vrijdag 31 augustus 2012

[Poreč 2012] Dag 4: Poreč Cheeseman Massacre

Vrijdag, match day! Vanavond MVV-TOP. Nu stikt het hier wel van de Duitsers, maar gelukkig geen reserveduitsers, dus ik kan zonder risico mijn thuisshirt aantrekken.
Ontbijt. De normale gang van zaken is dat je ergens gaat zitten en dat er dan een ober of serveerster naar je tafeltje komt om te vragen of je koffie of thee wilt. Wij worden vandaag echter gewoon overgeslagen. De bejaarden en de families, de Duitsers en de Italianen, ze hebben binnen de seconde bezoek van het personeel, maar blijkbaar zijn wij niet belangrijk genoeg.
Er is hier ook een Duitser die alleen op vakantie is. De man, ik schat hem achter in de veertig, heeft een bril en lang vies plakhaar. Hij gooit zijn bord vol met fetakaas, het is werkelijk een berg, en daarbovenop pleurt hij nog minstens twintig plakken kaas, die hij in recordtempo naar binnen lepelt. Wat een smeerpijp. Boven mijn croissantje jam word ik er onpasselijk van. Als hij zijn bord leeg heeft staat hij op en waggelt weg... om even later terug te keren met een tweede bord vol feta en plakken kaas!
Als dat geen tyrotoxisme wordt.

Aan zee was het gisteren aangenamer dan eergisteren aan het zwembad, zodat we vandaag ook maar weer naar zee afdalen. Nu gaan we echter op de stenen kade liggen, op ligbedden die een meter van het water af staan. De trappetjes zijn ook niet ver weg. Zo is het eigenlijk net of we aan het zwembad liggen, alleen is het water zout en het bad qua omvang iets enormer.
Rond het middaguur verschijnt een man in bedrijfspolo en met zonnebril aan onze ligbedden:
'Deutsch?'
'Dutch.'
'Deutsch!'
'No, Holland, we're from Holland.'
'Ah, Holland. That's 60 Kuna, please.'
We gaan weer eten bij Jedro Willems. Geen pizza dit keer, maar spaghetti bolognese. Die staat in mum van tijd voor mijn neus nu, maar het gerecht is dan ook erg sober. Een lichte lunch, zullen we maar zeggen.
Na de middag wordt de zee ineens wilder, de golven slaan regelmatig over de kade.
Ik lees wat in Pedaalridder, de gebundelde verhalen van Peter Winnen en beluister op de ipod de beste opera ooit gecomponeerd. Inderdaad, u raadt het al: Tommy van The Who.

Tijdens het avondeten rolt de eerste sms binnen: 'mvv - top 1-0'. Ik loop inmiddels al wat jaartjes mee en weet wat een 1-0 achterstand bij rust betekent: dat wordt gegarandeerd een nederlaag.
Het pad naar Poreč is prachtig, maar ook gevaarlijk. Er rijden namelijk van die riksja's op en neer om luie toeristen naar het centrum te transporteren, en de bestuurders gaan één voor topsnelheid en hebben twee nog nooit van remmen gehoord. En aangezien het een glooiend pad is stuiven ze heuvelaf soms in een rotvaart rakelings langs je enkels.
Het festival duurt nog steeds voort, maar we lopen nu door, de voeten op tijd optillend als we het drempeltje passeren, en zoeken een pleintje op aan het eind van de gladdestenenstraat. Gisteren liepen we daar langs de terrassen en overal was live-muziek. Lynyrd Skynyrd klonk hier, verderop zong Neil Young. We strijken neer bij Lynyrd. Het is echt een sfeervolle locatie, met mooie oude huizen, muziek, gedempt licht en een open ruimte doordat er vele steegjes op uit komen.
Het is erg druk op het terras. Toch is er maar één serveerster, die dus het hele terras moet bedienen. Ze heeft een knaagdierachtig gezichtje en zo'n rare coltrui met onder de hals een cirkelvorming decolleté, maar ze is razendsnel en houdt alles in de gaten, zodat je nooit lang droog zit. Prima, prima. Lynyrd Skynyrd treedt overigens niet op vanavond, wel een zangeres, begeleid door een dude op gitaar. Een tweede sms: 'mvv - top 2-0'. Dat was ingecalculeerd.
We gaan ook nog even langs bij de Riva, die nu zelfs boxen hebben geplaatst op het trottoir. Matig.

Op de terugweg attendeer ik Bob op een merkwaardig fenomeen dat me al twee nachten op rij is opgevallen. Halverwege passeren we een restaurant met terras dat links tegen de heuvel ligt. Op dat pikdonkere terras zit een man, alleen en doodstil. De eerste nacht zag ik hem ineens zitten en moest ik goed kijken of het geen hallucinatie was en de tweede avond keek ik of het geen eenmalige gebeurtenis was, maar nu kan ik Bob van tevoren waarschuwen.
Hij ziet hem ook zitten. Doodeng. Maar ook voor die man zelf. Waarom zou je immers midden in de nacht eenzaam en alleen op een stikdonker terras gaan zitten koeken? Terwijl we onze pas iets versnellen komt het gesprek al gauw op films als Texas Chainsaw Massacre en The Shining, die ik gelukkig allemaal niet heb gezien.
Nog iets gehaaster klimmen we het pad op naar het hotel. Als er maar geen man met een kettingzaag om de hoek staat. Maar als er toch iemand staat, dan is het ongetwijfeld dat smerige kaasmannetje van vanochtend..

woensdag 29 augustus 2012

[Poreč 2012] Dag 3: Blue Jeans Party Hard

Poreč heeft verschillende soorten stranden. Onderaan de heuvel van de Valamar-hotels ligt een baai met een stenen strand. En met stenen bedoel ik gemetseld, geen kiezelstrand. Eigenlijk is het dus meer een kade (zie afbeelding). Je moet ook met trappetjes de zee in, zodat het net een zwembad lijkt. Er is wel een smalle strook die als zandstrand is ingericht. Daar slaan we vandaag ons kampement op. Al snel wordt duidelijk waarom gisteren de Italianen zich pas laat in de middag langs het zwembad lieten gelden: ze vertoeven overdag massaal aan zee. Een vader vist meteen een rog en een krab uit het voor kinderen bestemde poeltje, dat door een sluis van de zee gescheiden is. Andere Italianen drinken blikken bier. Het is kwart voor tien 's ochtends.

We hebben twee ligbedden met zo'n vaste, rieten parasol. Het is niet gratis, zo blijkt wanneer een man in bedrijfspolo en met zonnebril voor ons verschijnt:
'Deutsch?'
'Dutch.'
'Deutsch!'
'No, Holland, we're from Holland.'
'Ah, Holland. That's 60 Kuna, please.'
Langs ons strijkt een Israëlische familie neer. Nu dacht ik altijd dat de Russen toch het meest asociale volk waren op vakantie, maar deze lui gaan daar ruimschoots overheen. Ze doen alsof zij de enige badgasten op het hele strand zijn. Een vrouwtje maakt het helemaal bont. Ze liggen pakweg tien meter van ons af, maar zij verplaatst haar ligbed helemaal tegen Bobs bed aan; ze ligt praktisch op zijn schoot met haar kanis.
Het zal wel iets geografisch of geopolitieks zijn geweest. Zij bevonden zich dan in Israël, wij waren de Gazastrook en dat vrouwtje kwam die heel provocatief koloniseren met een nederzetting of zo.

Afijn. De zee is heerlijk. Aangename temperatuur, netjes met boeien afgezet en er is weinig golfslag, zodat je geen smerig zout water in je muil krijgt.
Er bevindt zich een groot restaurant een stukje de heuvel op, Jedro, waar we gaan lunchen. We bestellen beiden een pizza, maar dan blijkt dat het restaurant niet naar Jedro Willems is vernoemd, ook niet met spelfout. Waar Willems ieder weekend pijlsnel langs de zijlijn opstoomt, daar meldt de serveerster doodleuk dat we langer dan een halfuur moeten wachten op onze Margherita respectievelijk Vegetarian.
's Middags lees ik het zomernummer van HP/De Tijd. Dat was een nogal armoedig blaadje geworden, maar de restyling tot maandblad lijkt goed te hebben uitgepakt.
Een aardig stuk over opmerkelijke politieke partijen. In dubieuze navolging van de NSDAP ontstonden er in de jaren dertig in Nederland enkele NSNAP'en. 'Eén ervan stond korte tijd onder leiding van een Führer in spe die Albert de Joode heette - ook dat nog.'
Frank Heinen schrijft een behartigenswaardige column over hedendaags concertbezoek dat verpest wordt door 'een brom van geouwehoer' en aandacht voor andere zaken. Bij The Tallest Man on Earth bijvoorbeeld: 'Onmiddellijk na het begin van het concert rezen uit de menigte hoofden en blote schouders een paar armen op. Armen waaraan een iPhone vastzat.' Heinen ergert zich terecht dood aan deze indirecte concertbelevenis, 'de metabelangstelling van het publiek, dat op het moment zelf al druk doende was de ervaring te verwerken en te vervormen tot een geconstrueerde herinnering.'

Na het eten informeren we aan de receptie naar excursies. Je kunt vanuit Poreč naar Venetië. Dat zou ideaal zijn als dagtrip, dan kun je Venetië zien zonder er apart voor op vakantie te hoeven gaan. Bob vreest echter zeeziekte, zodat hij eerst vraagt naar de duur van de overtocht:
'How long is it from here to Venice?'
'You leave at six thirty.'
'But how long is the trip?'
'You back at eight in evening.'
'No, how long does it take to get to Venice?'
Eindelijk valt het Kunaatje: 'Two and half hour.'
Helaas, we moeten er vanaf zien.
Op de kamer hebben we een klein tv'tje. We kunnen BVN-tv aan. Tom Egbers opent het sportjournaal met een terugblik op België-Nederland van gisteravond: 'Het fluitconcert van het Belgische publiek tijdens het Wilhelmus was misselijkmakend.' Ik word zelf misselijk, mijn maag draait om. Het volkslied onteerd... Ik begrijp het ook niet goed. Rivaliteit is er altijd geweest tussen Oranje en de Rode Duivels, maar de laatste tijd is het pure haat vanuit het zuiden. Waarom toch? Wat hebben we misdaan? Of is het pure frustratie om al die gemiste eindrondes die nu op ons afgereageerd wordt? Ik vond het ook al een onzalig plan van de KNVB om uitgerekend tegen de Belgen te gaan oefenen. Je moet de problemen ook niet gaan opzoeken.

Enigszins bedrukt kuieren we naar Poreč. Gisteren zagen we even voorbij de walmende bakplaten een terras dat wel de moeite waard leek maar helaas vol zat. Nu is er wel plaats. Het valt echter wat tegen. De stoelen zakken ver door, de hamburgerwalm trekt regelmatig over en een koter zit steeds tegen Bobs stoel te bonken. Het kind hoort bij een veertiger met jonge vriendin. Hij is typisch zo'n Zwitser die zijn vrouw heeft verlaten voor dat jonge ding, dat zelf verlegen is met de situatie en half opgelaten, half verveeld zit te kijken en het kind niet durft te corrigeren omdat het niet haar kind is. Denk ik.
Na een biertje lopen we verder. Het festival is in volle gang. Op het podium speelt de Blue Jeans Band met overgave classic rock. 'Smoke on the Water', 'Whiskey in the Jar', dat werk. Een ouwe kerel die recht voor ons staat gaat helemaal uit zijn dak. We genieten van deze man, die ondanks zijn zeventig jaren de armen geestdriftig de lucht in gooit. Wat een passie, wat een levenslust, wat een malloot.
We genieten ook van alle mensen die struikelen over zo'n tijdelijk drempeltje dat over de kabels is gelegd. We letten steeds op de gezichten van de mensen, argeloos, onwetend van het naderende onheil, ze zien het niet aankomen, wij wel. Ja, dat is grappig.
We tikken er nog een paar weg bij de Riva, waar een Australische kerel een straatconcert geeft met verschillende instrumenten, waaronder een didgeridoo, en belanden dan bij Saint & Sinner. Nu is Poreč allesbehalve een Chersonissos of een Lloret, maar de jongste jeugd die er wel is klontert hier samen. Ik verbaas me over de kleding van de meisjes. Stuk voor stuk zijn de vijftienjarigen gekleed in ultrakorte rokjes, of van die extreem strakke en korte tuniekjes. Hoerig, ja. Ik heb het geloof ik al eens eerder geschreven, maar ik kan daar niet naar kijken zonder aan de moeders te denken. Zitten die nu thuis een week lang in angst? Of hebben ze die pakjes mee uitgezocht?
Je houdt je hart vast.

Terug op de kamer lees ik nog een hoofdstuk in VSV, of Daden van onbaatzuchtigheid. Max Kohn is op bezoek bij negers. 'Kohn was de enige blanke, maar niemand had aandacht voor hem' schrijft Leon.

maandag 27 augustus 2012

Pensioenkorting? Vind ik niet leuk.

Alexander Pechtold zei zaterdag dat Nederland niet zit te wachten op een rechts kabinet en ook niet op een links kabinet. Hij bedoelt natuurlijk dat D66 niet zit te wachten op de twee varianten die het zonder de club van Pechtold af kunnen.
Nederland is toe aan een stabiel kabinet om orde op zaken te stellen en te hervormen, zei Xander ook nog. Wat D66 onder 'stabiliteit' verstaat lijken we echter eerder als 'stilstand' te moeten begrijpen. De pensioenleeftijd moet sneller omhoog, hebben we Pechtold de laatste jaren uitentreuren horen betogen. Maar wat leert het verkiezingsprogramma van de 66'ers? AOW-leeftijd geleidelijk verhogen naar 67 in 2021. Daarna laten meestijgen met levensverwachting.
In 2021. Dan hebben we inmiddels alweer drie kabinetten gehad.
Of zes, in het huidige tempo.
Dat gemier met die pensioenleeftijd. Nu een maandje erbij, dan over een paar jaar weer een paar weekjes langer doorwerken. Dat zet toch geen zoden aan de dijk. Zeg toch gewoon: AOW-leeftijd blijft 65, zoals de PVV of de SP, of we doen er meteen een of meerdere jaren bij. Dat is hervormen.
En 'meestijgen met de levensverwachting', nog zoiets. Wat wil dat zeggen? Levensverwachting heeft in niet onbelangrijke mate te maken met wat we kunnen en willen doen om mensen langer in leven te houden, niet om ze arbeidsproductief te houden.
Bovendien worden vrouwen gemiddeld 3,9 jaar ouder dan mannen. Moeten vrouwen dan vier jaar langer doorwerken dan mannen? Het zou wel de kroon op de emancipatie zijn.
De pensioenen staan nu al onder druk. De dekkingsgraad van menig fonds heeft het kritieke punt bereikt.  Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) heeft gewaarschuwd voor een pensioenkorting van 15%. De dekkingsgraad van het fonds is zo laag dat het niet meer voldoende geld in kas heeft om de gepensioneerden hun zuurgespaarde centen uit te keren.
Het ABP klaagt over de ongunstige rekenmethode waarmee de rente wordt berekend. Maar naar nu blijkt heeft het fonds zélf veel geld verspeeld omdat het heeft belegd in aandelen Facebook. Facebook! Wat zijn dat voor koekenbakkers die bij het ABP het geld beheren?! Hebben ze mijn premies misschien ook in CU2 gestoken? In Hyves? In ICQ?
Zulke hypes hebben een korte looptijd, volgen elkaar in ijltempo op, als trainers van Chelsea. Facebook houdt het al iets langer vol maar kondigde zelf het einde aan door naar de beurs te gaan. Ik vul nooit een toto in omdat voorspellen niet bepaald mijn sterkste kant is, maar dat met de beursgang van Facebook dan toch de neergang van deze netwerksite was ingezet, kon zelfs ik nog wel op een briefje geven. Als iets wat werkt naar de beurs gaat, dan is het over met de pret, dat snapt elke boerenlul nog wel.
Pannenkoeken als Alexander Klöpping en Danny Mekic, die hun bestaansrecht ontlenen aan oeverloos leuteren over hoe geweldig en revolutionair en mensheidbevrijdend de asociale media wel niet zijn, hebben de beleggers bij het ABP een vette worst voorgehouden. Die begint inmiddels aardig te schimmelen.
Ik krijg gemiddeld zo'n vierendertig keer per dag de vraag - het is eerder kritiek - wanneer ik nou eens op Facebook ga.
Daar kan nu natuurlijk geen sprake meer van zijn. Als ik nu op Facebook ga, moet ik later nóg langer doorwerken, daar komt het zo'n beetje op neer.
Dan stem ik op 12 september nog liever op Alexander Pechtold, dan loopt het niet zo'n vaart.

zondag 26 augustus 2012

[Poreč 2012] Dag 2: De waterballonnen van 1940

De eerste keer bij daglicht het balkon betreden levert een prettige verrassing op: het uitzicht is formidabel. We kijken uit over een met pijnbomen begroeide heuvel met aan de voet een baai, de Adriatische zee. Een pad slingert tussen de bomen door langs de kust.
Ontbijt. In de eetzaal is het nu een drukte van jewelste. Je kunt ook buiten zitten, maar als we daar aan een tafeltje plaats willen nemen wordt dat door een niet al te vrolijk kijkende serveerster prompt verboden, zonder dat duidelijk wordt waarom. We druipen af, terug naar binnen, en gaan in het achtergedeelte van de eetzaal zitten. Flavio, een dikke, besnorde en op dit tijdstip al hevig transpirerende ober bezorgt ons een pot koffie, die echter veel te sterk is. Ook de sinaasappelsap is een waterig zooitje. Het eten is wel oké.

Dan is het tijd voor de eerste keer zwembad. Altijd een cruciaal moment. Hier worden de kaarten geschud voor de komende week. Hier worden de verwachtingen en ambities bepaald, getoetst, bijgesteld. Hier wordt binnen mum van tijd duidelijk wat het gaat worden deze vakantie.
De eerste indruk is niet onverdeeld positief, integendeel. Wat we zien belooft weinig goeds. Veel kinderen, veel families, bejaarden. Dat hoeft niet per se negatief te zijn, maar de totale afwezigheid van jeugd, van leeftijdsgenoten, van birds zogezegd, is dat wel.
Bovendien hebben we al gauw in de gaten dat er louter Duitsers zijn, wat natuurlijk funest is voor het hele sociale gebeuren.
Ik duik in de NUsport. Raymond Verheijen, assistent-bondscoach van Armenië, gaat los. Hij wil Frank de Boer voor de rechter slepen als Boilesen door zijn spierblessure nooit meer op niveau komt: 'Als ik hoofdtrainer van Ajax was en ik zou dertig spierblessures op mijn geweten hebben, dan zou ik mijn ogen uit mijn kop schamen. Dan zou ik gaan kijken naar advertenties om in een supermarkt te gaan werken.' En op Johan Derksen heeft hij het ook al niet zo: 'Totaal ongeloofwaardig. Ik begrijp niet dat mensen wakker liggen van zijn mening. Als ik die man hoor praten, zie ik hem elke keer weer playbacken in die Amsterdamse kroeg.'

We gaan eten op het terras langs het zwembad. Ik neem een broodje hamburger met friet, die prima smaakt. Bob eet een cheeseburger.
Het zwembad zelf valt wat tegen. Klein, ondiep, nergens de mogelijkheid erin te duiken en bovendien overvol. 's Middags worden we gekweld door Duitsers die waterballonnen overgooien in het zwembad. Blijkbaar is een balletje niet stoer genoeg. De ballonnen stuiteren alle kanten op en slaan regelmatig te pletter onder onze ligbedden. De ouders grijpen niet in, sterker nog: ze doen vrolijk mee. Een Weib is zelfs permanent bezig nieuwe ballonnen te vullen.
Soms stuitert er een waterballon onder onze bedden zonder kapot te slaan. De Duitsertjes staan dan te wachten alsof wij die ballonnen wel even terug zullen geven, maar dat gaan we dus mooi niet doen.
Flauw? Je kunt wel zeggen: het zijn maar waterballonnen, maar we kennen allemaal de geschiedenis. In 1940 zeiden de mensen ook: 'ach, het zijn maar waterballonnen, wat kan ons nou gebeuren?' We weten allemaal hoe dat afgelopen is.
Aan het eind van de middag gaat ook het Italiaans overheersen. Italianen ja, die zijn hier ook veel. Geen Nederlanders dus, en ook geen Engelsen helaas.
Pas als we tegen zessen naar de kamer lopen vangen we vanuit een passerend, al wat ouder echtpaar de eerste flard Nederlands op, maar het is dan ook meteen een typische: 'Dat kost helemaal niks.'

Avondeten. We krijgen niet, zoals te doen gebruikelijk, een vaste tafel toegewezen en gaan op goed geluk ergens zitten. Het eten is uitstekend. Koks staan live heerlijke filetlapjes te bakken, er zijn taartjes als toetje.
Het is inmiddels donker geworden, tijd om ons richting Poreč-centrum te begeven. We hadden al gezien dat er een treintje over het pad langs de kust reed, wat bange vermoedens deed ontwaken over de afstand, zeker met Mallorca nog in het geheugen, maar gelukkig doemt al snel het stadje op. Het pad is overigens prachtig. Heerlijk glooiend asfalt, met links de rotsachtige kust en rechts de beboste helling.
Via de jachthaven bereiken we het centrum. Licht, geluid en mensen omgeven ons nu. Het stikt er van de kraampjes met snuisterijen. Ook staan er koks op grote platen braadworsten en hamburgers te grillen; de rookwalm trekt over de boulevard.
Er is blijkbaar ook een festival gaande, wat halverwege de boulevard is een groot podium opgericht, de bassen dreunen uit de speakers.
We maken een grote ronde door heel Poreč. Het is een mediterraans aandoend havenstadje, met veel restaurants en terrasjes. De oude binnenstad is mooi maar erg druk. De centrale steeg is bestraat met eeuwenoude stenen, die door miljoenen voeten afgesleten zijn tot spekgladde keien.
We keren uiteindelijk terug naar de haven en gaan zitten op het terras "Riva", waar we gulzig de eerste groene flessen gerstenat aan de mond zetten. Hier gelukkig wel volop jeugd, dus ook visueel komen we niks tekort.
Domper op de feestvreugde is een sms-bericht: 'belgië - nederland 4-2'. Ik was van tevoren al blij dat ik deze wedstrijd niet kon zien, want ik zag de bui al hangen.
Om half drie lopen we over het slingerende pad terug. Of slingeren we over het op en af lopende pad terug, dat is van tweeën één.

Onder het bedlampje lees ik een hoofdstuk in VSV, of Daden van onbaatzuchtigheid. Theo van Gogh is aan gene zijde. 'Na de moord werd Theo meegenomen door iets wat hij "de wind" kon noemen en hij kwam hier aan' schrijft Leon.
Het was een aangename avond, na een wat teleurstellende dag. Om iets aan dat laatste te doen gaan we morgen maar eens, tegen alle principes in, naar het strand.

zaterdag 25 augustus 2012

Zeven dagen lang (125)

19 t/m 25 augustus

ZONDAG Kapseltje
Logisch dat Ajax de Zweedse aanvaller Tobias Sana heeft aangetrokken. Frank de Boer had immers nog wat goed te maken na zijn ongelukkige opmerkingen over homo's in de voetballerij.

MAANDAG Zoek de leider
Emile Roemer als premier zou een ramp zijn voor ons land, waarschuwt menigeen.
Eerlijk gezegd zit er dit keer werkelijk geen enkele lijsttrekker bij die geschikt lijkt voor dit ambt...

DINSDAG Home
Weer thuis van vakantie, de tv aan, en het eerste wat ik zie is het hoofd van Thijs van de Brink. Oost, west, Thijs best.

WOENSDAG Historiën
Aanrader: de serie '125 jaar voetbal in Nederland' van Frans van den Nieuwenhof in VI. Elke woensdag geniet ik van de prachtige verhalen over de doldwaze beginjaren van het voetbal in ons land. Hopelijk worden de losse afleveringen uiteindelijk gebundeld in een boekwerk. Dat zal vast minder goed verkopen dan Gijp en Genee, maar deze verhalen verdienen het in een boek uit te monden.

DONDERDAG Feyenoord-Sparta Praag
Zevert ten Napel: 'Zou Jack Tuyp niet de ideale spits voor Feyenoord zijn?' Helaas was er niemand in de buurt om te zeggen: 'Meneer Ten Napel, gaat u na afloop maar mee met die mannen in witte jassen daar.'

VRIJDAG Pussy Riot (I)
Er is slechts één reden te bedenken om de Pussy Rioters naar een Siberisch strafkamp te sturen, maar dat is dan ook meteen een doorslaggevende reden: aandachtshoer Madonna heeft de zaak schaamteloos misbruikt om publiciteit voor haar eigen versleten artistieke product te genereren.
Als zo'n sekreet zich ineens opdringt als je partner in crime zou ik een enkeltje werkkamp overigens in dankbaarheid aanvaarden.

ZATERDAG Pussy Riot (II)
Het poesjesoproer. Klinkt als de nieuwe roman van Maarten 't Hart.*

donderdag 23 augustus 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 70-61

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 70 t/m 61.

70. Carlo Boszhard
De teksten zijn vaak allerbelabberdst, maar Boszhard heeft qua mimiek, maniertjes en stemgeluid inmiddels al een honderdtal BN'ers en semi-BN'ers overtuigend gepersifleerd. Dat is wel een vermelding in deze lijst waard, naar wij dachten.
69. Owen Schumacher
De mindere helft van het duo Groot & Schumacher. Heeft de grote makke dat hij geen stemmen kan nadoen: elke gepersifleerde BN'er heeft de piepstem van Schumacher zelf. Maar de acteerprestatie is dan weer vaak zó goed dat je je daar nauwelijks aan stoort.
68. Arjen Lubach
Nu we toch met de persiflages bezig zijn: Arjen Lubach is tot op heden de enige die een geloofwaardige Nico Dijkshoorn wist neer te zetten. 'Matthijs, ik zit hier bovon.' Korte versie (1 min.) - Lange versie (2 min.)
67. Sanne Wallis de Vries
Heeft eindelijk bestaansrecht gekregen: door De Vries' Koefnoen-typetje sterven corpsmeisjes hopelijk uit.
66. Eric van Sauers
Eric van Sauers (Utrecht, 18 september 1964) is een Nederlands cabaretier, stand-upcomedian en acteur.
65. Tineke Schouten
Lenie uit de Takkestraat, De Koffiejuffrouw, Andrea Riool. Onschuldig vermaak voor het grauw. Niks mis mee / Niks aan te missen (doorhalen wat niet voor u van toepassing is).
64. Arie en Silvester
Ja, dat was ooit een behoorlijk geestig duo. Maar Arie ging voor de Mediamarkt-geldzak door de knieën en 'won' de prijs voor Meest Irritante Bekende Nederlander in een Reclame. Kan nu nooit meer met een nieuwe show op de planken komen, want je kunt als publiek nooit zeker weten of Arie je niet subliminaal een dvd-recorder probeert aan te smeren.
63. Youp van 't Hek
Koning van de grinnik: je moet vaak een beetje grinniken, maar echt lachen zit er nooit in bij Youp. De enige keer dat het echt leuk leek te worden, toen iemand uit het publiek Youp diste omdat-ie z'n rijbewijs kwijt was en Youp hem even later grandioos terugpakte, toen bleek het doorgestoken kaart. En dat eeuwige gekanker op de kakkers terwijl hij zelf de opperkakker is. Bah. Met z'n bretels. En z'n kutboekjes.
62. Emilio Guzman
Inderdaad het broertje van. Zuipt minder, komt de humor ten goede.
61. Stefan Pop
Met weinig tekst en superieure zelfironie een heersende sketch maken met Theo Maassen als sidekick, Stefan Pop doet 't gewoon: Leo Klaassen. Bekijk vooral ook de aftiteling tot het eind!

woensdag 22 augustus 2012

[Poreč 2012] Dag 1: Schnitzel um halb drei

De sportzomer van 2012 was lang en vol: het EK voetbal, de Tour de France en de Olympische Zomerspelen, van 8 juni tot 12 augustus was het topsport dat de klok sloeg. Om af te kicken is cold turkey de beste methode, en hoe die beter in te vullen dan met de jaarlijkse, grotendeels in roerloosheid door te brengen vakantie op een zonovergoten eiland?
Maar na Kos, Rhodos, Mallorca, Malta en Tenerife was de spoeling dun geworden. Griekse eilanden te over, maar het vooruitzicht van lege pinautomaten of een afrossing als je net op het verkeerde moment 'überhaupt' of 'fingerspitzengefühl' zegt was niet erg aanlokkelijk. Wat te doen? schreef Lenin al in 1902. De uitweg heette Istrië. Weliswaar geen echt eiland maar een schiereiland. Maar positieve discriminatie is ook gewoon discriminatie, dus een schiereiland mag ook best door voor een eiland. En als je met je rug naar de landengte gaat staan, lijkt het helemaal net een echt eiland. Bovendien leek Istrië aan alle overige criteria te voldoen - die criteria zijn af te leiden uit de vijf vorige vakantie-epossen - en was Kroatië weer eens wat anders.
De eer werd gegund aan badplaats Poreč.

Op een mooie dinsdagavond tijgen strijdmakker Le Bob en ondergetekende naar de luchthaven "Schiphol". De rij voor de incheckbalie van Croatia Airlines is lang. Voor ons staat een stewardess. Nooit geweten dat die ook zo moeten inchecken. Pas na een tijdje krijg ik in de gaten dat ze het zijden sjaaltje voor de sier draagt en dus helemaal geen stewardess is. Ze meldt haar vriend dat ze 'Vincento' een mooie naam vindt voor een jongen. Ik voel intens medelijden met de vriend. En ook alvast met hun toekomstige zoontje.
Balie en douane worden door ons moeiteloos geslecht. Als we aan de koffie zitten beseffen we ineens dat we helemaal niet gecontroleerd zijn op flesjes water en andere wapens.
Vlak voor het boarden wordt duidelijk waarom: we moeten door de bodyscanner. Ik vind het helemaal niks. Je moet je armen de lucht insteken in het zicht van de voltallige rij, zodat men een blik gegund wordt op je okselactiviteit.
Je zou eigenlijk als tegenprestatie commentaar moeten krijgen van de scanner, in de trant van 'ik zie op de scan een vlekje op uw longen, ik zou dat maar eens na laten kijken, mevrouw' of 'uw pacemaker heeft een onderhoudsbeurt nodig, meneer'. Zonder dat het van je eigen risico afgaat.

We gaan iets na tienen de lucht in. Langs de raampjes stijgt rook omhoog. Ik attendeer Bob erop maar voel geen angst. Meer mensen merken het fenomeen nu op en er ontstaat enige agitatie. De rookontwikkeling stopt echter net zo snel als ze gekomen is en we storten ons op het gratis verstrekte voedsel: een broodje met kaas en bacon, een hartig taartje en een zakje gesuikerde sinaasappelschillen.
Ik lees wat in de NUsport. Auke Kok vindt terecht dat de videoscheidsrechter niet in het voetbal thuishoort: 'hulpmiddelen bij het beoordelen van situaties: van hands, buitenspel of schwalbes, is vaak een kwestie van interpreteren.'
Rond middernacht landen we op Pula Airport. De beveiliger voor de ingang heet ons welkom, wat een prettige verrassing is. Normaal staan die lui immers te kijken alsof er een gevangenentransport is aangekomen. Ook de dames van de douane giebelen vrolijk met elkaar terwijl ze stempels zetten. Gemoedelijke sfeer hier.
We worden opgewacht door een meisje van de reisleiding dat ons doorverwijst naar haar collega buiten 'in een roze polo'. We vinden hem niet. Wel een pipo in een ogenschijnlijk witte polo, die onder oranje lamplicht met een lijst staat.
We moeten in bus 3. De chauffeur is daar al bezig koffers de bus in te smijten. Een toerist in driekwartsbroek wil mijn koffer overnemen en vraagt me in welk hotel ik zit. Ik kijk hem wat verbaasd aan, peilend naar de motivatie voor deze geste. Het mannetje blijkt geen toerist te zijn maar een maatje van de chauffeur of zo. Hij vraagt ook aan twee meisjes waar zij naartoe moeten. Dat wil zeggen, hij stoot wat klanken uit. Ik help een handje en vraag de eerste chick in welk hotel ze zit. 'We zitten echt niet in een hotel, hoojrrr...' repliceert het wicht, op een toon alsof ik net gevraagd heb of ze even mee de bosjes in duikt.

Eenmaal in de bus kijk ik naar buiten of de driekwartsbroek niet toch ergens in een busje er vandoor gaat met onze koffers, maar hij paradeert nog rusteloos rond over de parkeerplaats.
De polo stapt in en heet ons welkom. Hij heet Toon. Hij wil met de informatie-enveloppen rondgaan, maar de chauffeur grijpt de microfoon en schreeuwt de namen op de lijst de bus in als ware hij Louis van Gaal op een persconferentie. Toon heeft de grootste moeite hem ervan te overtuigen dat hij beter achter het stuur kan plaatsnemen.
Toon rijdt zelf overigens niet mee. Hij rijdt in zijn fiatje achter de bus aan, of voor de bus uit, dat blijft een mysterie. De driekwartsbroek rijdt wel mee.
Het is een uurtje rijden van Pula naar Poreč, maar omdat we onderweg nog mensen moeten afzetten in allerlei godverlaten oorden duurt het veel langer. Uit het in het duister gehulde bagagevak boven de stoelen komt de hele tijd een irritant rinkelend-klingelend geluid. Wat ook niet helpt is dat de chauffeur een nogal particuliere opvatting heeft van wat een 'hotel' is. Op een gegeven moment stopt hij en roept een hotelnaam door de bus. Toon komt ineens weer de bus in en zegt hem dat we er nog niet zijn, maar de chauffeur wijst naar buiten en riposteert dat het hotel wél hier is. We turen door het raampje naar buiten en zien alleen een paar struiken en een schuurtje.
Zo kachelen we voort door de nacht. De chauffeur ergert zich nu ook aan het gerinkel en stuurt zijn driekwartsmaat op onderzoek uit. De baas tast in het duister en haalt triomfantelijk twee deodorantbussen tevoorschijn. Zo, hij heeft zijn salaris in natura weer verdiend.

Pas om half drie arriveren we bij ons hotel, Valamar Rubin. Dat wil zeggen, we worden voor hotel Valamar Diamant gedropt en moeten volgens Toon, die ineens weer opduikt, nog een eindje lopen, verder heuvelop. We informeren naar de informatiebijeenkomst, maar die is er niet. We moeten maar bellen als we iets willen, meldt Toontje doodleuk. Ik informeer maar meteen maar een kroegentocht, maar die is vanavond al geweest zegt hij, wederom doodleuk.
'Toon' is blijkbaar een pseudoniem van Jantje van Leiden, want daar maakt hij zich vanaf.
We verlaten Valamar Diamant, passeren Valamar Crystal en daar doemt dan eindelijk Valamar Rubin op. De 'manager on duty' is Dean, een ziekelijk ogende man met bedaarde stem. Hij handelt de incheck vlot af en meldt dan tot onze verwondering dat we nog mogen eten in het restaurant.
Eerst gaan we de koffers wegzetten. Kamer 112 is de komende week de onze. 112, daar red je geen levers mee. De receptie bevindt zich op etage 5 en we moeten dus naar beneden, gek genoeg. We zitten gelukkig niet ondergronds: omdat het hotel tegen een heuvel ligt is hier alles ondersteboven.
De kamer is een sobere, maar nette kamer.
We begeven ons terug naar bene... uh, naar boven dus. Dean opent voor ons de eetzaal en ontsteekt de verlichting. Op enkele tafels staat eten klaar: kurkdroog brood, appels en bananen, koude schnitzels, sla, alles onder folie.
Daar zitten we dan, om drie uur 's nachts in een verder volledig verlaten eetzaal. Het is een vreemde gewaarwording, surrealistisch. Wat nog ontbreekt is zachte pianomuziek. Dan hadden we gezegd: unheimisch.
We eten wat, danken Dean en gaan pitten. Morgen maar eens bij daglicht zien waar we nu weer terecht gekomen zijn.

zaterdag 11 augustus 2012

Zeven dagen lang (124)

5 t/m 11 augustus

ZONDAG Nederland
Willem-Alexander zegt dat de Nederlandse sporters naar behoren presteren en dat de negatieve stemming dus niet terecht is. Hoe komt hij bij die negatieve stemming? Er is hier echt niemand die klaagt hoor, Wim-Lex.
Eigenlijk is Nederland het ideale land voor de Olympische Spelen. We winnen niet zoveel goud dat je de winnaars niet eens meer uit elkaar kunt houden, zoals de VS of China, maar we zijn ook geen armetierig landje zonder eremetaal. Elke dag zijn er van vroeg tot laat wel Nederlanders in actie, bijna altijd ook als kanshebber of outsider voor een plak, en bovendien in een breed scala van sporten. Soms valt een prestatie tegen, soms weet een atleet te verrassen. In het laatste geval is de vreugde extra groot. Ideaal.

MAANDAG Relatief
Marit Bouwmeester wint zilver, ook al was ze volgens teletekst in het nadeel 'door haar relatief bescheiden gewicht (66 kg)'. De redacteur speelt hier met vuur, dat 'relatief' kan een vrouw al opvatten als dat je haar dik vindt. Je bent best mager voor een dikke, dat idee.

DINSDAG De zigeunernááácht
Non-stop de Olympische Spelen op tv, je krijgt er een beetje het Top 2000-gevoel bij. Inclusief de ergernis van steeds weer dezelfde reclames tussendoor. Ik heb Frans Bauer nu al honderdzesendertig keer horen zeggen dat hij graag een eurootje van de diesel af wil.

WOENSDAG Spektakel
Het IOC wil alleen nog maar snelle, spectaculaire sporten die ook de jeugd enthousiasmeren. Met de introductie van de half pipe en het freestyleskiën (winterspelen) en het fietscrossen en kitesurfen (zomerspelen) is die trend duidelijk zichtbaar.
En daarmee worden de kansen op een olympische status voor het driebanden alsmaar kleiner. Dick Jaspers op de Spelen, het blijft een mooie droom.

DONDERDAG Onheilstijding
Dweilorkest "Kleintje Pils" heeft aangekondigd de beide hockeyfinales op te gaan luisteren met hun 'muziek'. Kan iemand daar nog een stokje voor steken?! Het gaat hier om olympische finales! Bloedserieuze topsport die van de spelers optimale focus eist om te presteren. Hoe kan die schijtlollige hoempapa-muziek in godsnaam bijdragen aan een topprestatie?
Muziek is de soundtrack van je leven, heet het. Je zou maar hockeyer zijn en dan als soundtrack bij de belangrijkste wedstrijd uit je leven een dweilversie van 'Het dondert en het bliksemt' hebben...

VRIJDAG Vierdes
Raymon van der Biezen is oppermachtig in de heats en de semifinale van de BMX, maar in de finale wordt hij slechts vierde. Ik ben hier behoorlijk ziek van, maar Bies zelf zegt na afloop dat hij 'tevreden' is.
Het frappeert me dat vrijwel alle atleten die op die smadelijke vierde stek zijn geëindigd daar lang niet zo van balen als ik. Pieter-Jan Postma zwatelde dat hij 'als mens gegroeid' was. Rick van der Ven kon er heel goed mee leven. En d'n Bies is dus ook tevreden.
Zouden die reacties stiekem verklaren waarom deze sporters vierde geworden zijn?

ZATERDAG Bruno!
Louis van Gaal maakte gisteren bekend dat hij Feyenoorder Bruno Martins Indi voor het eerst bij de selectie van Oranje haalt.
Zoggel was het voorbije EK zijn tijd weer eens ver vooruit...:

donderdag 9 augustus 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 80-71

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 80 t/m 71.

80. Jandino Asparaat
Naar verluidt een pseudoniem van Jan-Derk Aspartaam. Hij is een beetje de Churandy Martina van het Nederlandse cabaret: altijd vrolijk, 24/7 een big smile, komt echter net tekort als de prijzen verdeeld worden. Maar hij blijft blij.
79. Leon van der Zanden
Brabant is sinds Teeuwen en Maassen toch wel de hoofdprovincie van het hedendaagse cabaret. Leon van der Zanden uit Helmond draagt daar echter maar mondjesmaat aan bij. Hij probeert gewoon net iets te hard Hans Teeuwen na te doen: Dolfijn.
78. Klaas van der Eerden
Vrees dat hij toch altijd dat mannetje van het beatboxen zal blijven.
77. Dolf Jansen
Jansen zonder Lebbis is als een worstenbroodje zonder worst: dan blijft er slechts een mager, slap, klef broodje over, kleurloos en smakeloos, nauwelijks weg te slikken. Probeerde het maar eens door het publiek de grappen te laten aanleveren, maar het volk nam hem grandioos in de maling door alleen maar meuk in te sturen.
76. Hans Liberg
Vaste gast in de TV-show van Ivo Niehe, die hem echter elke keer weer vergeet te vragen hoe hij er toch in slaagt jaar in jaar uit volle zalen te trekken met steevast exact dezelfde voorspelbare flauwe flapdrollerij.
75. Pieter Derks
Mocht dit jaar stand-uppen in De Wereld Draait Door. Om de week die voorbij was komisch te becommentariëren en zo. Hij is nog in opleiding zullen we maar zeggen.
74. Ellen Pieters
In Kopspijkers glansrollen als onder anderen Máxima Zorreguieta, Rita Verdonk en Karla Peijs. Desondanks niet zo bekend, ten onrechte.
73. Paul Haenen
Is Bert. Wel een bijzonder type cabaretier bovendien: ook als hij niet verkleed als ds. Gremdaat maar als zichzelf ergens verschijnt speelt hij die rol.
72. Gerard Cox
Niets veroudert zo snel als humor. Daarom is het een hele geruststelling dat over veertig jaar nog steeds Toen was geluk heel gewoon op de buis te zien zal zijn. Want hij blijft ijzersterk: 'Tjonge jonge jonge...'
71. Rien Bekkers
Een van mijn favoriete tonpraters. Als Rinuske Rasmussen, als Rinuske de glazenwasser en natuurlijk als Rinuske de luchtpiloot, op stap met de PSV-selectie - terecht opgenomen op de cd Brabantse Kampioenen 5.

dinsdag 7 augustus 2012

Het Olympisch Gevoel: Fenomenologie van de Olympische sporten

Het leuke van de Spelen is dat je twee weken lang geestdriftig gaat zitten kijken, zeker als er Nederlanders meedingen naar de prijzen, naar sporten die je de andere drie jaar en vijftig weken geen bal interesseren. En daar zitten sporten bij... Echt dat je denkt: hoe kómen ze erop?! Soms ook in positieve zin overigens. Het fenomenologisch genootschap is weer bijeengekomen en heeft van zestien sporten of onderdelen de essentie geformuleerd.

Baanwielrennen, sprint: De intensieve veehouderij onder de olympische sporten. Bruten met bovenbenen waar een klein model judoka in past. Opgepompte plofkippen op hightech fietsen, dat is het. Bijna omvallen van het naar elkaar loeren, dan één rondje doortrekken naar de 70 km/uur, en aan het eind winnen de Engelsen. Wel leuk zijn de afvalrace en als ze achter zo'n solex aan karren (keirin).

Hockey: Ook wel genaamd: voetzoeken. Wie het vaakst de bal tegen de poten van de tegenstander weet te meppen, die wint, dat is het adagium. Bovendien: kerels die twee keer vijfendertig minuten met hun eigen stok in hun handen lopen, wij fenomenologen hebben er niks mee. Vrouwenhockey, daar kijken we liever naar. Ook al kijkt de helft niet graag terug, als u begrijpt wat we bedoelen. (Tik je argeloos iets over een grammaticaal miskleuntje in een Randstad-commercial, krijgt dat bericht ineens honderd keer zoveel hits als het gemiddelde blogbericht hier, allemaal via de zoekterm Maartje Paumen + uweetwel; blijkbaar houdt het de mensen nogal bezig.)

Atletiek, snelwandelen: Het idee alleen al. Wandelen als sport. Wandelen! En dan zo snel mogelijk, maar zonder te rennen. Maar dat doet dus wel iedereen, zoals feilloos aangetoond door de NOS: werkelijk niemand hield minimaal één voet aan de grond tijdens het lopen. En de jury zwaait at random met rode kaarten. Totale willekeur en dus niet waardig om olympisch te zijn.

Judo: Over totale willekeur gesproken. Elkaar bij de panden van het jasje vastgrijpen, dan wordt er op een gegeven moment 'mate' geroepen en krijgt er één een straf voor passiviteit. En als het gelijk blijft beslissen drie stokoude scheidsrechters middels vlaggetjes wie er wint. Nee, judo is alleen leuk als er een vol op z'n rug valt: ippon!

Voetbal: Voetbal op de Spelen is een veredeld vriendschappelijk toernooitje voor de jeugd. Aangevuld met enkele kampoudsten. Zie je opeens spelers van VVV internationaal in actie. Enige reden om voetbal olympisch te houden: Ryan Giggs speelt eindelijk het internationale toernooi dat hem zo gigantisch gegund is.

Kogelstoten: Bij de mannen: dikke mannen die kunnen zeggen dat het allemaal spieren zijn onder een laagje vet. Bij de vrouwen: geen excuus, speenvarkens.

Schieten: Die lui schieten tussen hun hartslagen door! Echt een sport voor koele kikkers dus. Het kleiduivenschieten daarentegen is nogal nep. In 1900 schoten ze nog op echte duiven! Een duif van klei is toch een beetje duf, de springruiters gaan toch ook niet op skippyballen over die hekken heen?

Worstelen: Met je worstbenen uit elkaar een beetje met je worstarmen tegen de tegenstander gaan staan duwen. Tot die ineens wegstapt en je voorover kukelt. Dan weer van voren af aan. En Iran wint alles. Een achterlijke sport wordt geregeerd door een achterlijk land zullen we maar zeggen. Pas als sumoworstelen erbij komt wil ik misschien wel gaan kijken.

Tafeltennis: Het dubbelspel bij tafeltennis: de totale gekte. Zo'n tafel is al niet veel groter dan een bijzettafeltje en dan staan er vier Chinezen als dollen zo'n balletje eroverheen te jagen. Mooiste is als ze ergens vanachter de reclameborden de bal nog langs het net weten te topspinnen.

Turnen: Wel fascinerend, door de mix van krachtpatserij en souplesse, van halsbrekende toeren en technische volmaaktheid. Alleen zie ik nooit waarom de een het nu beter of slechter doet dan de ander. Gelukkig is er Hans van Zetten die al tijdens de oefening feilloos weet te vertellen of het een beetje goed is wat we zien.

Zeilen: Varen, over de woeste baren, in je handen staan de blaren, van dat kut touw. Nee, een tv-sport is dat zeilen niet, je ziet toch voornamelijk een bootje of twaalf kriskras door elkaar heen over de golven stuiteren. Geregeld toont de regie wel een animatie met allemaal lijnen en zo, waaraan je zou moeten kunnen aflezen wat de tussenstand is, maar die klopt eigenlijk nooit. Die onzekerheid houdt het wel spannend, dat dan weer wel.

Paardensport: Ook wel: Hippische sport. Maar allesbehalve een sport van hippies, eerder van en voor de aristocratie en de royalty, getuige deelnemers met namen als Nathalie zu Sayn-Wittgenstein, Helen Langehanenberg en HRH Prins Abdullah al Saud. Het springen is wél razend spannend om te zien, met die hoeven die constant langs de balken schampen.

Atletiek, 100 meter sprint: Eén machtige explosie van kracht en techniek. Een kleine tien seconden waarin miljarden mensen de adem inhouden. Schitterend. Met die geweldenaar van een Usain Bolt als icoon. Altijd correct en het charisma spat er vanaf. Wel gek, maar leuk gek, en nooit agressief.

Atletiek, steeple chase: Een hindernisbaan, altijd leuk. Jammer dat er niet meer en ook meer gevarieerde hindernissen gebruikt worden, vier balken en een bak water is wel wat zuinigjes.

Boogschieten: Waarom duurt het zo kort? Slechts drie pijlen per deelnemer per set, een wedstrijd kun je in negen pijlen beslissen. Jammer, want toch wel een behoorlijk televisiegenieke sport. Er zit namelijk een dikke seconde tussen het schot en het moment dat de pijl zich in het bord boort, een seconde waarin je de spanning soms tot in je kruin voelt. Ze schieten dan ook met een boogje, daarom heet het ook boogschieten natuurlijk.

Estafette (atletiek en zwemmen): Fascinerend schouwspel om één reden: het wisselen. Bij het zwemmen liggen de kaarten na elke wissel totaal anders, terwijl het zwemmen zelf weinig verschil maakt. Bij atletiek is het nog intenser: in het wisselgedeelte is het een gewoel en gedrang en gedoe van jewelste, en ineens komen daar uit het stof acht lopers op topsnelheid tevoorschijn terwijl er acht achterblijven. Heerlijk.

zaterdag 4 augustus 2012

Zeven dagen lang (123)

29 juli t/m 4 augustus

ZONDAG Top 10
Het EenVandaag Opiniepanel vraagt of de Nederlanders denken dat de top-10-positie die NOC/NSF nastreeft gehaald gaat worden. Een vaak gegeven reactie is dat dat niet realistisch is 'omdat we maar een klein land zijn'. Dat argument hoor je veel te vaak en gaat slechts ten dele op. Belangrijker is te kijken naar de welvaart van een land, en dan mogen we toch wel ambities koesteren.
Overigens denk ik ook niet dat Nederland de top-10 kan halen, echter niet omdat we een klein landje zijn maar omdat er allerlei achterlijke sporten Olympisch zijn, met bovendien tal van subcategorieën, zoals worstelen (18x3 medailles), gewichtheffen (15x3) en boksen (13x3). In die sporten hebben wij geen enkele traditie en dus ook geen toekomst.

MAANDAG 10.9
Nieuwe held: Peter Hellenbrand bij het schieten. Razend spannend, zeker op de livestream zonder commentaar. Na elk schot stijgt Hellenbrand een plek, maar hij grijpt helaas net naast brons.

DINSDAG Nadoen is belangrijker dan winnen
De BBC heeft een leuke applicatie: Welke Olympiër ben jij? Voer je lengte en je gewicht in en zie met welke Olympiër jij fysiek het meest overeenstemt.
Ik ben de Koreaan Youngjun Byun, die deelneemt aan de 20 km hardlopen. Dat moet ik dus ook kunnen. In theorie.

WOENSDAG Jargon
Prachtig hoe sporters soms in een jargon praten dat voor hen volkomen logisch is maar voor ons leken totaal onbegrijpelijk. Zeiler Pieter-Jan Postma: 'Ik dacht ik dat ik rechts aan de buitenkant een vlaag zag, maar die deed niks.' Juist.

DONDERDAG Roeien
Grootste positivo van deze Spelen: de commentator bij het roeien. Als de Nederlandse boot al op onoverbrugbare afstand ligt roept hij nog steeds geestdriftig dat ze nu de glorieuze eindsprint in zullen gaan zetten.

VRIJDAG Twee Ossenaren
Bas Verwijlen is nog maar net begonnen aan zijn Olympisch toernooi of de twitters stromen al vol met woedende reacties. Stuitend arrogant, vreselijk showmannetje, meest irritante sporter ooit, dat niveau. Verwijlen heeft het nodig om te presteren, maar als het tegenzit werkt het tegen hem: in de tweede ronde ontbreekt het hem aan beheersing en geduld om van een achterstand terug te komen.
Rick van der Ven is de absolute tegenpool van Verwijlen. Volledig ontspannen schiet hij zijn pijlen, gemoedelijk glimlachend als hij de roos raakt, maar ook als hij mist. Hij verliest de halve finale op shoot-out, hij verliest de strijd om het brons op shoot-out. Beide keren geeft hij op het moment suprême niet thuis: Van der Ven lacht al voor zijn pijl het bord heeft bereikt. Ook na afloop is hij pijnlijk laconiek.
Bas Verwijlen had iets rustiger moeten zijn, Rick van der Ven juist iets gepassioneerder.

ZATERDAG Namen
De zelf geknutselde filmpjes die de NOS tussen de Olympische wedstrijden door laat zien zijn soms erg vermakelijk. Het filmpje 'met name', over rare namen van deelnemers, is uiteraard mijn persoonlijke favoriet.
Nog een aanvulling daarop. In het damesdubbel bij het badminton komt het Deense koppel Alex Bruce en Michelle Li uit. Inderdaad: Bruce/Li.