Posts tonen met het label Theaterrecensie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Theaterrecensie. Alle posts tonen

dinsdag 9 december 2014

Gezien: De ontdekking van de hemel

Wanneer: woensdag 3 december
Waar: Theater aan de Parade, 's-Hertogenbosch
Wat: De ontdekking van de hemel
Wie: Hummelinck Stuurman, regie Ignace Cornelissen (met Sieger Sloot, Waldemar Torenstra, Genio de Groot, Lidewij Mahler, Lieneke Le Roux en Marijn Claes)

Wie een theaterbewerking maakt van Harry Mulisch' titanische magnum opus De ontdekking van de hemel (1992) staat niet alleen voor de schier onmogelijke taak 900 tjokvolle bladzijden terug te brengen tot een behapbaar verhaal van een paar uur, hij ziet zichzelf ook geconfronteerd met de kwestie van het ongelijkmatige tijdsverloop.

In het derde deel van de roman verstrijkt immers veel meer tijd dan in de overige drie delen. Mulisch worstelde daar zelf ook mee, getuige een in Logboek (2012) gepubliceerde dagboekaantekening van 8 januari 1991: 'Deel I en II [...] bestrijken elk ongeveer acht maanden; Deel IV zal ook een paar maanden bestrijken; maar Deel III achttien jaar! Probleem. Hoe doe ik dat, zonder dat de constructie uit balans raakt en bezwijkt.'

In de romankunst is een elegante oplossing altijd voorhanden: Deel III is opgebouwd als een Bildungsroman. Het opgroeien van Quinten Quist, de uitverkorene die de goddelijke opdracht heeft de Stenen Tafelen terug te bezorgen aan de Hemel, wordt stapsgewijs en doelmatig beschreven. In beschouwende passages wordt het verstrijken van de tijd bovendien extra onderstreept. Op het toneel is zoiets veel moeilijker te verbeelden. Ignace Cornelissen heeft gekozen voor een even gewaagde als dubieuze ingreep: Mulisch treedt zelf op in zijn stuk als regisseur.

De schrijver, gespeeld door Genio de Groot, steekt in het eerste bedrijf al eens, ogenschijnlijk zonder betekenis, van links naar rechts het podium over. Dat lijkt dan nog een grapje, een soort postume cameo, maar in het tweede bedrijf dringt hij zich al wat nadrukkelijker op, zij het nog op de achtergrond, om na de pauze de regie helemaal over te nemen. Hij deelt het publiek expliciet mee dat er een stuk zal worden overgeslagen, spreekt de personages toe en gaat zelfs met ze in discussie.

Het moet gezegd dat deze verrassende oplossing niet onaardig uitpakt, niet alleen omdat zulke metafictie ook veel van Mulisch' werk kenmerkt, maar ook doordat bepaalde groteske - of al te ongeloofwaardige - gebeurtenissen uit het verhaal op die manier geïroniseerd worden. (Onno vraagt aan Quinten hoe Max gestorven is. Door een meteorietinslag, antwoordt de jongen. Waarna Onno zich vol ongeloof omdraait naar de zich achter hem ophoudende Mulisch, die zijn schouders ophaalt alsof hij wil zeggen: tja, ik kan er ook niks aan doen.)

De vriendschap tussen Max Delius en Onno Quist, alter ego's van Mulisch en zijn 'aartsvriend' Jan Hein Donner, staat centraal. Max wordt gespeeld door Sieger Sloot, Onno door Waldemar Torenstra. In het echt - en in de roman - was Donner een kop groter dan Mulisch, 'de reus en de neus' werden ze genoemd, maar hier is het precies andersom: de ranke Sloot steekt boven de wat gedrongen Torenstra uit. Die zet niettemin een sterke Onno neer, geaffecteerd sprekend en slonzig gekleed gaand. Sloot, die ongeveer vierhonderddertig keer zijn jasje opent en weer dichtknoopt, doet niet veel voor zijn tegenspeler onder, al verslikt hij zich vanavond een paar keer in zijn tekst.

Op de tekst is overigens nog wel wat aan te merken. Om een bedwelmende stijl hoeft men Mulisch niet te lezen, maar van grove taalfouten als 'het enige volk die' en 'ik besef me' - godbetert! - zou de auteur zich omdraaien in zijn graf. Wel worden, net als in de bewerkingen van De aanslag en Het stenen bruidsbed, grote stukken van de romantekst vrij getrouw nagevolgd, inclusief de politiek-opiniërende en cultuur-filosofische gedachtegangen.

Zoals ook al het geval was bij de eerdere twee Mulisch-bewerkingen, vroeg ik me gaandeweg de voorstelling wel af of mensen die de roman niet gelezen hebben de zich razendsnel opvolgende ontwikkelingen op de planken wel kunnen bijbenen en vooral navoelen. Quinten, gespeeld door Marijn Claes, krijgt niet echt de ruimte tot een volwaardig karakter uit te groeien en de gebeurtenissen in Rome en Jeruzalem worden in recordtempo afgewerkt.

Ook dreigt de aanwezigheid van 'Mulisch' soms het zicht te benemen op wat er gaande is, zeker na de dood van Max. In plaats van marionettenspeler wordt hij dan van de weeromstuit de nar. De ontdekking van de hemel is voor mij, ondanks de jongensboekachtige suspense, het panoramische tijdsbeeld en de superieure humor, toch in de eerste en de laatste plaats een hoogst ernstig boek, een aanklacht tegen de ontmenselijking van de mens, die ethiek en moraal en het contact met het metafysische meer en meer heeft ingeruild voor slaafse onderwerping aan de techniek.

De combinatie van vaart en lichte humor, soms op het kolderieke of karikaturale af (je kunt je niet helemaal aan de indruk onttrekken dat het Mulisch-personage niet alleen een realiteitsgetrouwe kopie maar vaak ook een beetje een parodie van de meester moet voorstellen), en de diepere thematiek wringt een beetje.

De zaal lachte naar mijn mening na de pauze te vaak op de verkeerde momenten. De slotmonoloog van het Mulisch-personage, waarin deze een moreel appel doet op de zaal over de toestand in de wereld en er zelfs de Islamitische Staat nog bij haalt, valt daardoor wat uit de toon. De ontdekking van de hemel op het toneel is net iets te veel komedie en net iets te weinig tragedie.

woensdag 9 oktober 2013

Gezien: Het Stenen Bruidsbed

Wanneer: dinsdag 1 oktober 2013
Waar: Theater aan de Parade, 's-Hertogenbosch
Wat: Het Stenen Bruidsbed
Wie: Het Nationale Toneel

In 2011 oogstte de toneelbewerking van Harry Mulisch' klassieker De aanslag (1982) veel lof, met zelfs een nominatie voor de Toneel Publieksprijs. Het Nationale Toneel zette zich nadien aan een bewerking van een andere evergreen van de in 2010 overleden auteur, Het stenen bruidsbed (1959), over de Amerikaanse oorlogsvlieger Norman Corinth die betrokken was bij het bombardement op Dresden en na de oorlog terugkeert naar de nog steeds in puin liggende stad.

In tegenstelling tot het meer rechttoe rechtaan vertelde De aanslag is Het stenen bruidsbed, zoals meer werken uit Mulisch' vroege periode, complexer gestructureerd en van een hoge taaldichtheid: veel metaforen, sterk symbolisch en gebruik makend van verschillende taalregisters, met het meest in het oog springend de cursief gedrukte 'homerische zangen' die het bombardement beschrijven.

Je zou verwachten dat de bewerking zich zou ontdoen van de overbodige stilistische ballast en meer op het verhaal zou focussen, maar niets is minder waar. Deze toneelversie kan zeer tekstgetrouw worden genoemd. Er staan vertellers op het podium die de tekst van de vertelstem uit de roman en de gedachten van de personages vertolken en de filosofische theorieën van Corinth - over tijd uitgedrukt in termen van ruimte, over historie en antihistorie - worden juist extra in de verf gezet door ze langzaam en met nadruk door de acteur (Jeroen Spitzenberger) te laten uitspreken.

Aardig is dat personages die in een bepaalde scène geen rol spelen soms toch op het podium blijven en dan als het ware bevriezen en letterlijk in de schaduw bivakkeren. Visueel valt er sowieso veel te genieten. Er is een hellend podium, de ondergrond bestaat uit schedels waarop planken liggen. Gedurende de voorstelling worden steeds meer planken uit de vloer gerukt, zodat nog meer schedels zichtbaar worden. Hoogtepunten zijn de homerische zangen, als de vijf bemanningsleden op een neerdalend ijzeren geraamte plaatsnemen en de vlammende zinnen in koor opdreunen, begeleid door het geronk van de vliegtuigmotor.

Ik vond overigens wel één significant verschil met de roman: Eugène, het verwijfde schandknaapje van de pensionhouder Herr Ludwig, schrijft in de roman met zijn vinger iets in de wasem die hij op het raam geademd heeft, maar er staat niet wát hij schrijft. In deze toneelbewerking wordt het raam op een scherm geprojecteerd en op de projectie is wel een tekst te zien, die de eerste woorden van de roman én van het stuk zijn: 'Een mens werkt, vrijt, slaapt' etc. Dit is een mooie vondst, die mogelijk zinspeelt op bestaande romaninterpretaties waarin wordt gesteld dat de auteur zichzelf in Eugène spiegelt.

Eugène wordt door een meisje (Sallie Harmsen) gespeeld, wat wel enige verwarring bij de massaal aanwezige scholieren veroorzaakte bij de vraag van Corinth 'Ben jij de zoon van Herr Ludwig?' Stefan de Walle is overtuigend als de joyeuze Alexander Schneiderhahn, personage dat menigmaal het publiek deed lachen. Een vreemde gewaarwording, omdat ik de roman geen humoristische component toedicht. Het is een diep in de geest ingrijpende en bij momenten emotionerende vertelling over schuld en onschuld, verovering en vernietiging, daders en slachtoffers, de paradoxen van goed en kwaad.

Dat alles is in 'Het stenen bruidsbed' overtuigend naar het toneel gebracht. Door de lengte van bijna drie uur en de bovengenoemde tekstgetrouwheid is het stuk een ware tour de force. Daardoor is het verhaal misschien moeilijk te volgen voor wie de roman niet gelezen heeft. Maar ja, wie gaat er dan ook naar een toneelbewerking als hij het origineel niet kent. Het mag een lovend oordeel over deze indrukwekkende voorstelling in ieder geval niet in de weg staan. Grandioos.

woensdag 13 maart 2013

Gezien: Micha Wertheim voor je het weet

Wanneer: Donderdag 7 maart 2013
Waar: Verkadefabriek, 's-Hertogenbosch
Wat: Voor je het weet
Wie: Micha Wertheim

Micha Wertheim maakte de afgelopen jaren naam als snel rijzende ster in het vaderlandse cabaret. Met slimme, gedurfde en inventieve programma's kon de Groninger critici en publiek zowel bovengemiddeld bekoren als enorm tegen zich in het harnas jagen, en beide reacties leken beoogd. Hij acteerde arrogantie, wat altijd goed is voor rumoer. Zijn vijfde show Micha Wertheim voor de zoveelste keer zat bijzonder vernuftig in elkaar en wekte hoge verwachtingen. Zou Wertheim ook in Voor je het weet weer een niveautje hoger kunnen reiken?

Vorig jaar augustus verscheen een artikel van Ron Rijghard in NRC Handelsblad over de voorlopers van het hedendaagse Nederlands(talig)e cabaret. Wertheim werd daarin met Theo Maassen en Wim Helsen zo'n beetje als de nieuwe Grote Drie gebombardeerd. Rijghard sprak de wens uit dat Wertheim zich zal blijven ontwikkelen en vernieuwen. Wertheim zou Wertheim niet zijn als hij daar niet mee aan de haal zou gaan.

Hij probeert de critici steeds een stapje voor te blijven, steeds een nieuw meta-niveau in te nemen. Hij wil aan het verwachtingspatroon voldoen, maar wel op een onverwachte manier. In Voor je het weet doet hij dat door dat verwachtingspatroon zelf tot onderwerp te nemen en het in het ridicule te trekken. Zo verwijst hij geregeld in superlatieven naar zijn vorige show, die echt perfect was en zo mooi rond, zo verzekert hij het publiek.

Vertrekpunt is dit keer een opmerking van een in academia werkzame vriend, die zei alleen goed te kunnen werken vlak voor een deadline. Dat bracht Wertheim tot de vraag wat eigenlijk zíjn deadline is. Die ligt niet voor aanvang van een nieuwe tour, moest hij concluderen, en zelfs niet vlak voor het begin van de show, nee zijn deadline is feitelijk het eind van de voorstelling, dan moet het 'af' zijn, dan moet het 'rond' zijn. Beide concepten worden door Wertheim geproblematiseerd. Hij doet alsof hij nog geen show heeft, of hij die ter plekke nog moet verzinnen. Het begrip writer's block vervult een spilfunctie.

Het metacabaret is dus weer een belangrijk element. Verder bedient Wertheim zich met grote regelmaat van taalspelletjes en extreem melige grappen, vaak ook in combinatie. Bovendien maakt hij gebruik van multimedia. Bij binnenkomst zit hij achter een laptop waarin hij in real time commentaar op het publiek en de show typt. De tekst wordt op een groot scherm geprojecteerd, erboven zien we Wertheims hoofd dat door een webcam wordt gefilmd.

Tekst en beeld worden echter ook gemanipuleerd door technici, want als Wertheim op een gegeven moment wegloopt blijven we zijn hoofd zien alsof hij er nog steeds zit. Bovendien heeft wat Wertheim typt invloed op wat er elders op het podium gebeurt. Zo doet hij alsof hij niet kan spellen. Hij typt bijvoorbeeld 'Micha loopt naar de zeikant van het podium' en pretendeert dan niet te weten wat de juiste spelling is. De spellingcorrector suggereert 'zeiknat' en 'zeekant', en beide opties zetten iets in gang wanneer Wertheim ze aanklikt, wat de voorstelling een bijzondere dynamiek geeft.

Wertheim vergeet ook zeker niet vinger aan de pols van de actualiteit te houden. Ramsey Nasr is lijdend voorwerp van een woeste rant, en dan kun je bij mij al weinig meer fout doen. Ook de ellenlange pretentieuze verhalen van obers in restaurants over wat je op je bord hebt liggen worden op grootse wijze geparodieerd. Briljant is voorts de manier waarop hij Theo Maassen kapittelt zonder zijn naam te noemen, zonder ook maar naar hem te verwijzen, een goed getimed 'en ja...' volstaat. Hoe dat zo, dat moet u zelf maar gaan zien.

Heeft Micha Wertheim zich met Voor je het weet opnieuw vernieuwd? De vraag stellen is een antwoord onmogelijk maken. Want laat dat antwoord maar aan Micha Wertheim over, hij zal vraag en antwoord binnenste buiten keren, net zo lang tot het antwoord weer de vraag is geworden. Ongemerkt, terloops, voor je het weet.

dinsdag 31 januari 2012

Gezien: Gijsbrecht van Amstel

Wanneer: donderdag 26 januari 2012
Waar: Theater aan de Parade, 's-Hertogenbosch
Wat: Gijsbrecht van Amstel
Wie: Het Toneel Speelt (met o.a. Mark Rietman, Carine Crutzen, Daan Schuurmans, Marisa van Eyle, Paul Hoes, Fockeline Ouwerkerk)

Eeuwenlang werd Vondels Gijsbrecht van Aemstel rond de jaarwisseling - meestal met Nieuwjaar - op de planken gebracht. In 1968 kwam onder druk van tomatengooiende oproerkraaiers die voor toneelvernieuwing streden een einde aan deze traditie. De laatste jaren zien we een opleving in de aandacht voor de Gijsbrecht en voor Vondel in het algemeen. Het Toneel Speelt lijkt met haar eigen versie van de toneelklassieker dus op het juiste moment aan te haken bij deze voorzichtige revival.

De grote zaal van het Bossche Theater aan de Parade zat donderdagavond zo goed als vol. Wel werd ongeveer een vijfde van de stoelen bezet door scholieren, die blijkbaar verplicht de voorstelling moesten bijwonen. Dat betekende - heel voorspelbaar - aanhoudend gefluister en regelmatig een 'ssst' sissende vaste bezoeker. En uiteraard hield iedere scholier de smartfoon, die kanker van deze tijd, onophoudelijk ferm in de hand. Maar laat ons door deze ergernissen heen kijken en de docenten prijzen die tegen de stroom in onvermoeibaar blijven proberen hun pupillen met kunst en cultuur in aanraking te brengen. Als ook maar bij één van de honderdvijftig scholieren een vonk is overgesprongen, dan is de missie geslaagd.

Het stuk dan. Het Toneel Speelt bracht een bewerking van de originele Gijsbrecht - de modern gespelde titel geeft dat al weg. De vrees dat een al te moderne bewerking de magische, vlammende taal van Vondel teniet zou doen bleek gelukkig ongegrond: er was gekozen voor een minimale hertaling. De grootste originaliteit zat in het decor en in de reien, wat respectievelijk goed en minder goed uitpakte.

Om met het laatste te beginnen: de reien werden niet door een koor gezongen maar door een enkele persoon opgezegd. De tekst was nieuw en thematisch toegespitst op het fysieke baren van Jezus door de Heilige Moeder Maria. De verzen - van de hand van Willem Jan Otten - waren nogal onopgesmukt en fysiek ('Maria, vol van ontsluiting'; 'laat je water stromen, alle vliezen mogen breken') en vormden daardoor een te groot contrast met de klassiek-plechtige Vondel. De reien vermochten daarentegen wel de scholieren kortstondig uit hun verveling te wekken, dus wat betreft het aanboren van nieuw publiek is de missie wel geslaagd.

Het decor was een hydraulisch gevaarte dat vele meters hoog de lucht in kon maar ook gekanteld kon worden. In de openingsmonoloog torende Gijsbrecht hoog boven het publiek uit. Werd de achterkant naar boven gekanteld, dan keek men in de kamer van Gijsbrecht en Badeloch, werd de voorkant naar boven gekanteld, dan stelde de aldus zichtbare onderkant het Kartuizerklooster voor. Die laatste variant maakte een prachtige scène mogelijk: die waarin Gozewijn en Klaeris weigeren te vluchten en hun dood tegemoet treden. De aanblik van het verstrengelde koppel, de bisschop nog slechts in een wijd wit nachthemd en de non in een nauw sluitend rood gewaad, was al indrukwekkend, maar de aftocht was waarlijk prachtig: in het licht van zeer felle lampen die achteraan op het podium opgesteld stonden en onder bombastische klanken verdwenen de twee langzaam onder het decor, een ontroerend moment.

De puike acteerprestatie van Paul Hoes als Gozewijn droeg zeker bij aan dit effect. Overtuigend gaf hij Gozewijn gestalte en zijn tekst sprak hij levendig uit, alsof hij ter plekke improviseerde. Dat contrasteerde enigszins met Mark Rietman, die zijn tekst minder zuiver uitsprak en van Gijsbrecht net geen overtuigende protagonist wist te maken.

Al met al heeft regisseur Jaap Spijkers een prachtige Gijsbrecht op de planken gebracht die, afgezien van de reien, een nagenoeg perfect evenwicht vindt tussen een bevattelijke hedendaagse tekst en de schitterende taal van Vondels origineel.

donderdag 8 december 2011

Gezien: Het Alziend Oor

Wanneer: zaterdag 3 december 2011
Waar: Verkadefabriek, 's-Hertogenbosch
Wat: Het Alziend Oor
Wie: John Buijsman & De Rotterdam Connectie (Keimpe de Jong, Andreas Suntrop, Arno Krijger, Arno Niks, Thirza Prak)

Op het festival Geen Daden Maar Woorden in Utrecht zag ik een voorproefje van John Buijsmans muzikale en tekstuele ode aan de blinde jazzmusicus Roland Kirk (1936-1977). Dat beviel me toen goed, zo goed dat ik besloot de hele show te gaan bekijken. Helaas bleken er niet méér Brabanders in Utrecht aanwezig geweest te zijn, want de opkomst in de Verkadefabriek was magertjes. Wellicht was ook de dag (de zaterdag voor 5 december) daar debet aan en zaten veel ouders met frisse tegenzin voor Zwarte Piet te spelen terwijl ze liever naar een voorstelling over een neger waren gaan kijken.

Deze opmerking is geheel in de geest van 'Het Alziend Oor'. Heerlijk ongecompliceerde en politiek incorrecte humor, gebaseerd op de Rotterdamse swing van Jules Deelder, die verantwoordelijk is voor de teksten. Alleen al de manier waarop Buijsman eruitziet als een soort pseudoneger is hilarisch. Hoewel hij in de huid kruipt van Kirk (consequent als 'kurrek' uitgesproken), fulmineert hij ook naar hartelust tegen hedendaagse uitwassen als commerciële talentenjachten en inwisselbare popsterretjes: 'de zangeres zonder kut!' De sketch over een paukenist die in de hemel deelneemt aan een 300 jaar durende ('zo gaat dat in de eeuwigheid') symfonie van 'Heetboven' is qua spanningsopbouw en climax briljant, zeker ook door de positie vanwaaruit Buijsman vertelt: vanaf zo'n hoge tennisscheidsrechtersstoel.

Kirk stond erom bekend meerdere instrumenten tegelijk te kunnen bespelen en ook Buijsman en Keimpe de Jong voeren dit huzarenstukje meermaals op. Muzikaal valt er sowieso veel te genieten door het ongebreidelde enthousiasme van de muzikanten, met als uitschieter een spetterende drumsolo van Arend Niks. De Jong en Buijsman toveren een keur aan curieuze instrumenten tevoorschijn, zoals een stylofoon en een - naar mijn kompaan denkt te weten - bassaxofoon basklarinet. En het slotakkoord van Prak is zeer indrukwekkend. Wat een strot!

Buijsman acteert zeer overtuigend iemand die het licht zijner ogen moet missen, compleet met dat hypernerveuze tasten dat zo kenmerkend is voor een blinde. En ook het schuin omhoog steken van het hoofd waarmee een blinde als het ware het geluid probeert te ruiken is knap gedaan. Minder goed uit de verf komt het verhaal van Roland Kirk, van wie we na de voorstelling niet veel méér weten dan ervoor - en dat was al zeer weinig. Los zand is dan de adequate typering. De komische sketches en vooral de prikkelende, warmbloedige en overtuigende muzikale vertolking stellen die onvolkomenheid echter in de schaduw.

Buijsman weet in ieder geval de vitaliteit van Kirk over te brengen. En zijn met Deelder gedeelde Rotterdamse no nonsense humor is niet gespeeld: als hij meteen na het eind van de voorstelling uit zijn rol van Kirk is gestapt, voegt hij het publiek nog toe: 'As je volgende keer naar het theater gaat, neem dan eens een keer iemand mee joh!'

zondag 30 oktober 2011

Gezien: Geen Daden Maar Woorden

Wanneer: zaterdag 22 oktober 2011
Waar: Theater Kikker, Utrecht
Wat: Geen Daden Maar Woorden Festival
Wie: Meindert Talma, Sander Alt, Delphine Lecompte, John Schoorl, Renate Dorrestein, John Buijsman, Marcel Möring, Chop Wood, La Femme Belge & Kees van Kooten

Vorige week zondag was het Ajax-Feyenoord (geen woorden maar daden), de avond ervoor bezocht ik het festival Geen Daden Maar Woorden, editie Utrecht. GDMW slaagt er al vele jaren in literatuur op prettige, ongedwongen wijze te combineren met muziek, film en theater. Er is voor elk wat wils, zonder dat het festival tot een allegaartje van uiteenlopende stijlen en artiesten verwordt.

De eerste sessie van de avond bracht ik in de Kleine Zaal door. Publiek dat bovenin plaats had genomen werd verzocht wat naar voren te komen als de zaal verder leeg zou blijven, maar dat bleek ongegronde angst: men moest uiteindelijk zelfs wat inschikken om iedereen een zitplaats te gunnen. Meindert Talma mocht het spits afbijten. Zittend, met op schoot een stokoud orgeltje, bracht hij enkele gedichten ten gehore, 'poëziemuziek', een merkwaardig interessante mengvorm van zang en voordracht. Alles op bijzonder droogkomische wijze, scherend langs sentiment en ontroering. Over voetballers met snorren en baarden. En over de 'stadskabouter', die iedereen met zijn racefiets omverrijdt. Een aanrader: check

Vervolgens werd er een korte animatiefilm vertoond van Sander Alt, gebaseerd op het gedicht 'In dromen voorbij' van Delphine Lecompte, die zelf ook de tekst had ingesproken. De knap vervaardigde film deed qua stijl en sfeer ergens wel wat denken aan Father and Daughter van Michael Dudok de Wit, door Paul Verhoeven nog in zijn geheel vertoond in diens Zomergasten-aflevering. Delphine Lecompte was zelf aanwezig in de zaal. Na de vertoning mocht zij het eerste exemplaar van de dvd in ontvangst nemen en een reactie geven. Dat laatste leek aanvankelijk een fiasco te worden. Lecompte bleek een onooglijk, doodsbang vogeltje dat nauwelijks een woord over de lippen kreeg. Al gauw werd echter duidelijk dat de dichteres dit imago cultiveerde: ze acteerde onnozelheid, waarmee ze het publiek op haar hand kreeg. Op de voorgelezen gedichten werd dan ook met groot applaus gereageerd.

Deze sessie werd afgesloten door John Schoorl, de gelauwerde muziekjournalist in wiens stukken alles om stijl draait. Elke zin moet een kunststukje op zich zijn, qua woordkeus, metaforiek en retorische kracht. Schoorl las twee verhalen voor uit zijn bundel De naald erin!, een over Pim Maas, de Nederlandse Elvis die onlangs ten onrechte doodverklaard werd, en een over The Clash.

Hierna werd snel de oversteek gemaakt naar de Grote Zaal, waar de tweede sessie inmiddels al begonnen was: Renate Dorrestein las voor uit eigen autobiografisch werk. Ik viel midden in haar voordracht, maar aan dit ouwewijvenproza kon niet veel worden gemist: voorgelezen met een waanwijsheid die mateloos irriteerde, als jeuk onder je voetzool met je schoen nog aan. Gelukkig werd meteen daarna het podium in gereedheid gebracht voor John Buijsman, die met zijn band een prachtig voorproefje gaf van zijn voorstelling Het alziend oor. Opzwepende jazz, gedichten van Deelder en provocatieve teksten: 'Kanker is tegenwoordig het belangrijkste excuus: "Wat een kutmuziek." Ja, maar hij heeft kanker. "O, dan...".' Marcel Möring sloot de sessie af met een hoofdstuk uit Louteringsberg.

Na een korte pauze was het tijd voor de grande finale in de Grote Zaal. Eerst ging Chop Wood in de weer met zijn samplemachines. Hij kondigde een bewerking van het gedicht 'Straattoneel' van W.F. Hermans aan, maar dit bleek nogal los te lopen: het gedicht werd achter hem op een scherm geprojecteerd, zelf had hij een nieuwe tekst bedacht. Een zeer vrije interpretatie, laten we het daar op houden. La Femme Belge, een Vlaamse groep, had ''k Heb in mijn jeugd gelijk een beest gezopen' van Elsschot op muziek gezet. De groep gaf ook nog enkele eigen nummers ten gehore, vol sympathieke zelfspot.

Het slotakkoord was voor Kees van Kooten. De goeie ouwe humorist was in topvorm. Hij begon met een verhaal over ene Gisterwereld, een anagram, zo bleek al snel, van Geert Wilders. Hij had ook nog anagrammen van Emile Roemer en Jan-Peter Balkenende: 'Meer remolie' respectievelijk 'Een pedante kwal, een jerk'. Van Kooten las ook zijn klassieker 'Zwijgstront' voor, over het echtpaar dat ruzie heeft en geen woord meer tot elkaar spreekt, wat krampachtig wordt verhuld wanneer ze onder vrienden of familie zijn. Maar iedereen heeft het door: ze hebben de zwijgstront.

Het thema van het verhaal vormde een fraai contrast met het festival: zwijgen versus spreken, geen daden maar woorden. Poëzie, muziek, theater, film, verhalen: de literatuur leeft.

dinsdag 11 oktober 2011

Gezien: Het werkt wel

Wanneer: maandag 10 november 2011
Waar: Theater aan de Parade, 's-Hertogenbosch
Wat: Het werkt wel
Wie: NUHR (Joep van Deudekom, Peter Heerschop, Viggo Waas, Kees van der Vooren en Eddie B. Wahr)

In de laatste glorieuze seizoenen van Kopspijkers was een glansrol weggelegd voor Peter Heerschop als de ietwat sullige en naïeve sidekick van Jack Spijkerman. Kopspijkers is definitief vergane glorie, Heerschop verkocht zijn ziel aan de duivel en moet nu elke zaterdag quasi-vrolijk doen bij Ik hou van Holland. Eeuwig zonde.

Gelukkig treedt hij ook nog steeds op met NUHR (Niet Uit Het Raam), het cabaretgezelschap dat al bijna 25 jaar bestaat. Na het bovenmatig geëngageerde Natuurlijke selectie zouden de heren met Het werkt wel de inhoud laten vallen ten koste van de vorm, aldus de aankondiging. Geen kritische benadering van de tijdgeest meer, maar pretentieloos vermaak zoals het publiek dat het liefst ziet.

NUHR zou NUHR echter niet zijn als dit uitgangspunt niet op zichzelf al een aanklacht tegen de tijdgeest vertegenwoordigde: in Het werkt wel wordt de huidige tijd waarin de stem van het volk heilig is verklaard juist in twee uur tijd vakkundig ontleed, bekritiseerd en belachelijk gemaakt.

De voorstelling draait om een rockband die na twaalf jaar weer bij elkaar komt: A Band Called Eddie. De vijf bandleden hebben ieder zo hun eigen privé-bekommernissen, terwijl ook de onderlinge verstandhoudingen voor wrijving zorgen. Het rockbandverhaal is evenwel slechts rode draad, Heerschop, Waas en Van Deudekom spelen net zo gemakkelijk supermarktmedewerkers, obers, dokters, zichzelf en vrouwen van de bandleden.

Van Deudekom blijkt vanavond in een rolstoel op te treden; hij is door zijn enkel gegaan. Grote klasse dat hij toch gewoon op de planken staat en zijn handicap bovendien voortdurend creatief inzet. Wanneer de vijf aan het begin een 'haka' doen - zo'n rituele oppep-dans die Nieuw-Zeelandse rugbyers altijd opvoeren voorafgaand aan de wedstrijd - doet Van Deudekom met alles wat boven de gordel geschiedt perfect synchroon mee.

Het werkt wel ontpopt zich vervolgens tot een snelle aaneenschakeling van scherpe sketches waarin op een prettig lichte wijze moderne verworvenheden worden gefileerd, van kleinigheden als 'harlekijntjes' plakken bij de AH en voetbalplaatjes ('Heb jij El Hamdaoui al?' - 'Die staat op Marktplaats te koop' - 'Nee, dat is de echte El Hamdaoui') tot de mogelijkheden en moeilijkheden van vreemdgaan in het sms-tijdperk ('hoe deden we dat vroeger eigenlijk?'). Erg goed en doeltreffend is ook de sketch waarin het stellen van een medische diagnose in de vorm van een spelshow is gegoten, inclusief gouden koffertjes, stemmen per sms en een vakjury. De heren sparen ook zichzelf niet. Zo is Heerschops RTL-avontuur mikpunt van spot.

Het verhaal dat alles verbindt is flinterdun, maar de liedjes maken veel goed. Van der Vooren en Wahr vallen qua acteren wat uit de toon, maar zij dragen dan ook het muzikale gedeelte, Van der Vooren op elektrische gitaar en Wahr op drums, al moet gezegd dat ook Van Deudekom een aardig partijtje gitaar speelt. Het repertoire is zeer gevarieerd, van mierzoete ballads tot stevige rock 'n roll. De belichting hierbij is schitterend.

Het werkt wel weet een aardige balans te vinden tussen amusement en engagement. De humor is nergens zo verrassend of raak dat schaterlachen het gevolg is, maar saai is het nooit. De tijdskritiek is alomtegenwoordig, maar de opzet van het geheel garandeert dat de dominee met het opgeheven vingertje die het Nederlandse cabaret nog maar al te vaak gijzelt, in deze voorstelling geheel afwezig is. De heren zorgen er bovendien wel voor dat het publiek niet te makkelijk achterover leunt, want het wordt vaak op het verkeerde been gezet. Even verwachtte ik zelfs Van Deudekom aan het eind nog uit zijn rolstoen te zien opstaan - dat zelfs dat onderdeel was van de manipulatie van de toeschouwer -, maar zo ver kwam het gelukkig niet.

maandag 28 maart 2011

Gezien: De Aanslag

Wanneer: Woensdag 23 maart, 20.00 uur
Waar: Theater aan de Parade, 's-Hertogenbosch
Wat: De Aanslag (bewerking: Léon van der Sanden; regie: Ursul de Geer)
Wie: Victor Löw, Peter Bolhuis, Marjolein Ley, Nelleke Zitman en Ayal Oost

De Grote Zaal van het Theater aan de Parade was afgelopen woensdagavond afgeladen vol voor de toneelbewerking van Harry Mulisch' klassieker De aanslag. Eerder werd de roman al succesvol verfilmd, de toneelversie is nu genomineerd voor de AVRO Toneel Publieksprijs 2011.

De roman bestrijkt een periode van 37 jaar (1944-1981). Léon van der Sanden heeft dit overgenomen in zijn bewerking van de geschiedenis van Anton Steenwijk. De vijf acteurs spelen alle rollen en veranderen dus nogal eens van leeftijd en personage. Zo speelt Nelleke Zitman de moeder van Anton én diens schoonmoeder en kruipt Ayal Oost in de huid van zowel Antons broer Peter als van Fake Ploeg jr., de zoon van de voor het huis van de Steenwijks geliquideerde NSB'er, en van Antons eigen zoon Peter.

Wisselen de acteurs zodoende regelmatig van kledij, Victor Löw, die Anton speelt, doet dat als enige niet. De hele voorstelling draagt hij hetzelfde nette pak. Vooral aan het begin komt dat wat vreemd over - de twaalfjarige Anton in 1944 gekleed als een hedendaagse volwassene -, maar het sluit bij nader inzien mooi aan bij het perspectief. Anton vertelt namelijk zelf zijn geschiedenis en beleeft als het ware vanuit het nu opnieuw die turbulente episodes uit zijn leven.

Löw heb ik nooit een opzienbarende acteur gevonden en eigenlijk past hij dan ook wel goed bij de wat vlakke Anton Steenwijk. Dit bedoel ik niet per se negatief, Löw is gewoon de juiste man voor dit personage. De glansrol is in De Aanslag toch wel weggelegd voor Peter Bolhuis. Of beter: de glansrollen. De imposante Bolhuis is al meteen overtuigend als de Spinoza lezende en voor humanitas pleitende vader van het gezin Steenwijk. Ook zijn rol als soldaat Schulz vertolkt hij met verve. Helemaal een verpletterende indruk maakt hij echter als de getraumatiseerde verzetsman Takes. Zoveel emotie, zoveel power. Volstrekt geloofwaardig.

De Aanslag blijft dicht bij het origineel. De al te frequente 'toevallige' ontmoetingen in latere periodes in Antons leven, een zwak element van de roman, zijn in een toneelversie waarin het verhaal in anderhalf uur geperst moet worden niet meer zo storend. Goed is ook dat het stuk volledig recht doet aan de fraaie zinnen en beelden van Mulisch (het leidmotief van de as bijvoorbeeld), al spreekt Löw de woorden soms wel erg snel achter elkaar uit. Ook aanwezig is de thematiek van schuld en onschuld, goed en fout en directe en indirecte verantwoordelijkheid voor de gevolgen van gepleegde en nagelaten daden. Die filosofische laag, die de roman blijvend interessant maakt, verdwijnt gelukkig niet onder het voortrazende geweld van het spannende verhaal.

Ik vraag me wel af of mensen die de roman niet kennen de verhaallijn helemaal kunnen volgen. Vooral de 'puzzel' van de vier Haarlemse huizen, hun respectieve bewoners en het gesleep met het lijk van Ploeg vraagt wellicht wat tijd om in gedachte uit te tekenen, tijd die de kijker niet gegund wordt. Niettemin mag De Aanslag ook op toneel een succes worden genoemd.