Posts tonen met het label Vergane glorie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vergane glorie. Alle posts tonen

dinsdag 12 februari 2013

Vergane glorie #16: TMF

Naam: TMF
Functie: muziekfabriek

De glorie
'Video Killed the Radio Star' van The Buggles was de eerste clip ooit die op MTV werd uitzonden, op 1 augustus 1981 om precies te zijn. De sound van de lange jaren 80 werd vervolgens voor een belangrijk deel bepaald door MTV. Vanaf de jaren 90 verruilde de zender steeds meer de muziek en de clips voor de shows en de series. 'There was U2 and Blondie, and music still on MTV' zong Bowling for Soup dan ook ironisch-weemoedig in hun hit '1985' - met daarin ook de belangrijke existentiële vragen 'When did Mötley Crüe become classic rock? And when did Ozzy become an actor? Please make this stop!'

In 1995 nam The Music Factory in Nederland het stokje over van MTV. TMF kwam op kanaal 9 en werd al snel heel populair onder jonge jongeren. De jingle 'This is the music factory' zat in ieders hoofdje. Mijn eerste kennismaking met TMF was bij een vriendje uit de straat, die de zender de hele dag door op had staan. (Hij had twee vliegtuigen van lego. Hij pakte er een, zei 'dit is het Feyenoord-vliegtuig' en liet het triomfantelijk op de vloer vallen waar het in een paar honderd stukken uiteenspatte. Ik pakte het andere vliegtuig, zei 'dit is het Ajax-vliegtuig' en smeet het eveneens aan gruzelementen, waarop het vriendje plotseling in tranen uitbarstte en mij woedend de deur wees. Het was mijn eerste kennismaking met de economische wet van de verhouding tussen waarde en schaarste. En met de mores van de ajaksiet.)

Erik de Zwart deed de Top 40, maar verder bestond het presentatieteam uit jonge, frisse gezichten. 'VJ's' werden ze genoemd. Isabelle Brinkman vulde de lome weekendochtenden, Michael Pilarczyk deed de dance, Sylvana Simons was steevast de impopulairste VJ zonder zich daar iets van aan te trekken en Bridget Maasland kon toen nog gewoon een paar uur lang Clip Classics aan elkaar praten vanaf een felgekleurde opblaasbare stoel. Maar de ware publieksfavoriet, de oogverblindende ster aan het firmament, dat was natuurlijk Fabienne de Vries. Van Toute Fabienne - niemand had de Franse woordspeling in de gaten - in de namiddag en van de Dag Top 5 na het avondeten, steevast het gesprek van de ochtend de volgende dag op school. Het waren de dagen van Captain Jack en de Party Animals, van Coolio en Scatman John, van de Backstreet Boys en de Spice Girls. We waren jong en onwetend. Maar we hadden Fabienne.

De vergetelheid
TMF bestaat niet meer. In 2011 ging de zender, al enkele jaren zieltogend, definitief ter ziele. Ik keek er al lang niet meer naar, maar dat had eerder met mijn levenscyclus te maken dan met die van TMF. Waarom slaagde de zender er echter niet in steeds weer nieuwe 11- tot 16-jarigen te boeien? De veranderende VJ-bezetting door de jaren heen wijst wellicht in de richting van een antwoord.

In 1996 kwam Jeroen Post er nog bij, maar verder bleven de jongens en meisjes van het begin enkele jaren lang de vertrouwde gezichten. In 1998 gingen Brinkman en Pilarczyk eruit. Erbij kwamen Tooske en Daphne Bunskoek. Alsof ze het erom deden. Ook nieuw was Jeroen Nieuwenhuizen, de vleesgeworden charismaloosheid. In 1999 ging het goed mis: Fabienne vertrok. Ene Sonja Silva moest de leemte opvullen. Maar waar Fabienne een combinatie was van frisse charme, authentieke schoonheid en een vleugje mysterie, daar was Sonja toch vooral twee tieten en erg veel lip en wang en reet. De namen laten het verschil al zien: sensueel en stijlvol versus de nom de plume van de eerste de beste pornoactrice.

Een opsomming van jaarlijkse nieuwe VJ's geeft vervolgens perfect de neerwaartse lijn weer: Johnny de Mol (2001), Sita Stekkerneus (2002), Sylvie Meis (2003), Renate Verbaan (2004), Miljuschka (2005), Nikkie Plessen (2006), Saar Koningsberger (2007) - en die laatste kenden 'wij' nog als de irritante dochter van een irritant gezin uit een irritante commercial. Toen was TMF echter allang TMF niet meer. In 2002 had MTV de boel al zo'n beetje overgenomen. De meeste VJ's en de succesvolste programma's verhuisden mee. In 2007-2008 volgde er nog een korte opleving, maar in 2011 was het over en sluiten.

Fabienne is tegenwoordig 'presentatiedeskundige'. Sonja Silva is 'actief christen na een bezoek aan de pinkstergemeente De Levensstroom in Leiderdorp', aldus de altijd gortdroogkomische Wikipedia. Daar wil ik het voor nu maar bij laten.

vrijdag 30 maart 2012

[Pims achtertuin 2002-2012]: Vergane glorie #15: De LPF

Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord door Volkert van der Graaf. De media zullen de tiende verjaardag van Fortuyns dood ongetwijfeld niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Een huilende Harry Mens beet op 1 januari al het spits af. Op zoggel.blogspot.com de komende maanden een poging tot een serieuzere kijk op het fenomeen.

Na 6 mei 2002 werd 'gedachtegoed' al snel het dominante woord in politiek en media als het over de ideeën en navolging van de Goddelijke Kale ging. Van de tien jaar die inmiddels zijn verstreken sinds de dood van Fortuyn werd de eerste helft daarvan gedomineerd door de LPF, de officiële behartigers van het gedachtegoed. De partij wist regeringsdeelname af te dwingen maar ontpopte zich al snel tot een club onverbeterbare ruziemakers, ongeleide projectielen, onbeschaamde machtswellustelingen, geestelijk labielen en andere Vollidioten. Dit overigens geheel volgens verwachting van Fortuyn, die ervan doordrongen was dat een groep capabele, betrouwbare mensen verzamelen een onmogelijke opdracht was.

De wederwaardigheden van de LPF zijn in enkele boeken smaakvol beschreven, bijvoorbeeld in Marcel van Roosmalens tweeluik Op pad met Pim (2002) en De Pimmels, de apostelen van Fortuyn (2003), en in de uitgebreide herdruk van Jutta Chorus, Menno de Galan, In de ban van Fortuyn (2006). Die boeken beschrijven echter de 'gloriejaren' van de partij en haar vertegenwoordigers - voor zover 'glorie' hierop van toepassing is. De jaren in de schijnwerpers dus. Na 2007 hield de LPF echter op te bestaan. Op vijf jaar bekendheid (beruchtheid?) zijn inmiddels vijf jaar vergetelheid gevolgd. Waar zijn ze anno 2012 gebleven?

De LPF leverde vier ministers aan Balkenende-I. De diep van binnen altijd VVD'er gebleven Roelf de Boer (Verkeer) werd in 2006 nog havenwethouder in Rotterdam, maar moest zijn functie binnen een half jaar al neerleggen wegens gezondheidsproblemen. Hij is 62 en houdt zich thans onledig met een zevental bestuurlijke 'nevenfuncties'. De uit de PvdA geplukte intellectueel Eduard Bomhoff (Volksgezondheid) keerde na zijn politieke avontuur rap terug in de academische moederschoot. Hij werd hoogleraar in Bahrein en vervolgens Maleisië, waar hij in 2010 met emeritaat ging. Hij is 67.

De transfervrij van het CDA overgenomen Hilbrand Nawijn (Vreemdelingenzaken) is van de vier nog het langst in de schijnwerpers gebleven. Hij richtte een eigen lijst op, ging de jumpstyle in, bracht een plaatje uit. Hij kwam bijtijds tot bezinning. Nawijn (63) zit sinds 2006 met vijf zetels in de gemeenteraad van Zoetermeer en sinds 2010 zelfs in het college; daarnaast runt hij een adviesbureau. Herman Heinsbroek (Economische Zaken) tenslotte probeerde het in 2003 nog kortstondig met een Lijst Nieuwe Politiek, maar nadat dat geen succes werd, verdween hij van het publieke toneel. En waarom ook het risico lopen nog eens de neus te stoten? Hij is 61 en multimiljonair...

De staatssecretarissen laat ik maar buiten beschouwing. Hun namen doen niet of nauwelijks een belletje rinkelen, toch een voorwaarde voor Vergane Glorie. Jan Odijk, Rob Hessing, Steven van Eijck, Khee Liang Phoa, Cees van Leeuwen, ze zijn de vergetelheid nooit ontstegen. Ja, Philomena Bijlhout wel, maar alleen omdat ze maar liefst 8 uur staatssecretaris was. Toen bleek dat ze weldegelijk onder Desi's vleugels had geopereerd en was het einde oefening. Ze kreeg niettemin wel gewoon tweeënhalf jaar wachtgeld! Meer dan een dag heten dan ook haar in 2008 verschenen memoires.

De overige kopstukken dan. Allereerst natuurlijk Mat Herben. Onze Mat. Oogstte vrijwel unanieme bewondering om zijn deskundige en bedachtzame optreden en kritiek vanuit de eigen partij omdat hij te inschikkelijk zou zijn. Beide lijken mij in het voordeel van Herben te spreken. Na zijn vertrek eind 2006 richtte hij een adviesbureau media & politiek op en werd hij senior adviseur bij de branchevereniging voor defensiebedrijven. Misschien schrijft Herben (59) nog een vervolg op zijn boek Vrij denken. Over politiek, religie en vrijmetselarij uit 2005.

Herbens vertrek in 2006 betekende al zijn derde voortijdig beëindigde partijleiderschap. Twee keer eerder was hij aan de kant geschoven. In augustus 2002 werd Harry Wijnschenk de nieuwe leider. Wie kent hem nog? In oktober werd Wijnschenk alweer van de troon gestoten. Hij zou zijn bedreigd met een pistool, zo vertelde hij Maxime Verhagen. Die nam contact op met Zalm en even later was het kabinet gevallen. Wijnschenk werd Groep-Wijnschenk, encanailleerde zich nog even met Heinsbroeks LNP en verdween toen uit beeld. Wijnschenk (48) is nu uitgever van enkele horlogetijdschriften. Ook mooi.

De tweede revolutionair was Gerard van As. De zonnebankbruine Van As was partijleider tussen 2004 en 2006. Hij ging korte tijd verder met Nawijn en vervolgens als Groep Van As. Wikipedia - dat niet alleen encyclopedisch maar ook als bewaarder van van het net verwijderde en dus in principe voorgoed verduisterde informatie een goudmijn is - meldt: 'Op zijn eigen website laat Van As weten dat hij zich momenteel bezighoudt met vastgoedbemiddeling en met genealogisch onderzoek naar de familie Van Assche.' Dat was dus in 2006. De voorvaderen zijn inmiddels blijkbaar gelokaliseerd, want sinds 2010 politiekt Van As (67) weer. Zijn partij Nieuw Elan veroverde drie zetels in de Alphen aan den Rijnse raad.

De Kamerleden van 'toen' kunnen we verdelen in vier categorieën: niet in de vergetelheid want nooit bekend geworden; overleden; nog steeds in de schijnwerpers; in de vergetelheid. De eerste categorie laten we vanzelfsprekend buiten beschouwing. In de tweede categorie vallen Wien van den Brink en Jim Janssen van Raaij. Beiden overleden in 2010. Nog steeds regelmatig in beeld - met wisselend succes - zijn Joost Eerdmans en Hans Smolders. Eerdmans (41) bleef een actief baasje. Hij begon met Marco Pastors EenNL, werd wethouder in Capelle aan den IJssel, presenteert radio- en televisieprogramma's, werkt bij Deloitte en richtte het Burgercomité tegen Onrecht op. Ook Smolders (51) blijft het nieuws halen, eerst als grotemondige politicus in Tilburg en tegenwoordig als petitionist tegen de vervroegde vrijlating van Volkert van der Graaf.

De vierde categorie is hier het interessantst: de uit het oog verlorenen. João Varela, #2 op de eerste LPF-lijst en #1 in de verkiezing 'Slechtste Politicus van 2003', ging anoniem het accountantsbestaan in. Overigens schijnt Varela (37) nog iets te doen in De Financiële Telegraaf, maar dat katern laat ik op vakantie steevast ongelezen, uiteraard. Ferry Hoogendijk tikte al bijna de 70 aan toen hij in 2002 politicus werd en wacht tegenwoordig vermoedelijk rustig de 80 af. Bij hem denk ik toch in de eerste plaats aan een regel van Paul Groot als Herman Heinsbroek in Kopspijkers over een LPF-barbecue: 'Ferry Hoogendijk komt naar me toe met twee verbrande kippenpootjes. Ik zeg: "Ferry, trek dan ook geen korte broek aan."'

Wie nog meer? Winny de Jong! Hè, lééft die nog? Naar het schijnt wel (53). Maar wat ze precies doet is niet zo eenvoudig te achterhalen. Ze begon ooit een vertaalbureautje Duits-Nederlands, wellicht dat ze daar nog iets mee doet. Parlement.com meldt heel droog: 'hobby's: verzamelen van Alfa Romeo's'. En nu we het toch over maanzieke Mädel hebben: Gonny van Oudenallen. Naar verluidt was ze nog niet zo stom, maar zodra ze ging praten ging het mis. Het zou hilarisch zijn geweest als het allemaal niet zo treurig was voor een volksvertegenwoordiger. Van Oudenallen (55) werkt nu voor Verkeersgroepen Amsterdam als... woordvoerder. Ze doet het erom.

Nog één naam dan: Olaf Stuger. Wie? Olaf Stuger, LPF-lijsttrekker voor de verkiezingen van 2006. Hij is het echt geweest, dat is historisch aantoonbaar juist. Ik moest echter heel diep graven. Een 'oh ja!'-ervaring bleef al helemaal uit. De LPF heette toen trouwens al geen LPF meer maar Lijst Vijf Fortuyn. Ik kende nog wel Pims broers Marten Fortuyn en Simon Fortuyn, maar Vijf Fortuyn? Neen.
Stuger behaalde geen enkele zetel; de PVV kwam met negen de Kamer binnen.

Karl Marx zei ooit dat historische gebeurtenissen zich tweemaal voordoen: eerst als tragedie en vervolgens als klucht. De LPF heeft dit merkwaardigerwijs weten om te draaien. De historische actualiteit was één grote klucht, nu, tien jaar later, maken al die halfvergeten namen, al die vergeefse inspanningen toch vooral een tragische indruk.

Een deel van de informatie werd ontleend aan parlement.com.

dinsdag 7 februari 2012

Vergane glorie #14: Ajax

Aflevering nummer 14 van deze rubriek; en bij nummer 14 denken we maar aan één persoon. Dat gecombineerd met de actualiteit maakt van één en één toch weer twee. Maar da's logisch.

Naam: AFC Ajax
Functie: Naamloze Vennootschap

De glorie
Het is hier al menigmaal ter sprake gekomen: 1994 is het jaar waarin ik het ongeneeslijke voetbalvirus oploop. 1994 is ook het jaar waarin Ajax toonaangevend wordt en dat voor lange tijd zal blijven. De gouden jaren breken aan, Ajax is nationaal oppermachtig en bereikt bovendien de Europese en mondiale top.

Met een jonge ploeg weet coach Louis van Gaal te imponeren. Nederlands talent breekt door en wordt aangevuld met niet onsympathieke zwarte parels als Finidi 'opdraaipoppetje' George en Nwankwo Kanu, en een zwijgzame midmid waar je maar geen afkeer van kunt krijgen: Litmanen. In 1994, 1995 en 1996 wordt Ajax kampioen, in 1995 wint het de Champions League en de Wereldbeker, in 1996 verliezen de Amsterdammers de Europese finale van een gedrogeerd Juventus.

De voorzitter is Michael van Praag, een ijdeltuit die soms in het nieuws komt als hij weer eens gaat trouwen of gaat scheiden, maar vaker in zijn hoedanigheid van voorzitter van Ajax. De rat Arie van Os is als penningmeester feitelijk de machtigste man van de directie en Van Gaal regelt alles op het veld. Alles draait op rolletjes, Johan Cruijff zit ver weg in Barcelona, niets lijkt het voortduren van de hegemonie in de weg te staan.

De vergetelheid
Na de zomer van 1996 gaat het sportief even wat minder met Ajax. Zoals zo vaak in de voetballerij is paniek echter het gevolg. Het gaat nu rap bergafwaarts met de club en medio 1998 houdt Ajax zelfs op te bestaan. De club meent namelijk naar de beurs te moeten gaan en wordt daarmee onomkeerbaar een bedrijf. Het bedrijfsresultaat wordt nu het belangrijkst, supporters worden genummerde klanten, alle informatie wordt 'beursgevoelig'.

Een item in het journaal op de dag van de beursgang is met terugwerkende kracht iconisch: R. en F. de Boer krijgen van een journalist een financieel getinte vraag over de arbitragezaak die zij hebben aangespannen tegen Ajax nadat de club een overgang naar Barcelona - waar ze meer konden verdienen - had geobstrueerd. Ze reageren chagrijnig - nog meer dan normaal al het geval is -, waarop de journalist zeer scherp opmerkt: Het gaat vandaag toch over geld? Inderdaad. En het zal vanaf nu alleen nog maar over geld gaan.

Ajax geeft aandelen uit maar blijft zelf grootaandeelhouder om te waarborgen dat het tenminste nog een voetbalgerelateerd bedrijf kan blijven met een relatief autonoom opererende technische tak. Dat zit er helaas niet in. Menigmaal wordt een speler tegen de zin van de technische leiding verkocht om geen rode cijfers aan de aandeelhouders te hoeven overleggen (Babel, Sneijder). Gevolg is evenwel dat het aandeel nauwelijks stijgt, omdat juist de prestaties op het veld de waarde van het merk Ajax voor een groot deel bepalen. Beurs en elftal hebben elkaar dus in een wurggreep, wat tot een neerwaartse spiraal leidt.

Incidenteel boekt Ajax nationaal nog een sportief succesje, maar de aansluiting met de Europese top wordt in de loop van het eerste decennium van de 21ste eeuw definitief verloren. Op een lome nazomeravond verliest Ajax met 2-0 bij Real Madrid, een volkomen logisch resultaat, een acceptabele uitslag. Bij één supporter knapt er echter iets in het hoofd: Johan Cruijff is ziedend en predikt de revolutie. Lustig erop los manipulerend, heilig overtuigd van zijn profetendom en misbruik makend van zijn mythe weten Cruijff en zijn 'hielenlikkers' op agressieve wijze het vertrek van directeur Rik van den Boog en voorzitter Uri Coronel te bewerkstelligen - allemaal na te lezen in Menno de Galan, De coup van Cruijff (2011). Opnieuw zorgt een tv-interview voor een iconisch moment: Joep Schreuder (NOS) feliciteert Cruijff en vraagt hoe hij het nu gaat aanpakken. Het antwoord van Cruijff is verbijsterend: 'Geen idee. Daar ga ik niet over.'

In andere interviews blijft Cruijff maar benadrukken dat het om 'de voetbalclub' Ajax draait. Een niet onsympathieke gedachte, maar dat is nu net al bijna 14 jaar niet meer aan de orde. Ajax is een NV, met de hele complexe en vage structuur die daarbij schijnt te horen. De ledenraad benoemt een RvC, onder leiding van bedrijfskundige Steven ten Have. De RvC benoemt vervolgens een directie. Hoewel Ajax dus formeel een bedrijf is, is het voetballen natuurlijk het belangrijkste product. Ten Have c.s. opteren dan ook voor een technisch directeur die de voetbalzaken behartigt en een algemeen directeur die de bedrijfszaken voor zijn hoede neemt. Commissaris Cruijff, die dus uitentreuren bepleit dat Ajax louter een voetbalclub is, wil echter juist géén technisch directeur meer, maar een algemeen directeur. Die dan toch weer een voetbalman blijkt te zijn (Van Basten, La Ling).

Cruijff negeert het principe van een RvC (paladijn Molenaar: 'De andere vier leden zijn geïnstalleerd om Johan te faciliteren') en traineert de besluitvorming. De andere vier slaan spijkers met koppen en benoemen Louis van Gaal voor het voetbaltechnische gedeelte en de geduchte saneerder Martin Sturkenboom voor het bedrijfsmatige deel. Ze maken procedureel echter één cruciale fout: ze zetten de benoemingen niet op de agenda van de RvC-vergadering, waardoor Cruijff formeel niet gekend wordt in de beslissing. Op 7 februari 2012 vernietigt de rechtbank de benoemingen van Van Gaal en Sturkenboom en 'wint' Cruijff de strijd om de macht.

Hoe gaat Cruijff het nu aanpakken, om de Joep-Schreuder-vraag nog eens te stellen? Hij heeft nu in ieder geval één idee: het 'technisch hart' mag nu aan de slag. De twee hartenhelften in dezen zijn Wim Jonk en Dennis Bergkamp. Moeten zij het bedrijf Ajax dan gaan runnen? Cruijff vindt ze 'wijs genoeg', want 'voetballers zijn tegenwoordig gestudeerd,' zo luidt de laatste tegelwijsheid van Johan. En verder? Niemand die het weet, Cruijff nog wel het minst.

Maar ach, hij zal binnenkort wel weer als enige gast bij Pauw & Witteman mogen aanschuiven om een vol uur lang de mythe Cruijff in stand te houden. Na afloop neemt hij het eerste vliegtuig naar Barcelona. En Ajax blijft achter. Verscheurd, verkild, verziekt, tot op het bot verdeeld. Vergane glorie.

donderdag 26 mei 2011

Vergane glorie #13: Anna Koernikova

Naam: Anna Koernikova
Functie: Tennisster Celebrity

De glorie
Roland Garros is in volle gang, tijd voor een tennisgerelateerde aflevering van deze immens populaire rubriek over de verdwenen helden van de late jaren negentig en vroege jaren tweeduizend. Deze maand is het tien jaar geleden dat Anna Koernikova niet meedeed aan Roland Garros. Geen beter moment dus om de Russische tennisbabe te gedenken.

Midden jaren negentig wordt het vrouwentennis gedomineerd door de neus van Steffi Graf, de snor van Arantxa Sánchez-Vicario en de zuursmoel van Mary Pierce. Ries Krajicek noemt zijn vrouwelijke collega's onflatteus doch welgemeend 'vette varkens'. Maar dan is daar ineens Anna Sergejevna Koernikova, een vijftienjarige blondine uit Moskou met het gladde gezichtje van een Lolita en de allure van een fotomodel.

In het najaar van 1996 maakt Koernikova haar grandslamdebuut op de US Open; ze bereikt meteen de vierde ronde. Een jaar later, net zestien geworden, staat ze al in de halve finale van Wimbledon. Martina Hingis, haar dubbelpartner, is net te sterk. Koernikova is inmiddels een regelrechte hype geworden. Fotografen buitelen over elkander heen, jongenskamers wijd en zijd worden behangen met posters, mannen tonen plots een verdachte belangstelling voor het vrouwentennis.

De daaropvolgende jaren weet Koernikova de Wimbledon-prestatie niet meer te evenaren. Ze geraakt in de grand slams niet meer voorbij de vierde ronde. Wel bereikt ze drie keer de eindstrijd van een WTA-toernooi, maar evenzoveel keer gaat de finale verloren. Begin 2001 lijkt Kournikova terug op haar oude niveau wanneer ze door weet te dringen tot de kwartfinale van de Australian Open.

De vergetelheid
Het was echter haar laatste wapenfeit. Koernikova raakte geblesseerd en bovendien kregen randzaken steeds meer de overhand. De commercie had de Russin in haar greep en Koernikova werd steeds minder een sportvrouw en steeds meer een media-icoon, een society-figuur. Dat verergerde nog eens toen ze een relatie kreeg met de Spaanse zemelaar Enrique Iglesias. Van tennissen kwam niet veel meer.

Koernikova heeft nooit ook maar één toernooi in het enkelspel gewonnen. Dat was de hardcore sportliefhebber een doorn in het oog. ESPN, moederkerk der sportfanaten, zette Koernikova op nummer 18 in de lijst 'Biggest sport flops' en wat later zelfs op nummer 1 in de 'most overrated athletes'. Toch was Koernikova weldegelijk een pionier. Ze plaveide de weg voor een hele trits tennisbabes uit de voormalige Sovjet-Unie die harder kunnen kreunen dan smashen, van Sharapova tot Kirilenko en van Dementieva tot Bondarenko.

Anna Koernikova woont tegenwoordig in Miami. Je hoort er niet veel meer van. Ze wordt binnenkort 30 en is definitief een herinnering geworden. Het jongenskamergevoel is het beste verwoord door cabaretier Jochem Myjer. In zijn eerste show Adéhadé (2001) zong hij:

'[...]
Koernikova heeft de benen, Koernikova heeft de kin
Koernikova heeft de ogen, Koernikova die heeft zin
Koernikova heeft de borsten, Koernikova heeft de look
Koernikova heeft de billen, was Koernikova maar op zoek
Koernikova is fantastisch, Koernikova is perfect
En in mijn natte droom slaat ze mijn ballen met effect.
'

maandag 4 april 2011

Vergane glorie #12: Dragon Ball Z

Naam: Dragon Ball Z
Functie: animatieserie

Sinds vandaag is Kindernet terug op de buis. Wicki de Viking, Alfred J. Kwak, Nils Holgersson, Boes Boes, Sindbad de Zeeman, de helden uit de kindertijd zijn terug van weggeweest. Kindernet vervangt TMF, een mooie symbolische daad: de nostalgie wint het van de apathie. En passant onttrekken de genoemde series zich voorlopig aan het predikaat 'Vergane glorie'. Dat biedt wel mooi de gelegenheid om een nieuwe aflevering in deze, veel pageviews scorende, rubriek te wijden aan een serie die de puberteit kleur gaf: Dragon Ball Z. Kamehameha!

De glorie
Het heet dat meiden wat eerder volwassen worden dan jongens. Daarom vinden ze op de middelbare school de jongens uit hun klas in de regel maar kinderachtig en vallen ze op oudere jongens. De vijftien- en zestienjarige jongens van begin eenentwintigste eeuw ondervinden de gevolgen van deze wet wanneer ze in de ban raken van Dragon Ball Z. De meisjes lachen de jongens uit. Ze schamperen over 'een tekenfilm'. Ze begrijpen het niet. DBZ is veel meer dan dat.

Dragon Ball Z is een van origine Japanse 'manga'-serie die tussen 2000 en 2003 op de Nederlandse televisie te zien is. De 276 afleveringen worden door Cartoon Network en Yorin uitgezonden. Hoofdpersoon is Goku. De met zwart piekhaar getooide krijger verdedigt met een bont gezelschap medestanders de aarde en andere planeten tegen het kwaad. Het is moeilijk exact aan te geven wat de aantrekkingskracht is van de serie. Het is in ieder geval een stoere serie. De gevechten zijn veelomvattend en heftig, de 'saga's' spannend en verslavend, de karakters aansprekend en evoluerend - letterlijk en figuurlijk.

De epische gevechten in DBZ worden vaak over meerdere afleveringen uitgesmeerd. Dat geeft de serie een bepaalde traagheid die soms wel erg aan het vertragen-en-uitstellen-principe van de soapserie doet denken. Positief daarentegen is dat niet alle personages zwart of wit zijn. Zo is Vegeta aan het begin de slechterik, maar later schaart hij zich aan de zijde van Goku en de zijnen. Toch blijft hij altijd een duister randje behouden en verlaat het gevoel je nooit dat hij niet helemaal te vertrouwen is en dat er elk moment een dramatische wending kan plaatsvinden.

Yorin zendt onder de naam Yorkiddin' de programma's van Cartoon Network uit. Legendarisch is de 'Dragonball Z Rewind' in het weekend: alle afleveringen van de voorbije week worden achter elkaar herhaald. Ideaal als je er doordeweeks eentje gemist hebt en perfect voor de verregende zondagen. Dragon Ball Z is de ideale serie voor puberende jochies tussen servet en tafellaken: je kijkt nog steeds naar een soort van tekenfilm, maar wel naar eentje die niet geschikt is voor kinderen en die bovendien verre van kinderachtig is.

De vergetelheid
Dragon Ball Z verdween na 2003 snel van het toneel. Daar waren verschillende oorzaken voor. Yorin hield ermee op, sequel Dragon Ball GT was minder interessant dan Z en zoals alle hypes was ook de Dragon Ball-hype niet het eeuwige leven beschoren. Belangrijkste reden was misschien wel het feit dat de serie een specifieke generatie jongeren aansprak. Elke nieuwe generatie heeft weer zijn eigen favoriete series en hypes.

Vreemd genoeg is de serie nooit op een op de Nederlandse markt toegespitste reeks DVD's uitgebracht. Dat is een trend die voor meer schitterende series van vroeger geldt. Ook Alfred Jodocus Kwak is nog nooit gewoon chronologisch op dvd gezet, zoals tegenwoordig met zo'n beetje elke serie gebeurt. Alle afleveringen van Alfred zijn op 17 'thema'-dvd's uitgebracht, maar de chronologie is volledig doorbroken en afleveringen zijn nogal willekeurig gegroepeerd.

De Dragon Ball Z-saga's zijn wel in een Amerikaanse versie verschenen. Geïmporteerde boxen met alle 9 seizoenen worden op Marktplaats aangeboden. Biedingen gaan al snel boven de 300 euro, wat aangeeft dat er hier absoluut een markt voor is. Overdag Boes Boes kijken en 's avonds een dvd Dragon Ball Z: mannen blijven jongens.

vrijdag 14 januari 2011

Vergane glorie #11: Hans van Willigenburg

Naam: Hans van Willigenburg2
Functie: presentator/dichter(?)

De glorie
Je kunt veel van Jan Slagter zeggen, maar niet dat hij geen vakman is. In rap tempo heeft hij van bejaardenzender Omroep Max een vaste waarde gemaakt bij de Publieken. Oude, klassieke familieprogramma's brengt hij zonder schroom terug op de buis. Met KoffieMAX is zelfs de ouderwetse ochtendtelevisie terug van weg geweest. Moeder aller leuterprogramma's in dat opzicht is natuurlijk Koffietijd.

Van 1994 tot 2001 presenteren Mireille Bekooij en Hans van Willigenburg op RTL4 dit populaire televisie'magazine'. Er kijken op het hoogtepunt ruim 300.000 mensen naar. En dat terwijl Koffietijd tussen 10.00 uur en 11.00 uur wordt uitgezonden. Driehonderdduizend zielen die dus blijkbaar niet aan het werk zijn en niks beters te doen hebben dan te kijken naar een man die zich zo vereenzelvigt met zijn programma dat hij net zo lang onder de zonnebank is gaan liggen tot zijn gezicht de kleur heeft aangenomen van verse koffie met een scheutje melk.

Hans van Willigenburg is een kwee, maar zijn grootste coming out is nog schokkender: hij is een grote fan van Barbra Streisand, zo vertelt hij ooit vrolijk in Koffietijd. Barbra Streisand. Fan. Tsja.

De vergetelheid(?)
In 2001 wordt Koffietijd van de buis gehaald. Van de 300.000 kijkers had de helft inmiddels een betrekking gevonden. We bevinden ons dan ook in de tijd van Kok II en de Melkertbanen tieren welig. Van Willigenburg verdwijnt uit beeld en gaat een radioprogramma maken voor Radio Noord-Holland.

In 2009 keert hij plots terug in de openbaarheid. Als dichter. Hij publiceert een dichtbundel met de titel Objectief verzuipen. Een schitterende titel. Ook de volgende bundel mag er qua naamgeving wezen: De functie van Finland. Daarnaast schrijft Van Willigenburg journalistieke stukken. Zo schrijft hij open brieven aan bekende Nederlanders in HP/De Tijd, bijvoorbeeld aan Wouter Bos. Van Willigenburg gebiedt de PvdA-voorman begin 2010 zich wat sterker te profileren omdat we anders het risico lopen dat 'de theedrinker van Amsterdam' de touwtjes in handen krijgt... Van koffieschenker tot dichter en profeet, wat een comeback.

't Is natuurlijk niet waar. Dat wil zeggen: de genoemde bundels en artikelen dragen wel degelijk de auteursnaam 'Hans van Willigenburg', maar het betreft hier een naamgenoot van de gebronsde presentator. Dat schreeuwt natuurlijk om een pseudoniem, maar deze meneer kiest ervoor gewoon de eigen naam te blijven gebruiken. Een fraai staaltje superieure humor, dunkt mij.

maandag 20 september 2010

Vergane glorie #10: Jos Verstappen

Naam: Jos Verstappen
Functie: Autocoureur


De glorie
Mart Smeets klaagt vaak over de behandeling die Nederland zijn topsporters geeft. Worden sporthelden in andere landen op een voetstuk geplaatst, in Nederland worden ze in de regel met argwaan bekeken en is hun krediet minimaal. Jos Verstappen kan daar over meepraten. En met hem de liefhebbers van de autosport. Als jochie kreeg ik het uitentreuren te horen als ik mij de naam Jos Verstappen liet ontvallen: ‘Grindbak!’ Want Verstappen, die kon er niks van, die stond meer naast dan op de baan.

Die kritiek was onterecht. Misschien crashte Verstappen zijn bolide iets vaker dan de gemiddelde coureur – en ik betwijfel of dat statistisch werkelijk zo is –, hij nam nu eenmaal altijd risico’s en met hem erbij was het zelden saai. Even zo vaak leverde zijn gedurfde rijstijl hem positiewinst of zelfs een WK-punt op.

Jos Verstappen (Montfort 1972) debuteerde in 1994 in de Formule I voor Benneton, het team van Michael Schumacher. Begonnen als testrijder mocht hij door een blessure van tweede rijder JJ Lehto al in Brazilië debuteren. Nu wil de mythe dat hij meteen in zijn eerste race met een drieste actie een lelijk ongeluk veroorzaakte. In werkelijkheid werd hij bij een gewaagde inhaalmanoeuvre van de baan gedrukt door Eddie Irvine, waarna hij de macht over het stuur verloor (oordeel zelf). Zijn naam als brokkenpiloot was echter gevestigd. Ook de brand bij een pitstop in Duitsland later dat jaar droeg bij aan dit beeld, al trof Verstappen hier evenmin blaam. Hij wist in 1994 zelfs drie keer een podiumplek te veroveren.

Toch moest hij in 1995 weg. In de Formule I gaat het in de eerste plaats om de kracht van de auto en pas in laatste instantie om het individuele talent van de rijder. Verstappen was zo’n coureur die altijd meer uit zijn auto wist te halen dan een ander. Hij stond standaard een aantal rijen voor zijn teamgenoot op de grid. In de regen was hij fenomenaal. Die specifieke kwaliteiten leverden hem dan ook altijd weer een startbewijs op. Simtek (’95), Footwork (’96), Tyrrell (‘97), Stewart (’98), Arrows (’00-’01), steevast wist Verstappen met minimale middelen het maximale uit de auto te halen. Maar ook een begenadigd racer als Verstappen was uiteindelijk niet opgewassen tegen het malheur van de technisch inferieure bolides onder zijn kont.

De vergetelheid
De Formule I is altijd al een speeltje voor rijke ondernemers en fabrikanten geweest. Meer en meer heeft het aantal sponsors dat een racer meebrengt, de zak geld, de overhand gekregen op diens racecapaciteiten. Nederland heeft nooit echt warm gelopen voor Verstappen en de racerij in het algemeen en de Limburger kreeg het dan ook steeds moeilijker om een stoeltje te bemachtigen. In 2003 mocht hij het nog proberen bij Minardi, het sympathieke lelijke eendje van de hoogste raceklasse. Het zou zijn laatste jaar zijn.

Verstappen heeft nadien nog even voor het vaderland in de landencompetitie (A1GP) gereden, waarna hij zich is gaan toeleggen op 24-uurswedstrijden en 1000 kilometerraces. In 2008 won hij met Peter van Merksteijn en Jeroen Bleekemolen de LMP2-klasse van de legendarische 24 uur van Le Mans.

Helaas is het imago van brokkenpiloot altijd aan Verstappen blijven kleven. Ook privé kwam hij vaker negatief dan positief in het nieuws (losse handjes). Tegenwoordig vind ik de hele Formule I geen hol meer aan. Voor mijn gevoel gebeurt er nooit meer wat opzienbarends en rijden er een twintigtal grijze muizen rond. Alleen Olav Mol tettert nog net zo enthousiast zijn commentaar de huiskamer in als toen. Jos Verstappen was nog een echte racer. Niks teamtactiek en veilig de eindstreep halen. Inhalen, dat was het devies. Desnoods ten koste van een crash. De grindbak of de gladiolen.

donderdag 29 juli 2010

Vergane glorie #9: Ab Normaal

Naam: Ab Normaal
Functie: Moppentapper


De glorie
Ergens rond de eeuwwisseling was ik aan het oppassen bij mijn kleine neefje en nichtje. We zaten wat te zappen, op zoek naar een leuk programma. Toen een roze konijntje op het scherm verscheen, riep het nichtje geestdriftig dat ze dat wel wilde zien. Zo'n lief konijn. Ik wist echter wel beter. Het knuffelbeest was niemand minder dan Ab Normaal, de grofgebektste presentator van Nederland.

Ab werd gespeeld door Wiebe Hartog, het programma was een idee van het succesvolle duo Clemens Timmer en Frank de Haan. Ab Normaal was echt een fout programma. De host een konijn dat schuine, seksistische moppen vertelde, de bardame een dom blondje dat Beverley heette en door Ab kortheidshalve 'Bef' genoemd werd en de entertainer een zonnebankbruine B-artiest genaamd Rob Ronalds die tussen de moppen door wat liedteksten mocht uitkramen. Ook het in de studio aanwezige publiek was navenant. Je ziet ze tegenwoordig nog bij de TROS op een plein staat bij een muziekfeest. De makers waren erg inventief op het gebied van seksuele woordkunst. Termen als 'stokslobberen', 'voorhuidjoggen' en 'nilfisken' mogen zo het Bargoens woordenboek in.

Op de middelbare school was Ab Normaal een cultheld, net als zijn vaste artiest Robbie Ronalds. Het was zaak zoveel mogelijk moppen te onthouden om die de volgende ochtend in de klas na te vertellen. Ook het imiteren van Rrrrrobbie Ronalds was een aangename tijdsverpozing. Borst vooruit, kin omhoog, handje naar voren, 'glad' kijken en zingen maar. En toch was de stiekeme ster van de show waarschijnlijk Pa, de verfomfaaide vader van Ab. 'Lik toch m'n bolle reet!' riep-ie altijd. Hij was ook de enige die Rob Ronalds op waarde wist te schatten: hij noemde de zanger steevast Bob Bonalds.

De vergetelheid
Ab Normaal werd uitgezonden op de commerciële zender Yorin. In het gegoochel met zenders van begin eenentwintigste eeuw werd ook Ab regelmatig weggetoverd om ergens anders weer tevoorschijn te komen. Hij verhuisde naar RTL 5, kort daarop naar de nieuwe zender V8 en in 2002 naar Veronica. Een jaar later cancelde deze omroep Ab Normaal. Ook hier draagt allicht een miserable CD-titel een deel van de schuld: Bev en andere lekkere stukken.

Naast de funeste titel is er in deze rubriek nog een tweede rode draad: John de Mols Talpa dat de zoekgeraakte sterren opspoort en ze weer oplapt. In 2007 mocht Normaal daar het programma Komt een man bij de dokter presenteren. Een jaar later schreef een geestverwant het boekje Komt een vrouw bij de dokter, dat in zekere zin ook een heel erg foute mop is. Toen was Ab echter alweer van de buis.

En Robbie Ronalds? Die timmert nog steeds aan de weg in het altijd bruisende levensliedcircuit. Kort geleden bracht hij nog de WK-single 'Wij gaan voor niemand aan de kant' uit. Ook de welkomsttekst op zijn site belooft veel: 'Op deze website staat zoveel mogelijk informatie van wat ik al heb gedaan tijdens mijn zang en presentatie carrière, en... natuurlijk wat er nog allemaal gaat komen.' Spannund!

Naschrift: Op zoek naar info voor dit stukje stuitte ik op de volgende mededeling: 'Sinds 17 juli 2010 is Ab Normaal weer te zien op Comedy Central'. Zo gaat het uiteindelijk met alle culthits. The A-Team, Baywatch, Cheers, Ab Normaal. Ze zullen tot in de eeuwigheid herhaald worden.

vrijdag 2 april 2010

Vergane glorie #8: The Darkness

Naam: The Darkness
Functie: Band

De glorie
Geen industrie zo hypegevoelig als de muziekindustrie. Elk jaar wordt een nieuwe band uitgeroepen tot de nieuwste sensatie. Die band is dan een jaar lang omnipresent, om vervolgens weer net zo snel afgeserveerd te worden, zie Arctic Monkeys.

In 2003, maar het lijkt al veel langer geleden, trok een andere Britse band alle aandacht naar zich toe. Met hun single 'I Believe in a Thing Called Love' werd The Darkness plotsklaps gigantisch populair. Het nummer bezat power en bleef snel hangen, maar het succes was toch vooral op het conto van zanger Justin Hawkins te schrijven. Met zijn hoge uithalen was de gelijkenis met wijlen Freddie Mercury treffend.

In Engeland kwam het lied al snel op 1, net als het bijbehorende album Permission to Land. Ook in de rest van Europa steeg het tot grote hoogten. Ik herinner me dat zenders als The Box en TMF het de hele dag door draaiden. Het was dan ook waarlijk een aanstekelijk nummer waar je op een bepaalde manier behoorlijk vrolijk en druk van werd. De clip was er eentje met een knipoog en de band was wars van pretenties.

Zelfs Allmusic sprak van een 'onweerstaanbare' voorman en deelde vier sterren uit aan Permission to Land. The Darkness had de jaren zeventig en tachtig succesvol weten te combineren met een eigen, op de snelle moderne tijd toegespitst, geluid.

De vergetelheid
Niemand had verwacht dat The Darkness een one hit wonder zou blijken te zijn, maar toch draaide het daarop uit. Enige airplay genereerde nog wel de kerstsingle 'Christmas Time (Don't Let the Bells End)', maar daarna bleven nieuwe hits uit.

Tegelijk met The Darkness kwam Keane op. Media creëerden een fictieve strijd tussen de twee bands. Wie zou de grootste worden: de luidruchtige, exuberante Hawkins cum suis, of de gevoelvolle, ingetogen Tom Chaplin en zijn metgezellen? Het mag geen verrassing heten dat beide zangers de druk niet aan konden. Zowel Hawkins als Chaplin raakte langzaam verslaafd aan alcohol en drugs.

Dat Keane de 'strijd' uiteindelijk won, lag aan het aanhoudende succes van de band. Waar Hawkins en The Darkness een bedroevende vervolgplaat met de pijnlijke titel One Way Ticket to Hell... and Back afleverden, daar wisten Chaplin en Keane met hun Under the Iron Sea zowel de serieuze critici en luisteraars als het grote publiek te bekoren. Chaplin zou uiteindelijk toch knakken door zijn verslaving, net als eerder Hawkins. Maar omdat Keane reeds had aangetoond een vaste waarde te zijn, was een comeback na het afkicken geen probleem.

Dat lag anders voor Hawkins. De singles van het tweede album, 'Is It Just Me?' en 'Girlfriend' uit 2006, deden niets. Toen Hawkins aan het eind van het jaar na een verblijf in een kliniek clean werd verklaard, was er geen succes meer om op voort te bouwen. Hij verliet alsnog de band. De drie overgebleven leden - bassist Frankie Poullain was al eerder buitengeschopt - gingen in 2007 verder als The Stone Gods, maar die groep is de obscuriteit nooit ontgroeid.

In 2003 mochten The Darkness en Justin Hawkins een jaar lang schitteren. Ze kwamen niet verder dan één enkel liedje. CLIP

maandag 1 februari 2010

Vergane glorie #7: Daniel Bedingfield

Naam: Daniel Bedingfield
Functie: Zanger

De glorie
Jeugdzondes, deze rubriek loopt er van over. Je bent scholier, onwetend en onderworpen aan de grootste stemmingswisselingen. Je luistert naar muziek die 'in' is en aansluit bij je primitieve gevoelens, en die je pas veel later zult ontmaskeren als middle of the road. Zo was er rond de millenniumwisseling de alombejubelde Spaanse melodramaticus Enrique Iglesias met het mierzoete 'Hero'. En iedereen had zijn eigen, particuliere zonde. Een vriend ging voor de schorre, besnorde hiphopper Ja Rule ('Wuwuwuwu livin' it up!'). Een andere vriend veerde op bij de fluisterzang van David 'Leap of Faith' Charvet. En ondergetekende zette de repeatknop aan op de weeë ballad 'If You're Not the One' van Daniel Bedingfield.

'If You're Not the One' stond in 2003 maar liefst 19 weken in de Top 40. Toch kwam het nummer niet hoger dan plaats 13. De tekst spreekt voor zich: 'If you're not the one, then why does my soul feel glad today? [...] I don't wanna run away, but I can' take it, I don't understand, If I'm not made for you then why does my heart tell me that I am?' enz. Een perfect nummer voor de hunkerende puber.

Volgens een vriend, die ene van Ja Rule, was het lied behalve duf en zeikerig ook nog eens veel te lang, kritiek die ik nu wel kan onderschrijven. Hij vond Bedingfield's eersteling 'Gotta Get Thru This' beter. Dat 'garage'-nummer reikte tot plaats 14, net als 'Never Gonna Leave Your Side', de al even sentimentele opvolger van 'If You're Not the One'. De 23-jarige Nieuw-Zeelander Bedingfield was 'hot'.

De vergetelheid
Dat duurde echter maar één cd lang. De drie genoemde hits waren alle afkomstig van het succesvolle studioalbum Gotta Get Thru This. Daarna verdween de sympathieke kiwi uit beeld en werd hij al gauw overvleugeld door zijn zuster Natasha. In de onlangs uitgezonden Zeroes Top 1000 van 3fm stond 'Gotta Get Thru This' nog net op 942, 'If You're Not the One' had de lijst niet eens gehaald.

Daniel blijkt op nieuwjaarsdag 2004, ongeveer een jaar na zijn glorieuze doorbraak, een zwaar auto-ongeluk te hebben gehad. Ernstig hoofd- en nekletsel noopten hem zes maanden lang met een nekbrace rond te lopen om te kunnen herstellen. In november van datzelfde jaar verscheen evenwel het album Second First Impression. De titel zette de toon: de cd flopte. Dat lijkt overigens wel een constante te zijn in deze rubriek: de vergetelheid zet meestal in met een lelijke televisieprogramma- of cd-titel.

Sindsdien is het echt muisstil rond Daniel. Hij heeft naar eigen zeggen in 2007 drie volledige albums opgenomen, maar wanneer zijn computer gestolen wordt is hij alles kwijt. Eerst eens kijken of het eerste van de drie cd'tjes een beetje aanslaat alvorens de tweede en de derde op te nemen was blijkbaar geen optie. Of een back upje branden. Nu is het 2010 en zit dat derde album er volgens Daniel nu toch echt aan te komen. Misschien zijn de huidige zestienjarigen ontvankelijk voor een nieuwe pathetische tophit van Bedingfield, mij kan het allemaal gestolen worden.

Tenzij hij een duet opneemt met David Charvet. Of, nog beter, Ja Rule.

zondag 10 januari 2010

Vergane glorie #6: Macaulay Culkin en Norman D. Golden II

Naam: Macaulay Culkin en Norman D. Golden II
Functie: Acteurs

De glorie
Afgelopen Kerst werden Home Alone en Home Alone 2 weer uitgezonden. De films zijn inmiddels uitgegroeid tot onvervalste kerstkrakers. Dat is terecht, vooral deel 1 heeft nog niets van zijn glans verloren. Home Alone weet nog steeds kinderen te betoveren. Op nieuwjaarsdag zag ik een film die voor mij persoonlijk eveneens te maken heeft met jeugdsentiment maar die helaas niet zo vaak op tv is: Cop and a Half. In de genoemde films trekken twee kindsterretjes alle aandacht naar zicht toe: in Home Alone Macaulay Culkin en in Cop and a Half Norman D. Golden II.

Macaulay Culkin was nog geen tien jaar ten tijde van de opnames van Home Alone. Hij speelde Kevin McAllister, het jongetje dat met Kerst per abuis door zijn ouders thuis wordt achtergelaten wanneer de hele familie op vakantie gaat. De kleine schavuit verdedigt vervolgens met verve het ouderlijke huis tegen twee sukkelige inbrekers. Culkin blonk uit door zijn mimiek en stal natuurlijk de harten van alle filmkijkers. Hij werd overladen met prijzen en werd zelfs genomineerd voor een Oscar voor 'beste acteur'. Vooral de boobytraps in Home Alone maakten veel indruk: je wilde Kevin zijn. Ook het kerstgevoel was optimaal aanwezig: sneeuw, kerstboom, kerk en de hereniging met de familie aan het eind.

De aaibaarheidsfactor van Golden was zo mogelijk nog groter. Hij speelde Devon Butler, een kereltje dat niets liever wil dan politieagent worden. Wanneer hij getuige is van een moord, eist hij in ruil voor een getuigeverklaring een tijdje als een echte agent mee te mogen lopen aan de hand van de nurkse rechercheur Nick McKenna, gespeeld door Burt Reynolds. De film werd slecht ontvangen door de kritiek, maar daar heb je als kind geen weet van, laat staan dat je er een boodschap aan hebt. De film was een klassieker op kinderfeestjes.

Cop and a Half was een grappige, ontroerende film met memorabele quotes (Devon mag op het bureau een telefoontje beantwoorden maar wordt door de beller niet serieus genomen: 'Damned civilians!'; Devon bekijkt mug shots van verdachten: 'Haha, look at that fat jumbo!', met de onsterfelijke ondertiteling 'Kijk die dikke klojo eens!') en een lief, gevat mannetje als kindsterretje. Overigens ontdekte ik toen ik de film 1 januari keek dat er een racistische scène in zit. McKenna en Devon zitten in een politie-auto en de kleine vraagt: 'How old do you think I am?', waarop McKenna antwoordt: 'I can't tell, it's too dark in here.' Tsja.

De vergetelheid
Kindsterretjes blijven altijd kindsterretjes. Je hoort er nooit meer iets van, tenzij ze voortijdig komen te overlijden door een overdosis. Iedereen onthoudt het beeld van het onschuldige jongetje en eigenlijk mag een kindsterretje niet ouder worden. Dat doet afbreuk aan de mythe, aan de vertedering, de herinnering. Een volwassen geworden kindster is een gruwel.

Macaulay Culkin kwam begrijpelijkerwijs nooit meer onder het juk van Home Alone uit. Michael Jackson ontfermde zich over de kleine man en de twee werden beste vrienden. Daar valt van alles bij voor te stellen. We weten alleen dat Culkin veel tijd doorbracht op Neverland en dat hij peetoom werd van Jacksons kinderen Prince en Paris. In 1998, pas 17 jaar oud, trouwde hij met de eveneens 17-jarige actrice Rachel Miner. Twee jaar later scheidden ze alweer. Hij kwam in 2004 nog even het nieuws toen hij gearresteerd werd voor - wat een verrassing - drugsbezit.

In goede films hebben we hem na 1994 nooit meer gezien. Zijn laatste twee 'verschijningen' spreken boekdelen: hij speelde in een Britse commercial voor een verzekeraar en hij had een klein gastrolletje in een 'WWE Raw'-gevecht. In dit nepworstelen werd een vechter verslagen met een Home Alone-move: hij werd geveld door een aan een touw bevestigd verfblik dat door een deuropening werd gegooid. Culkin verscheen vervolgens in de deuropening en sprak in de camera: 'That's not funny.' Inderdaad. Er lijkt dus geen enkele reden te zijn om de inmiddels 29-jarige Macaulay Culkin nog te benijden. Dat is echter niet waar. Hij heeft momenteel namelijk een relatie met Mila Kunis, dat mokkel uit That 70's Show. De mazzelpik.

Norman D. Golden II verdween helemaal in de vergetelheid. Het arme ventje moet sowieso een trauma hebben opgelopen toen hij genomineerd werd voor een 'Razzie' naar aanleiding van zijn optreden in Cop and a Half. Dat is geestelijke kindermishandeling. Van Reynolds werd overigens gezegd dat Cop and a Half funest zou zijn voor zijn verdere carrière. De film zou voor hem zijn wat Stop! Or My Mom Will Shoot voor Stallone was... Norman Golden speelde nog in een tv-remake van Moby Dick, maar zonder succes. Tegenwoordig schijnt hij rapper te zijn onder de naam 'eNormus'. Komt hij zo toch nog met de politie in aanraking...

donderdag 13 augustus 2009

Vergane glorie #5: Ferdi Vierklau

Naam: Ferdi Vierklau
Functie: Voetballer

De glorie
Voetbalplaatjes sparen is alleen de moeite waard als iedereen het doet. Het seizoen 1994-1995 is zo'n jaar waarin het hele schoolplein gonst van de Panini-plaatjes ruilende kinderen. Het is het seizoen dat zal eindigen met de Champions League-winst van Ajax, maar dat weet dan nog niemand uiteraard. Op de cover van het album (à 2 gulden) staan Marc Overmars en een speler van Go Ahead Eagles, en iedereen heeft de verdedigers van Vitesse meerdere malen dubbel: in elk pakje zit weer óf Theo Bos óf Edward Sturing óf Erwin van de Looi óf Arjan Vermeulen.

Lachen is het om de absurde tronies waarmee sommige spelers bedeeld zijn. John Feskens met zijn centenbak. De kwaad kijkende Romano Sion. De gigantische gok van Tomek Iwan - over vergane glorie gesproken. En natuurlijk de magische bult op het hoofd van Ferdi Vierklau, FC Utrecht. Is hij daags voor de fotosessie van de trap gevallen? Nee, de bult van Vierklau is aangeboren. Daarin schuilt zijn kracht.

Ferdi Vierklau is anno 1994 de matige rechtsback van het al even matige FC Utrecht. In 1996 vertrekt hij naar Vitesse, waar hij korte tijd excelleert. Het levert hem een uitnodiging van bondscoach Guus Hiddink op. Vierklau zal uiteindelijk twee duels in Oranje spelen. Een seizoen later versiert hij een transfer naar het Spaanse Tenerife. Daar speelt hij één seizoen in de basiself. Het tweede seizoen komt hij nauwelijks nog aan spelen toe, waarop zowaar het grote Ajax hem binnenhaalt. Vierklau heeft zijn top bereikt.

De vergetelheid
Het seizoen 1998-1999 zal het magerste jaar uit de geschiedenis van de hoofdstedelingen worden sinds 1964-1965. Onder eerst Morten Olsen en na de winterstop Jantje Wouters wordt Ajax slechts zesde. Vierklau speelt acht wedstrijden. De twee daaropvolgende jaargangen blijven zowel Ajax als Vierklau aanmodderen. Ajax wordt vierde en derde, Vierklau speelt tien en veertien duels in het eerste elftal. In 2001-2002 wordt Ajax weer kampioen. Vierklau heeft geen aandeel in het succes, hij mag in slechts zes wedstrijden opdraven, Hatem Trabelsi is de nieuwe rechtsback.

Ferdi Vierklau nam aan het eind van dat seizoen resoluut afscheid van het betaalde voetbal. Hij was pas 29 jaar oud. Vierklau ging spelen voor de Utrechtse amateurs van RUC, de Raven USCL Combinatie. Hoe het hem daar is vergaan is niet bekend, maar naar verluidt was zijn spel in het eerste van RUC niet meteen ruk.

Ferdi Vierklau behoort tot dat selecte groepje Oranje-spelers van wie je je afvraagt hoe ze in vredesnaam ooit in het Nederlands Elftal verzeild zijn geraakt. Denk aan Jeffrey Talan, John Veldman, Dries Boussatta, Eric Viscaal en Victor Sikora: spelers die in de jaren negentig enkele caps achter hun naam kregen, maar nu reeds totaal vergeten zijn. Concluderend had Ferdi Vierklau nooit naar Ajax moeten gaan. Hij had gewoon die modale verdediger van FC Utrecht moeten blijven. Zo zullen we hem ook herinneren: in dat Amev-shirtje, met schedelbult en altijd die vage glimlach op zijn kanis.

dinsdag 4 augustus 2009

Vergane glorie #4: Scooter

Naam: Scooter
Functie: Muzikanten

De glorie
'How much is the fish??!!' Jonge mensen die ergens in de jaren tachtig zijn geboren, weten meteen de herkomst van deze kreet. Wellicht tovert hij ook een glimlach op hun gezicht. 'How much is the fish?' is de titel van een bekende single van de in 1994 opgerichte Duitse housegroep Scooter. De groep bestaat uit zanger H.P. Baxxter en twee keyboardspelers. Rick J. Jordan is er net als Baxxter vanaf het begin bij, de functie van tweede keyboarder is sinds '94 bekleed door vier verschillende personen.

Het succes van Scooter in ons land bestrijkt in feite drie perioden. Midden jaren negentig, concreet in 1994 en 1995, scoorden de Duitsers hun eerste hits in Nederland, zoals 'Hyper hyper' en 'Move your ass'. Deze periode heb ik niet bewust meegemaakt. De eerste single die ik me herinner is 'Let me be your Valentine!' uit 1996. Het nummer bracht het niet voorbij de tipparade. Na enkele jaren van stilte brak Scooter in 1998 definitief door met 'How much is the fish?', een lied dat vrij snel een cultstatus verwierf.

Opnieuw wist Scooter het succes niet te continueren. Singles met waardeloze titels als 'Faster Harder Scooter' en 'Fuck the Millennium' werden begrijpelijkerwijs nauwelijks opgemerkt. De derde periode brak aan in 2002, toen Scooter handig inspeelde op de trance-rage en enorm scoorde met 'Nessaja'. Ook 'Weekend' en 'Maria (I like it loud)' (ft. Marc Arcadipane en Dick Rules) uit 2003 deden het uitstekend. Scooter was populair in discotheken en op een zender als The Box, die op vrijdagavond louter 'Trance 'n Dance' uitzond.

De vergetelheid
Na 2003 is Scooter opnieuw naar de achtergrond verdwenen. In 2008 probeerde het trio nog mee te liften op de jumpstyle-hype, maar 'Jumping all over the world' flopte volledig.

Hét nummer dat voor mij altijd aan Scooter verbonden zal blijven, is toch 'Nessaja' uit 2002 - niet per se door de expliciete videoclip. Het was de tijd dat 'Trance' in was, dé muziek voor de zestienjarigen waartoe ik toen ook behoorde. Je kunt het een jeugdzonde noemen, maar 'zonde' impliceert een vergissing waar je spijt van hebt. Zo kijk ik er niet tegenaan. Iedereen wordt in zijn kinder- en jeugdjaren aangetrokken door bepaalde soorten leeftijdsgebonden muziek en simpele, hype-gevoelige genres. Gelukkig groei je daar overheen als je ouder wordt, maar dat is nog geen reden om beschaamd terug te kijken op die periodes.

De 'Trance'-periode staat symbool voor een specifieke fase van mijn schooltijd; er zijn herinneringen verbonden aan de hippe deuntjes van mannen als Barthezz, Jan Wayne, Gigi D'Agostino, G-Spott, PPK, Sven-R-G en Brooklyn Bounce. ('Kenners' zullen ongetwijfeld onder 'trance' andere muziek verstaan, maar ik hanteer hier voor het gemak mijn persoonlijke terminologie.) Scooters 'Nessaja' klonk onlangs aan het begin van Brüno, de nieuwe film van Sacha Baron Cohen. Ik herkende de muziek meteen, maar kon aanvankelijk niet thuisbrengen wie het was en waar ik het van kende. Toch riep het onmiddellijk een positief gevoel op.

Dat 'Nessaja' door Baron Cohen gebruikt wordt, betekent dat Scooter tegenwoordig als representant van 'foute' muziek gezien wordt. De nummers bevatten dan ook de elementen die hiertoe uitnodigen. Het intro bestond steeds uit aandachttrekkende, mysterieuze keyboarddeuntjes, vaak gecombineerd met een vervormde, baby-achtige stem. Dan klonken ineens de opzwepende beats en deed Baxxter - steevast in witblonde coupe-soleil en met zo'n vuistmicrofoon - zijn intrede met kreten als 'ALL RIGHT!!!' of 'COME ON!!!'. Waarna het geweld losbarstte.

Geweldig. Wellicht slaagt Scooter erin nog een vierde keer te scoren, maar misschien is het maar beter van niet. En daarom roepen we nog één keer uit volle borst: 'HOW MUCH IS THE FISH???'

dinsdag 28 juli 2009

Vergane glorie #3: Ted van der Parre

Naam: Ted van der Parre
Functie: Sterke man

De glorie
Als klein jongetje vond ik een van de leukste programma's op tv de wedstrijden waarin grote, brede kerels streden om de titel 'Sterkste man'. De nationale held was Ted van der Parre, 2 meter 13 groot en 159 kilo schoon aan de haak. Van der Parre was gezegend met een bicepsomtrek van zo'n 54 centimeter, een borstomvang van 144 centimeter en een schitterende snor van minstens 15 centimeter lengte.

In de Sterkste Man-wedstrijden hielden spierbonken zich onledig met onder meer het gooien van tractorbanden, vliegtuig- en/of vrachtwagentrekken, het stapelen van vaten en - mijn favoriete onderdeel - het met gestrekte armen in de lucht houden van een loodzware bijl (zie afbeelding). Het was een indrukwekkend schouwspel, met bovendien in die tijd - we spreken van de eerste helft van de jaren negentig - een sterke Nederlandse delegatie met naast Van der Parre ook mánnen als Tjalling van den Bosch, Berend Veneberg en Wout Zijlstra.

Ted van der Parres ultimate moment of fame voltrok zich in 1992 toen hij de titel van World's Strongest Man veroverde in IJsland, nota bene in de achtertuin van zijn grote rivaal Magnús Ver Magnússon, een viking wiens kracht al deels in zijn naam zat besloten. (Tip: spreek die naam eens hardop uit en je voelt je krachten toenemen.) Het was een spannende strijd en de winst van Van der Parre maakte hem een nationale held.*

De vergetelheidDat duurde echter niet lang. Ted van der Parre verdween snel uit beeld. In 1994 verscheen hij weer voor even aan het firmament. Hij werd voor de derde keer Sterkste Man van Nederland en was er klaar voor om op het wereldkampioenschap Magnússon opnieuw te verslaan, dit keer in Sun City, Zuid-Afrika. Het liep echter anders. Van der Parre raakte geblesseerd en eindigde als achtste en laatste. Magnús Ver Magnusson won zijn tweede titel, hij zou er uiteindelijk vier in totaal winnen. Van der Parre probeerde nadien nog regelmatig terug te keren, maar aanhoudende blessures noopten hem in 1996 definitief een punt achter zijn loopbaan te zetten. Nieuwe woestelingen als Peter Baltus en Jarno Hams namen het stokje over.

Wat is Ted van der Parre nadien gaan doen? Magnússon heeft slim gebruik gemaakt van zijn sterrenstatus. Hij heeft zijn eigen sportschool in Reykjavik en treedt nog regelmatig aan als jurylid in Sterkste Man-wedstrijden. Ook verschijnt hij soms op tv, zoals in 2008 toen hij zijn opwachting maakte in The Daily Show van Comedy Central. Ted van der Parre heb ik nooit meer op tv gezien. Hij schijnt tegenwoordig net als Magnússon als jurylid op te treden, maar niet bij grote wedstrijden. Hier zien we hem op de vierde foto als jurylid bij een B- of C-wedstrijd vorige week in Maastricht. Wie goed kijkt, herkent nog iets van de oude glorie.

Jarno Hams zagen we niet zo lang geleden in een niet onaardige commercial voor Cup-a-Soup. Hams moet een vrachtwagen pullen, maar na het nuttigen van een soepje besluit hij de truck simpelweg over de streep te chaufferen ('Kijk dat vingertje!'). Hier had ik graag Ted van der Parre gezien. Twee meter dertien spieren in een vrachtwagen met een bekertje tomatensoep in zijn knuist. En dan zwaaien met dat vingertje en pronken met die snor. Dan zou iedereen aan de Cup-a-Soup zijn gegaan alsmede zijn snor hebben laten staan. Als eerbetoon aan superheld Ted van der Parre.

* De complete beelden van World Strongest Man 1992 zijn op YouTube te bekijken (zoek op 'WSM 1992').

dinsdag 21 juli 2009

Vergane glorie #2: Rolf Wouters

Naam: Rolf Wouters
Functie: Tv-presentator

De glorieNa Peter Jan Rens en Oscar Harris is Rolf Wouters ongetwijfeld mijn tv-idool van midden jaren negentig. Dat kwam door één programma: Wedden dat? Wijlen Jos Brink had dit programma bij de AVRO naar grote hoogten getild (Televizierring e.d.) en in 1993 nam Wouters het stokje over van Brink toen het programma naar de jonge omroep RTL4 verhuisde. Wedden dat? was daar de eerste grote live-show op de zaterdagavond. Miljoenen mensen keken ernaar.

Gasten beweerden iets bijzonders te kunnen en gingen vervolgens een weddenschap aan over het welslagen ervan. Het spannende aan Wedden dat? was de onzekerheid over de haalbaarheid van de weddenschappen. Omdat het live opgenomen was, was er geen sprake van meerdere takes. Memorabele weddenschappen gingen over pingpongballen en wasmachines. Een kerel kon merken pingpongballen onderscheiden aan de hand van het stuitergeluid; een klein manneke kon van elke willekeurige wasmachine het merk noemen (Wouters was nog bezig de weddenschap aan te kondigen, het joch riep al 'Siemens!' toen de eerste wasmachine de studio binnen werd geschoven).

Rolf Wouters droeg in grote mate bij aan het succes van het programma. Hij had een overtuigende presentatietechniek en een beetje de uitstraling van een gladjanus. Zijn assistent was ook legendarisch: meneer Sjon met z'n piepstem. Wedden dat? was Wouters' eerste grote show. Later scoorde hij met Now or Never en Uhhh... vergeet je tandenborstel niet. Rolf Wouters was de eerste presentator van het zeer controversiële Big Brother.

De vergetelheid
Na Big Brother verdween de roem voor Rolf Wouters als sneeuw voor de zon. Op zijn cv staan na Big Brother programma's als Televisione di Rolfo, Rolf's Discotrain en Rolf's antwoordapparaat, programma's waarvan de titels een aardige graadmeter zijn voor de kwaliteit ervan. Wouters was inmiddels zijn eigen productiebedrijf begonnen, dat later opging in IdTv. In 2005 keert hij nog eenmaal terug voor de schermen als presentator van Talpa's Sponsor Loterij Superbal.

Daarna is het zwart. De grote vraag is nu: waar is Rolf Wouters gebleven? Elke presentator heeft zijn uiterste houdbaarheidsdatum, maar Wouters was nog lang niet afgeschreven. Op internet klinkt steeds luider de roep om een terugkeer van de presentator. Misschien zou dat leuk zijn, misschien is het beter van niet. Het zou de herinnering geweld aan kunnen doen, de herinnering aan de zaterdagavonden op de bank, met natte haren, een zakje chips en een beker ranja.

dinsdag 14 juli 2009

Vergane Glorie #1: Brutil Hosé

Geïnspireerd door de comment van Le Bob in dit bericht, een nieuwe rubriek: vergane glorie. Over vergeten legendes, gevallen helden en uit het zicht geraakte jeugdidolen. Waar kennen we ze van? En waar zijn ze gebleven?
Naam: Brutil Hosé
Functie: Voetballer

De glorie
Brutil Hosé debuteerde in november 1998 op negentienjarige leeftijd in het eerste van Ajax. Hij maakte meteen naam, zeker met zo'n naam. Brutil was alles wat zijn voornaam beloofde: een bruut, een brutaaltje en een bulldog. Lochte acties en een verregaande agressiviteit waren echter zijn meest kenmerkende eigenschappen, voetballend talent en scorend vermogen kwamen nooit aan het licht. Hosé droeg een torenhoog verwachtingspatroon als een zware last met zich mee. Hans Westerhof noemde hem ooit 'het grootste talent van Ajax sinds jaren'. Nu wordt ieder jonkie dat één keer een mannetje passeert meteen gebombardeerd tot Ajax' nieuwste godenzoon, maar in Hosé's geval zegt het meer iets over Hans Westerhof, de man die er bijna in slaagde Vitesse te laten degraderen.

Brutil Hosé speelde in de seizoenen 1998-1999 en 1999-2000 in totaal zeventien wedstrijden voor de Amsterdammers. Hij wist daarin drie keer het net te vinden. Geen begenadigde topspits dus, onze Brutil. Hét hoogtepunt uit zijn carrière, de actie waar iedere liefhebber hem nog van kent, vindt plaats op een kille woensdagavond in december 2001. Ajax 2 speelt in een halflege ArenA tegen FC Twente, Hosé moet opdraven in het tweede. Zijn directe tegenstander is Dennis Hulshoff, erkende schoft en enkelkraker. De twee hebben het de hele avond met elkaar aan de stok.

Vlak voor rust ontspoort de tweekamp. Hosé duwt Hulshoff, waarop de Twente-speler de bal tegen de Ajacied aan schiet. Hosé reageert met een bodycheck, Hulshoff neemt wraak met een geplaatste kopstoot. Dan geschiedt wat Hosé onsterfelijk maakt, wat hem onderscheidt van alle andere voetballers. Iedere speler stort na een kopstoot als een stervende zwaan ter aarde, schreeuwend en kermend en huilend. Zo niet Brutil. Hij is even verbouwereerd, maar deelt dan de genadeklap uit. Letterlijk. Brutil Hosé velt Dennis Hulshoff met een directe rechtse. Knock-out.

De vergetelheid
Brutil Hosé krijgt de rode kaart en zijn aftocht is symbolisch. Het is het laatste wat we van de lange Surinamer hebben gezien. Ajax verhuurt hem na de winterstop aan De Graafschap. Via Haarlem, Sparta en FC Dordrecht verdwijnt Hosé uit het betaalde voetbal. Hij gaat spelen voor Haaglandia, getraind door John de Wolf.

Hosé past ook daar zijn 'agressieve' speelstijl toe, getuige Wikipedia: Hosé speelde 'maar 5 officiële wedstrijden (onder andere door een schorsing van 6 wedstrijden)'... Hosé zoekt vervolgens zijn heil in het buitenland. Hij trekt als een nomade langs obscure clubs als Poseidon Nuon Perron (Griekenland), Al-Wakrah (Qatar) en Sarawak FA (Maleisië). Sinds 2006 speelt hij weer voor Haaglandia.

In de database van vi.nl is Hosé na het incident-Hulshoff alleen nog te vinden in twijfelachtige berichten als 'Hosé mag alweer weg bij AA Gent' en 'Hosé op proef bij Sunderland'. De Amsterdammer is een van de vele voorbeelden van een belofte die het nooit heeft waargemaakt. In de annalen van het betaalde voetbal is hij slechts een vluchtige aantekening. Maar die vuistslag, die staat nu nog op het gezicht van Dennis Hulshoff.