moet maatregelen doorvoeren waardoor de mensen vanzelf datgene gaan doen wat de politiek wil. Put your money where your mouth is.
Het is een illusie te denken dat consumentenvertrouwen op afroep bestelbaar is. Sterker: wie alsmaar roept dat de mensen meer vertrouwen moeten hebben in de economie terwijl alles om hen heen op het tegendeel wijst, zal niet alleen geen weerklank vinden maar ook het wantrouwen tegen zichzelf afroepen. Het consumentenvertrouwen zal pas toenemen wanneer politici de consumenten vertrouwen. Dan zullen vanzelf de consumenten ook de politici weer gaan vertrouwen.
* Alleen Bram Oostveen had het in de gaten, waarvoor dank.
't Is niet waar. Het heuglijke bericht van 0,1% groei dat het CBS vanochtend verspreidde werd ogenblikkelijk gebagatelliseerd door alle commentatoren. De export trekt weer aan, maar daar staat tegenover dat de werkloosheid blijft toenemen en de consumptie blijft dalen. De mensen in het land hebben er nog geen vertrouwen in dat het weer beter zal gaan. En laten we wel wezen: ze hebben daar alle reden toe.
De conjunctuurbeweging van de economie - iedereen heeft het op school geleerd - heeft altijd laten zien dat in perioden van laagconjunctuur mensen hun baan verliezen, maar dat het werk weer voor het oprapen ligt zodra de lijn naar boven inzet. Ik heb sterk de indruk dat het dit keer anders is.
In veel sectoren is er niet tijdelijk minder werk, de productiviteit is er nog steeds wel, maar zij wordt nu verzorgd door goedkope buitenlandse krachten en vooral door machines, apparaten, computers. Meer productie met minder mensen. Als de economie weer aantrekt, dan zal die onomkeerbare automatisering verhinderen dat de overbodig geworden werknemers terugkeren.
We kunnen niet allemaal systeembeheerder worden.
Hoe kan men in die situatie van permanente werkloosheid verwachten dat het consumentenvertrouwen toeneemt? De Wereld Draait Door had vanavond in plaats van het vaste panel tv-economen een drietal pas afgestudeerde, 'talentvolle' economen uitgenodigd, de 'fine fleur' van de nieuwe generatie aldus Nieuwkerk. 'Hoe gaat jullie generatie de crisis oplossen?' vroeg hij doodleuk. Ze pruttelden een cliché hier en debiteerden een gemeenplaats daar. Helaas zeiden ze niet: wij gaan er voor zorgen dat mensen als jij eens stoppen met het stellen van zulke idiote vragen.
Economen zijn gedragswetenschappers. Ze observeren gedrag, inventariseren wat er over een voorbije periode is gebeurd, analyseren die data en leiden er een interpretatie uit af. Hun modellen hebben veeleer een verklarende waarde, veel minder een voorspellende - ook al is dat vaak een streven. Als een astronoom de baan van een hemellichaam berekent, dan kan hij tevens nauwkeurig voorspellen hoe dat hemellichaam zich in de toekomst zal bewegen. Het hemellichaam trekt zich niets aan van de waarneming en de voorspelling.
In de economie is dat anders omdat het niet over levenloze dingen gaat maar over gedrag van mensen, mensen die kennis nemen van de waarnemingen, verklaringen en voorspellingen van de economen en daarop reageren en anticiperen. Waarna de voorspelling meteen achterhaald is, omdat die nog gebaseerd is op de situatie van vóór de voorspelling. Nergens is het aantal self-fulfilling prophecies zo groot als in de economie, denk ik. Economen zouden de gevolgen van de reacties op hun voorspelling eigenlijk moeten inbouwen in diezelfde voorspelling.
Een van de fijne bloemen noemde de economiewetenschap een religie: iedereen gelooft iets anders en er is een charismatische voorganger nodig achter wie iedereen aanloopt om écht iets te veranderen. Dan wordt er al snel naar de politiek gewezen, maar aangezien we niet in een democratie maar in een mediacratie leven moeten we misschien eerder naar de kranten en de programma's kijken. Daar regeert echter meer en meer de waan van de dag, ontbreekt ten enenmale het overzicht, de diepgang en de brede blik.
'Nederlanders op drie na gelukkigste volk ter wereld', lazen we begin september in de Volkskrant. Commentaren, opinies, discussies. 'Nederlanders depressiefste volk van Europa', kopte dezelfde krant vorige week. Opnieuw reactie, analyse, debat. Niemand die de moeite nam om de onverenigbaarheid van beide berichten te belichten.* Het mediageheugen is in permanente staat van dementie als gevolg van een hardnekkige verslaving aan de roes van de hype.
Ook daarom moet een passant als Rutte niet elke keer weer zo opzichtig om consumentenvertrouwen schooien. Dan wordt hij de weerman die elke avond voorspelt dat morgen de zon gaat schijnen terwijl het elke dag weer blijkt te regenen. Als dan eindelijk daadwerkelijk de zon gaat schijnen heeft allang niemand meer de moeite genomen nog naar hem te luisteren. De politiek moet zich niet bezighouden met de mensen op te dragen wat ze zouden moeten doen, ze moet maatregelen doorvoeren waardoor de mensen vanzelf datgene gaan doen wat de politiek wil. Put your money where your mouth is.
Het is een illusie te denken dat consumentenvertrouwen op afroep bestelbaar is. Sterker: wie alsmaar roept dat de mensen meer vertrouwen moeten hebben in de economie terwijl alles om hen heen op het tegendeel wijst, zal niet alleen geen weerklank vinden maar ook het wantrouwen tegen zichzelf afroepen. Het consumentenvertrouwen zal pas toenemen wanneer politici de consumenten vertrouwen. Dan zullen vanzelf de consumenten ook de politici weer gaan vertrouwen.
* Alleen Bram Oostveen had het in de gaten, waarvoor dank.
dinsdag 17 september 2013
Alleen de alleenstaanden
Iedereen gaat deze crisis in de portemonnee voelen, is al een jaar lang de mantra van Rutte-II. De plannen die vandaag op Prinsjesdag werden gepresenteerd voegen de daad bij het woord, want alle groepen gaan erop achteruit. Correctie: bijna alle groepen, want 'uit de doorrekeningen van het CPB', zo schreef HP/De Tijd vanochtend, 'blijkt dat alleen een deel van de alleenstaanden erop vooruitgaat.'
Dat kan geen toeval zijn. Met Mark Rutte en Diederik Samsom hebben de twee coalitiepartijen VVD en PvdA immers allebei een vrijgezel als politiek leider. De tweede wat onvrijwilliger dan de eerste, maar toch. Het werd ook hoog tijd. Al sinds de Tweede Wereldoorlog wordt de vrijgezel gediscrimineerd.
De Duitse bezetter voerde toen een vrijgezellenbelasting in. Om de bevolkingsaanwas te stimuleren natuurlijk. Hoe meer Ariërs, hoe meer vreugd. Willem Frederik Hermans maakte in 1951 stampij omdat de naoorlogse politiek had verzuimd die maatregel terug te draaien. In 1966 was er nog niks veranderd. Hermans brak de staf over 'de manier waarop vrijgezellen in Nederland worden behandeld. Dat wordt langzamerhand een gediscrimineerde bevolkingsgroep. Die mensen betalen meer belasting. Die mensen kunnen geen eigen woning hebben. Ze moeten tegen verschrikkelijke woekerhuren een kamertje huren. Het zijn mensen zonder toekomst.'
'Ze hebben niet de gelegenheid hun positie te verbeteren of iets op te sparen. Dat zijn toch groepen van enige honderdduizenden mensen, die alleen maar in die positie gedrukt worden, omdat ze toevallig niet getrouwd zijn. Als die mensen toevallig allemaal bruin waren, zou iedereen roepen: wat is dat voor een schandalige rassendiscriminatie!'
Zo was het en zo is het. De maatschappij is nog steeds ingesteld op huishoudens van minimaal twee personen. Als je toevallig geen partner kunt krijgen of gewoon liever alleen blijft, dan word je financieel onevenredig gepakt. Een lening of een hypotheek afsluiten is veel lastiger, zorg- en woonkosten zijn hoger en ook fiscaal word je benadeeld, zo bleek uit berekeningen in 2011: 'Bij een salaris van 40.000 euro betaalt een alleenstaande 5.000 euro meer belasting dan twee partners die gezamenlijk hetzelfde bedrag verdienen.' En dus had Hermans nog altijd gelijk: 'Vrijgezellen worden gediscrimineerd.'
D66 vroeg met steun van CDA en SGP aan Rutte om daar een einde aan te maken, maar die had het te druk met Wilders in toom te houden. De steun van de confessionele partijen was overigens een mijlpaal, als de traditionele gezinspartijen die ze nog altijd zijn. Hermans gaf in 1966 vooral de schuld aan de PvdA, de enige niet-bijbelse partij van betekenis: 'Ik constateer al sedert jaren een groot gebrek aan moed bij die PvdA.'
Is het nu dan eindelijk zo ver, met single Samsom? Helaas, de wens lijkt weer eens vader van de gedachte. Het Nibud laat zien dat alleen de alleenstaande werkenden met een laag loon erop vooruitgaan: 1,5 procent. Alleenstaande werkenden met modaal of hoger inkomen leveren net zo hard in als de gezinnen.
Vanavond bij het televisiedebat viel op dat Samsom leek te slissen. Komt dat doordat logopedie niet meer voor honderd procent vergoed wordt via het basispakket? Of spreekt Samsom met een gespleten tong? 'Ik constateer al sedert jaren een groot gebrek aan moed bij die PvdA.' Het is dat niemand het woord 'sedert' nog gebruikt, maar in het tweede geval zou de constatering van Hermans ook nu, een halve eeuw later, nog steeds opgeld doen.
Dat kan geen toeval zijn. Met Mark Rutte en Diederik Samsom hebben de twee coalitiepartijen VVD en PvdA immers allebei een vrijgezel als politiek leider. De tweede wat onvrijwilliger dan de eerste, maar toch. Het werd ook hoog tijd. Al sinds de Tweede Wereldoorlog wordt de vrijgezel gediscrimineerd.
De Duitse bezetter voerde toen een vrijgezellenbelasting in. Om de bevolkingsaanwas te stimuleren natuurlijk. Hoe meer Ariërs, hoe meer vreugd. Willem Frederik Hermans maakte in 1951 stampij omdat de naoorlogse politiek had verzuimd die maatregel terug te draaien. In 1966 was er nog niks veranderd. Hermans brak de staf over 'de manier waarop vrijgezellen in Nederland worden behandeld. Dat wordt langzamerhand een gediscrimineerde bevolkingsgroep. Die mensen betalen meer belasting. Die mensen kunnen geen eigen woning hebben. Ze moeten tegen verschrikkelijke woekerhuren een kamertje huren. Het zijn mensen zonder toekomst.'
'Ze hebben niet de gelegenheid hun positie te verbeteren of iets op te sparen. Dat zijn toch groepen van enige honderdduizenden mensen, die alleen maar in die positie gedrukt worden, omdat ze toevallig niet getrouwd zijn. Als die mensen toevallig allemaal bruin waren, zou iedereen roepen: wat is dat voor een schandalige rassendiscriminatie!'
Zo was het en zo is het. De maatschappij is nog steeds ingesteld op huishoudens van minimaal twee personen. Als je toevallig geen partner kunt krijgen of gewoon liever alleen blijft, dan word je financieel onevenredig gepakt. Een lening of een hypotheek afsluiten is veel lastiger, zorg- en woonkosten zijn hoger en ook fiscaal word je benadeeld, zo bleek uit berekeningen in 2011: 'Bij een salaris van 40.000 euro betaalt een alleenstaande 5.000 euro meer belasting dan twee partners die gezamenlijk hetzelfde bedrag verdienen.' En dus had Hermans nog altijd gelijk: 'Vrijgezellen worden gediscrimineerd.'
D66 vroeg met steun van CDA en SGP aan Rutte om daar een einde aan te maken, maar die had het te druk met Wilders in toom te houden. De steun van de confessionele partijen was overigens een mijlpaal, als de traditionele gezinspartijen die ze nog altijd zijn. Hermans gaf in 1966 vooral de schuld aan de PvdA, de enige niet-bijbelse partij van betekenis: 'Ik constateer al sedert jaren een groot gebrek aan moed bij die PvdA.'
Is het nu dan eindelijk zo ver, met single Samsom? Helaas, de wens lijkt weer eens vader van de gedachte. Het Nibud laat zien dat alleen de alleenstaande werkenden met een laag loon erop vooruitgaan: 1,5 procent. Alleenstaande werkenden met modaal of hoger inkomen leveren net zo hard in als de gezinnen.
Vanavond bij het televisiedebat viel op dat Samsom leek te slissen. Komt dat doordat logopedie niet meer voor honderd procent vergoed wordt via het basispakket? Of spreekt Samsom met een gespleten tong? 'Ik constateer al sedert jaren een groot gebrek aan moed bij die PvdA.' Het is dat niemand het woord 'sedert' nog gebruikt, maar in het tweede geval zou de constatering van Hermans ook nu, een halve eeuw later, nog steeds opgeld doen.
woensdag 28 augustus 2013
Solidair met eigenbelang
I
Over een mogelijke interventie in Syrië lopen de meningen sterk uiteen. Er zijn grofweg vier standpunten te onderscheiden:
1) Uit eigenbelang moeten we niet ingrijpen in Syrië
2) Uit eigenbelang moeten we ingrijpen in Syrië
3) Uit solidariteit moeten we ingrijpen in Syrië
4) Uit solidariteit moeten we niet ingrijpen in Syrië
Standpunt 1) is het 'hek-eromheen-standpunt': geen zinloze missie waar miljarden mee gemoeid zijn die we niet hebben; bewapening van rebellen kan zich tegen ons keren; symbolisch hek eromheen en laat ze het daar in die immer brandende brandhaard zelf uitzoeken.
Standpunt 2) bepleit een interventie uit strategisch oogpunt: bescherming van de eigen nationale en internationale veiligheid is niet gebaat bij escalatie Midden-Oosten; waarborgt instandhouding van de status van beschermer van mensenrechten; niet ingrijpen betekent gezichtsverlies.
Standpunt 3) stelt het criterium van burgerbescherming en solidariteit met de machtelozen voorop. Daders van een laffe gifgasaanval mogen daar niet mee wegkomen.
Standpunt 4) tot slot stelt ook burgerbescherming voorop, maar meent dat een interventie burgers juist in gevaar brengt: bombardementen zullen vele burgerslachtoffers maken of zelfs nieuw gif doen vrijkomen (aldus generaal-majoor b.d. Van Kappen); 'solidariteit' werkt dan averechts.
Aanhangers van standpunt 2) verwijzen vaak naar standpunt 3) om hun mening te verkopen; aanhangers van standpunt 1) echter niet naar 4), terwijl 1) en 4) wel complementair zijn.
De grootste misvatting is dat de arme burgers die lijden onder Assad automatisch bij de tegenpartij, de rebellen, horen. Burgers zijn burgers, per definitie non-combattanten, die zijn echt niet beter af bij een machtsovername van rebellen. De lessen van Egypte: een dictator afzetten levert misschien een kortstondige vlaag van euforie en optimisme op, maar wat erop volgt is de orkaan van geweld.
II
Syrië leidt intussen mooi de aandacht af van onze eigen uitzichtloze crisis. Gisteren bereikten Rutte en zijn trawanten een akkoord over nog eens zes miljard aan lastenverzwaringen, ook wel eufemistisch 'bezuinigingen' genoemd.
Wel moeten wij ons spaargeld gaan uitgeven, is de insteek van die andere unhappy single, Samsom. Toch verwarrend, want vertelde de wijze Wijffels ons onlangs niet dat we minstens 40 duizend euro eigen spaargeld moeten inbrengen in de aankoop van een huis? Zoveel geld heeft al geen enkele twintiger die geen hockeyvader heeft of Ben Woldring is, en als je een poging wilt wagen zoveel op te sparen wordt het je wel onmogelijk gemaakt door de oplopende lastendruk.
Bezuinigen moet van Brussel, zeggen ze. Dat het uit verplichte solidariteit met de Grieken is, zeggen ze er liever niet bij. Solidariteit die ook weer eigenbelang is, want als de zone uiteenvalt is hebben we hier in mum van tijd Midden-Oosten-taferelen, waarschuwen de angstprofeten.
Hoeveel zijn we al kwijt aan die solidariteit? Op rijksoverheid.nl wordt het de burger uitgelegd. De cursor over de oranje bolletjes halen leert dat het Nederlandse aandeel in het eerste leningenpakket 3,2 miljard is, in de eerste IMF-lening 0,6 miljard (3% van 20,1), in het EFSF fonds uit het tweede leningenpakket 14,6 miljard en in de tweede IMF-lening 0,9 miljard (3% van 28), bij elkaar opgeteld 19,3 miljard euro.
Tel daarbij op enige miljarden voor Portugal en Ierland, plus nog wat aan Cyprus en Spanje. Nee, hoor je dan, het meeste van dat geld hebben we niet echt gegeven, we staan er alleen garant voor. Maar als je geld achter moet houden kun je het niet intussen ergens anders aan uitgeven.
Een van de voorwaarden voor het immense steunpakket aan het noodlijdende Griekenland was een verbetering van het innen van belastingen. Dat is van een grenzeloze naïviteit.
Nederlanders waren deze zomer op vakantie in Griekenland. Ze vroegen de plaatselijke bevolking naar de crisis in het land.
'Crisis?' reageerden de Grieken, 'hier is het geen crisis, bij júllie is het crisis, jullie betalen miljarden aan ons. Wij gaan gewoon verder met wat we altijd doen: we geven een beetje op aan de belasting en de rest verdelen we onderling.'
Als in een corrupt systeem het ene deel van de mensen te lijden heeft onder de corruptie van het andere deel, dan kun je met de juiste financiële prikkels dat systeem zich van binnenuit laten hervormen.
Maar als in een corrupt systeem iedereen profiteert van die corruptie, dan is het een illusie dat daardoor het systeem verandert. Iedereen heeft dan immers baat bij de instandhouding van het systeem en niemand heeft belang bij een hervorming ervan.
Alleen in een volmaakt corrupt systeem is iedereen solidair met elkaars eigenbelang.
Over een mogelijke interventie in Syrië lopen de meningen sterk uiteen. Er zijn grofweg vier standpunten te onderscheiden:
1) Uit eigenbelang moeten we niet ingrijpen in Syrië
2) Uit eigenbelang moeten we ingrijpen in Syrië
3) Uit solidariteit moeten we ingrijpen in Syrië
4) Uit solidariteit moeten we niet ingrijpen in Syrië
Standpunt 1) is het 'hek-eromheen-standpunt': geen zinloze missie waar miljarden mee gemoeid zijn die we niet hebben; bewapening van rebellen kan zich tegen ons keren; symbolisch hek eromheen en laat ze het daar in die immer brandende brandhaard zelf uitzoeken.
Standpunt 2) bepleit een interventie uit strategisch oogpunt: bescherming van de eigen nationale en internationale veiligheid is niet gebaat bij escalatie Midden-Oosten; waarborgt instandhouding van de status van beschermer van mensenrechten; niet ingrijpen betekent gezichtsverlies.
Standpunt 3) stelt het criterium van burgerbescherming en solidariteit met de machtelozen voorop. Daders van een laffe gifgasaanval mogen daar niet mee wegkomen.
Standpunt 4) tot slot stelt ook burgerbescherming voorop, maar meent dat een interventie burgers juist in gevaar brengt: bombardementen zullen vele burgerslachtoffers maken of zelfs nieuw gif doen vrijkomen (aldus generaal-majoor b.d. Van Kappen); 'solidariteit' werkt dan averechts.
Aanhangers van standpunt 2) verwijzen vaak naar standpunt 3) om hun mening te verkopen; aanhangers van standpunt 1) echter niet naar 4), terwijl 1) en 4) wel complementair zijn.
De grootste misvatting is dat de arme burgers die lijden onder Assad automatisch bij de tegenpartij, de rebellen, horen. Burgers zijn burgers, per definitie non-combattanten, die zijn echt niet beter af bij een machtsovername van rebellen. De lessen van Egypte: een dictator afzetten levert misschien een kortstondige vlaag van euforie en optimisme op, maar wat erop volgt is de orkaan van geweld.
II
Syrië leidt intussen mooi de aandacht af van onze eigen uitzichtloze crisis. Gisteren bereikten Rutte en zijn trawanten een akkoord over nog eens zes miljard aan lastenverzwaringen, ook wel eufemistisch 'bezuinigingen' genoemd.
Wel moeten wij ons spaargeld gaan uitgeven, is de insteek van die andere unhappy single, Samsom. Toch verwarrend, want vertelde de wijze Wijffels ons onlangs niet dat we minstens 40 duizend euro eigen spaargeld moeten inbrengen in de aankoop van een huis? Zoveel geld heeft al geen enkele twintiger die geen hockeyvader heeft of Ben Woldring is, en als je een poging wilt wagen zoveel op te sparen wordt het je wel onmogelijk gemaakt door de oplopende lastendruk.
Bezuinigen moet van Brussel, zeggen ze. Dat het uit verplichte solidariteit met de Grieken is, zeggen ze er liever niet bij. Solidariteit die ook weer eigenbelang is, want als de zone uiteenvalt is hebben we hier in mum van tijd Midden-Oosten-taferelen, waarschuwen de angstprofeten.
Hoeveel zijn we al kwijt aan die solidariteit? Op rijksoverheid.nl wordt het de burger uitgelegd. De cursor over de oranje bolletjes halen leert dat het Nederlandse aandeel in het eerste leningenpakket 3,2 miljard is, in de eerste IMF-lening 0,6 miljard (3% van 20,1), in het EFSF fonds uit het tweede leningenpakket 14,6 miljard en in de tweede IMF-lening 0,9 miljard (3% van 28), bij elkaar opgeteld 19,3 miljard euro.
Tel daarbij op enige miljarden voor Portugal en Ierland, plus nog wat aan Cyprus en Spanje. Nee, hoor je dan, het meeste van dat geld hebben we niet echt gegeven, we staan er alleen garant voor. Maar als je geld achter moet houden kun je het niet intussen ergens anders aan uitgeven.
Een van de voorwaarden voor het immense steunpakket aan het noodlijdende Griekenland was een verbetering van het innen van belastingen. Dat is van een grenzeloze naïviteit.
Nederlanders waren deze zomer op vakantie in Griekenland. Ze vroegen de plaatselijke bevolking naar de crisis in het land.
'Crisis?' reageerden de Grieken, 'hier is het geen crisis, bij júllie is het crisis, jullie betalen miljarden aan ons. Wij gaan gewoon verder met wat we altijd doen: we geven een beetje op aan de belasting en de rest verdelen we onderling.'
Als in een corrupt systeem het ene deel van de mensen te lijden heeft onder de corruptie van het andere deel, dan kun je met de juiste financiële prikkels dat systeem zich van binnenuit laten hervormen.
Maar als in een corrupt systeem iedereen profiteert van die corruptie, dan is het een illusie dat daardoor het systeem verandert. Iedereen heeft dan immers baat bij de instandhouding van het systeem en niemand heeft belang bij een hervorming ervan.
Alleen in een volmaakt corrupt systeem is iedereen solidair met elkaars eigenbelang.
dinsdag 13 augustus 2013
Mark Rutte als taxichauffeur
De Noorse premier Jens Stoltenberg ging in juni van dit jaar undercover als taxichauffeur in Oslo. Uniform aan, zonnebril op, en karren maar. 'Ik vind het belangrijk om te horen wat mensen echt denken,' verklaarde Stoltenberg tegenover de BBC, 'en als er één plek is waar mensen zeggen hoe ze over zaken denken, is het in een taxi.'
Dat ligt in Nederland toch anders. Als er één plek waar je zeker niet moet zeggen wat je echt denkt, waar je je onderbuik zeker niet moet laten spreken, dan is het wel een hoofdstedelijke taxi. Daar is een verkeerde blik al genoeg om een ram voor je harses te krijgen. Daar stap je alleen in als je toerist bent of levensmoe.
Stoltenberg ging natuurlijk niet zomaar precies in juni van dit jaar in een taxi zitten. In september zijn er immers verkiezingen in Noorwegen. Politici maken wel vaker rare sprongen als de stembusgang naderbij komt. Het supportersforum van de club waar ik seizoenkaarthouder ben kreeg ooit, kort voor de gemeenteraadsverkiezingen, onaangekondigd bezoek van Lilian Marijnissen.
Dochterlief, SP-raadslid, wilde graag onze noden en wensen weten. Met groetjes en zo. Ik zal geen reacties citeren, maar ze rechtvaardigden in ieder geval één conclusie: als er één plek is waar supporters echt zeggen hoe ze over Lilian Marijnissen denken, dan is het het supportersforum.
Is het misschien ook een goed idee voor Mark Rutte, undercover gaan als taxichauffeur? Hij is zijn stokoude Saab gewend, dus grote kans dat hij de taxi net als Stoltenberg een keer laat afslaan. Een belangrijk verschil is dat Stoltenberg populair is bij de Noren, terwijl geen Nederlander Rutte nog pruimt. Ik weet niet of Mark Rutte wel wil horen hoe de mensen echt over Mark Rutte denken.
Dat heeft natuurlijk alles met de economische crisis te maken. Metro had eerder dit jaar een reportage over naar Noorwegen emigrerende Nederlanders, een ware trend. Hier loopt de werkloosheid almaar op en wordt de situatie steeds uitzichtlozer, daar is de werkgelegenheid zo groot dat men moeite heeft vacatures in te vullen. Noorwegen zit dan ook niet in de EU. De Nederlander als economische vluchteling in Noorwegen.
Intussen nadert Prinsjesdag met nieuwe onheilstijdingen. Er moet nóg meer bezuinigd worden, niet de verplichte 6 miljard extra van onze Finse gouverneur Olli Rehn maar zelfs 8 miljard extra. En tegelijk komt er een investeringsprogramma, want het volk moet wel gestimuleerd worden om meer uit te geven.
Marc Chavannes, de bedachtzaamste onzer columnisten, had het vorige maand al kernachtig verwoord: 'Méér bezuinigen en méér uitgeven, het is allebei geprobeerd, meestal tegelijk. Koopt u toch terwijl wij uw zekerheden snoeien.' We moeten optimistisch zijn, maar dat komt neer op dom gehouden worden. En dat kan niet in een mediacratie, waar de burger van alles onmiddellijk op de hoogte is.
Griekenland heeft toch meer geld nodig, meldde Der Spiegel deze week. Je verwacht het niet. Angela Merkel zou dit al langer weten maar het geheim hebben willen houden. Want er komen verkiezingen aan en de kiezer moet wel optimistisch blijven. Je verwacht het niet. 'Een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist', wist Theo Maassen al in 2002 - en Merkel is zuiver in zijn leer.
'Oplossingen zijn het probleem niet', nog zo'n meesterlijk Maassen-aforisme. Chavannes: 'De Haagse politiek werkt altijd met Oplossingen. Oplossen is wervender dan analyseren van problemen. Haast is een van de universele nadelen van democratische politiek – er is altijd een herverkiezing aan de horizon. De factor tijd is een chronisch onderschatte factor. Hervormen duurt langer dan een politicus meegaat.'
Het is zelfs nog erger. Morgen komt het CPB met nieuwe cijfers over de economische vooruitzichten voor 2014. Die cijfers hebben één manco: de extra bezuinigingen van 6 miljard zijn er nog niet in verwerkt. De extra bezuinigingen die dus al niet meer actueel zijn, want dat worden er 8 miljard. Het CPB loopt twee ronden achter. De factor tijd is een over de kop geslagen factor.
Chavannes vraagt zich af: 'Is de implosie van het kabinet-Rutte II te voorkomen? Alleen als betrokkenen ophouden te doen alsof.' Vanmiddag onthulde een Noorse krant dat sommige van Stoltenbergs passagiers geld is toegestoken om mee te doen, zogenaamd spontaan. Misschien moeten we maar hopen dat Rutte-II niet valt, want als dat gebeurt komen er nieuwe verkiezingen. En met een herverkiezing aan de horizon doet de politicus klaarblijkelijk het meest alsof en is hij het minst te vertrouwen.
Dat ligt in Nederland toch anders. Als er één plek waar je zeker niet moet zeggen wat je echt denkt, waar je je onderbuik zeker niet moet laten spreken, dan is het wel een hoofdstedelijke taxi. Daar is een verkeerde blik al genoeg om een ram voor je harses te krijgen. Daar stap je alleen in als je toerist bent of levensmoe.
Stoltenberg ging natuurlijk niet zomaar precies in juni van dit jaar in een taxi zitten. In september zijn er immers verkiezingen in Noorwegen. Politici maken wel vaker rare sprongen als de stembusgang naderbij komt. Het supportersforum van de club waar ik seizoenkaarthouder ben kreeg ooit, kort voor de gemeenteraadsverkiezingen, onaangekondigd bezoek van Lilian Marijnissen.
Dochterlief, SP-raadslid, wilde graag onze noden en wensen weten. Met groetjes en zo. Ik zal geen reacties citeren, maar ze rechtvaardigden in ieder geval één conclusie: als er één plek is waar supporters echt zeggen hoe ze over Lilian Marijnissen denken, dan is het het supportersforum.
Is het misschien ook een goed idee voor Mark Rutte, undercover gaan als taxichauffeur? Hij is zijn stokoude Saab gewend, dus grote kans dat hij de taxi net als Stoltenberg een keer laat afslaan. Een belangrijk verschil is dat Stoltenberg populair is bij de Noren, terwijl geen Nederlander Rutte nog pruimt. Ik weet niet of Mark Rutte wel wil horen hoe de mensen echt over Mark Rutte denken.
Dat heeft natuurlijk alles met de economische crisis te maken. Metro had eerder dit jaar een reportage over naar Noorwegen emigrerende Nederlanders, een ware trend. Hier loopt de werkloosheid almaar op en wordt de situatie steeds uitzichtlozer, daar is de werkgelegenheid zo groot dat men moeite heeft vacatures in te vullen. Noorwegen zit dan ook niet in de EU. De Nederlander als economische vluchteling in Noorwegen.
Intussen nadert Prinsjesdag met nieuwe onheilstijdingen. Er moet nóg meer bezuinigd worden, niet de verplichte 6 miljard extra van onze Finse gouverneur Olli Rehn maar zelfs 8 miljard extra. En tegelijk komt er een investeringsprogramma, want het volk moet wel gestimuleerd worden om meer uit te geven.
Marc Chavannes, de bedachtzaamste onzer columnisten, had het vorige maand al kernachtig verwoord: 'Méér bezuinigen en méér uitgeven, het is allebei geprobeerd, meestal tegelijk. Koopt u toch terwijl wij uw zekerheden snoeien.' We moeten optimistisch zijn, maar dat komt neer op dom gehouden worden. En dat kan niet in een mediacratie, waar de burger van alles onmiddellijk op de hoogte is.
Griekenland heeft toch meer geld nodig, meldde Der Spiegel deze week. Je verwacht het niet. Angela Merkel zou dit al langer weten maar het geheim hebben willen houden. Want er komen verkiezingen aan en de kiezer moet wel optimistisch blijven. Je verwacht het niet. 'Een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist', wist Theo Maassen al in 2002 - en Merkel is zuiver in zijn leer.
'Oplossingen zijn het probleem niet', nog zo'n meesterlijk Maassen-aforisme. Chavannes: 'De Haagse politiek werkt altijd met Oplossingen. Oplossen is wervender dan analyseren van problemen. Haast is een van de universele nadelen van democratische politiek – er is altijd een herverkiezing aan de horizon. De factor tijd is een chronisch onderschatte factor. Hervormen duurt langer dan een politicus meegaat.'
Het is zelfs nog erger. Morgen komt het CPB met nieuwe cijfers over de economische vooruitzichten voor 2014. Die cijfers hebben één manco: de extra bezuinigingen van 6 miljard zijn er nog niet in verwerkt. De extra bezuinigingen die dus al niet meer actueel zijn, want dat worden er 8 miljard. Het CPB loopt twee ronden achter. De factor tijd is een over de kop geslagen factor.
Chavannes vraagt zich af: 'Is de implosie van het kabinet-Rutte II te voorkomen? Alleen als betrokkenen ophouden te doen alsof.' Vanmiddag onthulde een Noorse krant dat sommige van Stoltenbergs passagiers geld is toegestoken om mee te doen, zogenaamd spontaan. Misschien moeten we maar hopen dat Rutte-II niet valt, want als dat gebeurt komen er nieuwe verkiezingen. En met een herverkiezing aan de horizon doet de politicus klaarblijkelijk het meest alsof en is hij het minst te vertrouwen.
vrijdag 12 juli 2013
Nieuwe Kuip
Er komt voorlopig geen nieuwe Kuip. Of ik daar nu blij mee moet zijn of juist niet, weet ik nog steeds niet. Ik hoop het eerste maar ik denk het laatste. Ergerniswekkend waren in ieder geval de politieke spelletjes die gespeeld werden rond het verlenen van een bankgarantie voor een nieuw Feyenoord-stadion.
Afgelopen donderdag zou de Rotterdamse gemeenteraad stemmen over een voorstel van het college van B&W tot het verlenen van een bankgarantie, maar de politieke besluitvorming werd al op voorhand in de media uitgespeeld. Eerst liet coalitiepartij D66 al uitlekken tegen het voorstel te zullen stemmen. De andere coalitiepartijen VVD, CDA en PvdA moesten daarom de steun vergaren van een oppositiepartij, en de enige partij die zich nog niet voor of tegen het plan had uitgesproken was Leefbaar Rotterdam.
Woensdagavond gooide fractievoorzitter Schneider zijn kaarten al op tafel bij het evangelische kringgesprek genaamd Knevel & Van den Brink: zijn fractie ging morgen tegenstemmen. Dat bleek de volgende dag al niet meer nodig, want het college had het voorstel ingetrokken: Waarom het plan nog in stemming brengen als het resultaat al bekend is? Democratisch uiterst dubieus, maar geef ze eens ongelijk. Schneider boos natuurlijk. Maar hij had al voor zijn beurt gesproken.
De leiding van Feyenoord stelt: zonder nieuw stadion moeten we commercieel pas op de plaats maken, verliezen we de aansluiting met de top en worden we nooit meer kampioen. Het is een ijzeren wet dat stilstand achteruitgang betekent, zeker in de topsport, en vele clubs hebben reeds bewezen dat vooruitgang en sportief succes staat of valt bij uitbreiding van de commerciële mogelijkheden, in concreto het betrekken van een nieuw onderkomen.
Tegenstanders onder de supporters - de meerderheid - willen renovatie van het huidige stadion. Ze zeggen dat het verlies van de unieke sfeer van De Kuip niet opweegt tegen de kansen die een nieuw stadion biedt. Het zullen echter toch de supporters zelf zijn die die sfeer creëren, ook in een nieuw stadion. Het zogenaamde alternatief van Red de Kuip om te renoveren en een derde ring te bouwen is vooralsnog louter wensdenken; dat plan is nog helemaal niet uitgewerkt. Bovendien gaat ook dat idee minstens 117 miljoen euro kosten, een bedrag dat de club niet zelf kan ophoesten en waarbij de gemeente dus opnieuw voor een deel garant zal moeten staan.
Volgens Schneider 'zou het heel goed mogelijk kunnen zijn' dat ook een gerenoveerde Kuip Feyenoord structureel terug naar de top kan brengen: 'als je de plannen van Red de Kuip optimaliseert, kan het best zo zijn dat het met een renovatievariant kan.' Zou mogelijk kunnen zijn, kan best zo zijn... allemaal gespeculeer, slagen in de lucht, wensen als vaders van de gedachte. Het financieringsplan voor een nieuw stadion is ondanks de uitgebreide onderbouwing 'een te groot risico', vindt Schneider. Nee, dan kun je beter inzetten op een plan dat nog helemaal geen onderbouwing heeft.
Ook de 'crisis' wordt er weer met de haren bijgesleept. Zeker vanwege de economische crisis mogen we het risico niet nemen, dat verhaaltje. In plaats van als een hinderlijke belemmering om te investeren lijkt de crisis steeds vaker als een welkom excuus om de hand op de knip te houden te worden beschouwd. De Kuip werd tijdens de vorige crisis gebouwd, in de jaren dertig. Toen was men blij en trots dat er iets groots werd verricht waar ook toekomstige generaties profijt van zouden hebben, en waarbij ook nog eens vele werklozen aan het werk konden worden gezet. Nu ligt de angst en de apathie als een deken over alles heen en dommelen we steeds verder weg in een collectieve verdoving.
De Kuip is een weergaloos stadion, een heilige tempel. Laat het geen lege kerk worden, geen verstild mausoleum.
Afgelopen donderdag zou de Rotterdamse gemeenteraad stemmen over een voorstel van het college van B&W tot het verlenen van een bankgarantie, maar de politieke besluitvorming werd al op voorhand in de media uitgespeeld. Eerst liet coalitiepartij D66 al uitlekken tegen het voorstel te zullen stemmen. De andere coalitiepartijen VVD, CDA en PvdA moesten daarom de steun vergaren van een oppositiepartij, en de enige partij die zich nog niet voor of tegen het plan had uitgesproken was Leefbaar Rotterdam.
Woensdagavond gooide fractievoorzitter Schneider zijn kaarten al op tafel bij het evangelische kringgesprek genaamd Knevel & Van den Brink: zijn fractie ging morgen tegenstemmen. Dat bleek de volgende dag al niet meer nodig, want het college had het voorstel ingetrokken: Waarom het plan nog in stemming brengen als het resultaat al bekend is? Democratisch uiterst dubieus, maar geef ze eens ongelijk. Schneider boos natuurlijk. Maar hij had al voor zijn beurt gesproken.
De leiding van Feyenoord stelt: zonder nieuw stadion moeten we commercieel pas op de plaats maken, verliezen we de aansluiting met de top en worden we nooit meer kampioen. Het is een ijzeren wet dat stilstand achteruitgang betekent, zeker in de topsport, en vele clubs hebben reeds bewezen dat vooruitgang en sportief succes staat of valt bij uitbreiding van de commerciële mogelijkheden, in concreto het betrekken van een nieuw onderkomen.
Tegenstanders onder de supporters - de meerderheid - willen renovatie van het huidige stadion. Ze zeggen dat het verlies van de unieke sfeer van De Kuip niet opweegt tegen de kansen die een nieuw stadion biedt. Het zullen echter toch de supporters zelf zijn die die sfeer creëren, ook in een nieuw stadion. Het zogenaamde alternatief van Red de Kuip om te renoveren en een derde ring te bouwen is vooralsnog louter wensdenken; dat plan is nog helemaal niet uitgewerkt. Bovendien gaat ook dat idee minstens 117 miljoen euro kosten, een bedrag dat de club niet zelf kan ophoesten en waarbij de gemeente dus opnieuw voor een deel garant zal moeten staan.
Volgens Schneider 'zou het heel goed mogelijk kunnen zijn' dat ook een gerenoveerde Kuip Feyenoord structureel terug naar de top kan brengen: 'als je de plannen van Red de Kuip optimaliseert, kan het best zo zijn dat het met een renovatievariant kan.' Zou mogelijk kunnen zijn, kan best zo zijn... allemaal gespeculeer, slagen in de lucht, wensen als vaders van de gedachte. Het financieringsplan voor een nieuw stadion is ondanks de uitgebreide onderbouwing 'een te groot risico', vindt Schneider. Nee, dan kun je beter inzetten op een plan dat nog helemaal geen onderbouwing heeft.
Ook de 'crisis' wordt er weer met de haren bijgesleept. Zeker vanwege de economische crisis mogen we het risico niet nemen, dat verhaaltje. In plaats van als een hinderlijke belemmering om te investeren lijkt de crisis steeds vaker als een welkom excuus om de hand op de knip te houden te worden beschouwd. De Kuip werd tijdens de vorige crisis gebouwd, in de jaren dertig. Toen was men blij en trots dat er iets groots werd verricht waar ook toekomstige generaties profijt van zouden hebben, en waarbij ook nog eens vele werklozen aan het werk konden worden gezet. Nu ligt de angst en de apathie als een deken over alles heen en dommelen we steeds verder weg in een collectieve verdoving.
De Kuip is een weergaloos stadion, een heilige tempel. Laat het geen lege kerk worden, geen verstild mausoleum.
donderdag 11 april 2013
Thatcher en de crises van '80 en nu (II)
III
Twee opmerkingen uit het vorige stuk moeten worden bijgesteld, omdat ze respectievelijk achterhaald en onjuist zijn. Vandaag bereikten de sociale partners dan toch een akkoord. En inderdaad kon dat alleen tot stand komen door af te zien van enkele miljardenbesparingen en de Brusselse drieprocenteis aldus voorlopig manmoedig te negeren om de economie niet kapot te hoeven bezuinigen. Benieuwd of Van Rompuy zondag weer in Buitenhof komt vertellen dat we niks te vertellen hebben op dat punt.
Ook het slot klopte niet helemaal. Terugblikken vanuit de crisis van 2030 impliceert dat het in de tussentijd weer als vanouds goed is gegaan, impliceert de vertrouwde conjunctuurbeweging van neergang en opgang en weer neergang, enzovoort, met op lange termijn een vaste trend omhoog. Het bijzondere van de huidige crisis is echter dat deze een overgangsperiode is naar een totaal andere constellatie. We zijn op onze grenzen gestuit, naar het schijnt.
Pessimisme is niet goed voor de economie, maar je wordt vanzelf somber als je het nieuws van de dag volgt. Neem vandaag. Vliegtuigen die vanaf de grond kunnen worden gehackt; lekke internetmodems; die verschrikkelijke 'dDos'-aanvallen. Digitale bedreigingen, die duidelijk maken dat we veel te afhankelijk zijn geworden van computers en virtuele systemen die we nauwelijks nog in de hand hebben. Het Nibud roept zelfs op contant geld in huis te halen. Nog niet zo lang geleden werd vrolijk voorspeld dat het nu echt niet meer lang zou duren voor het fysieke geld verdwenen zal zijn en er alleen nog digitaal geld bestaat en we alles met onze smartfoons betalen. Tel uit je winst.
En natuurlijk is ook ons zorgenkind de euro niet uit het nieuws weg te slaan. De molensteen van de Europese eenwording. Ooit bedacht vanuit het ideaal van 'nooit meer oorlog'. Terwijl in glazen torens de eenwording werd geregeld bleef het daarbuiten decennialang pais en vree, nu is de Europese munt nauwelijks tien jaar in omloop of de pleuris breekt uit. De Duitse premier wordt de nieuwe Hitler genoemd en bijna zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog valt zelfs het nooit meer voor mogelijk geachte woord 'herstelbetalingen'. Tel uit je winst.
Probeer dan maar eens door te arbeiden aan je toekomst alsof er niks aan de hand is.
IV
Het verslag van de Raad van State dat deze week verscheen, spreekt boekdelen. Het gebiedt de politieke leiders het volk duidelijk te maken dat de versobering van de verzorgingsstaat geen kwestie van aan de laagconjunctuur aangepaste maatregelen is, maar een verandering van blijvende aard betekent: het wordt nog heel lang alleen maar minder en daarna wordt het niet meer veel beter. Zoals Dijkshoorn al terecht opmerkte in de Volkskrant: 'Je moet als overheid uitstralen dat niet alles kan. Geluk is niet te koop, hoe belegen dat ook klinkt.'
Probleem is natuurlijk dat dit niet slechts een kwestie is van duidelijkheid verschaffen, van informeren, maar een hele mentaliteitsverandering vergt. We zijn geluk en welvaart immers als de norm gaan zien, als recht dat we kunnen opeisen, iets wat je redelijkerwijs mag verwachten te verwerven. Ik merk het in mijn omgeving, ook bij de vorige generatie, die nog steeds veronderstelt dat het ooit weer wordt zoals voor deze crisis. Dat het een normale verwachting is dat je ooit een huis zult kopen met tonnen geleend geld. Dijkshoorn: 'Ik woon in een nieuwbouwwijk, waar ik een huis huur. Om mij heen zijn er veel koopwoningen. Met open mond loop ik er rond. Waar halen de mensen het vandaan? [...] Het is niet: ik ben blij dat ik een kamer heb en goed kan leven. [...] Blinde ambitie. Ik heb nog nooit zoveel teleurgestelde mensen van 28 gezien als nu.'
De laatste dagen zijn we doodgegooid met anekdotes over Thatcher. Die me het meest is bijgebleven is dat ze erop stond elke dag zelf te koken voor haar man Denis en zichzelf. Dat is dan toch de ingebouwde huisvrouw die zich niet verloochent. Het deed me ergens denken aan wat Ad van Liempt in De Oorlog (2009) schrijft over de Hongerwinter: die is alleen niet fataal geworden door 'de ongekende inspanningen en inventiviteit van de Nederlandse huisvrouw'. (200)
Misschien is dat wel wat me meer dan ooit nodig hebben: de huisvrouwenmentaliteit, die de oude deugd van op het huishoudboekje passen combineert met een gezonde werkethiek en afzien van ambitie. Niet lullen maar poetsen, tevreden zijn met wat je hebt. Wij moeten allemaal huisvrouw worden.
Twee opmerkingen uit het vorige stuk moeten worden bijgesteld, omdat ze respectievelijk achterhaald en onjuist zijn. Vandaag bereikten de sociale partners dan toch een akkoord. En inderdaad kon dat alleen tot stand komen door af te zien van enkele miljardenbesparingen en de Brusselse drieprocenteis aldus voorlopig manmoedig te negeren om de economie niet kapot te hoeven bezuinigen. Benieuwd of Van Rompuy zondag weer in Buitenhof komt vertellen dat we niks te vertellen hebben op dat punt.
Ook het slot klopte niet helemaal. Terugblikken vanuit de crisis van 2030 impliceert dat het in de tussentijd weer als vanouds goed is gegaan, impliceert de vertrouwde conjunctuurbeweging van neergang en opgang en weer neergang, enzovoort, met op lange termijn een vaste trend omhoog. Het bijzondere van de huidige crisis is echter dat deze een overgangsperiode is naar een totaal andere constellatie. We zijn op onze grenzen gestuit, naar het schijnt.
Pessimisme is niet goed voor de economie, maar je wordt vanzelf somber als je het nieuws van de dag volgt. Neem vandaag. Vliegtuigen die vanaf de grond kunnen worden gehackt; lekke internetmodems; die verschrikkelijke 'dDos'-aanvallen. Digitale bedreigingen, die duidelijk maken dat we veel te afhankelijk zijn geworden van computers en virtuele systemen die we nauwelijks nog in de hand hebben. Het Nibud roept zelfs op contant geld in huis te halen. Nog niet zo lang geleden werd vrolijk voorspeld dat het nu echt niet meer lang zou duren voor het fysieke geld verdwenen zal zijn en er alleen nog digitaal geld bestaat en we alles met onze smartfoons betalen. Tel uit je winst.
En natuurlijk is ook ons zorgenkind de euro niet uit het nieuws weg te slaan. De molensteen van de Europese eenwording. Ooit bedacht vanuit het ideaal van 'nooit meer oorlog'. Terwijl in glazen torens de eenwording werd geregeld bleef het daarbuiten decennialang pais en vree, nu is de Europese munt nauwelijks tien jaar in omloop of de pleuris breekt uit. De Duitse premier wordt de nieuwe Hitler genoemd en bijna zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog valt zelfs het nooit meer voor mogelijk geachte woord 'herstelbetalingen'. Tel uit je winst.
Probeer dan maar eens door te arbeiden aan je toekomst alsof er niks aan de hand is.
IV
Het verslag van de Raad van State dat deze week verscheen, spreekt boekdelen. Het gebiedt de politieke leiders het volk duidelijk te maken dat de versobering van de verzorgingsstaat geen kwestie van aan de laagconjunctuur aangepaste maatregelen is, maar een verandering van blijvende aard betekent: het wordt nog heel lang alleen maar minder en daarna wordt het niet meer veel beter. Zoals Dijkshoorn al terecht opmerkte in de Volkskrant: 'Je moet als overheid uitstralen dat niet alles kan. Geluk is niet te koop, hoe belegen dat ook klinkt.'
Probleem is natuurlijk dat dit niet slechts een kwestie is van duidelijkheid verschaffen, van informeren, maar een hele mentaliteitsverandering vergt. We zijn geluk en welvaart immers als de norm gaan zien, als recht dat we kunnen opeisen, iets wat je redelijkerwijs mag verwachten te verwerven. Ik merk het in mijn omgeving, ook bij de vorige generatie, die nog steeds veronderstelt dat het ooit weer wordt zoals voor deze crisis. Dat het een normale verwachting is dat je ooit een huis zult kopen met tonnen geleend geld. Dijkshoorn: 'Ik woon in een nieuwbouwwijk, waar ik een huis huur. Om mij heen zijn er veel koopwoningen. Met open mond loop ik er rond. Waar halen de mensen het vandaan? [...] Het is niet: ik ben blij dat ik een kamer heb en goed kan leven. [...] Blinde ambitie. Ik heb nog nooit zoveel teleurgestelde mensen van 28 gezien als nu.'
De laatste dagen zijn we doodgegooid met anekdotes over Thatcher. Die me het meest is bijgebleven is dat ze erop stond elke dag zelf te koken voor haar man Denis en zichzelf. Dat is dan toch de ingebouwde huisvrouw die zich niet verloochent. Het deed me ergens denken aan wat Ad van Liempt in De Oorlog (2009) schrijft over de Hongerwinter: die is alleen niet fataal geworden door 'de ongekende inspanningen en inventiviteit van de Nederlandse huisvrouw'. (200)
Misschien is dat wel wat me meer dan ooit nodig hebben: de huisvrouwenmentaliteit, die de oude deugd van op het huishoudboekje passen combineert met een gezonde werkethiek en afzien van ambitie. Niet lullen maar poetsen, tevreden zijn met wat je hebt. Wij moeten allemaal huisvrouw worden.
maandag 8 april 2013
Thatcher en de crises van '80 en nu
I
Aan het overlijden van Margaret Thatcher lijkt een cynische timing van de Tijdgeest ten grondslag te liggen. De vrouw wier naam altijd verbonden zal blijven aan de diepe economische crisis, bittere werkloosheid en keiharde maatregelen van de jaren '80 overlijdt immers precies dertig jaar later in een tijd dat men opnieuw zucht onder economische neergang, massaontslagen en pijnlijke besparingen.
De huidige crisis, zo wordt her en der geconstateerd, heeft het niveau van de jaren '80 bereikt. De werkloosheid is het hoogst sinds 1984, het consumentenvertrouwen even laag als het dieptepunt van 1982, de koopkracht daalt al meer jaren op rij dan in de jaren '80 het geval was. Thatcher, Reagan in Amerika, bij ons Ruud Lubbers, voerden in de jaren '80 een 'no nonsens'-beleid met ingrijpende bezuinigingen en hervormingen. Ook nu moeten Cameron, Obama, Rutte vele miljarden besparen. Er is veel discussie over de gevolgen van deze harde bezuinigingen. Het begrotingstekort moet worden teruggedrongen, zoveel is zeker, maar tegelijk moet de economie gestimuleerd worden. 'Kapotbezuinigen' is een woord dat nogal eens valt.
De rol van 'Brussel' is tegelijk fascinerend en beangstigend. De 'drieprocentnorm' is een heilige graal geworden waarvoor iedere Europese ridder vanuit het Brusselse kasteel eropuit gestuurd wordt, maar die menigeen tot de ondergang drijft. ING berekende vorig jaar dat met 'reguliere' bezuinigingen de economische groei 1% zou bedragen, maar dat wanneer, om de Brusselse drieprocentnorm te halen, hardere bezuinigingen zouden volgen, de groei zou ombuigen tot een krimp van 1,5%. Moeten we die drieprocentnorm dan niet eerder zien als een soort Gouden Standaard, zoals in de jaren '30, die als object van blindstaren de crisis eerder zal verhevigen en verlengen dan verzachten en verkorten? Daar zou ik de televisie-economen weleens over willen horen.
De Grote Bezuinigers van de jaren '80 worden de huidige leiders regelmatig ten voorbeeld gesteld. Feit is dat Thatcher, Reagan, Lubbers met hun beleid uiteindelijk konden meeliften op een aantrekkende wereldeconomie. Ik vraag me dan af of er een volgorde is: trok die aan vanwege de bezuinigingen? Of konden de bezuinigingen alleen maar succesvol zijn omdat de wereldeconomie het beleid wind in de zeilen gaf? Een tweede geluk van Lubbers was het sociaal akkoord van Wassenaar. Ook nu zijn de sociale partners in onderhandeling. Bij monde van werkgeversbestuurder Ed Nijpels is al publiek geworden dat een akkoord er dit keer niet in zit als het kabinet vast blijft houden aan de drieprocentnorm.
II
Ik heb de crisis van de jaren '80 natuurlijk niet bewust meegemaakt, maar het beeld dat ik ervan heb is dat van een donkere, sombere tijd, met 'uitzichtloosheid' als sleutelwoord. Dat komt vooral door de culturele beelden en verhalen die er over die periode zijn overgeleverd, het cultureel collectief geheugen. In de literatuur De man die werk vond (1985) van Herman Brusselmans, een indringende roman waarin de ellende van elke bladzijde afdruipt.
Voetbalgeschiedenis niet te vergeten. De verhalen en zeker ook de foto's. De 'dark eighties' van het voetbal. Nergens zijn voetbal en politiek zo verstrengeld als in Groot-Brittannië. Thatchers maatregelen - vooral het sluiten van de mijnen - maakten veel slachtoffers in de working class, waaruit traditioneel de meeste voetbalsupporters gerekruteerd worden. Vooral Yorkshire, Liverpool en omstreken, Schotland en Wales liepen littekens voor het leven op. Het hooliganisme tierde welig, en werd zelfs een voorpost in het verzet tegen het regeringsbeleid. 'We're havin' a party when Thatcher dies' is een beruchte leus uit die tijd. Vandaag werd inderdaad op verschillende plaatsen het overlijden van Thatcher 'gevierd'.
En natuurlijk de muziek. De klanken van Joy Division, The Smiths waaruit de hopeloosheid opstijgt, maar zeker ook bepaalde liedjes die met hun teksten voor mij een tijdsbeeld neerzetten: 'Telegraph Road' (1982) van Dire Straits uit Thatchers Engeland, en 'My Hometown' (1985) van Bruce Springsteen uit Reagans Amerika, met gelijkaardige, diepe indruk makende regels, respectievelijk 'I used to like to go to work but they shut it down / I got a right to go to work but there's no work here to be found' en 'Main Street's whitewashed windows and vacant stores / Seems like there ain't nobody wants to come down here no more / They're closing down the textile mill across the railroad tracks / Foreman says these jobs are going boys and they aint coming back'.
De zware doem die over dat alles hangt, dat is voor mij de jaren '80. Hoewel de huidige crisis dus gelijkgesteld wordt aan die van de jaren '80 heb ik niet direct het idee dat de sfeer in het land en elders even naargeestig is als toen, althans niet zichtbaar. Terwijl de tekenen des tijds er toch zijn: overal gaan bedrijven op de fles, belanden mensen op straat, komen jongeren massaal niet aan de bak. Wat doet de 'cultuur' daarmee? Worden er nu ook weer liedjes gemaakt, boeken geschreven, die later als schetsen van een tijdsbeeld, van de crisis van deze jaren zullen worden gecanoniseerd? Misschien kunnen we daar pas antwoord op geven tijdens de crisisjaren van 2030.
Aan het overlijden van Margaret Thatcher lijkt een cynische timing van de Tijdgeest ten grondslag te liggen. De vrouw wier naam altijd verbonden zal blijven aan de diepe economische crisis, bittere werkloosheid en keiharde maatregelen van de jaren '80 overlijdt immers precies dertig jaar later in een tijd dat men opnieuw zucht onder economische neergang, massaontslagen en pijnlijke besparingen.
De huidige crisis, zo wordt her en der geconstateerd, heeft het niveau van de jaren '80 bereikt. De werkloosheid is het hoogst sinds 1984, het consumentenvertrouwen even laag als het dieptepunt van 1982, de koopkracht daalt al meer jaren op rij dan in de jaren '80 het geval was. Thatcher, Reagan in Amerika, bij ons Ruud Lubbers, voerden in de jaren '80 een 'no nonsens'-beleid met ingrijpende bezuinigingen en hervormingen. Ook nu moeten Cameron, Obama, Rutte vele miljarden besparen. Er is veel discussie over de gevolgen van deze harde bezuinigingen. Het begrotingstekort moet worden teruggedrongen, zoveel is zeker, maar tegelijk moet de economie gestimuleerd worden. 'Kapotbezuinigen' is een woord dat nogal eens valt.
De rol van 'Brussel' is tegelijk fascinerend en beangstigend. De 'drieprocentnorm' is een heilige graal geworden waarvoor iedere Europese ridder vanuit het Brusselse kasteel eropuit gestuurd wordt, maar die menigeen tot de ondergang drijft. ING berekende vorig jaar dat met 'reguliere' bezuinigingen de economische groei 1% zou bedragen, maar dat wanneer, om de Brusselse drieprocentnorm te halen, hardere bezuinigingen zouden volgen, de groei zou ombuigen tot een krimp van 1,5%. Moeten we die drieprocentnorm dan niet eerder zien als een soort Gouden Standaard, zoals in de jaren '30, die als object van blindstaren de crisis eerder zal verhevigen en verlengen dan verzachten en verkorten? Daar zou ik de televisie-economen weleens over willen horen.
De Grote Bezuinigers van de jaren '80 worden de huidige leiders regelmatig ten voorbeeld gesteld. Feit is dat Thatcher, Reagan, Lubbers met hun beleid uiteindelijk konden meeliften op een aantrekkende wereldeconomie. Ik vraag me dan af of er een volgorde is: trok die aan vanwege de bezuinigingen? Of konden de bezuinigingen alleen maar succesvol zijn omdat de wereldeconomie het beleid wind in de zeilen gaf? Een tweede geluk van Lubbers was het sociaal akkoord van Wassenaar. Ook nu zijn de sociale partners in onderhandeling. Bij monde van werkgeversbestuurder Ed Nijpels is al publiek geworden dat een akkoord er dit keer niet in zit als het kabinet vast blijft houden aan de drieprocentnorm.
II
Ik heb de crisis van de jaren '80 natuurlijk niet bewust meegemaakt, maar het beeld dat ik ervan heb is dat van een donkere, sombere tijd, met 'uitzichtloosheid' als sleutelwoord. Dat komt vooral door de culturele beelden en verhalen die er over die periode zijn overgeleverd, het cultureel collectief geheugen. In de literatuur De man die werk vond (1985) van Herman Brusselmans, een indringende roman waarin de ellende van elke bladzijde afdruipt.
Voetbalgeschiedenis niet te vergeten. De verhalen en zeker ook de foto's. De 'dark eighties' van het voetbal. Nergens zijn voetbal en politiek zo verstrengeld als in Groot-Brittannië. Thatchers maatregelen - vooral het sluiten van de mijnen - maakten veel slachtoffers in de working class, waaruit traditioneel de meeste voetbalsupporters gerekruteerd worden. Vooral Yorkshire, Liverpool en omstreken, Schotland en Wales liepen littekens voor het leven op. Het hooliganisme tierde welig, en werd zelfs een voorpost in het verzet tegen het regeringsbeleid. 'We're havin' a party when Thatcher dies' is een beruchte leus uit die tijd. Vandaag werd inderdaad op verschillende plaatsen het overlijden van Thatcher 'gevierd'.
En natuurlijk de muziek. De klanken van Joy Division, The Smiths waaruit de hopeloosheid opstijgt, maar zeker ook bepaalde liedjes die met hun teksten voor mij een tijdsbeeld neerzetten: 'Telegraph Road' (1982) van Dire Straits uit Thatchers Engeland, en 'My Hometown' (1985) van Bruce Springsteen uit Reagans Amerika, met gelijkaardige, diepe indruk makende regels, respectievelijk 'I used to like to go to work but they shut it down / I got a right to go to work but there's no work here to be found' en 'Main Street's whitewashed windows and vacant stores / Seems like there ain't nobody wants to come down here no more / They're closing down the textile mill across the railroad tracks / Foreman says these jobs are going boys and they aint coming back'.
De zware doem die over dat alles hangt, dat is voor mij de jaren '80. Hoewel de huidige crisis dus gelijkgesteld wordt aan die van de jaren '80 heb ik niet direct het idee dat de sfeer in het land en elders even naargeestig is als toen, althans niet zichtbaar. Terwijl de tekenen des tijds er toch zijn: overal gaan bedrijven op de fles, belanden mensen op straat, komen jongeren massaal niet aan de bak. Wat doet de 'cultuur' daarmee? Worden er nu ook weer liedjes gemaakt, boeken geschreven, die later als schetsen van een tijdsbeeld, van de crisis van deze jaren zullen worden gecanoniseerd? Misschien kunnen we daar pas antwoord op geven tijdens de crisisjaren van 2030.
donderdag 14 februari 2013
Jelle BC is Hugo BC niet
Ooit waren bankovervallers gevreesde boeven, tegenwoordig zijn de bankiers zelf de grote slechteriken van de maatschappij. Na de overhaaste nationalisatie van de SNS Bank is ex-topman Sjoerd van Keulen de nieuwste bankboef. Met de inlijving van een 'giftig' bouwfonds luidde hij de ondergang van de bank in. Premier Rutte sprak van mismanagement en onderkoning Samsom pleitte voor het terugvorderen van bonussen.
Jelle Brandt Corstius voegde onlangs de daad bij het woord met een oproep aan het volk van Nederland om Van Keulen onder druk te zetten zijn bonus van 1 070 386 euro terug te geven: 'Eis dat hij zijn bonus teruggeeft, bijvoorbeeld om de dikbetaalde ambtenaar mee te betalen die nu aan het hoofd van SNS staat. Spreek hem aan op zijn geweten.' Die eenmansactie heeft voor nogal wat commotie gezorgd. Jelle BC zou veel te ver gaan, vindt menigeen.
Sommige commentatoren vergelijken zijn actie zelfs met de affaire-Buikhuisen eind jaren zeventig waarin zijn vader Hugo Brandt Corstius een zeer kwalijke rol speelde. De Leidse criminoloog Wouter Buikhuisen wilde onderzoek doen naar biologische factoren als oorzaak voor crimineel gedrag. Brandt Corstius ontketende vervolgens met zijn alias Piet Grijs in Vrij Nederland een hetze, waarbij hij de onderzoeker onder meer vergeleek met de Nazi-arts Mengele. Hij bundelde zijn lasterpraatjes in 1978 doodleuk onder de titel Buikhuisen, dom én slecht.
Columnist Bas Heijne trekt nu een parallel met die kwestie: 'De actie van televisiemaker Jelle Brandt Corstius tegen oud-topman Sjoerd van Keulen bleek een akelig staaltje van virtuele stalking onder de dekmantel van een moreel appèl. Het zit in de familie, maar voor zover ik weet heeft Piet Grijs nooit het telefoonnummer van professor Buikhuizen gepubliceerd.' Arend Jan Boekestijn, geduchte flapuit, twitterde 'Helaas kon Jelle Brandt Corstius de verleiding niet weerstaan om net als zijn vader, Piet Grijs in VN, Sjoerd van Keulen te "Buikhuisen".' En ook hoogleraar Harrie Verbon ziet de geschiedenis zich herhalen: 'Zoon Jelle is nu een week geleden net zo’n soort hetze begonnen tegen Sjoerd van Keulen, de ex-topman van SNS.'
Het is bovendien opmerkelijk dat zowel Heijne als Verbon in hun vergelijking de actie van zoon Jelle nog een categorie erger lijken te vinden dan die van pa Hugo. Volgens Heijne had vader tenminste nog het fatsoen geen telefoonnummer te publiceren. Het is nogal kortzichtig om Hugo hiervoor te complimenteren: de opgehitste menigte wist Buikhuisen ook zonder wel te vinden, en de doodsbedreiging is heus niet pas met de doorbraak van het internet en de sociale media groot geworden, integendeel. Kwalificaties als 'virtuele stalking' en 'hetze' zijn dan ook schromelijk overdreven. De enige keer dat Jelle een ietwat dreigende toon aanslaat is waar hij schrijft 'Eis dat hij zijn bonus teruggeeft, [...] Maak hem duidelijk dat hij net zo lang zal worden lastiggevallen tot hij dat doet.'
Verbon wijst op zijn beurt op twee andere verschillen tussen beide affaires, die ook weer allebei in het voordeel van Hugo uitvallen: 'Het verschil met vader Hugo is dat vader nog zelf zijn venijnige stukjes schreef terwijl Jelle aan anderen vraagt om te schrijven.' Of Hugo inderdaad zélf schreef is betwistbaar: hij liet zijn extreemlinkse alter ego Piet Grijs het vuile werk doen en kon zich altijd beroepen op de vrijheid die de columnist geniet om te provoceren en de grenzen op te zoeken. Dan neemt Jelle tenminste nog zelf de verantwoordelijkheid voor zijn woorden. Hij begint zijn oproep bovendien met 'Wat ik zojuist heb gedaan, en wat ik hoop dat jullie ook gaan doen...', dus de aantijging dat hij zelf geen vuile handen durft te maken gaat sowieso al niet meer op.
Ook qua timing staat Hugo er volgens Verbon beter op: 'Een ander verschil is dat vader Hugo zijn hetze begon toen Buikhuisen aan zijn werk wilde beginnen. Jelle was echter in geen velden of wegen te bekennen toen Van Keulen het vastgoedfonds kocht waar SNS aan failliet gegaan is. Dat was in 2006. Waar was Jelle toen? Waarom liet hij toen niet van zich horen?' Het is een tamelijk krankjorum verwijt: alsof Jelle toentertijd als leek had kunnen weten wat Van Keulen beroepshalve wel had kunnen of moeten weten. Verbon verwijt iemand die na een diefstal de politie heeft gebeld dat hij dit niet al vóór de diefstal plaatsvond heeft gedaan.
En waarom zou het in Hugo's voordeel spreken dat hij zijn hetze startte voordat Buikhuisen aan zijn werk had kunnen beginnen? Is het niet eerder veel laakbaarder dat Buikhuisen bij voorbaat en op ideologische gronden het werk onmogelijk werd gemaakt? De invloed van biologische factoren op crimineel gedrag is tegenwoordig onbetwist, maar Buikhuisen was al kapot gemaakt voor hij er een bijdrage aan had kunnen leveren.
Hugo deelde vanuit een extreem benepen tunnelvisie de wereld in goed en kwaad in en iedereen die niet dezelfde ideologie aanhing was automatisch een fascist die monddood gemaakt moest worden. Als de veelgeroemde Nederlandse tolerantie inderdaad ten grave gedragen is, zoals je tegenwoordig overal hoort, dan is zij toch al in die dagen van algehele verstandsverbijstering doodgedrukt op het altaar van de pseudo-progressieve revolutie.
Jelle is Hugo niet. Hugo is de schunnige stoker, de psychopaat die op een ochtend de onschuldige man die gewoon naar zijn werk wil gaan plotseling begint te belasteren. Jelle is eerder als de waakzame burger die met een aantal omstanders de zojuist betrapte boef in afwachting van de politie in de gaten houdt zodat die er niet alsnog snel met de poet vandoor gaat. Nee, Jelle is Hugo niet, dat heeft overigens ook Jelle zelf al eens vastgesteld toen hij zijn vader een 'autist' noemde.
Of Jelle er met zijn actie verstandig aan doet weet ik niet - wat als de omstanders het recht in eigen hand nemen? -, maar die actie gelijkstellen aan of zelfs gevaarlijker achten dan de gewetenloze schurkenstreken van meneer zijn vader is alvast, nou ja, dom én slecht.
Jelle Brandt Corstius voegde onlangs de daad bij het woord met een oproep aan het volk van Nederland om Van Keulen onder druk te zetten zijn bonus van 1 070 386 euro terug te geven: 'Eis dat hij zijn bonus teruggeeft, bijvoorbeeld om de dikbetaalde ambtenaar mee te betalen die nu aan het hoofd van SNS staat. Spreek hem aan op zijn geweten.' Die eenmansactie heeft voor nogal wat commotie gezorgd. Jelle BC zou veel te ver gaan, vindt menigeen.
Sommige commentatoren vergelijken zijn actie zelfs met de affaire-Buikhuisen eind jaren zeventig waarin zijn vader Hugo Brandt Corstius een zeer kwalijke rol speelde. De Leidse criminoloog Wouter Buikhuisen wilde onderzoek doen naar biologische factoren als oorzaak voor crimineel gedrag. Brandt Corstius ontketende vervolgens met zijn alias Piet Grijs in Vrij Nederland een hetze, waarbij hij de onderzoeker onder meer vergeleek met de Nazi-arts Mengele. Hij bundelde zijn lasterpraatjes in 1978 doodleuk onder de titel Buikhuisen, dom én slecht.
Columnist Bas Heijne trekt nu een parallel met die kwestie: 'De actie van televisiemaker Jelle Brandt Corstius tegen oud-topman Sjoerd van Keulen bleek een akelig staaltje van virtuele stalking onder de dekmantel van een moreel appèl. Het zit in de familie, maar voor zover ik weet heeft Piet Grijs nooit het telefoonnummer van professor Buikhuizen gepubliceerd.' Arend Jan Boekestijn, geduchte flapuit, twitterde 'Helaas kon Jelle Brandt Corstius de verleiding niet weerstaan om net als zijn vader, Piet Grijs in VN, Sjoerd van Keulen te "Buikhuisen".' En ook hoogleraar Harrie Verbon ziet de geschiedenis zich herhalen: 'Zoon Jelle is nu een week geleden net zo’n soort hetze begonnen tegen Sjoerd van Keulen, de ex-topman van SNS.'
Het is bovendien opmerkelijk dat zowel Heijne als Verbon in hun vergelijking de actie van zoon Jelle nog een categorie erger lijken te vinden dan die van pa Hugo. Volgens Heijne had vader tenminste nog het fatsoen geen telefoonnummer te publiceren. Het is nogal kortzichtig om Hugo hiervoor te complimenteren: de opgehitste menigte wist Buikhuisen ook zonder wel te vinden, en de doodsbedreiging is heus niet pas met de doorbraak van het internet en de sociale media groot geworden, integendeel. Kwalificaties als 'virtuele stalking' en 'hetze' zijn dan ook schromelijk overdreven. De enige keer dat Jelle een ietwat dreigende toon aanslaat is waar hij schrijft 'Eis dat hij zijn bonus teruggeeft, [...] Maak hem duidelijk dat hij net zo lang zal worden lastiggevallen tot hij dat doet.'
Verbon wijst op zijn beurt op twee andere verschillen tussen beide affaires, die ook weer allebei in het voordeel van Hugo uitvallen: 'Het verschil met vader Hugo is dat vader nog zelf zijn venijnige stukjes schreef terwijl Jelle aan anderen vraagt om te schrijven.' Of Hugo inderdaad zélf schreef is betwistbaar: hij liet zijn extreemlinkse alter ego Piet Grijs het vuile werk doen en kon zich altijd beroepen op de vrijheid die de columnist geniet om te provoceren en de grenzen op te zoeken. Dan neemt Jelle tenminste nog zelf de verantwoordelijkheid voor zijn woorden. Hij begint zijn oproep bovendien met 'Wat ik zojuist heb gedaan, en wat ik hoop dat jullie ook gaan doen...', dus de aantijging dat hij zelf geen vuile handen durft te maken gaat sowieso al niet meer op.
Ook qua timing staat Hugo er volgens Verbon beter op: 'Een ander verschil is dat vader Hugo zijn hetze begon toen Buikhuisen aan zijn werk wilde beginnen. Jelle was echter in geen velden of wegen te bekennen toen Van Keulen het vastgoedfonds kocht waar SNS aan failliet gegaan is. Dat was in 2006. Waar was Jelle toen? Waarom liet hij toen niet van zich horen?' Het is een tamelijk krankjorum verwijt: alsof Jelle toentertijd als leek had kunnen weten wat Van Keulen beroepshalve wel had kunnen of moeten weten. Verbon verwijt iemand die na een diefstal de politie heeft gebeld dat hij dit niet al vóór de diefstal plaatsvond heeft gedaan.
En waarom zou het in Hugo's voordeel spreken dat hij zijn hetze startte voordat Buikhuisen aan zijn werk had kunnen beginnen? Is het niet eerder veel laakbaarder dat Buikhuisen bij voorbaat en op ideologische gronden het werk onmogelijk werd gemaakt? De invloed van biologische factoren op crimineel gedrag is tegenwoordig onbetwist, maar Buikhuisen was al kapot gemaakt voor hij er een bijdrage aan had kunnen leveren.
Hugo deelde vanuit een extreem benepen tunnelvisie de wereld in goed en kwaad in en iedereen die niet dezelfde ideologie aanhing was automatisch een fascist die monddood gemaakt moest worden. Als de veelgeroemde Nederlandse tolerantie inderdaad ten grave gedragen is, zoals je tegenwoordig overal hoort, dan is zij toch al in die dagen van algehele verstandsverbijstering doodgedrukt op het altaar van de pseudo-progressieve revolutie.
Jelle is Hugo niet. Hugo is de schunnige stoker, de psychopaat die op een ochtend de onschuldige man die gewoon naar zijn werk wil gaan plotseling begint te belasteren. Jelle is eerder als de waakzame burger die met een aantal omstanders de zojuist betrapte boef in afwachting van de politie in de gaten houdt zodat die er niet alsnog snel met de poet vandoor gaat. Nee, Jelle is Hugo niet, dat heeft overigens ook Jelle zelf al eens vastgesteld toen hij zijn vader een 'autist' noemde.
Of Jelle er met zijn actie verstandig aan doet weet ik niet - wat als de omstanders het recht in eigen hand nemen? -, maar die actie gelijkstellen aan of zelfs gevaarlijker achten dan de gewetenloze schurkenstreken van meneer zijn vader is alvast, nou ja, dom én slecht.
woensdag 6 februari 2013
Van oude mensen, de pensioenen die eraan gaan
'God forgive me, but an old person without money is pathetic'
(Simon & Garfunkel, 'Voices of Old People', Bookends, 1968)
Een populist boekt in de regel succes wanneer hij in korte tijd op basis van emotie en sentiment een grote groep boze burgers weet te mobiliseren. In die zin is Henk Krol van ouderenpartij 50Plus de jongste - pun intended - populistische hemelbestormer.
De plotselinge stijging in populariteit van Krol doet soms denken aan de even stormachtige opkomst van Fortuyn, Verdonk en Wilders in het recente verleden, waarbij eveneens een mechanisme in werking trad dat eigen lijkt te zijn aan de mediacratie: peilingen lieten een lichte stijging zien, waarop meer mensen zich tot de betreffende politicus en zijn partij bekeerden, waarop de peilingen weer een stijging lieten zien, waarop... enzovoort.
Overigens is de combinatie 'ouderenpartij' en 'populisme' niet nieuw. Franck Eckhardt noemde in zijn studie Pim Fortuyn und die Niederlande. Populismus als Reaktion auf die Globalisierung (2003) Jet Nijpels van het Algemeen Ouderen Verbond (AOV, 1993-1999) al als een voorloper van Fortuyn.
Krol verkoopt nu met succes het verhaal aan de burger dat de ouderen in de huidige bezuinigingsoperatie onevenredig hard in de portemonnee worden gepakt. Diederik Samsom legt steeds weer geduldig uit dat 'we' een extra bijdrage vragen van 'de mensen die het meer kunnen missen'. Tevens benadrukt hij dat er corrigerende maatregelen zijn voor de 'individuele gevallen' die toch in de problemen komen.
Aangezien er meer rijke ouderen zijn dan rijke jongeren dragen de ouderen dus logischerwijs meer bij. Die rijkdom zit echter vooral in het vermogen van de ouderen. In de Volkskrant (4 febr.) schrijft Rutger Bregman: 'Als Nederland behoefte heeft aan een nivelleringsfeestje, dan zou het niet om inkomen maar om vermogen moeten gaan.'
Dit lijkt op wat ik afgelopen november al kort aanstipte toen de discussie woedde over de inkomensafhankelijke zorgpremie: 'De VVD'ers die tegen de inkomensafhankelijke zorgpremie zijn voeren steeds het argument aan dat in Nederland de inkomensverschillen kleiner zijn dan in andere Europese landen. Wat ze er niet bij vermelden is dat de vermogensongelijkheid hier groter is dan waar dan ook. De allerrijksten halen hun weelde niet zozeer uit inkomen maar uit bezit.'
Het probleem is dat dat vermogen hoofdzakelijk bestaat uit een eigen huis dat onverkoopbaar is. Krol haalt bovendien steeds voorbeelden aan van ouderen die in de problemen komen door de maatregelen van de regering, zoals een hogere zorgpremie en minder zorgtoeslag. Het oproer lijkt evenwel niet primair betrekking te hebben op bezuinigingen op ouderenzorg, maar op de aangekondigde pensioenkortingen, dat is waar de ware pijn zit.
En dan is het maar zeer de vraag of Rutte en Samsom de zwartepiet moet worden toegespeeld zoals Krol nu doet. Moet dan niet eerder met de beschuldigende vinger worden gewezen naar de pensioenfondsen die er een potje van hebben gemaakt met bizarre beleggingen? Het ABP bijvoorbeeld verloor veel geld - dat het geacht werd verstandig te beheren - door zo oneindig stom te zijn te beleggen in een hype als Facebook.
Intussen dreigt er een kloof te ontstaan tussen de 'nemende hand' en de 'gevende hand'. De Duitse filosoof Peter Sloterdijk gooide in 2009 maar weer eens knuppel in het hoenderhok met een provocerend artikel in de Frankfurter Allgemeine Zeitung waarin hij voorstelde het gedwongen betalen van belasting te vervangen door vrijwillige giften. In het huidige systeem wordt de belastingbetaler gedwongen tot solidariteit, maar dat systeem zou weleens aan het wankelen gebracht kunnen worden:
'Het kan in de loop van de 21ste eeuw wel eens tot grootschalige ont-solidarisering komen, als de maar al te aannemelijke liberale these van de uitbuiting van de productieven door de onproductieven de sinds lange tijd veel minder plausibele linkse these van de uitbuiting van de arbeid door het kapitaal in populariteit voorbijstreeft.'
Sloterdijk verbaast zich erover dat mensen altijd maar weer netjes hun belastingen betalen. Waarom ontstaat er geen 'antifiscale burgeroorlog', waarin de productieven in opstand komen en weigeren nog langer de helft van hun inkomen af te staan aan de onproductieven?
Je ziet nu al voorzichtig zoiets ontstaan, dat jongeren denken: waarom zou ik in deze tijden extra solidariteit moeten betrachten voor de ouderen als ik zelf niet eens ervan kan uitgaan dat ik later überhaupt nog pensioen zal ontvangen? De huidige crisis is misschien minder een crisis van het neoliberale marktdenken dan een crisis van de sociaaldemocratische beginselen.
(Simon & Garfunkel, 'Voices of Old People', Bookends, 1968)
Een populist boekt in de regel succes wanneer hij in korte tijd op basis van emotie en sentiment een grote groep boze burgers weet te mobiliseren. In die zin is Henk Krol van ouderenpartij 50Plus de jongste - pun intended - populistische hemelbestormer.
De plotselinge stijging in populariteit van Krol doet soms denken aan de even stormachtige opkomst van Fortuyn, Verdonk en Wilders in het recente verleden, waarbij eveneens een mechanisme in werking trad dat eigen lijkt te zijn aan de mediacratie: peilingen lieten een lichte stijging zien, waarop meer mensen zich tot de betreffende politicus en zijn partij bekeerden, waarop de peilingen weer een stijging lieten zien, waarop... enzovoort.
Overigens is de combinatie 'ouderenpartij' en 'populisme' niet nieuw. Franck Eckhardt noemde in zijn studie Pim Fortuyn und die Niederlande. Populismus als Reaktion auf die Globalisierung (2003) Jet Nijpels van het Algemeen Ouderen Verbond (AOV, 1993-1999) al als een voorloper van Fortuyn.
Krol verkoopt nu met succes het verhaal aan de burger dat de ouderen in de huidige bezuinigingsoperatie onevenredig hard in de portemonnee worden gepakt. Diederik Samsom legt steeds weer geduldig uit dat 'we' een extra bijdrage vragen van 'de mensen die het meer kunnen missen'. Tevens benadrukt hij dat er corrigerende maatregelen zijn voor de 'individuele gevallen' die toch in de problemen komen.
Aangezien er meer rijke ouderen zijn dan rijke jongeren dragen de ouderen dus logischerwijs meer bij. Die rijkdom zit echter vooral in het vermogen van de ouderen. In de Volkskrant (4 febr.) schrijft Rutger Bregman: 'Als Nederland behoefte heeft aan een nivelleringsfeestje, dan zou het niet om inkomen maar om vermogen moeten gaan.'
Dit lijkt op wat ik afgelopen november al kort aanstipte toen de discussie woedde over de inkomensafhankelijke zorgpremie: 'De VVD'ers die tegen de inkomensafhankelijke zorgpremie zijn voeren steeds het argument aan dat in Nederland de inkomensverschillen kleiner zijn dan in andere Europese landen. Wat ze er niet bij vermelden is dat de vermogensongelijkheid hier groter is dan waar dan ook. De allerrijksten halen hun weelde niet zozeer uit inkomen maar uit bezit.'
Het probleem is dat dat vermogen hoofdzakelijk bestaat uit een eigen huis dat onverkoopbaar is. Krol haalt bovendien steeds voorbeelden aan van ouderen die in de problemen komen door de maatregelen van de regering, zoals een hogere zorgpremie en minder zorgtoeslag. Het oproer lijkt evenwel niet primair betrekking te hebben op bezuinigingen op ouderenzorg, maar op de aangekondigde pensioenkortingen, dat is waar de ware pijn zit.
En dan is het maar zeer de vraag of Rutte en Samsom de zwartepiet moet worden toegespeeld zoals Krol nu doet. Moet dan niet eerder met de beschuldigende vinger worden gewezen naar de pensioenfondsen die er een potje van hebben gemaakt met bizarre beleggingen? Het ABP bijvoorbeeld verloor veel geld - dat het geacht werd verstandig te beheren - door zo oneindig stom te zijn te beleggen in een hype als Facebook.
Intussen dreigt er een kloof te ontstaan tussen de 'nemende hand' en de 'gevende hand'. De Duitse filosoof Peter Sloterdijk gooide in 2009 maar weer eens knuppel in het hoenderhok met een provocerend artikel in de Frankfurter Allgemeine Zeitung waarin hij voorstelde het gedwongen betalen van belasting te vervangen door vrijwillige giften. In het huidige systeem wordt de belastingbetaler gedwongen tot solidariteit, maar dat systeem zou weleens aan het wankelen gebracht kunnen worden:
'Het kan in de loop van de 21ste eeuw wel eens tot grootschalige ont-solidarisering komen, als de maar al te aannemelijke liberale these van de uitbuiting van de productieven door de onproductieven de sinds lange tijd veel minder plausibele linkse these van de uitbuiting van de arbeid door het kapitaal in populariteit voorbijstreeft.'
Sloterdijk verbaast zich erover dat mensen altijd maar weer netjes hun belastingen betalen. Waarom ontstaat er geen 'antifiscale burgeroorlog', waarin de productieven in opstand komen en weigeren nog langer de helft van hun inkomen af te staan aan de onproductieven?
Je ziet nu al voorzichtig zoiets ontstaan, dat jongeren denken: waarom zou ik in deze tijden extra solidariteit moeten betrachten voor de ouderen als ik zelf niet eens ervan kan uitgaan dat ik later überhaupt nog pensioen zal ontvangen? De huidige crisis is misschien minder een crisis van het neoliberale marktdenken dan een crisis van de sociaaldemocratische beginselen.
woensdag 16 januari 2013
Europa: vooruit of achteruit
De huidige Europese crisis is behalve een economische, financiële crisis ook een politieke, bestuurlijke of zelfs existentiële crisis: het Europese project staat aan de rand van een afgrond. Er moet nu gekozen worden: vooruit of achteruit. Teruggaan is onze eer te na en zou betekenen dat we het onderweg verzamelde weer moeten inleveren; de vraag is bovendien of omkeren überhaupt nog mogelijk is. Vooruitgaan vergt een sprong, een leap of faith, zonder enige garantie dat we de overkant van de kloof halen; bovendien is de weg aan de overzijde in het duister gehuld. Teruggaan willen of kunnen we niet, en vooruitgaan willen of durven we niet. En dus blijven we staan waar we staan, meer en meer elkaar in de weg zittend, verzwakkend, de uitputting nabij.
I
Twee vorig jaar verschenen boeken bepleiten niettemin een van beide opties. In Pro Europa dus tegen de EU noemt Thierry Baudet het Europese project 'fundamenteel instabiel': de aard van het project vereist dat het uiteindelijk zal moeten uitmonden in een eenheidsstaat. Een 'Verenigde Staten van Europa' is echter niet levensvatbaar omdat de onderlinge verschillen tussen de staten veel te groot zijn. Ergo: 'als de EU onvermijdelijk in federalisme uitmondt, en federalisme onhaalbaar is, dan moet de conclusie zijn dat de EU op een dood spoor zit. Dan moeten we niet voortmodderen, en ook geen sprong voorwaarts willen maken. Dan moeten we op zoek naar een uitgang.'
Baudet heeft behalve het aanwijzen van de uitgang nog twee dingen te doen: hij moet allereerst aantonen dat de EU inderdáád onvermijdelijk in federalisme uitmondt en vervolgens beargumenteren dat dat federalisme onwerkbaar is. Hiertoe maakt hij eerst een onderscheid tussen drie manieren waarop staten zich tot elkaar kunnen verhouden: intergouvernementeel (vrijwillige samenwerking tussen landen op basis van unanimiteit), supranationaal (samenwerking met daarnaast een centrale instelling die afzonderlijke staten bepalingen kan opleggen) en federaal (staten vormen tezamen een nieuwe staat die de kerntaken beheert). De EU is nu nog een supranationaal verbond van staten.
Kan de EU supranationaal blijven? Baudet meent van niet, want supranationalisme dwingt in de praktijk tot federalisme: 'Overgedragen bevoegdheden hebben steeds weer nieuwe bevoegdheden nodig om te blijven werken.' Open grenzen vereisen op den duur centraal immigratie- en veiligheidsbeleid en een Europees OM
en sociaal vangnet. De EU als één wereldpolitiek blok vereist een gezamenlijk leger, één ministerie van BuZa, EU-ambassades en één zetel voor Europa in de Veiligheidsraad. Een gezamenlijke munt vereist centraal begrotingstoezicht en één ministerie van Financiën dat alle nationale plannen beoordeelt en er het laatste woord over heeft. En om dit alles onder controle te houden is er een overkoepelende staatsstructuur nodig, met een parlement, een oppositie en een senaat: dan hebben we een federatie.
Is zo'n federatie levensvatbaar, 'is het realistisch?' Baudet meent op alle punten van niet. De uiteenlopende visie op immigratie in de verschillende landen maakt een gedeelde immigratiepolitiek een utopie. Ook ontbreekt 'een Europees nationaal gevoel'. De sociale solidariteit die door open grenzen wordt afgedwongen is bovendien volstrekt onbetaalbaar. Verder ontbreekt legitimiteit onder de bevolking, want wie controleert de machthebbers in Brussel? 'Zeker niet het Europese "publieke debat" en de Europese "democratie". Die bestaan namelijk niet.' Neem daarbij de enorme verschillen in taal, historie, politieke cultuur en ethiek tussen de verschillende naties en het mag duidelijk zijn: 'een politiek-bestuurlijke eenheid wordt Europa simpelweg niet. Nu niet. Over honderd jaar niet. Nooit.'
Baudet pleit daarom voor intergouvernementele samenwerking: 'terug naar vrijhandel en samenwerking op basis van nationale soevereiniteit.' Hij wil allereerst een verbond vormen met Groot-Brittannië, en eventueel ook Denemarken, Finland en Duitsland. Hij wil uit de Schengenzone, afbouw van Brusselse regelgeving, opheffing van het Europees Parlement en ten slotte van de euro, die als grote nadelen heeft een centraal vastgestelde rente, die voor de ene helft van de landen te hoog is en voor de andere te laag, en de onmogelijkheid voor landen hun eigen tekorten te financieren door eigen obligaties op te kopen. De terugkeer naar de nationale munten moet derhalve serieus onderzocht worden. Dat is nogal wat, zo beseft ook Baudet. Maar: 'de keuze is die tussen een geordende, geleidelijke afbouw, en een chaotische, plotselinge, wellicht zelfs gewelddadige explosie.' Want dat laatste is wat Baudet voorziet bij afgedwongen federalisering: oorlog.
II
De sprong voorwaarts is waar Guy Verhofstadt en Daniel Cohn-Bendit voor kiezen met hun manifest Voor Europa! Nu moet ik bekennen dat de achtergrond van de twee auteurs het mij al moeilijk maakt geestdriftig te worden voor hun boodschap. Alleen al de naam Cohn-Bendit maakt mij hels. Cohn-Bendit was namelijk een van de leiders van de studentenopstand in mei '68. Hij is er dus mede verantwoordelijk voor dat de hele zaak toen aan het schijten is gebracht en wil nu wéér een totale omverwerping van de bestaande structuren. Een oproerkraaier die het niet kan laten. Verhofstadt is de laatste jaren vooral in het nieuws als de angstvisioenen verspreidende eurofiel die met dubieuze rekenmethoden meer geld uit de zakken van de burgers wil kloppen om het peperdure Europese project te financieren.
De tekst zelf kan mijn scepsis niet wegnemen. Het manifest, dat het eerste deel van het boek bestrijkt, is een afschuwelijk stuk proza. Barstensvol noodkreten, visioenen en vermaningen. Alles in de gebiedende wijs, rijkelijk gelardeerd met uitroeptekens, waardoor de gebiedende wijs een bevelende wijs wordt. En nergens ook maar het begin van een argument. Veel interessanter is het tweede deel, waarin Cohn-Bendit en Verhofstadt geïnterviewd worden door Jean Quatremer, een Franse journalist die met serieuze tegenwerpingen komt en de heren zo dwingt hun pleidooi toe te lichten.
Ze bedienen zich soms echter van merkwaardige methoden om bezwaren op te heffen. Zo willen ze om een Europese identiteit af te dwingen een Europees paspoort invoeren waarop niet meer zoals nu naar een bepaalde staat wordt verwezen. Op de tegenwerping dat dat impliceert dat iedere Europese burger straks in elke nationale verkiezing mee kan gaan stemmen antwoorden ze doodleuk dat dat ook is wat ze willen: 'Wat zijn de Fransen? Dat zijn de Europeanen die op het Franse grondgebied wonen. We stellen een nieuwe interpretatie van het begrip nationaliteit voor.' De natiestaten zijn het resultaat van een eeuwenlang vormings- en wortelingsproces. Alsof je dat even in één beweging kunt opheffen met een nieuwe definiëring.
Cohn-Bendit brengt allerlei hoogdravende idealen, historische referenties en panoramische vergelijkingen in het geweer, maar wie ze goed leest ontwaart de dictator achter de woorden: 'Toen Marx zich de vraag van de burgerlijke revolutie stelde, oordeelde hij dat zij geen noodzakelijke stap vormde om de proletarische revolutie mogelijk te maken. Voor hem betrof het een historisch proces. Dezelfde redenering kan perfect op het ontstaan van de Gemeenschap worden toegepast.' Oftewel: draagvlak onder de burgers voor een revolutionaire Europese eenwording is niet nodig, want het is toch een historisch proces dat we maar te ondergaan hebben. Het is allemaal van een grenzeloze hoogmoedswaanzin en een stuitende arrogantie.
Die Cohn-Bendit is sowieso een gluiperig mannetje. Hij scheldt op de populisten die met de stem van het volk spreken. Het is een ongelooflijke gotspe. Met zijn Mei '68 heeft hij nota bene aan de wieg gestaan van de individualisering van de maatschappij, van de morele verloedering, van het verdwijnen van de hiërarchiën! Maar nu heeft hij geen goed woord over voor de politici die hier het logische resultaat van zijn en schakelt populisten gelijk met nationaalsocialisten: 'Hele volkeren, met name het Joodse, werden [in de vorige eeuw] haast uitgeroeid. Wie wil dat opnieuw zien gebeuren? De populisten zullen het natuurlijk ontkennen, maar wij zien hen aan het werk waar ze aan de macht komen. Vroeg of laat leidt het nationalisme, omhangen met moderne trekjes, tot precies dezelfde tragedies. Wij zouden wel heel naïef zijn om iets anders te denken.' Dus als u niet voor het Europese project bent, dan hebt u de volgende holocaust op uw geweten.
Eurosceptici worden zonder meer weggezet als reactionairen: 'Het euroscepticisme is een reactionaire houding die de burgers schade berokkent, want de eurosceptici willen de burgers aan hun lot overlaten', oreert Cohn-Bendit, en Verhofstadt voegt daar nog aan toe: 'De eurosceptici willen ons terug laten vallen op het systeem van natiestaten dat in Europa overduidelijk mislukt is.' Volgens mij is Nederland een mooi voorbeeld van het succes van een natiestaat, waar 'nationalisme de kracht is die democratie mogelijk maakt', in de woorden van Baudet. Hier komt mijns inziens dan ook de eurofiele aap uit de mouw: Guy Verhofstadt komt uit België, een land dat er al meer dan 180 jaar niet in slaagt een natiestaat te worden. Hij heeft dus niets te verliezen bij het opheffen van de natiestaten. En Cohn-Bendit is als beroepsanarchist sowieso tegen elke vorm van autoriteit.
III
Baudet onderbouwt zijn bezwaren met voorbeelden uit de recente geschiedenis, met écht bewijs dus, terwijl Verhofstadt en Cohn-Bendit alleen maar visioenen oproepen van wat er allemaal fout zal gaan als we niet kiezen voor een federaal Europa. Zo wijst Baudet op de krankzinnige beslissing van Spanje een generaal pardon te verlenen aan 700 000 illegale immigranten, die daarmee automatisch het recht verwierven vrijelijk door de EU te reizen, wat een zware wissel trekt op de andere landen. Hier kan alleen een centraal immigratiebeleid voor sturing zorgen.
Cohn-Bendit en Verhofstadt jagen feitelijk een utopie na - dat geven ze zelf ook toe -, omdat ze menen dat de natiestaat aan de wieg stond van de gruwelijke wereldoorlogen. Maar het waren juist de utopisten binnen die natiestaten, zij die niet genoeg hadden aan de grenzen van hun natiestaat en een nieuw wereldrijk wilden afdwingen die voor het bloedvergieten hebben gezorgd. Baudet: 'Nationalisme leidt niet tot oorlog. Imperialisme leidt tot oorlog. De ambitie om een Europees rijk te vestigen leidt tot oorlog. De ambitie om verschillende volkeren in een keurslijf te persen leidt tot oorlog. Het is de Europese eenwording, kortom, die leidt tot oorlog.'
Duidelijk moge zijn dat ik Baudet volg in zijn probleemstelling. Zijn uitweg overtuigt echter niet. De terugkeer naar de gulden bijvoorbeeld, dat lijkt me echt een gepasseerd station, hoe wenselijk ook. Ook heeft hij een idee dat ik prachtig vind, maar dat me tevens onuitvoerbaar lijkt en dat behoorlijk in de kosten kan gaan lopen: het 'moet zichtbaar worden op ieders loonstrookje hoeveel geld er naar Brussel gaat. [...] Zodat mensen zich nog meer bewust worden van wat er gaande is.' Een schitterend initiatief, maar als zoiets al in concrete bedragen uit te rekenen valt, dan weegt de overhead niet op tegen de misstand die ermee aangekaart wordt.
Eigenlijk hebben Baudet en Cohn-Bendit & Verhofstadt een gelijke visie op de afgelegde weg naar de kloof: ondoordacht, ondemocratisch, onvermijdelijk leidend tot één consequentie: het supranationale verbond moet een federatie worden om te kunnen werken en de huidige impasse te doorbreken. Het grote verschil is dat Baudet dat onmogelijk en vooral onwenselijk acht terwijl Cohn-Bendit en Verhofstadt dat wel als wenselijk zien (niet eens zozeer mogelijk, want ook zij onderkennen min of meer dat het een gok is, omdat elk precedent ontbreekt). Allen weten dat we op een punt zijn beland waarop we beseffen dat het zo niet verder kan, maar niemand weet hoe het dan wel verder moet. Wilde denkers als Cohn-Bendit en Verhofstadt zeggen: als toch niemand het weet, laten we dan maar iets revolutionairs doen, behoudende denkers als Baudet zeggen: tot hier en niet verder, terug naar waar we vandaan kwamen.
Ik vrees echter dat we al te ver zijn doorgeschoten om nog terug te kunnen. Baudets beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald is een mooi devies, maar weinig waard als we omkeren en achter ons een even groot ravijn aantreffen als voor ons. De politieke leiders hebben ons de laatste decennia een weg in gemanoeuvreerd die niet alleen doodlopend bleek te zijn, maar die ook omkeren zo goed als onmogelijk heeft gemaakt. We kunnen geen kant op. En intussen borrelt en gist de onvrede...
Thierry Baudet - Pro Europa dus tegen de EU. 2012, 93 blz.
Daniel Cohn-Bendit & Guy Verhofstadt - Voor Europa! Een manifest. 2012, 155 blz.
I
Twee vorig jaar verschenen boeken bepleiten niettemin een van beide opties. In Pro Europa dus tegen de EU noemt Thierry Baudet het Europese project 'fundamenteel instabiel': de aard van het project vereist dat het uiteindelijk zal moeten uitmonden in een eenheidsstaat. Een 'Verenigde Staten van Europa' is echter niet levensvatbaar omdat de onderlinge verschillen tussen de staten veel te groot zijn. Ergo: 'als de EU onvermijdelijk in federalisme uitmondt, en federalisme onhaalbaar is, dan moet de conclusie zijn dat de EU op een dood spoor zit. Dan moeten we niet voortmodderen, en ook geen sprong voorwaarts willen maken. Dan moeten we op zoek naar een uitgang.'
Baudet heeft behalve het aanwijzen van de uitgang nog twee dingen te doen: hij moet allereerst aantonen dat de EU inderdáád onvermijdelijk in federalisme uitmondt en vervolgens beargumenteren dat dat federalisme onwerkbaar is. Hiertoe maakt hij eerst een onderscheid tussen drie manieren waarop staten zich tot elkaar kunnen verhouden: intergouvernementeel (vrijwillige samenwerking tussen landen op basis van unanimiteit), supranationaal (samenwerking met daarnaast een centrale instelling die afzonderlijke staten bepalingen kan opleggen) en federaal (staten vormen tezamen een nieuwe staat die de kerntaken beheert). De EU is nu nog een supranationaal verbond van staten.
Kan de EU supranationaal blijven? Baudet meent van niet, want supranationalisme dwingt in de praktijk tot federalisme: 'Overgedragen bevoegdheden hebben steeds weer nieuwe bevoegdheden nodig om te blijven werken.' Open grenzen vereisen op den duur centraal immigratie- en veiligheidsbeleid en een Europees OM
en sociaal vangnet. De EU als één wereldpolitiek blok vereist een gezamenlijk leger, één ministerie van BuZa, EU-ambassades en één zetel voor Europa in de Veiligheidsraad. Een gezamenlijke munt vereist centraal begrotingstoezicht en één ministerie van Financiën dat alle nationale plannen beoordeelt en er het laatste woord over heeft. En om dit alles onder controle te houden is er een overkoepelende staatsstructuur nodig, met een parlement, een oppositie en een senaat: dan hebben we een federatie.
Is zo'n federatie levensvatbaar, 'is het realistisch?' Baudet meent op alle punten van niet. De uiteenlopende visie op immigratie in de verschillende landen maakt een gedeelde immigratiepolitiek een utopie. Ook ontbreekt 'een Europees nationaal gevoel'. De sociale solidariteit die door open grenzen wordt afgedwongen is bovendien volstrekt onbetaalbaar. Verder ontbreekt legitimiteit onder de bevolking, want wie controleert de machthebbers in Brussel? 'Zeker niet het Europese "publieke debat" en de Europese "democratie". Die bestaan namelijk niet.' Neem daarbij de enorme verschillen in taal, historie, politieke cultuur en ethiek tussen de verschillende naties en het mag duidelijk zijn: 'een politiek-bestuurlijke eenheid wordt Europa simpelweg niet. Nu niet. Over honderd jaar niet. Nooit.'
Baudet pleit daarom voor intergouvernementele samenwerking: 'terug naar vrijhandel en samenwerking op basis van nationale soevereiniteit.' Hij wil allereerst een verbond vormen met Groot-Brittannië, en eventueel ook Denemarken, Finland en Duitsland. Hij wil uit de Schengenzone, afbouw van Brusselse regelgeving, opheffing van het Europees Parlement en ten slotte van de euro, die als grote nadelen heeft een centraal vastgestelde rente, die voor de ene helft van de landen te hoog is en voor de andere te laag, en de onmogelijkheid voor landen hun eigen tekorten te financieren door eigen obligaties op te kopen. De terugkeer naar de nationale munten moet derhalve serieus onderzocht worden. Dat is nogal wat, zo beseft ook Baudet. Maar: 'de keuze is die tussen een geordende, geleidelijke afbouw, en een chaotische, plotselinge, wellicht zelfs gewelddadige explosie.' Want dat laatste is wat Baudet voorziet bij afgedwongen federalisering: oorlog.
II
De sprong voorwaarts is waar Guy Verhofstadt en Daniel Cohn-Bendit voor kiezen met hun manifest Voor Europa! Nu moet ik bekennen dat de achtergrond van de twee auteurs het mij al moeilijk maakt geestdriftig te worden voor hun boodschap. Alleen al de naam Cohn-Bendit maakt mij hels. Cohn-Bendit was namelijk een van de leiders van de studentenopstand in mei '68. Hij is er dus mede verantwoordelijk voor dat de hele zaak toen aan het schijten is gebracht en wil nu wéér een totale omverwerping van de bestaande structuren. Een oproerkraaier die het niet kan laten. Verhofstadt is de laatste jaren vooral in het nieuws als de angstvisioenen verspreidende eurofiel die met dubieuze rekenmethoden meer geld uit de zakken van de burgers wil kloppen om het peperdure Europese project te financieren.
De tekst zelf kan mijn scepsis niet wegnemen. Het manifest, dat het eerste deel van het boek bestrijkt, is een afschuwelijk stuk proza. Barstensvol noodkreten, visioenen en vermaningen. Alles in de gebiedende wijs, rijkelijk gelardeerd met uitroeptekens, waardoor de gebiedende wijs een bevelende wijs wordt. En nergens ook maar het begin van een argument. Veel interessanter is het tweede deel, waarin Cohn-Bendit en Verhofstadt geïnterviewd worden door Jean Quatremer, een Franse journalist die met serieuze tegenwerpingen komt en de heren zo dwingt hun pleidooi toe te lichten.
Ze bedienen zich soms echter van merkwaardige methoden om bezwaren op te heffen. Zo willen ze om een Europese identiteit af te dwingen een Europees paspoort invoeren waarop niet meer zoals nu naar een bepaalde staat wordt verwezen. Op de tegenwerping dat dat impliceert dat iedere Europese burger straks in elke nationale verkiezing mee kan gaan stemmen antwoorden ze doodleuk dat dat ook is wat ze willen: 'Wat zijn de Fransen? Dat zijn de Europeanen die op het Franse grondgebied wonen. We stellen een nieuwe interpretatie van het begrip nationaliteit voor.' De natiestaten zijn het resultaat van een eeuwenlang vormings- en wortelingsproces. Alsof je dat even in één beweging kunt opheffen met een nieuwe definiëring.
Cohn-Bendit brengt allerlei hoogdravende idealen, historische referenties en panoramische vergelijkingen in het geweer, maar wie ze goed leest ontwaart de dictator achter de woorden: 'Toen Marx zich de vraag van de burgerlijke revolutie stelde, oordeelde hij dat zij geen noodzakelijke stap vormde om de proletarische revolutie mogelijk te maken. Voor hem betrof het een historisch proces. Dezelfde redenering kan perfect op het ontstaan van de Gemeenschap worden toegepast.' Oftewel: draagvlak onder de burgers voor een revolutionaire Europese eenwording is niet nodig, want het is toch een historisch proces dat we maar te ondergaan hebben. Het is allemaal van een grenzeloze hoogmoedswaanzin en een stuitende arrogantie.
Die Cohn-Bendit is sowieso een gluiperig mannetje. Hij scheldt op de populisten die met de stem van het volk spreken. Het is een ongelooflijke gotspe. Met zijn Mei '68 heeft hij nota bene aan de wieg gestaan van de individualisering van de maatschappij, van de morele verloedering, van het verdwijnen van de hiërarchiën! Maar nu heeft hij geen goed woord over voor de politici die hier het logische resultaat van zijn en schakelt populisten gelijk met nationaalsocialisten: 'Hele volkeren, met name het Joodse, werden [in de vorige eeuw] haast uitgeroeid. Wie wil dat opnieuw zien gebeuren? De populisten zullen het natuurlijk ontkennen, maar wij zien hen aan het werk waar ze aan de macht komen. Vroeg of laat leidt het nationalisme, omhangen met moderne trekjes, tot precies dezelfde tragedies. Wij zouden wel heel naïef zijn om iets anders te denken.' Dus als u niet voor het Europese project bent, dan hebt u de volgende holocaust op uw geweten.
Eurosceptici worden zonder meer weggezet als reactionairen: 'Het euroscepticisme is een reactionaire houding die de burgers schade berokkent, want de eurosceptici willen de burgers aan hun lot overlaten', oreert Cohn-Bendit, en Verhofstadt voegt daar nog aan toe: 'De eurosceptici willen ons terug laten vallen op het systeem van natiestaten dat in Europa overduidelijk mislukt is.' Volgens mij is Nederland een mooi voorbeeld van het succes van een natiestaat, waar 'nationalisme de kracht is die democratie mogelijk maakt', in de woorden van Baudet. Hier komt mijns inziens dan ook de eurofiele aap uit de mouw: Guy Verhofstadt komt uit België, een land dat er al meer dan 180 jaar niet in slaagt een natiestaat te worden. Hij heeft dus niets te verliezen bij het opheffen van de natiestaten. En Cohn-Bendit is als beroepsanarchist sowieso tegen elke vorm van autoriteit.
III
Baudet onderbouwt zijn bezwaren met voorbeelden uit de recente geschiedenis, met écht bewijs dus, terwijl Verhofstadt en Cohn-Bendit alleen maar visioenen oproepen van wat er allemaal fout zal gaan als we niet kiezen voor een federaal Europa. Zo wijst Baudet op de krankzinnige beslissing van Spanje een generaal pardon te verlenen aan 700 000 illegale immigranten, die daarmee automatisch het recht verwierven vrijelijk door de EU te reizen, wat een zware wissel trekt op de andere landen. Hier kan alleen een centraal immigratiebeleid voor sturing zorgen.
Cohn-Bendit en Verhofstadt jagen feitelijk een utopie na - dat geven ze zelf ook toe -, omdat ze menen dat de natiestaat aan de wieg stond van de gruwelijke wereldoorlogen. Maar het waren juist de utopisten binnen die natiestaten, zij die niet genoeg hadden aan de grenzen van hun natiestaat en een nieuw wereldrijk wilden afdwingen die voor het bloedvergieten hebben gezorgd. Baudet: 'Nationalisme leidt niet tot oorlog. Imperialisme leidt tot oorlog. De ambitie om een Europees rijk te vestigen leidt tot oorlog. De ambitie om verschillende volkeren in een keurslijf te persen leidt tot oorlog. Het is de Europese eenwording, kortom, die leidt tot oorlog.'
Duidelijk moge zijn dat ik Baudet volg in zijn probleemstelling. Zijn uitweg overtuigt echter niet. De terugkeer naar de gulden bijvoorbeeld, dat lijkt me echt een gepasseerd station, hoe wenselijk ook. Ook heeft hij een idee dat ik prachtig vind, maar dat me tevens onuitvoerbaar lijkt en dat behoorlijk in de kosten kan gaan lopen: het 'moet zichtbaar worden op ieders loonstrookje hoeveel geld er naar Brussel gaat. [...] Zodat mensen zich nog meer bewust worden van wat er gaande is.' Een schitterend initiatief, maar als zoiets al in concrete bedragen uit te rekenen valt, dan weegt de overhead niet op tegen de misstand die ermee aangekaart wordt.
Eigenlijk hebben Baudet en Cohn-Bendit & Verhofstadt een gelijke visie op de afgelegde weg naar de kloof: ondoordacht, ondemocratisch, onvermijdelijk leidend tot één consequentie: het supranationale verbond moet een federatie worden om te kunnen werken en de huidige impasse te doorbreken. Het grote verschil is dat Baudet dat onmogelijk en vooral onwenselijk acht terwijl Cohn-Bendit en Verhofstadt dat wel als wenselijk zien (niet eens zozeer mogelijk, want ook zij onderkennen min of meer dat het een gok is, omdat elk precedent ontbreekt). Allen weten dat we op een punt zijn beland waarop we beseffen dat het zo niet verder kan, maar niemand weet hoe het dan wel verder moet. Wilde denkers als Cohn-Bendit en Verhofstadt zeggen: als toch niemand het weet, laten we dan maar iets revolutionairs doen, behoudende denkers als Baudet zeggen: tot hier en niet verder, terug naar waar we vandaan kwamen.
Ik vrees echter dat we al te ver zijn doorgeschoten om nog terug te kunnen. Baudets beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald is een mooi devies, maar weinig waard als we omkeren en achter ons een even groot ravijn aantreffen als voor ons. De politieke leiders hebben ons de laatste decennia een weg in gemanoeuvreerd die niet alleen doodlopend bleek te zijn, maar die ook omkeren zo goed als onmogelijk heeft gemaakt. We kunnen geen kant op. En intussen borrelt en gist de onvrede...
Thierry Baudet - Pro Europa dus tegen de EU. 2012, 93 blz.
Daniel Cohn-Bendit & Guy Verhofstadt - Voor Europa! Een manifest. 2012, 155 blz.
maandag 27 augustus 2012
Pensioenkorting? Vind ik niet leuk.
Alexander Pechtold zei zaterdag dat Nederland niet zit te wachten op een rechts kabinet en ook niet op een links kabinet. Hij bedoelt natuurlijk dat D66 niet zit te wachten op de twee varianten die het zonder de club van Pechtold af kunnen.
Nederland is toe aan een stabiel kabinet om orde op zaken te stellen en te hervormen, zei Xander ook nog. Wat D66 onder 'stabiliteit' verstaat lijken we echter eerder als 'stilstand' te moeten begrijpen. De pensioenleeftijd moet sneller omhoog, hebben we Pechtold de laatste jaren uitentreuren horen betogen. Maar wat leert het verkiezingsprogramma van de 66'ers? AOW-leeftijd geleidelijk verhogen naar 67 in 2021. Daarna laten meestijgen met levensverwachting.
In 2021. Dan hebben we inmiddels alweer drie kabinetten gehad.
Of zes, in het huidige tempo.
Dat gemier met die pensioenleeftijd. Nu een maandje erbij, dan over een paar jaar weer een paar weekjes langer doorwerken. Dat zet toch geen zoden aan de dijk. Zeg toch gewoon: AOW-leeftijd blijft 65, zoals de PVV of de SP, of we doen er meteen een of meerdere jaren bij. Dat is hervormen.
En 'meestijgen met de levensverwachting', nog zoiets. Wat wil dat zeggen? Levensverwachting heeft in niet onbelangrijke mate te maken met wat we kunnen en willen doen om mensen langer in leven te houden, niet om ze arbeidsproductief te houden.
Bovendien worden vrouwen gemiddeld 3,9 jaar ouder dan mannen. Moeten vrouwen dan vier jaar langer doorwerken dan mannen? Het zou wel de kroon op de emancipatie zijn.
De pensioenen staan nu al onder druk. De dekkingsgraad van menig fonds heeft het kritieke punt bereikt. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) heeft gewaarschuwd voor een pensioenkorting van 15%. De dekkingsgraad van het fonds is zo laag dat het niet meer voldoende geld in kas heeft om de gepensioneerden hun zuurgespaarde centen uit te keren.
Het ABP klaagt over de ongunstige rekenmethode waarmee de rente wordt berekend. Maar naar nu blijkt heeft het fonds zélf veel geld verspeeld omdat het heeft belegd in aandelen Facebook. Facebook! Wat zijn dat voor koekenbakkers die bij het ABP het geld beheren?! Hebben ze mijn premies misschien ook in CU2 gestoken? In Hyves? In ICQ?
Zulke hypes hebben een korte looptijd, volgen elkaar in ijltempo op, als trainers van Chelsea. Facebook houdt het al iets langer vol maar kondigde zelf het einde aan door naar de beurs te gaan. Ik vul nooit een toto in omdat voorspellen niet bepaald mijn sterkste kant is, maar dat met de beursgang van Facebook dan toch de neergang van deze netwerksite was ingezet, kon zelfs ik nog wel op een briefje geven. Als iets wat werkt naar de beurs gaat, dan is het over met de pret, dat snapt elke boerenlul nog wel.
Pannenkoeken als Alexander Klöpping en Danny Mekic, die hun bestaansrecht ontlenen aan oeverloos leuteren over hoe geweldig en revolutionair en mensheidbevrijdend de asociale media wel niet zijn, hebben de beleggers bij het ABP een vette worst voorgehouden. Die begint inmiddels aardig te schimmelen.
Ik krijg gemiddeld zo'n vierendertig keer per dag de vraag - het is eerder kritiek - wanneer ik nou eens op Facebook ga.
Daar kan nu natuurlijk geen sprake meer van zijn. Als ik nu op Facebook ga, moet ik later nóg langer doorwerken, daar komt het zo'n beetje op neer.
Dan stem ik op 12 september nog liever op Alexander Pechtold, dan loopt het niet zo'n vaart.
Nederland is toe aan een stabiel kabinet om orde op zaken te stellen en te hervormen, zei Xander ook nog. Wat D66 onder 'stabiliteit' verstaat lijken we echter eerder als 'stilstand' te moeten begrijpen. De pensioenleeftijd moet sneller omhoog, hebben we Pechtold de laatste jaren uitentreuren horen betogen. Maar wat leert het verkiezingsprogramma van de 66'ers? AOW-leeftijd geleidelijk verhogen naar 67 in 2021. Daarna laten meestijgen met levensverwachting.
In 2021. Dan hebben we inmiddels alweer drie kabinetten gehad.
Of zes, in het huidige tempo.
Dat gemier met die pensioenleeftijd. Nu een maandje erbij, dan over een paar jaar weer een paar weekjes langer doorwerken. Dat zet toch geen zoden aan de dijk. Zeg toch gewoon: AOW-leeftijd blijft 65, zoals de PVV of de SP, of we doen er meteen een of meerdere jaren bij. Dat is hervormen.
En 'meestijgen met de levensverwachting', nog zoiets. Wat wil dat zeggen? Levensverwachting heeft in niet onbelangrijke mate te maken met wat we kunnen en willen doen om mensen langer in leven te houden, niet om ze arbeidsproductief te houden.
Bovendien worden vrouwen gemiddeld 3,9 jaar ouder dan mannen. Moeten vrouwen dan vier jaar langer doorwerken dan mannen? Het zou wel de kroon op de emancipatie zijn.
De pensioenen staan nu al onder druk. De dekkingsgraad van menig fonds heeft het kritieke punt bereikt. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) heeft gewaarschuwd voor een pensioenkorting van 15%. De dekkingsgraad van het fonds is zo laag dat het niet meer voldoende geld in kas heeft om de gepensioneerden hun zuurgespaarde centen uit te keren.
Het ABP klaagt over de ongunstige rekenmethode waarmee de rente wordt berekend. Maar naar nu blijkt heeft het fonds zélf veel geld verspeeld omdat het heeft belegd in aandelen Facebook. Facebook! Wat zijn dat voor koekenbakkers die bij het ABP het geld beheren?! Hebben ze mijn premies misschien ook in CU2 gestoken? In Hyves? In ICQ?
Zulke hypes hebben een korte looptijd, volgen elkaar in ijltempo op, als trainers van Chelsea. Facebook houdt het al iets langer vol maar kondigde zelf het einde aan door naar de beurs te gaan. Ik vul nooit een toto in omdat voorspellen niet bepaald mijn sterkste kant is, maar dat met de beursgang van Facebook dan toch de neergang van deze netwerksite was ingezet, kon zelfs ik nog wel op een briefje geven. Als iets wat werkt naar de beurs gaat, dan is het over met de pret, dat snapt elke boerenlul nog wel.
Pannenkoeken als Alexander Klöpping en Danny Mekic, die hun bestaansrecht ontlenen aan oeverloos leuteren over hoe geweldig en revolutionair en mensheidbevrijdend de asociale media wel niet zijn, hebben de beleggers bij het ABP een vette worst voorgehouden. Die begint inmiddels aardig te schimmelen.
Ik krijg gemiddeld zo'n vierendertig keer per dag de vraag - het is eerder kritiek - wanneer ik nou eens op Facebook ga.
Daar kan nu natuurlijk geen sprake meer van zijn. Als ik nu op Facebook ga, moet ik later nóg langer doorwerken, daar komt het zo'n beetje op neer.
Dan stem ik op 12 september nog liever op Alexander Pechtold, dan loopt het niet zo'n vaart.
maandag 8 augustus 2011
Doemdenken op zwarte maandag: Te wapen!
WORDT het weer oorlog? Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is een derde mondiale wereldbrand vele malen voorspeld en verwacht. Wapenwedloop, kernwapens, de overbevolking, koloniale wraak: allemaal als mogelijke lonten voor het kruitvat aangemerkt. En nu is er het geld.
Kan de huidige financiële crisis tot oorlog leiden? Een 'monetaire oorlog', waarvoor Sarkozy al eens waarschuwde? De dreiging zou - wederom - uit het Oosten komen: China, met Rusland in de zijspan. Nu houden Amerika en China elkaar nog in een, paradoxaal dankbare, wurggreep: Amerika ergert zich aan de onderwaardering van de yuan door China, maar dat kan zijn munt alleen zo laag houden doordat het Amerikaanse staatsobligaties blijft kopen.
Als de dollar gaat vallen, wat slechts een kwestie van tijd schijnt te zijn, stort het systeem in. Veel lijkt af te hangen van de nieuwe hogepriesters van het kapitaal: de kredietbeoordelaars. Waar die ineens vandaan komen... Ze zijn machtiger dan nationale regeringen. Het is toch onbegrijpelijk dat zulke bedrijfjes in feite de hedendaagse rode knop controleren? En wat helemaal eng is: ze worden ingehuurd door de banken! En China heeft gewoon lekker zijn eigen beoordelaar. (Zie hier)
China is een beetje een mysterieus land. Je weet niet wat ze in petto hebben daar. Het schijnt dat meer dan de helft van de bevolking een koude oorlog met de VS verwacht en het merendeel van de militaire officieren zelfs een hete, echte. Er is een zelfs een kolonel, ene Meng Xianging, die meent dat China zich de komende tien jaar in militair opzicht dusdanig zal gaan bewapenen dat het 'sterk genoeg zal zijn om een direct gevecht met Amerika af te dwingen'. (Zie hier en hier.) Goed, dat wordt dus vechten. En wij zullen dan natuurlijk Amerika moeten gaan helpen. Laten we alvast een strategie uitstippelen.
ONLANGS moest ik mijn bureau op mijn oude kamertje in het ouderlijk huis uitmesten. Tussen de papieren viste ik de brief op die ik rond mijn achttiende verjaardag van Defensie had ontvangen. Ik was dienstplichtig geworden, stond erin, maar de opkomstplicht was opgeschort. Alleen als de veiligheidssituatie erom vraagt, moet ik me melden. Die dienstplicht geldt tot het 45ste levensjaar. Laten we dus in de eerste plaats proberen de situatie nog zo'n twintig jaar te downplayen.
Als de vlam toch in de pan slaat, dan zal ik mijn snor niet drukken. Maar, laten we op dat moment bepaalde mensen eerst naar het front sturen. Allereerst natuurlijk de schuldigen, de veroorzakers. De bankiers dus, of beter: de hele financiële sector. Laptops aan de kant, lichtbruine schoenen uit en kistjes om de voeten. Vooruit sturen we de grootste wittenboordenkliek die er is: de consultants. Deze misdadige beroepsgroep kan mooi als kanonnenvoer dienen.
Verder nog in het eerste peloton: strafrechtadvocaten, trendwatchers, Mounir El Hamdaoui, krakers en de bedenkers van de OV-chipkaart. Zum Frühstück auf nach Peking. Ik ga alvast mijn krediet beoordelen, mijn status verhogen en vervolgens flink wat pangang inslaan. Want een hongerwinter zie ik niet zo zitten.
Kan de huidige financiële crisis tot oorlog leiden? Een 'monetaire oorlog', waarvoor Sarkozy al eens waarschuwde? De dreiging zou - wederom - uit het Oosten komen: China, met Rusland in de zijspan. Nu houden Amerika en China elkaar nog in een, paradoxaal dankbare, wurggreep: Amerika ergert zich aan de onderwaardering van de yuan door China, maar dat kan zijn munt alleen zo laag houden doordat het Amerikaanse staatsobligaties blijft kopen.
Als de dollar gaat vallen, wat slechts een kwestie van tijd schijnt te zijn, stort het systeem in. Veel lijkt af te hangen van de nieuwe hogepriesters van het kapitaal: de kredietbeoordelaars. Waar die ineens vandaan komen... Ze zijn machtiger dan nationale regeringen. Het is toch onbegrijpelijk dat zulke bedrijfjes in feite de hedendaagse rode knop controleren? En wat helemaal eng is: ze worden ingehuurd door de banken! En China heeft gewoon lekker zijn eigen beoordelaar. (Zie hier)
China is een beetje een mysterieus land. Je weet niet wat ze in petto hebben daar. Het schijnt dat meer dan de helft van de bevolking een koude oorlog met de VS verwacht en het merendeel van de militaire officieren zelfs een hete, echte. Er is een zelfs een kolonel, ene Meng Xianging, die meent dat China zich de komende tien jaar in militair opzicht dusdanig zal gaan bewapenen dat het 'sterk genoeg zal zijn om een direct gevecht met Amerika af te dwingen'. (Zie hier en hier.) Goed, dat wordt dus vechten. En wij zullen dan natuurlijk Amerika moeten gaan helpen. Laten we alvast een strategie uitstippelen.
ONLANGS moest ik mijn bureau op mijn oude kamertje in het ouderlijk huis uitmesten. Tussen de papieren viste ik de brief op die ik rond mijn achttiende verjaardag van Defensie had ontvangen. Ik was dienstplichtig geworden, stond erin, maar de opkomstplicht was opgeschort. Alleen als de veiligheidssituatie erom vraagt, moet ik me melden. Die dienstplicht geldt tot het 45ste levensjaar. Laten we dus in de eerste plaats proberen de situatie nog zo'n twintig jaar te downplayen.
Als de vlam toch in de pan slaat, dan zal ik mijn snor niet drukken. Maar, laten we op dat moment bepaalde mensen eerst naar het front sturen. Allereerst natuurlijk de schuldigen, de veroorzakers. De bankiers dus, of beter: de hele financiële sector. Laptops aan de kant, lichtbruine schoenen uit en kistjes om de voeten. Vooruit sturen we de grootste wittenboordenkliek die er is: de consultants. Deze misdadige beroepsgroep kan mooi als kanonnenvoer dienen.
Verder nog in het eerste peloton: strafrechtadvocaten, trendwatchers, Mounir El Hamdaoui, krakers en de bedenkers van de OV-chipkaart. Zum Frühstück auf nach Peking. Ik ga alvast mijn krediet beoordelen, mijn status verhogen en vervolgens flink wat pangang inslaan. Want een hongerwinter zie ik niet zo zitten.
donderdag 7 januari 2010
Een nieuw decennium, een verloren generatie?
Zo. Tweeduizendtien. Over vier jaar komt Volkert van der Graaf alweer vrij.
Het nieuwe decennium kon niet beter beginnen dan met de voorstelling Zonder pardon van Theo Maassen op tv. Als geen ander weet Maassen de staat van het land en de toestand in de wereld met humor en scherpzinnigheid te duiden en te problematiseren. In zijn overigens licht teleurstellende show verklaarde Maassen dat Nederland gegijzeld wordt door de 'voorvochtmensen', de domme klagers die een waas van negativiteit over alles zouden leggen. Ze leggen de schuld van de problemen altijd bij anderen zonder naar zichzelf te kijken. Geert Wilders werd daarbij flink onder vuur genomen. 'Waar is Volkert als je hem nodig hebt?' provoceerde Maassen.
Hoe moeten wij leven in de jaren tweeduizendtien en verder? Een nieuwe generatie wordt twintig, dertig en drukt zijn stempel op de maatschappelijke ontwikkelingen. Welk perspectief kenmerkt die generatie, míjn, ónze generatie? En waar horen wij thuis, wat is onze mentaliteit? Wat betreft dat laatste aspect worden wij wel de 'grenzeloze generatie' genoemd, een generatie die niet meer hechten aan de besloten gemeenschappen van de ouders en grootouders maar juist met het grootste gemak grenzen verlegt, zowel topografische als persoonlijke.
De term 'grenzeloze generatie' bestaat al langer en vindt nu ruim ingang door het gelijknamige boek van Frits Spangenberg en Martijn Lampert uit 2009. Zij beschrijven de jongeren geboren vanaf 1986 als egoïstische burgers die geen grenzen kennen en die het aan sociale en politieke betrokkenheid ontbreekt. Onze generatie zou zich uitleven in kicks, korte sensaties, uiterlijk vertoon en status. De auteurs verwachten dat het met de helft van de jongeren van deze generatie goed zal aflopen, de rest zal de strijd verliezen en zo verworden tot een 'verloren generatie'.
Die verwachting hangt natuurlijk samen met de pessimistische economische en ecologische vooruitzichten. De onze zal de eerste generatie zijn waarvan de vertegenwoordigers het uiteindelijk niet meer beter hebben dan hun ouders. Gedurende de gehele recente geschiedenis overtroffen kinderen hun ouders in welvaart. Het was ook de enige ambitie van de ouders: als mijn kinderen het maar beter hebben dan wij het zelf hebben gehad.
De echte ellende begint naar verluidt in 2012 wanneer de olie en kolen op zijn. De opwarming van de aarde is een onomkeerbaar proces dat hoogstens wat af te remmen is. Tweehonderd jaar industriële vervuiling laat zich niet in enkele jaren ongedaan maken. Theo Maassen maakte bezwaar tegen de demagogen volgens wie de Aarde gered moet worden. De Aarde redt zich wel, het zijn de mensen erop die ten onder dreigen te gaan. Maassen kwam met een interessante metafoor: de Aarde zweet ons uit. Zoals koorts in je lichaam een manier is om de schadelijke invloeden naar buiten de drijven, zo zou de opwarming van de aarde een reactie zijn van de planeet om de mens te lozen. Zonder gekheid is de stijging van de zeespiegel naar alle waarschijnlijkheid het resultaat van een eeuwenlang proces van menselijke invloed, en geen milieumaatregel, hoe streng ook, zal dat proces binnen afzienbare tijd een halt kunnen toeroepen.
Spangenberg en Lampert leggen de schuld deels bij de ouders van nu. Het zijn tandeloze ouders die verzuimen duidelijke grenzen te trekken om maar vooral conflicten te omzeilen. Het huidige veiligheidsprobleem hangt mijns inziens samen met deze ontwikkeling. De sociale controle in het algemeen vermindert. Niet alleen in de straat of wijk - wat al langer het geval is - maar ook steeds meer binnen gezinnen. De grote afwezigen in gevallen van straatterreur zijn altijd de ouders. Jongeren die in een andere, liberalere cultuur terechtkomen hebben juist meer dan wie ook behoefte aan duidelijk omschreven grenzen.
Het maatschappelijke draagvlak voor een tegenbeweging gebaseerd op repressie en uitsluiting, zoals die van Wilders, is dan ook niet primair een xenofobe reactie. Ze vloeit eerder voort uit een algemeen gevoel van onveiligheid en onvrede. Een belangrijke graadmeter is de weerbaarheid van middenstanders. Wanneer winkeliers hun bedrijf moeten sluiten of moeten verhuizen wegens aanhoudende intimidatie, vernieling, roof e.d., dan geeft dat niet alleen aan dat de ordediensten geen vat meer hebben op probleemjongeren, maar ook dat het ouderlijk gezag faalt. Ook nu bij de rellen tussen Molukkers en Marokkanen in Culemborg wordt de vraag waar de ouders zijn niet of nauwelijks gesteld. Hulpverleners, straatcoaches, de ME, de politie, de burgemeester en politiek Den Haag worden opgeroepen in te grijpen, terwijl men bij de primaire opvoeders zou moeten beginnen.
De levensverwachting blijft toenemen, terwijl ook de door stress en jachtigheid gevoede hart- en vaatziekten hun opmars blijven voortzetten. Deze paradox is nog onverklaard, maar dat een zware wissel wordt gelegd op de gezondheidszorg is zeker. De ontwikkelingen vragen om een bewustzijnsaanpassing. Een nieuw type mens. We zullen op de een of andere manier moeten accepteren dat alles minder zal worden.
Er zijn ook voordelen aan het ongebreidelde zelfbewustzijn. Onze generatie is opgegroeid met een nieuwe manier van nieuwsgaring. De journaallezer is slechts een van vele stemmen die een kant van de werkelijkheid belichten. De jongere van vandaag leest, ziet en hoort vluchtig nieuwsberichten, filmpjes, reacties, stemmen en tegenstemmen. Hij stelt zijn oordeel samen op basis van een veelzijdig scala aan bronnen en laat zich niet meer zo makkelijk iets wijs maken.
Tegelijkertijd is het geen probleem meer om zaken te benoemen. Jonge Marokkanen zorgen voor veel overlast, dat staat buiten kijf. En omdat wij op school, in sportclubs, in sociale kringen ook de meerderheid van welwillende allochtonen kennen, is het geen probleem dit expliciet te onderkennen. Juist omdat we weten dat de goeden lijden onder de kwaden, zoals dat altijd het geval is.
Wij zijn per definitie geen revolutionairen. Dat heeft te maken met generaties en tussengeneraties. De babyboomers liftten aanvankelijk mee op de naoorlogse welvaartstoename en rebelleerde vervolgens als de generatie-68, vol van idealen van vrijheid en democratie, tegen ingesleten maatschappijstructuren. Na de tussengeneratie in de jaren zeventig was er in de jaren tachtig een tegencultuur in de vorm van punk en het zich afzetten tegen de spilziek consumerende ouders, maar daarna werd het weer stil. Na de tussengeneratie van de jaren negentig bepaalt de historische conjectuur dat wij, de twintigers van de jaren tweeduizendtien, een nieuwe opstand ontketenen.
Maar neen, wij hebben niets meer om tegenaan te schoppen. Er is geen enkele aanleiding om het ouderlijke gezag te bevechten, een symbolische vadermoord te plegen. Wij zijn welwillend grootgebracht, maximaal profiterend van de ouderlijke bijstand, de ouders die hun welvaart ruimhartig aanwendden om aan de materiële en geestelijke behoeften van hun kinderen te voldoen. Genieten zonder grenzen.
En toch, die grenzeloze generatie, is het geen juk waar we onderuit willen? Juist de jongeren die geen grenzen kennen, manifesteren zich naar de buitenwereld toe. Maar zijn zij representatief voor onze generatie? Een Belgisch onderzoeksteam ondervroeg jongeren naar hun grootste zorg en wat bleek: de meesten maken zich druk om de betaalbaarheid van de pensioenen...
Aan de andere kant: Jongeren noemen zich over het algemeen 'gelukkig' tot 'zeer gelukkig', wat toch van een vreemd, oneigenlijk zelfbeeld moet getuigen. De definitie van 'geluk', van 'gelukkig zijn', wordt nauwelijks ter discussie gesteld. Deze zal overeenkomen met de mate waarin de jongeren hun hunkering naar kortstondig genot weten na te jagen, bestempeld als 'gewoon je ding doen', alleen of hoogstens in een kleine groep. Het is een vorm van geluk die bij uitstek verbonden is aan de levensfase van onbezorgdheid en uitgestelde verantwoordelijkheid. Geluk is echter ook gemoedsrust, een afwezigheid van zorgen. Die zorgen zullen in de toekomst alleen maar toenemen.
Een reclame van kort geleden vergeleek het bankieren toen en nu. Vroeger ging je naar de plaatselijke bank en vroeg je of je wat geld mocht lenen. Nu kijk je eerst eens rond, vergelijk je tarieven en maak je je keuze. Deze ontwikkeling werd als positief voorgesteld, maar de vraag is of dat zo is. Meer dan ooit is er behoefte aan veiligheid, aan zekerheid. De toename van keuzes zorgt voor marktwerking en dat is ten laatste altijd nadelig voor de klant, zo hebben we de laatste jaren geleerd. De financiële voordelen zijn aanvankelijk een gunstig effect, maar dit wordt tenietgedaan door de onbetrouwbaarheid en grote risico's. Je spaargeld is niet meer per definitie veilig op een bank. Het vertrouwen in de instanties wordt ondermijnd en daarmee de fundamenten van een open samenleving.
Je hoeft geen socioloog te zijn om in te zien dat dit op den duur onherroepelijk tot ontworteling en collectieve eenzaamheid leidt. Zeker met het oog op de toekomst: de welvaart zal afnemen en de behoefte aan geborgenheid en zekerheden zal daarmee toenemen. Maar zijn wij niet geconditioneerd om op zijn minst een behoud van ervaren welvaart te eisen? Stilstand leidt tot onvrede, achteruitgang tot oproer. Sluimerende ontevredenheid kan in een verindividualiseerde samenleving niet meer zo eenvoudig opgevangen worden in sociale verbanden, die immers meer en meer verbrokkelen.
De sociale cohesie die zo node gemist wordt, gedijt niet in een samenleving met grenzelozen. Niet voor niets blijft het CDA mensen aanspreken met hun pleidooi voor gezinsleven en gemeenschapszin als belangrijke peilers. Dit appelleert aan de groeiende behoefte aan duidelijkheid en zekerheid in een alsmaar individualiserende wereld. De grenzelozen schreeuwen om grensbepalingen. Groots en meeslepend leven, het is voor de egoïsten.
Het nieuwe decennium kon niet beter beginnen dan met de voorstelling Zonder pardon van Theo Maassen op tv. Als geen ander weet Maassen de staat van het land en de toestand in de wereld met humor en scherpzinnigheid te duiden en te problematiseren. In zijn overigens licht teleurstellende show verklaarde Maassen dat Nederland gegijzeld wordt door de 'voorvochtmensen', de domme klagers die een waas van negativiteit over alles zouden leggen. Ze leggen de schuld van de problemen altijd bij anderen zonder naar zichzelf te kijken. Geert Wilders werd daarbij flink onder vuur genomen. 'Waar is Volkert als je hem nodig hebt?' provoceerde Maassen.
Hoe moeten wij leven in de jaren tweeduizendtien en verder? Een nieuwe generatie wordt twintig, dertig en drukt zijn stempel op de maatschappelijke ontwikkelingen. Welk perspectief kenmerkt die generatie, míjn, ónze generatie? En waar horen wij thuis, wat is onze mentaliteit? Wat betreft dat laatste aspect worden wij wel de 'grenzeloze generatie' genoemd, een generatie die niet meer hechten aan de besloten gemeenschappen van de ouders en grootouders maar juist met het grootste gemak grenzen verlegt, zowel topografische als persoonlijke.
De term 'grenzeloze generatie' bestaat al langer en vindt nu ruim ingang door het gelijknamige boek van Frits Spangenberg en Martijn Lampert uit 2009. Zij beschrijven de jongeren geboren vanaf 1986 als egoïstische burgers die geen grenzen kennen en die het aan sociale en politieke betrokkenheid ontbreekt. Onze generatie zou zich uitleven in kicks, korte sensaties, uiterlijk vertoon en status. De auteurs verwachten dat het met de helft van de jongeren van deze generatie goed zal aflopen, de rest zal de strijd verliezen en zo verworden tot een 'verloren generatie'.
Die verwachting hangt natuurlijk samen met de pessimistische economische en ecologische vooruitzichten. De onze zal de eerste generatie zijn waarvan de vertegenwoordigers het uiteindelijk niet meer beter hebben dan hun ouders. Gedurende de gehele recente geschiedenis overtroffen kinderen hun ouders in welvaart. Het was ook de enige ambitie van de ouders: als mijn kinderen het maar beter hebben dan wij het zelf hebben gehad.
De echte ellende begint naar verluidt in 2012 wanneer de olie en kolen op zijn. De opwarming van de aarde is een onomkeerbaar proces dat hoogstens wat af te remmen is. Tweehonderd jaar industriële vervuiling laat zich niet in enkele jaren ongedaan maken. Theo Maassen maakte bezwaar tegen de demagogen volgens wie de Aarde gered moet worden. De Aarde redt zich wel, het zijn de mensen erop die ten onder dreigen te gaan. Maassen kwam met een interessante metafoor: de Aarde zweet ons uit. Zoals koorts in je lichaam een manier is om de schadelijke invloeden naar buiten de drijven, zo zou de opwarming van de aarde een reactie zijn van de planeet om de mens te lozen. Zonder gekheid is de stijging van de zeespiegel naar alle waarschijnlijkheid het resultaat van een eeuwenlang proces van menselijke invloed, en geen milieumaatregel, hoe streng ook, zal dat proces binnen afzienbare tijd een halt kunnen toeroepen.
Spangenberg en Lampert leggen de schuld deels bij de ouders van nu. Het zijn tandeloze ouders die verzuimen duidelijke grenzen te trekken om maar vooral conflicten te omzeilen. Het huidige veiligheidsprobleem hangt mijns inziens samen met deze ontwikkeling. De sociale controle in het algemeen vermindert. Niet alleen in de straat of wijk - wat al langer het geval is - maar ook steeds meer binnen gezinnen. De grote afwezigen in gevallen van straatterreur zijn altijd de ouders. Jongeren die in een andere, liberalere cultuur terechtkomen hebben juist meer dan wie ook behoefte aan duidelijk omschreven grenzen.
Het maatschappelijke draagvlak voor een tegenbeweging gebaseerd op repressie en uitsluiting, zoals die van Wilders, is dan ook niet primair een xenofobe reactie. Ze vloeit eerder voort uit een algemeen gevoel van onveiligheid en onvrede. Een belangrijke graadmeter is de weerbaarheid van middenstanders. Wanneer winkeliers hun bedrijf moeten sluiten of moeten verhuizen wegens aanhoudende intimidatie, vernieling, roof e.d., dan geeft dat niet alleen aan dat de ordediensten geen vat meer hebben op probleemjongeren, maar ook dat het ouderlijk gezag faalt. Ook nu bij de rellen tussen Molukkers en Marokkanen in Culemborg wordt de vraag waar de ouders zijn niet of nauwelijks gesteld. Hulpverleners, straatcoaches, de ME, de politie, de burgemeester en politiek Den Haag worden opgeroepen in te grijpen, terwijl men bij de primaire opvoeders zou moeten beginnen.
De levensverwachting blijft toenemen, terwijl ook de door stress en jachtigheid gevoede hart- en vaatziekten hun opmars blijven voortzetten. Deze paradox is nog onverklaard, maar dat een zware wissel wordt gelegd op de gezondheidszorg is zeker. De ontwikkelingen vragen om een bewustzijnsaanpassing. Een nieuw type mens. We zullen op de een of andere manier moeten accepteren dat alles minder zal worden.
Er zijn ook voordelen aan het ongebreidelde zelfbewustzijn. Onze generatie is opgegroeid met een nieuwe manier van nieuwsgaring. De journaallezer is slechts een van vele stemmen die een kant van de werkelijkheid belichten. De jongere van vandaag leest, ziet en hoort vluchtig nieuwsberichten, filmpjes, reacties, stemmen en tegenstemmen. Hij stelt zijn oordeel samen op basis van een veelzijdig scala aan bronnen en laat zich niet meer zo makkelijk iets wijs maken.
Tegelijkertijd is het geen probleem meer om zaken te benoemen. Jonge Marokkanen zorgen voor veel overlast, dat staat buiten kijf. En omdat wij op school, in sportclubs, in sociale kringen ook de meerderheid van welwillende allochtonen kennen, is het geen probleem dit expliciet te onderkennen. Juist omdat we weten dat de goeden lijden onder de kwaden, zoals dat altijd het geval is.
Wij zijn per definitie geen revolutionairen. Dat heeft te maken met generaties en tussengeneraties. De babyboomers liftten aanvankelijk mee op de naoorlogse welvaartstoename en rebelleerde vervolgens als de generatie-68, vol van idealen van vrijheid en democratie, tegen ingesleten maatschappijstructuren. Na de tussengeneratie in de jaren zeventig was er in de jaren tachtig een tegencultuur in de vorm van punk en het zich afzetten tegen de spilziek consumerende ouders, maar daarna werd het weer stil. Na de tussengeneratie van de jaren negentig bepaalt de historische conjectuur dat wij, de twintigers van de jaren tweeduizendtien, een nieuwe opstand ontketenen.
Maar neen, wij hebben niets meer om tegenaan te schoppen. Er is geen enkele aanleiding om het ouderlijke gezag te bevechten, een symbolische vadermoord te plegen. Wij zijn welwillend grootgebracht, maximaal profiterend van de ouderlijke bijstand, de ouders die hun welvaart ruimhartig aanwendden om aan de materiële en geestelijke behoeften van hun kinderen te voldoen. Genieten zonder grenzen.
En toch, die grenzeloze generatie, is het geen juk waar we onderuit willen? Juist de jongeren die geen grenzen kennen, manifesteren zich naar de buitenwereld toe. Maar zijn zij representatief voor onze generatie? Een Belgisch onderzoeksteam ondervroeg jongeren naar hun grootste zorg en wat bleek: de meesten maken zich druk om de betaalbaarheid van de pensioenen...
Aan de andere kant: Jongeren noemen zich over het algemeen 'gelukkig' tot 'zeer gelukkig', wat toch van een vreemd, oneigenlijk zelfbeeld moet getuigen. De definitie van 'geluk', van 'gelukkig zijn', wordt nauwelijks ter discussie gesteld. Deze zal overeenkomen met de mate waarin de jongeren hun hunkering naar kortstondig genot weten na te jagen, bestempeld als 'gewoon je ding doen', alleen of hoogstens in een kleine groep. Het is een vorm van geluk die bij uitstek verbonden is aan de levensfase van onbezorgdheid en uitgestelde verantwoordelijkheid. Geluk is echter ook gemoedsrust, een afwezigheid van zorgen. Die zorgen zullen in de toekomst alleen maar toenemen.
Een reclame van kort geleden vergeleek het bankieren toen en nu. Vroeger ging je naar de plaatselijke bank en vroeg je of je wat geld mocht lenen. Nu kijk je eerst eens rond, vergelijk je tarieven en maak je je keuze. Deze ontwikkeling werd als positief voorgesteld, maar de vraag is of dat zo is. Meer dan ooit is er behoefte aan veiligheid, aan zekerheid. De toename van keuzes zorgt voor marktwerking en dat is ten laatste altijd nadelig voor de klant, zo hebben we de laatste jaren geleerd. De financiële voordelen zijn aanvankelijk een gunstig effect, maar dit wordt tenietgedaan door de onbetrouwbaarheid en grote risico's. Je spaargeld is niet meer per definitie veilig op een bank. Het vertrouwen in de instanties wordt ondermijnd en daarmee de fundamenten van een open samenleving.
Je hoeft geen socioloog te zijn om in te zien dat dit op den duur onherroepelijk tot ontworteling en collectieve eenzaamheid leidt. Zeker met het oog op de toekomst: de welvaart zal afnemen en de behoefte aan geborgenheid en zekerheden zal daarmee toenemen. Maar zijn wij niet geconditioneerd om op zijn minst een behoud van ervaren welvaart te eisen? Stilstand leidt tot onvrede, achteruitgang tot oproer. Sluimerende ontevredenheid kan in een verindividualiseerde samenleving niet meer zo eenvoudig opgevangen worden in sociale verbanden, die immers meer en meer verbrokkelen.
De sociale cohesie die zo node gemist wordt, gedijt niet in een samenleving met grenzelozen. Niet voor niets blijft het CDA mensen aanspreken met hun pleidooi voor gezinsleven en gemeenschapszin als belangrijke peilers. Dit appelleert aan de groeiende behoefte aan duidelijkheid en zekerheid in een alsmaar individualiserende wereld. De grenzelozen schreeuwen om grensbepalingen. Groots en meeslepend leven, het is voor de egoïsten.
dinsdag 15 januari 2008
De dag dat de dollar valt
Zeven personen spoelen na een schipbreuk aan op een eiland: zes Aziaten en een Amerikaan. Meteen worden de taken verdeeld. Eén Aziaat gaat drinkwater zoeken, een andere gaat op zoek naar voedsel, weer een andere gaat hout sprokkelen, enz. De taak van de Amerikaan is eten. 's Avonds komen ze weer bij elkaar op het strand en maken er een feestje van met veel spijzen. De Amerikaan eet alles op. Hij laat echter net genoeg kruimels over voor de Aziaten zodat zij de volgende dag weer dezelfde taken kunnen uitvoeren. De Amerikaan is tevreden zo en denkt dat de Aziaten dat ook zijn. Tot die laatsten echter op het idee komen de Amerikaan van het eiland af te schoppen. Op die manier hoeven ze niet meer voor de Amerikaan te zwoegen, hebben ze al het voedsel e.d. voor zichzelf en blijft er bovendien nog tijd over om op het strand te liggen.
Bovenstaande indrukwekkende parabel werd gisteravond door een Amerikaanse investeerder verteld in de documentaire/het scenario De dag dat de dollar valt, een update van een gelijknamige documentaire van een aantal jaren geleden, bedacht door Maarten Schinkel (Economie NRC) en met rollen voor o.a. Twan Huys en Aldith Hunkar. Omdat de financiële crisis in de VS momenteel écht lijkt door te zetten en een serieuze recessie niet ver weg meer lijkt, keek ik met verhoogde interesse. Ik zal in het kort proberen samen te vatten waar het over ging.
Als ik het goed begrepen heb, is het volgende aan de hand. De koers van de dollar is al een tijdje aan het dalen. Waar men voor een dollar in 2002 nog 1,13 euro kreeg, daar had in 2005 de euro al het stokje overgenomen en kreeg men voor een dollar nog maar 75 eurocent. De euro is meer waard dan de dollar en dat verschil loopt op. Probleem is dat Amerika stevig in een neerwaartse spiraal zit van oplopende uitgaven en schulden die reeds torenhoog zijn. De staatsschuld loopt in de biljoenen en blijft gestaag oplopen.
Schinkel toonde een grafiek waarop te zien was hoeveel dollars Amerika per dag leende van andere landen. Dat was altijd een relatief bescheiden bedrag, maar onder Bush zijn de leningen inmiddels opgelopen tot ruim 3 miljard dollar per dag, waarbij vooral van China wordt geleend. Amerika heeft in de recente geschiedenis lang te kampen gehad met een enorm begrotingstekort. Onder Clinton sloeg dat tekort echter om tot zelfs een behoorlijk overschot. Onder Bush kwam een nieuwe kentering en trad een schrikbarend vlugge daling in (o.m. door de belastingverlagingen voor de rijken), waardoor het tekort nu groter is dan ooit.
In Europa en vooral in Azië heeft men jarenlang dollarreserves opgebouwd. Nu de koers van de dollar echter zo hard blijft dalen en de Amerikaanse munt aldus steeds minder waard wordt, komt er onherroepelijk een moment waarop de stemming omslaat en de Aziaten massaal dollars gaan vérkopen. Schinkel situeert deze gebeurtenis in zijn scenario in Singapore. In Europa komen bankdirecteuren bijeen, omdat de beurskoersen daar door de vallende dollar te hard dalen. De obligatiemarkt droogt op en verscheidene beleggingsfondsen gaan op de fles. Banken dreigen zonder liquide middelen te komen zitten.
Het journaal doet bericht van die laatste mededeling. Gevolg is dat er paniek uitbreekt en mensen massaal naar de pinautomaten vliegen om hun geld op te nemen. De banken in Europa komen zo nog sneller met tekorten te zitten. Toen Amerika na de aanslagen van 9/11 haar financieel centrum verwoest zag, schoot Europa te hulp. Nu Europa afstevent op een situatie waarin het niet meer genoeg geld heeft om zijn financiële markten draaiende te houden, verwacht het op zijn beurt hulp vanuit Amerika. Daar klinkt echter het 'America first': men richt zich op de eigen problemen en weigert hulp.
De Europese Centrale Bank pompt - als ik het goed onthouden heb - zoveel mogelijk geld in de economie, maar de automaten raken leeg, kleinere banken gaan failliet en de grotere weigeren nog garant te staan voor de financiering van goederen voor Amerikaanse importeurs. Schepen naar Amerika blijven verplicht in de Rotterdamse haven, waardoor andere schepen niet aan kunnen meren. De ministers van financiën bepalen eenzijdig een nieuwe koers t.o.v. de dollar. Amerika reageert furieus en besluit alle handelsbanden met het buitenland door te snijden. Dit is dramatisch voor Nederland omdat Nederlandse beleggers zo'n 50% van hun geld in Amerika beleggen. Bush spreekt zijn volk toe: 'we're on our own' en Amerika glijdt af tot een geïsoleerd land waar spaarzaamheid, zelfredzaamheid, hard werken en een lagere welvaart het devies zijn.
Dan is er nog Azië. Inmiddels is China de tweede mondiale economie. China heeft enorm belang bij een sterke dollar, aangezien het miljarden aan dollarreserves heeft, die nu afgeboekt dreigen te gaan worden. China protesteert tegen het doorsnijden van de Amerikaanse handelsbanden en de wereld mag zich op gaan maken voor een gewelddadige Chinese buitenlandpolitiek. De OPEC-landen maken kenbaar voortaan de olietransacties in euro's te doen. Niettemin is het ook in Europa crisis. De financiële markten storten in, rellen breken uit. Er wordt gesproken van de grootste economische ramp sinds de 1930's. In het laatste shot zien we iemand een taxi betalen met drie pakjes sigaretten.
Tot zo ver het scenario. Een donkerzwart scenario, een totale catastrofe. Maar in hoeverre berust dit scenario nu op een mogelijke voltrekking? Wat is de verhouding tussen werkelijkheid en fictie? Waar op de lijn tussen best case scenario en worst case scenario moeten we dit situeren? Waarschijnlijk worst case, maar wat is dan best case, of de middenweg?
Het eerste deel van het scenario kan ik goed volgen. Amerika's tekorten blijven maar explosief toenemen en in Azië staat men te popelen om de dollarheerschappij omver te werpen. Aangezien de dollar de wereldreservemunt is, zal een val grote gevolgen hebben voor de wereldeconomie. Het tweede deel kan ik echter minder goed volgen. Wat zorgt er nu voor dat ook wij in Europa meegesleurd worden? Wat is de rol van China bij dit alles? Zal China bij een dalende dollar zijn valutamix niet eerder wijzigen in minder dollars en juist meer euro's? Profiteren wij Europeanen daar dan niet van? Waarom de agressie van China? Laat de parabel niet juist zien dat na de financiële val van Amerika de Chinezen al de macht hebben en 'op het strand kunnen gaan liggen'?
In het tweede gedeelte volgden de gebeurtenissen elkaar (te) snel op. Van financiële crisis was het ineens rellen hier en oorlog daar. Die stappen kon ik helaas niet allemaal even goed volgen. Niettemin was de documentaire beklemmend, liet hij me alerter en wijzer achter dan ik was, maar ook met meer vragen dan ik van tevoren al had.
Bovenstaande indrukwekkende parabel werd gisteravond door een Amerikaanse investeerder verteld in de documentaire/het scenario De dag dat de dollar valt, een update van een gelijknamige documentaire van een aantal jaren geleden, bedacht door Maarten Schinkel (Economie NRC) en met rollen voor o.a. Twan Huys en Aldith Hunkar. Omdat de financiële crisis in de VS momenteel écht lijkt door te zetten en een serieuze recessie niet ver weg meer lijkt, keek ik met verhoogde interesse. Ik zal in het kort proberen samen te vatten waar het over ging.
Als ik het goed begrepen heb, is het volgende aan de hand. De koers van de dollar is al een tijdje aan het dalen. Waar men voor een dollar in 2002 nog 1,13 euro kreeg, daar had in 2005 de euro al het stokje overgenomen en kreeg men voor een dollar nog maar 75 eurocent. De euro is meer waard dan de dollar en dat verschil loopt op. Probleem is dat Amerika stevig in een neerwaartse spiraal zit van oplopende uitgaven en schulden die reeds torenhoog zijn. De staatsschuld loopt in de biljoenen en blijft gestaag oplopen.
Schinkel toonde een grafiek waarop te zien was hoeveel dollars Amerika per dag leende van andere landen. Dat was altijd een relatief bescheiden bedrag, maar onder Bush zijn de leningen inmiddels opgelopen tot ruim 3 miljard dollar per dag, waarbij vooral van China wordt geleend. Amerika heeft in de recente geschiedenis lang te kampen gehad met een enorm begrotingstekort. Onder Clinton sloeg dat tekort echter om tot zelfs een behoorlijk overschot. Onder Bush kwam een nieuwe kentering en trad een schrikbarend vlugge daling in (o.m. door de belastingverlagingen voor de rijken), waardoor het tekort nu groter is dan ooit.
In Europa en vooral in Azië heeft men jarenlang dollarreserves opgebouwd. Nu de koers van de dollar echter zo hard blijft dalen en de Amerikaanse munt aldus steeds minder waard wordt, komt er onherroepelijk een moment waarop de stemming omslaat en de Aziaten massaal dollars gaan vérkopen. Schinkel situeert deze gebeurtenis in zijn scenario in Singapore. In Europa komen bankdirecteuren bijeen, omdat de beurskoersen daar door de vallende dollar te hard dalen. De obligatiemarkt droogt op en verscheidene beleggingsfondsen gaan op de fles. Banken dreigen zonder liquide middelen te komen zitten.
Het journaal doet bericht van die laatste mededeling. Gevolg is dat er paniek uitbreekt en mensen massaal naar de pinautomaten vliegen om hun geld op te nemen. De banken in Europa komen zo nog sneller met tekorten te zitten. Toen Amerika na de aanslagen van 9/11 haar financieel centrum verwoest zag, schoot Europa te hulp. Nu Europa afstevent op een situatie waarin het niet meer genoeg geld heeft om zijn financiële markten draaiende te houden, verwacht het op zijn beurt hulp vanuit Amerika. Daar klinkt echter het 'America first': men richt zich op de eigen problemen en weigert hulp.
De Europese Centrale Bank pompt - als ik het goed onthouden heb - zoveel mogelijk geld in de economie, maar de automaten raken leeg, kleinere banken gaan failliet en de grotere weigeren nog garant te staan voor de financiering van goederen voor Amerikaanse importeurs. Schepen naar Amerika blijven verplicht in de Rotterdamse haven, waardoor andere schepen niet aan kunnen meren. De ministers van financiën bepalen eenzijdig een nieuwe koers t.o.v. de dollar. Amerika reageert furieus en besluit alle handelsbanden met het buitenland door te snijden. Dit is dramatisch voor Nederland omdat Nederlandse beleggers zo'n 50% van hun geld in Amerika beleggen. Bush spreekt zijn volk toe: 'we're on our own' en Amerika glijdt af tot een geïsoleerd land waar spaarzaamheid, zelfredzaamheid, hard werken en een lagere welvaart het devies zijn.
Dan is er nog Azië. Inmiddels is China de tweede mondiale economie. China heeft enorm belang bij een sterke dollar, aangezien het miljarden aan dollarreserves heeft, die nu afgeboekt dreigen te gaan worden. China protesteert tegen het doorsnijden van de Amerikaanse handelsbanden en de wereld mag zich op gaan maken voor een gewelddadige Chinese buitenlandpolitiek. De OPEC-landen maken kenbaar voortaan de olietransacties in euro's te doen. Niettemin is het ook in Europa crisis. De financiële markten storten in, rellen breken uit. Er wordt gesproken van de grootste economische ramp sinds de 1930's. In het laatste shot zien we iemand een taxi betalen met drie pakjes sigaretten.
Tot zo ver het scenario. Een donkerzwart scenario, een totale catastrofe. Maar in hoeverre berust dit scenario nu op een mogelijke voltrekking? Wat is de verhouding tussen werkelijkheid en fictie? Waar op de lijn tussen best case scenario en worst case scenario moeten we dit situeren? Waarschijnlijk worst case, maar wat is dan best case, of de middenweg?
Het eerste deel van het scenario kan ik goed volgen. Amerika's tekorten blijven maar explosief toenemen en in Azië staat men te popelen om de dollarheerschappij omver te werpen. Aangezien de dollar de wereldreservemunt is, zal een val grote gevolgen hebben voor de wereldeconomie. Het tweede deel kan ik echter minder goed volgen. Wat zorgt er nu voor dat ook wij in Europa meegesleurd worden? Wat is de rol van China bij dit alles? Zal China bij een dalende dollar zijn valutamix niet eerder wijzigen in minder dollars en juist meer euro's? Profiteren wij Europeanen daar dan niet van? Waarom de agressie van China? Laat de parabel niet juist zien dat na de financiële val van Amerika de Chinezen al de macht hebben en 'op het strand kunnen gaan liggen'?
In het tweede gedeelte volgden de gebeurtenissen elkaar (te) snel op. Van financiële crisis was het ineens rellen hier en oorlog daar. Die stappen kon ik helaas niet allemaal even goed volgen. Niettemin was de documentaire beklemmend, liet hij me alerter en wijzer achter dan ik was, maar ook met meer vragen dan ik van tevoren al had.
Abonneren op:
Posts (Atom)