woensdag 31 augustus 2011

[Tenerife 2011] Dag 6: Can't Buy Me Lob of Miss Noelia Sur

In de vroege ochtend, even voor the final stroke of nine, wanneer de meeste gasten zich nog geeuwend de slaap uit de ogen wrijven en in lome tred de eetzaal betreden, staat er aan de rand van het terras reeds een groepje mensen op en top gefocust in de startblokken. Zodra het eerste schaap over de dam is wordt er gesprint om de meest gewilde ligbedden op te eisen.
Het is een bijzonder boeiend tafereel om gade te slaan, zeker omdat het nergens voor nodig is. Ook op het dooie akkertje is het immers perfect mogelijk een mooi plekje te bemachtigen, zo bewijzen wij elke dag weer. Afijn.
Het entertainment begint vandaag wel heel erg vroeg: Sam de Belg is de eerste die het water in gaat, maar helaas voor hem mét de smartphone nog op zak. Misschien uit heimwee naar het onderwaterscherm?* Zijn moeder lijkt het erger te vinden dan de jongen zelf.

De Belgen manifesteren zich behoorlijk. Ook de bodybuilder-waterpolokeeper is een van hen.
Onder de gasten bevindt zich weer heel wat merkwaardigs.
Een van de heren lijkt sprekend op Kees Kankerkachel.* Broer Ruud is er niet bij. Zal wel weer de kriebelziekte hebben.
Een Duits gezin geeft het begrip 'matje in de nek' een geheel nieuwe dimensie. Het is eerder een hoogpolig tapijt dat ze in de nek hebben hangen.
Een andere Duitser, Danny, is de kutjanus van deze vakantie. Een druktemaker eersteklas, pestkop, grootbek en naaibal. En een oen, want wanneer ik langsloop in mijn tenue waar voorop de sponsornaam 'Heesen Yachts' staat, begint hij mij uit te dagen door combinaties van 'Hessen' en neerbuigende woorden te roepen. Ik leg de analfabetische flapdrol geduldig uit dat Frans Heesen niks met de Duitse deelstaat te maken heeft, van welke club ik hier dan wel met trots het shirt draag en dat hij zelf voor lul staat met zijn FC Energie Cottbus.

Mijn persoonlijke favorieten zijn de Blackpool broertjes. Twee blonde mannekes van zes en vier, 's avonds getooid in clubkledij van de Tangerines en overdag ravottend in en om het zwembad. Te lief voor woorden. Vooral als ze met elkaar bezig zijn en de oudste de kleinste beschermend een hand op het hoofdje legt.
Dan kun je mij wegdragen.
De kleine gaat overigens helemaal op in zijn spel. Hij heeft een soort van uitvergrote pipet als speelgoed. Tijdens de dagelijkse waterpolomatch neemt hij plaats op de brug die het zwembad overspant met de pipet en een flesje water. Hij zuigt met de pipet steeds wat water uit het flesje en 'schiet' dat vervolgens op de spelers. De oudste is steeds druk in de weer om het flesje gevuld te houden.

Ik doe mee aan de aquagym. Driemaal legt Bettini de oefening stil zodat iedereen de Zoggel kan uitlachen.
Ik leg hem maar niet uit dat ik ook wel 'stijve bukkum' genoemd word door intimi.
Na afloop ben ik kapot en kom ik op krachten met een stokbrood tonijn.

De avond op het terras is zeer gedenkwaardig, zo verklap ik alvast. Ten eerste is het dorstig weer, zodat de obers veelvuldig groene flesjes uit de koelkast mogen vissen.
Ik schreef bij dag 5 al dat de Duitse snor een all inclusive-bandje droeg. Hij is lang niet de enige. Het overgrote deel van de gasten heeft zo'n schrans-en-slemp-sieraad om de pols. Wij dienen wel netjes te betalen voor onze consumpties, wat ook een onvermoed positief effect heeft: omdat wij wél met geld in de weer zijn, ontvangt het personeel van ons altijd een schitterende fooi, wat ervoor zorgt dat er een band ontstaat en wij op onze beurt weer extra vriendschappelijk bejegend worden.
De mini disco is weer geblazen genieten. Er doen ook twee Iertjes mee. Een van hen, Jaws, vanwege zijn haaien-t-shirt, is iets te fanatiek bij de stoelendans en beukt bijna de peuters van het podium af. Djibril staat in het techniekhokje en roept na elk nummer op tot 'applaus'. Hij doet dit echter op een toon die eerder doet vermoeden dat hij het trieste heengaan van de Koning mededeelt.

Het podium is om kwart voor tien voor... The Beatles! Een Spaanse coverband welteverstaan. Ze doen het hartstikke leuk. Het repertoire is voornamelijk beperkt tot het vroege werk - de rode periode. De John Lennon heeft een prima dictie, maar zijn piepstem is niet des Lennons. De stem van de Paul McCartney daarentegen lijkt verdomd veel op die van Sir Paul, maar hier is de uitspraak weer het probleem. Spanjaarden spreken de 'v' als een 'b' uit, en aangezien in elk vroeg Beatles-nummer het woord 'love' circa vijfenvijftig keer voorkomt, gaat dat nogal snel opvallen: 'Can't buy me loooob, lob, loooob, lob.' De jongens doen echt hun best, ze gaan zelfs interactief te werk, maar het publiek is nog net wat te tam om uit volle borst 'Naaa, na, na, na-na-na-naaaaaahhhh' mee te blèren bij 'Hey Jude'.
Had ik al verteld dat het dorstig weer is?

Na Los Beatles mag Djibril weer. Hij organiseert de Miss Noelia Sur-verkiezing. Ha! Dat wordt lachen. Djibril selecteert secuur zes kandidates uit zes verschillende landen uit het publiek, dat wederom in groten getale het terras bevolkt. Op een gegeven moment heeft hij een Italiaanse, een Portugese, een Engelse, een Duitse en een Spaanse weten te strikken. Daar moet natuurlijk nog een Nederlandse bij. Laten nu net K. en A. uit Alkmaar een tafeltje voor ons zitten. Hevig met mijn armen zwaaiend vestig ik de aandacht op de deernes, maar ze houden de boot af. Gelukkig struint ook Kikki het terras af. Ik roep haar en zeg dat 'die meiden hiervoor Nederlands zijn', Kikki gaat even in conclaaf en jawel!, K. wil dan wel meedingen namens het vaderland.
Visueel zijn de deelneemsters uit Duitsland en zeker Italië zeer de moeite waard. De Engelse afgevaardigde is gezien haar postuur niet de topfavoriete, maar ze is wel het meest spontaan en innemend. Ze heet overigens Dawn, door Bob al snel uitgebreid tot 'Don Leo'.

De meisjes krijgen een vijftal competitieonderdelen voor de kiezen. Nog wat aarzelend werken ze de loop over de denkbeeldige catwalk af.
A. was bij ons aangeschoven, maar ze gaat al snel naast het podium zitten om K., die praktisch geen woord Engels verstaat, samen met Kikki bij te staan.
De lapdance-met-kleren-aan mis ik helaas omdat mijn blaas op springen staat. Het is echt héél dorstig weer vanavond. Van Bob hoor ik dat K. de hare over moest doen omdat ze zich vol walging afkeerde van de man op de stoel. Die geluksvogel is overigens een ouwe dokus die hartstikke leuk meedoet. Zo doet hij net alsof zijn bril beslaat van alle opwinding. Koning.
K. heeft het beste voor het laatst bewaard. Eerst scoort ze al hoog bij het kusjes uitdelen in het publiek. Het slotnummer is onvervalste Mario Party-mayhem. De zes chicks stuiven tegelijk het terras op om zoveel mogelijk kledingstukken te verzamelen. Omdat Zoggel ervoor verantwoordelijk is dat K. nu meedoet, moet hij er nu natuurlijk zelf aan geloven. Maar als de stofwolken zijn opgetrokken zit het halve terras halfnaakt te koekeloeren. K. wint dit onderdeel glansrijk, wat des te knapper is gezien het feit dat ze in het begin veel tijd verspilde met wachten tot een hoogbejaarde zich al trillend van zijn kleding had ontdaan.
Bob had zijn bloes overigens al afgestaan aan de Italiaanse, waar ik hem groot gelijk in geef.
Djibril verklaart dat alle verzamelde kledij naar Afrika gaat. De downer van dag 4 neemt het opnieuw voor waar aan en stormt jankend het podium op om haar plunje veilig te stellen.

Dan de einduitslag. Djibril pakt het helemaal verkeerd aan. In plaats van na elk onderdeel een stand bij te houden laat hij aan het eind het publiek beslissen wie de beste was. En aangezien inmiddels ruim tweederde van de gasten Duitser is en de combinatie Duitser + schreeuwen op commando een beproefde is, valt wel te raden wie er wint.
Maar ach, we hebben ons kostelijk vermaakt.
Terwijl K. en A. zich bij ons voegen wordt rechts de champagne ontkurkt.

maandag 29 augustus 2011

[Tenerife 2011] Dag 5: De bezetting

Vandaag is het niet zomaar een vakantiedag, het is match day! Dat betekent TOP-shirtje aan en maar hopen dat zoveel mogelijk mensen een blik op het logo werpen. In de ontbijtzaal is alvast geen Almere City FC-shirtje te bekennen; 1-0 in de psychologische guerilla, naar wij dachten.
We hebben besloten deze ochtend maar eens naar het strand te gaan. Dat is veel minder leuk dan het zwembad - irritant zand, bijtend zout water, geen enkel overzicht -, maar één dagje aan het strand hoort er toch wel bij.
We kunnen gelukkig gewoon enkele ligbedden claimen. Na een tijdje komt er dan een dude langs bij wie je moet betalen.
Juist vandaag is het flink bewolkt. Alsof de vulkaan as heeft uitgespuwd.

Er zwemmen opvallend weinig mensen in de zee. De meeste staan in de branding te lummelen. Curieus, maar al snel wordt duidelijk waarom.
Ik ben gewend als een dolle het water in te rennen, maar ik dank de heer dat ik dat ditmaal achterwege laat. De bodem is namelijk bezaaid met puntige rotsen en keien. Uiterst behoedzaam weet ik enige meters de zee in te lopen, maar een pretje is het niet. Het zand was overigens zo heet dat er een beschermende korst op mijn voetzolen is ontstaan, dat dan weer wel.
In een supermarktje langs de boulevard koop ik een AD, voor de Sportwereld. En voor de strips natuurlijk. Dirkjan bereikt de top van de Everest. En Knudde meent dat Greg van der Wiel in plaats van een nieuwe tattoo beter een hersentransplantatie had kunnen nemen. Mooi.
Om twee uur houden we het voor gezien.

De beste plekken langs het zwembad zijn nu natuurlijk bezet, maar we vinden nog twee vrije bedden op de tweede rang. Zand van de voeten spoelen, zand uit de iPod blazen, broodje hamburger eten.
Het blijft vandaag zwaar bewolkt.
De familie Chica is naar huis, zo moet ik tot mijn spijt constateren. De familie Chica was een familietje met alleen maar chica's, met louter mooie mensen. Zo'n gezin waar de schoonheid vanaf druipt. Ze wéten het en ze gedragen zich ernaar, en of ze het nu bewust doen of niet: ze lopen altijd in de schijnwerpers. Langs het zwembad, in het zwembad, op het terras. De oudste dochter weet zelfs een voetbalshirtje (Barcelona) nog op zo'n manier te dragen dat het er sexy uitziet. Daar kun je alleen maar gebiologeerd naar kijken.

Op onze LCD hebben we BVN TV, met NOS-Teletekst. Ik zorg ervoor dat ik om 19.00 fris gedoucht ben - uur tijdsverschil in acht nemend - en schakel pagina 829 in. Voor etenstijd kan ik zo nog een halfuur nagelbijten. Net voor we willen afdalen wordt Oss-Almere 0-1.
'Relax jonge Zoggel,' zo luidt de reactie op de reactie.
Even later sta ik net mijn bord vol te scheppen als ik een sms krijg. Ik kijk: 2 nieuwe berichten. Ik open het eerste: '0-2'. Ik open het tweede: '0-3'. Pfff. Daar sta ik dan in vol ornaat in mijn tenue.
Om kwart voor tien - we zitten inmiddels op het terras - komt de eindstand binnengetrild: 3-4. Nou nou. Moeders moet hebben gedacht: ik blijf niet sms'en.

Entertainment wordt vanavond verzorgd door een goochelaar. Het is stampvol op het terras. Als ik twee nieuwe flesjes ben gaan halen en terugkeer bij ons tafeltje zitten daar ineens behalve Bob ook twee betonnen Duitsers. Ik kijk d'n Bob vragend aan. Ze blijken ons een smerige streek te hebben geleverd. 'Zijn deze stoelen nog vrij?' vroeg de man. In het Duits, want Engels ho maar. Nu vraag je zoiets wanneer je al ergens zit en je een stoel tekortkomt. Maar niet deze Duitsers. Ze hadden helemaal geen tafeltje. Op Bobs bevestigende antwoord zijn ze pontificaal neergeploft. Echt een heel smerige streek. Zij heeft niks te vertellen, hij heeft zo'n all inclusive-bandje om en haalt steeds vier drankjes tegelijk. Met z'n snor.
Op het podium heeft de goochelaar inmiddels plaatsgemaakt voor het onderdeel van Djibril. Hij heeft vijf gasten uit het publiek gehaald. Ze hebben een stoel, een hoed en een stok gekregen en moeten steeds precies het tegenovergestelde doen van wat Djibril doet. Gaat die bijvoorbeeld zitten met hoed af en stok in de hand, dan moeten de deelnemers opstaan met hoed op en zonder stok.
Ik probeer om de snor heen te kijken om het te kunnen volgen.
Een van de deelnemers is trouwens een meisje dat op dag 1 nog een rolletje speelde, zo klein dat ze het verslag er niet mee wist te halen. We hielden haar (en haar vriendin, beiden zo bruin dat het bijna zwart is) voor Françaises, maar ze blijkt een Belgische, een Waalse dus. Ze wint niet.

We worden 'gered' door de delegatie uit Alkmaar (zie ook dag 3). K. en A. komen naar me toe wanneer ik net sta te bestellen. Ik gebied ze snel ergens te gaan zitten en wenk Bob. We schuiven aan en weten zo weg te glippen uit de Duitse bezetting.
A. is hier met haar ouders, K. is haar vriendin die meemocht. A. is de eerste avond horizontaal het hotel binnengedragen. Tien baco's en twintig shotjes bleken haar te machtig. Ze was in 'een soort van coma', maar net toen haar ouders de ambulance wilden bellen kwam er weer wat beweging in het wicht.
Altijd lachen met die debutanten.
Ze nipt nu braaf aan een flesje water.
De ouders hebben het uitgaansbeleid drastisch ingeperkt. Om de dag een uitgaansverbod en op de dagen dat ze wel de hort op mogen dienen ze om half twee terug te zijn en de thuiskomst te melden middels een klop op de deur.
Vandaag hebben ze een niet-uitgaansdag.

Wij willen de bar strip nog wel met een bezoek vereren. Dat plan moet even de ijskast in wanneer Bob op de kamer een enorme kakkerlak ontdekt die de muur boven het bed heeft bezet. Wat een smerig beest, brr.
Mandy tijdens de informatiebijeenkomst op dag 2: 'Kakkerlakken zijn hier heel normaal. Pas als je er meer dan drie in je kamer ziet mag je me bellen.' Ze kunnen zelfs een atoomaanval overleven, zei ze er ook nog bij. Alsof dat ergens mee te maken heeft.
We zijn redelijk besluiteloos. Haarlak hebben we niet. Wel slippers. Het plan: Zoggel moet de kakkerlak van de muur meppen, Bob trapt hem dan eventueel nog definitief dood. Klinkt simpel, maar ik slaag erin volledig mis te slaan en het creatuur verdwijnt uit zicht.
Er bestaan videobeelden van deze klucht. Deze kunnen tegen betaling bij de reisgenoot geraadpleegd worden.
We schuiven bedden, kasten en koffers aan de kant, maar het monster blijft onvindbaar.
Bij de Babilonia drinken we een biertje, een uur later dan gepland. Geen artiesten nu, we kunnen rustig keuvelen. Op de flatscreens rolt Engels voetbal voorbij. De promovendi Brighton en Southampton bovenaan in het Championship!
Terug op de kamer vliegen de blikken angstig gejaagd over de muren, maar geen kakkerlak te zien.

's Nachts word ik wakker van iets kriebelends. Ik veeg met mijn hand over mijn haar. Daarbij voel ik dat ik iets van mijn hoofd af sla.
Je hebt weleens dat je uit je droom ontwakend een fysieke gewaarwording hebt die levensecht lijkt maar toch nog een droomfantoom is. Was dit zo'n moment?
Het leek écht heel echt.
Brr.

zondag 28 augustus 2011

[Tenerife 2011] Dag 4: En in een mum is het avond

Wakker word ik elke ochtend met ongemak in de maag-darm-regionen, wat echt héél raar is, aangezien ik overdag mijn drinken toch zeer consequent zonder ijsklontjes bestel.
Afijn.
Na alle nachtelijke avonturen richt ik de aandacht vandaag maar eens op het overdagse en avondlijke vermaak. We hebben dit jaar een bijzonder aangenaam hotel. Vorig jaar was het met die vijf sterren allemaal heel luxe en overdadig, maar qua gezelligheid en sociale dynamiek hield het niet over. Dit jaar hebben we wel weer zo'n levendig hotel waar je in principe van de vroege ochtend tot de late avond je vermaak kunt vinden.

Ochtend
De lobby is op de eerste verdieping, het zwembad en de eetzaal zijn via verdieping 0 te bereiken. Ontbijten mogen we buiten op het terras, wat een heerlijke manier is om de dag te beginnen. Het eten is prima, het drinken is behelpen. De koffie is die naam niet waard, en als dat wat als sinaasappelsap wordt aangemerkt daadwerkelijk uit sinaasappelen is geperst, dan ben ik Herman d'n Blijker.
Vaste prik is normaliter de ochtendwandeling om een krantje te halen, maar het rondje is dit jaar erg kort. Onder ons hotel is namelijk een supermarktje gevestigd. De uitgang komt zelfs direct in het hotel uit. In alle vroegte is iedere dag de krant van meester Sjuul Paradijs verkrijgbaar, een van de heimelijke geneugten die ik me alleen op vakantie veroorloof.
Ook dit jaar is het weer geblazen genieten. Elke dag een topic over Mariko en haar partij 'die anderen zo graag de maat neemt'. Twee dagen geleden al een ondergrondse reportage uit de Kamer: '"Schande," briest een VVD'er die liever anoniem wil blijven.' Briljant. En vandaag zelfs op de voorpagina: 'GroenLinks schittert door afwezigheid in kamerdebat Griekenland.' Ware hoogtepunt is altijd weer het hoofdredactionele opendeurencommentaar op pagina 3.

Middag
Ergens tussen half één en twee hijsen we ons overeind om op het terras een lunch te genieten. Het broodje hamburger, al dan niet met kaas, is de grote favoriet, maar vandaag kies ik eens de pizza margerita. Kleine cola erbij en genieten maar. Bij de rekening krijgen we bovendien elke keer een likeurtje aangeboden.
Het personeel: er is Fernando, een bebrilde ouwe dokus die waarschijnlijk op heel drukke dagen uit zijn pensioen wordt gehaald. Hij zingt non stop. Dan is er Torres, een dikke met puppy-ogen die drukker is met gasten entertainen dan met bedienen. Eenmaal vergeet hij ons eten te serveren, een andere keer vergeet hij de rekening waar we om verzocht hebben te brengen. Als ik hem hierop attendeer heft hij verontschuldigend zijn handen ten hemel en maakt hij een gebaar alsof hij zichzelf de keel doorsnijdt.
Dat hoeft nu ook weer niet, Torres, we hebben vakantie.
Manolo is directeur annex grappenmaker. Hij heeft elke dag een pak aan, inclusief stropdas, en zweet zich dus de ziekte. Hij geeft een keer bierdopjes aan Bob terug in plaats van wisselgeld. Ha! Een kale collega, die geen naam heeft, reageert op mijn bestelling 'small Fanta orange' door een klein bodempje drinken in de beker te doen. 'Small,' zegt hij lachend. 'I just keep coming back,' zeg ik. Ook lachend.
Dan zijn er ook nog enkele vrouwen die goed hun best doen, secuur luisteren, maar door hun beroerde Engels toch foutjes maken. Zo moet je altijd 'no ice' zeggen, en geen 'without ice', want het woord 'without' kennen ze niet; ze vangen op dat er 'with' in zit en gooien er vervolgens dus wél ijs in.

De hele dag door is het animatieteam in touw. Overdag hebben Bettini en Djibril de touwtjes in handen. Bettini is de onvermoeibare voorganger in de aquagym, Djibril is de sterspeler in het dagelijkse potje waterpolo. Hij doet waarschijnlijk al mee vanaf april en beheerst een aantal trucjes, met als specialiteit het achterwaartse schot.
Men kletst er elke dag flink op in het water. Er doet vaak een bodybuilder mee als keeper die alleen maar voor het doeltje hoeft te gaan staan om alles tegen te houden. En er is een Engelse racist die Djibril geen meter ruimte geeft en de Senegalees woest aankijkt als hij een schot weet te blokken.
Het wordt elke dag gelijkspel, waarna een golden goal de beslissing brengt.
Tussendoor zijn er nog tal van andere activiteiten voor jong en oud, waaronder darten, biljarten, jeu de boules en voetbal.

Avond
Na een lange dag aan en in het zwembad, die overigens altijd weer voorbijvliegt, taai ik zo tussen half zeven en kwart voor zeven af, een halfuur na Bob. Douchen, soigneren, een blik op het balkon aan de overkant en dan om half acht naar beneden voor het diner.
Het lopend buffet is dit jaar uitmuntend. Zeer veel keus, alles bijzonder smaakvol en voedzaam. Er zijn twee buffetgebieden en in het midden wordt door verhitte koks 'live' vlees gebakken, gebraden en gesneden.
Ik schep elke avond minstens twee volle borden op. Vooral van de salades kan ik geen genoeg krijgen, de koolsla is verrukkelijk.
Soms kom ik niet eens aan het toetje toe.
Door de lectuur van het vermakelijke boek Het dovemansorendieet van Maarten 't Hart stel ik deze vakantie bij alles wat ik eet en drink de vraag: wat zou Maarten hiervan vinden? De eindconclusie is: als Maarten 't Hart hier op vakantie zou gaan, zou hij binnen een paar dagen sterven.

Zo tegen half negen strijken we dan neer op het terras en gaan we zitten uitbuiken onder het genot van een dubbele espresso. De mini-disco heeft dan inmiddels een aanvang genomen. Drie vrolijke meiden, onder wie Ana uit Portugal en de Nederlandse Kikki, vermaken de jongste jeugd. Vijftien jaar geleden deed ik met mijn broedertje mee aan de mini disco, en anno 2011 worden nog steeds dezelfde liedjes gebruikt. 'Veo veo, que vez', 'Do the hokey pokey', 'Head, shoulders, knee and toe', enzovoort. Sommige dingen veranderen nooit. Wat wel anders is, is dat wij vroeger de Hokey Pokey gewoon meezongen, terwijl nu de kids zo hard mogelijk moeten gillen, wat weer mooi aansluit bij mijn schreeuw-en-krijshypothese.

Na de espresso schakelen we over op flesjes Heineken. Zoggel is gemiddeld 350 dagen per jaar geheelonthouder. Van de resterende 15 dagen is minstens de helft op vakantie te situeren. We moeten ze wel zelf aan de bar gaan halen, want de obers zijn niet zo vlug. Manolo staat ook hier meer achter de bar te zweten dan ervoor. Verder lopen er nog rond: een kleine neger die als kapsel een bedorven ananas heeft. Hij is waarschijnlijk meer als attractie dan als medewerker aanwezig, want hij doet niet veel anders dan breeduit lachend heen en weer paraderen. Ook een jong menneke met een tatoeage onder zijn oorlel heeft de arbeidsproductiviteit niet uitgevonden. Hij is zo onzeker dat hij in slakkengang met half gevuld dienblad het beoogde tafeltje probeert te bereiken. Wel bijzonder sympathiek natuurlijk, zo iemand.

Inmiddels is het dag 4 en is de sociale dynamiek op volle kracht werkzaam. Er zijn de intussen vertrouwde gezichten, de familietjes, de leeftijdsgenoten, er wordt volop gekeken, geloerd, gebliekt. Het terras zit elke avond goed vol, zeker wanneer de tweede eetgroep klaar is met tafelen. Prima, prima. Minpunt is wel dat het terras belicht wordt middels één grote, verblindende bouwlamp, en niet door sfeerverlichting. Ook stroomt het na afloop van de animatie wel heel snel leeg en gaat reeds tegen middernacht eerst het geluid en spoedig ook het licht uit.
Vanavond is het podium voor een groep vuurspuwers, acrobaten en capoeira-dansers. Ik herinner me dat ik ooit tijdens de intro in Nijmegen in zo'n capoeira-klasje ben beland. Die lui maken radslagen zonder hun handen te gebruiken. En dat moest Zoggel ook even doen. Ik heb die jongens toen een vriendschappelijk schouderklopje gegeven en ervoor bedankt mijn nek te breken.
Na het doven der bouwlamp lopen we nog even naar de Waikiki voor een drankje op het buitenterras. Naast ons zit de tirannieke eigenaar aan een gargantueske waterpijp te lurken. Tussen het uitblazen van dikke witte wolken rook door schreeuwt hij commando's naar het personeel.
Ik bedenk dat de boektitels van Kees Buddingh' toch eigenlijk opmerkelijk goed toepasbaar zijn op deze vakanties: Verveling bestaat niet; En in een mum is het avond. Nu ook Een rookwolkje voor God. En natuurlijk de schoonste: Een mooie tijd om later te worden.
Om half twee houden we het voor gezien.

zaterdag 27 augustus 2011

Zes dagen lang (74)

22 t/m 27 augustus

MAANDAG
K&W
Job Cohen denkt bij Knevel & Tijs alle ruimte te hebben zijn ideeën over de woningmarkt uiteen te stamelen. Als Knevel naar het volgende onderwerp wil zegt Johnny Hoogerland: 'Ik wilde eigenlijk net reageren.' Haha, die Johnny. Maar vervolgens overrompelt Hoogerland Cohen met enkele kritische vragen over de hypotheekrenteaftrek.
Dat had werkelijk niemand verwacht.

DINSDAG Niets is sterker dan dat ene woord
Dan ben je net terug van vakantie, emotioneel nog zoekende, en dan komt Feyenoord TV met een reportage over die legendarische Feyenoord-Juventus (2-0, J.R. Cruz 2x) van 26 november 1997.
Hou het dan maar eens droog.

WOENSDAG Integriteit is een keuze
Paul Rosenmöller (GROENLINKS) wordt voorzitter onderzoekscommissie integriteit bestuur op Curaçao.
Mariko Peters had het zeker te druk?

DONDERDAG Slapen is zonde van de tijd
Nog een argument tegen slapen: 'don't you go to sleep, it's such a bitter form of refuge' (The Killers - 'Dustland Fairytale')

VRIJDAG Feyenoord in Europa
IA Akranes, Zalgirius Vilnius, FC Jazz, Kosice, Boavista. Werder Bremen-Feyenoord 3-4. Pablo Sanchez en Fernando Picun (Sinterklaas Picuuntje).

ZATERDAG Leestip
Lees behalve [Tenerife 2011] ook [Bodesce 2011] bij de buren.

vrijdag 26 augustus 2011

[Tenerife 2011] Dag 3: Tocht der Kroegen, revisited

Half negen, de wekker. Krap drie uur geslapen. Maar 's avonds 's nachts een vent, 's ochtends een soort van vent. Uitslapen is in ieder geval géén optie. Niet omdat 'je nu eenmaal betaald hebt' voor je ontbijt of zo, maar omdat slapen zo'n beetje de meest zinloze en wrede tijdsbesteding is die er op vakantie bestaat. Alsof je geblinddoekt door een museum moet waar je altijd al naartoe wilde. Zoveel mogelijk wakende uren maken, dat is het devies.
Maar ja. Als ik terugkeer van het halen van een glaasje sap blijkt een overijverige ober mijn bord eten, met daarop een stokbroodje kaas waaruit pas één hapje is genomen, reeds te hebben afgeruimd. Overijverig, of een ervaringsdeskundige, wie zal het zeggen.

Begrijpelijkerwijs maken we vandaag geen flitsende start en moeten we wederom genoegen nemen met ligbedden in de schaduw.
Ik heb de rigoureuze beslissing genomen dit jaar maar eens helemaal geen boeken mee te nemen. Het hele jaar door lees ik al maniakaal en vakantie is nu juist bedoeld om uit je dagelijkse patroon te breken. Weliswaar is Een huis vol van Bill Bryson mee de koffer in gegaan, maar die is voor als het regent en andere noodgevallen.
Vooral tijdschriften dus dit jaar. Vandaag lees ik Hard Gras 76, met de heersende titel 'Ik wou dat Ed de Goeij zijn bek 'ns hield'. Michel van Egmond haalt herinneringen op aan de tijd dat hij als 'embedded verslaggever' met Feyenoord meereisde door Europa. Het is ook voor mij een trip down memory lane. De sterkste voetbalherinneringen heb ik aan de late jaren negentig, zo tussen mijn 8ste en 14de levensjaar. Ik kan nog moeiteloos uitslagen, eindstanden, obscure spelers en dito tegenstanders uit die jaren opdreunen, terwijl ik van de laatste tien jaar weinig paraat heb. Kennelijk beleef je als kind alles intenser.

Lezen maakt hongerig, zeker op een lege maag. Noelia Sur beschikt over een flinke pool bar met aanpalende snack bar. Het broodje hamburger blijkt een prima keuze. Net als gisteren trouwens.

Voor de avond hebben we met enkele lui van gisteravond in de Babilonia afgesproken voor een gezellige nazit. Rendez-vous is dit keer echter pas om 23 uur, zodat we vanavond eerst nog kunnen genieten van het avondprogramma op het hotelterras. De twee heren van de animatie, de hyperactieve Paolo Bettini en de atletische Djibril - de Tigana van dit jaar - zullen een cabaretact opvoeren. Gezien het internationale karakter van de gasten zijn we zeer benieuwd in welke taal ze de grappen op ons af zullen vuren.
De oplossing blijkt simpel: het is een tekstloze voorstelling à la Buster Keaton. Wát ze precies doen is evenwel niet helemaal duidelijk. Djibril maakt cocktails, Bettini kiepert ze achterover en stormt dan het publiek in. Dat levert alleen grote hilariteit op wanneer een van de aanwezige downers denkt dat het allemaal echt is en wild op de vlucht slaat.

De Babilonia bereiken we nu wél rechtstreeks. Het is nauwelijks tien minuten lopen als je niet omloopt. I. en A. uit Gèssel zijn er al, maar gek genoeg verlaten ze de groep alweer na 45 seconden. Curieus. Groningen blijft wel, net als S. van vakkie 410 en haar twee vriendinnen.
Het is echt de avond van de lach, want ook in de Babilonia een cabaretier. Of beter: een komiek. Zo eentje van de oude stempel. Grove bakken over vrouwen en de zijne in het bijzonder. Ik vraag me af of het feit dat ik hem niet echt heel grappig vind veroorzaakt wordt door de taalbarrière - het is een Engelsman - of door zijn gebrek aan talent.
Typerende grap: 'What is the difference between a wife and a freezer? Your meat is still cold when you take it out of the freezer.'
De Engelsen kunnen hem wel waarderen.

Op tv is Barcelona-Real bezig. Messi scoort de 3-2. Marcelo gaat over de schreef waarna er een vechtpartij ontstaat. Mourinho misdraagt zich weer eens schandelijk. 'Ik mag lijen dat ze Mourinho eens flink op zijn bek timmeren,' roep ik verhit uit.
Deze uitspraak moet natuurlijk in zijn context worden bezien. Ik uit de wens in het vuur van de directe emotie.
Nu, dit verslagje tikkend, kan ik er gelukkig rustiger over oordelen.
Ik mag lijden dat ze Mourinho eens flink op zijn bek timmeren.
Hoogtepunt in dit alles is trouwens Messi. De 21 veldspelers en de voltallige banken vliegen elkaar in de haren, alleen Messi houdt zich buiten het gewoel, zijn zojuiste gescoorde treffer inwendig vierend. Wat een speler. Goddelijk.

Als onze verfijnde humorist klaar is gaan we nog ergens wat drinken. We gaan naar de Waikiki, kroeg 3 van gisteren. Daar gebeurt wat we niet hadden voorzien: we belanden midden in de kroegentocht van vandáág en voor we het beseffen hebben we opnieuw zo'n vrolijke emoticon op de onderarm getekend gekregen en doen we weer volop mee.
Twee meisjes herken ik van het hotel. Het zijn K. en A. uit Alkmaar. Ze verlaten spoedig de groep. Waarom wordt later wel duidelijk, op dag 5 om precies te zijn. Ook aanwezig een kittig kwartet uit Cuijk. En drie prachtgasten uit Nisseroi. De jongeren uit de boerendorpen hier in de omgeving zijn allemaal hetzelfde, of ze nu uit Nuland komen, uit Vinkel of, zoals nu, uit Nistelrode. Eenvoudige kerels, geen kapsones, allemaal 'goeie kloten'. Zo ook Dirk, Dennis en Maurice, 'Maus' voor vrienden en andere Brabanders.

Het originele plan was het niet te laat te maken, maar dat mislukt gelukkig. Bob is de wijste en taait om half drie af. Zoggel meent nog door te moeten en sluit zich aan bij Nisseroi.
Dirk klaagt steen en been over de DJ's hier. Hij toont me het schermpje van zijn telefoon. Er staan drie namen onder elkaar:
DJ Paul Elstak
DJ Tiësto
Armin van Buuren
In elke kroeg waar we komen gaat Dirk naar de DJ, toont de plaatjesdraaier zijn schermpje, en als die geen van de drie namen in zijn playlist heeft deelt Dirk hem mede dat hij een slechte DJ is.
Dat levert steeds weer hetzelfde tafereel op. We zien Dirk naar de DJ lopen, de man tuurt enige seconden op het schermpje, hij en Dirk wisselen enige woorden, waarna de DJ hevig gesticulerend Dirk gebiedt zich van de DJ-booth te verwijderen. Wat een koning.

Alle DJ's worden te licht bevonden.
Nog een keer half zes haal ik niet, op een gegeven moment gaat het licht langzaam uit en besluit ik maar eens naar het hotel te wandelen.
De temperatuur is aangenaam.
Om half vijf knip ik het bedlampje uit.

donderdag 25 augustus 2011

[Tenerife 2011] Dag 2: Tocht der Kroegen

''s ochtends / om / half zes / liep / hij / naar het / zwembad / en / flikkerde / alle / handdoeken / op / de / gereserveerde / bedjes / schreeuwend / in / het water', zo dichtte P. Kouwes ooit in de bundel Alleen in Salou (zie Daar schrik je toch van. De eerste 1000 gedichten, p. 545-546). Het is voor vakantiegangers naar zuidelijke resorts een bekend fenomeen: met je badhanddoek tactisch een ligbed langs het zwembad 'reserveren', op zo'n manier en op zo'n tijdstip dat je een goede plek hebt maar niet al te asociaal overkomt.
Wij staan vandaag voor onze eerste zwembaddag en moeten de tactiek nog finetunen. Ontbijten kan van zeven tot tien, we besluiten om half negen af te dalen met de handdoeken. Het zwembad blijkt echter nog niet open; twee lullige koordjes 'blokkeren' de weg ernaartoe. We brengen de handdoeken maar weer terug naar boven. Even later zitten we nog niet aan de ontbijttafel of we zien buiten de mensen zich als aasgieren op de bedden storten. Hebben wij weer.

Uiteindelijk blijken er toch nog voldoende bedden over te zijn gebleven en nemen we plaats op de tweede rang, tegen de eetzaal aan. In de loop van de dag zal blijken waarom deze plaatsen nog vrij waren, want de zon verdwijnt alras achter het hotel en laat ons de rest van de dag in de schaduw bivakkeren.
Maar eerst geven we acte de présence op het welkomspraatje van de verenigde reisorganisaties. Dit vindt volgens de uitnodiging plaats in de Chill Out. Gisteravond waren we tijdens de verkenning de Chillin' Out al gepasseerd. Inderdaad een licht afwijkende naam, maar de Nederlandse driekleur die pontificaal boven de deur hing wees wel uit dat het niet anders kon of het moest deze kroeg zijn.

Niet dus. Volgens de kaart waarop de Chill Out omcirkeld is, ligt deze tent helemaal aan de andere kant van de baai, zo constateren we als we voor de Chillin' Out staan. Nu wordt ook haarfijn duidelijk waarom we ook per bus van het hotel naar de aangegeven locatie vervoerd hadden kunnen worden. Afijn, we arriveren toch nog op tijd.
De bijeenkomst is blijkbaar voor alle pas aangekomen Nederlanders tegelijk, want de groep is zo'n 75 man groot. De eerste presentatie gaat over alle belangwekkende plaatsen in Playa de las Americas: stranden, uitgaansgebieden, boulevards, hulpdiensten. Door alle mislukte grappen is het een vrij pijnlijk praatje. 'Je ziet hier veel Engelsen en die kennen maar twee kleuren.' Tactische stilte. 'Wit en rood. Ze komen wit aan en zijn binnen de kortste keren rood.' Tactische stilte. 'Hoe ze het doen weet ik niet.' Niemand vertrekt een spier.
We krijgen wat kritiek, ook van de volgende twee sprekers, dat we zo'n tamme groep zijn. Maar niemand is hier gekomen om vijf kwartier naar matig gezwatel te luisteren. Iedereen wil zo snel mogelijk geïnformeerd worden en weer terug naar strand, zwembad of bar.
Excursies zijn duur of op ongunstige dagen, de boottocht is geen optie meer. Voor tien euro p.p. boeken we een kroegentocht voor vanavond. Altijd goed voor de broodnodige topografische, sociale en culturele terreinverkenning.

's Avonds bij het diner blijkt ons vaste tafeltje al bezet. We waarschuwen de oberkelner, een soort kruising tussen Ahmed Aboutaleb en Uri 'het lepeltje' Geller. Verwarring is ontstaan doordat we gisteren nog in de 21 uur-groep mochten eten, terwijl we feitelijk met alle Nederlanders, Engelsen en Duitsers in de 19 uur-groep zitten. Slim beleid, want wij noorderlingen eten het liefst om half zes, terwijl die knoflooklanders gerust nog om elf uur gaan zitten bikken.
Om 22 uur vangt de kroegentocht aan in de Babilonia. De route ernaartoe is 's ochtends door Mandy op de kaart uitgetekend. Maar Zoggel en kaartlezen is geen gelukkige combinatie, want al vlug bevinden we ons in niemandsland. Door stom toeval zitten we opeens weer goed en verrek, stipt om 22 uur schrijden we de Babilonia binnen. Dwangneurotisch te vroeg vertrekken en hopeloos verdwalen kan dus ook een goede combinatie zijn.

Een verlate aankomst was niet eens een probleem geweest, want pas na een uur gaan we daadwerkelijk op weg. Ondertussen kijken we onder het genot van het eerste flesje Heineken naar voetbal en worden we entertaind door het zingende duo Mikey Mike & IS, een blanke die zingt als een neger en een neger die zingt als een blanke. Curieus maar het werkt. Mikey ziet er in zijn rode giletje overigens uit als een carambolebiljarter.
We hebben een mooie groep. Slechts twee stelletjes, enkele vriendinnengroepen en wij.
Er wordt nog niet gedanst.
Bij kroeg 2 is volgens akela Maaike het 'tweede drankje gratis'. Bob en ik bestellen een Heineken maar moeten toch het volle pond, te weten tien euro, aftikken. De serveerster weet van geen aanbieding. Even later blijkt dat dat 'tweede drankje gratis' per persoon geldt. Doe mij maar twee bier, zeg ik. En hij dan? vraagt de serveerster. Hij hoeft niks zeg ik, naar Bob wijzend. Maar die truc is te doorzichtig. Pas ons individuele tweede flesje is gratis.
De groep staat in een cirkel. Er wordt voorzichtig gedanst.

Kroeg 3 is aangenaam gesitueerd: half binnen, half buiten. Waikiki heet het hier of zo. Dienbladen vol shotjes gaan rond. Het 'voordelige' van kroegentochten blijkt vaak in die gratis shotjes te huizen. Het is moordend spul. Omdat de tochten lang duren en je veel beweegt kun je in principe rustig pilsend het einde halen, maar die in alle kleuren en smaken gepresenteerde meuk gooit alles overhoop. En een cognacje of een jonge zit er nooit bij.
Er wordt behoorlijk gedanst.
Op de plee staat een neger die me wijst op een A4tje. Hij is namens die VN ingezet om de hygiëne te waarborgen en vraagt om een vergoeding. Of zoiets. Giro 555 heeft nog nooit een euro van mij gezien, maar dat maak ik hier in één keer goed, al heb ik een donkerbruin vermoeden dat deze gift nooit de hoorn van Afrika zal bereiken. Net als het merendeel van giro 555 overigens, maar dat - uiteraard geheel - terzijde.
In de groep bevinden zich ook twee vriendinnen die zo voor tweelingzussen kunnen doorgaan. Ze studeren in Groningen.
'Wat studeren jullie?'
'Bewegingswetenschappen'
'Daarom kunnen jullie zeker zo goed dansen?'
Die moeten ze vaker hebben gehoord.

We trekken als sprinkhanen verder. Kroeg 4 is ergens op een bovenverdieping, inclusief dakterras.
Achter de bar ontbloot het mannelijke deel van het personeel het bovenlichaam. Het vrouwelijke deel niet.
Het lelijkste meisje uit de groep zoent met een dubieuze kerel.
Er wordt hevig gedanst.
Gangmakers zijn I. en A. uit St.-M'gestel. In kroeg 2 vielen ze al op met een curieuze mime-act. Ze blijken in de geestelijke gezondheidszorg te werken en de gebarentaal te beheersen. Vandaar.
A. drinkt geen alcohol en schuift al haar shotjes door naar mij. Weigeren zou onbeleefd zijn.
De man daarboven die in dienst van Vader Tijd ongenadig hard aan het wiel draait heeft een voorkeur voor kroegentochten. Hele uren weet hij ongezien uit levens van jonge mensen te verwijderen, en op zo'n slinkse wijze dat ze denken dat het aan henzelf ligt.

Proppers weten ons kroeg 5 binnen te loodsen. Het is altijd wonderlijk om te zien hoe vrouwen met die lui omgaan. Wij proberen ze altijd af te wimpelen door vriendelijk de boot af te houden, maar de dames starten meteen keiharde onderhandelingen.
Het levert ons cocktails op.
Sex on the Beach.
Er wordt nauwelijks nog gedanst.
Ik praat met S. uit Arnhem. Ze is behoorlijk toet. Ze is voor Ajax, sterker nog: ze zit in vak 410. Voor de leken: dat zijn die lui met grote pupillen die elke thuiswedstrijd in de UfO met de ruggen naar het veld gekeerd aan linedancing doen. S. is een 'echte', zo lalt ze in mijn oor.
Vadertje Tijd z'n assistent ziet zijn kans schoon en confisqueert weer een brok tijd, want ineens is het vijf uur en klappen overal de rolluiken dicht. Schluss. Het was een goeie. We blijken nog met negen dapperen over te zijn gebleven.
Met I. en A. uit Gèssel, die zich de weg nog herinneren, koersen we op huis aan.
De straten zijn volledig uitgestorven.
Om half zes komen we bij het hotel aan. Ik flikker geen handdoeken van de bedjes het water in.

woensdag 24 augustus 2011

[Tenerife 2011] Dag 1: Champagne en blote dames

Het geeft altijd een vreemd gevoel midden op de dag met vakantie te gaan. Je weet dat je 's avonds een paar duizend kilometer verderop in een vreemd bed in een hotelkamer zult slapen, maar 's morgens ben je nog gewoon thuis aan het rommelen.
Tegen het middaguur kuier ik met mijn koffer naar het station. Ik probeer bij de tegemoetkomende voetgangers de gedachte 'over een week loop ik ook de andere kant op en zit het er allemaal alweer op' te onderdrukken, maar dat is zinloos.


Ik zoek mijn reisgenoot, maar kompaan Bob is er nog niet. Even later komt de wereldreiziger, koud terug uit Ljubljana, de trappen op en neemt de trip naar de zon een aanvang. Deel vijf van de inmiddels jaarlijkse serie 'Van weiland naar eiland'. Na Kos, Rhodos, Mallorca en Malta heeft dit jaar Tenerife de eer.
De intercity naar Schiphol vertrekt op het voorgeschreven uur. De conducteur feliciteert ons met het feit dat we de 'goede' kant op gaan.
We mogen nog.

Bovenaan de lijst met wensen/doelstellingen staat bij mij elk jaar, angsthaas die ik ben, 'geen trammelant'. Bij het inchecken gaat het al bijna mis. De jongeman vuurt een serie vragen op ons af, 'wie heeft er geboekt?', 'hebben jullie een reisnummer?', 'wannéér hebben jullie geboekt?', alle met een toon die maar één ding kan betekenen: 'ik kan jullie reservering niet in het systeem vinden'. Het moet iets steekproeftechnisch zijn geweest, want ineens is alles oké en mogen we verder.

Transaviavlucht Amsterdam-Tenerife/Las Palmas doet vierenhalf uur over het eerste deel. Ik zit aan het gangpad, naast me zit een stelletje, waarvan de helft bestaat uit een heel mooi meisje dat me enige knipogen en glimlachjes geeft. Dat overkomt me in vliegtuigen vaker, als het meisje overduidelijk gebonden is en ik er dus vrij weinig rendement uit kan halen. Curieus.
Een hele VI lees ik van kaft tot kaft.
Tenerife naderend mogen de klokken een uurtje terug, wat de reistijd terugbrengt tot drieënhalf uur. De ene helft verlaat de vogel op Tenerife, de andere helft gaat nog door naar Las Palmas.

Alle vliegvelden zien er op zulke eilanden buiten hetzelfde uit: een rij palmen, hoge trottoirs, walmende bussen en zwetende chauffeurs. Hostess Mandy van Sudtours heet iedereen welkom en waarschuwt voor twee zaken: voor de zon, die hier ter hoogte van Afrika zo fel is dat minstens factor 50 gewenst is, en voor krasloten, die altijd prijswinnend zijn maar je vervolgens een timeshare opleveren. Ik heb het gevoel dat alleen de tweede waarschuwing ter harte zal worden genomen.
We zitten pal achter de chauffeur, waardoor we een prima uitzicht hebben. Alles ziet er kurkdroog uit, wat goed is, want regen heb ik genoeg gezien deze zomer.

De chauffeur van Rhodos zou volgens de onvergetelijke Freek van Dijk zo snel chaufferen dat hij her en der een lantaarnpaaltje mee zou nemen. Die van dit jaar neemt bijna een verkeersbord mee bij een moeilijke draai. Het bord geeft niet echt mee, waarop de kerel besluit hem maar in zijn achteruit te gooien.
Even later moet hij vol in de ankers voor een dikke, kale toerist die bij het oversteken Bassie en Adriaans adagium 'Kijk links, kijk rechts' (1983) niet meer paraat heeft en alleen naar links kijkt. Hij schrikt zich zeer terecht het leplazerus wanneer hij ineens de voorkant van een touringcar tegen zijn oorlel voelt. De chauffeur prevelt uiterst kalm: '¿Qué pasa, amigo?'

Hotel Noelia Sur, vier sterren, heet ons welkom in de persoon van Cris, een vrolijke receptioniste die de nieuwe gasten, een man of twaalf, een glaasje champagne aanbiedt.
'Who of you smoke?' vraagt Cris. Niemand steekt zijn hand op.
'You are all so healthy,' sipt Cris, wier stemgeluid verraadt dat zijzelf wél een fanatieke inhaleerder is.

Kamer 553 zal een week de onze zijn. De eerste keer je kamerdeur openen heeft iets weg van een sprong in het diepe: het kan zowel een veelbelovende als een weinig belovende start van de week inluiden. We neigen nu naar de eerste mogelijkheid: zeer ruim, twee wastafels, kunst die verder gaat dan een landschapje, een lcd-scherm aan de muur.
Vanaf het balkon kijken we uit op een belendend hotel. Ik wrijf in mijn ogen. In een van de kamers bewegen zich vier dames. Nakend. Poedelnakend. Ze dansen op luide muziek. Op het tafeltje op het balkon staan drie lege drankflessen. Dat wij hen kunnen zien is overduidelijk de bedoeling. Ik haal de zojuist van Cris verkregen envelop met info tevoorschijn en zoek verwoed of het hier een complementary service betreft, maar neen.
Champagne en naakte meiden, wat een aankomst. Ik waan me een rapper: Yo yo yo, cristal and naked ho's.

Wél een lovenswaardige extra service van het hotel is dat we ondanks de late aankomst - het is kwart over negen - nog mogen gaan eten. De eetzaal is groot, het krioelt er van de mensen.
We schuiven snel wat naar binnen en gaan dan op verkenning uit. We lopen maar in de richting van de zee, in de verwachting dat we dan dan wel ergens in de bar street zullen belanden. De route langs het strand is prachtig, maar nergens is nachtleven te bespeuren. Daarom nuttigen we de eerste pinterman van de vakantie maar bij het hotel.
Terug op het balkon zijn aan de overkant de gordijnen dicht; waarschijnlijk zijn ze de hort op. Morgen maar eens naar het infopraatje, ik heb zo'n gevoel dat we net de verkeerde kant uit zijn gelopen.

zaterdag 13 augustus 2011

Zeven dagen lang (73)

7 t/m 13 augustus

ZONDAG Transferdeadline
Leuk, zo'n openingsweekend Eredivisie, maar het komt neer op een afscheidsparade van voetballers die deze maand nog gaan vertrekken. Vorm, Verhoek, Matavz, Pieters, Assaidi, Engelaar, en wie weet ook nog Vertonghen, Ruiz, Van der Wiel...

MAANDAG Opgesmurft
De Smurfen 3D in de bioscoop, en dat terwijl die smurfen toch dikke racisten zijn. De extreemlinkse Nederlandhater René Danen zal binnenkort wel weer ergens voor een bioscoop gaan staan demonstreren.

DINSDAG Goed opgevoed
Geen paniek, Wesley Verhoek gaat toch niet naar Nottingham Forest. Hij vreest heimwee, naar verluidt. Dat is nou een jongen naar mijn hart, zonder scherts.

WOENSDAG David, Teddy en Ovide
'Vroeger was alles beter. Dat geldt duidelijk ook voor kinderseries. Waar de jeugd van nu het moet doen met vooral door computers gemaakte Japanse en Amerikaanse rotzooi vol actie en geweld, mochten wij nog kijken naar tekenfilms die met liefde werden gemaakt.'
De 20 beste jeugdtekenfilmseries, door Perry Vermeulen.

DONDERDAG Bieber
TOP legt Christophe Bieber vast en twitter wordt overspoeld door lolbroeken. Bijvoorbeeld de twitteraar Anis El Makrini: 'Hahaha FC Oss heeft een speler gekocht die Bieber heet'. Tsja. Anis heten en dan flauw doen over iemands naam.

VRIJDAG De antiwilders
'Misschien moeten we Wilders maar eens wat minder serieus nemen,' aldus Alexander Pechtold. Hij lijkt echt niet te snappen dat het einde van Wilders automatisch ook de aftocht van Pechtold betekent. Zoals Wilders geobsedeerd is door de islam, zo is Pechtold totaal gefixeerd op Wilders.
En de hele week al dat gejeremieer dat Rutte moet reageren op Wilders' haatpaleizenuitspraak. Mark! Mark!, zeg er 's wat van. Ah toe, zeg nou wat, Mark...

ZATERDAG In a suburban war
Opvallend: vandaag op Arrow Classic Rock twee keer een nummer van Arcade Fire's album The Suburbs voorbij horen komen. Eerst 'The Suburbs' en later 'Ready to Start'. Deze cd is van 2010, maar heeft blijkbaar nu al het predikaat 'klassiek' gekregen. Terecht, overigens.

vrijdag 12 augustus 2011

Dol op Engels voetbal

In 'Daan is dood' van Willem Wilmink komt de pas gestorven Daan bij de hemelpoort aan. Bij het hek staat een tuinhuisje. Een stuk of tien mensen kijken door het raam naar binnen, waar een kaal mannetje naar voetbal op tv zit te kijken: '"Wolverhampton Wanderers tegen Sheffield Wednesday," zei een van de omstanders, "we zullen nog wel even moeten wachten voor we weten of we de hemel in mogen. Want de heilige Petrus is dol op Engels voetbal."'

Wilmink heeft voor deze schitterende passage niet voor niets juist deze twee Engelse clubs gekozen. Behalve liefhebber van het Engels voetbal was Wilmink immers ook een taalkunstenaar. Nergens zijn de namen van clubs zo prachtig en krachtig als in Engeland. In Nederland zitten we opgescheept met afkortingen en plaatsnamen met een lullig 'FC' ervoor. Dat is historisch zo gegroeid, niks aan te doen. Namen van Engelse clubs hebben iets magisch. Afgelopen week werd in een nieuwsbericht op Teletekst gemeld dat in verband met de rellen de wedstrijden 'tussen West Ham en Aldershot en tussen Charlton en Reading' waren afgelast. Het lezen van die namen is al haast een rituele handeling.

Ook ik ben dol op Engels voetbal, en dan vooral op de divisies onder de Premier League. Het Championship, League One, League Two en de Conference National volg ik op de voet. Op de BBC via Final Score op zaterdagmiddag en The Football League Show zaterdagnacht, via soccernet voor de statistieken en via het fantastische weblog Doingthe116 voor de achtergronden en verhalen. Het getal 116 verwijst naar het aantal clubs in de hoogste vijf divisies. Strikt genomen wordt het vijfde niveau niet meer tot het profvoetbal gerekend, maar met clubs als Grimsby Town, Luton Town, Lincoln City, Wrexham, Darlington en Stockport County barst het daar van de afgegleden traditieclubs.

Wat Engels voetbal zo aangrijpend maakt is de beleving van de supporters. Bijna iedereen draagt het shirt van zijn club. Voor elke sliding wordt geapplaudisseerd. Hele families van drie generaties of meer bezoeken het stadion. De naam van de Engelse Hard gras geeft het gevoel perfect weer: When Saturday Comes. Een hardnekkige misvatting is wel dat de stadions altijd vol zouden zitten. Ook Wilmink schreef in een column: 'Daar zitten ook bij wedstrijden waar geen enkele hoogbegaafde speler te bekennen valt de tribunes vol.' Feitelijk is de bezetting van de stadions in de lagere divisies meestal tussen de 50 en 70%.

Dat komt doordat de stadions relatief veel mensen kunnen herbergen, want absoluut komen er wel veel kijken. Vorig jaar in de Conference National waren er negen clubs met een gemiddelde van boven de 2000, in League Two elf met meer dan 4000 en in League One, het derde niveau dus, zelfs vier clubs met meer dan 15000 bezoekers (Southampton, Sheffield Wednesday, Charlton Athletic en Huddersfield Town). Traditieclubs die door wanbeleid en sportief verval zijn teruggezakt naar het derde niveau (Southampton is inmiddels gepromoveerd) maar waar nog altijd vele duizenden hondstrouwe fans het stadion blijven bezoeken. Altijd is er sfeer, beleving, passie, ondanks de ellende.

Voor zulke supporters geldt wat Nick Hornby in de openingsregels van zijn boek Fever Pitch schreef: 'I fell in love with football as I would later fall in love with women: suddenly, uncritically, giving no thought to the pain it would bring.'

woensdag 10 augustus 2011

Haagse spreekkoren géén antisemitisme


In een kort geding tegen ADO Den Haag, aangespannen door de Stichting Bestrijding Antisemitisme, heeft de rechter bepaald dat de club onmiddellijk moet ingrijpen wanneer er vanaf de tribunes antisemitische spreekkoren te horen zijn. Hagenezen gebruiken 'kanker' als universeel bijvoeglijk naamwoord en als Ajax op bezoek komt wordt daar '-joden' achter geplakt. Dat mag nu dus niet meer.

Spreekkoren zijn altijd een heet hangijzer geweest sinds Piet Romeijn in 1969 de scheids voor 'hondelul' (toen nog zonder tussen-n) uitmaakte en supporters dit overnamen. Romeijn heeft overigens altijd volgehouden dat hij 'onbenul' zei. In maart 1995 werd een dieptepunt bereikt toen Feyenoord-supporters met spreekkoren over de aan kanker overleden vrouw van Ajax-coach Louis van Gaal voor hevige opschudding zorgden.

Opiniemakers en commentatoren buitelden over elkaar heen om de noodklok te luiden. Henri Beunders gooide toen een alternatieve knuppel in het hoenderhok. In een opiniestuk in NRC Handelsblad van 14 maart noemde hij de commotie enigszins hypocriet: 'Waarom zou supporters verboden moeten worden wat cabaretiers en columnisten is toegestaan?' Op podia en in kranten was het kwetsen, intimideren en vernederen immers al langer ingeburgerd.

Beunders verwees ook naar de literatuur. W.F. Hermans en Gerard Reve wisten al in de jaren 50 en 60 het krenken van katholieken succesvol te legitimeren door zich te beroepen op de literaire context waarin de uitingen waren gedaan. De rechter was het ermee eens. Ook Pietje Grijs meende eind jaren zeventig dat zijn beledigingen aan het adres van Prins Bernhard pas strafbaar zouden zijn als ze uit de literaire context werden gehaald.

Beunders trok deze lijn door en opperde dat de Feyenoord-supporters dit argument zonder meer konden overnemen: 'Het stadion is ook een vrijplaats, een (amfi-)theater. [...] Alles wat daarbinnen gebeurt en wordt geroepen moet je dus in de "recreatieve context" zien. Pas als je buiten de verwensingen herhaalt, ben je strafbaar.'

En recent is er weer een precedent geschapen met het Wildersproces. De uitingen van Wilders moesten in het licht van de politieke en maatschappelijke discussie worden gezien, zo besliste de rechter, en waren in die specifieke context niet strafbaar. Zolang je maar binnen de juiste context blijft acteren is verbaal zo'n beetje alles geoorloofd, zo lijkt de teneur.

Met het geval-ADO is nog iets meer aan de hand. Toen de Feyenoord-supporters zongen dat Van Gaal een kankerwijf had, wilden ze Van Gaal kwetsen met het gegeven dat zijn vrouw aan de kanker was gestorven. Maar wanneer ADO-supporters 'kankerjoden' roepen, proberen ze de fans van de tegenstander niet te raken op hun jood-zijn, want dat zijn ze voor het overgrote deel niet.

'Jood' heeft, naast 'aanhanger van het jodendom', inmiddels 'geuzennaam van supporters van Ajax' als (bedenkelijke) tweede betekenis gekregen. Die tweede betekenis heeft niks te maken met de eerste. Zoals 'bank' in de betekenis van 'zitmeubel' niks te maken heeft met bank in de betekenis van 'instelling die geld beheert en uitleent'.

Als ik een woekerpolis in de maag gesplitst heb gekregen en ik scheld op de bank, dan zullen de bankiers zicht misschien gekwetst voelen (maar niet heus...), maar zeker niet de zitmeubelfabrikanten; er blijkt immers wel uit de context dat ik die andere bank bedoel.

Als ADO-supporters in het Kyocera-stadion op 'joden' schelden, dan is de context 'joden' in de tweede betekenis. Nu weet ik wel dat het woord 'jood' een heel wat beladener context met zich meedraagt dan 'bank' - al zal dat over 20 jaar misschien wel anders zijn, na WO III. Met alle gescheld met 'jood' erin komt automatisch de hele historische puinhoop mee.

Maar, de rechter heeft bepaald dat ADO bij 'antisemitische' koren moet ingrijpen. En antisemitisme is 'discriminatie van joden gebaseerd op hun etniciteit of religie', en geldt dus alleen in de eerste betekenis. Belediging van Ajax-supporters valt niet onder antisemitisme.

Deze uitspraak betekent dat elke groep die zich het dubieuze idee op de hals haalt 'joden' als geuzennaam te gaan gebruiken, zich vervolgens beschermd mag weten door antidiscriminatiewetgeving. Dat is eigenlijk nog het engste aan deze uitspraak. Het begrip antisemitisme wordt erdoor gedevalueerd en geridiculiseerd en dat is in deze tijden van toenemend verbaal en fysiek geweld tegen joden wel het laatste wat we moeten hebben.

maandag 8 augustus 2011

Doemdenken op zwarte maandag: Te wapen!

WORDT het weer oorlog? Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is een derde mondiale wereldbrand vele malen voorspeld en verwacht. Wapenwedloop, kernwapens, de overbevolking, koloniale wraak: allemaal als mogelijke lonten voor het kruitvat aangemerkt. En nu is er het geld.

Kan de huidige financiële crisis tot oorlog leiden? Een 'monetaire oorlog', waarvoor Sarkozy al eens waarschuwde? De dreiging zou - wederom - uit het Oosten komen: China, met Rusland in de zijspan. Nu houden Amerika en China elkaar nog in een, paradoxaal dankbare, wurggreep: Amerika ergert zich aan de onderwaardering van de yuan door China, maar dat kan zijn munt alleen zo laag houden doordat het Amerikaanse staatsobligaties blijft kopen.

Als de dollar gaat vallen, wat slechts een kwestie van tijd schijnt te zijn, stort het systeem in. Veel lijkt af te hangen van de nieuwe hogepriesters van het kapitaal: de kredietbeoordelaars. Waar die ineens vandaan komen... Ze zijn machtiger dan nationale regeringen. Het is toch onbegrijpelijk dat zulke bedrijfjes in feite de hedendaagse rode knop controleren? En wat helemaal eng is: ze worden ingehuurd door de banken! En China heeft gewoon lekker zijn eigen beoordelaar. (Zie hier)

China is een beetje een mysterieus land. Je weet niet wat ze in petto hebben daar. Het schijnt dat meer dan de helft van de bevolking een koude oorlog met de VS verwacht en het merendeel van de militaire officieren zelfs een hete, echte. Er is een zelfs een kolonel, ene Meng Xianging, die meent dat China zich de komende tien jaar in militair opzicht dusdanig zal gaan bewapenen dat het 'sterk genoeg zal zijn om een direct gevecht met Amerika af te dwingen'. (Zie hier en hier.) Goed, dat wordt dus vechten. En wij zullen dan natuurlijk Amerika moeten gaan helpen. Laten we alvast een strategie uitstippelen.

ONLANGS moest ik mijn bureau op mijn oude kamertje in het ouderlijk huis uitmesten. Tussen de papieren viste ik de brief op die ik rond mijn achttiende verjaardag van Defensie had ontvangen. Ik was dienstplichtig geworden, stond erin, maar de opkomstplicht was opgeschort. Alleen als de veiligheidssituatie erom vraagt, moet ik me melden. Die dienstplicht geldt tot het 45ste levensjaar. Laten we dus in de eerste plaats proberen de situatie nog zo'n twintig jaar te downplayen.

Als de vlam toch in de pan slaat, dan zal ik mijn snor niet drukken. Maar, laten we op dat moment bepaalde mensen eerst naar het front sturen. Allereerst natuurlijk de schuldigen, de veroorzakers. De bankiers dus, of beter: de hele financiële sector. Laptops aan de kant, lichtbruine schoenen uit en kistjes om de voeten. Vooruit sturen we de grootste wittenboordenkliek die er is: de consultants. Deze misdadige beroepsgroep kan mooi als kanonnenvoer dienen.

Verder nog in het eerste peloton: strafrechtadvocaten, trendwatchers, Mounir El Hamdaoui, krakers en de bedenkers van de OV-chipkaart. Zum Frühstück auf nach Peking. Ik ga alvast mijn krediet beoordelen, mijn status verhogen en vervolgens flink wat pangang inslaan. Want een hongerwinter zie ik niet zo zitten.

zaterdag 6 augustus 2011

Zeven dagen lang (72)

31 juli t/m 6 augustus

ZONDAG Taal
Als kind begreep ik deze regel uit Frogers 'Een eigen huis' nooit: 'Als ik geen zin heb om te koken, loop ik effe naar de markt voor een mootgebakken vis'.
Wat is 'mootbakken' vroeg ik me vertwijfeld af. Roerbakken, koken, grillen, braden, dat kende ik wel, maar mootbakken?

MAANDAG Voetbal International weer begonnen
Die hele dynamiek van Genee versus Derksen valt helemaal weg als Hans II Kraay er is, dan trekken ze opeens eensgezind als duo op tegen Hansie.

DINSDAG Lullig
'Alle operatiekamers van het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond zijn dicht. In een van de OK's is de verlichting naar beneden gekomen. Daarbij raakten een patiënt en een OK-medewerker gewond.'
Zij konden vervolgens niet geholpen worden omdat de OK's dicht waren?

WOENSDAG Elite
Gelezen: Het fascisme en de nieuwe vrijheid (1939) van Jacques de Kadt. Voor de broodnodige context rondom Bosma's boek.
Bosma citeert op p. 87 van zijn boek de passage waarin De Kadt schreef over de elite die zich niet zou kunnen ontplooien 'omdat ze moeten gehoorzamen aan de schijn-élite van de valse munters'.
Problematisch is, denk ik, dat De Kadt indertijd met 'elite' iets heel anders bedoelde dan tegenwoordig onder dat begrip verstaan wordt. De elite waar Wilders cs tegen strijdt is wat toen de schijnelite was, en wat toen elite was is nu de 'weldenkende burger'.
Veel interessanter is dan ook een ander citaat op p. 234 (Bosma verwijst abusievelijk naar p. 240), waar schijnelite en valsemunters nog niet in één zin gebruikt worden. De Kadt stelt daar dat het van cruciaal belang is dat de groep mensen die echt wat kan 'in de gelegenheid is, werkelijk leiding te geven en dat het niet weggedrongen wordt door de schijn-élite, door "begaafde" charlatans, of door "knappe" zwendelaars, door handige, maar ook brutale lieden die wel wat kunnen, maar die toch op hun gebied niet het beste kunnen, en die daarom hun tekort aanvullen met connecties en relaties, met demagogie of salon-charme, in 't kort de valse spelers en valse munters op het gebied der élite-waarden.'
Waarbij 'salon-charme' tegenwoordig heel goed door 'salonsocialisme' vervangen zou kunnen worden.
Ook Anil Ramdas en Von der Eigendunk krijgen avant la lettre nog een nuttige wenk, p. 241: 'Wat men nooit mag doen, dat is: proberen de demagogen [...] te bestrijden door nog méér te bieden, nog harder te verkondigen, dat de O-groep [de laagopgeleiden] het zout der aarde is. Men moet bereid zijn deze groep te steunen, maar ook haar in bedwang te houden.'

DONDERDAG ADO-Omonia
Belangrijkste conclusie na vier Europese wedstrijden van ADO Den Haag: Wesley Verhoek is hopeloos uit vorm. Dra-ma-tisch.

VRIJDAG Net goed
De afspeelknop in het middelste plaatje van de bovenste rij maakt van haatbaard Sjeik Fawaz heel mooi een haatsmurf:




















ZATERDAG Nog een plaatje: Guess Who's Back, the sequel

donderdag 4 augustus 2011

Schreeuwen, gillen, krijsen

In Vlaanderen bereiden politici een wet voor waarin wordt vastgelegd dat kinderen onbeperkt lawaai mogen maken. Het voorstel is een reactie op enkele rechterlijke uitspraken waarbij klagende omwonenden van scholen en kinderdagverblijven in het gelijk werden gesteld.

In nieuwsberichten hierover wordt zelden tot nooit vermeld dat in Nederland al sinds 1 januari 2009 krijsende, gillende en schetterende kids vrij spel hebben. Onze toenmalige milieuminister Jacqueline Cramer (PvdA) bepaalde toen dat geluid van kinderen nooit overlast kan zijn. Ze beweerde zelfs dat al dat geschreeuw en gekrijt goed zou zijn voor de ontwikkeling van de kinderen.

Thomas Rosenboom waarschuwde zes jaar geleden al tegen de destructieve kracht van het schoolpleinkabaal. In zijn begeesterde pamflet Denkend aan Holland (2005, herzien in 2006) betoogt Rosenboom dat geschreeuw tot geweld leidt, zélf al een vorm van agressie is: 'dat constante geschreeuw en getrek aan elkaar – in dat overactieve, ongeremde gedrag is agressie nooit ver weg, het schreeuwen is zelf een vorm van agressie, althans de eerste stap ernaartoe. Wie agressie wil beteugelen, kan beginnen met schreeuwen beteugelen.'

Rosenboom verwijst naar een onderzoek waaruit bleek dat op een gemiddeld Nederlands schoolplein het maximale aantal toegestane decibellen met maar liefst tien procent overschreden wordt. 'Dit betekent dat onderwijzend personeel in feite wettelijk verplicht is om dezelfde geluidsdempers op de oren te dragen als mensen die met een drilboor werken, of op Schiphol.' De oorzaak van het probleem is de opvoeding, constateert Rosenboom terecht. Als ze nooit gecorrigeerd worden weten de kinderen zelf simpelweg niet beter.

Een schoolplein is een verzamelplaats van jonge mensenkinderen waar op elementair niveau reeds distinctiedrift aan het werk is. Men schreeuwt er letterlijk om aandacht. Hier leren de kinderen zich onbewust de eerste beginselen van het survival of the fittest aan. Zoveel mogelijk geluid maken is daar een belangrijk onderdeel van.

Dat overschreeuwen zie je overigens ook ontstaan op verjaardagen waar volwassenen bijeen zijn. In een kamer met, zeg, 30 personen is het geluidsniveau vele malen hoger dan strikt noodzakelijk is. Iedereen overschreeuwt elkaar om verstaanbaar te blijven, terwijl het veel gemakkelijker en minder vermoeiend zou zijn wanneer iedereen zachtjes, op laag volume, zou converseren.

De vraag is wel of dat gebrul en gegil van kinderen geen fenomeen van alle tijden is. Rosenboom denkt van niet, hij wijst op de steeds vrijere en lossere opvoedingsnormen. Herrie op de pleintjes is er altijd geweest. Tegenwoordig klinkt het gekrijs echter ook daarbuiten. Ik ken kinderen die niet eens meer normaal kunnen praten, alles wat ze zeggen komt er aldoor op schelle toon uit. Toch moet je ook hier oppassen met conclusies en generalisaties over een ontwikkeling in de tijd. Opvoeding verschilt natuurlijk per plaats, per gezin, per kind. Maar dat er een algemene tendens is naar teugelloosheid is een feit.

Ga in een trein zitten en verbaas je over het bandeloze gebrul. Hoe vaak ik niet de neiging moet onderdrukken zo'n kind - dat zelf dus niet beter weet - een halt toe te roepen, puur en alleen om de vervolgens ongetwijfeld tussenbeide komende moeder - dan wél - toe te voegen: 'Iemand moet het doen, en u doet het blijkbaar niet.' Ik kon vroeger ook best tekeergaan, maar dan werd ik altijd terechtgewezen. Verbaal en zo nodig fysiek. Maar die goeie ouwe corrigerende tik is ook al gesneuveld onder het pedagogische geweld.

Hoe kun je ooit zelfdiscipline, normbesef en gevoel voor sociaal wenselijk gedrag aanleren als je nooit aan den lijve hebt ondervonden waar de grenzen ongeveer liggen? Ook Rosenboom hekelt de veel te slappe hedendaagse opvoedcultuur waarin een kind altijd krijgt waar het om zeurt en nergens meer moeite voor hoeft te doen. Stilzitten en luisteren, zoals Rosenboom vroeger moest, is er niet meer bij. Gary Jules protesteert hier ook tegen in zijn 'Mad World': 'I feel the way that every child should / sit and listen, sit and listen.'

We leven in een maatschappij waar stilte de uitzondering is geworden en onophoudelijk kabaal, een continue stroom geluid, de norm. Neem uitgaan. Vind op zaterdagnacht nog maar eens een kroeg waar je enigszins fatsoenlijk met elkaar kunt praten. Soms sta ik op maximaal volume in iemands oor te loeien om me verstaanbaar te kunnen maken. Dat kan toch nooit gezond zijn. Ga maar eens overdag ergens, in huis bijvoorbeeld, op een halve centimeter afstand op volle kracht in het oor van je gesprekspartner staan schreeuwen.

Rosenboom behandelt het probleem als een typisch Nederlands fenomeen. Onder meer in België zouden kinderen veel rustiger zijn. Dat blijkt dus een mythe te zijn. Als in navolging van Nederland nu ook daar bij wet verboden wordt krijsende kinderen de mond te snoeren, dan wordt het zo langzamerhand tijd voor andere spreekwoordenboeken. Spreken is zilver, krijsen is goud.

dinsdag 2 augustus 2011

Wilmink op maandag

Vandaag acht jaar geleden overleed Willem Wilmink. De Twentse taalkunstenaar werd 66 jaar. Wilmink is vooral bekend als liedjesschrijver en dichter. Zijn Verzamelde liedjes en gedichten werden in 2004, een jaar na zijn dood, bezorgd door W.P. Gerritsen. Het tweedelige werk telde in totaal 1423 bladzijden. Wilmink oogstte ook veel lof met zijn verhalen voor kinderen. De verzamelde Sprookjes en vertellingen werden vorig jaar onder redactie van Vic van de Reijt en Wobke Wilmink-Klein bij Nijgh & Van Ditmar uitgegeven.

Een minder bekend deel van Wilminks omvangrijke oeuvre bestaat uit proza voor volwassenen. Deze Verzamelde verhalen zijn reeds in 2009 door Nijgh & Van Ditmar uitgegeven, eveneens onder redactie van Van de Reijt en Wilmink-Klein. In dit 414 bladzijden tellende boek staan twee bundels, Ver van de stad en Het verkeerde pannetje, die aanvankelijk als kinderboek op de markt zijn gebracht. De verhalen in met name de laatstgenoemde bundel zijn niettemin ook voor volwassenen zeer de moeite waard. Een verhaal als 'Daan is dood' verdient een klassieke status in de Nederlandse literatuur. Het is dan ook terecht door Joost Zwagerman opgenomen in zijn bloemlezing De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 korte verhalen, 'de rode Zwagerman'.

Wilmink blijkt ook nog enige tijd als columnist actief te zijn geweest. Tussen 23 september 1991 en 7 december 1992 schreef hij onder de koepeltitel 'Wilmink op maandag' stukjes voor Dagblad Tubantia. De verleiding is groot, maar de tijdspanne is net iets te lang om van een 'blauwe maandag' te kunnen spreken. Die toch ietwat neerbuigende kwalificatie wordt helemaal zinloos wanneer we de inhoudelijke kwaliteit van de columns in ogenschouw nemen. Wilmink was namelijk ook als columnist eigenzinnig, kraakhelder en bij vlagen ontroerend.

Tot aan zijn dood bleef Wilmink op zijn typemachine werken en weigerde hij een computer te gebruiken. Die houding is exemplarisch voor de teneur van zijn columns: conservatief, maar altijd vanuit nostalgie of gehechtheid aan kwaliteit en traditie, en niet vanuit benepen behoudzucht of persoonlijk belang. Vele columns zijn gewijd aan de afbraak van het onderwijs, een onderwerp dat hem na aan het hart lag. Ook Engels voetbal en de wonderlijke denkwereld van kinderen worden vaak met passie beschreven.

Een opvallend inspirerend stuk vaart uit tegen het wanstaltige fenomeen van de 'positieve discriminatie'. Nieuwkomers hebben zich altijd en overal een plek weten te verwerven. Ze hebben hier moeite voor gedaan en vinden zo een balans tussen aanpassing en behoud van eigenheid. De 'positieve discriminatie' heeft die natuurlijke gang van zaken verstoord. Wie positief gediscrimineerd wordt, wordt feitelijk nog erger vernederd, zoals Wilmink zelf overkwam toen hij eindelijk zijn vriendje met dammen had verslagen om vervolgens te horen dat die hem had láten winnen. 'De positieve discriminatie van onze kleurrijke ingezetenen zal ons land verrechtsen' voorzag Wilmink al begin jaren negentig.

Bijzonder sympathiek is zijn oprechte verontwaardiging over de hysterie rond de restauratie van Barnett Newmans 'absolute niets', waarbij 'de culturele elite angstig zwijgt over het naakte feit dat op het schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue niets te zien is'. Die gezonder afkeer van 'elite', van 'ons soort mensen', geldt ook voor wat betreft de literaire mores. Fraai voorbeeld: 'In de boekenbijlage van Vrij Nederland recenseert men bij voorkeur boeken die geen hond ooit leest, daarbij verwijzend naar alle mogelijke auteurs die bekend verondersteld worden, maar die mij altijd weer droevig met de oren doen klapperen.' Neem James Joyce, waar Wilmink pas aan durfde toen hij een boek van Joyce in een Iers warenhuis zag staan: 'de eigenzinnige Ier was kennelijk niet alleen voor die elite bedoeld die hem in Nederland had ingepalmd.'

Wilmink was echter geen voorloper van Halbe Zijlstra, integendeel. Regelmatig pleit hij vurig voor bezield literatuuronderwijs en tegen het verdwijnen van kleine orkesten. Zullen er nog leraren zijn die kinderen leren 'dat ook hun eigen ziel groter is dan ze ooit hadden gedacht?' En 'een orkest voorziet een stad van een gezelschap geestrijke mensen' die 'leven in de brouwerij' brengen. Wilmink is een en al Kunst en Cultuur, maar wel vanuit het principe 'Kunst is voor iedereen'. Een column waarin aan de hand van Baantjer en A.F.Th. het verschil tussen literatuur en lectuur wordt besproken, besluit Wilmink met: 'Ik hou van beide genres'.

Dat Wilmink al na een jaar stopte als columnist is uiteindelijk niet heel verrassend. Naar het einde toe dalen kwaliteit en inspiratie bijna met de column. Mooi is nog wel zijn verontwaardiging over het feit dat de prachtige kerk van Simon en Judas in Ootmarsum nog maar zelden geopend is: 'Wat is dat voor een krenterigheid? Verdient men aan die stroom toeristen niet genoeg om in twee gebouwen een VUT-lijder aan te stellen die de boel de hele dag in de gaten kan houden?'

'Je bleef altijd die jongen / met zijn arm tegen de muur / van die warme Twentse kerk / na het hete middaguur', zo zingt Herman Finkers in zijn wonderschone eerbetoon aan Wilmink 'Lieve dode dichter'. Herman Finkers, nog zo'n Twent die onvermoeibaar blijft pleiten voor vitale kunst- en cultuurbeleving, onder het motto 'als schoonheid en fijnzinnigheid niet meer van deze tijd zijn, dan wordt het tijd voor andere tijden'. Die houding, bijna van een jaloersmakende naïviteit, had ook de hartstochtelijke Wilmink. De drie kloeke uitgaven met verzameld werk en Finkers' ode vormen gezamenlijk een mooi monument.