dinsdag 30 september 2008

[N64] Goldeneye 007

Vorig jaar besprak ik a.d.h.v. de top 25 van een zelfgemaakte lijst de muziek uit mijn jeugd. Dit jaar een tweede serie in de categorie 'wenken voor een toekomstige biograaf' met als onderwerp de Nintendo 64-games. Met welke spellen bracht ik menige regenachtige middag (maar ook als de zon scheen) op mijn kamertje door? Geen toplijst deze keer, maar in chronologische volgorde en in interviewvorm. In aflevering 7: Goldeneye 007.

Goldeneye, is dat niet de Bondfilm met Famke Janssen?
De Nederlandse Janssen in de rol van Xenia Onatopp, ja. In de game naar de film komt ze ook voor. De film was al best goed, de game is zelfs een regelrechte klassieker.
Goldeneye geldt inderdaad als een van de - weinige - tophits van de Nintendo 64. Hebben we te maken met cult of gewoon met een goede game?
Dat laatste, zeker weten. Goldeneye zit akelig perfect in elkaar, vooral voor de beginjaren van de console, het pre-Perfect Dark-tijdperk. Heel zelden krijg je een game in handen waarin alles lijkt te kloppen. Goldeneye is waarschijnlijk zo'n spel. De gameplay is fenomenaal. De graphics zijn lekker strak, vooral in vergelijk met de officieuze opvolger, het wollige The World Is Not Enough.
Wat is het geheim van de gameplay?
Ik vermoed een uitgekiend evenwicht tussen levelstructuur, speeltempo en variatie aan wapens. De levels zijn redelijk lineair, maar tussen begin en eind valt er genoeg te onderzoeken, te schieten en te genieten. Het is daarnaast een pre om constant in beweging te blijven, aangezien de vijanden regenereren en je dus nooit op je gemak bent. De wapens zijn schitterend. Ze zien er goed uit, klinken geweldig en - niet onbelangrijk - zijn qua vuurkracht en richtmogelijkheden een genot om mee te knallen.
Wat zijn je favoriete wapens?
De Klobb is wel een klassieker, een machinegeweer met een heerlijk hoog zingend geluid. Ook de extreem krachtige RC-P90 (80 kogels per magazijn, die bovendien dwars door tegenstanders gaan en zo meerdere vijanden tegelijkertijd kunnen uitschakelen) en de A33 Assault Rifle (met de oogstrelende stervormige vonkenregen) zijn toppers. De schotkracht van de Dostovel is ongeëvenaard. Verder is het erg vermakelijk om met de Rocket Launcher of de Grenade Launcher in de weer te zijn.
En je favoriete levels?
De film begint met een van een dam bungeejumpende James Bond. In het eerste level van de game - 'Dam' - begin je een flink stuk eerder en moet je je een weg banen naar de dam, o.m. door je al rennende achter een rijdende vrachtwagen te verbergen. Dat level is overweldigend als introductie. Ook het tweede level - 'Facility' - is groots en meeslepend. De 'Silo' is een nietsontziende run naar het einde, in 'Statue' dwaal je onder begeleiding van schitterende onheilspellende muziek door een park vol beelden in Sint-Petersburg en ontmoet je de onvergetelijke papzak Valentin. Memorabel is ook het rijden met de tank door de 'Streets' van Moskou, daarbij auto's verpletterend en mensen overrijdend. Dat laatste gaat vergezeld van een briljant pletgeluidje.
Kan Goldeneye de vergelijking met Perfect Dark doorstaan?
Je kunt de games moeilijk met elkaar vergelijken, omdat er jaren tussen de twee games zitten. Wel kun je stellen dat Goldeneye niet onder hoeft te doen voor Perfect Dark qua gameplay. Natuurlijk zijn zaken als graphics, belichting, gezichtsexpressie en bloed in Perfect Dark van een hoger niveau, maar Goldeneye heeft toch wel de standaard bepaald voor wat een goede first person shooter in huis moet hebben. In Perfect Dark krijg je op een gegeven moment te maken met aliens en daar houd ik niet zo van. Goldeneye houdt het bij mensen. En als je in Perfect Dark alle vijanden in een level doodgeschoten hebt, is het akelig leeg en stil als je blijft ronddwalen, iets wat een beklemmend, soms zelfs naar en frustrerend gevoel geeft. In Goldeneye wordt er steeds een nieuw blik vijanden open getrokken, waardoor je in principe eindeloos door kunt gaan.
Goldeneye ontleent zijn klassieke status en langdurige houdbaarheid ook aan de multiplayermodus, nietwaar?
Dat is wel een belangrijke factor, ja. Zelf ben ik niet zo'n multiplayerliefhebber, met de singleplayer heb ik evenwel ook urenlang spelplezier gehad. De moeilijkheidsgraad ligt bovendien op het hoogste speelniveau - '007 agent' - schrikbarend hoog. Zie maar eens de massale stormloop van tot op de tanden bewapende security guards te overleven in de 'Bunker'!

zondag 28 september 2008

De literaire beterweter #14

Umberto Eco - De slinger van Foucault Met De naam van de roos van Eco heb ik me goed vermaakt. Dat boek is een perfecte mix van een vlot verteld, spannend verhaal en historische en filosofische uitweidingen. Mijn verwachtingen waren dan ook hooggespannen voor Eco's andere dikke pil, het veelgeprezen De slinger van Foucault. Ik las en las, worstelde me door de 654 pagina's, en na de laatste zin sloeg ik het boek teleurgesteld dicht. De roman zit vol erudiete passages, maar de spanning bleef helaas grotendeels achterwege. 'Drie redacteuren van een uitgeverij in Milaan raken door manuscripten die zij onder ogen krijgen onafwendbaar verstrikt in de gedachte dat er iets onvoorstelbaars gaande is op deze wereld' vermeldt de tekst op de achterflap. Het gaat om occulte geschriften over Tempeliers, Rozekruisers, kabbala e.d. De drie bedenken aan de hand van de teksten 'Het Plan', een alternatieve, planmatige verklaring van de geschiedenis. Dit neemt echter pas na een pagina of 350 zijn aanvang en daarmee kent de roman wel een heel lange aanloop. De plot begint weliswaar media in res en de ikverteller vertelt het gebeuren achteraf, maar toch wacht je als lezer met smart op de spannende verwikkelingen. De drie redacteuren - bij vlagen irritante wijsneuzen - laten zich meeslepen in hun Plan en 'ontdekken' dat alles met alles samenhangt. Ze laveren op den duur op het gevaarlijke randje dat de verbeelding van de werkelijkheid scheidt. Probleem is dat allerlei occulte genootschappen het Plan voor waar houden en daarmee de levens van de drie in gevaar brengen. Eco is op zijn best in de beschrijving van de psychologische weerslag van de gebeurtenissen op de personages, in het bijzonder in het subtiel aanduiden van hun worsteling met samenhang, toeval en determinatie. Hij lijkt echter de lezer uit het oog te zijn verloren bij het inzetten van zijn belezenheid en onmetelijke eruditie. De schrijver heeft welhaast de complete geschiedenis van het occulte verweven in zijn roman en ik raakte op een gegeven moment dan ook onvermijdelijk de draad kwijt. De naam van de roos bleef boeien door de whodunnit?-vorm, De slinger van Foucault wordt pas aan het eind echt spannend als alles en iedereen samenkomt in het Conservatoire des Arts et Métiers in Parijs waar de slinger hangt. De slinger tussen spanning en gelaagdheid is in dit boek echter teveel doorgeslagen naar de laatste. [**]
Fragment: '[...] wij hebben een Plan verzonnen dat niet bestaat en Zij hebben het niet alleen voor zoete koek geslikt, maar zijn ervan overtuigd dat ze er tijden lang deel van uitmaakten, ofte wel ze hebben de fragmenten van hun wanordelijke en verwarde projecten als momenten van ons Plan gezien, gescandeerd naar de onweerlegbare logica van de analogie, van de schijn, van het vermoeden. / Maar als een Plan verzonnen wordt en anderen het ten uitvoer brengen, dan is het alsof het Plan bestaat, of liever, bestaat het gewoon.'

Ricus van de Coevering - Sneeuweieren In april dit jaar schreef Arjen Fortuin in NRC Boeken een stuk over 'de kleine hausse aan boerenromans' in de Nederlandse literatuur. Persoonlijk ben ik erg blij met deze trend. Het mooiste leven is immers het boerenleven en er is geen mooier land dan het platteland. Veel literatuur speelt zich echter onvermijdelijk af in een stad en daar heb ik nu eenmaal heel weinig affiniteit mee. Fortuin benadrukt het hoge niveau dat de romans over het leven op het platteland in de regel hebben. Sneeuweieren, het debuut van Ricus van de Coevering, is een van die geslaagde romans. Ook HP/De Tijd prijst Sneeuweieren aan door het boek op 1 in een top 10 van 'polderboeken' te zetten. Van de Coevering is er inderdaad in geslaagd een indringende beschrijving van het moeizame boerenleven in de eenentwintigste eeuw te geven. Boer Harm heeft een pluimveebedrijf en maakt lange dagen om een boterham te kunnen verdienen. Hij en zijn vrouw Olga hebben een geadopteerd kind, de zwarte David. David is een pientere jongen die liever boeken leest dan dat hij zijn vader meehelpt. Bij een tragisch jachtongeluk schiet Harm David per abuis dood omdat de laatste verstopt in het struikgewas het geluid van een vos imiteert. Erg sterk is de weergave van de landelijke rust en dreigende zwaarte die heerst in de keuken van een boerderij. Er wordt weinig gesproken, er wordt veel gepiekerd. Van de Coevering laat ook mooi zien hoe instanties als de milieubeweging en de overheid het de boer steeds moeilijker maken zijn toch al niet welvarende bestaan te leiden. Ook de bekrompenheid en roddelzucht na het ongeluk die een kleine gemeenschap kenmerken, zijn zeer treffend in de plot verwerkt. De climax van de roman is even pijnlijk als verrassend. Van de Coevering vertelt bedaard en zuiver zonder zich te verliezen in een exuberante of overdreven stijl. Prachtig debuut. [*****]
Fragment: 'Helaas leverden eieren tegenwoordig steeds minder op. Bedrijven gingen failliet omdat ze niet konden concurreren met de allergrootste, die niet één maar drie of vier rennen hadden en zo op vaste kosten bespaarden. Veel pluimveeboeren werden gedwongen om over te stappen op varkens. [...] Elke derde vrijdag van de maand ging Harm naar de vergadering in het dorp, net als zijn vader vroeger had gedaan. In het rokerige zaaltje achter het café klaagde hij dan over de alsmaar stijgende gemeentelijke belastingen en de over de vergunningen die hij voor elk wissewasje moest aanvragen.'

Bernlef - De pianoman Ook Bernlefs boekenweekgeschenk De pianoman wordt genoemd in de stukken van Fortuin en HP/De Tijd. En inderdaad zijn er opvallend veel overeenkomsten tussen De pianoman en Sneeuweieren. In beide boeken komen een stugge, zwijgzame, hard zwoegende boer, een gevoelige, goedbedoelende boerin en een zich anders voelend kind voor. Bernlef heeft uiteraard zijn persoonlijke twist gegeven aan het thema, dat wil zeggen: veel aandacht voor wat taal vermag en voor de schemergebieden van de menselijke communicatie. De schrijver liet zich inspireren door een nieuwsbericht van vorig jaar. In Engeland was een man aangespoeld zonder nadere identiteitspapieren. Hij leek niet te kunnen spreken en geen enkele taal te kunnen verstaan. Wel was hij een uitstekend pianospeler. In Bernlefs novelle is deze jongeman een Nederlander uit het noorden van het land. Zijn ouders spraken zelden een woord met elkaar en Thomas groeide dan ook op zonder de noodzakelijke sociale en talige communicatie. Dientengevolge spreekt Thomas pas op zijn vierde zijn eerste woordjes en blijft hij een moeizame prater. Als hij van huis wegloopt, belandt hij uiteindelijk in Engeland. Vreemdgenoeg begrijpt hij aan de hand van enkele bekende woorden steeds wat er gezegd wordt. Deze taalperikelen komen wat gekunsteld en daarmee ongeloofwaardig over. Ook de homoseksuele component die Bernlef in Thomas' zwijgen verpakt, is weinig overtuigend. Positiever ben ik over de fijnzinnige psychologische weergave van Thomas' onzekerheid en geslotenheid. Ook de passages over de verhouding tussen zwijgen en denken zijn erg goed. Niet praten kan, niet denken is onmogelijk. Dat blijkt wel uit de zelfmoord van Thomas' vader, de zwijgende boer Jelle. Hij worstelt teveel met zijn gedachten, vindt geen woorden voor zijn woede en loopt het water in. [***]
Fragment: 'Een mens kan zonder woorden, maar niet zonder gedachten. Het zwijgen kostte Thomas geen enkele moeite, maar niet meer denken, hoe deed je dat? [...] Hij zag de lege blikken van de andere patiënten die hem verder gevorderd leken dan hij. Misschien was het hun al gelukt het domein van het gedachteloze te betreden. Thomas bestudeerde hun gedrag, dat meestal bestond uit het eindeloos herhalen van hetzelfde gebaar'

J.Presser - De nacht der girondijnen Tegenvallend relaas over het dagdagelijkse leven in kamp Westerbork in de Tweede Wereldoorlog. De uiteenzetting van de hiërarchische structuren, de onderliggende economie en de (on)menselijke verhoudingen in zo'n kamp is knap gedaan, maar alles wordt verpest door de verteller, de Portugees-joodse Jacques Suasso Henriques. Deze wijshapper grossiert in oneigenlijk verwijzen naar en citeren uit literaire klassieken en dat gaat op den duur behoorlijk op de zenuwen werken. [**]

Ian McEwan - On Chesil Beach McEwan beschrijft omstandig en met veel gevoel voor detail de huwelijksnacht van een jong stelletje in het midden van de vorige eeuw, in het tijdperk voor de seksuele liberalisering dus. De angsten die de jonge mensen in hun greep houden zijn echter van alle tijden: voor de jongen een ejaculatio praecox, voor het meisje een pijnlijke en bloederige eerste keer. Door vanuit beide personages te focaliseren weet McEwan de innerlijke strubbelingen aardig weer te geven. De huwelijksnacht mislukt en de twee gaan uit elkaar. Onvergeeflijk jammer is het echter dat McEwan aan het eind het verdere verloop van de beider levens samenvat en daar een soort van morele les - 'heb geduld met elkaar' - aan vastplakt. [***]

Herman Brusselmans - Zijn er kanalen in Aalst? Een vroege klassieker uit het inmiddels enorme oeuvre van de Vlaamse meester. Zijn er kanalen in Aalst? lijkt veel op De man die werk vond, met ook hier een door angsten geplaagde ambtenaar. De personages zijn in veel gevallen onvergetelijke figuren, de vrouwelijke hebben bizarre namen als Sunshine, Splendide en Vochtige Kut. Critici die Brusselmans niet serieus nemen hebben de bloedserieuze thematiek gemist die bijvoorbeeld spreekt uit de volgende waarachtige zin: 'Ooit had hij maanden aan één stuk door de gedachte in z'n hoofd gehad dat hij kanker had. Dat was ook ziekelijk geweest.' [****]

donderdag 25 september 2008

Een gedenkwaardige avond














Zafarin, Galatá en Van Hintum zetten Feyenoord klem


"Wie door zijn wimpers keek, waande zich in de Kuip bij een FA Cup-duel, of een wedstrijd in het Duitse bekertoernooi. Met dank aan een uitstekend TOP Oss en een formidabele Wilko de Vogt." (Algemeen Dagblad Sportwereld)

"TOP Oss kan terugkijken op een prima bekerwedstrijd tegen titelhouder Feyenoord. De Brabantse ploeg hield woensdagavond in een akelig lege Kuip lang stand, vooral dankzij de uitblinkende doelman Wilko de Vogt." (Spitsnet.nl)

"oss krijgt van mij [ee]n 10,ik heb genoten van die ploeg" (Reactie op telegraaf.nl)

"Alle complimenten voor TOP trouwens hoor.Ze speelden fel en hielden hun hoofd koel.Ik had ze het echt gegund.Feijenoordspelers ik zou zelf mijn winstpremie overmaken naar TOP!" (Reactie op telegraaf.nl)

"een uitstekende doelman bij Top!!!!! Ik heb genoten." (Reactie op telegraaf.nl)

"Timmer heb je goed gekeken naar de keeper van Top Oss! Zo moet het nou" (Reactie op telegraaf.nl)

"De fans van TOP hadden het hoogste woord en zagen met een gelukzalige blik hoe hun ploeg er een verlenging uit sleepte" (PZC)

"Het feit dat de Osse fans op de momenten dat Feyenoord vooral met zichzelf in de knoop zat of TOP brutaal prikjes uitdeelde vocaal de toon aangaven, was [...] veelzeggend." (Brabants Dagblad)

"voor TOP restte [...] een diepe buiging" (Brabants Dagblad)
"TOP-Oss mijn complimenten, geweldige keeper, prima elftal. Jammer dat het niet is gelukt, jullie hadden het zeker verdient" (Reactie op AD sportwereld.nl)Zang en confettikanonnen bij opkomst spelers; gefilmd gisteravond in het uitvak:

maandag 22 september 2008

Sloterdijk, Sarkozy en Wilders: de achtergrond bij onze tijd

Naar aanleiding van:
Peter Sloterdijk - Woede en Tijd. Een politiek-psychologisch essay. Vert. Hans Driessen. SUN 2007, 319 blz.

Van Peter Sloterdijk is bekend dat hij in Martin Heidegger een van zijn filosofische leidsmannen ziet. Wanneer de Karlsruher filosoof dan een boek publiceert met de titel Woede en Tijd, is het gerechtvaardigd hier een expliciete verwijzing naar Heideggers meesterwerk Zijn en Tijd in te herkennen. Sloterdijk maakt evenwel al gauw duidelijk dat we niet bij Heidegger terecht kunnen om de wisselwerking tussen vormen van woede en het tijdsbegrip te kunnen vatten, omdat Heidegger nooit "dieper was doorgedrongen tot de samenhang tussen de historiciteit en het ressentimentskarakter van het bestaan. Zijn analyse van temporele structuren van het zorgende, ontwerpende en stervende bestaan levert geen adequaat begrip op van de diepe band tussen woede en tijd." (p.88)

Ook bekend van Sloterdijk is het feit dat hij - ooit begonnen als linkse filosoof - gevoed door teleurstelling in het linkse gedeelte van het spectrum (concreet: zijn leermeester Habermas) zich ontwikkeld heeft tot een zo nu en dan met nieuw-rechts flirtende vrijdenker. Het is dan ook bijzonder interessant te onderzoeken hoe Sloterdijk de terugkeer van woede in de eenentwintigste eeuw (o.m. het islamisme) onder de loep neemt. Hoe kunnen we zijn observaties toepassen op de Nederlandse situatie? In de inleiding valt Sloterdijk uit tegen de zelfgenoegzame essayisten die na de aanslagen van 11 september met nauwelijks verhulde trots verkondigden dat de geschiedenis was teruggekeerd, daarbij snerend naar Fukuyama's The End of History. Volgens Sloterdijk is het terrorisme bij uitstek een posthistorisch fenomeen: "Zijn tijd breekt aan wanneer de woede van de buitengeslotenen zich met de infotainmentindustrie van de ingeslotenen verbindt tot een geweldtheatersysteem voor laatste mensen. Het getuigt van een macaber misbruik van uitgeputte taalreserves als men dit terreurbedrijf een historische zin wil toedichten." (p.58) En inderdaad, hoe is het moderne terrorisme te beschouwen als een op de toekomst gericht bedrijf? In de woorden van Sloterdijk: "Is er ook maar iemand die de dragers van zwarte oogkleppen de scherpe blik wil toedichten waarmee ze de stand van de evolutie kunnen definiëren?" (ibid.)

In de inleiding ontwerpt Sloterdijk een woedebegrip dat gestoeld is op het Griekse woord thymos, "trefwoord voor het 'orgaan' in de boezem van helden en mensen die vatbaar zijn voor grote opwellingen". (p.19) Het 'thymotische' verwijst in het vervolg van het essay dus behalve naar woede in het algemeen voornamelijk naar zaken als 'wraak', 'ressentiment' en 'geldingsdrang'. Het kanaliseren van moderne uitbarstingen van deze vormen van woede vraagt om een nieuwe vorm van realisme. Plato's visie op ambitiemechanismen kan daarbij helpen, al is een terugkeer naar het Griekse idealisme absoluut niet gewenst, zo haast Sloterdijk te benadrukken: "we luisteren naar hem als naar een gastdocent van een uitgedoofde ster." (p.59) Sloterdijk slaat de spijker op de kop als hij stelt dat met de dood van God de woedeabsorberende kracht van een "streng, respect afdwingend hiernamaals" rap aan het verdwijnen is. Dat leidt tot de centrale stelling, wederom in vraagvorm geformuleerd: "Wie zou willen ontkennen dat het mateloze onheil van de afgelopen eeuw - we noemen slechts de Russische, de Duitse en de Chinese vernietigingswerelden - zijn wortels vindt in de ideologische pogingen van aardse woedeagentschappen om de wraak onder hun hoede te nemen? En wie ziet niet dat zich nu al de wolken hebben samengepakt waaruit het onweer van de eenentwintigste eeuw zal losbarsten?" (p.60)

In het eerste hoofdstuk onderzoekt de auteur de algemene kenmerken van de woededynamiek. Sluimerende ontevredenheid is in welvaartsstaten verborgen onder een dun laagje uiterlijke gelukzaligheid. Sloterdijk laakt de vigerende opvatting dat sinds het einde van de Koude Oorlog de haat als individueel en collectief reëel fenomeen verdwenen zou zijn, nog louter voortlevend in mediabeelden. Integendeel: het ressentiment is het eerlijkst verdeelde artikel ter wereld. Sloterdijk gaat zelfs nog een stap verder door uit het voorgaande de conclusie te trekken dat Heideggers cruciale begrip van de existentiële tijd als zijn-ten-dode (nadenken over de onvermijdelijke dood als voorwaarde voor een volwaardig bestaan) vervangen kan worden door een soort van 'zijn-ten-wrake': "Het bestaan kan zich evengoed richten op het gegeven dat het als geheel het traject tussen de krenking en de wraak doorloopt. Uit een dergelijke verwachtingsvolle vooruitblik op het beslissende moment ontstaat de existentiële tijd [...]. Wanneer het bestaan van woede vervuld is, heeft het niet de vorm van een vooruitlopen op de eigen dood, maar die van de anticipatie op een onafwendbare dag van de woede." (p.81) Hier valt een kritische kanttekening bij te plaatsen: vallen bij het terrorisme het moment van de wraak en het moment van de dood niet samen?

Alvorens de woede als achtergrond bij onze tijd te schetsen, geeft hij in de hoodstukken twee en drie een historische schets van de ontwikkeling van het woedebegrip. In deze hoofdstukken is Sloterdijk soms moeilijk te volgen en verzuimt hij zo nu en dan bepaalde stappen in de redenering toe te lichten. Maar, zoals Raymond van den Boogaard in 2000 in NRC al terecht opmerkte, de lezer van Sloterdijk moet vooral niet gefrustreerd raken wanneer hem eens een hoofdstuk ontgaat. Om de woede te vatten ontwerpt Sloterdijk het ietwat vage begrip van de 'woedebank', de "onderbrenging van de lokale woedevermogens en de verstrooide haatprojecten in een overkoepelende instantie, die net als elke echte bank tot taak heeft de individuele tegoeden te verzamelen en winstgevend te maken." (p.83) Het communistische systeem bijvoorbeeld wordt in hoofdstuk 3 bestempeld als een 'wereldwoedebank'. In dit derde hoofdstuk passeren de eerder genoemde Russisch-communistische, Duits-fascistische en Chinees-maoïstische geweldsprojecten de revue.

De bespreking van het onzinnige en onbegrijpelijke radicalisme van zogenaamd 'progressieve' intellectuelen in de jaren 70 m.b.t. communisme en maoïsme eindigt met een even terechte als hilarische afrekening met Sartre: "De hogeschool van de onverbeterlijkheid vond haar meester in Jean-Paul Sartre, die van de inleving in het revolutionaire geweld al sinds langere tijd een masochistische oefening had gemaakt. En toch was ook hij niet meer dan een eminente vertegenwoordiger van een generatie van fakirs, die op het spijkerbed van de zelfvernedering gingen liggen om te boeten voor het feit dat ze tot de burgerlijke klasse behoorden." Sloterdijk verwijst dan naar de nu grotesk-pijnlijke beelden uit 1970 waarop een Sartre te zien is die een onzinnig maoïstisch krantje aan het venten is. "Hoe grotesker de beelden, des te duidelijke doen ze beseffen hoe diep de kloof is tussen de woede en het principe van de adequaatheid. Die kloof is tekenend voor de paradox van de revolutionaire politiek. Sinds jaar en dag werkt deze zich in het zweet om een maat voor iets te vinden wat van nature de weg naar het mateloze volgt" (p.229-230)

Het vierde en laatste hoofdstuk ('Woedeversplintering in de tijd van het midden') is verreweg het interessantste. De traditioneel verzamelde woede is bij ontstentenis van overkoepelende systemen als het communisme een versplinterde woede geworden. Het ontbreekt aan een inzamelende organisatie, aan een 'woedebank' dus. En dat terwijl "leed, ellende en onrecht" in de tweede en derde wereld in combinatie met de door de groei van de mediacultuur ontstane informatievoorziening toch zouden kunnen leiden tot enorme uitbarstingen van woede en wraak. Maar: "Het lijkt alsof de woede niets meer wil leren. Ze komt niet tot inzicht en het inzicht komt niet tot haar. De verontwaardiging kan niet meer bogen op een wereldomspannende idee. Kennelijk zijn de traditionele linkse partijen een tikkeltje te dom voor hun eigen ambities, als ze al niet te laks zijn om er zoiets als ambities op na te houden." (p.238) Het tijdperk van de extremen is ten einde en Sloterdijk vraagt zich af wat er nu zo angstaanjagend aan was. 'Het midden' heeft de macht gegrepen, het midden met als eigenschappen 'goedmoedigheid', 'karakterloosheid' en 'despotisme' (mijns inziens in Nederland inmiddels vertegenwoorigd door het CDA met als personificaties van deze drie eigenschappen respectievelijk Balkenende, Donner en Hirsch Ballin).

Ook de "negatieve utopie" van de klimaatverandering zorgt niet voor verbroedering. "Een van de lessen van de twintigste eeuw was dat een van boven opgelegd universalisme gedoemd is te mislukken; misschien zal de eenentwintigste eeuw wel met het stigma belast worden dat hij niet in staat was op tijd voor een gevoel van gemeenschappelijke situaties van onderaf te zorgen." (p.243) Kritische politici als Wilders dragen bij aan het van onderaf benoemen van de problemen. De cruciale vraag is of hij hiermee een gemeenschapszin aanboort of juist voor een nieuwe tweedeling zorgt. Wat buiten kijf staat, is dat 'succesvolle' ficties als 'dé multiculturele samenleving' ernstig in twijfel worden getrokken, en dat is conform de functie van Kritiek: "Kritiek was, welteverstaan, de gevolgtrekking uit de ontologische veronderstelling dat ficties op feiten kunnen stuklopen. Nu zijn het de feiten die op ficties stuklopen - al was het maar omdat hun voortaan slechts de status van succesvolle ficties wordt verleend." (p.246)

De andere partijen blijven volharden in hun verzuim Wilders op argumenten aan te pakken. Ze komen nog steeds niet verder dan een mengeling van neerbuigend grinniken en - op z'n Marcel van Dams - het probleem verschuiven naar de moreel "minderwaardige" Wilders. En dat terwijl Wouter Bos - juist Bos - onlangs eindelijk blijk gaf van inzicht door de integratie hét overkoepelende thema van onze tijd te noemen. Een thema waarbij polarisatie nodig is om progressie te boeken. En ja, in dat proces zullen de grenzen van het betamelijke zo nu en dan overschreden (moeten) worden. Jammer alleen dat Bos' eigen adjudant Mariëtte Hamer precies zo'n type is waarop Sloterdijks stempel "te dom voor [de] eigen ambities" (zie boven) van toepassing is, met haar inhoudsloze, uitgemolken kamscheerdersmetaforiek. Geert Wilders is nog steeds niet op argumentatieve gronden aangepakt. En daarmee heeft hij te midden van al zijn schreeuwerige retoriek het gelijk nog immer aan zijn zijde.

Sloterdijk beschrijft de postcommunistische situatie waarin de planeconomie is vervangen door de markteconomie, en daarmee de taal door het geld. Dissidente emoties die traditioneel ten grondslag liggen aan woede en wraak raken zodoende "sociaal geïsoleerd" en "taalkundig verarmd". Vandalisme is dan het resultaat, in de definitie van "de negativiteit van de domme man en dus als een vorm van woede die het definitief heeft opgegeven om tot inzicht te komen." (p.268) Sloterdijk licht dit toe aan de hand van de onlusten in de Parijse banlieus in oktober 2005. Deze bladzijden (p.268-277) zijn de overtuigendste van het hele boek. De heersende politieke macht bleek niet in staat de situatie juist in te schatten. "Alleen minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy bleek een scherp oog te hebben voor de psychopolitieke situatie. Door de onruststokers openlijk uit te maken voor 'tuig' (racaille), dat men met de hogedrukreiniger zou moeten wegspuiten, zondigde hij niet alleen tegen de regels van het politieke beau parler, maar maakte hij ook duidelijk dat naar het oordeel van de nieuwe morele meerderheid in het land dit keer geen inspanningen op het gebied van de integratiepolitiek geboden waren, maar compromisloze eliminatieprocedures. Misschien is uit deze verbale uitval een veelbelovend paradigma van politieke semantiek geboren." (p.269)

Onzinnig is het om, zoals rechts, te spreken van de rellen als geplande, gecoördineerde acties. Nog onzinniger, "tergend" zelfs, is het om met Jean Baudrillard de schuld te leggen bij de autochtone Fransen die zich volgens deze linkse filosoof alleen nog als zodanig kunnen handhaven door immigranten te discrimineren. Zinniger is de verklaring van Hans-Magnus Enzensberger die de verklaring zoekt in het gevoel van overbodigheid, van "teveel zijn" onder de allochtonen jongeren in de troosteloze voorsteden. Sarkozy lijkt in te zien dat politiek tegenwoordig neerkomt op "een systeem van maatregelen ten behoeve van militante consumentenbescherming". Met Agamben toont Sloterdijk aan dat een "primaire sociofobische component" in het sociale leven van de mens heel normaal is. Het doel van sociale organisatie is - heel simpel - het beperken van de last die mensen van andere mensen ondervinden.

Overkoepelende systemen mogen ten onder zijn gegaan, er is echter nog een potentiële woedebank: de politieke islam. Kan deze uitgroeien tot nieuwe wereldbank? Sloterdijk is resoluut: nee. Gebeurtenissen als de Deense cartoonrellen en de aanslagen op moskeeën in Irak tonen aan dat overhaasting en onbezonnenheid een serieuze ontplooiing in de weg staan. "De gebeurtenissen spreken een duidelijke taal. Ze zeggen meer over de honger naar aanleidingen om erop los te slaan bij bepaalde groepen dan over een vermeend onafwendbaar conflict tussen culturen." (p.289) Het overschot aan woedende jongemannen in Arabische landen zal verspild worden aan levensverslindende burgeroorlogen. Tenzij de islam haar achterstand in korte tijd weet in te lopen, zal er nooit een woedeverzamelende instantie ontstaan die de woede 'winstgevend' weet te maken. "Het radicale islamisme van onze tijd is het eerste voorbeeld van een puur wraakzuchtige ideologie: het kan alleen straffen, maar brengt niets tot stand." (p.293) Het ontbreekt de islam aldus aan toekomstvisie: "De zwakheid van de islam als politieke religie, of hij nu van genmatige of radicale snit is, vloeit voort uit het feit dat hij principieel op het verleden is gericht." (ibid.) Daarmee zal zij het - niettemin aanwezige - woedekapitaal op bloedige wijze verspillen in plaats van het te investeren.

De verspreide, regionale woede zal deel uit blijven maken van onze tijd en samenleving. In de epiloog pleit Sloterdijk voor een "meritocratie die zowel inter- als transcultureel een antiautoritair ontspannen moraal weet te verenigen met een duidelijk normbesef en respect voor onvervreemdbare mensenrechten." (p.298) Hiervoor is een rationaliteitscultuur nodig, gebaseerd op de politieke modus van de balanceeroefening: "Balanceren betekent: noodzakelijke strijd niet ontwijken en overbodige strijd niet provoceren." (ibid.) Daarmee eindigt Sloterdijk op de valreep toch met een teleurstellende handreiking. Want hoe valt dit beroep op de "balanceeroefening" te rijmen met de eerder geuite typering van het midden als de "meest vormeloze van alle monsters"? En met het "veelbelovend[e] paradigma van politieke semantiek" (zie boven) van Sarkozy in Frankrijk en Wilders en Bos (althans diens oproep daartoe) in Nederland? Hoe doorwrocht en steekhoudend Sloterdijks betoog ook is, concrete aanzetten voor de toekomst ontbreken te vaak. Zo is de notie van 'overbodig zijn' die leeft onder allochtone jongeren een interessante. De vraag is echter of deze overbodigheid alleen onder de jongeren zelf leeft of ook een reële situatie typeert. Dit is belangrijk om de ontwikkeling van hun woede (vandalisme, intimidatie e.d.) zoals die recent in Amsterdam, Utrecht en Gouda tot wasdom kwam te begrijpen en aan te pakken. Het is echter de taak van de nieuwe poltitiek om hier creatief-rationalistisch mee aan de slag te gaan.

Peter Sloterdijk schetst soms helder, soms duister, maar altijd indringend de politiek-psychologische werkelijkheid van de eenentwintigste eeuw, zonder daarbij hete hangijzers als het islamisme en het vandalisme uit de weg te gaan. De cruciale vraag hoe de om zich heen grijpende woede te controleren, wordt helaas niet voldoende beantwoord. Maar misschien is er helemaal geen antwoord. Het laatste hoofdstuk opent met een prachtig citaat van de socioloog Niklas Luhmann: "De conservatieven beginnen met teleurstelling, de progressieven eindigen met teleurstelling, allen lijden aan de tijd, en daarin stemmen ze overeen. De crisis wordt algemeen." (p.237) Woede zal ooit uitdoven, nieuwe problemen zullen zich aandienen, het ware probleem is en blijft toch het lijden aan de tijd. En daarmee zijn we alsnog terug bij Heidegger.

zondag 21 september 2008

Travis Barker in kritieke toestand na vliegtuigcrash

Het nieuws van gisteravond was verschrikkelijk. Een vliegtuig met daarin ex-Blink 182-drummer Travis Barker was bij het opstijgen neergestort en onmiddellijk in brand gevlogen. Over de toestand van de zes inzittenden konden nog geen mededelingen worden gedaan.

Later kwam er meer duidelijkheid. Barker en DJ AM (Adam Goldstein) zouden de enige twee overlevenden zijn. Niettemin zijn zij in kritieke toestand naar een brandwondencentrum overgebracht. De andere vier inzittenden hebben de crash niet overleefd.

Gedurende de afgelopen nacht kwamen er meer en meer feitjes aan het licht en werd er tevens druk gespeculeerd. Uit de berichtgeving van de serieuzere media blijkt dat Barker en Goldstein waarschijnlijk ongeloofijk veel geluk hebben gehad. De vier personen die zijn omgekomen, zijn - naast de piloot en de co-piloot - Barkers bodyguard Charles Still en zijn persoonlijke assistent Chris Baker. De twee konden worden beschouwd als zeer intieme vrienden van de drummer. Ooggetuigen verklaren dat het vliegtuig in een regen van vonken van de baan schoot, een hek ramde, over een weg schoof, om tegen een helling met een klap tot stilstand te komen. Het wrak vloog daarop meteen in brand. Barker en Goldstein waren bij bewustzijn en trachtten zich wanhopig te ontdoen van hun brandende kledingstukken, daarbij geholpen door toegesnelde omstanders.

Travis Barker schijnt voornamelijk vanaf zijn middel naar beneden verbrand te zijn. Adam Goldstein - ook bekend als ex-bandlid van Crazy Town en als voormalige verloofde van eerst Nicole Ritchie en later Mandy Moore - is ernstig verbrand in zijn gezicht. Voorzichtige prognoses wijzen erop dat de twee een redelijke kans maken het ongeluk te overleven.

Zie voor beelden en uitgebreide, up-to-date berichtgeving de Wikipedia-pagina over Barker en de websites MSNBC en newsday.com

Update 22/9: Goed nieuws!: AD.nl

woensdag 17 september 2008

Literaire helden

Afgelopen weekend vond in het Letterkundig Museum de verkiezing van Literaire Held van de Nederlandse literatuur plaats. Vier schrijvers hielden een pleidooi voor hun persoonlijke favorieten en de aanwezigen mochten hun stem uitbrengen op hun favoriete personage. De verkiezing leverde een interessant lijstje op met een verwachte winnaar:

1.Japi (De Uitvreter - Nescio)
2.Max Havelaar (Max Havelaar - Multatuli)
3.Olivier B. Bommel (Tom Poes-verhalen - Maarten Toonder)
4.Philip Corvage (Ivoren wachters - S. Vestdijk)
5.Kees Bakels (Kees de jongen - Theo Thijssen)
6.Frits van Egters (De avonden - Gerard Reve)
7.De Bree (Bint - F. Bordewijk)
8.Ina de Kruijff (Een coquette vrouw - Carry van Bruggen)
9.Olga Stapels (Turks fruit - Jan Wolkers)
10.Karel Boorman (Lijmen & Het Been - Willem Elsschot)

Japi uit Nescio's verhaal De Uitvreter is een klassiek personage. Reeds na de eerste zin is hij vereeuwigd: 'Behalve den man die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter'. Japi, 'wiens achternaam nooit geweten is,' is dé melancholiek-mysterieuze held die de Nederlandse condition humaine representeert, de dromer die zich niet weet te schikken in het laaglandse burgermansbestaan, de 'eenzelvige vriend die iedereen begrijpt maar die niet helemaal te begrijpen is'. Aan het eind van het verhaal stapt (niet springt) hij van de Waalbrug in Nijmegen.

Ook ik heb maar eens een dergelijk lijstje in elkaar gesleuteld. Hieronder de tien (eigenlijk: elf) personages die op mij veel indruk hebben gemaakt. Het Letterkundig Museum hanteerde als criterium dat de personages uit werk van overleden schrijvers afkomstig moesten zijn. Dat vind ik een onzinnige regel en die heb ik dan ook niet overgenomen.

1.Frits van Egters (De avonden - Gerard Reve)
2.Louis Tinner (De man die werk vond & Nog drie keer slapen en ik word wakker - Herman Brusselmans)
3.Albert Egberts (Vallende ouders & De gevarendriehoek - A.F.Th. van der Heijden)
4.Japi (De Uitvreter - Nescio)
5.Archibald Strohalm (archibald strohalm - Harry Mulisch)
6.Alfred Issendorf (Nooit meer slapen - Willem Frederik Hermans)
7.Philip Corvage (Ivoren wachters - S.Vestdijk)
8.A.W.Gijselhart (Mystiek lichaam - Frans Kellendonk)
9.Walter Vedder & Chris Anijs (Publieke werken - Thomas Rosenboom)
10.Oom Werner (Sluitertijd - Erwin Mortier)

Uw lijstje mag in de comments gepost worden!

zondag 14 september 2008

Een verzwelgende ijzeren zee

Laatst verscheen op teletekst het bericht dat Keane-zanger Tom Chaplin succesvol afgekickt is van zijn drugs- en drankverslaving. De Brit liet zich opnemen in een kliniek ten tijde van de promotietour voor het tweede Keane-album Under the Iron Sea. Volgende maand verschijnt het langverwachte derde album, dat Perfect Symmetry gaat heten. Het thema van die plaat zal zijn dat "mensen wat aardiger voor elkaar moeten zijn". Deze late John Lennon-thematiek belooft weinig goeds. Het vorige album kende wat dat aangaat een veel donkerder sfeer. Chaplin verwijst ook terug naar dit album als zijn persoonlijke problematiek ter sprake komt: "Ik heb die donkere periode nu afgesloten en verwijs iedereen naar Under the Iron Sea om te begrijpen door welke hel ik ben gegaan."

Ik vond en vind Under the Iron Sea een heel mooi album. Juist de sombere en bij vlagen wanhopige sfeer die het uitademt, maken diepe indruk. Liedjes variëren van lichtgrijs tot het diepste zwart. Laat ik Chaplins advies eens ter harte nemen en door middel van het album erachter proberen te komen hoe zijn hel eruit zag. Die hel is mijns inziens geconcentreerd in 6 of 7 nummers: 'Atlantic', 'Is It Any Wonder?', 'A Bad Dream', 'Hamburg Song', 'Crystal Ball', 'Try Again' en het titelloze instrumentale intermezzo. De andere nummers verwijzen in mindere mate naar Toms problemen, al zijn er wel raakpunten. 3.Nothing in My Way adresseert een Ander, bijvoorbeeld in de mooie zin For a lonely soul, you're having such a nice time. Die ander pretendeert eenzaam te zijn, maar de ik weet wel beter. 4.Leaving So Soon? heeft qua muziek en vooral qua zang meer een vragende of berustende ondertoon. Zie bijvoorbeeld de schitterende regels You must think I'm a fool / So prosaic and awkward and all, waarin dat "and all" heel knap terugverwijst naar "prosaic". Ook proef ik meer wilskracht in dit nummer: [...] if you don't need me / I don't need you. 7.Put it Behind You spreekt eveneens een ander toe, dit keer bemoedigend: Time will help you out / Better put it behind you now / You better put it behind you now. Het experimentele 10.Broken Toy - dat inderdaad muzikaal wel ergens doet denken aan een kapotte draaidoos - legt de schuld eenvoudigweg bij het ouder worden: I guess I'm a toy that is broken / I guess we're just older now. 11.The Frog Prince is een virtuoos staaltje de vloer aanvegen met een vuilbekkende rivaal die iets te overmoedig is geweest in het neersabelen van Keane (concreet: Johnny Borrell van Razorlight)

Tom Chaplin vind ik zoals gezegd echt terug in de zes genoemde nummers. Het album opent ijzersterk met het neerslachtige 1.Atlantic. Een dreunend drumritme wordt ondersteund door dreigende pianotonen. Chaplin zingt alsof hij zeer vermoeid en sterk vereenzaamd is, wat ondersteund wordt door de tekst: I don't wanna be old and sleep alone / An empty house is not a home / I don't wanna be old and feel afraid. Hij is wanhopig op zoek naar licht aan het eind van een diepzwarte tunnel. Dit laatste komt mooi naar voren wanneer de muziek plotseling overgaat in een soort droomstemming en de tekst de desperate wens verwoordt te ontsnappen aan de puinhopen: I need a place / That's hidden in the deep / Where lonely angels sing you to your sleep / Though all the world is broken. 2.Is It Any Wonder? sluit daar dicht bij aan, al is de muziek hier eerder opzwepend en onstuimig. Dit verwijst wellicht naar de emotionele achtbaan waarin een verslaafde zich bevindt (zie ook de clip). De tekst laat niets aan duidelijkheid te wensen over: I.. I always thought that I knew / I'd always have the right to / Be living in the kingdom of the good and true. Twee thema's uit de opener keren hier terug, nl. de vermoeidheid en de angst: Is it any wonder I'm tired? [...] Is it any wonder that I feel afraid? Ook de eenzaamheid is te herkennen, in dit specifieke geval het ontbreken van een wederhelft: Sometimes I get the feeling that I'm / Stranded in the wrong time / Where love is just a lyric in a children's rhyme, a soundbite.

Zeer intens is 5.A Bad Dream. Opnieuw een wat trage, vermoeide zang die begeleid wordt door triestig klinkende muziek. Eenzaamheid en - wederom - de alles zinloos makende vermoeidheid zijn prominent aanwezig, geconcentreerd in het refrein: I wake up, it's a bad dream, no one on my side / I was fighting / But I just feel too tired to be fighting / Guess I'm not the fighting kind / Wouldn't mind it / If you were by my side / But you're long gone. Ook het terugverlangen naar het gelukzalige verleden is mooi verwoord in de bridge: I don't even know / My strange old face / And I'm thinking about those days. Het absolute hoogtepunt (of, wat Chaplin betreft: dieptepunt) is de 6.Hamburg Song. Een in en in triest nummer. Zeer kalm, zeer minimalistisch qua muzikale begeleiding. Hier komt ook een ander motief tot uitdrukking: de slechte invloed van de sterrenstatus: I don't wanna be adored / Don't wanna be first in line / Or make myself heard. De eenzaamheid is groter dan ooit, terwijl er juist behoefte is aan iemand met een opbeurende invloed: Just shine, shine, shine / Shine a little light / Shine a light on my life / And warm me up again. Na de voortreffelijke pianosolo komt de absolute verkilling en verstening even simpel als intens tot uitdrukking: Say a word or two to brighten / My day.

Het verborgen, instrumentale nummer verbind ik altijd weer met de titel van de plaat. Je moet het beluisteren om dat te kunnen beamen: het klinkt echt als een ijzeren zee. Hoge, dreigende, verzwelgende golven en het piepende, krakende geluid van schurend ijzer. In de successingle 8.Crystal Ball worden wederom vragen gesteld naar zin en nut: Oh, crystal ball, crystal ball / Save us all / Tell me life is beautiful. De heideggeriaanse geworpenheid dringt zich op en hoop is ver weg: I don't know where I am / And I don't really care / I look myself in the eye, there's no one there / I fall upon the earth / I call upon the air / but all I get is the same old vacant stair. De persoonlijkheidsverandering die een verslaving met zich meebrengt, is onderwerp van bezinning in het gevoelige 9.Try Again: What I was isn't what I am / I'd change back but I don't know if I can. En wederom is er iemand nodig die de ik uit de put trekt: God I wish you could see me now / You'd pick me up and you'd sort me out.

Samenvattend was Tom Chaplin vooral vereenzaamd en vertoonde hij kenmerken van depressiviteit, zoals extreme vermoeidheid en lethargie, wanhoop en een intens terugkijken en -verlangen naar het gelukzaligere verleden. Nu schijnt de zanger er dus weer bovenop te zijn en dat moet tot uitdrukking komen in de hernieuwde Lebensbejahung op Perfect Symmetry. Een verslaving is een vervelend, treurig fenomeen en we moeten dan ook blij zijn voor Tom Chaplin dat hij weer beter is, maar uit die donkerzwarte periode is wel een fenomenaal album voortgekomen. Daar ben ik - hoe grof het ook mag klinken - de drugs en de drank toch ergens wel dankbaar voor.

woensdag 10 september 2008

Onheilsprofeten

Eerder berichtte ik hier en hier over het schitterende wetenschappelijke project op de grens van Frankrijk en Zwitserland. Vandaag gingen dan eindelijk de eerste protonen een rondje racen. De media pakten groots uit met de berichtgeving rondom deze mijlpaal. Zelfs Google had zijn homepage aangepast.

Veel aandacht ging uit naar de onheilsprofeten die zowat het einde van de wereld voorspelden. Ook minuscule zwarte gaten zouden we niet kunnen controleren en dat betekent de vernietiging van het leven. Een Duitse scheikundige spande zelfs een ultiem proces aan om de ingebruikname een halt toe te roepen. Ik dacht altijd dat zulke wetenschappers gedreven werden door rancune en jaloezie, dat het gefnuikte topacademici zijn. Ze hadden dolgraag deel uitgemaakt van het bevoorrechte team dat aan het werk is onder de grond, hadden daar willen schitteren. Maar vandaag bedacht ik dat het deze tegenstanders in feite niet om de roem te doen kan zijn. Als ze ongelijk hebben en het allemaal meevalt met die zwarte gaten, dan worden ze onderwerp van spot en hoongelach onder collega's en geïnteresseerden. Maar als ze het werkelijk bij het rechte eind hebben, dan is er ook meteen niemand meer om dat gelijk te erkennen, om ze de eer te geven die hen dan toekomt...

Overigens gaan de eerste deeltjes pas op 21 oktober botsen, dus we mogen niet te vroeg juichen. En anders is het schijnbaar ergens aan het eind van december 2012 wel raak. Volgens de Maya's op 21 december, de Egyptenaren geven ons dan nog twee dagen respijt: 23 december. De laatsten beroepen zich op de kanteling van de polen die dan plaatsvindt, de eersten zien dan hun kalender eindigen. Het misverstand is echter dat de wereld dan niet vergaat, nee, we gaan gewoon een nieuw - en zelfs beter - tijdperk in. Maar eerst moeten we door een diep dal. Een zwart gat dus. Het lijkt CERN wel.

dinsdag 9 september 2008

Encyclopedie van de somberheid (5)

5. Positivo hakt sneller knoop door

"Sombere mensen denken na voordat ze een beslissing nemen en vrolijke mensen hakken de knoop door. Daarnaast scheelt opgewekt beslissen ook behoorlijk wat tijd.
Dat blijkt uit onderzoek waarop psychologe Marieke de Vries in september hoopt te promoveren aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
De Vries onderwierp haar proefpersonen aan een gokspel, waarbij duidelijk was werd dat somber gestemde personen liever vasthouden aan een beredeneerde regel of beslissing. Spelers kregen te horen dat gokkans A een hogere winst zou bieden dan B. Die uitkomst werd vervolgens een paar keer bevestigd. Maar als de spelers daarna een paar keer verloren, lieten de vrolijke personen zich afleiden door hun gevoel en probeerden ze toch een keer B. Sombere personen bleven vasthouden aan de beredeneerde keuze.
De promovenda: 'Maar er is niet te zeggen welk besluit nou het beste is. Een impulsieve beslissing scheelt in elk geval tijd. Een opgewekte toestand scheelt veel gewik en geweeg en dus tijd en energie.'"
(De Telegraaf 28-08-2008)

zondag 7 september 2008

[Rhodos 2008] Dag 8: Gate?; of hoe we met de nodige vertraging weer naar huis vliegen

Dit is de laatste bijdrage over Rhodos 2008.

De laatste dag is altijd maar een halfslachtige dag. Je moet dan voortijdig je kamer uit en van echt genieten komt niet veel meer terecht. Om negen uur staan we op. We besluiten de bende voorlopig de bende te laten en eerst te gaan ontbijten. De koffie smaakt weer perfect. Na afloop van de maaltijd bedanken we middels een ferme handdruk Arianna voor de goede service en haar opgeruimdheid.

Voor we aan het zwembad gaan zitten, gaan we toch maar eerst de koffers inpakken. We moeten voor twaalf uur de kamer uit zijn, al horen we van andere gasten dat je je kamer ook best tot zes uur kunt behouden als je daar om vraagt. Wij zien hier het nut niet van in en houden de gangbare tijd aan. Als alle troep in de koffers is geperst, laten we de gevaarten nog wel even staan in de kamer. Aan het zwembad is het behelpen. We hebben nu ongunstige plaatsen, omdat we pal in de stormachtige wind zitten. Ook is het opvallend rustig ín het zwembad. Zelf gaan we nog wel even te water, maar ikzelf ga niet meer kopje onder.

Tegen elven gaan we de koffers maar ophalen, zodat de kamermeisjes kunnen poetsen. In de hal hebben meer mensen hun koffers gestald en wij volgen hun voorbeeld. 's Middags opteren we voor een stevige lunch, aangezien we om kwart voor zes zullen worden opgehaald en van eten dus niet veel meer zal komen. Het stokbrood ham-kaas van de vorige dag was uitstekend bevallen en het belandt vandaag weer op mijn bord. Een paar uur later - als we ons omgekleed hebben - gaan Bob en ik nog naar de Hollands Glorie, een Nederlandse snackbar in de buurt, om een frikadel speciaal naar binnen te schuiven. Als we terugkomen in de lounge van het hotel vertelt de achtergebleven Meeuw dat Freek van Dijk er net was:

CABARET FREEK VAN DIJK, PART IV
"Je weet dat je twaalf uur vertraging hebt?"
De Meeuw kijkt Van Dijk verschrikt aan.
"Twaalf uur vertraging?"
"Haha, nee hoor, ik maar een geintje..."

Even later komen ook de Ruska en zijn vrouw de lounge binnen. Zij blijken ook om kwart voor zes te worden opgehaald. De reus steekt meteen van wal over ondernomen excursies en de moeilijkheden van de Nederlandse taal. Reeds om half zes - on-Grieks een kwartier te vroeg - rijdt de bus voor. We bedanken Freek nog maar eens voor zijn gedenkwaardige begeleiding, humor en 'vakmanschap'. Freek van Dijk, wat een held. We werpen een laatste blik op het hotel. Het was een degelijk onderkomen, maar bij lange na niet de vier sterren die de folder vermeldde. Het was een echt driesterrenhotel: goede, ruime kamers met een nogal kleine badkamer, een redelijk zwembad en een redelijk tot goed buffet. Het gebrek aan vertier - niet alleen 's avonds maar bijvoorbeeld ook het ontbreken van een ruimte met biljart, tafeltennistafel e.d. - verhinderen echter een hogere waardering.

De bus druppelt langzaam vol met voornamelijk Walen die het vliegtuig naar Luik moeten hebben. De vertrekhal van Rhodos Airport ziet er verrassend groot en netjes uit. We moeten even wachten op bericht over de incheckbalie, maar wanneer dat verschijnt, staan we redelijk vooraan in de lange rij. De koffers komen veilig langs een monsterlijke hermafrodiet die bij de scanner staat. De douane zijn Bob en ik vlug gepasseerd. De Meeuw probeert echter een flesje vloeistof in zijn handbagage mee te smokkelen en wordt meedogenloos uit de rij gepikt. We vrezen even dat de douanier hem mee zal nemen voor dieper onderzoek, maar gelukkig mag hij snel weer doorlopen.

In het gatesgedeelte begint het lange wachten. In tegenstelling tot Schiphol waar de gate al dagen van tevoren bekend is, moeten we hier via een scherm vernemen waar we moeten zijn. We vliegen om 20.55 uur, om 21.00 uur staan we echter nog steeds met kleine oogjes en een stijve nek naar het scherm te staren... Tien minuten later staan daar dan eindelijk 'gate 5' en iedereen haast zich naar de betreffende gate. Onderweg zien we echter plotseling twee bekende gezichten. Robin en Nicole zijn inmiddels ook gearriveerd en zitten op een bankje te wachten. We praten nog wat na over de kroegentocht en het restant van de vakantie, maar dan moeten we helaas toch echt afscheid van ze nemen...

Bij gate 5 staat een enorme rij. Sommige mensen lopen die voorbij om in het halletje te gaan zitten, ook de Ruska en zijn eegaatje. Maar... ze gaan niet zitten, nee, ze gaan heel sneaky vooraan naast de rij staan om mooi als een van de eersten de gate te passeren wanneer die opengaat. Vooruit, we vergeven de arglistige Wiebe. Bij het vliegtuig loopt iedereen naar de voorste trap. Velen moeten echter de achterste hebben, waaronder wij. We lopen netjes om de oranje pilon heen. Andere mensen doen dat niet en we kijken hoopvol of ze misschien de motor ingezogen zullen worden, maar helaas.

Om kwart voor tien stijgen we op en verlaten daarmee het eiland Rhodos. Een mooi eiland, mooier dan Kos en Rhodos-stad is een gezellig plaatsje. De Bar Street is hier bruisender gebleken dan die in Kos-stad. We hebben een dag besteed aan excursie en de overige aan relaxen, een juiste verhouding dunkt mij. De terugreis verloopt zonder kleerscheuren, al ergeren we ons zo nu en dan dood aan de kijvende kinderen van de familie voor ons. Ik vorder eindelijk een flink stuk in De slinger van Foucault. We landen om half een. Op Schiphol is het z.k.h. Theo van Tiel die ons opwacht om ons naar huis te transporteren en om een uur of twee plof ik thuis in de bank. Het zit erop, nu weer een jaar sparen.

vrijdag 5 september 2008

[Rhodos 2008] Dag 7: Vlag?; of hoe onze reisleider de gemoederen bezig houdt

Vandaag is de laatste volledige dag. Bob is weer fit, maar blijft net als de Meeuw nog wat langer liggen. Als ik zit te eten komt de Meeuw ineens binnen en even later verschijnt ook Bob in de ontbijtzaal. Na het ontbijt gaan we nog even naar de hotelkamer om de rugzak met spulletjes voor bij het zwembad te pakken. Als we weer beneden komen staat daar bij de receptie... Freek van Dijk! We confronteren hem met zijn extraverte gedrag tijdens de kroegentocht en met zijn vroegtijdige aftocht.

CABARET FREEK VAN DIJK, PART II:
"Nee hoor, ik had nergens last van. Ik stond de volgende ochtend alweer om kwart voor acht op het vliegveld..."

De vraag is echter in welke staat verkerend... Van Dijk is snel weer weg en wij zoeken het zwembad op. Helaas is de wind weer aardig opgestoken. We hebben nu een kwalitatief hoogstaander luchtbed weten te bemachtigen en omdat het de laatste dag is en we het luchtbed aan het eind van de middag toch zullen achterlaten, sparen we het gevaarte niet. We martelen het ding en proberen er vanuit het water op te klimmen om er dan op te gaan staan, wat nog niet meevalt.

We hebben alledrie ons leesvoer deze vakantie. De Meeuw verdiept zich in Soap van Paul Mennes en Slavenhaler van Rob Ruggenberg. Bob vliegt door Da Capo Best Music Writing 2003 en begint later aan Herman Melville's klassieker Moby Dick. Ik heb drie boeken bij me: De slinger van Foucault van Umberto Eco, De ontrafeling van de kosmos van Brian Greene en Woede en tijd van Peter Sloterdijk. Van lezen komt echter weinig terecht omdat ik mijn aandacht maar met moeite kan verleggen naar het leesvoer. Wel lees ik de VI, de Vrij Nederland en de HP/De Tijd uit. Ook de iPods - of in het geval de Meeuw: de iRiver - worden veelvuldig benut. Mijn drie meest beluisterde liedjes van deze vakantie zijn:
1. Angels & Airwaves - Do it for me now
2. A - The Springs
3. Taking Back Sunday - Miami

De lunch is vandaag een succes. Ik bestel een sandwich ham/cheese en wordt getrakteerd op een flink stokbrood met ham, kaas, tomaat, sla en komkommer. Bob neemt voor de zesde achtereenvolgende keer de portie gyros met friet. 's Middags blijven we zo lang mogelijk aan het zwembad liggen. Als het al avond is, worden we verrast door een formidabel schouwspel. De Ruska en zijn vrouwtje zijn op excursie geweest en willen nu nog een frisse duik nemen. De Ruska springt meteen in het oog met zijn immense ballenknijper. Het broekje is zo groot dat wij er ook in hadden kunnen kamperen. Hij doucht zich en loopt dan naar het zwembad, zich positionerend om erin te duiken. Zijn 'duik' is echter heel bijzonder: hij laat zich gewoon voorover vallen en in zijn val draait hij naar rechts, waardoor hij met een klap zijwaarts op het wateroppervlak stort.

Als laatsten gaan we de kamer opzoeken. Het eten is 's avonds ons laatste avondmaal. We genieten nog een keer van de vele lekkernijen en het schepijs, en van het toetje van de dag. Na het diner gaan we nog even op het terras zitten. Er is wederom niets te doen, een groot minpunt van dit hotel. De Griekse avond was nog wel aardig, maar verder is er bar weinig te doen 's avonds. Er was ook nog een karaokeavond, maar die hebben we gemist omdat we toen op kroegentocht waren. Na een biertje gaan we maar Bar Street in. Pete's Bar is de bestemming, het terras van de Collina waar de Amstel maar €1,50 is. We hebben net een slok genomen als mijn oog valt op een gehaast mannetje dat in zijn eentje de straat afschuimt. Als hij dichterbij is, zie ik wie hij is...: Freek van Dijk!

Uiteraard roep ik hem en we maken een praatje. Hij vraagt ons of we hebben genoten van de Bar Tour. We antwoorden uiteraard met een volmondig "ja". "Hier, ik zei toch dat we kwaliteit leveren!," repliceert een triomfantelijke Freek. Wij op onze beurt vragen o.m. wat hij aan het doen is ("o, gewoon effe aan het lopen") en wat zijn agenda is. Hij moet morgenochtend weer op het vliegveld zijn om nieuwe gasten welkom te heten. Dan acht ik de tijd rijp om hem te confronteren met zijn verloren vlag:

CABARET FREEK VAN DIJK, PART III:
"En Freek, heb je je vlag al teruggevonden?"
"......... Ja, morgenochtend vliegveld, ja..."
"Nee, of je je vlag al teruggevonden hebt?"
"...Vlag?"
Ik houd stug vol:
"Ja, die was je toch kwijtgeraakt tijdens de Bar Tour?"
"Ach ja... die zal daar voor nog wel ergens staan..."

En weg is Freek. Even later wordt ons uitzicht en onze rust verstoord door een groepje overjarige Zweden die luidruchtig voor ons plaatsnemen. De mannen zijn qua kleding en kapsel blijven steken in de seventies, de vrouwen zijn van die types die dertig jaar geleden als matras dienst deden in Rhodos-stad en nu op zoek zijn naar die tijd. Bij de vier is ook een downer. Het kereltje zit mooi op zijn gemak rond te kijken en we komen al gauw tot de conclusie dat hij in feite nog de normaalste en de verstandigste is van de vijf... Hij heeft een stem als Tom Waits en na een half uur wordt hij met vijf euro weggestuurd door de kettingrokende lolbroeken.

Om een uur of één dient de vraag zich aan: wat te doen? Bob wil eigenlijk wel terug naar het hotel, wat we vervolgens dan maar doen. De Meeuw voelt zich niet zo lekker (vermoeidheid, of staar) en wil ook liever niet meer terug naar de Street. Daarom besluiten we maar eens vroeg te gaan pitten. Het zit er alweer bijna op.

woensdag 3 september 2008

[Rhodos 2008] Dag 6: Laars of Extra Laars; of hoe een geniepige lilliputter mij bijna een loer draait

De rest is naspel. Wanneer ik de volgende ochtend ontwaak, kijk ik eerst naar de compagnons. Gelukkig, ze bewegen allebei nog. Ik verbaas me wederom over het feit dat ik nergens last van heb, zelfs niet na zo'n uitputtingsslag als die van de voorbije avond en nacht. Wel heb ik kippenvel, maar dat komt door de airconditioning. Op het balkon is het inmiddels alweer +25 graden Celsius en ik blijf dan ook eerst een kwartier in de zon staan, voorover over de reling hangend, om goed wakker te worden en de gebeurtenissen te laten bezinken.

Ik krijg spoedig honger. Bob en de Meeuw worden wakker en geven te kennen het ontbijt over te slaan. Beneden komt Arianna de thermoskan koffie en het kannetje melk brengen. Ze vraagt waarom ik maar alleen ben. Ze geeft echter meteen zelf het antwoord door het drinkgebaar te maken, gevolgd door het slaapgebaar. Ze kent het klappen van de zweep. Ik schuif mijn voedsel moeizaam naar binnen, maar de koffie en vooral het water slaan goed aan. Om negen uur hang ik in het ligbed. Het waait vandaag een keer niet en dat is - ondanks de hitte - ook wel een keer lekker. Ik schakel de iPod aan - Angels & Airwaves - en trek zo nu en dan een baantje. Tegen tienen haal ik De Telegraaf en erger me weer dood aan de column van Rob 'Unibrow' Hoogland. Nu moet elke ouder zijn kind ineens op waterpolo doen. Wat een kutjanus.

Zo gaan de uren voorbij. Als het kwart over twaalf is en Bob en de Meeuw nog steeds niet verschenen zijn, ga ik over tot harde maatregelen. Ik bel de Meeuw en laat één keer overgaan. Een kwartier later staan ze beiden voor mijn neus. "Als je niet gebeld had, lagen we nu nog te pitten," is de mededeling. Ze zijn er nu, net op tijd voor de lunch. De Meeuw kiest voorzichtig de tosti ham-kaas met chips, Bob en ik grijpen terug op de portie gyros met friet.

Als de borden voorgezet worden, acht Bob het tijd dat ik een serieuze training ga afwerken in het kader van mijn ambitie de opvolger van held Takeru Kobayashi te worden. Hij gaat nog even liggen en ik heb plots twee overvolle borden met gyros, friet, pitta, ui en tomaat voor me staan. Vol goede moed ga ik van start. Het eerste bord is rap leeg; snel verder met het tweede. Daar nemen ook de twee hangouderen aan het tafeltje naast ons notitie van: "En daor Piet, d'n diejen go gewaon weijer me ut twidde bord..." Ik kom een heel eind, maar na driekwart gaat het licht uit. Coney Island is nog ver weg.

De middag verglijdt zonder noemenswaardige gebeurtenissen en pas om kwart voor zeven gaan de Meeuw en ik naar de kamer. Na het diner bel ik met mijn broer. Hij zal de volgende dag naar Engeland vertrekken en we praten ruim een kwartier. Daarna gaan wij drieën meteen op pad. We willen vanavond de oude stad gaan bezoeken. Rhodos-stad bestaat uit twee gedeelten, een oud en een nieuw. Het oude gedeelte ligt tegen de haven aan en is ommuurd. Het nieuwe deel is om het oude gedeelte heen, landinwaarts, gebouwd. We wandelen over de boulevard naar de haven in de uiterste noordpunt van Rhodos-stad en tevens van het hele eiland. Daar ligt een reusachtig cruiseschip voor anker. Het haventje zelf is sober verlicht. Op twee verspreid staande zuilen rusten een bok en een hinde, de symbolische dieren van Rhodos.

De oude stad ga je binnen via een middeleeuwse brug en poort. Binnen zijn de nauwe straatjes nauwkeurig geplaveid met talloze eivormige steentjes die relatief hoog boven het cement uitsteken. Het oude centrum is met zijn vele winkeltjes volledig aan de commercie overgeleverd. Ook barst het er van de terrasjes en is het er behoorlijk druk. We verdwalen enigszins in het labyrintische stratencomplex. Als we weer in de hoofdstraat zijn, lopen we die helemaal omhoog. Daar kiezen we een terrasje uit en gaan zitten. Meteen snelt een korte Griek op ons af, qua bouw en gelaatstrekken wellicht de broer van de goochelrat van de Big Brother Bar. Bob en de Meeuw bestellen een cola, ik lust wel een biertje. "Large or Extra Large," vraagt het ventje. "Euh... Large," is mijn logische antwoord.

Als hij even later echter de bestelling komt brengen, plant hij een gigantische glazen laars met bier voor mijn neus neer. Misschien heb ik hem verkeerd verstaan en bedoelde hij 'laars' in plaats van 'large', want dit is niet meer normaal. Ik besef echter vrij vlug dat ik me heb laten misleiden door de sluwe lilliputter met zijn "large or extra large". Ik had gewoon "normal" of zelfs "small" moeten repliceren. Nu moet ik een laars bier opdrinken, met twee handen, ook dat nog. We bestuderen de laars en lezen op de zijkant dat er 1,5 liter in gaat. Hoeveel moet er dan wel niet in de 'extra large' laars gaan? Ik overweeg te gaan dwergwerpen met het Griekje, maar ik weet me te beheersen.

Even later komt hij praten en spreekt het vermoeden uit dat ik niet uit Nederland kom zoals mijn vrienden. Dat kan-ie aan mijn gezicht zien. Zucht. Na 'Turk' op de middelbare school en 'Italiaan' in Salou ben ik dergelijke situaties gewend en daarom besluit ik maar gewoon mee te spelen. Ik zeg dat ik inderdaad half Italiaans ben. De smeerlap gooit er een Italiaanse zin van dertig woorden uit. Ik begrijp er geen hol van, maar knik instemmend en roep "si, si, si." De kobold loopt verder. De laars wordt vervolgens tergend langzaam van zijn inhoud ontdaan, ondanks het feit dat ik enorme slokken neem. Na 1,25 liter en wat hulp van de moedige Meeuw houd ik het voor gezien. Tijd om af te rekenen - of om hard weg te rennen. Ik vraag de kabouter wat de schade is. "Euh... let me see..." Ik houd mijn hart vast. "Two coke, one beer large..." Ja, extremely large bedoel je, schoft. "That is sixteen Euros." O... Nou, dat valt dan nog wel mee. Zonder ook maar een cent fooi te hebben gegeven, gaan we er evenwel vandoor.

Op de terugweg passeren we een crèpezaak. Lezers van het Kos-verslag weten wellicht nog wat een crèpe is. Bob neemt er eentje als ontbijt. De Meeuw gidst ons feilloos via een sluiproute terug naar het hotel. De nachtportier kijkt ons niet eens aan wanneer we het hotel betreden. Ik ga nog even beneden naar de wc en als ik weer naar boven loop en een blik werp op het beeldscherm van de portier, zie ik wat de reden is: zijn aandacht wordt volledig in beslag genomen door een World of Warcraft-achtig spel. De nerd. Om 02.00 uur knippen we het licht uit en vallen als een blok in slaap.

dinsdag 2 september 2008

[Rhodos 2008] Dag 5: Bar Tour; of hoe de kroegentocht ontaardt in chaos en gelukzaligheid

Hoewel ik een gekende luilak ben, heb ik op vakantie nooit moeite met opstaan. De weinige uren slaap lijken me eerder goed dan kwaad te doen. Als de wekker afgaat, om een uur of acht, sta ik snel naast mijn bed. Misschien is het de kille airconditioning die schril afsteekt tegen het zonlicht dat door het gordijn schijnt en de belofte van de heerlijke warmte op het balkon. Op het balkon is het inderdaad goed toeven. Snel de zwembroek aan, de handdoeken neerleggen en dan de eetzaal in. Bob en de Meeuw hebben meer moeite met opstaan maar weten zich toch weer met een schitterend vertoon van wilskracht naar het ontbijt te slepen.

Vanavond moeten we topfit zijn en daarom sparen we overdag de krachten door ons zo min mogelijk in te spannen. Wel test ik het uithoudingsvermogen door mijn vlinderslag te trainen. Volgens Bob lijkt het overigens meer op een borstcrawl met twee armen tegelijk; ik kan hem niet tegenspreken. In een onbewaakt ogenblik neemt de Meeuw meedogenloos wraak voor de - weliswaar mislukte - practical joke van een dag eerder - en voor het ludieke hat bashen - door mijn dure TOP-pet (official product) te ontvreemden en deze vast te maken aan het hek dat het peuterbad scheidt van het grote zwembad. Ternauwernood ontsnapt het prachtige hoofddeksel aan een afschuwelijke chloorverminking.

Tussen de middag is het weer tijd voor een nieuwe lunch. Mijn keuze voor de club sandwich with fries pakt uitstekend uit. Een goed gevulde, vierdelige, sandwich (kipfilet, kaas, tomaat, sla, ei, mayonaise) met een mooie portie frites. 's Middags bereiken ons berichten over reizigers die een nacht bij moeten boeken vanwege de stakingen bij Transavia. Wij besteden er verder weinig aandacht aan - we hebben immers nog een paar dagen te gaan - maar enigszins verontrustend zijn de berichten wel. Een grote aanwinst is een luxueus luchtbed dat we ons wederrechtelijk toe-eigenen. Het groene gevaarte waait wat verloren rond langs het zwembad en lijkt niemand toe te behoren. Als de zon zakt dobber ik aangenaam op het licht golvende water. Heerlijk, zo moet het zijn.

De beste voorbereiding op een kroegentocht is door middel van een stevige maaltijd een flinke bodem aan te leggen. Ik schep bij het diner dan ook twee keer mijn bord vol. Als we flink aan het bunkeren zijn paradeert de Ruska hemelsbreed lachend de eetzaal binnen in gezelschap van zijn vrouw. De twee schuiven ongevraagd aan bij een Engels echtpaar en de Ruska steekt - hoe kan het ook anders - meteen van wal. Hij is vandaag naar Lindos geweest, naar de Akropolis. Zijn vrouw voegt eraan toe: "Wiebe wanted to go on the donkey, but he was too heavy..." We proesten het bijna uit. Het beeld van de loodzware Wiebe op zo'n arme, magere ezel moet een slapstick van ongekende proportie zijn geweest. En hij heet Wiebe, al is dat niet zo heel grappig.

Dan is het eindelijk zo ver. Om kwart voor negen dienen we acte de présence te geven voor het Mitsis Grand Hotel. Stipt op tijd arriveren we daar; de enige echte Freek van Dijk heet ons welkom. Van Dijk is gekleed in een oranje polo, heeft een oranje bandana om zijn kop geknoopt en zwaait met een enorme Neckermann-vlag. We krijgen alledrie een oranje lap waar 'Neckermann Night Fever' op staat. De leden van de groep zijn te herkennen aan deze lap. In totaal zijn we met zo'n 30 à 35 personen, het merendeel Duitsers en Oostenrijkers, aangevuld met twee Hongaren. Slechts vijf Nederlanders telt het peloton. Behalve wij zijn dat Robin en Nicole, een jong stelletje uit een niet nader genoemde negorij in de provincie Zeeland. We knopen een gesprek met ze aan en als Freek van Dijk enthousiast met de vlag begint te zwaaien, gaan we op weg, Bar Street in.

We nemen allereerst plaats op een terras. Daar krijgen we een gratis shotje en bestellen we bier en andere frisdrank. Robin en Nicole blijken leuke, vlotte mensen te zijn met wie we het goed kunnen vinden. Plotseling begint Freek van Dijk in de microfoon te schreeuwen: "GOEDENAVOND NECKERMANN!!!!! HET KOMENDE KWARTIER ALLEEN VOOR JULLIEEE!!: WODKA-RED BULL VOOR MAAR TWEE EUROOOO!!! WIJ GAAN FEESTUUUHHHHH!!!!!!" Van Dijk wil zijn woorden kracht bij zetten door in razende vaart met zijn vlag vooruit de straat op te stormen. Op een haar na ontwijkt hij een naderende auto. Een gewisse dood gaat aan hem voorbij. Voorlopig, althans.

Twee Heineken/Amstel en een half uur later trekken we verder naar het tweede etablissement: de Big Brother Bar! Öre en zijn crew heten ons hartelijk welkom. Ook hier weer een gratis shotje en een nieuw rondje bier en andere sterke frisdrank. Ik raak in gesprek met Nicole en de tijd vliegt voorbij. Het klikt uitstekend en we raken niet uitgepraat. In de derde bar herhaalt het patroon zich: shotje, biertje enz. De Meeuw gaat helemaal los op de energieke muziek en ook Nicole en ondergetekende leven zich uit op de dansvloer. Robin en Bob bekijken het schouwspel op hun gemak vanaf de zijlijn, genieten van hun biertje. De kroeg is op de Neckermann Night Fever-groep na helemaal leeg. Omdat het nog erg vroeg is, denk ik eerst, maar al gauw vermoed ik dat instortingsgevaar de reden is als ik zie dat Freek van Dijk aan het paaldansen is en daarbij wel erg ver naar de zijkant helt.

En zo gaan we maar door: Bar Street is van ons. In elke kroeg, in elke bar worden we welkom geheten met een shotje. Soms gaat het om onschuldige drankjes als een toffeeshotje o.i.d, soms zijn de glaasjes gevuld met sterker spul als Amaretto en Blue Curacao. Robins drinktempo is een flinke pluim waard, ook omdat het hem schijnbaar onaangeroerd laat. Ik kan niet achterblijven en drink vrolijk mee. De combinatie van veel bier en veel verschillende shotjes is in principe een gevaarlijke, maar deze avond kan niks mij deren. Het constant in beweging blijven - zowel het van bar naar bar gaan als het dansen -, de sfeer die Freek van Dijk creëert, en het fantastische gezelschap van de guitige, vrijpostige Nicole zorgen voor een heerlijk gelukzalige roes. De relaxte Robin laat ons begaan. Bob blijkt plotseling verdwenen. Ik verneem van de Meeuw dat hij even naar het hotel is om een aspirientje te slikken en zo terug zal zijn. We zullen de robuuste Rooienaar niet meer terugzien.

Ook Freek van Dijk krijgt het intussen moeilijk. Eerst is hij al - ai ai ai - zijn vlag kwijtgeraakt. Ook het vele blèren in de microfoon en zijn ingenieuze dans moves gaan hem niet in de oververhitte kleren zitten. Hij is enkele kroegen geleden al overgeschakeld van bier op water, maar als de Meeuw op de wc naast hem staat, en onze Grote Leider kijkt de Meeuw wazig, zonder spoor van herkenning aan, weten we dat het einde nadert. Van Dijk draagt de verantwoordelijkheid inderdaad spoedig over aan zijn inmiddels bij de groep aangesloten collega's en verdwijnt als de spreekwoordelijke dief in de nacht. Ook tijd en ruimte doen niet meer mee en op een gegeven moment bevinden Robin, Nicole en ik-zei-de-gek ons in de Colorado, dé discotheek van Rhodos-stad. Bob is nog niet terug, de Meeuw is ook spoorloos. Na een laatste alcoholische frisdrank zetten Nicole en Robin er een punt achter. Met pijn in het hart neem ik afscheid van de sympathieke Zeeuw en zijn bekoorlijke vriendin. Robin en Nicole: memorabel gezelschap. Wellicht zie ik ze donderdag nog op het vliegveld.

Ik ga op zoek naar de Meeuw en vindt hem in de dance-zaal, zijn beste beentje voor zettend bij twee Duitse meiden uit onze groep. Respect! Ik sluit me aan bij het drietal en vertoef nog enige tijd in de Colorado. Als het tijd is om te gaan, zijn de Duitsen ineens verdwenen (eruit genaaid). En ook Bob zijn we al kwijt. Chaos troef dus - ook financieel inmiddels -, maar het deert ons nauwelijks. We zweven terug naar onze hotelkamer, zonder sleutel. Na ettelijke bonken op de deur en voorzichtig schreeuwen opent een hoopje Bob de deur. Hij was plotseling niet lekker geworden. Jammer, want hij had absoluut nog niet veel op. We denken aan iets verkeerds gegeten, iets in het drinken gegooid, een sluimerend griepje... Hoe dan ook, we beseffen dat het altijd nog erger kan als Freek van Dijk ter sprake komt. Bob haalde zijn hand over Freeks drijfnatte hoofd en - zo concluderen we nu - daar waren ze dan toch!: de zes andere bronnen van Lindos... In tranen van het lachen gaan we slapen.

maandag 1 september 2008

[Rhodos 2008] Dag 4: Öre en Anna; of hoe we definitief vriendschap sluiten met de Zweden

Zondagochtend ben ik vroeg uit de veren om een parasol te bemachtigen. Mijn missie faalt, al slaag ik er wel in de handdoeken op een strategische plek neer te leggen, een plaats van waaruit het hele zwembad goed te overzien is. Maar voor we ons weer lui neervlijen op de ligbedden, maken we gebruik van het ontbijt. Ik heb mijn draai nu gevonden in de eetzaal en dankzij onze vaste serveerster Arianna kom ik niks te kort. Mijn ontbijt bestaat elke ochtend uit: twee glazen water, een kop koffie met suiker en melk, een stokbroodje met kaas, twee kleine toasts met kaas, schijfjes komkommer en een vruchtenmelange. Het is elke ochtend weer spannend, maar de koffie blijkt de alcohol uitstekend te neutraliseren.

We maken er vervolgens een uitermate relaxed dagje van, deinend in een traag ritme van zonnen, zwemmen, lezen en muziek luisteren. Bij de lunch ga ik voor de Green Salad, een keuze waar ik spijt van krijg wanneer ik zie dat de salade slechts bestaat uit sla, komkommer, groene paprika en twee soorten olijven. Gelukkig krijg ik er nog een broodje bij. Terug langs het zwembad wordt het tijd een practical joke ten uitvoer te brengen die al dagen door mijn hoofd spookt. De ligbedden bevallen vooral zo goed omdat ze op verschillende standen af te stellen zijn, variërend van plat liggend tot rechtop zittend en alles daartussen. De haakjes die achter een metalen buis geklemd dienen te worden om het bed te verstellen, kun je echter met een beetje geduld en vakmanschap ook óp de buis laten rusten.

Als de Meeuw weer eens het kleinste kamertje van onze hotelkamer met een bezoek vereert, is het tijd voor actie. Ik zet zijn ligbed 'op scherp'. Voor de zekerheid testen we de grap. Als je gaat zitten schiet het haakje inderdaad over de stang heen en klap je mooi naar achteren. De Meeuw keert terug. Alles verloop volgens plan. Totdat de Meeuw gaat zitten als een - om het op z'n Brabants te zeggen - als een windei. De practical joke mislukt, maar het idee en de spanning alleen al zijn genoeg om in een lachstuip te schieten. De rest van de middag verloopt zonder verdere incidenten. Een mooi moment om de meest memorabele hotelgasten eens voor het voetlicht te halen. De Ecoloog kent u al.

De Ruska: Misschien wel dé koning van deze vakantie. Deze man is een reus van een vent met een hazenlip. Zijn treffendste trek is echter zijn niet aflatende big smile en bovendien knoopt hij met iedereen een gesprek aan. Qua postuur doet hij denken aan Wim Ruska en dus is de koosnaam 'De Ruska' snel bedacht. In het vervolg van deze serie zal hij nog enkele malen terugkeren.

De Deense milf: Hier kunnen we niet over uit. Vaak denken we een prachtige jonge deerne in ons blikveld te hebben, maar als ze dichterbij komt gaat het om een Deense moeder met twee kinderen. Ten minste, dat denken we in eerste en tweede instantie. De Denen zijn: twee oma's, een man, twee vrouwen, een klein kindje en een baby. We koppelen de man aan de milf. Aan het eind van de week lijkt het er toch weer op dat de man bij de andere vrouw hoort. De Deense milf blijft een beeldschoon mysterie...

Diba en de Egyptische Messias: Een klein manneke dat sprekend op ex-NAC-rat Anouar Diba lijkt. Zijn vader, van Egyptische komaf, paradeert als de nieuwe Christus langs het zwembad met zijn sneeuwwitte, ruimvallende tuniek. Hij speelt trouwens vals tijdens de ball game in het zwembad met zijn zoontje, de snoodaard.

Maarten van Rossem/Sjefke: Een schitterende Brabantse kerel die als twee druppels water op beroepsouwehoer Maarten van Rossem lijkt. Hij kijkt 'onderuit' en doet vergeefs zijn uiterste best zijn Brabantse tongval te verbergen tegenover zijn disgenoten. Op de Bluetooth verschijnt 'Sjefke' als hij in de buurt is. Dat móet Van Rossem zijn. Hangt de lolbroek uit door op het "kalimèra" ("goedemorgen") van de serveerster te repliceren: "Calimero!? Waar?"

(De geest van) Willy Zelissen: Het grootste mysterie van Belvedere Beach. Op de Bluetooth verschijnt op gezette tijden de naam 'Willy Zelissen'. We denken uitgevogeld te hebben wie het is, maar als diegene verdwenen is, verschijnt de naam opnieuw. We hangen nu de hypothese aan dat het een overleden gast betreft wiens geest nog rusteloos door de eetzaal zwerft.

Ook André Wetzel is er, een dude die sprekend op de eminente coach lijkt en constant aan het telefoneren is. Tot slot mogen ook de Noorse bejaarden niet onvermeld blijven, een viertal senioren dat vierentwintig uur per dag dubbel ligt om van alles en nog wat. Het diner wordt door ons steeds later genuttigd. We zitten bij het raam en vroeg in de avond, als de zon nog niet onder is, is het erg benauwd in de eetzaal. We eten nu om kwart voor acht en dat bevalt prima. Het toetje van de dag is een heerlijke chocoladecake. Om een uur of elf is het tijd voor de Bar Street. De proppers van de Big Brother Bar herkennen ons en we blijven de rest van de avond hangen in de gezellige atmosfeer van deze Zweedse kroeg. We sluiten vriendschap met de Zweed Öre, ook wel 'The Ghost' genoemd, omdat zijn huid weigert bruin te worden, en met zijn naamloze collega.

Ook de serveerster van dag 2 heeft dienst. In een onbewaakt ogenblik spreek ik haar aan. Ze heet Anna, is twintig, en is al vier maanden (!) op Rhodos. Woensdag gaat ze naar huis. Om vervolgens weer voor een jaar van huis te gaan. Naar Amerika of Noorwegen, dat is nog de vraag. Ze spoort me aan eens naar Zweden te komen. Inmiddels is een Griekse collega van Öre en Anna, een echte rat, bij onze ton verschenen. Hij stelt zich voor als "Hans Klok, Hans Kazan" en tovert op indrukwekkende wijze met een witte zakdoek, die hij op letterlijk onnavolgbare wijze laat verdwijnen. Als we hem vragen hoe hij dat toch doet, antwoordt hij: "It works because you're drunk."

De volgende avond staat de meesterproef op het programma: de kroegentocht, en daarom maken we het niet al te laat. Nog net voor de klok van twee liter nemen we afscheid van de sympathieke Zweden.