zondag 30 oktober 2011

Gezien: Geen Daden Maar Woorden

Wanneer: zaterdag 22 oktober 2011
Waar: Theater Kikker, Utrecht
Wat: Geen Daden Maar Woorden Festival
Wie: Meindert Talma, Sander Alt, Delphine Lecompte, John Schoorl, Renate Dorrestein, John Buijsman, Marcel Möring, Chop Wood, La Femme Belge & Kees van Kooten

Vorige week zondag was het Ajax-Feyenoord (geen woorden maar daden), de avond ervoor bezocht ik het festival Geen Daden Maar Woorden, editie Utrecht. GDMW slaagt er al vele jaren in literatuur op prettige, ongedwongen wijze te combineren met muziek, film en theater. Er is voor elk wat wils, zonder dat het festival tot een allegaartje van uiteenlopende stijlen en artiesten verwordt.

De eerste sessie van de avond bracht ik in de Kleine Zaal door. Publiek dat bovenin plaats had genomen werd verzocht wat naar voren te komen als de zaal verder leeg zou blijven, maar dat bleek ongegronde angst: men moest uiteindelijk zelfs wat inschikken om iedereen een zitplaats te gunnen. Meindert Talma mocht het spits afbijten. Zittend, met op schoot een stokoud orgeltje, bracht hij enkele gedichten ten gehore, 'poëziemuziek', een merkwaardig interessante mengvorm van zang en voordracht. Alles op bijzonder droogkomische wijze, scherend langs sentiment en ontroering. Over voetballers met snorren en baarden. En over de 'stadskabouter', die iedereen met zijn racefiets omverrijdt. Een aanrader: check

Vervolgens werd er een korte animatiefilm vertoond van Sander Alt, gebaseerd op het gedicht 'In dromen voorbij' van Delphine Lecompte, die zelf ook de tekst had ingesproken. De knap vervaardigde film deed qua stijl en sfeer ergens wel wat denken aan Father and Daughter van Michael Dudok de Wit, door Paul Verhoeven nog in zijn geheel vertoond in diens Zomergasten-aflevering. Delphine Lecompte was zelf aanwezig in de zaal. Na de vertoning mocht zij het eerste exemplaar van de dvd in ontvangst nemen en een reactie geven. Dat laatste leek aanvankelijk een fiasco te worden. Lecompte bleek een onooglijk, doodsbang vogeltje dat nauwelijks een woord over de lippen kreeg. Al gauw werd echter duidelijk dat de dichteres dit imago cultiveerde: ze acteerde onnozelheid, waarmee ze het publiek op haar hand kreeg. Op de voorgelezen gedichten werd dan ook met groot applaus gereageerd.

Deze sessie werd afgesloten door John Schoorl, de gelauwerde muziekjournalist in wiens stukken alles om stijl draait. Elke zin moet een kunststukje op zich zijn, qua woordkeus, metaforiek en retorische kracht. Schoorl las twee verhalen voor uit zijn bundel De naald erin!, een over Pim Maas, de Nederlandse Elvis die onlangs ten onrechte doodverklaard werd, en een over The Clash.

Hierna werd snel de oversteek gemaakt naar de Grote Zaal, waar de tweede sessie inmiddels al begonnen was: Renate Dorrestein las voor uit eigen autobiografisch werk. Ik viel midden in haar voordracht, maar aan dit ouwewijvenproza kon niet veel worden gemist: voorgelezen met een waanwijsheid die mateloos irriteerde, als jeuk onder je voetzool met je schoen nog aan. Gelukkig werd meteen daarna het podium in gereedheid gebracht voor John Buijsman, die met zijn band een prachtig voorproefje gaf van zijn voorstelling Het alziend oor. Opzwepende jazz, gedichten van Deelder en provocatieve teksten: 'Kanker is tegenwoordig het belangrijkste excuus: "Wat een kutmuziek." Ja, maar hij heeft kanker. "O, dan...".' Marcel Möring sloot de sessie af met een hoofdstuk uit Louteringsberg.

Na een korte pauze was het tijd voor de grande finale in de Grote Zaal. Eerst ging Chop Wood in de weer met zijn samplemachines. Hij kondigde een bewerking van het gedicht 'Straattoneel' van W.F. Hermans aan, maar dit bleek nogal los te lopen: het gedicht werd achter hem op een scherm geprojecteerd, zelf had hij een nieuwe tekst bedacht. Een zeer vrije interpretatie, laten we het daar op houden. La Femme Belge, een Vlaamse groep, had ''k Heb in mijn jeugd gelijk een beest gezopen' van Elsschot op muziek gezet. De groep gaf ook nog enkele eigen nummers ten gehore, vol sympathieke zelfspot.

Het slotakkoord was voor Kees van Kooten. De goeie ouwe humorist was in topvorm. Hij begon met een verhaal over ene Gisterwereld, een anagram, zo bleek al snel, van Geert Wilders. Hij had ook nog anagrammen van Emile Roemer en Jan-Peter Balkenende: 'Meer remolie' respectievelijk 'Een pedante kwal, een jerk'. Van Kooten las ook zijn klassieker 'Zwijgstront' voor, over het echtpaar dat ruzie heeft en geen woord meer tot elkaar spreekt, wat krampachtig wordt verhuld wanneer ze onder vrienden of familie zijn. Maar iedereen heeft het door: ze hebben de zwijgstront.

Het thema van het verhaal vormde een fraai contrast met het festival: zwijgen versus spreken, geen daden maar woorden. Poëzie, muziek, theater, film, verhalen: de literatuur leeft.

zaterdag 29 oktober 2011

Zeven dagen lang (83)

23 t/m 29 oktober

ZONDAG WK Rugby
Het WK Rugby zit erop. Wat een bijzondere sport is het toch. Beestmensen, oerkrachten, bloed en zweet. En toch onvoorstelbaar sportief, met groot respect voor tegenstander én scheidsrechter.
Eén ding begrijp ik echter niet: waarom steeds weer tevergeefs die achterlijn proberen te bereiken, als een schot tussen de palen ook op elk moment mag? Wie legt mij dat uit?

MAANDAG Kort
Het project is voltooid: ik heb de 'rode Zwagerman' uit. 250 korte verhalen, van Emants tot Verbeke. Begonnen op 2 januari, beëindigd op 23 oktober. 250 verhalen in 294 dagen, wat betekent dat ik 44 dagen niet thuis sliep of om andere redenen verstek heb moeten laten gaan. Een alleszins acceptabele score.

DINSDAG Dubbel
KNVB-beker: FC Oss-FC Den Bosch 3-1 n.v., de FC Oss zelfs even 'trending topic' op de Twitters, maar Zoggel zit noodgedwongen thuis.

WOENSDAG Thuisland
Ja, ja! Vandaag dan eindelijk op televisie: Alfred Jodocus Kwak, aflevering 'De boerenganzen'. Zou het mijn invloed zijn? Hoe dan ook, de tijd bleek inderdaad rijp.

DONDERDAG S.S. en the S. of S.
'And the people bowed and prayed / but what difference does it make': Zoggel helemaal in de ban van 'All Delighted People', Sufjan Stevens' ruim elf minuten durende eerbetoon aan Simon & Garfunkel's 'The Sound of Silence': CHECK

VRIJDAG In Eindhoven
Zoggel komt een strip tekort op zijn strippenkaart om vanaf het Jan Louwersstadion nog het station van Eindhoven te bereiken, maar de buschauffeur toont zich op dit late tijdstip een ware Brabander: 'Normaal kom je er één tekort, maar van mij mag het.'
Held, gezamenlijk in het verzet tegen de chipkaart.

ZATERDAG Mauro
Alles en iedereen heeft het over Mauro, maar één iemand hebben we nog niet gehoord: de man die de wet ontwierp volgens welke Mauro nu weg moet: J. Cohen.

woensdag 26 oktober 2011

Mauro de jongen

In het kader van 'Nederland leest' staat Het leven is vurrukkulluk van Remco Campert de komende weken centraal. In deze roman is ook een rol weggelegd voor Kees Bakels, die hier een oude man is, maar die we beter kennen als Kees de jongen uit de gelijknamige evergreen van Theo Thijssen. Campert las Kees de jongen intensief toen zijn vader Jan, die in het verzet actief was, gearresteerd en weggevoerd werd.

Carmiggelt omschreef Kees ooit onverbeterlijk als 'een gezonde, bona fide jongen'. De empathie met en sympathie voor het personage die de lezer ervaart, worden niet alleen opgewekt door diens daden, maar ook door de manier waarop hij aan ons verschijnt, al beginnend in de titel. Dat 'de jongen' maakt hem tot één van ons, tot een bovenmenselijk individu, exemplarisch voor het type dat hij vertegenwoordigt. Ook het jongetje in Cormac McCarthy's De weg, met zijn vader door de puinhopen zwervend als waren zij de laatste twee mensen op aarde, wordt consequent als 'de jongen' aangeduid.

Iets dergelijks gebeurt nu ook met Mauro Manuel, de Angolees die na acht jaar Nederland moet verlaten. Minister Leers ziet geen mogelijkheden voor hem een uitzondering te maken. Manuel had zelf de publiciteit gezocht met een open brief aan Leers. Hij wordt nu niet, zoals normaal het geval is, met zijn achternaam aangeduid, maar zeer frequent, bijna consequent, als 'Mauro', of zelfs als 'de jongen Mauro'. Door hem bij zijn voornaam te noemen, wordt hij tot een goede kennis gemaakt, een vriend, een familielid, want alleen naasten spreken we bij hun voornaam aan. En familie zetten we niet het land uit.

Wederzijdse gezichtsloosheid van overheid en burger zou je een basisvoorwaarde voor een werkbare verhouding tussen beide partijen kunnen noemen. Voor de burger is 'de' overheid in de dagelijkse omgang een abstractum, alleen bestaand op papier, in brieven, rekeningen, documenten, of hoogstens als semi-individueel tussenpersoon achter een balie. En ook voor de overheid zijn burgers geen individuen, maar veeleer groepen, categorieën of nummers, burgerservicenummers. Als de verhouding te individueel wordt, ontstaat een onwerkbare situatie, een stroperige brij, of is er al gauw iets niet in de haak. Belangenverstrengeling. Vriendjespolitiek. Corruptie.

Het verstoren van de politieke machinerie door van een specifiek afgebakende groep burgers individuele gevallen te maken, is een beproefde tactiek. Enige jaren geleden protesteerde een groep tegenstanders tegen het asielbeleid van minister Verdonk met de actie '26 000 gezichten', om zo het beeld te creëren dat Verdonk persoonlijke politiek bedreef tegen individuen in plaats van beleid op basis van persoonsonafhankelijke criteria.

Ook Gerd Leers wordt nu geconfronteerd met het persoonlijk maken van politiek. De aimabele sociaaldemocraat Spekman spreekt ongetwijfeld recht uit het hart wanneer hij kritiek uit op het besluit van Leers, maar in politiek opzicht huilt hij krokodillentranen, want de arme Leers is wat betreft de zaak-Manuel met handen en voeten gebonden aan de vreemdelingenwet uit 2001, de wet-Cohen. Sinds 1 juli van dit jaar is een nieuwe vreemdelingenwet van kracht, speciaal ontworpen om asielzoekers sneller uitsluitsel te geven en langslepende gevallen als dat van Manuel te voorkomen.

Ik ben van mening dat Manuel een verblijfsvergunning moet krijgen. Omdat hij behoort tot een groep asielzoekers die als kind in Nederland belandde en inmiddels al langer dan een x-aantal jaren hier is. Maar niet omdat hij 'de jongen Mauro' is, die met zijn pleegvader Hans en pleegmoeder Anita en broertje Tjeerd gelukkig is, en een MBO-opleiding volgt, en een grillige rechtsbuiten in de A1 van Nieuw-Woensel is ('sinds kort').

vrijdag 21 oktober 2011

Zeven dagen lang (82)

16 t/m 22 oktober

ZONDAG Irritant
Steeds meer eredivisiespelers laten hun voornaam op het shirt zetten. Dus geen 'Ruiz', 'Brown' of 'Vejinovic', maar 'Bryan', 'Esteban' en 'Marko'. Zelfs die Japanner van VVV speelt met 'Maya' in plaats van 'Yoshida'. Als Piet Velthuizen nu eens zou volgen...

MAANDAG Foutje
Volgens Amerikaanse onderzoekers heeft Vincent van Gogh geen zelfmoord gepleegd, maar is hij doodgeschoten.
Dat was toch Theo van Gogh?

DINSDAG H.J.A.
'Mensen op blote voeten komen dichter bij wat ze als kind zijn geweest.' (Henk Hofland - Cicero Consultants, 2007)

WOENSDAG Tip
'You've got so much to live for, I'm just dying to stay alive': Shout Out Louds - 'Show Me Something New' CHECK!!

DONDERDAG Verkeerde volgorde
Je gaat naar nu.nl en het eerste wat je ziet is Khadaffi's kapotgeschoten kop op de homepage. Dan klik je op het bericht en staat er: 'Pas op, schokkende beelden'.

VRIJDAG Tante Riet
Rita Verdonk kondigt aan dat ze uit de politiek stapt. Dat is hetzelfde als wanneer Mario Been nu zou aankondigen op te stappen bij Feyenoord. Beiden zijn toch al lang en breed weggestemd?

ZATERDAG Geen kant op
Je kunt in Nederland in het weekend niet meer met de trein reizen; bijna alle trajecten liggen eruit wegens 'werkzaamheden'.

woensdag 19 oktober 2011

Fenomenologie van de treinforens

Fenomenologen aller landen, verenigt u! Behalve van de seizoenen en van het vrouwvolk heeft Zoggel inmiddels ook verstand van de mensensoorten die elke werkdag weer de vaderlandse treinen bevolken. Degelijk veldwerk in de vorm van duizenden spoorkilometers per jaar hebben hem een feilloos inzicht verschaft in de eigenaardigheden van de verschillende typen, soorten en ordes. Hoogste tijd voor een nieuwe fenomenologie. Wegens noodzakelijke afbakening van het object van onderzoek behelst de hiernavolgende indeling hoofdzakelijk de treinforens zoals die zich in de ochtendspits manifesteert, dat wil zeggen: in zijn natuurlijke omgeving. Mocht u zichzelf in een van de categorieën herkennen: het is niet persoonlijk bedoeld.

De laptopper : vaak op lichtbruine schoenen, in grijze pantalon en met moeilijke bril. Kan óf niet wachten tot hij op zijn werk is, óf zit zo onder de plak van de baas dat hij al moet beginnen voor hij überhaupt binnen is. Is daarmee de hedendaagse lopendebandwerker. Gaat vaak uit frustratie extra hard op de toetsen zitten rammen.
De teringlijder : de hoesters, rochelaars, kuchers, keelschrapers en reutelaars die non-stop hun gehoest, gerochel, gekuch, geschraap en gereutel de coupé in slingeren. Vroeger gingen ze nog gewoon naar Davos, nu naar Duivendrecht of Den Haag.
De uitkleder : instappen en gewoon gaan zitten is er niet bij. Deze soort plant eerst pontificaal de tas op de stoel en ontdoet zich vervolgens uiterst traag - arrogant het gangpad blokkerend - van jas, sjaal en/of colbert, die samen met de paraplu in het rek belanden. Juist deze soort stapt vaak bij het volgende station alweer uit.
De nester : doorgeëvolueerde versie van de uitkleder. Begint meteen de zitplaats in te richten als betrof het de eigen huiskamer of keuken (of badkamer: schaamteloos deodorant spuiten!): het tafeltje wordt uitgeklapt, de schoenen gaan uit, de zojuist in plastic zakjes verpakte boterhammen worden reeds uitgestald, de thermoskan wordt aangesproken en - zeker niet te vergeten - : de armleuning in het midden wordt ostentatief uitgeklapt. Dat jij het als buurman ook weet. Zet nog net geen plant in de hoek.
De stiltiaan : ze bestaan: mensen die bewust in een stiltecoupé gaan zitten. Dus niet dat je gewoon maar ergens instapt en dan altijd in een stiltecoupé blijkt te zijn beland. Nee, mensen die echt denken: ik wil stilte, dus ik zal 's met het openbaar vervoer gaan. In de spits. De stiltiaan. Ze bestaat.
De neger : die reizen ook met de trein. Met bril zijn ze het liefst.
De student : op maandag te herkennen aan dikke weekendtas en afgepeigerd gelaat, op vrijdag aan nog iets dikkere weekendtas en afgepeigerd gelaat. Ook te herkennen aan het non-stop tevoorschijn halen, weer wegstoppen, weer tevoorschijn halen, enz., van de smartfoon - vol met malle Appies.
De bejaarde : reist normaliter rustig buiten de spits, maar wil nog weleens om de een of andere reden er middenin terechtkomen. In dat geval te herkennen aan totale desoriëntatie, blinde paniek en radicale doodsangst. Begeeft zich niet zelden, uit vrees door alle drukte een overstap te missen, veel te vroeg naar de uitgang, net wanneer de trein hevig van spoor begint te wisselen. In zulke gevallen: vliegende bejaarde.
De vouwfietser : heeft lak aan de ijzeren wet 'als je werk zo ver van het station ligt dat je nog een vouwfiets nodig hebt, moet je niet met de trein gaan'. Plaatst de fiets bijna altijd zo dat-ie vroeg of laat omflikkert. Een andere ijzeren wet: 'vouwfietsen zijn vrouwfietsen', gaat overigens steeds minder op. Niettemin: geen beter voorbehoedsmiddel dan de aanblik van een regenpak op een vouwfiets.
De sneukees : restcategorie van scharrelaars van velerlei pluimage: roeptoeters, prevelaars, consultants, zonderlingen, uitgeprocedeerde asielzoekers, pleinvrezenden, enquêteurs, nepbellers, tegen-wildvreemden-aan-praters, neuriënden, consultants, knikkebollers, meurberen, Intermediair-lezers en consultants.
De nakomer : deze is er één van het bloed onder de nagels. De situatie is de volgende: perron mudjevol, de trein komt voorgereden, het volk dromt samen voor de deur. De mensen in de trein stappen uit, iedereen wacht ongeduldig maar netjes tot de laatste is uitgestapt, waarop men zich naar binnen wurmt. En dan komt er na enige seconden nog zo'n dooie lul op z'n elfendertigst de hoek om gesjokt die ook nog de trein uit moet. Geen compassie, volle kracht vooruit.

zaterdag 15 oktober 2011

Zeven dagen lang (81)

9 t/m 15 oktober

ZONDAG Amis
Boeiend boek: The Second Plane. September 11: Terror and Boredom (2008) van Martin Amis.
Drie quotes:
'I was once asked: "Are you an Islamophobe?" And the answer is no. What I am is an Islamismophobe, or better say an anti-Islamist, because a phobia is an irrational fear, and it is not irrational to fear something that says it wants to kill you.'
'We are drowsily accustomed, by now, to the fetishization of "balance", the ground rule of "moral equivalence" in all conflicts between West and East, the 100 percent and 360-degree inability to pass judgment on any ethnicity other than our own (except in the case of Israel). [...] Accordingly, given the choice between George Bush and Osama bin Laden, the liberal relativist, it seems, is obliged to plump for the Saudi, thus becoming the appeaser of an armed doctrine with the following tenets: it is racist, mysogynist, homophobic, totalitarian, inquisitional, imperialist, and genocidal.'
'All religions are violent; and all ideologies are violent. Even Westernism, so impeccably bland, has violence glinting within it. This is because any belief system involves a degree of illusion, and therefore cannot be defended by mind alone.'

MAANDAG Lingo Classics
Erg leuk, die oude Lingo-afleveringen die ze nu uitzenden. Met François Boulangé of de jonge Robert ten Brink. Hoe heerlijk traag was televisie toen nog, echt een ander tijdperk. Hoewel...:
Een kandidaat in een uitzending uit 1992: 'Ik ben fan van Rob de Nijs.'
Boulangé: 'Nog steeds?'
Kandidaat: 'Jazeker, ook al zit hij al meer dan dertig jaar in het vak.'
Verander 'dertig' in 'vijftig' en de dialoog is ook nu nog actueel.

DINSDAG Zweden-Nederland 3-2
Beschamende nederlaag, schande! Gregory van der Wiel zei laatst dat-ie droomt van Spanje. Blijkbaar doet-ie dat ook tijdens wedstrijden.

WOENSDAG DWDD
Kudo's voor Nico Dijkshoorn. Met Freek de Jonge voor z'n neus de volgende tekst uitspreken: 'Ik kan het niet laten, ik gebruik dit gedicht om mijn persoonlijke Hollandse helden in de "Denk anders"-clip te pompen. [...] Erin: andersdenker Hans Teeuwen. Hij knipte eindelijk de rode draad aan stukken die Freek de Jonge, hier vlak voor me, door zijn voorstellingen punnikte. Ik kan niet anders dan eerlijk zijn: een bevrijding.'

DONDERDAG Orakel
Alexander Pechtold 'ergert zich aan politisering instituten'. Hij vindt het laakbaar dat politici de autoriteit van onafhankelijke instituten als de Raad van State en het Centraal Planbureau niet altijd accepteren.
Wat een onzin. Zulke instituten zijn weinig transparante bastions die meningen, mitsen en maren produceren. Het is juist goed dat de politiek niet alles voor zoete koek slikt en de adviezen van de RvS en het CPB behandelt als waardevolle bijdragen aan het politieke debat, in plaats van als onwrikbare waarheden die klakkeloos overgenomen dienen te worden.
Ik ben het helemaal eens met Christiaan Weijts: 'Ik wil best accepteren dat mensen "voor iets doorgeleerd hebben", maar dat ontslaat ze niet van de verplichting hun gelijk te onderbouwen en hun waarde zichtbaar te maken. Wat doet die Raad van State eigenlijk? Goed, wetten toetsten aan de grondwet. Maar voor zo’n bureaucratische check heb je aan een knappe stagiaire toch voldoende? Waarom een heel paleis aan de Kneuterdijk?
Elk jaar levert de Raad van State kritiek op het beleid van het kabinet, dat dit vervolgens naast zich neer legt. Waarom moet ik dat clubje hobbyfilosofen dan sponsoren?'

VRIJDAG Voorkamertjespolitiek
Mark Rutte vindt dat het Koninklijk Huis al genoeg heeft bezuinigd. En hij plaveit de weg voor Donner om vicevoorzitter van de Raad van State te worden.
Rutte strijdt voor koningin en onderkoning.
Hij is definitief de nar van onze monarchie geworden.

ZATERDAG Ajax-AZ
Charlison Benschop wil graag voor Ajax spelen.

donderdag 13 oktober 2011

Leo Vroman nog steeds niet dood

Jan Wolkers is dood, Hugo Claus is dood, Simon Vinkenoog dood, Harry Mulisch ook dood, zelfs Hans Keilson is dood. Leo Vroman overleeft ze allemaal. In 2008 gaf hij een poëziebundel al de titel Nee, nog niet dood. Een heerlijke titel, waaruit zowel oprechte verbazing als ingehouden triomf spreekt.

Nu is er opnieuw een kloeke bundel van de inmiddels 96-jarige Vroman verschenen: Daar. Op vrijwel elke van de in totaal ruim 200 bladzijden is de dood prominent aanwezig. Vroman keert de dood binnenstebuiten, soms zo uitentreuren dat hij er zelf moe van wordt:

Zandloper, zoden, zerk en zeis,
de dood verveelt mij rot.
Ten slotte, het doel van elke reis
is de reis, en niet het slot.
Achter mij ligt het paradijs.

Op zo'n hoge leeftijd is een zekere nieuwsgierigheid naar de dood niet tegen te houden. Vaak voeren berusting en gevoelens van dankbaarheid en lome tevredenheid hierbij de boventoon, maar de levenslust blijft toch onverminderd woeden:

Troost mij niet met 'Nog enkele jaren
en dan voor eeuwig rust'.
De golven zullen niet bedaren
bij het naderen van de kust;

Steeds weer ziet Vroman het wisselen der seizoenen aan zich voorbij trekken ('Alweer lente') en steeds weer is er ook die vraag: 'Zal ik sterven in dit seizoen?' De grote charme van deze poëzie is de menselijkheid, de empathie en de volwassen naïviteit: Vroman blijft altijd optimistisch en vitaal, zonder dat het ongeloofwaardig of idealistisch wordt.

De gedichten zijn 'actueel', in de zin dat ze veelal de roerselen en belevenissen van Leo en Tineke in Fort Worth, Texas als thema hebben. Anekdotisch en persoonlijk - en niet te vergeten zeer lichamelijk -, maar ook met oog voor wereldbranden als 9/11 en 'Seeotwee'.

Zo nu en dan is er ook melancholie of nostalgie en gaan de gedachten terug naar Nederland, dat hij nooit meer zal betreden, of naar de oorlog, toen hij als marinier tussen Kaapstad en Java voer, en waarvan hij 'het stampen van de schroef' van het schip nog regelmatig hoort

De gedichten in Daar zijn te karakteriseren als light verse, in de zin dat ze makkelijk te begrijpen zijn en weinig ruimte over laten voor de fantasie of inspanning van de lezer. Het consequente gebruik van eindrijm is soms geforceerd, maar de zelfironie ontbreekt hier niet:

En wat wil dit vers beweren?
Geen hoop op een verleden tijd,
maar anders rijmt het niet.

'Zet al dat gesterf eens terzijde', spreekt Vroman zichzelf ergens vermanend toe. Want zo lang hij leeft is de dood er niet, en als hij dan dood zal zijn is hij er zelf niet meer bij. Maar ook al leeft hij voorlopig maar door, het zal niet voor eeuwig zijn:

Ik zal straks moeten leren
hoe ik er niet meer zal zijn.
Maar wat lig ik hier te beweren?
Word ik soms Ik in het klein?
Wie heeft ooit uit alle macht
het zonlicht weggedacht
en in zelf verzonnen nacht
een eeuwigheid doorgebracht?
Nee, wreed van achteloosheid
blijft deze wereld bestaan
en zelfs mijn machteloosheid
schuift hij van de baan.
Wat raakt dan uit mij vrij
en merkt een heimwee naar mij?
Zij? Maar hoe het ook zij
ik ben er dan niet bij.

dinsdag 11 oktober 2011

Gezien: Het werkt wel

Wanneer: maandag 10 november 2011
Waar: Theater aan de Parade, 's-Hertogenbosch
Wat: Het werkt wel
Wie: NUHR (Joep van Deudekom, Peter Heerschop, Viggo Waas, Kees van der Vooren en Eddie B. Wahr)

In de laatste glorieuze seizoenen van Kopspijkers was een glansrol weggelegd voor Peter Heerschop als de ietwat sullige en naïeve sidekick van Jack Spijkerman. Kopspijkers is definitief vergane glorie, Heerschop verkocht zijn ziel aan de duivel en moet nu elke zaterdag quasi-vrolijk doen bij Ik hou van Holland. Eeuwig zonde.

Gelukkig treedt hij ook nog steeds op met NUHR (Niet Uit Het Raam), het cabaretgezelschap dat al bijna 25 jaar bestaat. Na het bovenmatig geëngageerde Natuurlijke selectie zouden de heren met Het werkt wel de inhoud laten vallen ten koste van de vorm, aldus de aankondiging. Geen kritische benadering van de tijdgeest meer, maar pretentieloos vermaak zoals het publiek dat het liefst ziet.

NUHR zou NUHR echter niet zijn als dit uitgangspunt niet op zichzelf al een aanklacht tegen de tijdgeest vertegenwoordigde: in Het werkt wel wordt de huidige tijd waarin de stem van het volk heilig is verklaard juist in twee uur tijd vakkundig ontleed, bekritiseerd en belachelijk gemaakt.

De voorstelling draait om een rockband die na twaalf jaar weer bij elkaar komt: A Band Called Eddie. De vijf bandleden hebben ieder zo hun eigen privé-bekommernissen, terwijl ook de onderlinge verstandhoudingen voor wrijving zorgen. Het rockbandverhaal is evenwel slechts rode draad, Heerschop, Waas en Van Deudekom spelen net zo gemakkelijk supermarktmedewerkers, obers, dokters, zichzelf en vrouwen van de bandleden.

Van Deudekom blijkt vanavond in een rolstoel op te treden; hij is door zijn enkel gegaan. Grote klasse dat hij toch gewoon op de planken staat en zijn handicap bovendien voortdurend creatief inzet. Wanneer de vijf aan het begin een 'haka' doen - zo'n rituele oppep-dans die Nieuw-Zeelandse rugbyers altijd opvoeren voorafgaand aan de wedstrijd - doet Van Deudekom met alles wat boven de gordel geschiedt perfect synchroon mee.

Het werkt wel ontpopt zich vervolgens tot een snelle aaneenschakeling van scherpe sketches waarin op een prettig lichte wijze moderne verworvenheden worden gefileerd, van kleinigheden als 'harlekijntjes' plakken bij de AH en voetbalplaatjes ('Heb jij El Hamdaoui al?' - 'Die staat op Marktplaats te koop' - 'Nee, dat is de echte El Hamdaoui') tot de mogelijkheden en moeilijkheden van vreemdgaan in het sms-tijdperk ('hoe deden we dat vroeger eigenlijk?'). Erg goed en doeltreffend is ook de sketch waarin het stellen van een medische diagnose in de vorm van een spelshow is gegoten, inclusief gouden koffertjes, stemmen per sms en een vakjury. De heren sparen ook zichzelf niet. Zo is Heerschops RTL-avontuur mikpunt van spot.

Het verhaal dat alles verbindt is flinterdun, maar de liedjes maken veel goed. Van der Vooren en Wahr vallen qua acteren wat uit de toon, maar zij dragen dan ook het muzikale gedeelte, Van der Vooren op elektrische gitaar en Wahr op drums, al moet gezegd dat ook Van Deudekom een aardig partijtje gitaar speelt. Het repertoire is zeer gevarieerd, van mierzoete ballads tot stevige rock 'n roll. De belichting hierbij is schitterend.

Het werkt wel weet een aardige balans te vinden tussen amusement en engagement. De humor is nergens zo verrassend of raak dat schaterlachen het gevolg is, maar saai is het nooit. De tijdskritiek is alomtegenwoordig, maar de opzet van het geheel garandeert dat de dominee met het opgeheven vingertje die het Nederlandse cabaret nog maar al te vaak gijzelt, in deze voorstelling geheel afwezig is. De heren zorgen er bovendien wel voor dat het publiek niet te makkelijk achterover leunt, want het wordt vaak op het verkeerde been gezet. Even verwachtte ik zelfs Van Deudekom aan het eind nog uit zijn rolstoen te zien opstaan - dat zelfs dat onderdeel was van de manipulatie van de toeschouwer -, maar zo ver kwam het gelukkig niet.

zondag 9 oktober 2011

Encyclopedie van de Somberheid (13)

13. Somberheid in de Gouden Eeuw

via www.dbnl.org

prelude)
'Somber, ofte sommer, Shadie.'
(Henry Hexham, Het groot woorden-boeck, gestelt in 't Nederduytsch, ende in 't Engelsch, 1648)

In de literatuur van de Gouden Eeuw komt het woord 'somber' voor, maar ook de varianten 'naer', 'droef' en 'duyster' hebben de hedendaagse betekenis van 'somber'.

a)
'Son dreicht ons vrij met duisternis
Schuilt achter wolcken bloode,
Soolanck mijn Joffrouw met ons is,
Sijt ghij er niet van node.
[...]
Maer sonder t' ooge dat mij quest,
En schoonheit wtgelesen,
Al schijndij Phoebus al u best,
Tsal droeve winter wesen.'
(P.C. Hooft, 'Elck prijs sijn lief waer hijse gis')

b)
'Der Duytschen sluymering, gezart door 't schendigh hoonen,
Ten lange lesten eens opwaecken sal tot wraeck.
Wy hebben allerley gepeynst op dese saeck:
En gaende, op onse reys, in Nedersaxen dwaelen,
Door bosschen droef van loof, en schel van nachtegaelen.
[...]
Ick tot medoogen van soo groot een ramp geparst,
Heb naulijcks antwoord ree, of 't heele bosch dat barst
Van dreun en donder, brand en blixem der musketten,
En galmt van wapenklanck van tromlen en trompetten.
Een yeder vlught sijns weeghs. de vreese voor gevaer
Soeckt troost aen yslijckheen. geen schuylhoeck is te naer.'
(Joost van den Vondel, Brief aen den Drost van Muyden, 1628)

c)
'Sult ghy verslenssen, ô mijn jeughdt,
O soete Lent van mijn jaeren,
En noyt ghebijen eens de vreughdt,
Van met een lief te moghen paeren!
Neen, dit ghepeys lae henen vaeren,
Dat soo verslijten hunnen tijdt
Die my daer draghen haet en nijdt.
Aengaende my, soo dat ick meyn,
Sijn leven hier en is gheen leven
Die loorigh, somber, koel alleyn
En liefde-loos sitt' onderbleven [...]'
(Justus de Harduwijn, Goddelycke wenschen, 1629, XXXIV)

d)
'Staen uw' sterren, Sterr, als sterren
Die haer oogh in punten sperren
En betintelen schoon weer
Huijden eerst en merghen weer,
D'eerste locht van ongenucht [= somberheid] en
Salmen in mijn oogh niet luchten [...]'
(Constantijn Huygens, Dagh-werck, 1638, r. 717-722)

e)
'Rommel maeckte goede chier,
Nijs gaf een citroen ten besten,
Seppen sat ontrent het vyer,
Met sijn hooft vol muyse-nesten,
Treurigh, somber, bleeck van rouw,
Rechts om dat hy schoot een grau.'
(Jan Mommaert, Het Brabandts nachtegaelken, 1650)

f)
'Verheugd u dan ô vreemdelingen,
Die 't land van acht'loosheid ontgingen,
Op 't spoor van welbedachten raad,
Door 's werelds wildheid en woestyne,
Na 't Somber zal de Zon weêr schynen,
Ten einde van verdriet en quaad.'
(Jan Luyken, Beschouwing der wereld, 1708)

g)
'Ik ben wel eens somber gestemd, maar vecht er tegen.'
(Constantijn Huygens, Briefwisseling, I: 1608-1634, ed. J.A. Worp, 1911)

coda)
'Wat is het leven van een sterveling meer dan een dag?
Somber en kort en koud en vol verdrietelijkheden,
Dat schoon kan schijnen, maar niets waard is.'
(Petrarca, Triumphus Temporis)

zaterdag 8 oktober 2011

Zeven dagen lang (80)

2 t/m 8 oktober

ZONDAG Als Raffie blaft...
Er is iets grondig mis met die ING-reclame over dat we aan het eind van het seizoen Europees Kampioen gaan worden. De terreinknecht zegt: 'M'n gras lègt er weer net zo bèij als in '92, en dat was een topjaar.' Maar we werden in '88 kampioen, niet in '92!

MAANDAG Haasje over
Christopher Bieber (TOP Oss) blijft scoren, iets wat ook de twitterende pubers niet ontgaat. We hadden al Anis el Makrini. Vandaag: 'Bieber van FC Oss staat 5e op de topscorerlijst van de Jupiler League. Sinds wanneer kunnen voetballers met zo'n naam voetballen?' Naam twitteraar: Harm Jan Haasjes. Tsja.

DINSDAG Weer niet
De Nobelprijs voor Geneeskunde wordt postuum toegekend.
Er is dus weer hoop voor Harry Mulisch!

WOENSDAG Bij de neus
Willem Holleeder wil de verfilming van De ontvoering van Alfred Heineken tegenhouden; hij vreest voor reputatieschade.
Volkomen begrijpelijk, je wilt natuurlijk niet je imago van integere, goudeerlijke, rechtschapen jongen om zeep geholpen zien worden.

DONDERDAG Steve Jobs
Ongelooflijk hoe Steve Jobs gemythologiseerd wordt. Hij heeft onze manier van leven veranderd, wordt er gezegd. Dat wil ik best geloven, maar de vervolgvraag wordt angstvallig vermeden: of dat werkelijk alleen maar een positieve verandering is. Ik betwijfel het ten zeerste.

VRIJDAG Weggepest
Dick Pels noemt Geert Wilders op de Joop 'de hoofdman der hufters'. Hij wijst op Wilders' dubbele moraal, diens 'verdediging van homo- en andere vrijheidsrechten' zou 'selectief en opportunistisch' zijn: 'Anders dan Hans en Ton uit Utrecht/Leidsche Rijn of Frans en Lars uit Den Haag (die meteen door Wilders werden bezocht met PowNews in zijn spoor)' komt Wilders niet op voor weggepeste homo's wanneer zij niet door 'Marokkaanse ellendelingen' zijn weggepest. Wilders zou hiermee de 'perfecte uitvoerder van het "Huftermanifest" van GeenStijl' zijn.
Laat nou net GeenStijl ook aantonen dat soms degenen die klagen dat ze weggepest worden, zich aanstellen en de allochtone hangjeugd misbruiken voor hun zaak, zie deze reportage.
Zal Pels, of een andere klaagmiep, hier ook iets over schrijven? Natuurlijk niet, dat past niet in het Von der Dunk-straatje (in het verlengde van de Van Stokkom-weg) van Wilders = GeenStijl = de vijand.
Selectief en opportunistisch, right back at ya.

ZATERDAG Crisistijd
'Je hoeft van tien eigenschappen er maar één domme te hebben om, in weerwil van die negen goede, voor een idioot te worden gehouden. [...] Er zijn in de wereldkroniek der mensheid hele eeuwen te vinden die, vinden wij nu, geschrapt en vernietigd kunnen worden omdat ze nutteloos zijn. Er zijn dwalingen begaan die, lijkt ons, tegenwoordig zelfs een kind niet meer zou maken. Welke een kronkelige, doodlopende, smalle, onbegaanbare, ver uit de buurt voerende wegen heeft de mensheid niet bewandeld in haar streven naar de eeuwige waarheid, terwijl er voor haar een rechte weg open lag, gelijk de weg die voert naar de schitterende tempel die de vorst tot paleis moet dienen. Breder en fraaier is hij dan alle andere wegen, zonovergoten en 's nachts badend in het licht van fakkels, maar de mensen zijn er in diepe duisternis langsgelopen. En hoe vaak hebben zij het niet bestaan om, hoewel geleid door een hemels plan, toch af te dwalen en van de weg af te geraken om op klaarlichte dag opnieuw in een ondoordringbare wildernis terecht te komen, elkaar weer zand in de ogen te strooien, weer achter moeraslichten aan te lopen tot op de rand van de afgrond, om elkaar dan ontzet te vragen: waar is de uitweg, waar is de weg? De huidige generatie ziet alles nu heel scherp, verwondert zich over de dwalingen, lacht over het onbegrip van haar voorouders, niet voor niets in deze kroniek door het hemelse vuur uitgewist, niet voor niets schreeuwt elke letter daarin het uit, niet voor niets wijst daaruit een priemende vinger naar haar, naar haarzelf, naar de huidige generatie; maar de huidige generatie lacht daarom en begint zelfverzekerd en trots aan een nieuwe reeks dwalingen waarover later het nageslacht evenzeer zal lachen.'
(Nikolaj Gogol, Dode zielen, Perpetua-reeks, vertaling Arthur Langeveld, p. 228-229)

donderdag 6 oktober 2011

CD-recensie: Codes and Keys

In het werk van Death Cab for Cutie is de open deur een terugkerende metafoor. 'He was always distracted / by the very mention / of an open door', heet het in 'Long Division', van het album Narrow Stairs (2008). In 2009 werd zelfs de titel van een EP gewijd aan dit beeld: The Open Door EP. In het nummer 'My Mirror Speaks' van die plaat komen voorts de volgende regels voor: 'I always fall in love with an open door / With the horizon on an endless sea / As I look around the ones / Who are standing right in front of me.'

De 'open deur' lijkt in beide voorbeelden te staan voor afleiding, iets wat verhindert de blik te richten op wat dichtbij is, wat voor het grijpen ligt, wat echt belangrijk is. Op Codes and Keys, het nieuwe album van Death Cab, maakt de deur opnieuw zijn opwachting. 'Down in the ocean of sound, sound / We'll live in slow motion / And be free / With doors unlocked and open / Doors unlocked and open' ('Doors unlocked and open'). De open deur is hier een dubbelzinnig beeld. Er is geen sprake van eindelijk vrij zijn van de open deur, maar met open deuren. Toch lijken ze nu hun plaats te hebben gekregen in een harmonieus samenzijn met een geliefde.

Codes and Keys is het zevende volledige album van Death Cab. Voorgaande cd's als Transatlanticism (2003) en Plans (2005) waren qua diepgang en thematiek op het lijf geschreven van ploeterende twintigers, of zoals Allmusic het zeer treffend omschreef: 'graduate students, world-weary and wiser from their experiences, realizing they can no longer be love-starved 20-somethings without a clue yet hopelessly cursed to face the same issues.' De bandleden zijn echter de dertig ruim gepasseerd, hebben hun levens op de rails, en dat moest vroeg of laat tot uitdrukking komen in de muziek. Codes and Keys is dan ook een opgeruimde, optimistische plaat, met lofzangen op de liefde en het leven.

Voor mij was dat enorm wennen, zeker omdat ik de Death Cab-albums niet chronologisch heb leren kennen. De laatste die ik intensief heb beluisterd was de vroege plaat We Have the Facts and We're Voting Yes (2000), een voor het grootste gedeelte zeer sombere en donkere cd. Dan valt de gelukzaligheid van Codes and Keys rauw op het dak. Ben Gibbard zou Ben Gibbard echter niet zijn als hij niet zijn particuliere Lebensbejahung zo nu en dan had weten om te vormen tot rake, pakkende liedjes. De opener 'Home Is a Fire' met zijn tempoversnelling in het midden en 'Underneath the Sycamore' met zijn repetitieve refrein hebben een onmiskenbare charme.

Ook weet Gibbard hier en daar een liefdesliedje een zwartromantisch randje mee te geven, zoals hij dat eerder al eens deed in 'I Will Follow You into the Dark'. In 'Monday Morning' klinkt het bijna treiterend: 'The night is gonna fall / And the vultures will surround you / And when you look into the mirror / What you see is gonna astound you'. Toch blijft Codes and Keys de meeste tijd een oppervlakkig album. Minder geslaagd zijn bijvoorbeeld de geëxalteerde uitroepen in 'Codes and Keys' ('We are alive!') en 'Unobstructed Views' ('Just our love, just our love!'). 'Portable Television' en 'Stay Young, Go Dancing' zijn saaie opvullers.

De nummers die nog wél een wat stemmiger thematiek hebben, zijn qua muziek juist weer vrolijk gestemd, wat niet altijd samengaat. In 'Some Boys' worden de regels 'Some boys are sleeping alone / Cause there's no one that's keeping them warm through the evening / They know that they're on their own' zeer opgeruimd gezongen, net als de 'kop op, jongen'-teneur van 'You're a Tourist': 'When there's a doubt within your mind / Cause you're thinking all the time / Framing rights into wrongs / Move along, move along.'

Codes and Keys kent één grote uitschieter naar boven. 'St. Peter's Cathedral' kan zich moeiteloos meten met de grote, contemplatieve juweeltjes van eerdere albums. Dit lied over de dood begint nog prettig agnostisch: 'When the candle in the tunnel / Is flickering and sputters / And fading faster / It's only then that you will know / What lies above or down below / Or if these fictions only prove / How much you've really got to lose'. In het tweede couplet wordt de belofte van hemelse zaligheid waar zo'n enorme kathedraal naar wijst en verwijst geprezen: 'Such ambition never failing to amaze me' -, maar tegelijkertijd ook in twijfel getrokken: 'It's either quite a master plan / Or just chemicals that help us understand / That when our hearts stop ticking / This is the end and there's nothing past this'.

Die laatste vier woorden worden vervolgens herhaald en herhaald, waardoor sluipend, stap voor stap, de balans verschuift van onwetendheid over leven na de dood naar een ferme, onwrikbare zekerheid over de eindigheid van alles bij het overlijden:
'There's nothing past this
There's nothing past this.'
Deze overtuiging wordt er zo werkelijk bij de luisteraar ingeramd:
'There's nothing past this
There's nothing past this.'
Zeer indrukwekkend. Ook omdat het de keiharde waarheid is.

Eén geweldig nummer is evenwel niet voldoende om een cd de lucht in te steken. Codes and Keys is zeker geen slecht album, er valt genoeg aangenaams op te beluisteren, maar wat het mist zijn equivalenten van klassieke, poëtische kunststukjes die de band eerder tot grote hoogten deden stijgen. Maar eerlijk is eerlijk, we kunnen het Ben Gibbard niet kwalijk nemen, hij is getrouwd en gelukkig. De deur staat wagenwijd open.

Cijfer: 7,3

dinsdag 4 oktober 2011

Nasrdin Dchar snapt het niet

Nasrdin Dchar won vorige week vrijdag een Gouden Kalf. Zijn emotionele speech bleef allesbehalve onopgemerkt. De Wereld Draait Door wijdde gisteren een heel item aan de woorden van Dchar. De gelukkige schoof later op de avond zelf aan bij Pauw & Witteman. Ook de schrijvende pers schreef de vingers blauw. Zelfs Renske de Greef, het troostmeisje van NRC Next, besteedde in haar column aandacht aan de uitreiking, in plaats van aan haar vaste onderwerpen boodschappen & bedpartners.

Wat de tongen los maakte was Dchars sneer naar Maxime Verhagen, die enige tijd geleden begrip toonde voor de angst van mensen voor veranderingen in de maatschappij, zoals de aanwezigheid van moslims. Dat Dchar nu 'deze Kalf' had gewonnen toonde Verhagens ongelijk aan: 'Nou, meneer Verhagen, en met u ook Geert Wilders, en met u alle mensen die achter u staan, ik ben een Nederlander, ik ben heel trots met Marokkaans bloed, ik ben moslim, en ik heb een fokkin' Gouden Kalf in mijn hand!'

Een prachtige prijs, ik gun het Dchar van harte, maar toch slaat hij hier de plank behoorlijk mis. Zijn bekroning toont namelijk veeleer op pijnlijke wijze het gelijk van Verhagen aan. Ik zal dit uitleggen.

Het feit dat Nasrdin Dchar zoveel bijval oogst met zijn prijs en zijn speech maakt twee dingen duidelijk: ten eerste dat het blijkbaar een uitzondering, of op zijn minst bijzonder is dat een moslim - een Marokkaan - zo'n prijs wint, en ten tweede dat Nederland blijkbaar smachtte naar positief nieuws over deze allochtonen.

Als Verhagen ongelijk had, en jonge Marokkanen wel probleemloos meedraaien in de samenleving, dan was deze uitreiking geen nieuws geweest. Maar dat is zij wel, en Nasrdin Dchar is zelfs een hype. Dat spreekt boekdelen. Tofik Dibi probeerde bij DWDD al voorzichtig naar voren te brengen dat het beter was geweest als het gegeven dat Dchar een Marokkaanse Nederlander was geen rol had gespeeld.

Over de oorzaken van de maatschappelijke angst lopen de meningen ver uiteen. De stokpaardjes van de PVV, islam en massa-immigratie worden - terecht - door velen niet volledig serieus genomen. Maar waar werkelijk iedereen - van Femke Halsema tot Diederik Samsom en van Alexander Pechtold tot Haye van der Heijden - het over eens is, is dat er een grote destabiliserende werking uitgaat van Marokkaanse jeugdoverlast.

Nasrdin Dchar richt zijn pijlen op de verkeerden. Niet Verhagen of Wilders had hij vermanend moeten toespreken, maar zijn jonge landgenoten die ervoor zorgen dat Dchar nog steeds de hoge uitzondering op de regel is. Hij begon nog zo goed met te benadrukken dat ze net als hij hun droom moesten najagen, maar aan het eind van de speech hadden de Nederlanders het plots gedaan.

Toch weer die behaaglijke slachtofferrol. Politici als Aboutaleb en Dibi hebben die slachtofferrol van zich afgeworpen, maar blijkbaar vinden zij maar met moeite navolging. Het is dan ook een rol die niet alleen de allochtoon goed uitkomt, maar ook het autochtone superioriteitsgevoel voedt. Joost Zwagerman wees er al op in zijn pamflet Hitler in de polder: het slachtofferschap wordt de allochtonen 'opgedrongen door schijnbare autochtone bondgenoten in het debat'.

Het is welhaast een vicieuze cirkel: allochtonen klagen dat ze alleen negatief benaderd worden, maar komen ze eens positief in het nieuws, kruipen ze meteen weer in die oude vertrouwde slachtofferrol.

In plaats van te betogen dat Nederland een land is waar het mogelijk is dat jongens als hij onder oorverdovend applaus een filmprijs in ontvangst mogen nemen, kwam het er vrijdagavond plots op neer dat Nasrdin Dchar die prijs had weten te veroveren ondanks Nederland. Een gemiste kans voor open doel.

zaterdag 1 oktober 2011

Zeven dagen lang (79)

25 september t/m 1 oktober

ZONDAG 12.30 AZ-Feyenoord
Zondagochtend, prettig nerveus, de column van Dijkshoorn in VI over het gevoel van de zondag-half-één-wedstrijd komt op het juiste moment:
'Alleen al het wakker worden. Het verjaardagsgevoel. Een heerlijk moment. [...] Ik vind dat de fijnste zondagen. In ieder geval tot een uur of half drie voel je niet de verlammende dreiging van alweer een werkweek. [...] Al die ellende is weg op voetbalochtenden. Dan is het één groot verheugen. [...] Wat je al maandenlang wilt doen tijdens Knevel & Van den Brink, op volle kracht schreeuwen naar de tv, het mag vandaag.'
Dat schreeuwen was vandaag, met dank aan de heer Pol van Boekel, overigens geen enkel probleem.

MAANDAG 120 liter limonade
De Pers vanochtend over de presentatie van de Lucebert-boekjes: 'Een facsimile van deze juweeltjes werd gisteren door de oude Campert, die in zijn frissere jaren deel uitmaakte van de experimentele dichtersstroming de Vijftigers (experimenteel als sjieke term voor relschoppend), gepresenteerd.'
Dat is een wel heel beperkte invulling van experimentele poëzie...

DINSDAG Muskee
Harry Muskee is dood. Na Herman Brood alweer een ouwe rot uit het vak het hoekje om. Dadelijk is de enig overgebleven rocker-van-weleer Henny Huisman.

WOENSDAG DWDD
28 september 2011, een historische dag: voor het eerst heb ik iets positiefs te melden over Jan Mulder! Een van zijn ergernissen was vandaag gericht op het taalvirus 'zich beseffen'. Daar trekken we dan samen tegen ten strijde, Jan en ik.

DONDERDAG Markie Rutte
Het nieuwe boek van Roual Heertje heet Mark Rutte is lesbisch. Dat is nieuws. Begin dit jaar ging nog de mare dat hij een vriendin zou hebben. En even later weer dat hij biseksueel is.
Hoe zit het nu? Tijd om die gaylordiaanse knoop door te hakken, Rutte.

VRIJDAG Misverstand
Ik merk dat er een misverstand bestaat over dit blog: alles hier is geschreven door Zoggel. 'Marc van Zoggel' is slechts degene die de berichten online zet. Het staat er ook onder: 'posted by Marc van Zoggel'. Zoggel heeft geen computer, hij heeft zelfs geen uitgebreidheid, bestaat alleen uit geest. Vandaar.

ZATERDAG Alternative
KinkFM is dood, leve Pinguin Radio. De playlist belooft veel goeds!