dinsdag 8 december 2009

Leeslijst #30

Maarten 't Hart - Verlovingstijd Maarten 't Hart, onlangs 65 geworden, heeft nog nooit de PC Hooftprijs of de Constantijn Huygensprijs mogen ontvangen. Dat is vreemd, maar toch ook weer niet. 't Hart ligt namelijk niet zo goed bij de culturele elite. Daar zijn verscheidene redenen voor, zoals zijn tamelijk eenzijdige visie op literatuur (met name de betekenis van 'realisme') en het repetitieve karakter van zijn werk, waarin steeds weer dezelfde thema's aan bod komen (religie, klassieke muziek en flora en fauna). Toch is 't Hart een vakman, dat moet gezegd. Zijn historische roman Het psalmenoproer was Tolstoiaans meeslepend en ook zijn nieuwste roman Verlovingstijd heb ik met genoegen gelezen. In zijn autobiografische stukken (een groot deel van zijn fictionele werk is autobiografisch maar ik bedoel hier even zijn non-fictie) heeft hij 'monterheid' naast gierigheid zijn belangrijkste karaktertrek genoemd. Die monterheid is op elke bladzijde van Verlovingstijd aanwezig, al vanaf die heerlijke, reeds wijd en zijd geprezen, openingszin: 'Op een zonnige, windstille septemberdag stoven wij naar een groeve in Groningen.' Het hoofdpersonage blikt terug op zijn leven en zoomt in op de momenten dat het misging tussen hem en een (aspirant-)geliefde. Steeds blijkt zijn beste vriend een dubieuze rol te hebben gespeeld. Wat indruk maakt is het schijnbare gemak waarmee verteld wordt: ook de lezer 'stuift' door het verhaal. Wederom passeren daarbij de bekende thema's de revue. Die herhaling van zetten is op detailniveau soms storend - wéér dat, overigens indrukwekkende, gedicht van Larkin geciteerd - maar de beschrijvingen van de liefde voor klassieke muziek zijn zo passioneel en overtuigend dat je de genoemde werken zelfs gaat opzoeken en beluisteren ('Der Winterabend' van Schubert!). Maarten 't Hart, als verhalenverteller pur sang misschien wel de Nederlandse Dickens, verdient zo langzamerhand een oeuvreprijs. [****]

Christiaan Weijts - Via Cappello 23 Christiaan Weijts wordt vaak de natuurlijke opvolger van Mulisch genoemd. Met Via Cappello 23 maakt hij die kandidatuur zeker waar. Een passage als deze is op en top de oude meester: 'wat blijft er over van een gebeurtenis, als helemaal niemand zich haar herinnert? In zekere zin is het dan helemaal niet gebeurd, zelfs als het wél gebeurd is. [...] En wat nu [...] als iederéén zich iets herinnert, wat niet gebeurd is, zoals bij Romeo en Julia? Is het dan niet in zekere zin wel degelijk gebeurd, zelfs als het níet is gebeurd?' Weijts is tien jaar ouder dan ik en toch is dit de eerste hedendaagse roman waarbij ik de ervaring heb dat die volledig met de blik van een generatiegenoot geschreven is. Weijts zit zeer dicht op de tijdgeest. De heikele onderwerpen van onze tijd verbindt hij met literatuur, kunst, geschiedenis en eeuwige thema's als liefde, verraad en schuld. Er is aandacht voor klimaatverandering, de vrije seksuele moraal (of beter: de afwezigheid van een moraal), de plaats van internet in het moderne leven en de cruciale rol van oude en nieuwe media. Via Cappello 23 zit dan ook vol met doorzichtige verwijzingen naar hedendaagse mediafenomenen ('SteenGeil.nl', 'De Wereld Tolt', 'De Kwaliteitskrant'). Ik zou bijna vergeten dat Weijts ook nog een meeslepend, tragisch verhaal vertelt. De arrogante journalist Daniël Schaaf belichaamt de schreeuwerigheid en de hypocrisie, de sympathieke promovendus Arthur Citroen is de scherpzinnige observator in wie hoge en lage cultuur samenvloeien. Citroen komt in de problemen als een erotisch filmpje dat hij heeft gemaakt van een studente op het internet belandt. Schaaf zegt hem te kunnen redden maar geeft hem uiteindelijk openlijk de genadeklap. Hoewel Weijts' tweede roman spannender en minder slordig is dan zijn debuut, is Via Cappello 23 net als Art. 285b een overvol en compositorisch wankel boek. Dat neemt niet weg dat dit weidse eenentwintigste-eeuwse panorama in vele opzichten indrukwekkend is. [*****]

A.F.Th. van der Heijden - Het schervengericht 'Bijbeldik' noemde Pieter Steinz dit deel uit de cyclus Homo Duplex. Die 1050 pagina's hadden me dan ook lange tijd afgeschrikt: er was meer te lezen, deze gifgroene pil kwam later wel. Toen echter het nieuws naar buiten kwam dat Roman Polanski in Zwitserland gearresteerd was naar aanleiding van een decennia geleden begane seksuele escapade met een minderjarig meisje, was het tijd Het schervengericht open te slaan. Van der Heijden laat in deze roman immers Polanski al eind jaren zeventig achter de tralies verdwijnen voor dit pedofiele delict. Incognito als 'Remo Woodehouse' mag hij in de zwaarbewaakte Amerikaanse gevangenis Choreo de tijd doden met schoonmaakwerk, samen met een andere gevangene, de volledig in brandwondenverband gewikkelde Scott Maddox. Deze dwerg blijkt Charles Manson te zijn, de moordenaar van de hoogzwangere Sharon Tate, Polanski's vrouw. Van der Heijden noemt nergens de werkelijke namen van de twee en waakt dus strikt over de kunstmatige scheiding tussen werkelijkheid en fictie. Hij laat de twee lange gesprekken voeren, eerst als collega-inmates, later, na de wederzijdse 'ontmaskering', als op wraak beluste vijanden. Ik zeg weleens, honderd pagina's A.F.Th. lees je als vijftig pagina's van een andere schrijver. Als geen ander weet Van der Heijden zijn proza een immer vlotte tred te geven. Zo wordt ook dit veel te dikke boek nooit echt oeverloos, al helt het middengedeelte soms vervaarlijk over naar de langdradige kant. De lange dialogen tussen Remo en Scott zijn soms zo gekunsteld dat het ergerlijk wordt. Toch kent ook Het schervengericht weer de nodige 'kippenvelpassages', met als hoogtepunt de bladzijden waarin de moord op Tate vanuit de vrucht in haar baarmoeder wordt beschreven. Na de dood van zijn moeder leeft de ongeboren Paul nog twintig minuten, de 'eenzaamste twintig minuten uit de geschiedenis van de mensheid'. [***]

Joseph O'Neill - Netherland Mooie, droeve roman over Hans van den Broek, een in Nederland opgegroeide Amerikaan die, in een persoonlijke crisis beland, in melancholie vervalt en daarbij prachtige beschrijvingen van de laaglandse natuur en cultuur uit zijn herinneringen opdiept. De puurheid en onbedorvenheid van zijn jeugd contrasteert sterk met de puinhopen - zowel persoonlijk als politiek-maatschappelijk - na 9/11. Het meanderende Engelstalige proza is doorspekt met Nederlandse woorden en termen. Foutloos Nederlands welteverstaan, maar O'Neill groeide dan ook op in Den Haag. [****]

Herman Koch - Het diner Arnold Heumakers heeft gelijk: Het diner is een spannende roman die verpest wordt door het lamlendige slot. Twee broers, van wie er een een Wouter Bos-achtige toppoliticus is, worden geconfronteerd met een daad van zinloos geweld van hun zoons waarbij een dodelijk slachtoffer is gevallen. De ingrediënten lijken aanwezig voor een intense roman over de schuldvraag en de omgang van ouders met zo'n verschrikkelijke actie van hun kind. Is de opvoeding mislukt? Is de maatschappij de aanstichter? Verkeerde vrienden? Nee, zo blijkt aan het eind, er is een erfelijke afwijking in de familie. 'Vader en zoon zijn allebei "monsters".' (Heumakers) Whodunnit? De genen... [**]

Jan van Mersbergen - Zo begint het Technisch zeer verfijnde roman waarin drie aparte verhaallijnen hecht met elkaar verweven zijn. Een hond heeft een baby doodgebeten. We volgen in Zo begint het Evana, die pas moeder geworden is, het krantenbericht over het drama onder ogen krijgt en beseft dat ze als jeugdige delinquente een tijdje voor de betreffende hond gezorgd heeft; Emma, de moeder van de dode baby, en Edyta, een Poolse thuishulp die de man die de hond heeft afgericht verzorgt. Alle drie zoeken zij, onafhankelijk van elkaar, in zichzelf naar de schuldvraag. Erg jammer is dat een van de drie verhaallijnen, die over Emma, niet zo goed is uitgewerkt als de andere twee en dat de onderhuidse spanning uit de juweeltjes De macht over het stuur en Morgen zijn we in Pamplona in Zo begint het veel minder aanwezig is. [***]

vrijdag 4 december 2009

Sporen

Bij de ingang van het FC Oss-stadion staan sinds jaar en dag twee oudere mannen loten te verkopen, ten bate van 'jeugd en amateurs'. De mannen roepen steevast de wervingstekst 'drie voor één euro, zes voor twee'.

Dat laatste is bij nader inzien een loze toevoeging. Als je voor een piek drie lotjes kunt kopen, dan krijg je er logischerwijs zes voor het dubbele bedrag. Alleen als er een korting aan verbonden zou zijn, is het van belang te vermelden wat de prijs van meer dan drie loten is. De mannen staan er in weer en wind, doen het waarschijnlijk voor niets en missen het eerste kwartier van elke wedstrijd door de laatkomers. Hun simplistische economische inzicht mag je ze dan ook niet al te euvel duiden.

De Nederlandse Spoorwegen, toch een gigantisch bedrijf, werkt evenwel al jaren met dezelfde methode. Sinds het zalige reizen op een OV-jaarkaart een gesloten boek is, maak ik veel gebruik van losse tickets. Ik bedacht dat het wel handig zou zijn een 5-retour-kaart te kopen. Lekker makkelijk en scheelt weer in de kosten, zo was mijn al te optimistische gedachte. Van enige korting is echter geen sprake. De prijs van een 5-retour-kaart bedraagt gewoon vijf keer de prijs van een retourtje...

In Brussel koop je een ticket voor vijf ritten met wat korting en een ticket voor tien ritten met nog meer korting. Ik heb gemerkt dat in veel opzichten de Belgen hun zaakjes verre van op orde hebben en dat alles er tien keer trager gaat dan in Nederland, maar qua spoorwegen heb ik tot op heden weinig te klagen. Oké, er is veel (kleine) vertraging, maar die wordt wel op de minuut nauwkeurig aangegeven en continu geüpdatet. Dus niet op z'n Hollands een omroepbericht dat de trein vijf minuten vertraging heeft en dan ruim een kwartier moeten wachten, of - misschien nog erger - bij zo'n melding nog snel even een broodje gaan kopen en dan bij terugkomst merken dat de trein toch op tijd was en net wegrijdt.

Bovendien kun je in België nog bijna overal een kaartje kopen aan het loket - nog nooit een onvriendelijke of chagrijnige beambte tegenover me gehad - en word je niet getreiterd door onwillige automaten. Ook van die verderfelijke OV-chipkaart is bij de zuiderburen (nog) geen sprake. Ik kijk al met angst en beven uit naar het moment waarop die kaart verplichte kost wordt. Niemand heeft erom gevraagd, de onduidelijkheid is groot en er schijnt ook nog iets te zijn met gegevens en privacy en zo...

Groot minpunt is de aansluiting van België op Nederland. Er is een rechtstreekse intercity tussen Brussel en Amsterdam, maar die rijdt maar één keer in het uur. Bovendien moet je als je vanuit de richting Den Bosch komt vijfentwintig minuten wachten op het winderige, onplezierige station van Roosendaal. Ook schijnen er weleens treinen definitief te stoppen in het grensplaatsje Essen, zonder nadere mededelingen aan de gestrande reizigers.

Wat een gedoe allemaal. Zoiets hoop ik nooit mee te maken, zeker niet op vrijdagavond. Dan móet ik uiterlijk om 20.00 uur in Oss zijn om begroet te worden door de nutteloze maar in haar eenvoud o zo sympathieke 'aanbieding' van de lotenverkopers.

zaterdag 28 november 2009

Smolders, de rotste appel uit de mand

Met de columns van Tony van der Meulen in het Brabants Dagblad ben ik het bijna altijd hartgrondig oneens - daarom lees ik ze ook zo graag, ik ben nu eenmaal geen Francisco van Jole die alleen maar wil lezen wat hij zelf ook al vindt. Vanochtend moest ik Van der Meulen echter gelijk geven. Hij had een stukje geschreven over het afscheid van Ruud Vreeman als burgemeester van Tilburg en de rol van raadslid Hans Smolders daarin. Van der Meulen was woest op Smolders.

De Tilburgse populist was niet aanwezig op de afscheidsreceptie van de ex-burgervader. Dat zou hetzelfde zijn als de van ontucht verdachte Bossche zwemleraar een hand geven, aldus Smolders. 'Nu ik deze goorheid overtik, word ik weer hels,' schreef Van der Meulen. Inderdaad een walgelijke uitspraak van Smolders. Een uitspraak die typerend is voor het smaldeel Fortuynisten dat de erfenis van de kale revolutionair te grabbel gooit.

David Van Reybrouck schreef het al in zijn mooie pamflet Pleidooi voor populisme: Er is niet minder populisme maar beter populisme nodig. Intelligente politici die dicht bij het volk staan en tegelijkertijd de mores van het politieke spel kennen en beheersen. Na de dood van Fortuyn ging de LPF ten onder aan de slechteriken binnen de eigen gelederen. Verlichte populisten met bestuurlijke vaardigheden (Herben) en goed beargumenteerde politieke ideeën (Eerdmans) dolven het onderspit tegen de eigenheimers en baantjesjagers. Het is allemaal na te lezen in het spannende boek In de ban van Fortuyn. Van Hans Smolders wordt daarin een allesbehalve rooskleurig beeld geschetst.

In februari 2001 moest er snel een lijst met kandidaten voor de LPF worden opgesteld. Smolders was een van de zes vrijwilligers die zo hard hadden gewerkt dat ze wel een bonus verdienden: ze mochten op de lijst. Smolders, volgens John Dost 'de rotste appel die ertussen zit', was elke dag om zeven uur al aanwezig op het partijkantoor, vandaar. Smolders zou al snel intern in opspraak komen. Seksuele intimidatie, bedreiging, fysiek geweld: hij vestigde in recordtempo een bedenkelijke reputatie. Bovendien zou hij een van de twee kandidaten zijn geweest die een dusdanig zakelijk verleden hadden dat de partij er onder zou lijden.

Op 6 mei wist Smolders luttele minuten na de moord Volkert van de Graaf te overmeesteren, zijn enige prestatie van formaat - al lijkt mij het in bedwang houden van zo'n door veganisme verzwakt lijfje ook weer niet al te moeilijk. Smolders ging de Tweede Kamer in, werd lid van de Tilburgse Ouderen Partij (TOP), begon zijn eigen partij Lijst Smolders Tilburg (LST), figureerde nog even als kandidaatkamerlid van EénNL maar keerde vervolgens snel terug naar zijn stad. Daar legde hij burgemeester Vreeman en diens PvdA het vuur na aan de schenen. Vreeman zou informatie achter hebben gehouden en werd beschuldigd van machtsmisbruik.

Het is altijd goed dat nieuwe politici oude structuren trachten te doorbreken. Nog dagelijks lezen we berichten over - veelal lokale - PvdA-bestuurders die aan zelfverrijking doen door middel van overmatig declareren, het aannemen van steekpenningen en het bedrijven van machtspolitiek. Er zijn echter twee hoofdredenen waarom juist Smolders niet de man is om als een hedendaagse Robin Hood hiertegen op te treden. Ten eerste is hij een nobody qua politiek cv en intellectuele bagage die zich bovendien bedient van termen als 'die klootzak'. Ten tweede - en veel belangrijker - is de Tilburger de pot die de ketel iets verwijt waar hij zichzelf ook schuldig aan maakt, zo blijkt al uit zijn LPF-voorgeschiedenis. Smolders zou daarnaasr 75 000 euro hebben gevraagd in ruil voor steun aan de bouw van een groot winkelcentrum in Tilburg. Er loopt momenteel een justitieel onderzoek naar deze zaak. Eerder werd hij al uit de TOP gegooid omdat hij een dubieuze rol zou hebben gespeeld in een andere steekpenningenzaak.

'De revolutie eet haar eigen kinderen op' is een befaamde en beproefde wijsheid. Revolutionairen opereren in naam van de gewone, kleine man, geven gehoor aan de volkswil. Eenmaal aan de macht ontpoppen de meest radicale oproerlingen zich altijd tot regenten die in terreur en volksverlakkerij niet onderdoen voor hun afgezette voorgangers. Hans Smolders is zo iemand die de populistische revolutie bezoedelt. Het feit dat de ex-ijshockeyer, -chauffeur en -boevenvanger nu van corruptie verdacht wordt, is al een aanwijzing dat hij geen haar beter is dan Vreeman.

Tony van der Meulen zou Smolders geen hand geven als hij hem tegen kwam. Misschien is een bodycheck in dat geval meer op zijn plaats.

donderdag 26 november 2009

Eindelijk Master

Officieel was ik al meer dan drie maanden afgestudeerd, maar gisteren vond dan de uitreiking van het diploma plaats. De Senaatszaal in de Aula van de RU Nijmegen zat goed vol met familie, vrienden, docenten en belangstellenden. Samen met Erik, Paul, Chris en Esther werd ik getrakteerd op een mooie plechtigheid met onderhoudende praatjes van zowel de studenten als hun begeleiders.

De toegenomen internationalisering van de universitaire wereld heeft ervoor gezorgd dat ik nu in feite geen doctorandus ben maar 'Master of Arts', en 'MA' achter mijn naam mag zetten. Of zelfs 'Master of Philology', 'Mphil'. Dan krijg je dus 'Marc van Zoggel, Mphil' in plaats van 'drs. Marc van Zoggel'. Ontzettend lelijk en jeuk veroorzakend natuurlijk. Het schijnt echter (nog) niet verboden te zijn 'doctorandus' te blijven gebruiken. Gelukkig maar.

Helaas kon mijn broer er gisteren niet bij zijn. Hopelijk kan ik volgend jaar wel het in de lucht werpen van kekke hoedjes in Lincoln van dichtbij meemaken.

zaterdag 21 november 2009

Nieuwe Top 2000

Het is bijna december, de kerstversiering hangt alweer in de grote stations. Als Sinterklaas het land uit is, komt de kerstboom tevoorschijn en begint de mooiste tijd van het jaar. Daar hoort traditioneel ook de Top 2000 bij. Na de jubileumlijst van vorig jaar mogen we dit keer weer volop stemmen. Vijftien platen maar liefst mag iedereen doorgeven, vijf meer dan normaal. Bovendien kan iedere stemmer vijf extra nummers invullen die niet in de keuzelijst staan.

Nieuw is ook dat de uitzending dit keer een halve dag eerder begint. Reeds om 12.00 uur op tweede kerstdag gaan we van start. De reden is een toename de laatste jaren van nummers langer dan vijf minuten. Radio 2 wil genoeg aandacht blijven besteden aan het voorlezen van e-mails, herinneringen en reacties van luisteraars zonder daarbij liedjes voortijdig uit te laten faden.

Dat is een nobel streven. Toch vind ik het jammer dat de lijst nu midden op de dag van start gaat. Het had altijd zijn charme om 's avonds de uren af te tellen tot 00.00 uur. Om half twaalf onder de wol, radio aan, het slot van Mart Smeets zijn programma meepikken. Die wenste jou dan veel plezier bij de Top 2000 en de opwinding steeg. Het nieuws van 00.00 uur en dan meteen de jingle van de Top 2000. Schitterend.

Radio 2 had beter kunnen beknibbelen op de reclameblokken, een commercieel succes is het evenement toch wel. Probleem is dat er elk jaar een beperkt aantal commercials elk reclameblok te horen is. Dat is 144 keer dezelfde reclame. Als je net als ik zo'n 110 uur luistert, dan heb je het op een gegeven moment wel gehad met de slogans en woordgrapjes. Ik heb zelfs nog reclames in mijn hoofd van een paar jaar terug (MIEN DENKT, HAD IK MAAR EEN BLUSDEKEN!!!!). De charme van de nachtelijke uren zit hem dan ook mede in de afwezigheid van reclameblokken. Op het hele uur even een half minuutje nieuws en dan weer op volle kracht verder.

Laten we hopen dat Ron Stoeltie nog eens op prime time mag schitteren, al zijn kleine uurtjes met de warme stem van deze Mister Top 2000 ook geen slecht vooruitzicht.

UPDATE 27/11: Ron Stoeltie is dit jaar geen presentator... Ook andere helden Bert Kranenbarg en Daniël Dekker maken geen deel meer uit van het team. Een van de nieuwe namen is niemand minder dan... Rob Stenders. Gaan we dan ook de lachband horen bij de top 2000? Jammer jammer...

woensdag 18 november 2009

Canon van de 'noughties'

Het is ongelooflijk, onbegrijpelijk en misschien ook onverteerbaar, maar het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw is bijna geschiedenis. Nog anderhalf maandje en we beginnen aan de jaren 10. Wie herinnert zich niet als de dag van gisteren dat het nieuwe millennium voor de deur stond? Iedereen was in rep en roer, de alternatievelingen vanwege het einde van de wereld, de verstandigen vanwege de zogenaamde 'millennium bug', een foutje in de computerprogrammatuur die alle digitale informatie- en geldstromen zou platleggen. Het viel allemaal reuze mee.

Aan het eind van 1999 werden we overspoeld met 'beste van de eeuw'-lijstjes. De beste films, de beste mensen, de beste boeken. Nu, tien jaar later, wordt de balans opgemaakt over de periode 2000-2009. Verschillende internationale kranten- en literatuurwebsites presenteren een overzicht van de literaire hoogtepunten van het decennium. Aan de hand van de dubbelnoteringen en wat telwerk is hier de canon van de jaren 0, van de 'noughties' in de woorden van de Engelse Telegraph.

Literaire fictie 10+1:
Zadie Smith - White Teeth
W.G. Sebald - Austerlitz
Philip Roth - The Plot Against America
Cormac McCarthy - The Road
Jonathan Littell - Les Bienveillantes
Dave Eggers - A Heartbreaking Work of Staggering Genius
Ian McEwan - Atonement
Jonathan Franzen - The Corrections
Michel Houellebecq - Platforme
Jonathan Safran Foer - Everything Is Illuminated
+
J.K. Rowling - Harry Potter

Non-fictie:
Barack Obama - Dreams from My Father
Richard Dawkins - The God Delusion
Bill Bryson - A Short History of Nearly Everything
J.M. Coetzee - Boyhood/Youth/Summertime
Günter Grass - De rokken van de ui

Een lijstje met Nederlandstalige boeken ben ik nog niet tegengekomen. Waarschijnlijk zullen de Nederlandse en Vlaamse kranten met deze namen en titels op de proppen komen:

A.F.Th. van der Heijden - Het schervengericht
Dimitri Verhulst - De helaasheid der dingen
Arnon Grunberg - Tirza
Thomas Rosenboom - Publieke werken

Harry Mulisch - Siegfried
Paul Verhaeghen - Omega Minor
Tommy Wieringa - Joe Speedboot
Jan Siebelink - Knielen op een bed violen
Marek van der Jagt - Gstaad 95-98
Jeroen Brouwers - Geheime kamers
Erwin Mortier - Godenslaap
Tom Lanoye - Boze tongen

maandag 16 november 2009

Woensdag 11 november, 10.05 uur.

Er staan agenten aan het eind van de straat. Ze staan duidelijk op wacht, zijn niet met iets of iemand bezig. Ze staan met hun rug naar mij toe. Ik stap op een losse stoeptegel. Het geluid klinkt op tegen de gevels van de huizen, de agenten kijken om. Ik ben slechts op weg naar het centraal station om een kaartje voor morgen te kopen, verklaar ik in gedachte.

Als ik de hoek om ga, zie ik dat er mensen op straat staan. Ze dragen gilde-achtige kleding en sommigen hebben vaandels in de hand. Even verderop staan hekken langs de weg. Wat nu weer, denk ik. Ik loop stug door richting station, maar al gauw belemmeren meer hekken de doorgang. Ik steek over en probeer het aan de overzijde maar ook daar is alles afgezet. Enkele mensen staan voor het hek.

Mijn oog valt op een geïmproviseerde tribune aan de overkant, enkele meters van waar ik zojuist overstak. De stellage ziet er wankel uit, het zeildoek is diepgroen. Op klapstoeltjes zitten legerofficieren, een bont gezelschap. Geen uniform is gelijk, men schudt driftig handen. Er zitten ook twee donkere Afrikanen, dik, hooghartig, het uniform strak om de grote borstkas gespannen. Voor mij strekt zich een plein uit. Daarop staan soldaten met muziekinstrumenten. Op een teken van een oude man beginnen ze te spelen. Slepende, treurige muziek.

In het verlengde van de militaire tribune staat nog een tweede tijdelijke tent. Op de grond ligt een rood tapijt, de klapstoelen zijn vervangen door tuinstoelen. Grote, geblindeerde auto's rijden af en aan. Mannen in pak en vrouwen in rok stappen uit. Plotseling herken ik de premier. Hij zit wat weggedoken in zijn stoel, de pluk haar wordt gemarteld door de felle wind. Ik herken meer personen, ze praten formeel, stijf, niet uit vrije wil. Uit een verlate auto stapt een enorme man met een driekleurig lint om zijn regenjas. Zijn dieprode gezicht verraadt hoge bloeddruk.

Het aantal mensen dat zich opstelt langs de hekken neemt mondjesmaat toe. Achter mij staat een oude man met baret. Hij begroet een leeftijdsgenoot. Ik versta weinig van hun gesprek maar begrijp dat ze aan de ander vragen in welke eenheid, welk bataljon hij gediend heeft. Een stem klinkt op uit onzichtbare luidsprekers. Hij heet de aanwezigen welkom bij deze plechtigheid en kondigt het volkslied aan.

De premier en zijn gevolg komen in beweging. Ze lopen over de tramrails en passeren mij. Ik herken nu ook de look-a-like van Maarten Ducrot. Wat was zijn naam ook alweer? Ik kom er niet op. Tien meter ter linkerzijde van waar ik sta, stellen de mannen en vrouwen zich op. Vanuit de verte komt een auto aangereden, begeleid door politiemotoren. De auto stopt voor de premier en zijn ministers, een oude man in uniform stapt moeizaam uit. Hij richt zich op en zwaait aarzelend naar de mensen. Het is de koning.

De vorst geeft de leden van het kabinet een hand en maakt kort een praatje met ze. Daarna loopt hij verder en zwaait naar een kind. De weinige mensen kijken zwijgend toe. Na een paar stappen wordt de koning opgewacht door een klein mannetje in een lelijk, bont uniform. Hij is blijkbaar de hoogste officier hier. Ik besluit hem daarom - Stratego indachtig - de 'maarschalk' te noemen. De maarschalk heet de koning welkom en vraagt hem te volgen. Ze lopen uit mijn gezichtsveld.

De stem kondigt een parade aan. De volgende vijf minuten passeren groepjes strijders, oud-strijders en toekomstige strijders. Een hoogbejaard mannetje met stok kan het tempo niet bijbenen en wordt ingehaald door een volgend groepje. De gezichten zijn strak, de machinegeweren indrukwekkend. De militaire tribune salueert eensgezind. De maarschalk voert ook een groepje aan. Hij schreeuwt orders en komt daarbij moeiteloos boven de muziek uit. Als laatste komen kleuters voorbij. Ze zijn in korte broek en vergaan zichtbaar van de kou.

Na de parade begint de kranslegging. Wel twintig kransen worden bij het monument gelegd. Ik zie steeds twee andere mensen met een krans de straat oversteken, het monument is net niet zichtbaar. Dan klinken saluutschoten. De tijd tussen twee schoten is steeds langer. Er komt geen einde aan, lijkt het wel. De gure wind trekt aan. Dan is het plotseling afgelopen. De hoogwaardigheidsbekleders stappen in ijl tempo achterin de auto's die vervolgens met piepende banden wegrijden. In vijf minuten is alles opgeruimd en worden de hekken weggehaald.

Ik vervolg mijn weg naar het station.

zaterdag 14 november 2009

Gedicht

Komst

het is al avond en dus bijna nacht

we zitten behaaglijk rondom de tv
bergkamp schildert een doelpunt

komkommer kaas en knoflooksaus
en vuur is een man met verhalen

- ze knetteren nog na in mijn hoofd
ik legde een hand neer en voelde, voelde

maandag 9 november 2009

NRC is Volkskrant in alle opzichten voorbijgestreefd

Geenstijl steekt er geregeld de draak mee: de papieren krant. 'Dode bomen' worden ze dan genoemd. Kranten hebben het moeilijk in de eenentwintigste eeuw, niemand twijfelt daar meer aan. Het leven wordt steeds jachtiger en mensen hebben behoefte aan snel opgediende, hapklare brokken nieuws. Jongeren groeien op met internet en lezen het nieuws op het net.

Als krant kun je het beste anticiperen op deze ontwikkeling en trachten met je tijd mee te gaan. Klagen en zeuren en hardnekkig vasthouden aan oude constructies en achterhaalde principes is zinloos. NRC/Handelsblad en De Volkskrant, de twee 'kwaliteitskranten' van Nederland, gaan mijns inziens op een verschillende manier om met de ontwikkelingen.

De NRC heb ik altijd een veel oubolligere, veel elitairdere krant gevonden dan De Volkskrant. Mensen die niet het Brabants Dagblad lazen waren de rijkelui, de 'kakkers'. Zij lazen de NRC. De Volkskrant las eigenlijk niemand. Zo was voor mij als kind de standaardsituatie. Als student moest ik weleens De Volkskrant raadplegen. Een prettige, degelijke, overzichtelijke krant, vond ik toen.

De laatste jaren heeft de NRC echter meer en meer die status overgenomen. Eerst kwam men al met NRC Next, een sympathiek experiment om internettende jongeren die toch een behoefte hebben aan 'papieren' nieuws en enige verdieping tegemoet te komen. Met die verdieping viel het in de praktijk overigens nogal tegen. Zij moest komen van columnisten Aaf Brandt Corstius, Rob Wijnberg en Jan Blokker. Om met die laatste te beginnen: een hippe afsplitsing van je krant beginnen en dan Blokker (geb. 1873) er stukjes voor laten schrijven, ik beschouw het maar als een vreemde mengeling van sarcasme en het aanbieden van bezigheidstherapie. De twee jonkies dan. Hugo's dochter schrijft vooral lieve, naïeve huis-tuin-en-keukencolumns. Wijnberg schrijft echt over zaken van algemeen belang als politiek, media en maatschappij. Hij slaat soms de plank mis, maar zijn scherpzinnigheid en kennis maken hem veelbelovend.

Bij De Volkskrant bedacht men dat er daar dan ook maar een jongereneditie op tabloidformaat gemaakt moest worden. Hoofdredacteur Pieter Broertjes verklaarde dat het een tabloid voor 'jonge, hoogopgeleide, progressieve mensen' moest worden. Linksige mensen dus. Dat preken voor de eigen parochie stuit me meteen tegen de borst. Als ik niet honderd procent progressieve opvattingen heb, ben ik niet welkom. Volkskrant Next zou V moeten gaan heten en in 2009 uitkomen. Het is bijna 2010 en ik heb nog niks gezien. Op internet is overigens al wel een Volkskrant V verschenen, onder de naam De Joop. Ook zo'n krantje vol meningen voor mensen die die meningen delen en zeker niet met andere meningen geconfronteerd willen worden.

Ook op internet timmert NRC harder aan de weg dan De Volkskrant. Neem de boekenbijlage. Waar De Volkskrant een lelijke, gebruiksonvriendelijke boekensite heeft, daar heeft de NRC met NRC Boeken een website die echt iets toevoegt aan de krantenbijlage. Met series, lange en korte recensies, specials, rubrieken en boekennieuws. Wie niet de grote boekenbijlage wil doorploegen, heeft genoeg aan de webvariant. Ze sluiten elkaar evenwel niet uit: de website is een uitstekende aanvulling op de krant, ook omdat NRC veel met beeld en geluid werkt. De nrc.tv-columns van Pieter Steinz benutten de mogelijkheden van nieuwe media volop: een boekrecensie, met beeld en geluid, op internet, met de mogelijkheid tot reageren. (Ook nrc.tv's 'nrc rockt' met Eric Corton is interessant, bijvoorbeeld de laatste aflevering waarin een hevig knikkende Corton The Temper Trap introduceert.)

De NRC lijkt de juiste instelling te hebben: als dode boom kun je maar beter een groot deel van je boekenbijlage op internet zetten. Mochten de papieren varianten verdwijnen, dan heb je in ieder geval het grootste deel van je oude publiek én de Volkskrant Cicero-lezers voor je digitale boekenbijlage gewonnen. Dan komen de adverteerders vanzelf oversteken.

donderdag 5 november 2009

Eerste indrukken

- Brussel is een merkwaardige stad. Ik ben gewaarschuwd voor de 'cultuurschok', maar de stad lijkt in niets op een hoofdstad als Amsterdam, voor zover ik Amsterdam ken dan. Amsterdam heeft een historische kern en is in de loop der tijd steeds verder uitgedijd naar buiten toe. In Brussel daarentegen is het oude steeds meer naar de randen verdreven. Hoe dit precies zit, weet ik niet, maar zo is het me uitgelegd.

- In Amsterdam doen voetgangers net of stoplichten niet voor hen gelden. Ze steken gewoon over bij rood licht. In Brussel wordt vaker gewacht bij rood, maar het merkwaardige is dat bij groen licht voor voetgangers vaak ook kruisend autoverkeer begint te rijden. Daardoor moet je als voetganger ook op je tellen passen als je over mag steken.

- 'Gewone mensen' zie je alleen in de drukke winkelstraten. Daarbuiten zijn het bankiers en bedelaars die de straten bevolken. Om de vijf meter een bedelaar - elke dag dezelfden - en dan haastige zakenmensen die zich daar langs spoeden. Constant die telefoon tegen het oor houdend uiteraard.

- Mijn woning bevindt zich langs het financiële hart van de stad. De enorme gebouwen van giganten als Dexia en ING roepen vooral weerzin op. De glazen kolossen maken op geen enkele manier een warme of uitnodigende indruk. Het zijn ondoordringbare torens die in deze tijden van crisis en omvallende banken soms even doen denken aan monumenten uit vervlogen tijden, de piramides van de twintigste eeuw. Als ik ze tegemoet loop, de reuzen afgetekend tegen de donkere lucht, denk ik steeds aan die prachtige regels van Lucebert: 'bankgebouwen, ruisend van inflatiegerucht'.

- Naar verluidt is 80% van de inwoners van Brussel Franstalig. Officieel moeten alle diensten tweetalig zijn, maar in de praktijk werkt dat natuurlijk niet zo. Veel horecagelegenheden en kleine winkels zijn louter Franstalig. Opvallend was de toestand in de Blokker. Daar waren alle bordjes, productbeschrijvingen e.d. voor de verandering eens uitsluitend in het Nederlands. De cassière sprak echter alleen Frans... In warenhuizen als de HEMA word je dan weer standaard begroet met een keurig 'bonjour, goedemorgen'. Ook bij de loketten van de spoorwegen kun je uitstekend terecht met je Nederlands. Voordeel van de tweetaligheid is dat je in een oogopslag kunt zien wat een Franse term betekent, bijvoorbeeld op de straatnaambordjes.