zondag 30 september 2007

Herfst

September loopt op zijn eind en daarmee ook de eerste maand van het academische jaar. De masterfase blijkt qua werkdruk veel zwaarder te zijn dan de bachelorfase. Zoals we binnen ons groepje van masterstudenten letterkunde tegen elkaar zeggen: we wonen in de UB. Mij viel het in het begin extra zwaar, omdat ik pas enkele dagen terug was uit het warme Griekenland. Ik had verwacht in ieder geval de eerste week nog te kunnen acclimatiseren en de knop om te kunnen zetten, maar vanaf het begin was het vol aan de bak. Omdat het sinds een week officieel herfst is, en omdat het weer dat in volle glorie laat blijken, hieronder een beroemd, schitterend gedicht van Rainer Maria Rilke dat de situatie perfect verwoordt.

Herbsttag

Herr, es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren lass die Winden los.

Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;
gieb ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süsse in den schweren Wein.

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.
(Rainer Maria Rilke, Das Buch der Bilder)

vrijdag 28 september 2007

Ik vertrek

Het leukste vermaak is leedvermaak, zo leert ons een gevleugelde uitdrukking, en daar zit een grote kern van waarheid in. Leedvermaak is zeker van toepassing op een opmerkelijk programma dat de TROS op donderdagavond uitzendt: Ik vertrek.

In elke aflevering wordt een Nederlandse familie gevolgd die gaat emigreren. Men gaat in de regel een camping beginnen, want dat is altijd een jeugddroom geweest. En in Nederland krijgt men het benauwd, uiteraard. De TROS spaart de Nederlanders niet, integendeel. Haarscherp wordt het proces van optimistische geestdrift naar treurige desillusie in beeld gebracht. Want een succes wordt het nooit.

En daar komt het leedvermaak de hoek om kijken. Ik zit altijd hoofdschuddend op de bank, zo nu en dan cynisch lachend om het getob van mijn landgenoten. Want tobbers zijn het, stuk voor stuk. Bijna altijd is er sprake van een gezin met kinderen en de kinderen zijn de grootste slachtoffers. Zij moeten mee naar een vreemd land. Daar moeten ze naar school, terwijl papa en mama al hun tijd kwijt zijn aan het draaiende houden van de camping. En aan het herstellen en repareren van allerhande gebreken, want bij nader inzien komt de praktijk toch niet zo overeen met het gedroomde en beloofde ideaalbeeld.

Hilarisch was de aflevering waarin een gezin uit Sint-Oedenrode naar Hongarije vertrok om daar stacaravans te verhuren. Het woonhuis bleek niet te beschikken over riolering, gas en elektriciteit. Water moest uit de put worden gehaald. De slakken dreven op het wateroppervlak, maar het water was 'goed te drinken'. De dochter moest meteen naar school. Haar ouders waren niet op het idee gekomen haar in Nederland alvast voor te bereiden op de Hongaarse taal, want 'die leert ze in een paar weken'. Kinderen pikken een taal inderdaad snel op, maar Hongaars? Uit de Finoegrische taalfamilie, niet eens een Indo-Europese taal? Arm kind...

Niet zelden loopt het avontuur uit op een groot fiasco. De klanten blijven weg, de compagnons blijken onbetrouwbaar, de kinderen kunnen niet aarden en zelf hakt de heimwee er ook in. Je ziet de personen voor de camera zogenaamd optimistisch blijven, maar de ontevredenheid en de desillusie druipen van het scherm. Kijkend naar al die tobbers, ben ik toch eigenlijk reuzetevreden met het land waarin ik woon. Hoe vaak hoor je niet mensen klagen dat Nederland Nederland niet meer is, en dat ze weg willen. In Griekenland liet onze vakantievriend Erwin een soortgelijk geluid horen. In de mediterrane landen was men veel vriendelijker, het leven was er beter dan in Nederland.

Tuurlijk, op vakantie is iedereen aardig tegen je. Je bent hun bron van inkomsten. Maar o wee als je je definitief vestigt, dat ligt dat vaak toch iets genuanceerder. En die traagheid van de overheid in Nederland zal toch ineens wel mee blijken te vallen, wanneer je in het land waar je je vestigt iets van de grond wilt krijgen. Zo slecht is Nederland nog niet om in te wonen. Zo denken de hoofdpersonen uit Ik vertrek er aan het eind van elke uitzending ongetwijfeld ook over.

woensdag 26 september 2007

Top 600: (7) Box Car Racer - There Is

Bekijk de clip (YouTube)

Ik heb reeds meerdere malen mijn bewondering geuit voor de eerste en enige cd van Box Car Racer. In de bespreking van de nummer 16 van de Top 600, 'Cat Like Thief', heb ik vrij uitgebreid de persoonlijke waarde van die cd voor mij behandeld. Op nummer 7 in de lijst staat de hoogste notering voor de band van Tom & Travis, het prachtige There Is.

Op internetfora is uitgebreid gedebatteerd over de strekking van de tekst. Het hete hangijzer is de vraag of de geliefde die toegezongen wordt, een ex-geliefde of een verre geliefde is. Voorstanders van de eerste opvatting gaan uit van een 'ik' die terugdenkt aan de mooie tijd die hij heeft gehad met zijn partner en die nu treurt over de gestrande relatie.

Aanhangers van de tweede opvatting interpreteren de tekst als een melancholische jammerklacht van een 'ik' die na de high school afscheid heeft moeten nemen van zijn vriendin, omdat zij naar college is gegaan. Er is dan nog steeds sprake van een relatie, de afstand maakt het alleen moeilijk om bij elkaar te zijn. Het refrein gaat als volgt: Do you care if I / don't know what to say / Will you sleep tonight / will you think of me / Will I shake this off pretend it's all okay / that there's someone out there who feels just like me / There is.

Onderwerp van twist is vooral het fragmentje someone out there who feels just like me. Aanhangers van de 'break up'-gedachte zien hierin de betekenis van het beëindigen van een relatie, dat zo typisch is voor jonge mensen. De someone out there verwijst dan naar een willekeurige medejongere die in het zelfde schuitje zit. Aanhangers van de 'far away'-gedachte interpreteren de someone out there als het meisje dat ver weg is, en net zo over de jongen denkt als hij over haar. De interpretatie van deze groep wordt nog ondersteund door het zinnetje I've given a lot of thought on how to write you back this fall. Dat zou verwijzen naar de herfstperiode, de start van het academische jaar.

Hoe denk ik erover? Ik accepteer beide standpunten. Ik denk namelijk dat het de gigantische kracht van dit liedje is dat beide interpretaties moeiteloos voldoen. De tekst is op beide manieren te interpreteren en te ervaren, en dat maakt een liedtekst goed: door een dubbelzinnige inhoud er is geen vaste betekenis, de luisteraar kan de tekst naar eigen inzicht en gevoel betekenis geven. There Is heb ik daarom, en door de mooie, gevoelige melodie heel hoog zitten en staat dan ook glansrijk op 7 in de Top 600.

I've given a lot of thought to
the nights we used to have
The days have come and gone
Our lives went by so fast
I faintly remember breathing
on your bedroom floor
Where I laid and told you
but you sweared you loved me more

dinsdag 25 september 2007

Je weet het niet, met die bamibakkers

Aan het eind van het jaar wordt weer de Gouden Loeki voor de beste televisiecommercial uitgereikt. Inmiddels zijn er 24 reclames genomineerd. Daar komen er in de laatste maanden van het jaar nog 12 bij. Van de tot nu toe geselecteerde commercials word ik niet vrolijk. Dat ligt deels aan de commercials zelf, maar ook aan het ontbreken van een bepaalde reclame. Wat mij betreft is het dit jaar namelijk een uitgemaakte zaak welke reclame de Gouden Loeki moet winnen. Er is momenteel maar één reclame die mij elke keer weer ontzettend aan het lachen maakt.

Benieuwd? Bekijk op YouTube dé commercial van 2007:

http://www.youtube.com/watch?v=DdyISQDT8gM

zondag 23 september 2007

Rouwzegel

Nog een tweede bericht vandaag, voortkomend uit een verzoekje.

Mijn broer doet namelijk mee aan een wedstrijd om de ontwerper van de nieuwste rouwzegel te worden. Uitvaartmaatschappij Monuta heeft een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor de nieuwste zegel. Het publiek kan stemmen op de mooiste zegel en uit de populairste vijf kiest een vakjury de winnaar. Het ontwerp van mijn broer is hier links te zien.

Stem allemaal op die zegel. De winnaar krijgt namelijk, naast de eer en het verschijnen van 1 000 000 postzegels met zijn ontwerp erop, ook een iMac. Dat zou betekenen dat onze huidige pc geheel en al beschikbaar komt voor mij alleen. Ik ben dus ook gebaat bij een overwinning van mijn broer!

Stem direct via deze link. Je kunt dan zelf een iPod winnen. Bij voorbaat dank.

25 jaar integratiedebat

'In september 1990 zat de top van de Nederlandse politiek in een bushokje in Alma Ata, de hoofdstad van Kazachstan. De leiders van de VVD, D66, de PvdA en het CDA – Frits Bolkestein, Hans van Mierlo, Thijs Wöltgens en Elco Brinkman – zaten daar op een bus te wachten toen Bolkestein hen uitnodigde even een blokje om te lopen. “Toen heb ik discreet bij hen aangekaart dat ik de migranten een belangrijk probleem vond. […] Ik zei: het minderhedenprobleem is belangrijk, het zal de politieke agenda van de komende tien, twaalf jaar bepalen. Het is een probleem dat één politieke partij overstijgt. Ik zei ook: er is geen alternatief voor integratie van de minderheden in de Nederlandse samenleving. Ik moet er nu om lachen. Ik denk nu: ik zei niets bijzonders. Maar toen lag dat anders. Je had toen die idiote slagzin: integratie met behoud van eigen identiteit. Een kind kon zien dat dat niet werkte, omdat het een contradictio in terminis was.”

[...]

Fortuyn was de grote buitenstaander, die het onbehagen een stem gaf en begreep dat dat onbehagen ten diepste voortkwam uit een teloorgang van identiteit, een verdwijnen van gedeelde vormen, het afbrokkelen van het culturele fundament (Bolkestein is de enige geweest die het daar eveneens over heeft gehad, over dat belang van een morele basis als absolute voorwaarde voor het goed functioneren van een vrije markt en een democratische rechtsstaat.) Een van de samenleving en de werkelijkheid vervreemde politieke elite zou, aldus Fortuyn, niet begrijpen dat die verzwakte identiteit geen weerstand kon bieden aan een cultuur die op wezenlijke punten haaks stond op de onze. Uit partijpolitieke loyaliteit, neem ik aan, heeft Bolkestein hem ooit een ‘plee­figuur’ genoemd. Maar hij had hem moeten omhelzen als een politieke erfgenaam, omdat zij, Bolkestein en Fortuyn, eenzelfde intellectuele kracht, gepaard aan retorisch talent en politiek realisme, met elkaar deelden – en omdat zij beiden, in afwijking van alle anderen, begrepen dat wetten en regels niet volstaan als een cultuur in verval raakt. Bovendien waren zij bereid – anders dan Janmaat vóór hen en Wilders na hen – het debat met moslims aan te gaan.

[...]

Met zijn uitspraken, die ontegenzeggelijk op een steeds verdere radicalisering duiden, kiest Wilders een positie in het islamdebat die tot nog toe uniek is. De socioloog J.A.A. van Doorn heeft eens opgemerkt dat de islam ‘als een rotsblok in ons vlakke religieuze landschap ligt. Wie erop bijten wil, bijt op graniet’ (Trouw, 1-2-2003). Wanneer we die karakterisering als uitgangspunt nemen, zijn er ruwweg drie posities mogelijk.

We kunnen, ten eerste, de aanwezigheid en groei van de islam (als gevolg van de demografische ontwikkelingen) als iets onvermijdelijks zien en daarin berusten en hopen dat het uiteindelijk allemaal wel mee zal vallen. [...] We kunnen, ten tweede, die aanwezigheid en groei ook als een bedreiging zien en dan ferm besluiten: ‘Dat nooit!’. Vanuit de gedachte dat de islam, in principe en altijd en overal, nu en in de toekomst, niet in een moderne, democratische samenleving inpasbaar is, ontwikkelen we dan een politiek die gericht is op provocatie – met de uiteindelijke bedoeling dat moslims eieren voor hun geld zullen kiezen. [...]

Een derde mogelijkheid is de onderkenning van alle problemen die het gevolg zijn van de aanwezigheid en de groei van de islam in Nederland, gevolgd door het besluit om door het voeren van een debat, zo hard en scherp als nodig is, en door het nemen van politieke maatregelen, het ontstaan van een politieke islam te voorkomen en een vorm van islam te ontwikkelen die wél inpasbaar is in onze cultuur. Een beweging dus die erop gericht is dat niet zij ons maar wij hen veranderen en die het graniet weet te vergruizen. Deze derde positie is, denk ik, vanuit rechtsstatelijk standpunt de enig mogelijke, en bovendien de meest manmoedige. Het ontwikkelen van zo’n gemoderniseerde vorm van islam is immers nog nooit eerder in de geschiedenis gelukt. Maar natuurlijk, over duizend jaar zal men van ons zeggen: ‘This was their finest hour.’

[...]

Veel belangrijker dan welke kritiek op Wilders dan ook is het besef dat de ontvankelijkheid voor radicale ideeën wordt veroorzaakt door een falende politieke elite. De kracht van Wilders is de zwakte van de oude volkspartijen in het politieke centrum: de zwakte van links om over zijn eigen schaduw heen te springen en de culturele problemen in de wijken en op de zwarte scholen werkelijk serieus te nemen, en de zwakte van CDA en VVD om een scherp alternatief op Wilders’ positie te formuleren, zonder daarbij te vluchten in de achterhaalde methodieken van praten, thee drinken en onderhandelen.

Zolang kiezers beseffen dat de werkelijke problemen van straat en school bij de partijen in het politieke centrum niet in goede handen zijn, zullen zij naar de vleugels blijven uitwijken en dreigt er een parlementaire crisis die uiteindelijk alleen maar in onregeerbaarheid kan uitmonden.'

Dit zijn fragmenten uit het lange artikel '25 jaar Integratie-debat' van de hand van Bart Jan Spruyt. In dit stuk geeft hij een historisch overzicht van de omgang met het thema van de integratie in de Nederlandse politiek. Van Janmaat en Bolkestein, via Fortuyn, naar Verdonk en Wilders. Het artikel is helder geschreven, staat barstensvol informatie en vormt daarmee een uitstekend (inleidend) overzicht voor iedereen die geïnteresseerd is in hét hete hangijzer van deze tijd: de integratieproblematiek.

Ik kan dan ook iedereen aanraden het volledige artikel te lezen. Het is te vinden in het weekblad Opinio en op het weblog van Bart Jan Spruyt. Directe link: http://bartjanspruyt.blogspot.com/2007/09/25-jaar-integratiedebat.html

woensdag 19 september 2007

Schrijvers op Google

Op GeenStijl werd vorige week een lijstje gepubliceerd met de grootste schrijvers uit de Nederlandse literatuur gebaseerd op het aantal Google-hits. Een leuk initiatief, maar helaas verkeerd aangepakt. Men had verzuimd de namen van de auteurs tussen dubbele aanhalingstekens (" ") te plaatsen en daardoor was de lijst nogal ongeloofwaardig. 'Winter' is een veelvoorkomend woord en wanneer je 'Leon de Winter' niet tussen dubbele aanhalingstekens zet krijg je als resultaat een veel te groot aantal hits.

Omdat ik het toch een mooie methode vind om een hiërarchie te bepalen, heb ik zelf eens een aantal namen van in het Nederlands schrijvende of geschreven hebbende schrijvers ingevoerd. Onderstaande lijst is daar de weerslag van. Het cijfer tussen haakjes verwijst naar het aantal hits. Houd in het achterhoofd dat het een momentopname is.

We studeren Nederlands en dus zijn de niet zo literaire schrijvers buiten beschouwing gelaten. Ook moesten enkele literaire kanonnen door hun 'moeilijke' pseudoniem helaas overgeslagen worden (Nescio, Hildebrand). Verder zijn wat dichters en prehistorische schrijvers toegevoegd. Er is rekening gehouden met varianten (Willem Frederik Hermans, W.F.Hermans). Mis je een schrijver? Verdere suggesties zijn welkom.

1. (115 000) Anne Frank
2. (99 400) Harry Mulisch
3. (90 300) Martinus Nijhoff
4. (80 800) Hugo Claus
5. (80 000) Gerard Reve
6. (70 000) Hella S. Haasse
7. (47 500) Leon de Winter
8. (34 900) Multatuli
9. (27 500) Willem Frederik Hermans
10. (27 200) Lucebert
11.
(22 300) Cees Nooteboom
12. (22 200) A.F.Th. van der Heijden
13. (21 800) Geert Mak
14.
(15 900) Arnon Grunberg
15. (15 000) Jan Wolkers
16. (14 800) Herman Brusselmans
17. (13 600) Remco Campert
18. (12 500) Maarten ’t Hart
19. (11 700) Gerrit Komrij
20. (11 600) Connie Palmen
21. (11 000) Jan Cremer
22. (10 900) Constantijn Huygens
23. (9690) Abdelkader Benali
24. (9020) Kader Abdolah
25. (8690) Willem Elsschot
26. (8610) Louis Couperus
27. (8360) Joost Zwagerman
28. (8200) Simon Vestdijk
29. (8150) Louis Paul Boon
30. (7950) Jeroen Brouwers
31. (7750) Joost van den Vondel
32. (7550) Jan Siebelink
33. (6200) Marcel Möring
34. (4300) F.Bordewijk
35. (4280) Gerrit Achterberg
36. (3860) Gerrit Krol
37. (3760) Gerrit Kouwenaar
38. (3680) Thomas Rosenboom
39. (1880) Geerten Meijsing
40. (336) Gerrit Paape

maandag 17 september 2007

Late Night News

* Nog een nummer twee

Gisteren kwamen Verdonk en Gesink ter sprake als zijnde nummers 2. Er is echter nog een nummer 2 die in het nieuws is. Yuri van Gelder werd 'slechts' 2e op het WK turnen. Hij mag hierdoor niet naar de Olympische Spelen. Iedereen vindt het natuurlijk waanzin dat de nummer twee van de wereld niet naar Peking mag. Ook Vader Abraham is die mening toegedaan. Edwin Evers vroeg de oude baas in een vroege uitzending van Evers staat op of hij niet bereid was een strijdlied te maken om Yuri toch naar de OS te krijgen. Tot verbazing van velen toverde Vader in een paar uurtjes een compleet lied uit de bolhoed. Hier is meer te lezen over dit initiatief en tevens is in de lopende tekst een link opgenomen om het schitterende lied te downloaden.

Yuri van Gelder moet naar Peking
Zijn inzet is Olympisch goud
Laten wij hem daarin steunen
Zijn leven is op sport gebouwd
(V.Abraham - De kleine man aan grote ringen)

* Brand New

Gespot op MTV Brand New: een clip van een mij onbekende band die opviel door de originaliteit van de clip.

Bekijk HIER (YouTube) de clip 'Dancing Cyprine' van Omaha Bitch.

* "Neeeeeeeeee!!!!!"

Hij is 'ons' nooit gunstig gezind geweest, maar na vanavond haat ik de blessuretijd als nooit tevoren:

MVV - TOP Oss 2-2

33: Thiebaut 1-0
47: Schoofs 1-1
84: Van de Ven 1-2
90+2: Tobiasen 2-2

:@:@:@:@:@

zaterdag 15 september 2007

Nummers 1 en nummers 2

Nummers 1

Rutte
Mark Rutte, nummer 1 van de VVD, besloot vrijdag Rita Verdonk uit de fractie te zetten. Na herhaaldelijke botsingen was de maat voor Rutte vol. Verdonk had te vaak laten blijken dat zij eigenlijk de leider van de VVD had willen zijn en in een krampachtige poging zijn eigen leiderschap te bevestigen wees Rutte Verdonk de deur. Ik denk dat hier meer achter zit dan alleen een ordinaire machtsstrijd. Rutte, en de VVD in het algemeen, werden in toenemende mate bedreigd aan de rechterkant door de PVV van Wilders. Die was de liberalen in de peilingen inmiddels voorbijgestreefd. Door Verdonk weg te sturen en haar zo indirect een eigen partij op te laten richten hoopte Rutte het electoraat van Wilders te splitsen, zodat de meest rechtse partijen elkaars zetels zouden betwisten. Beter twee kleintjes dan één grote, zogezegd. Belangrijke voorwaarde daarbij was dat de VVD zélf niet teveel kiezers zou verliezen aan Verdonk én dat er veel kiezers 'terugkeerden' die vanwege Verdonk van de VVD vervreemd waren geraakt. Het plan lijkt faliekant te mislukken. Verdonk blijkt populairder dan gedacht binnen VVD-kringen en zal de VVD verpletteren wanneer ze een eigen partij op zal richten. De kritiek binnen de VVD op Rutte groeit en zijn missie lijkt dan ook een zinloze. Zoals Wiegel al zei is zijn overwinning van vandaag een Pyrrusoverwinning. Mark Rutte, nummer 1 van de VVD: hoe lang nog?

MollemaDan nog een nummer 1, maar nu een mét toekomst. Vandaag wist Bauke Mollema namelijk definitief het eindklassement van de Tour de l'Avenir op zijn naam te schrijven. Deze tiendaagse wedstrijd staat te boek als de 'kleine Tour de France', de Tour voor neo-profs. Mollema is na Joop Zoetemelk (1969) en Fedor den Hertog (1972) de derde Nederlander ooit die deze ronde wint. Ook grote namen als Miguel Indurain, Greg Lemond en Denis Menchov begonnen ooit hun grootse carrières met een eindzege in de Tour de l'Avenir. Mollema rijdt pas sinds dit seizoen voor de opleidingsploeg van Rabobank en manifesteert zich met zijn 20 jaar nu al als een belofte. In een eerder bericht somde ik een grote rij Nederlandse wielertalenten op, maar de Groninger ontbrak toen nog. Na deze schitterende zege hoort hij zeker in het rijtje toptalenten thuis. Chapeau!











Nummers 2
Verdonk
Rita Verdonk, nummer 2 van de VVD, had weer eens kritiek geleverd op de VVD en op Rutte en moest dat met een verwijdering bekopen. Tante Rita kon maar niet leven met haar nipte nederlaag tegen de stijve Rutte en liet dat bij meerdere gelegenheden blijken. Rutte ging erg prat op zijn overwinning. Hij behaalde 51,5 procent van de stemmen, Verdonk 46. Rutte's fout is dat hij hierin niet de grote verdeeldheid binnen de partij herkende. 51,5 - 46 is geen kwestie van een winnaar en een verliezer, maar van twee kandidaten die ieder ongeveer de helft van de partij achter zich hebben staan. Zo onstonden er twee kampen die onverenigbaar waren. Dit werd nog in de hand gewerkt door de landelijke verkiezingsnederlaag en het feit dat Verdonk daarbij meer stemmen kreeg dan Rutte. Nu is de scheuring eindelijk definitief - lijmen is uitstel van executie - en rijst de vraag wat Verdonk moet doen. Bij de VVD zat ze in een gelouterde partij met ervaren mensen. Wanneer ze voor zichzelf begint zal er een grote rits onbekende, onervaren namen voor de dag getoverd moeten worden.

GesinkRabobank had nog een nummer 1 verdiend dit weekend. In de schaduw van het geweld van de Vuelta (waar overigens Menchov nummer 1 staat) werd in Polen de laatste Pro Tour-rittenkoers verreden. Robert Gesink, eerder al door mij bejubeld, werd getipt als outsider. Vandaag was de slotetappe, een loodzwaar parcours met steile klimmetjes. Gesink toonde zijn klimcapaciteiten met verve en reed een peloton absolute toppers uit het wiel. Danilo di Luca, Kim Kirchen, Frank Schleck, allen moesten passen bij Gesinks versnelling. Maar... waar normaal de vluchters van de dag teruggepakt worden, was het nu Johan Vansummeren die vooruit bleef en op enkele seconden van Gesink de winst pakte. Een tweede plaats dus voor Gesink in het eindklassement. Nochtans een uitmuntende prestatie, maar wel eentje met een zuur bijsmaakje.

woensdag 12 september 2007

Top 600: (8) Blink 182 - Adam's Song

Bekijk de clip (YouTube)

Twee weken geleden heb ik vanwege de vakantie geen hit uit de Top 600 behandeld. Vandaag is het weer woensdag en ga ik volgens schema verder.

Op nummer 8 staat het hoogst geplaatste nummer van Blink 182. Blink 182 kampt in deze lijst een beetje met wat ik het Beatles-syndroom noem. In de Radio 2 top 2000 zijn The Beatles traditioneel het vaakst vertegenwoordigd, maar juist omdát er uit zoveel nummers te kiezen valt zal er nooit één echt heel hoog eindigen. Bands als Deep Purple en Led Zeppelin hebben slechts een paar liedjes in de Top 2000 staan en daarom eindigen 'Child in Time' en 'Stairway to Heaven' altijd zo hoog.

Waarom heb ik nu juist voor Adam's Song gekozen als beste Blink-nummer? Ten eerste was het een moeilijke keuze. Geen enkel lied van de Californische band vind ik significant beter dan alle andere liedjes. Ik denk dat ik uiteindelijk voor 'Adam's Song' gekozen heb omdat ik het pas na verloop van tijd ging waarderen. Volgens prof.dr. Leo Blokhuis, professor in de popmuziek, zijn de beste liedjes die liedjes die je pas na meerdere luisterbeurten mooi gaat vinden. Wanneer je een liedje meteen al te gek vindt, zal de houdbaarheid kort blijken. Liedjes die je na verloop van tijd leert waarderen hebben de langste houdbaarheidsdatum.

'Adam's Song' voldoet voor mij aan deze beschrijving. Eerst vond ik het vrij saai, toen vond ik het een aardig nummer en langzaamaan ontdekte ik de schoonheid ervan. Ik leerde de tekst steeds beter begrijpen en uiteindelijk werd het een echte persoonlijke klassieker. Het onderwerp van het nummer is realistisch en serieus.

De band kreeg een e-mail van een moeder die schreef over haar zoon Adam die zelfmoord had gepleegd. Zijn afscheidsbrief was als bijlage bijgevoegd. Tom, Mark en Travis werden getroffen door dit verhaal en besloten er een liedje over te schrijven: 'We kind of got together and wrote this sad, slow song. It came out sadder than we ever thought it would, which is good too. Any song that moves you is good', aldus Tom.

Het refrein verhaalt over de eenzame, depressieve jongen die terugdenkt aan vroeger toen hij 16 was, het leven nog leuk was en die niets liever deed dan zich terugtrekken op zijn kamer om daar alleen te zijn. Na het instrumentale gedeelte komt het refrein nog een keer terug. Het is dan echter subtiel gewijzigd en wijst op een positieve uitkomst. 'At the end of it there's a better way out, there are better things to do than kill yourself', in de woorden van Tom.

I never conquered, rarely came
16 just held such better days
Days when I still felt alive
We couldn't wait to get outside
The world was wide, too late to try
The tour was over we'd survived
I couldn't wait till I got home
To pass the time in my room alone

maandag 10 september 2007

Gedicht

grijzend, schuchter

hoe het ooit begon weet niemand
'er vielen gestaag druppels regen' zeggen de mensen
en dat was het dan wel
'het waren er niet veel' zegt nog weleens iemand, een man
grijzend, schuchter

ik weet het nog wel
het was niet echt donker, meer half
ik was in een kelder van zinloos gekakel
door een kier donderde het duister naar binnen
ik herinner me pas gemaaid gras, verse koffie met een opgewarmde appelflap
althans de herinnering eraan

toen het voorbij was
werden de hoefijzers weggegooid, de schepen verbrand
de man zocht zijn silhouet in de mist
dichter en dichter

vrijdag 7 september 2007

[Kos 2007] Dag 8: Laveloze Leendert

Vandaag dag 8, de laatste dag alweer. Het hotel hanteerde coulante tijden, zodat we pas om 12.00 uur uit onze kamer hoefden te zijn. Ons vliegtuig vertrok om 21.40 uur, dus we hadden - net als de eerste dag - ook de laatste dag een gunstige vliegtijd. Bij het ontwaken bleek dat de combinatie van weinig slaap en elke avond aan het bier nu toch echt zijn tol begon te eisen. Bob capituleerde en sloeg het ontbijt over, ik wist me nog wel naar de eetzaal te slepen om wat komkommer, paprika en een stokbroodje naar binnen te werken.

Nadat we onze koffers gepakt hadden verlieten we om 11.00 uur voor de laatste keer onze kamer. De sleutel werd ingeleverd en de koffers in de lobby gestald. Er was geen afgesloten bagageruimte in het hotel, blijkbaar werd er zo weinig gestolen dat men met een gerust hart zijn koffer onbeheerd kon achterlaten. We brachten de laatste dag door aan het zwembad. De weerberichten in Nederland voorspelden weinig goeds en ik koesterde me dan ook in de laatste stralen zon.

Toen ik voor de laatste keer naar Kos-stad ging om de krant te kopen, besloot ik wat verder door te lopen richting het haventje. In Kos-stad is een prachtige haven die er vooral 's avonds mooi bij ligt. Opvallend waren de vele schepen van de Griekse marine. Vandaag lag er een enorm schip voor anker, compleet met een reusachtig boordkanon. Een indrukwekkend gezicht. Het leger was sowieso prominent aanwezig op het hele eiland. Dat moet iets te maken hebben met de landsgrens die in feite voor de kust van Kos ligt. Aan de overkant van de zee was de kust van Turkije goed te zien en gezien de animositeit tussen Griekenland en Turkije was een strenge bewaking van het eigen territorium geen verrassing.

We besloten 's middags nog eens goed te bunkeren in de uitmuntende snackbar aan het zwembad, aangezien we 's avonds weinig meer zouden eten. Ik ging eerst voor het stokbrood met kaas (halve meter lang) en even later voor het broodje hamburger. Erwin en Sander kwamen nog langs om wat na te praten over de vakantie. We vulden de laatste uurtjes met lezen en muziek luisteren. Op muzikaal gebied heb ik Bob eindelijk zover gekregen eens naar Linkin Park te luisteren en het viel hem niet eens tegen. Zijn vakantiehit was echter 'Roscoe' van Midlake. Mijn top-3 van vaakst beluisterde liedjes deze vakantie:

1.The Killers - 'When you were young'
2.The Editors - 'Smokers outside the hospital doors'
3.Saybia - 'Angel'

Om 17.30 gingen we omkleden. We maakten nog een paar foto's, wierpen een laatste blik op de glimmende schedel van Lou en toen was het tijd om afscheid te nemen - overigens niet nadat Bob nog snel de kluissleutel had ingeleverd die we bijna per ongeluk mee hadden genomen richting Nederland. Het hotel was ons bijzonder goed bevallen en we verlieten het dan ook met louter goede herinneringen. De vakantiepret leek nu echt voorbij, maar op het vliegveld gebeurde er toch nog iets memorabels.

Terwijl we buiten in de rij stonden te wachten, viel ieders oog op een verfomfaaide jongeman die stomdronken op een bankje zat. Hij werd omringd door Griekse agenten die hem scherp in het oog hielden. Regelmatig ontdeed hij zich op uiterst trage wijze van overvloedig speeksel. De ganse rij - een goede honderd Nederlanders - stond als onbeschaamde ramptoeristen naar hem te kijken. Even leek het spannend te worden toen een legertruck bij de man stopte, maar de inzittenden verdwenen meteen naar binnen. Natuurlijk moest ook deze man een naam hebben. Bob kwam met een suggestie: hij zou Leendert heten en z'n vrienden noemden hem dan altijd 'laveloze Leendert'. Een briljante suggestie, dat moet gezegd. Een echte voorstelling werd het toen een vrouw van de reisorganisatie ten tonele verscheen:

"Hallo. Bent u Nederlands?"
Leendert knikt moeizaam van 'ja'.
"Mag ik uw ticket zien?"
Leendert pakt zijn rugzak, zoekt en zoekt, wel een kwartier lang, en steekt dan triomfantelijk het papiertje de lucht in.
"Nee, dat is uw paspoort, ik wil uw ticket zien."
Leendert zoekt weer een kwartier, zonder resultaat, tot de vrouw hem er voorzichtig op wijst dat hij ook nog een heuptasje draagt. Daar zit het ticket in. Leendert moet helemaal achteraan in de rij gaan staan.

In de vertrekhal voor de gate wachten we met spanning af. Zou hij mee mogen met het vliegtuig. En jawel hoor, helemaal als laatste komt Leendert zwalkend door de douane heen. Als om 21.20 de gate opengaat staat daar ineens helemaal vooraan... jawel hoor, laveloze Leendert. Vervolgens presteert hij het helemaal voorin in het vliegtuig te stappen, terwijl hij op de allerlaatste rij moet zitten. Iedereen maakt ruim baan als hij tegen de stroom in komt gelopen. Alleen Bob is zo fideel hem een bemoedigend schouderklopje te geven.

Deze keer zat ik wel bij het raam en ik ervoer het opstijgen en het uitzicht op nachtelijk Kos met genoegen. Om 00.15 landden we op Schiphol. Toen zag ik pas hoe groot de luchthaven werkelijk is. Het taxiën duurde wel een kwartier. Ook nu hadden we geluk bij de bagageband en konden we snel richting uitgang, waar mijn vader ons begroette. We reden terug naar Brabant, zetten Bob af en om 03.00 uur zag ik mijn moeder eindelijk weer. Ik was weer thuis.

Ik kan terugkijken op een zeer geslaagde vakantie. We hebben geen trammelant gehad, alles verliep voorspoedig en ook onderling is er geen onvertogen woord gevallen. We hebben genoten van de geneugten van het warme zuiden, memorabel gezelschap gehad, interessante mensen gezien, lekker relaxed gedaan, veel gelachen en 's avonds onder het genot van een paar biertjes zalig geouwehoerd over popmuziek, literatuur en filosofie, klassieke muziek, hotelgasten, weblogs, universitaire docenten, trivialiteiten en van alles en nog wat.

Kos 2007: let's call it a huge success

donderdag 6 september 2007

[Kos 2007] Dag 7: '17..18..19..30!!'

Vandaag werd ik wakker met een pijnlijke oorschelp. Het linkeroordopje van de dopjes van mijn disc-man zat nog in mijn oor en op dat oor had ik geslapen. De vorige avond en nacht hadden me niet onaangeroerd gelaten en ik werd dan ook wakker met een lichte misselijkheid. Ik wist wel een ontbijtje naar binnen te werken en dat hielp wel enigszins.

Lena en Julia vertrokken vandaag naar Keulen. Om tien over twee zouden ze opgehaald worden. Ze verschenen ook eens een keer bij het zwembad, al was het slechts om een hot dog te eten. Daarbij consumeerden ze per persoon bijna een hele ketchupfles van een liter. Niet normaal hoeveel saus ze op hun frankfurter spoten. Lena had weer eens alle aandacht voor een gedrocht van een zwerfkat. Dat doet me nu denken aan iets wat ik was vergeten te vermelden in het stuk van gisteren: een andere reden om Lena maar eens naar haar eigen kamer te laten vertrekken, was dat ze zonder ironie verklaarde dat ze Bob de dag ervoor echt haatte, "I really hated him yesterday".

Wat was het geval? Bob had een crèpe gekocht en terwijl we op een bankje van de serene Griekse avond zaten te genieten, kwam er een zwerfhond voor onze voeten liggen. Het beest was zo vadsig als een nijlpaard en kwam duidelijk niets tekort qua voedsel. Lena ontpopte zich tot een PETA-meisje door te eisen dat Bob een stukje van zijn crèpe aan de hond zou geven. Dit was natuurlijk waanzin ten top, de hond was al moddervet, en Bob gooide dan ook ludiek niet meer dan een kruimeltje naar de vlooienbaal. Zoals het een ware dierenrechtenactiviste betaamt, kon Lena hier de humor niet van inzien. Dat kon ze overigens ook niet toen ik op haar vraag "don't you like animals?" antwoordde: "when they're on my plate". Een vernietigende blik viel mij ten deel.

Dat was gisteren. Vandaag kwamen we langzaam weer boven theewater door veel water te drinken, in de schaduw te gaan zitten en om het kwartier het water in te gaan. Tegen de middag besloot ik de oude truc toe te passen: een stevige, substantiële maaltijd. Ik schoof een stokbrood hot dog naar binnen en ik voelde me weer topfit. De vaste gasten werden weer stilzwijgend begroet. Daartoe behoren nog enkele illustere figuren die vanwege de ruimte gisteren niet aan de orde zijn gekomen. Ik mag de norse Waal zeker niet vergeten. Een Belg, duidelijk een Waal woonachtig in Vlaanderen, die, om het zacht uit te drukken, niet zo'n zin had om met zijn kinderen te spelen. Bij het overgooien van een bal kafferde hij regelmatig zijn arme dochtertje uit als zij te hoog gooide. Ook zijn vrouw moest er op een avond aan geloven toen zij met lege handen op het terras verscheen, terwijl hij hun huilende baby vasthield: "amai, hedde gij d'n buggy nie mèègenoemen?? Da kiendje is doodmoe, zeg!" We vonden 'Auguste' wel een geschikte naam.

Een apart fenomeen was de volgende familie: twee vrouwen, drie kinderen, waarvan één blank en twee zwart. Het blanke kind leek sprekend op een van de vrouwen, beiden waren hoogblond. Na wat overleg kwamen we tot de volgende oplossing: de blonde vrouw was ooit getrouwd, had een dochter gekregen (de blonde), had toen ontdekt lesbisch te zijn, was een relatie begonnen met de andere vrouw en zij hadden samen de twee zwarte kindjes geadopteerd. We zijn overigens maar niet gaan vragen of we het bij het rechte eind hadden.

Om twee uur gingen we maar eens naar de lobby om afscheid te nemen van onze gezellinnen. Er was echter niemand daar. Een blik op het infobord van Neckermann.de ontsluierde het raadsel: ze waren om tien vóór twee opgehaald i.p.v. tien óver twee. Hun matige Engels had wederom problemen opgeleverd. Wat restte waren de herinneringen. We hadden toch een leuke tijd met ze gehad, Bob gaf zelfs toe ze te missen. We dachten met vertedering terug aan Lena's uitspraak van het woord 'girlfriend'. Uit haar mond klonk het als 'gojlfriend'.

Bij het biljart ontmoetten we Huntelaartje, dit keer zonder Ajax-shirt. Ik vroeg hem of hij die avond ook Slavia-Ajax ging kijken. Van de zenuwen wist het manneke geen woord uit te brengen. Zijn keu brak hij haast doormidden. Na wat doorvragen bleek dat hij zijn Huntelaarshirt kwijt was! We hadden serieus met hem te doen. Dat hadden we, in combinatie met de slappe lach, ook toen hij even later in het zwembad door zijn zusje onderworpen werd aan oneerbare voorstellen, blijkens zijn wanhopige uitroep 'ik wil geen rokje aan!'

's Avonds zochten we een terras op waar Slavia Praag - Ajax werd uitgezonden. We vonden er één waar nog meer Nederlanders zaten te kijken. De ober leek in eerste instantie super chagrijnig, maar bij nadere beschouwing bleek hij aan het Ronald-en-Frank-de-Boer-syndroom te lijden. Hij keek dan wel nors, maar bleek best een aardige kerel. Met nauwelijks verborgen leedvermaak zag ik de godenzonen beschamend ten onder gaan tegen de middelmatige Tsjechen. Henkie ten Cate, die toepasselijk gekleed ging in begrafeniskleding, droop met de staart tussen de benen af.

Omdat het onze laatste avond was, gingen we nog richting Bar Street. Ons plan was daar ergens te gaan zitten, maar zo gauw je Bar Street inliep, werd je zo belaagd door proppers dat je instinctmatig - survival of the fittest - zo snel mogelijk naar het einde van het straatje liep. We besloten toen maar in de straat haaks op de Bar Street een terrasje te pakken. Onder het genot van flesjes bier, ouzo en enkele 'shots' genoten we van de laatste Griekse avond. Aan het tafeltje naast ons zaten twee eikels van gasten. Ze deden zich eerst voor als 'Germans' maar bleken Hollanders te zijn. De ene had de meest verwijfde kop ooit en de andere keek - toen moet ik het iets plastischer hebben verwoord - alsof er een groot voorwerp in zijn achteruitgang klemzat. Toen ze ook nog begonnen te pochen met zinnen als 'my father is a dentist' stonden we niet langer voor onszelf in en zochten we het hotel weer op.

Daar vonden we onze vrienden Erwin en Sander - in gezelschap van Ria en Vera - druk in gesprek met de aimabele nachtwaker Kosmas. Die doodde de tijd elke nacht met het voor de jongens vertalen van Engelse zinnetjes in het Grieks. Als tegenprestatie leerden Erwin en Sander hem Nederlands. Hilariteit ten top toen Kosmas' meesterproef plaatsvond: van 1 t/m 20 tellen in het Nederlands. Hij ging voortvarend van start, leek het te halen, maar faalde jammerlijk in het zicht van de haven. Na '17', '18' en '19' riep hij triomfantelijk '30!' Ander voorbeeld: Sander, naar Erwin wijzend: "wat is hij?" Kosmas: "homo", uiteraard de 'h' als harde 'g' uitgesproken.

Toen Kosmas ons uitgebreid zijn ringtones van Griekse 'tophits' liet horen bleek iedereen ineens erg moe te zijn en zetten we een punt achter deze bijeenkomst en achter deze dag.

woensdag 5 september 2007

[Kos 2007] Dag 6: Huntelaartje

Het aardige van een vakantie is dat je vertrouwd raakt met de gezichten van de andere gasten. Het geeft een bepaald familiair gevoel om elke dag de vertrouwde koppen bij het zwembad te zien en er ontstaat zelfs een gevoel van leegte wanneer de bekenden niet meer komen opdagen en dus waarschijnlijk reeds huiswaarts gekeerd zijn.

Erg leuk is ook het namen geven. In elke mens schuilt een Adam en het uitdelen van namen aan andere gasten maakte zelfs deel uit van de vakantiepret. Ook Bob en ik wisten deze zomer wel raad met het toekennen van namen. Een impressie.

Als er iemand centraal stond deze vakantie, was het wel de 'mooner' van dag 2. We vroegen ons meteen af hoe hij zou heten en ik kwam met de suggestie 'Lou'. Volgens Bob leek hij wel op Lou uit Little Britain en deze coïncidentie was natuurlijk meteen beslissend: we zouden hem voortaan Lou noemen. Elke dag waren we weer opgetogen als Lou naar het zwembad kwam gehobbeld. Blote pens, hoedje op, exemplaar van The Sun onder zijn arm en vanaf een uur of tien 's ochtends aan het bier. Wat een beest. Lou bleef onderwerp van gesprek en Bob kwam tijdens het diner van vandaag tot het lumineuze idee dat Lou waarschijnlijk 'gewoon' een hoogleraar was. Ook academische disputen zou hij beslechten door een 'mooner' richting zijn collega's te plaatsen.

Een andere man slaagde er elke ochtend in exact tegelijk met ons handdoeken op ligbedden te gaan leggen. De besnorde, zwijgzame Nederlander kon volgens ons niet anders dan 'Leo' heten. Ook beroemdheden onbraken niet. Elke dag, tegen 17.00 uur, nestelde een replica van Günter Grass (foto) zich op het terras achter een halveliter. Verder was ook voetballer Ali Boussaboun (foto) vaste gast aan het zwembad. Na enkele dagen ontdekten we dat hij Vlaams sprak en zo werd hij de Belgische Boussaboun.

Ook op jeugdig gebied waren er de bekende gezichten. Zo was daar Jennifer from Scotland, die we ervan verdachten eigenlijk Nathalie from Plymouth (zie dag 1) te zijn. De zwembadgasten werden daarnaast dagelijks vermaakt door het zootje kleine kinderen dat de Engelse familie van de bruiloft bij zich had. Twee belangrijkste exponenten waren 1. het dikste kind ooit, een meisje dat werkelijk dichtgeslibd leek, met een niet eerder vertoonde bolle toeter, dat je er bijna medelijden mee kreeg. De andere kinderen waren wat dat betreft ook meedogenloos. Ze vochten regelmatig een mini-oorlog uit in het peuterbadje dat zich achter onze ligbedden bevond. Het dikke meisje werd dan door de anderen ervan verdacht "pregnant of twins" te zijn...

Ook was er 2. de nauwelijks driejarige Colin. Hooligan in de dop, luisteren ho maar en gezegend met een vocabulaire waar de BthV akelig van wordt. Het manneke klom elke dag in de grote parasollen op het terras, was doof voor de waarschuwingen van zijn vader ("Colin! Come down!, NOW!"), immuun voor billenkoek en elke dag te horen met zijn luidkeels verkondigde "fuckin' hell!!, fuckin' hell!!". Ik moest er stiekem smakelijk om lachen.

Pendant van Colin was het zoontje van de man die op dag 4 zo'n plezier had van ons gesprek met de Duitsen. Elke dag ging hij gekleed in een shirtje van Huntelaar. Het ventje was corpulent en verlegen, een lief dikkerdje. Hij liep niet, hij waggelde. We probeerden regelmatig de aandacht van 'Huntelaartje' te trekken door het zingen van "Klaas - Jan - Húntelaaaaar", maar hij gaf geen kik, schuchter knabbelend aan zijn ijsje.

Ook deze dag aan het zwembad vloog weer voorbij. 's Middags had ik mijn innerlijke zelf getrakteerd op eerst een tosti en iets later een uitstekende souflaki met rijst, ui en friet. 's Avonds kon ik niet kiezen uit de drie verschillende soorten vlees, zodat ze maar alledrie op mijn bord belandden.

Na het eten installeerden we ons zoals elke dag op het terras om onder het genot van een koffie de maaltijd te verteren. De koffie werd geserveerd in een kannetje. We hadden daarbij ontdekt dat als we allebei apart 'one coffee' bestelden we ieder een middelgroot kannetje kregen waar twee koppen koffie p.p. uit te halen waren, i.p.v. één p.p. bij een gezamenlijke bestelling. Nederlanders hè...

Lena en Julia voegden zich bij ons toen we aan onze eerste halveliter zaten. Het was hun laatste avond en ze wilden het nog één keer gezellig maken. De entertainer van vanavond was de fakir. Hij ging eerst aan de slag met vuur. Huntelaartje liep steeds heen en weer vooraan, we vreesden dat hij een keer getroffen zou worden door een uitgespuwde vlam, maar God was genadig. Na een korte pauze ging de fakir aan de slag met een spijkerbed. Hij had vier vrijwilligers nodig en de gladjanus koos vier mooie jongedames uit, voor wie hij zijn bewondering overigens niet onder stoelen of banken stak. O.a. Jennifer from Scotland en een Aziatisch ogende schone, door ons ad hoc Fugiyama gedoopt, moesten eraan geloven.

Lena en Julia wilden met ons ouzo drinken, de traditionele Griekse anijslikeur. Deze bleek veel minder sterk dan ik gewend was van de ouzo in Griekse restaurants in Nederland en hij was dan ook in mum van tijd op. Ook de halveliters gingen er vanavond overigens snel doorheen. Waar ik in Nederland bijna nooit twee dagen achter elkaar bier drink, daar was het nu elke avond raak en ik moet zeggen, het bleef smaken. Terwijl de fakir nog met glas in de weer ging, legden we contact met Nederlandse jongeren die geanimeerd onze conversatie met Lena en Julia aan het volgen waren.

Sander en Erwin, beiden 21, afkomstig uit Katwijk, waren met hun respectievelijke vriendinnen Vera en Ria op vakantie en ze bleken aardige kerels met wie we goed konden opschieten. De fakir was intussen naar huis, de meeste gasten naar bed en bij ons op het terras werd het pas echt gezellig. Lena bleek onder de invloed van alcohol pas echt los te komen. Op een gegeven moment - het moet 03.00 uur geweest zijn - kwam Annika de barvrouw ons quasi-vriendelijk verzoeken te betalen, omdat ze de kas ging opmaken. Julia was al naar haar kamer verdwenen, zich niet helemaal lekker voelend. We betaalden een recordbedrag (maar niet zoveel als onze Katwijkse vrienden die +100 € moesten dokken). Ook Sander en Vera haakten af en na wat geweifel besloot Lena nog mee naar onze kamer te gaan. We hadden ten slotte een mini-bar.

Ook Erwin ging nog mee (Ria lag al om 22.00 uur in bed) en we sleepten wat stoelen naar het balkon. Bob ging als eerste 'out'. Hij ging 'even liggen', maar was bij een inspectie vijf minuten later al niet meer aanspreekbaar. Lena begon intussen te klagen over jongens. Ze was bedrogen door haar ex-vriend en alle jongens waren hetzelfde bla bla bla. Toen ze ook nog mijn bier opdronk, was het tijd om afscheid te nemen. Het was nu 06.00 uur. Op de badkamer zag ik dat Bob een hele rits paracetamols naar binnen had gewerkt. Gelukkig bleek hij geen overdosis te hebben genomen en dus was er gelegenheid tot evaluatie. Zelfs de iPod en de disc-man werden nog tevoorschijn gehaald.

We concludeerden dat Julia de aardigste was. Altijd vriendelijk, redelijk, opgewekt. Lena was dan wel de knapste, maar ook de raarste. We konden er geen hoogte van krijgen. Vaak chagrijnig, abominabele filmsmaak (Pretty Woman, Dirty Dancing, Sissi), instabiel en wantrouwig. Toch hadden we een leuke tijd met de dames gehad en dat overheerste toch wel.

Het was inmiddels 07.00 uur en even overwogen we maar niet meer te gaan slapen. Uiteindelijk besloten we dat twee uurtjes slaap toch wel nuttig zouden zijn. Ik dommelde uiteindelijk weg onder de klanken van Keane's 'Nothing in my way'. Daarin komt de volgende zin voor: 'for a lonely soul, you're having such a nice time'. Ik moest pardoes aan Lena denken...

dinsdag 4 september 2007

[Kos 2007] Dag 5: De boom van Socrates?

Op dag 5 werden we wakker werden met een lichte kater. Het opstaan werd elke dag zwaarder, al zorgde de lichtinval er wel voor dat je ook echt wakker werd en bleef. En wij zaten blijkbaar aan de goede kant van het hotel, want van anderen hoorden we dat zij elke ochtend gewekt werden door het geloei van een of andere gebedsoproeper die we voor het gemak maar 'de imam' noemden. Het eten 's ochtends bleek weer zeer matig, Bob beperkte zijn ontbijt tot een glaasje water. In hoeverre de hoeveelheid bier de vorige avond daarbij een rol speelde blijft hier buiten beschouwing...

Over de dag is weinig zinnigs te melden. We hadden voor het ontbijt weer twee fantastische ligbedden + kussens weten te reserveren door onze handdoeken er op te leggen. Twee stoelen erbij om af en toe te zitten en één of twee parasollen en we konden weer een dagje genieten van het zwembad en de zon. Ik maakte mijn dagelijkse wandeling naar de krantenkiosk waar ik tot mijn grote vreugde in de Telegraaf las dat het Vitesse van Aad de Mos met 1-0 van AZ had gewonnen. Aad de Mos, wat een held. Ik oefende mij elke dag in het onderwaterzwemmen en hoewel mijn tactiek van niet toegeven aan het gebrek aan zuurstof me er bijna in deed slagen in één adem heen en weer te zwemmen, ging de conditie toch dagelijks zienderogen achteruit.

We kwamen de dagen aan het zwembad behalve zwemmend en zonnend ook muziek luisterend en lezend door. Bobs leesvoer bestond uit
1.Tony Kushner - Angels in America
2.Gilles Deleuze - Anti-Oedipus: capitalism en schizophrenia
3.Giorgio Agamben - Homo sacer en
4.Mark Z. Danielewski - House of Leaves
De ondertitel van Deleuze's boek werd door Bob bestempeld als de mooiste ondertitel van een filosofisch werk ooit. We waren eerder al tot de conclusie gekomen dat Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen ook wel een van de mooiste titels ooit was. Mijn leesvoer bestond behalve uit de VI, Quest, WielerRevue en HP/De Tijd uit
1.Jorge Luis Borges - De cultus van het boek
2.J.Bor - 25 eeuwen filosofie, teksten en toelichtingen en
3.Bill Bryson - Een kleine geschiedenis van bijna alles
Die laatste had ik al eens gelezen, maar die verdiende door zijn leesbaarheid en informatieve waarde een herlezing.

Na de middag was het weer tijd voor een experimentele lunch. Omdat het hotelvoedsel overal hetzelfde is (internationaal, niet specifiek Grieks), wilde ik 's middags een Grieks gerecht. Ik koos, net als Bob, voor de 'gyros with pitta'. Het broodje gyros was zijn geld meer dan waard.

{Intermezzo}
Voorafgaand aan de vakantie werd me door mensen die eerder op Kos waren geweest verteld dat in het centrum 'de boom van Socrates' zou staan, een boom waaronder de wijsgeer de mensen had onderricht. Bob en ik meenden voldoende van filosofie te weten om met zekere stelligheid te kunnen beweren dat Socrates nooit op Kos was geweest. We waren dan ook zeer benieuwd naar de betreffende boom. In het centrum van Kos-Stad stuitten we uiteindelijk in het midden van een pleintje op een gigantische boom. Het toelichtende bordje gaf te lezen: 'Tree of Hippocrates'. De Griekse grondlegger van de geneeskunde Hippocrates van Kos dus, en niet Socrates. Typisch een geval van de klok horen luiden...
- - - -

Gezien de geringe activiteit deze dag lijkt het me hier een geschikt moment om het belangrijkste personeel eens te bespreken.

'Husserl': een kale, stokoude Griek die zich opwierp als de wijnkenner in de eetzaal. Bob doet filosofie als tweede studie en voor mij is filosofie een hobby en zo kwamen we ertoe de man Husserl te noemen, naar Edmund Husserl, de eerste continentale filosoof. We bedachten dat hij na zijn pensioen dit hotel was begonnen en het als eerbetoon aan zijn stroming 'Contintental Palace' had genoemd. We moeten dit 's avonds bedacht hebben...
'Nadal': vernoemd naar de tennisser. Net zo'n kutjanus die constant zijn biceps aan het showen was. Bij de vrouwelijke gasten schonk hij vriendelijk hun glas vol en bij ons pleurde hij de fles op tafel om er snel vandoor te gaan. Was bovendien in de bar bij het zwembad verdacht intiem met een veel ouder vrouwelijk personeelslid.
'Slippy': naar de kikker uit StarFox (SNES) en Lylat Wars (N64, zie plaatje), waar hij sprekend op leek. Een veel te dikke kelner in het restaurant. Zwetend en puffend sleepte de arme jongen zich elke dag weer achter zijn karretje met vuile vaat aan. (Overigens noemde ik hem tíjdens de vakantie abusievelijk Zippy i.p.v. Slippy.)
'De Heks': een oerlelijke vrouw die met een angstaanjagend schelle lach iedereen de stuipen op het lijf joeg. Door Bob ook wel de antichrist genoemd.
Katherina en die andere: de twee leuke serveersters. Begaven zich tijdens het bruiloftsfeest op de dansvloer. Waren altijd aardig en vrolijk.
En dan was er nog de gebrekkig Nederlands sprekende ober die elke dag op dezelfde plek bij het zwembad stond. Hij vermoeide ons al elke dag met zijn 'alsjeblief, dankjewel' aan het eind van werkelijk elke zin, maar vandaag stortte hij ineens zijn hele levensverhaal over ons uit: 'ik mis mijn liefje, ik had liefje in Breda, zij blond was, als Linda de Mol, wij kregen kindje, zwart haar blauwe ogen, iedereen oh wat mooi kindje, maar ging goed hier maar niet goed in Nederland, nu ik hier en liefje daar...' en zo nog even verder. We besloten wijselijk begripvol te knikken en verder onze lippen stijf op elkaar te houden.

's Avonds stond er - o ironie - gyros op het menu. Dat werd dus voor de tweede keer gyros met pitta deze dag. Op het terras bleek dat het kaarsje in de kerk van Zia blijkbaar niet goed had gebrand, want tegen 22.50 uur verscheen er 'Haarlem-TOP Oss 0-0' op mijn telefoonschermpje. We gingen maar weer met Lena en Julia naar het centrum en belandden uiteindelijk bij het 200 jaar oude gebouw. Daar bleek dat de baas zijn personeel had afgestemd op de Heraclitische harmonische eenheid der tegendelen. Want waar de voorwereldlijke held met megabril van dag 3 uitblonk in snelheid van serveren, daar was nu zijn collega die niet kon wachten met áfruimen. Hij kwam zelfs eigenhandig het laatste bodempje bier uit de fles in mijn glas gieten om de lege fles maar mee te kunnen nemen. Bij het brengen van het bier had hij ons al 'vermaakt' met een 'grap': Ik had Heineken besteld, Bob Amstel. "Freddy and his little brother, hahaha", lachte de man, doelend op ons bier.

We vluchtten weg en besloten maar gauw een eind aan deze dag te maken door onze bedden op te zoeken.

maandag 3 september 2007

[Kos 2007] Dag 4: Take a crap?

(Vervolg dag 3)

Toen we 's avonds hadden besloten naar het centrum van Kos-stad te gaan, bleken de dames niet bereid te lopen. Alhoewel het slechts 10 minuutjes lopen was, vonden ze het te ver en te warm enz. Ze wilden per bus of per taxi. Een dienstregeling was er wel, maar meer als curiositeit waarschijnlijk, want een bus hebben we niet gezien. Ook de taxi's reden ons finaal voorbij. Uit baldadigheid bedachten Bob en ik enkele manieren om een taxi aan te houden. De favoriet was toch wel de kliko die vlakbij stond voor een aanstormende taxi te gooien.

Gelukkig stopte er eentje op de normale manier. Voor we goed en wel zaten waren we al op de eindbestemming aangekomen. Het eerste terras dat we bezochten was erg rumoerig en bovendien was Lena nog behoorlijk chagrijnig ook. We vroegen of er iets was, maar dat bleek niet het geval, zodat we het maar op de maandelijkse ongemakken hielden. Na één flesje bier vertrokken we weer. Op een pleintje zagen we een oud huisje dat nu fungeerde als bar. Lena en Julia haalden hun fototoestel tevoorschijn en meteen kwam er een oude Griek in gestrekte draf op ons af. Zijn tronie werd gesierd door een werkelijk reusachtige bril.

"This building is 200 years old," verklaarde de beste man met zichtbare geestdrift. We geloofden hem op zijn woord, omdat hij waarschijnlijk getuige is geweest van de bouw. En zoniet, dan was zijn bril in ieder geval wel minstens 200 jaar oud. We besloten op de met kussens beklede banken voor het gebouwtje wat te drinken en meteen bleek dat de man behalve gids ook ober was. Hij trok een sprintje en voor we konden gaan zitten had hij al vier menukaarten op het tafeltje gedeponeerd.

Op Kos geeft men je het bonnetje in een klein borrelglaasje. Het is gemeengoed om het geld in dat glaasje te deponeren. Toen we opstonden om te gaan kwam het mannetje weer in zijn sukkeldrafje naar buiten. "Did you already pay?" vroeg hij. Toen we bevestigend antwoordden, gebeurde het: er voer iets in hem, op zijn gezicht verscheen een angstaanjagende grimas en in een schitterend vertoon van wilskracht scheurde hij het bonnetje half doormidden om weer razendsnel naar binnen te verdwijnen. We keken elkaar verbouwereerd aan. Wat was het idee hierachter? Simpel een bewijs van ontvangen betaling? Teleurstelling over het uitblijven van een tweede rondje drinken? Of gewoon woede over het reeds vergeten zijn van onze voldane betaling? We weten het niet, de twee-eeuwenoude Griek is en blijft een mysterie.

Het werd even stil van onze kant toen Lena en Julia zonder blikken of blozen zeiden: "we're gonna take a crap". Of ze dat nog een keer wilden zeggen. "Take a crap. You can buy them over there, they are delicious." Het bleek te gaan om een 'crèpe', een soort van flap van deeg die je met allerlei zoetigheid kon laten vullen. Jam, chocolade, fruit enz. "So you're gonna take a crap," zeiden we met ingehouden lach. De meiden waren duidelijk niet op de hoogte van de dubbele betekenis van deze zin en toen we dan ook in lachen uitbarstten, ontmoetten we vragende gezichten. We legden de connotatie uit en toen konden ze er ook hartelijk om lachen.

(Dag 4)

De volgende dag werd een echte luierdag. We hebben de hele dag aan het zwembad gelegen. Lena had een chloorallergie en de meiden gingen dan ook naar het strand. 's Middags ging ik voor het broodje hamburger met friet en ui. Dit was waarlijk smakelijk, veel minder vet dan doorgaans in Nederland zo'n broodje is en zelfs de uien waren goed binnen te houden. 's Avonds lagen er zowaar spruitjes. Die gingen samen met twee lappen vlees en Griekse salade mijn bord op.

Om 21.00 uur begon de wekelijkse karaoke-avond. Host was 'The Blue Joker'. Met zo'n naam kon je veel van hem verwachten en inderdaad, een joker was het. De liedjes gingen gepaard met licht-erotische filmbeelden die het publiek deden lachen van verwondering en waar de camera's gretig bij flitsten. Blue Joker waagde het zelfs Frans Bauers evergreen 'als sterren aan de hemel staan' in gebroken Nederlands te zingen, waarvoor hulde.

Het werd een gezellige avond met wederom vele halveliters. We hadden ontdekt dat hoe meer fooi je gaf, hoe vaker je pinda's bij je bier kreeg. Omdat we de eerste dagen royaal waren geweest, kregen we een flinke lading pinda's voor onze neus. De meiden bleken op de pof te drinken en zij bleven dan ook - terecht - verstoken van de zoute hapjes. Inmiddels was de karaoke in volle gang. De zangers bleken stuk voor stuk over goede zangstemmen te beschikken. Nederlandse Tim, Engelse Rob, nog een Engels joch, een genot voor het gehoor. Onvermijdelijk naderde het moment dat ook wij eraan moesten geloven. Gezien het niveau van de andere zangers vreesden we voor fluitconcerten en tomaten.

Als zelfverklaarde Roy Orbison-fan zat er natuurlijk niets anders op dan een nummer van deze helaas veel te vroeg overleden zanger te vertolken. 'Oh, pretty woman' vind ik een van zijn minder goede nummers, maar het was het enige lied dat op de playlist stond. Bob was zo dapper om mij te vergezellen. Tijdens het zingen hoorde je jezelf absoluut niet. Na afloop bleek dat we wel degelijk te horen waren en volgens de mevrouw achter me 'was het wel te pruimen'. Waarvan akte.

The Blue Joker werd steeds gekker en op een gegeven moment liet hij zijn telefoontje afgaan:
"Hello, Blue Joker here, who is this?
Ah, hello Eminem
- ....
Are you performing now? Me too.
How big is your crowd? 50 000? Mine is 50.."
enz.

De meiden gaven inmiddels niet thuis en wilden niet hun plicht doen door samen te zingen. Alleen als wij zouden meezingen. Ze kozen 'San Francisco' van Scott McKenzie, een lied waarvan ik slechts het refrein ken. Het werd dan ook een fiasco. Het publiek was zichtbaar opgelucht toen The Blue Joker verklaarde dat dit het laatste nummer van de avond was geweest.

We bleven naderhand nog lang zitten praten over de verschillen tussen Duitsers en Nederlanders. De abominabele beheersing van het Engels van de Duisters werd eerst toegeschreven aan de hoge mate van onderwijs in het Engels onzerzijds, maar we gaven toch de schuld aan de nare gewoonte van onze oosterburen om alle films te nasynchroniseren. Een waarheid als een koe. We konden niet nalaten af en toe flink de draak te steken met de meiden, o.m. tot hilariteit van een Nederlander die achter ons zat, duidelijk zat mee te genieten en dit ook regelmatig hardop uitsprak.

Toen we verzocht werden te betalen omdat men de kas ging opmaken en ging afsluiten, concludeerden we dat het weer een mooie dag en een gezellige avond waren geweest en we vielen dan ook als een blok in slaap. We waren alweer op de helft...

zondag 2 september 2007

[Kos 2007] Dag 3: 'George Stravopoulos, fisherman' (en kosmopoliet)

Vandaag stond de excursie op het programma. We zouden eerst gaan ontbijten met onze Duitse reisgezellinnen. Geheel volgens de regels van het spel kwamen we een paar minuten later dan afgesproken bij de eetzaal aan. De meiden waren blijkbaar ook op de hoogte van deze regels, want zij arriveerden tegelijk met ons. Tijdens het ontbijt praatten we nog wat na over de vorige avond en over de gedenkwaardige kurk.

Voor we vertrokken gingen Bob en ik eerst nog even terug naar de kamer om geld uit het kluisje te halen. We vroegen ons als rechtgeaarde Nederlanders af of we niet vooral meegevraagd waren als financiële ondersteuning. Dit bleek zeker niet het geval te zijn. De kosten werden perfect verdeeld gedurende de dag. Beneden gekomen was de dame van het verhuurbedrijf al druk bezig met de uitleg. De auto bleek een Fiat Panda, 'car of the year 2004'. Julia had haar rijbewijs bij zich en zou chaufferen. Uiteraard vroeg ik nog sluw of de tank vol gegooid was. Hij bleek halfvol, maar dat zou ruim genoeg zijn om het eiland rond te rijden.

Zo gingen we op weg. Wat meteen opviel was het gebrek aan regels in het Griekse verkeer. Nergens haaientanden te bekennen, men ging wanneer het mogelijk was. Gelukkig betekent Griekenland ook een relaxtere sfeer in het verkeer, waarbij we geregeld alle ruimte kregen om voor te gaan. We zetten eerst koers naar het bergdorpje Zia. Verkeer en Waterstaat is blijkbaar geen groot ministerie in Griekenland. De weg omhoog was namelijk zo slecht dat we regelmatig vreesden voor de vering en de banden. Onderweg kwamen we een militaire basis tegen. Vlakbij wilden de meiden even een paar foto's maken van het uitzicht. Foto's maken in de buurt van een Griekse militaire basis... U begrijpt dat ik 'm kneep.

Veilig bereikten we Zia. Het bergdorpje Zia is een oud stadje met oude huizen en een kerkje. Helaas was het zo toeristisch als de pest. Meer souvenirwinkeltjes dan authentieke bezienswaardigheden. We vonden toch een oud vrouwtje die honing verkocht en een zelfgemaakte lekkernij ter proberen aanbood. Het waren een soort van romige oliebollen die bijzonder goed smaakten. Het kerkje was van binnen erg mooi. Er viel een soort van zware deken over me heen, figuurlijk gesproken, veroorzaakt door de historisch bepaalde gewichtigheid en spirituele sfeer die zo'n religieuze plaats altijd weer veroorzaakt. De stilte is er loodzwaar. Ik stak nog een kaarsje aan voor de doden (en voor de eerste overwinning van TOP).

Vervolgens reden we verder naar de ruïne van Píla. Het oude kasteel bevond zich bovenop een bergtop. Het laatste deel van de klim moest te voet afgelegd worden. Het was erg warm en bovendien bleek de ruïne gerestaureerd te worden. We namen een cola bij het huisje op de bergtop. Het uitzicht was daar werkelijk adembenemend (zie foto). Wel werden we bijna van onze stoelen geblazen door de enorme winden die de flanken teisterden.

Met de auto weer afdalend, besloten we wat te gaan eten. We stopten bij een restaurantje ergens langs de weg. En daar ontmoetten we de eerste koning van deze vakantie. Het bord bij de ingang gaf al aan dat we te maken kregen met 'George Stravopoulos, fisherman'. George maakte meteen indruk met zijn enorme gouden ketting en zijn outfit. Hij ging getooid in een strak wit hemd met daaronder een schort. Zijn Engels was uitstekend te noemen. Hij bleek behalve de ober ook de kok te zijn. Hij vroeg:

"Where are you from?"
- "We're from Holland en they're from Germany"
(glimlachend) "Ah, you've met here..."
- "Yes. And you?"
"I'm American-French-Greek. I was born in France, my parents were Greek, when I was two I moved to America en now I live in Greece"
- "Wow. And you like it here?"
"Yes. Life's good here. In the winter I go fishing at sea, hunting in the mountains"

De meisjes waren met dit laatste niet blij, dierenaanbidders die ze waren. George leverde een overheerlijke tonijnsalade af, een echte aanrader. Hij bleek ook nog over een compagnon te beschikken die het Griekse credo van 'de hartslag laag houden' huldigde. Deze filosoof ging aan een leeg tafeltje zitten en staarde naar de zee in de verte. We zagen hem metafysisch worden en volgens Bob zat hij op een gegeven moment in de ideeënwereld. George was inmiddels weer terug:

"Where do you live in Germany?"
- "Near Cologne"
"Ah, Köln. I've been there too. I had a good friend there. He gave me a pin for my tie from the cathedral of Cologne. It's only given to real good friends. But I haven't seen him for years now..."

Arme George, we voelden met hem mee om zijn verloren vriendschap. We gaven hem een royale fooi en namen afscheid van deze visser, jager, kok, ober en kosmopoliet. We reden verder en gingen nu eindelijk een zandstrand opzoeken. In mijn enthousiasme - of noem het jeugdige onbezonnenheid - wilde ik de zee in rennen. Helaas bleek de zeebodem na luttele meters bezaaid met puntige rotsen. Ik kwam met de schrik vrij. Julia bleek even later minder fortuinlijk: ze haalde haar arm lelijk open. Ze was bang dat haar ader zou exploderen, maar we wisten haar van deze opmerkelijke angst af te brengen. Het zeewater was overigens heerlijk warm.

Het liep tegen de avond en we wilden nog een ander strandje bezoeken. Daar waren de golven erg wild en dat gaf in combinatie met de dalende zon een schitterend beeld. We stonden er zwijgend naar te kijken. Volgens de opdracht moesten we nog tanken. Op Kos werkt men nog ouderwets met tankbedienden die de autosleutel in bewaring nemen en voor je tanken. Bob stapte eerder uit en terwijl Julia nog inparkeerde wilde de bolle bediende met alle geweld van Bob de sleutel hebben. Het kostte enige moeite hem ervan te overtuigen dat je toch echt de sleutel in het contact moet hebben om te kunnen inparkeren...

Terug in het hotel moesten we vlug douchen voor het diner. Ik at een groot stuk vlees dat bij nader inzien een soort van knieschijf + meniscus bleek te zijn. Veel bot, weinig eetbare stukken. De roze mousse die als dessert diende was dan weer formidabel.

's Avonds gingen we met de meiden naar het centrum. Daar ontmoetten we de tweede koning van de dag. Omdat dit stukje nu wat lang dreigt te worden, vertel ik morgen alles over deze voorwereldlijke held!

zaterdag 1 september 2007

[Kos 2007] Dag 2: Lena und Julia

Voor het slapen gaan hadden we besloten om 09.00 uur de wekker op mijn gsm af te laten lopen. We konden ontbijten tot 10.00 uur, dus zo zouden we een ruime marge hebben. Toen ik wakker schoot en op mijn horloge keek, gaf die 09.35 uur aan. Verbaasd raadpleegde ik mijn telefoon. Die gaf 08.35 uur aan. Ik realiseerde me in een flits dat het ook wel handig is om niet alleen je horloge maar ook je telefoontijd een uurtje vooruit te zetten, en dat we nu dus voort moesten maken.

Het ontbijt bleek karig. Wat vooral opviel was dat alles klein was. Kleine glaasjes, kleine bordjes, kleine plakjes kaas. Het brood bleek helaas erg droog. Toch wisten we wat voedsel naar binnen te werken en gingen vervolgens een plaatsje zoeken aan het zwembad. Bij onze verkenningstocht de eerste dag hadden we gezien dat het strand tegenover het hotel een kiezelstrand was. Ook het feit dat Bob en ik beiden geen al te hoge pet van het zoute zeewater hadden deed ons besluiten onze voorliefde voor het zwembad te volgen en de dag daar door te brengen.

Het zwembad was zonder meer puik te noemen. Groot, aangenaam van temperatuur, variërend van diepte (van 1 meter tot 3 meter) en zelfs een massief betonnen duikplank. Ook de ligbedden waren een godsgeschenk. Je kon de bedden zelfs zo verstellen dat je rechtop kon zitten. Bovendien waren er in overvloed kussens beschikbaar, zodat je geen houten kont kreeg van het liggen. Gewapend met zonnebrandcrème (toevallig allebei Kruidvat Notenmelk) lieten we de koperen ploert zijn werk doen.

Ook de bar bij het zwembad werd gekeurd en goed bevonden. Men kon er werkelijk alles eten en ook twee vrieskisten met ijsjes en twee koelkasten met blikjes drinken in alle smaken waren beschikbaar. Ik ging voor de tosti, waarop ik vijf minuutjes zou moeten wachten. Na tien minuten bleek de aardige mevrouw na een inspectie mijnerzijds de tosti glad vergeten. Gelukkig was er in mum van tijd een nieuwe vervaardigd.

's Avonds geen restaurant voor ons. Het hotel onderscheidde zich namelijk in positieve zin door elke vrijdagavond bij het zwembad een barbecue te organiseren. Vlees was ruim voorradig en goed doorbakken en ook vele groenten en sauzen sierden de buffettafels. Onder de indruk besloten we twee keer op te scheppen. Een heerlijke barbecue, dat moet gezegd.

Na een zeer technisch potje tafeltennis gingen we het terras opzoeken. Een Griekse 'artiest' zou voor de entertainment zorgen. De halveliters smaakten weer bijzonder goed en dat was maar goed ook, aangezien de 'artiest' weinig soeps was. De beste man had zijn laptopje aangesloten, had zijn playlist opgestart - waarschijnlijk WinAmp - en geloofde het verder wel. Gelukkig waren de sterren ons echter goedgezind. We hadden al een dame in bruidsjurk zien rondlopen en er bleek hier geen sprake van aandachttrekkerij dan wel Grieks carnaval. Engelse Amanda was namelijk vandaag op Kos getrouwd met haar ietwat corpulente geliefde wiens naam mij helaas ontschoten is. De hele familie was mee op vakantie gegaan en men vierde de bruiloft vanavond bij het hotel.

Inmiddels had ik een sms'je uit Nederland gekregen: 'Rust. Alleen Quekel scoorde na een kwartier', aldus mijn vader. Voor niet-ingewijden: ik kreeg de ruststand bij TOP Oss - Veendam doorgeseind. 1-0 dus, vreudge alom, verbaasde blikken om mijn iets te extraverte juichgebaren en een geschikt moment voor een nieuwe halveliter. Na een tijdje spotten we een prachtige jongedame, die aan een tafeltje met een iets minder prachtige jongedame zat. Ik (we?) keek(keken) expres opvallend vaak hun richting op.

De bruiloftsgasten maakten er een echt feestje van. Tot grote hilariteit besloot een van de heren, een enorme, kale, dikke reus van een vent zijn gebrek aan dansvaardigheden te compenseren met het showen van zijn achterwerk. Een echte Engelse 'mooner' dus. De sfeer mijnerzijds daalde echter plotseling naar het vriespunt toen het tweede sms'je binnenkwam: 'in drie minuten alles weggegeven. een-twee'. Verloren dus, godgloeiende nogaantoe. Ik had de ergste vloeken nog niet geuit of ik schrok me weer een hoedje. De bevallige jongedame stond aan ons tafeltje. 'Kommen sie auch aus Deutschland?' Slechts een ondeelbaar moment was ik uit het veld geslagen. We waren dan wel Nederlanders, maar we hadden zeker zin om bij hun te komen zitten.

De dames bleken Lena en Julia te heten. Ze kwamen uit de omgeving van Köln en waren, zoals het echte Duitsers betaamt, liefhebbers van het gerstenat. Het gesprek vlotte erg goed en het bier vloeide rijkelijk. Onvermijdelijk gingen dan ook op een gegeven moment de voetjes van de vloer en zo stonden we tussen de Engelse feestvierders. De 'artiest' was inmiddels behoorlijk chagrijnig. Na enig vragen bleek dat de Griekse Adonis had geprobeerd de Duitse meisjes te versieren, maar zij waren niet op zijn avances ingegaan. Nu was hij behoorlijk pissed en dat botvierde hij op ons. Toen Bob Neil Young ging aanvragen liet hij op niet mis te verstane wijze weten dat dat geen feestartiest was. Overigens deed ook Dries Roelvink geen belletje rinkelen.

Het werd steeds later en steeds gezelliger. Zelfs de leuke serveersters bevonden zich op gegeven moment op de dansvloer. Ook de champagne was inmiddels uit de koeler gehaald en werd ontkurkt. Ik vond de kurk en besloot in mijn lichte roes die kurk aan de bruid aan te gaan bieden. Ik hing een of ander lulverhaal op over dat het bewaren van de kurk een voorspoedig huwelijk zou betekenen o.i.d. en dat werd nog geaccepteerd ook. Waarschijnlijk ligt er dus momenteel in een arbeiderswoning in Engeland een kurk op een prominente plaats op de schouw.

De 'artiest' was het inmiddels echt zat - hij maakte waarschijnlijk nu onbetaalde overuren - en hij trok de stekker eruit. Lena en Julia vroegen of we de volgende dag met hun het eiland wilden rondreizen. Ze hadden een autootje gehuurd en ons gezelschap vanavond was dermate goed bevallen dat we uitverkoren waren mee te gaan. Natuurlijk namen we dit aanbod aan. We spraken af de volgende ochtend om 09.20 uur te ontbijten om vervolgens op weg te gaan.

Zo liep dag 2 ten einde en zochten we tevreden ons bedje op.