maandag 31 augustus 2009

[Mallorca 2009] Dag 2: Zwembaddag

De volgende ochtend schijnt de zon al vroeg door de gordijnen. Ik heb de telefoonwekker om 08.00 uur gezet, maar ben al eerder wakker. Om 08.00 uur sta ik naast mijn bed, schiet een zwembroek aan in de badkamer en pak de badhanddoeken. Bob is echter niet blij met het al te vroege tijdstip. Als compromis besluiten we dat ik eerst de handdoeken op de ligbedden ga leggen, dan terugkeer naar de kamer om vervolgens gezamenlijk richting eetzaal te gaan.

Zo geschiedt. Er liggen nog niet veel handdoeken, wellicht ben ik inderdaad wat vroeg. Ook bij het ontbijt is het rustig. De ontbijtmogelijkheden in Griekenland waren karig, op Mallorca dit jaar is het aanbod uitstekend. Ik kies voor een hard bruin broodje met kaas, een hard wit broodje met kaas en een zacht broodje met aardbeienjam, weg te spoelen met enkele glazen jus d'orange. Bob werkt ook een flinke kop koffie weg.

Aan het zwembad maakt een lichte teleurstelling zich meester van ons. We zijn een beetje verwend geraakt met de verstelbare, ultra-zachte en comfortabele ligbedden van de Griekse eilanden. In Spanje is het vaak wat basaler, zo herinner ik mij van de Salou-jaren. Ook op Mallorca moeten we genoegen nemen met de harde, witte, platte bedden. De parasol is wel stijlvol: een Hawai-achtig gevaarte dat vast in de geasfalteerde ondergrond zit.

Wel hebben we maar liefst twee zwembaden tot onze beschikking. Het ene is een klein rechthoekig bad waar vooral de kleine kinderen zich vermaken. Het andere, grotere, is halvecirkelvormig. Een hoog muurtje met een dun watervalletje begrenst de binnenzijde. Aan de ene kant is de diepte 20 centimeter, de bocht om is het ineens 2 meter diep. Om te luieren en om te duiken, dus. Uitstekend. Het is bloedheet en het zweet gutst al snel van onze hoofden. Een frisse duik doet wonderen.

Het barretje bij het zwembad voorziet ruim in drank, maar helaas niet zo in spijzen. Slechts een tosti en een hot-dog sieren de menukaart. Daarom gaan we op pad en belanden op een redelijk gevuld terras, alwaar een statige ober ons met uiterste precisie bedient. Bob kiest de 'hamburger with cheese', ondergetekende opteert voor de 'tuna sandwich'. Het kleine haventje van Ca'n Pastilla is het bekijken waard. Een lagune met een smalle verbinding met de zee zorgt voor rustig water.

De dag vliegt voorbij. Dineren kunnen we van 19.30 uur tot 21.30 uur en Bob gaat om 18.00 uur alvast douchen. Ik sluit de ogen nog even en wanneer ik ze weer open doe, zit er naast mij plotseling een omaatje op Bobs voormalige ligbed. Het verrimpelde mensje zit verwoed te puzzelen en kijkt niet eens op wanneer ik verbaasd overeind ga zitten. Het is inmiddels 18.30 uur en ik vlucht derhalve ook maar naar de kamer.

Ook het avondeten is zeer goed binnen te houden. Ik schep drie keer op en het toetje van watermeloen en ijs kan er ook nog bij. Geen serveersters hier die langs je tafeltje komen met de vraag wat je wilt drinken; je moet zelf wat gaan bestellen achterin de eetzaal. Na het eten nemen we plaats op het terras. Daar bestiert een illuster duo inmiddels de bar. De een is kaal en zo rond als een tonnetje, de ander is dun en overijverig. De dikke blijft onverstoorbaar achter de tap staan, de drukke is steeds in de weer tafeltjes te poetsen en lege glazen op te halen.

Na enkele glazen bier gaan we op pad. We hebben dit keer geen zin opnieuw het hele eind te lopen en besluiten ergens in Ca'n Pastilla te gaan zitten. Een leuke serveerster weet ons een tijdje op een Engels terras te houden. Een zwerfhond wekt ons echter op de zenuwen en wanneer ook een van de twee oude homo's langs ons een gesprek met mij probeert aan te knopen, gaan we verder. Het hevig en kleurrijk verlichte terras van de 'Cocktail-bar' lokt ons naar binnen. Na verloop van tijd is het gezwets dermate slap geworden dat het ons verstandig lijkt Orleans op te zoeken. Morgen krijgen we informatie van de reisleidster. Maar eens vragen hoe dat nu zit met dat treintje naar Arenal.

zondag 30 augustus 2009

[Mallorca 2009] Dag 1: De dorpsgek en de piraat

In 2007 en 2008 vlogen we 's ochtends in alle vroegte naar Griekenland. Dat had als nadeel dat we een hele nacht slaap oversloegen, als voordeel dat de eerste vakantiedag grotendeels ook daadwerkelijk op de plaats van bestemming genoten kon worden. Dit jaar hebben we minder geluk: het vliegtuig naar Palma zal pas om 17.55 uur de lucht in gaan. Bob en ondergetekende treffen elkaar op 20-8 dan ook om 12.00 uur op station Den Bosch, alwaar de rechtstreekse intercity naar Schiphol om 12.08 uur vertrekt.

Op de nationale luchthaven aangekomen doden we de tijd bij de Strarbucks, een Amerikaans megabedrijf dat in Nederland nauwelijks voet aan de grond krijgt. Dat ligt wellicht aan de on-Nederlandse kwantiteit: de gigantische beker koffie neemt aardig wat tijd in beslag om te verwerken. Het inchecken verloopt probleemloos en na een whopper bij de Burger King gaan we door de douane. Tot onze spijt komen we in vertrekhal M terecht, die merkwaardig afgeschermde en afgelegen hal met slechts een klein kioskje en parfumerietje.

Om half zes gaan we aan boord. Het voorspelde onweer is uitgebleven (zoals zo waak zijn we onnodig bang gemaakt met dat 'weeralarm') en we ondervinden dan ook geen vertraging. We vliegen dit jaar met AirBerlin. Alle informatie is in het Duits en in het onverstaanbaar Engels. Kort na het opstijgen worden de passagiers opgeschrikt door een wandelende neger. We hangen nog praktisch verticaal in de lucht als deze man besluit alvast naar de wc te gaan. Of wil hij een bommetje plaatsen? Hij wordt in ieder geval met ferme hand door een stewardess naar zijn plaats gedirigeerd. Iedereen haalt opgelucht adem.

De rest van de heenreis verloopt zonder problemen. In Palma worden we meteen 'begroet' door een enorme afbeelding van Rafael Nadal, Mallorcaan en eikel eerste klas. Ook bij de bagageband prijkt zijn rotkop prominent boven de band. De bustransfer is zeer kort. Na enkele minuten rijden worden we reeds afgezet bij ons hotel: Orleans - Orleans Garden. We lopen Garden, het ene gebouw, binnen, maar daar wordt ons verteld dat wij deze week in Orleans zullen resideren.

Na het inchecken aldaar begeven we ons naar de lift. Daar springt een kerel tegelijk met ons de krappe lift in. Hij ziet onze koffers en vraagt iets in het Spaans. We maken hem duidelijk dat we uit 'Olanda' komen en hij begint breeduit te lachen en iets van 'porro, porro' te roepen. We kijken hem niet-begrijpend aan en de breedbekkikker verduidelijkt: 'marihuana éééhhh?' Ik schud hevig van 'nee'. Waarom denken buitenlanders - en Spanjaarden in het bijzonder - toch altijd dat wij Nederlanders massaal aan die troep zitten? Hoewel we net duidelijk hebben gemaakt dat we geen Spaans verstaan, ratelt hij nog een tijdje door in het Castilliaans alvorens de lift te verlaten. 'De dorpsgek hebben we ook weer ontmoet,' is het treffende commentaar van Bob.

Om ca. 22.00 uur betreden we dan de kamer, nummertje 503. Deze is nogal klein en zaken als tv en mini-bar ontbreken. Wel ziet alles er netjes en schoon uit. Het terras bij het zwembad zit goed vol en we drinken er ons eerste biertje. Geen halveliters in pullen zoals in Griekenland, maar een normaal bokaaltje annex bolleke. We bevinden ons in Ca'n Pastilla, een klein stadje in het verlengde van het grotere en meer toeristische El Arenal, waar zich ook het uitgaanscentrum bevindt. Het is inderdaad erg rustig in Ca'n Pastilla, zo blijkt als we op pad gaan. We besluiten langs de zee in de richting van Arenal te lopen. Zo ver kan dat niet zijn, blijkens de kaart.

Dat valt echter nog vies tegen. Over de boulevardweg rijdt elk kwartier een treintje voorbij dat steeds afgeladen vol zit. Op de bordjes bij de haltes kunnen we zien waar we ons bevinden. Na drie kwartier lopen zien we op een van de bordjes dat we pas op tweederde van de route Ca'n Pastilla - El Arenal zijn. Daarom gaan we kort daarop linksaf, een drukke straat in. We blijken midden in Duitsland terechtgekomen te zijn. De straat is bezaaid met drukwerk, enorme Bierstuben met lange houten tafels bepalen het straatbeeld. We gaan ergens aan een tonnetje zitten en worden bediend door een Duitse Duitser: snorretje, corpulent, geniepig oorringetje, bandana om zijn kop. Deze Peter Pirat brengt ons een pul bier en we kijken eens om ons heen.

Overal schreeuwende Duitsers. Wanneer er eentje iets met krachtige stem roept, dan reageert de massa in koor met een onderdanige en minstens zo krachtige antwoordschreeuw. Liederen worden aangeheven, u kent het wel. Gewapend met een hotdog om niet te veel op te vallen verlaten we deze plek. Na wederom een klein uur lopen arriveren we bij het hotel. Het is dan 02.30 uur, tijd om te pitten. Morgen eindelijk zwemmen.

donderdag 20 augustus 2009

Op vakantie

Zo dadelijk vertrekken Bob en ik naar Schiphol voor een weekje vakantie. Dit jaar voor het eerst geen Griekenland; Mallorca is de bestemming voor 2009.

De komende week zullen er dus geen nieuwe blogberichten verschijnen. Wellicht is er bij thuiskomst weer tijd en stof voor een vakantieverslag.

dinsdag 18 augustus 2009

Lezen, lezen, lezen #13

Jan Blokker, Jan Blokker jr. & Bas Blokker - Nederland in twaalf moorden. Niets zo veranderlijk als onze identiteit (2008), 255 blz.
'Dé Nederlander bestaat niet,' zei Máxima, en het land viel over haar heen. Jan Blokker was daar op zijn beurt weer verontwaardigd over en om Máxima's gelijk aan te tonen schreef hij met zijn zoons Nederland in twaalf moorden. De hijgerige ondertitel dient elk misverstand uit te sluiten: de Nederlandse identiteit, wispelturiger krijg je het niet. En toch hebben de Blokkertjes zichzelf in de voet geschoten met de opzet van hun boek. Door steeds weer lijnen te trekken van verleden naar heden en de overeenkomsten tussen de ene moord en de andere aan te stippen laten de auteurs zien dat er juist wél een onveranderlijke identiteit te destilleren is uit al die moorden. Het zijn niet de klassiek geworden tolerantie en nuchterheid, maar de hebzucht en de schijnheiligheid die generaties Nederlanders verbinden. Ik citeer nogmaals James Kennedy: 'Om essentialistische aanspraken op Nederlandse tolerantie en nuchterheid de kop in te drukken, hebben de Blokkers zich geroepen gevoeld hun eigen eeuwige, onveranderlijke stereotypen te verzinnen.' Saillant detail is dat de moord op Fortuyn geen deel uitmaakt van het boek. Blijkbaar zit de haat tegen Fortuyn nog steeds diep bij de oude Blokker. Tekenend in dat opzicht is ook een tussen haakjes geplaatst zinnetje in het hoofdstuk over Colijn en diens moordcommando in Indië. Colijn werd in het vaderland geëerd, 'alleen de linkse socialisten (ook toen al beschouwd als hele of halve landverraders) weigerden daarin te delen.' Ook toen al? Het is dit zure, bittere en belerende toontje dat het lezen van Nederland in twaalf moorden soms tot een jeukopwekkend gebeuren maakt, en dat terwijl de stof op zich zeer interessant is. Ik vind het vooral sneu voor Jan junior en Bas. Mooi op vaders status meeliften, moeten ze ooit gedacht hebben, en dan gauw zelfstandig worden. Nu zijn ze 50 en zitten ze er nog steeds aan vast...

Hans Dütting - Profiel Harry Mulisch. Een documentaire (2008), 330 blz.
Hans Dütting 'schrijft' eigenaardige boeken. Ik zet 'schrijft' tussen aanhalingstekens omdat hij nauwelijks zelf iets verzint. Dütting stelt 'documentaires' samen door middel van de collagetechniek. Hij verzamelt grote lappen tekst van en over een bepaalde auteur, plaatst die onder elkaar, schrijft hier en daar een verbindend zinnetje en klaar is kees. Dat levert soms mooie overzichtswerken op, maar het Mulisch-boek is helaas een mislukking geworden. Dütting vervaardigde het als een eerbetoon, als een cadeau voor de in juli 2007 tachtig geworden Mulisch. Profiel Harry Mulisch is echter een belediging voor de meester. Het boek is zo ontzettend slordig dat het soms genant wordt. Citaten beginnen zonder ergens te eindigen - geen kleinigheid voor een boek dat van citaten aan elkaar hangt - en stijlbreuken verraden onverantwoord citeren. Het barst van de typ- en/of zetfouten (voorbeeld: p.85 onderaan '[...] kwomt [sic] ook aan dit ritueel een einde en gaat iedes [sic] zijn eigen weg.') en het register is een warboel - zoals er in het algemeen veel te slordig met namen wordt omgesprongen. Een willekeurig voorbeeld: Hein Donner-biograaf Alexander Münninghoff (voor leeftijdsgenoten: dat is die koning die met aristocratische stem en dito snor lesondersteunende video's Aardrijkskunde presenteerde.). In het register staat er: 'Alexander Münningenpoff [sic!], 16, 295'. Op de betreffende bladzijden vinden we zijn naam gespeld als 'Münningenhoff'. Op pagina 242 - niet in het register dus - wordt hij besproken als Donner-biograaf. Zijn naam wordt hier gespeld als 'Münningshoff'. Vier keer genoemd, drie verschillende spellingwijzen en niet één keer de juiste. Waar is het misgegaan met dit boek? Was de tijdsdruk om het rond Mulisch' 80ste verjaardag in de handel te hebben te groot om nog een redactie uit te voeren? Eeuwig zonde...

Khalid Boudou & Oscar van Gelderen - Wij hebben altijd gelijk (2009), 70 blz.
Van David Van Reybrouck verscheen eerder dit jaar in de Pamfletreeks van Querido Pleidooi voor populisme, een interessant, goed onderbouwd en gedurfd essay. Het nieuwste deeltje in deze reeks is minder geslaagd. Boudou (De Berber) en Van Gelderen (De Jood) richten hun pijlen op de misstanden in de hedendaagse politiek, maatschappij en massamedia. Vooral De Telegraaf en GeenStijl moeten het ontgelden. Het is het bekende verhaaltje dat we al honderd keer eerder hebben gelezen en gehoord. De auteurs hebben het gehad met de populistische terreur waarbij iedereen zijn mening mag geven, steeds weer dezelfde gasten hun riedeltje afdraaien in de talkshows en politici hun kostbare tijd verspillen aan futiliteiten. Zij pleiten voor meer humor en meer stilte. Dit klinkt al erg luchtig, en een gedegen analyse of enkele serieuze wenken in het voetspoor van Van Reybrouck ontbreken dan ook jammerlijk. En als er een keer een verklaring wordt gegeven, wordt de plank misgeslagen. Zo halen de auteurs Hans Spekman aan, de PvdA-politicus die opperde dat je probleemjongeren zou moeten vernederen om ze een lesje te leren. Boudou en Van Gelderen wijzen hem erop dat de jongeren eerder het slachtoffer zijn van een te strakke opvoeding. Dat lijkt me pertinent onjuist: een gebrek aan opvoeding is eerder het probleem. Wij hebben altijd gelijk heeft veel weg van een cabarettekst: Boudou en Van Gelderen ridiculiseren de maatschappelijke excessen en proberen bij elke gebeurtenis en elk symptoom een snedige opmerking te verzinnen. Over het korte lontje van moslims en joden: 'Hoe korter de voorhuid, hoe langer de tenen.' Leuk, maar niet meer dan dat.

zondag 16 augustus 2009

Hennie van der Most

Wie is Hennie van der Most? Dat is een vraag waar ik al vrij lang mee rond loop. Het begon allemaal met een Toyota-commercial. Een blonde vrouw nam het in het nieuwste model Toyota op tegen een helikopter met daarin ... 'mister Hennie vèn der Most'. De Toyota ging pijlsnel van start, maar na een paar seconden kwam Hennie van der Most, grinnikend, met z'n knuisten om de stuurknuppel, langszij. Wie het sprintduel won? Daarvoor moest je een bezoek brengen aan toyota.nl, wat ik overigens niet gedaan heb. Maar de vraag bleef knagen: wie is deze Hennie van der Most dat hij in een spotje van een Japans automerk mag schitteren?

Komkommertijd bij de publieke omroep, dat betekent elke zomer weer 10% Zomergasten, 80% herhalingen en 10% nieuwe programma's. Zelden zijn die nieuwe programma's opzienbarend, anders waren ze wel in het televisiehoogseizoen geprogrammeerd. Een van de nieuwe programma's deze zomer is Operatie Van der Most, gemaakt door MAX en RVU. Regelmatig werd de kijker er tijdens de commercials op geattendeerd. Daar was hij weer: Hennie van der Most. Eerst een glansrol in een tv-commercial, nu zelfs een eigen programma. En daar was ook weer de knellende vraag: Wie is Hennie van der Most?

Afgelopen vrijdag was het zover: ik had mij voorgenomen een aflevering van Operatie Van der Most te gaan kijken. Nederland 2, 21.20 uur. In de promo werd al enigszins duidelijk wie of wat Hennie nu was. Hij bleek een topondernemer te zijn die in Operatie noodlijdende onderneminkjes van broodnodig advies zou voorzien teneinde het voortbestaan van deze bedrijven te garanderen. Ik kreeg een vermoeden wat voor type Hennie moest zijn. Zo'n puissant rijke zakenman die aan het rentenieren is geslagen en ondertussen wat leuke tv-klusjes erbij doet.

Dat beeld werd aanvankelijk bevestigd. We zagen Hennie in een nogal luxueus kantoor achter een laptop zitten, sigaar in de hand, de noodkreet van de ondernemer van deze week wat arrogant lachend aanhorend. Hennie moest naar Friesland. Daar runden Jacob Nauta en zijn vrouw Janne-Rins een melkveehouderij met landwinkel. Met slechts tien klanten per week hadden zij moeite het hoofd boven water te houden. Of Hennie wilde helpen.

Wat volgde was nogal ontnuchterend. Hennie vloog direct per helikopter naar Friesland - die helikopter schijnt een beetje zijn gimmick te zijn. Hij bleek behept met een stevig Oost-Nederlands dialect. Hennie keek eens rond op het erf en kwam vervolgens met de meesterlijke conclusie: 'wat 'n bende/rotzooi/troep hier.' Zijn advies was niet minder briljant: 'moet nog veel gebeur'n hier...' Jacob werd gesommeerd het oud ijzer op te ruimen, Janne-Rins moest de landwinkel een beter en vooral zichtbaarder aanzien geven door een speeltuintje en terras aan te leggen.

Nee, de strategische en gedurfde beslissingen bleven vooralsnog uit. Daarom schakelden we over naar Hennie's hoofdkwartier. Hennie riep hulp in van 'Rechterhand Theo'. Die moest het project maar eens serieus gaan aanpakken. Na een week ging Hennie inspecteren hoe het ervoor stond. 'Moet nog veel gebeur'n,' zei hij tegen Jacob. Die vatte vervolgens gloedvol samen voor Hennie wat er allemaal al gebeurd was. 'Ja, ja, nog harder werk'n want er moet nog veel gebeur'n.'

Jacob belde Hennie op: de gemeente weigerde een vergunning te verlenen voor een kleine verbouwing. 'Wat?', riep Hennie quasi-verbaasd. 'Wacht maar, ik ga wel met ze prat'n.' We zagen Hennie koffie drinken met de wethouder en even later was de vergunning geregeld. Het dieptepunt van de uitzending, te genant voor woorden. Na deze 'meesterzet' van Hennie veranderde zijn Operatie in een veredeld klus- en tuinprogramma. Een ploegje vrienden en bekenden werd ingeschakeld om binnen een week het erf een weelderig aanzien te verschaffen. Zou het ze lukken? vroeg de commentaarstem zich af. Wat dacht u? Operatie Van der Most geslaagd. Maar wat Hennie nu precies voor aandeel in de opknapbeurt had gehad, weet ik nog steeds niet.

Hennie van der Most is in feite een simpele heikneuter die met veel bluf en geluk ('lef en creativiteit' volgens de commentaarstem) zijn LTS-opleiding heeft weten om te buigen naar een glansrijke carrière als ondernemer. Daar is niks mis mee, integendeel. Zijn succesverhaal is jaloersmakend en mag als voorbeeld dienen voor velen. Maar een helder verhaal vertellen zit er nog steeds niet in, en van charisma of televisiegeniekheid ontbreekt elk spoor. Toch wel belangrijk als je een eigen tv-programma hebt.

Daarom is het antwoord op de vraag Wie is Hennie van der Most?: Een boer. Een rijke en zakelijk succesvolle boer, dat wel, maar niettemin: een boer.

donderdag 13 augustus 2009

Vergane glorie #5: Ferdi Vierklau

Naam: Ferdi Vierklau
Functie: Voetballer

De glorie
Voetbalplaatjes sparen is alleen de moeite waard als iedereen het doet. Het seizoen 1994-1995 is zo'n jaar waarin het hele schoolplein gonst van de Panini-plaatjes ruilende kinderen. Het is het seizoen dat zal eindigen met de Champions League-winst van Ajax, maar dat weet dan nog niemand uiteraard. Op de cover van het album (à 2 gulden) staan Marc Overmars en een speler van Go Ahead Eagles, en iedereen heeft de verdedigers van Vitesse meerdere malen dubbel: in elk pakje zit weer óf Theo Bos óf Edward Sturing óf Erwin van de Looi óf Arjan Vermeulen.

Lachen is het om de absurde tronies waarmee sommige spelers bedeeld zijn. John Feskens met zijn centenbak. De kwaad kijkende Romano Sion. De gigantische gok van Tomek Iwan - over vergane glorie gesproken. En natuurlijk de magische bult op het hoofd van Ferdi Vierklau, FC Utrecht. Is hij daags voor de fotosessie van de trap gevallen? Nee, de bult van Vierklau is aangeboren. Daarin schuilt zijn kracht.

Ferdi Vierklau is anno 1994 de matige rechtsback van het al even matige FC Utrecht. In 1996 vertrekt hij naar Vitesse, waar hij korte tijd excelleert. Het levert hem een uitnodiging van bondscoach Guus Hiddink op. Vierklau zal uiteindelijk twee duels in Oranje spelen. Een seizoen later versiert hij een transfer naar het Spaanse Tenerife. Daar speelt hij één seizoen in de basiself. Het tweede seizoen komt hij nauwelijks nog aan spelen toe, waarop zowaar het grote Ajax hem binnenhaalt. Vierklau heeft zijn top bereikt.

De vergetelheid
Het seizoen 1998-1999 zal het magerste jaar uit de geschiedenis van de hoofdstedelingen worden sinds 1964-1965. Onder eerst Morten Olsen en na de winterstop Jantje Wouters wordt Ajax slechts zesde. Vierklau speelt acht wedstrijden. De twee daaropvolgende jaargangen blijven zowel Ajax als Vierklau aanmodderen. Ajax wordt vierde en derde, Vierklau speelt tien en veertien duels in het eerste elftal. In 2001-2002 wordt Ajax weer kampioen. Vierklau heeft geen aandeel in het succes, hij mag in slechts zes wedstrijden opdraven, Hatem Trabelsi is de nieuwe rechtsback.

Ferdi Vierklau nam aan het eind van dat seizoen resoluut afscheid van het betaalde voetbal. Hij was pas 29 jaar oud. Vierklau ging spelen voor de Utrechtse amateurs van RUC, de Raven USCL Combinatie. Hoe het hem daar is vergaan is niet bekend, maar naar verluidt was zijn spel in het eerste van RUC niet meteen ruk.

Ferdi Vierklau behoort tot dat selecte groepje Oranje-spelers van wie je je afvraagt hoe ze in vredesnaam ooit in het Nederlands Elftal verzeild zijn geraakt. Denk aan Jeffrey Talan, John Veldman, Dries Boussatta, Eric Viscaal en Victor Sikora: spelers die in de jaren negentig enkele caps achter hun naam kregen, maar nu reeds totaal vergeten zijn. Concluderend had Ferdi Vierklau nooit naar Ajax moeten gaan. Hij had gewoon die modale verdediger van FC Utrecht moeten blijven. Zo zullen we hem ook herinneren: in dat Amev-shirtje, met schedelbult en altijd die vage glimlach op zijn kanis.

dinsdag 11 augustus 2009

De leeslijst #28

Bernlef - De rode droom De wereld praat en schrijft zich suf over de economische crisis en de daaromheen spiralende ondergang van het ongebreidelde kapitalisme. De oude Bernlef heeft echter een roman geschreven waarin de teloorgang van die andere politiek-economische ideologie, het staatssocialisme, het vertrekpunt is. De rode droom lijkt wel wat op Remco Camperts Iks & Ei. In beide boeken trekken twee oudere, ietwat wereldvreemde mannetjes erop uit, zonder concreet doel. In De rode droom heten ze Krap en Kowalski. Krap, vroeger liftinspecteur, is de filosoof van de twee. Hij gelooft nog steeds in de revolutie en blijft enthousiast in zijn denken en doen. Kowalski, voorheen distributeur van toiletpapier, is de volger. Hij gelooft nergens in, maar volgt Krap uit onvrede over de prijsstijging van toiletpapier sinds de intrede van het kapitalisme. Krap tracht tevergeefs de revolutie te ontketenen, zijn welbespraaktheid sorteert geen effect. De twee zitten dan ook veel in het park, mijmerend over het verleden en het heden. De roman kabbelt zo 200 bladzijden lang voort, zonder echte intrige of spanning, louter drijvend op de melancholie van twee ontheemden in eigen land. Pas aan het eind wordt de kost zwaarder en geëngageerder. De twee gaan op verzoek van een vriendin op zakenreis naar een Tunesisch vakantieparadijs waar het de gasten in alle opzichten naar de zin wordt gemaakt. Het resort is exemplarisch voor de Westerse samenleving: geluk is maakbaar. De naam van de exploitant ligt er wat dat betreft wel erg dik bovenop: Al Mak-Baar. Maar, het vakantieparadijs kan alleen bestaan bij de gratie van een ingenieus en duur beveiligingssysteem. Is dat de les?: de kapitalistische vrijheid is een schijnvrijheid, nauwelijks te verkiezen boven de geslotenheid van een communistische maatschappij? In beide systemen blijft het evenwel behelpen. Een simpele gemoedsrust is waar men werkelijk naar op zoek is in De rode droom. De titel suggereert een ideologiekritiek, maar tweehonderd pagina's lang lezen we over de persoonlijke mores van twee ontgoochelde en wat sneue figuren. Dat blijft uiteindelijk toch de hoofdmoot van dit boek. [***]

Don DeLillo - Falling Man Van de hausse aan 9/11-novels die sinds de aanslagen zijn verschenen, wordt Don DeLillo's Falling Man zeer hoog gewaardeerd. De Amerikaanse schrijver heeft dan ook een roman geschreven met een bijzondere inslag. Hij is wars van alle nationalistische retoriek die de Amerikanen zo eigen is. Falling Man gaat juist over de verwoesting die ook ná de daadwerkelijke ineenstorting van de torens nog doorgaat, nu in de persoonlijke levens van de overlevenden en hun families. Hoofdpersoon Keith trekt na de aanslagen weer 'gewoon' in bij zijn vrouw Lianne en zoon Justin, maar het menselijk contact is verdwenen. Keith stort zich in een betekenisloze verhouding met een andere overlevende en de gedachteloosheid van eindeloos pokeren, zijn vrouw krijgt geen greep op hem, hun kind drukt zich nog louter in eenlettergrepige woorden uit en zoekt met zijn vriendjes naar vliegtuigen in het luchtruim boven New York. Niemand dringt nog tot de ander door. Lianne's werk met Alzheimerpatiënten staat symbool voor de opsluiting in de eigen geest. DeLillo beschrijft zoals altijd pregnant de degeneratie van zijn karakters. De 'vernietiging' van de slachtoffers was acuut en gruwelijk, de vernietiging van de overlevenden is sluipend maar niet minder huiveringwekkend. Wollig taalgebruik is de schrijver niet vreemd, maar het geeft de roman wel de juiste sfeer van vervreemding en verlorenheid. Je wordt er als lezer intens treurig van. Het afglijden van Keith tot een lege, apathische man heeft wel zijn weerslag op het verhaal: er gebeurt niet meer zo veel in de tweede helft. DeLillo heeft dit probleem willen maskeren door enkele hoofdstukken in te voegen waarin we een inkijk krijgen in de gedachten van één van de zelfmoordterroristen in de aanloop naar de fatale dag. Dit is een doodzonde die Falling Man toch nog enigszins over de kop doet gaan. De terrorist wordt namelijk neergezet als een tobbende, in bezwerende zinnen sprekende man. Inderdaad: als een karakter als alle andere van DeLillo, als een Keith. Deze gelijkschakeling komt hopeloos geforceerd en oneigenlijk over. [***]

Robert Anker - Fortuyn en Liefde Vorig jaar verscheen de verzamelde poëzie van Robert Anker onder de titel Nieuwe veters. Verzamelde gedichten 1979-2006. Een mooie uitgave waarin de vaak overdonderende gedichten van Anker in één boekwerk verenigd zijn. Onlangs verscheen Fortuyn en Liefde, een kloeke verhalenbundel. Voor de goede orde: 'Fortuyn' uit de titel verwijst geenszins naar de vermoorde politicus, in een van de verhalen heten twee pakhuizen 'Fortuyn' en 'Liefde'. Een geniepig marketingtrucje, ook ik was erin gestonken. Fortuyn en Liefde is een rijk geschakeerde bundel. Anker bekwaamt zich in allerlei genres, van het jongensboek en de parodie tot de groteske en de dystopie. Qua lengte variëren de stukken van een halve pagina tot 50 bladzijden lang. Anker experimenteert er lustig op los en het lijkt hem dan ook niet te deren dat de bundel alles behalve evenwichtig en/of coherent is. Van de lezer wordt het uiterste gevergd, maar de schrijver heeft zichzelf wat dat betreft ook niet gespaard. Het sterkst vond ik een verhaal waarin Hajar en Daan, het multiculturele liefdespaar dat we kennen van de gelijknamige roman, opnieuw figureren. Dit keer zijn ze getrouwd en hebben ze kinderen. Het verhaal speelt in de (nabije?) toekomst: Nederland is verworden tot oorlogsgebied. Het is niet geheel duidelijk wie de strijdende partijen zijn: er wordt veelvuldig gerefereerd aan allerlei politieke en religieuze machtsblokken van nu. De sfeer van realisme die zo opgeroepen wordt, geeft het verhaal een beangstigende ondertoon. Lang niet alle verhalen konden mij boeien, wat vermoedelijk een gevolg is van de opzet: de grote hoeveelheid stijlen en genres fungeert als een spervuur waarbij regelmatig een kogel doel mist. Fortuyn en Liefde is niettemin een boeiende verhalenbundel waarin de schitterende, overtuigende verhalen het moeiteloos winnen van de saaie en onbegrijpelijke. Een groots bewijs van Ankers veelzijdigheid. [****]

Italo Svevo - Bekentenissen van Zeno Confessies van een gladde spreker over zijn jeugd, huwelijk, buitenechtelijke escapades en zakelijke beslommeringen. De roman is aanvankelijk weinig onderhoudend, maar verder lezend raakte ik steeds meer gecharmeerd van de altijd ironisch en soms humoristisch vertellende Zeno Cosini. Hij geeft zichzelf in zijn memoires - in feite verteld aan een psychoanalyticus - steeds meer bloot, wat hem zelfs sympathiek maakt. [****]

Herman Brusselmans - Mijn haar is lang Brusselmans is in de loop der tijd steeds expliciet-autobiografischer gaan schrijven. In deze roman - zijn vijftigste boek - ontkracht hij enkele mythes die hij schiep in eerder werk, in het bijzonder wat betreft zijn seksuele track record. Dit gebeurt op een bedaarde, haast verontschuldigende toon. Want hoe doldwaas de verwikkelingen ook weer zijn, nog steeds geldt: 'angst, ja, dat is het kernwoord, alles goed en wel beschouwd'. [***]

Willem Jan Otten - Ons mankeert niets Soms wat al te wijdlopige roman over een arts die niet ingrijpt wanneer een collega zich van het leven wil beroven. Verteld in de vorm van een verslag aan het medisch tuchtcollege. Ons mankeert niets geeft een aardig inkijkje in de ethische problematiek waarmee een huisarts te maken heeft in zijn beroep. Vooral in een klein dorp, waarin iedereen iedereen kent, kruisen belangen, geheimen en oud zeer het pad van de arts. [**]

zondag 9 augustus 2009

Jezus Boomsma

In zijn vijfde theatershow Tegen beter weten in heeft cabaretier Theo Maassen een sketch opgenomen waarin hij met een houten crucifix in de weer gaat. Eerst maakt hij enkele grappen over de aan het kruis genagelde Jezus ('Dan zie je toch dat dat van alle tijden is, hè: hangjongeren.') om vervolgens te constateren dat Hij stijve tepeltjes heeft. Dan begint Maassen ze te likken, tot zowel ontzetting als hilariteit van het publiek.

Een provocerende actie, maar de cabaretier is ondubbelzinnig over de essentie van de sketch: 'Het is toch te gek dat wij een profeet hebben die je belachelijk kunt maken. Alleen daarom al vind ik hem superieur.'

Theo Maassens gelijk werd bewezen toen ten tijde van zijn theatertour de Deense cartoonrel uitbrak. Een onschuldige tekening van de profeet Mohammed zorgde voor veel onrust in Arabische én Europese landen.

Toch was Maassen wellicht iets te vroeg met het toejuichen van onze profeet. De Evangelische Omroep heeft namelijk besloten een programma van Arie Boomsma te verbieden. Het gaat om Loopt een man over het water..., een programma waarin cabaretiers grappen over Jezus zouden maken.

Nu heb ik Arie B. altijd al een rare kwibus gevonden. Voor het eerst zag ik hem in een tv-interview met Bridget Maasland, waarin hij vertelde nooit naar muziek te luisteren. Bovendien heeft hij raar haar en alle eigenschappen van een metroseksueel (kort door de bocht is dat een homoseksueel die ten onrechte meent dat hij heteroseksueel is).

Toch heb ik respect voor zijn pogingen de EO duidelijk te maken dat de Middeleeuwen reeds lang voorbij zijn. De Evangelische Omroep wordt nog steeds geregeerd door wereldvreemde fundamentalisten die geloven met zeker weten verwarren en niet snappen dat homo's ook mensen zijn. Oud-voorzitter Doornbos lijkt op de achtergrond de touwtjes nog steeds stevig in handen te hebben.

Arie's opvattingen zijn modern, hij gaat graag in discussie over Jezus en het geloof in het algemeen. Het enige wat hem schijnbaar bindt aan de EO is zijn zalvende, dominee-achtige stem. Arie dreigt dan ook met een vertrek, wat volkomen begrijpelijk zou zijn. Eerst al het gezeur rond 40 dagen zonder seks, toen het gezeik rond zijn foto in het gay-nummer van de Linda., vervolgens de schorsing van 80 dagen (dat was 80 dagen niet op tv dus, en niet 80 dagen zonder seks; dat was pas een mooie straf geweest) en nu weer het niet doorgaan van Arie's christelijke moppentrommel.

Wat let hem nog? Arie had al lang weg kunnen en moeten zijn bij de EO. Hoeveel tekenen moet iemand krijgen om te begrijpen dat hij ongewenst is? Maar Arie zit er nog steeds. En hij zal er blijven zitten. Ik heb namelijk het gevoel dat Arie helemaal niet weg wil bij de EO. Arie wil namelijk niets liever dan de nieuwe Jezus zijn.


Arie Boomsma
Jezus Christus








Hij is al hard op weg als twee druppels water op hem te lijken, zoals we op deze afbeeldingen kunnen zien. Het kortgeschoren koppie en de gladde wangen zijn vervangen door mysterieus vallend haar en een prominent baardje. De tuniek en de teenslippers zijn ook al gesignaleerd.

Nu speelt Arie de martelaar. Stiekem kickt hij op zijn eigen lijdensweg, want dat brengt hem weer een stukje dichter bij identificatie met zijn idool. Arie heeft bewust de afslag kruisweg genomen en hij heeft zich voorgenomen die helemaal af te lopen. De 80 dagen dat Arie verplicht thuis zat, heeft hij doorgebracht in het schuurtje bij zijn huis om daar een mooi houten kruis te timmeren. De doornenkroon is gevlochten. 'Dit is mijn lichaam,' schreeuwt de foto in de Linda., zoals Jezus het ook al zei.

Arie wil laten zien dat Jezus ook in de eenentwintigste eeuw nog een belangrijke rol kan spelen in de levens van mensen. Het is duidelijk wie die moderne Jezus is die de gelovigen moeten aanbidden. Het is Arie zelf.

dinsdag 4 augustus 2009

Vergane glorie #4: Scooter

Naam: Scooter
Functie: Muzikanten

De glorie
'How much is the fish??!!' Jonge mensen die ergens in de jaren tachtig zijn geboren, weten meteen de herkomst van deze kreet. Wellicht tovert hij ook een glimlach op hun gezicht. 'How much is the fish?' is de titel van een bekende single van de in 1994 opgerichte Duitse housegroep Scooter. De groep bestaat uit zanger H.P. Baxxter en twee keyboardspelers. Rick J. Jordan is er net als Baxxter vanaf het begin bij, de functie van tweede keyboarder is sinds '94 bekleed door vier verschillende personen.

Het succes van Scooter in ons land bestrijkt in feite drie perioden. Midden jaren negentig, concreet in 1994 en 1995, scoorden de Duitsers hun eerste hits in Nederland, zoals 'Hyper hyper' en 'Move your ass'. Deze periode heb ik niet bewust meegemaakt. De eerste single die ik me herinner is 'Let me be your Valentine!' uit 1996. Het nummer bracht het niet voorbij de tipparade. Na enkele jaren van stilte brak Scooter in 1998 definitief door met 'How much is the fish?', een lied dat vrij snel een cultstatus verwierf.

Opnieuw wist Scooter het succes niet te continueren. Singles met waardeloze titels als 'Faster Harder Scooter' en 'Fuck the Millennium' werden begrijpelijkerwijs nauwelijks opgemerkt. De derde periode brak aan in 2002, toen Scooter handig inspeelde op de trance-rage en enorm scoorde met 'Nessaja'. Ook 'Weekend' en 'Maria (I like it loud)' (ft. Marc Arcadipane en Dick Rules) uit 2003 deden het uitstekend. Scooter was populair in discotheken en op een zender als The Box, die op vrijdagavond louter 'Trance 'n Dance' uitzond.

De vergetelheid
Na 2003 is Scooter opnieuw naar de achtergrond verdwenen. In 2008 probeerde het trio nog mee te liften op de jumpstyle-hype, maar 'Jumping all over the world' flopte volledig.

Hét nummer dat voor mij altijd aan Scooter verbonden zal blijven, is toch 'Nessaja' uit 2002 - niet per se door de expliciete videoclip. Het was de tijd dat 'Trance' in was, dé muziek voor de zestienjarigen waartoe ik toen ook behoorde. Je kunt het een jeugdzonde noemen, maar 'zonde' impliceert een vergissing waar je spijt van hebt. Zo kijk ik er niet tegenaan. Iedereen wordt in zijn kinder- en jeugdjaren aangetrokken door bepaalde soorten leeftijdsgebonden muziek en simpele, hype-gevoelige genres. Gelukkig groei je daar overheen als je ouder wordt, maar dat is nog geen reden om beschaamd terug te kijken op die periodes.

De 'Trance'-periode staat symbool voor een specifieke fase van mijn schooltijd; er zijn herinneringen verbonden aan de hippe deuntjes van mannen als Barthezz, Jan Wayne, Gigi D'Agostino, G-Spott, PPK, Sven-R-G en Brooklyn Bounce. ('Kenners' zullen ongetwijfeld onder 'trance' andere muziek verstaan, maar ik hanteer hier voor het gemak mijn persoonlijke terminologie.) Scooters 'Nessaja' klonk onlangs aan het begin van Brüno, de nieuwe film van Sacha Baron Cohen. Ik herkende de muziek meteen, maar kon aanvankelijk niet thuisbrengen wie het was en waar ik het van kende. Toch riep het onmiddellijk een positief gevoel op.

Dat 'Nessaja' door Baron Cohen gebruikt wordt, betekent dat Scooter tegenwoordig als representant van 'foute' muziek gezien wordt. De nummers bevatten dan ook de elementen die hiertoe uitnodigen. Het intro bestond steeds uit aandachttrekkende, mysterieuze keyboarddeuntjes, vaak gecombineerd met een vervormde, baby-achtige stem. Dan klonken ineens de opzwepende beats en deed Baxxter - steevast in witblonde coupe-soleil en met zo'n vuistmicrofoon - zijn intrede met kreten als 'ALL RIGHT!!!' of 'COME ON!!!'. Waarna het geweld losbarstte.

Geweldig. Wellicht slaagt Scooter erin nog een vierde keer te scoren, maar misschien is het maar beter van niet. En daarom roepen we nog één keer uit volle borst: 'HOW MUCH IS THE FISH???'

maandag 3 augustus 2009

Prem en Pim

'Zomergasten' is een programma waarin een presentator drie uur lang met een gast in gesprek gaat, onderbroken door tv-fragmenten die door de gast zijn geselecteerd. Het is net zo belangrijk een interessante interviewer te hebben als een interessante gast. Adriaan van Dis was kritisch en scherp, maar teveel zelf de hoofdpersoon, Connie Palmen begon richting het einde van de uitzending steeds meer met een dubbele tong te praten, Joost Zwagerman wist zich wonderwel dienend op te stellen, Bas Heijne was totaal slaapverwekkend.

Dit jaar is gekozen voor Margriet van der Linden, de iets te masculiene hoofdredacteur van het extremistisch-feministische maandblad Opzij. Van der Linden zet steeds een gevoelvol luistergezicht op, maar als hetgeen de gast te berde brengt echt interessant wordt, stelt ze een nieuwe vraag. Toch bepaalt nog steeds de gast of ik de uitzending tot het einde uitzit. Dieptepunt is nog altijd Felix Rottenberg, die erin slaagde drie uur lang volslagen oninteressante prietpraat uit te kramen. Het huidige seizoen opende met fladdernichten Viktor & Rolf. Na een kwartier was ik het al beu.

Gisteren werd de kijker getrakteerd op het absolute tegendeel van saaiheid. Prem Radakishun, schreeuwlelijk die de kunst van het 'van de hak op de tak springen' tot in de puntjes beheerst. Bij hem is het niet de vraag of je wakker kunt blijven maar of je hersenen niet oververhit raken door alle prikkels. Bij 'Zomergasten' begon hij nog redelijk rustig - hij had bovendien zijn wilde haren afgeschoren -, maar al gauw ratelde hij weer als vanouds van het ene onderwerp naar het andere. Was hij net een kritisch betoog aan het construeren over de huidige politiek, schreeuwt hij ineens uit volle borst: 'IK HOOP DAT WILDERS 76 ZETELS KRIJGT EN DAT HIJ PREMIER WORDT!!!'. Tsja.

Tussen al het gebrul en de onafgemaakte zinnen door wist Prem evenwel heel wat interessants op tafel te leggen. Hoogtepunt was een tv-fragment van een kwartier. Het betrof een interview met Pim Fortuyn door de Moslim Omroep, uitgezonden een dag voor de moord. De interviewster, een ignorante, arrogante jonge vrouw, werd door Fortuyn met speels gemak haar plaats gewezen. Een blijk van Fortuyns intellectuele superioriteit, zo stelde Prem terecht vast.

Prem kwam na het fragment met een rake constatering. Fortuyns analyses waren briljant. Ik was het niet eens met zijn oplossingen, aldus Prem, maar zijn analyses waren juist en waar. De afbraak van de universiteiten die nu pas object van zorg is? Fortuyn schreef er al over in de jaren negentig. Drop outs die een verloren groep in de samenleving zouden gaan vormen? Fortuyn signaleerde het probleem, Prem baseerde er zijn 'School van Prem' op.

Van der Linden laveerde het gesprek vervolgens snel naar de huidige politiek. Dat was jammer, want Prem liet nog eens zien hoe groot de kloof eigenlijk is tussen Fortuyn en Wilders. De Limburger wordt algemeen gezien als een soort opvolger van de Rotterdammer, terwijl hij eerder een stap terug is, of beter: een meer oppervlakkige versie van Fortuyn. In intellectuele kracht, culturele bagage en analyserend vermogen was Fortuyn een klasse apart. Ruim voor hij zelf de politiek in ging, had hij reeds een indrukwekkend oeuvre geschreven van politiek-sociale en -economische studies en maatschappijkritische columns. De ideeën en analyses die hierin vervat zijn, lijken sinds de diepgravende studie van Dick Pels gelukkig steeds meer op waarde te worden geschat.

Volgens Prem ging het dus mis bij de oplossingen van Fortuyn. 'Je moet van de hofnar geen koning maken,' zei hij nog maar eens. Premier Fortuyn was een fiasco geworden. Of Prem gelijk heeft, zullen we nooit weten. Op een ander punt heeft hij zeker gelijk. 'De Volkskrant?' schreeuwde Prem ergens in de uitzending, 'De Volkskrant is een waardeloze krant van zure witte mannen die niet begrijpen dat de maatschappij is veranderd en mag morgen failliet gaan!"