Posts tonen met het label Vluchtelingencrisis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vluchtelingencrisis. Alle posts tonen

donderdag 28 januari 2016

Ook de Tunesiërs zullen blijven komen

Frans Timmermans verraste vriend en vijand met de mededeling dat liefst 60% van de asielzoekers niet op de vlucht is voor oorlog en geweld maar economische migrant is. Zelfs bij GeenStijl vielen ze bijkans van hun stoel: 'Hou u vast. We gaan iets absurds beweren hier: Junckerbutler Timmerfrans zegt iets zinnigs. Jawel.'
   Toch waren er meteen al twijfels. Hoe kwam Timmermans aan dat percentage? We lezen immers dagelijks dat maar bar weinig migranten geregistreerd worden, dat de handel in valse paspoorten floreert en dat heel veel asielzoekers na aankomst weer van de radar verdwijnen.
   Timmermans moest dan ook op zijn schreden terugkeren: het werkelijke percentage is onbekend, hij had vooral een statement willen maken.
   Toch moeten we ons niet blindstaren op dat percentage, want de kwestie is wel degelijk relevant. De vluchtelingencrisis is inmiddels zo precair dat een strenge doch rechtvaardige schifting gemaakt moet worden tussen wie (tijdelijk) mag blijven en wie direct teruggestuurd wordt. Precies de opsplitsing in oorlogsvluchtelingen enerzijds en economische migranten anderzijds zou daarbij leidend moeten zijn, te meer daar 'gelukszoekers' nu de mogelijkheden tot opvang van werkelijke vluchtelingen frustreren.
   Door het uitblijven van een EU-brede strategie verliezen landen hun geduld en kondigen ze op eigen houtje maatregelen af, die impopulair of onorthodox zijn, en die vooral ook de problemen verplaatsen.
   Zweden voerde weer controles in bij de grens met Denemarken en met groot succes: de instroom is gigantisch afgenomen. Gevolg was wel dat de Denen zich op hun beurt genoodzaakt zagen de grens met Duitsland strenger te bewaken.
   Hongarije bouwde een hek, dat de migratiestroom deed afbuigen naar Slovenië, dat vervolgens geen andere oplossing zag dan zelf ook een hek neer te zetten.
   Op de lange termijn kan de vluchtelingenstroom alleen ingedamd worden, zo lijkt de consensus te zijn, wanneer de bron ervan bestreden wordt: de oorlog in Syrië moet stoppen, het regime van Assad verdwijnen, IS worden weggevaagd. Het geval Tunesië toont echter aan dat het niet zo simpel zal zijn.
   Sinan Can bereist voor zijn programma De Arabische storm de landen waar de Arabische lente woedde en die nu veelal geteisterd worden door chaos en geweld. In de eerste aflevering was hij in Tunesië, het enige land waar de revolutie een succes is en dus de uitzondering op de regel. De Nobelprijs voor de Vrede 2015 ging zelfs naar de samenwerkende Tunesische organisaties die het land na de verdrijving van dictator Ben Ali in rustig vaarwater brachten.
   Schokkend was echter dat de reportage niet bepaald de indruk wekte dat de Tunesiërs er zelf ook zo over dachten. Can sprak een groep jongeren. Ze zagen er allesbehalve arm uit - trendy kleding, hippe zonnebrillen, fit van lichaam en geest -, maar toch wilden ze maar één ding: naar Europa. Tunesië betekende niets voor ze, engagement om iets van het land te maken, om de democratie verder op te bouwen, leek geheel te ontbreken.
   Tunesië is bovendien hofleverancier van jihadisten aan buurland Libië en de Islamitische Staat. Naar Europa of meedoen met de heilige oorlog, dat leken de enige twee opties voor de jongere generatie Tunesiërs.
   Als jonge mannen al massaal weg willen uit een relatief veilig en vooruitstrevend Tunesië, dan moet men uiterst terughoudend zijn in beëindiging van de chaos in Syrië, voor zover dat al haalbaar is, de ultieme oplossing voor de asielproblematiek te zien.

zaterdag 16 januari 2016

Vrijdenken in tijden van polarisatie

Bas Heijne signaleerde in zijn nieuwjaarsessay in NRC Handelsblad een verandering in de betekenis van het begrip 'zwijgende meerderheid': 'Vroeger stond dat begrip voor de niet uitgesproken, sluimerende onvrede, inmiddels is het andersom: het staat voor de stille redelijkheid van de meeste mensen, die in het gekrakeel niet langer gehoord lijken te worden, die geheel en al buiten beeld zijn geraakt door alle polarisatie van posities, of het nu gaat om Europa, de vluchtelingencrisis, of de plaats van de islam in het westen.'
   De vluchtelingencrisis is het pregnantste voorbeeld. Wilders wil de grenzen dicht en azc's hermetisch afsluiten, Samsom probeert hem de loef af te steken qua dogmatische tunnelvisie door doodleuk te verkondigen dat er gerust 200.000 asielzoekers bij kunnen. Een stad ter grootte van Almere of Groningen.
   Theodor Holman noemde zulke ondoordachte spierballentaal in Het Parool 'morele gemakzucht'. Zowel de rabiate tegenstanders als de fervente voorstanders maken zich er schuldig aan. De voor de hand liggende tussenpositie - 'de Paul Schefferdoctrine' - gaat echter ook niet vrijuit, meent Holman: 'Een beetje van dit en een beetje van dat. Dat is het in Nederland populaire poldermoralisme. Poldermoralisme is de uitkomst van twee gemakzuchtige vormen van moraliteit.'
   Dat van dat polderen is misschien waar, maar er is toch ook een andere middenpositie mogelijk: niet polderen maar vrijdenken. Vrijdenken is autonoom denken en oordelen, los van welk ideologisch keurslijf dan ook. Het wordt vaak aan atheïsme gekoppeld, maar belangrijker is onafhankelijkheid van politieke en culturele ideologische dogma's. Politieke correctheid is het meest verwoestende ideologische dogma van deze tijd.
   Vrijdenken is je verstand gebruiken, niet in de laatste plaats je gezonde verstand, en je ogen en oren open houden voor de tekenen des tijds, maar niet zonder je emoties en die van anderen eerst door het filter van je ratio laten gaan. Velen verwarren het met opportunisme, maar het is in feite een niet aflatende waakzaamheid voor intellectuele luiheid.
   De vrijdenker is in het publieke debat vogelvrij, want hij vangt de klappen geregeld van twee kanten: voor ideologisch links is hij al gauw 'rechts' - een populist of, voor regressief links, een racist of islamofoob; voor ideologisch rechts is hij al gauw 'links' - een wegkijker of, voor rationeel rechts, een Gutmensch.
  Martin Sommer van de Volkskrant is een goed voorbeeld. Een columnist die nimmer vooringenomen naar de actualiteit kijkt maar de geest vrij laat waaien. Met als gevolg dat GroenLinks ging klagen bij de hoofdredactie toen hij een kritische column over het gebrek aan een realistische visie op asielbeleid schreef, en dat GeenStijl los op hem ging toen hij zich in een column over het associatieverdragreferendum voor een ja-stem uitsprak.
   Joost Zwagerman moest ooit weg bij NRC Handelsblad omdat zijn stukken te 'rechts' zouden zijn voor het elitair-linkse avondblad. Marcel Duyvestijn werd aan de dijk gezet bij het deftig-rechtse Elsevier omdat het allemaal niet rechts genoeg was. De waarheid was dat beiden zich niet voor ideologische karretjes lieten spannen.
   Het diffameren van Wierd Duk en Sywert van Lienden, twee commentatoren die veel zijn maar zeker niet rechts, is het jongste onsmakelijke voorbeeld. Ronduit ranzig werd het soms de voorbije week.
   Duk, Duitslandcorrespondent, berichtte als eerste en lang als enige over de gebeurtenissen in Keulen, voorspelde dat er zich een politieke aardverschuiving bij de oosterburen zou voltrekken, waarschuwde voor 'doorslaan naar de andere kant' en voorzag alles van de noodzakelijke nuance en achtergronden. Telkens met relevante citaten en linkjes naar zijn bronnen. Maar het leed was al geschied, Duk was de brenger van het onwelgevallige nieuws en daar moest hij kennelijk voor gestraft worden.
   Van Lienden sprak op tv over de neiging van journalisten en commentatoren om objectieve berichtgeving ondergeschikt te maken aan ideologische agenda's en aan cover-ups en zelfcensuur te doen. Hij maakte echter één stomme fout: hij verwees naar de oververtegenwoordiging van allochtonen bij zedendelicten, maar overdreef die schromelijk door abusievelijk de verkeerde cijfers te noemen. Het punt zelf bleef overeind, maar wederom: het kwaad was geschied; Joop haalde er zelfs een antisemitische Stürmer-cartoon bij.
   Een zorgelijke ontwikkeling. De zwijgende meerderheid van de stille redelijkheid heeft het volgens Heijne steeds lastiger om gehoord te worden. De schaarse vrijdenkers zijn onmisbare informatiebronnen en spreekbuizen. Maar wanneer het hen door laster en framing steeds moeilijker wordt gemaakt om als zodanig te blijven fungeren, dan zal die redelijke meerderheid uiteindelijk een minderheid worden.

woensdag 6 januari 2016

Het is gedaan nu met de barbarij

Op nieuwjaarsdag belandde ik lusteloos zappend op een of ander themakanaal van de publieke omroep. Het vertoonde de oudejaarsaflevering 2003 van het vermaarde Kopspijkers. 2003 was het jaar geweest van de inval in Irak en van de naweeën van de moord op Fortuyn een jaar eerder, met de val van Balkenende-I als kolderieke climax. Het cabaret zong een optimistisch lied tot besluit: 'Het is voorbij, het is gedaan nu met de barbarij, het kan veel beter, in een feestelijk 2004!!!'
Zalig waren de onwetenden.
In 2004 werd op de puinhopen van de oorlog in Irak de jihadistische groepering 'al-Qaeda in Irak' opgericht, thans beter bekend als ISIS of IS. In 2004 scheidde Geert Wilders zich af van de VVD en begon Groep Wilders, thans beter bekend als de PVV. In 2004 werd de Europese Unie met maar liefst tien landen uitgebreid, waaronder Polen en Hongarije en nog vijf andere voormalige Oostblokstaten. En in 2004 werd de cineast Theo van Gogh door een salafistische moslim vermoord en had de islamistische barbarij definitief ook ons landje bereikt.
Alles waar we vandaag de dag mee worstelen lijkt wel in 2004 te zijn begonnen.
Het jaar 2015 werd beduidend minder optimistisch uitgeluid dan destijds 2003. 2015 was een jaar van barbarij en vooral ook van de angst daarvoor, tot aan oudejaarsavond toe (Brussel, München), en vrijwel niemand verwacht dat het daarmee in 2016 gedaan is.
Iedereen haalde opgelucht adem toen oud & nieuw zonder aanslag passeerde, maar de voorbije dagen bleek dat te vroeg gejuicht: de massa-aanranding in Keulen door een grote groep mannen met een 'Arabisch en Noord-Afrikaans uiterlijk' heeft qua impact wel wat weg van een aanslag-in-slow motion, inclusief de traag op gang komende en schimmige informatievoorziening, de verdachtmakingen over en weer, en de verontwaardiging, verbijstering en morele verwarring. De Keulse politiecommissaris sprak van 'een volledig nieuwe dimensie van geweld'. Een voortzetting van de terreur met andere middelen dus.
Her en der werd gesuggereerd dat de daders asielzoekers waren, maar dat lijkt vooralsnog een broodje aap. Uit het oogpunt van mogelijke wraakacties jegens onschuldige vluchtelingen is dat goed nieuws, maar de fixatie op asielzoekers begrijp ik niet helemaal. Als de daders allochtone mannen zijn die al langer in Duitsland verblijven of er zelfs geboren zijn, dan is dat eigenlijk veel schokkender. Het toont de omvang van het multiculturele drama bij onze oosterburen.
In 2004 waarschuwde de toenmalige bondskanselier Schröder al voor een Kampf der Kulturen in Duitsland. Een jaar later kwam Merkel aan de macht. Pas in oktober 2010 gaf zij ruiterlijk toe dat de multiculturele samenleving in Duitsland mislukt was en dat allochtonen beter moesten integreren.
Burgemeester Reker van Keulen is nu van mening dat Duitsers aan 'mensen van andere culturen' moeten gaan 'uitleggen' dat aanranding niet de manier is waarop wij hier feestvieren.
In Nederland hadden we onlangs ex-Kopspijkers-cabaretière Sanne W. de Vries die kwam vertellen dat Nederlanders gewoon even tegen asielzoekers moesten gaan zeggen dat wij homo's hier niet als minderwaardige mensen beschouwen en dan zou het probleem van die botsende culturen opgelost zijn. Ieder weldenkend mens schudde mismoedig het hoofd bij zulke epische onnozelheid, maar in Keulen past de burgemeester het principe toe op 'mensen van andere culturen' in het algemeen. Bovendien heeft Rekel vrouwen geadviseerd tijdens carnaval 'op armlengte afstand van mannen te blijven' om herhaling te voorkomen.
Dit is geen morele verwarring meer, dit is morele barbarij. 

woensdag 16 december 2015

Trump gaet u heden voor; hy trumpt met alle krachten

Een voetbalsupporter moet zich soms een mohammedaan wanen. Zoals een huis-tuin-en-keuken-moslim de wrange vruchten plukt van fundamentalistische malloten die zijn geloof en daarmee ook hem een slechte naam bezorgen, zo moet de supporterende supporter geregeld met lede ogen aanzien hoe een troepje doorgesnoven vechtersbazen het blazoen van zijn geliefde club bezoedelt.
    De gematigde moslim dient zich telkens weer te distantiëren van zijn geradicaliseerde geloofsgenoten en wordt vriendelijk of minder vriendelijk doch immer dringend verzocht zijn goede wil te tonen aan de huiverig geworden gemeenschap, de gewone supporter idem dito.
    Toch zijn er steeds weer politici en opiniemakers die beweren dat er uiteindelijk niet zo'n groot verschil is tussen de bonafide moslim en de bloeddorstige jihadist - de islam is wat hen bindt. Ze zien alle moslims als een gevaar en bepleiten bijvoorbeeld een inreisverbod voor de VS en het hermetisch afsluiten van AZC's, of ze verkondigen dat bidden op straat gelijkstaat aan de nazibezetting. En zo zijn er ook steeds weer politici en opiniemakers die menen dat ook uitgelaten voetbalfans hooligans zijn en dat alle supporters gestraft moeten worden voor de wandaden van een kleine minderheid.
    Toch nemen de hardliners die voor maatregelen tegen alle moslims ijveren ondanks hun populariteit vooralsnog een betrekkelijk geïsoleerde positie in het politieke landschap in en worden hun ideeën krachtig van repliek gediend. En zo springt men ook massaal voor de normale voetbalsupporter in de bres en worden... o wacht, daar gaat de vergelijking opeens mank.
    De onschuldige fan wordt immers al jaren als een halve terrorist behandeld. Met het gevangenentransport dat heel eufemistisch 'combiregeling' wordt genoemd en dat samengaat met een ernstige inbreuk op de privacy en aantasting van de menselijke waardigheid. En met hermetisch afgesloten vakken en inreisverboden in andere steden en stadions. Hier is wat Trump en Wilders willen, mutatis mutandis, allang werkelijkheid geworden.
    Afgelopen zondag werd een nieuw dieptepunt bereikt toen supporters van FC Utrecht hun eigen stadion niet in mochten. De gehele Bunnikside, 5500 stoeltjes, moest leeg blijven. Vorig seizoen hadden onverlaten tijdens FC Utrecht-Ajax vanaf die tribune kwetsende spreekkoren ten gehore gebracht. Hoeveel zullen het er zijn geweest? Een paar honderd? Het is echter niet zo eenvoudig de individuele daders te pakken en de verleiding is dan groot om de gehele populatie te straffen. Te groot, zo bleek, en daarom moesten vele duizenden fans boeten voor het wangedrag van die paar honderd randdebielen.
    De clubleiding van FC Utrecht wilde hen op andere tribunes laten plaatsnemen, waarna een storm van protest opstak. Menigeen beweerde zelfs dat de Utrechtse burgemeester vanwege deze actie had verordonneerd dat er geen supporters van de bezoekende club welkom waren, maar dit was omdat er aanwijzingen waren voor Amsterdamse wraakacties. Ongetwijfeld ook weer beraamd door een smaller dan smaldeel, maar meteen mocht er helemaal niemand meer naar Utrecht om hun club aan te moedigen.
    De parallel tussen de benadering van terrorisme enerzijds en van hooliganisme anderzijds, en het verschil in bejegening van de 'gematigden' en de 'fundamentalisten' binnen de respectieve groepen is al langer een stokpaardje van me. Onlangs kreeg ik navolging van taalmedicus Jan Kuitenbrouwer, die er in zijn NRC-column op wees dat de relatie tussen supporterschap en voetbalgeweld een parallel vertoont met die tussen de islam en jihadgeweld.
    Supporters die ontkennen dat hooligans iets met hun club te maken hebben begaan volgens Kuitenbrouwer dezelfde fout als moslims die beweren dat IS niks met de islam te maken heeft, al is erkennen dat die link er wel degelijk is ook weer niet goed: 'Die relatie ontkennen is zinloos, maar roepen dat hij wel bestaat, is net zo zinloos.' Het is een verder nogal duistere column, duister van betoogtrant en qua wereldbeeld dat eruit spreekt, en de auteur slaat ergens de plank nogal mis. Zo hebben supporters en hooligans volgens Kuitenbrouwer een 'seizoensabonnement of iets dergelijks'. En moslims en jihadisten hebben dan zeker een jaarabonnement op de Koran?
    Als het al zo ver heeft kunnen komen dat normale aanhangers gediscrimineerd en uitgesloten kunnen worden onder het mom van de bestrijding van een kleine minderheid van terreurplegers, dan mag men zich ook afvragen hoe groot de kans is dat figuren als Le Pen, Wilders en Trump ooit in de positie komen dat ze hun 'voorzorgsmaatregelen' ten uitvoer kunnen brengen.
    Neem zo'n Donald Trump. Wie de berichtgeving rond de voorverkiezingen oppervlakkig volgt, gaat welhaast denken dat de vastgoedmagnaat de enige kandidaat is, zo vaak gaat het over Trump en alleen over Trump. Nu hoor ik al maanden dat hij nooit een serieuze kandidaat zal zijn, maar ging dat eerst nog om de nominatie namens de Republikeinen - dat zou Jeb Bush of Ted Cruz worden -, inmiddels is het al zo ver gekomen dat steeds meer experts erkennen dat Trump die nominatie best weleens zou kunnen gaan winnen. De kans dat hij vervolgens ook de daadwerkelijke presidentsverkiezingen wint wordt echter op nihil geschat: zonder twijfel zal Trump dan verliezen van Clinton.
    Er is dus niks aan de hand, al is er inmiddels al minder niks aan de hand dan voorheen.
   Waarom zou Trump niet ook die tweede voorspelling kunnen logenstraffen? Vanwaar die rotsvaste overtuiging dat iemand als hij nooit president van de VS zal kunnen worden? Is het politiek correct wensdenken, miskenning van de onvoorspelbaarheid van de toekomst, zeker in het huidige tijdsgewricht, en van menselijk gedrag in de op hol geslagen mediacratie? De animatieserie South Park, die altijd de vinger op de zere plekken van de Amerikaanse samenleving weet te leggen, anticipeerde in een aflevering van het huidige seizoen op deze ontwikkeling. In Canada was zogenaamd een Trump-achtige figuur aan de macht gekomen. Met fatale gevolgen, zoals een gevluchte Canadees vol berouw moest erkennen:
    'He didn't really offer any solutions, he just said outrageous things. We thought it was funny. Nobody really thought he'd ever be president. It was a joke! But we just let the joke go on for too long. He kept gaining momentum, and by the time we were ready to say, OK, let's get serious now, who should really be president, he was already being sworn into office.'
    Terreur is bij uitstek een leverancier van momentum. Een aanslag van Parijs-achtige proporties of erger op Amerikaans grondgebied kan een kettingreactie veroorzaken. En wat als Clinton iets overkomt - een onthulling, een blunder, een drama - wat haar op slag kansloos maakt. De tijden zijn veel te woelig om het ogenschijnlijk onvoorstelbare uit te sluiten.

donderdag 26 november 2015

Het Koninkrijk der Nederlanden in de Derde Wereldoorlog

'Zijn we in oorlog?' lijkt dezer dagen de hamvraag; de Volkskrant wijdt er zelfs een aparte website aan. Maarten van Rossem vond alvast van niet. In Pauw zei de historicus vorige week dat we pas van 'oorlog' mogen spreken wanneer net als in '40-'45 de voedseldistributie wordt ingevoerd. Hij leek het te menen.
    Montasser Alde'emeh, terrorisme-expert en inwoner van 'afvoerputje' Molenbeek, reageerde ad rem op Van Rossem met de tegenwerping dat oorlogen van aard en aanzien veranderen. Vorig jaar september was het paus Franciscus die zei dat er momenteel een Derde Wereldoorlog gaande is, een die 'in hoofdstukjes' wordt uitgevochten en in vrijwel niets lijkt op de twee wereldoorlogen van de twintigste eeuw. Na de terreur in Parijs reageerde de Heilige Vader desgevraagd: 'Dit is zo'n stukje.'
    Hadden we met een traditionele oorlog tussen soevereine staten te maken, dan zou Frankrijk immers België hebben moeten aanvallen, want daar kwamen de meeste terroristen vandaan. Dat wordt door niemand serieus overwogen, al was er wel een Franse columnist die Hollande opriep niet Raqqa maar Molenbeek te bombarderen.
    Dat we 'in oorlog zijn' met IS is evident, maar een relevantere vraag is: 'Waar zijn we in oorlog?' In Irak en Syrië uiteraard, maar niet uitsluitend daar. De aard van het terrorisme en het gegeven dat strijders doodeenvoudig onder ons kunnen zijn door het onvermogen van de EU de buitengrenzen te bewaken én omdat ze vaak home grown zijn, impliceert dat sommige hoofdstukjes zich ook hier kunnen en zullen afspelen.
    Parijs was al zo'n akelig chapiter, in Hannover was het kantje boord, en Brussel was dagenlang een bezette stad. Zoiets is ook voor een deel een gevoelskwestie. Men denkt bij 'oorlog' allicht aan permanente gevechtshandelingen, maar een oorlog bestaat voor het grootste deel uit onzekerheid over, vrezen voor, wachten op zulke handelingen. En dat was en is onmiskenbaar het geval.
    Om de vraag nog verder toe te spitsen: wie zijn die 'we' in dit geval? Hoort Nederland er ook bij, ook al ontspringt ons land tot op heden de dans en lijkt de dreiging hier minder acuut en ernstig dan in ons omringende landen? Dat laatste kan overigens maar schijn zijn, en als het al waar is dan kan het razendsnel omslaan. Vriend en vijand zijn het er inmiddels over eens dat IS moet worden weggevaagd. Buma (CDA) vindt dat ook Nederland grondtroepen naar Irak en Syrië moet sturen. Om meerdere redenen is dat een precaire kwestie.
    Ten eerste is er de vrees dat een actievere deelname van Nederland aan de oorlog tegen IS de kans op aanslagen alhier verhoogt. Ten tweede zou je de paradoxale situatie krijgen dat 'onze jongens en meisjes' daar landen aan het bevrijden zijn terwijl hier de asielzoekerscentra vol zitten met jonge, gezonde, uit die landen gevluchte mannen. Ten derde is er de cruciale kwestie of een grondoorlog effectief genoeg is en op de lange termijn geen averechts effect heeft. Een vergelijking met de situatie na nine eleven dringt zich op.
    Dat Frankrijk en Rusland nu de handen ineenslaan om IS aan te pakken is, gezien wat er in Parijs en in de Sinaï is gebeurd, het minste wat ze kunnen doen. Sywert van Lienden kreeg de twitterinquisitie achter zich aan toen hij zijn steun uitsprak voor de Franse bombardementen op Raqqa. Wraak, daar doen wij geciviliseerden toch niet aan, meenden de inquisiteurs. Wraak en vergelding zijn echter verschillende zaken, zoals Sywert terecht aangaf.
    Toen de Amerikanen in oktober 2001 Afghanistan binnenvielen, schreef de eerbiedwaardige mr. J.L. Heldring al in NRC Handelsblad: 'de aanvallen op Afghaans grondgebied waren onvermijdelijk en zijn gerechtvaardigd. Gerechtvaardigd niet als wraakoefening, maar als vergelding. Zoals in een rechtsstaat elke misdaad door straf vergolden wordt, zo konden de aanslagen van 11 september op New York en Washington niet ongestraft blijven.'
    Relevanter is de kwestie hoe IS op termijn effectief en definitief te elimineren en tegelijkertijd te verhinderen dat op de puinhopen een nog veel monsterlijker groepering wortel schiet, zoals IS zelf ook is ontstaan. Heldring vervolgde destijds: 'Deze prealabele vaststelling maakt evenwel geen einde aan de twijfel die overblijft en die uitgesproken mag worden. De aanvallen die vorige zondag begonnen, mogen onvermijdelijk en gerechtvaardigd zijn, zijn zij ook een doeltreffend antwoord op het verschijnsel terrorisme? Is dit niet een hydra, waaraan, bij elke kop die haar afgeslagen wordt, twee nieuwe koppen ontspruiten?'
    Heldrings vrees zou bewaarheid worden, echter niet in Afghanistan maar in Irak. Van Rossem schreef afgelopen week de opkomst van IS uiteraard geheel en al op het conto van de Amerikanen. Nu zal niemand ontkennen dat Bush en de zijnen een chaos hebben achtergelaten in Irak na hun op leugens gebaseerde invasie. Maar voor Van Rossem is dat altijd begin en eind van het verhaal. In het geval van Syrië zou men met evenveel recht het tegenovergestelde staande kunnen houden: daar heeft IS kunnen oprukken juist door het achterwege blijven van een interventie.
    Obama's beruchte red line - bij een aanval met chemische wapens zou Amerika interveniëren - werd in 2013 door Assad overschreden toen hij gifgas inzette in Damascus. Maar Obama deed niets. Hans-Jaap Melissen schrijft in IS - Tot alles in staat dat Amerikaans ingrijpen de toen lopende onderhandelingen met Iran - bondgenoot van Assad - over het nucleaire programma van dat land zou hebben gefrustreerd. Veel Syriërs waren zo teleurgesteld in Obama dat ze hun lot in handen van het gretig toehappende IS legden. Melissen is ook pessimistisch over de stabiliteit van de regio ná een eventuele nederlaag van IS: 'Dan is er nog steeds een gevaar dat soennitische en sjiitische milities elkaar blijven bevechten. Of dat sjiieten tegen sjiieten vechten en soennieten tegen soennieten.'
    Hoe stabiel is het Westen eigenlijk? Zijn we wel weerbaar genoeg? De nazi's van de eenentwintigste eeuw verschillen in die zin van de oorspronkelijke nazi's dat ze een zelfmoordcultus belijden. Bas Heijne zei het onlangs nog, zoals Heldring destijds al. Die citeerde toen de Duitse intellectueel Hans Magnus Enzensberger, die erop wees dat in het Westen 'de drang tot zelfbehoud de leidraad van het menselijk leven is', een vlieger die niet opgaat in het geval van de zelfmoordterroristen. Daar zijn we nog altijd niet voldoende van doordrongen. 
    In het gepalaver over de vraag in hoeverre de terreur inherent is aan de islam bijvoorbeeld, is er altijd wel iemand die naar Anders Breivik verwijst, immers ook een terrorist maar bepaald geen moslim. Het verschil is dat Breivik geen zelfmoord pleegde en zijn gruweldaad in de rechtbank wenste te verdedigen. De jihadisten willen zelf dood, en dan is elk middel geoorloofd.
    Cruciaal is het punt waarop de vergelijking met al-Qaida mank gaat: IS is de eerste groepering die actief de vorming van een staat nastreeft en daar bijzonder effectief in is. Loretta Napoleoni hierover in De terugkeer van het Kalifaat: 'Waarin IS de gewapende organisaties uit het verleden overtreft, is militaire bekwaamheid, mediamanipulatie, sociale programma's en bovenal natievorming.' De manier waarop IS van de sociale media gebruik maakt om angst te zaaien, propaganda te verspreiden en fondsen te verwerven is zelfs zonder precedent. Ze hebben Facebook-, YouTube- en Twitterkanalen in vele talen en zelfs een eigen glossy tijdschrift. 
    Met die combinatie van barbarij en moderniteit weten we ons nauwelijks raad. Ronduit schrijnend was zondag de reactie van burgers op het verzoek van de Belgische autoriteiten om niet over de politieacties te berichten: men ging kattenplaatjes twitteren... Alsof IS met zijn geavanceerde technologie zich daardoor op een dwaalspoor zou laten brengen. Het enige gevolg was dat onze informatievoorziening verstoord raakte. Niettemin was de zelffelicitatie niet van de lucht. Men kan daar luchtig over doen, maar het is ergens ook typerend.
    We zijn zo angstig en veel te gauw in paniek, wordt vaak gezegd, en dat is zeker waar. Maar we zijn ook zo ontstellend naïef en moreel verward. Als ooit een Loe de Jong zijn kroniek van de Derde Wereldoorlog schrijft, dan zal dat de thematische cocktail van het 'Voorspel'-deel zijn.

vrijdag 30 oktober 2015

Van nuchtere feiten en keiharde feiten: Leo Lucassen

De vluchtelingenproblematiek blijft de gemoederen bezighouden. In dit woelige debat lijkt Leo Lucassen soms wel de enige expert voorhanden, zo vaak zien we deze Leidse migratiehistoricus in levenden lijve of in geciteerde vorm op onze schermen en schermpjes voorbijkomen.
    Lucassen heeft zich ten doel gesteld de komst van migranten als een positief gegeven te presenteren. Dat heeft hem al het verwijt opgeleverd een activist te zijn.
    Zijn reactie daarop: 'Als activist betekent dat je het belangrijk vindt dat feiten een rol horen te spelen in het migratiedebat, ja dan ben ik een activist.'
    Tja, zo kan ik het ook: als automonteur betekent dat je het belangrijk vindt dat feiten een rol horen te spelen in het migratiedebat, ja dan ben ik een automonteur.
    Ik bedoel maar. De frase 'als activist betekent dat [...], dan ben ik een activist' is een holle frase, want het betekent dat nu juist níet: een activist vindt feiten uiteindelijk niet doorslaggevend, die is verblind door een meer of minder dubieuze ideologie die hem of haar er vaak toe noopt de zaken rooskleuriger dan wel apocalyptischer voor te stellen dan in werkelijkheid het geval is. Lucassen had natuurlijk beter kunnen zeggen dat hij geen activistische roeptoeter is maar een objectieve onderzoeker en waardenvrije wetenschapper.
    Maar misschien wringt daar juist de schoen. Lucassen kiest namelijk zeer uitgesproken positie in het debat: hij manifesteert zich expliciet als PVV-bestrijder, soms tot op het obsessieve af. '15 jaar islamofobie' noemt hij als de oorzaak voor de 'winst' van de PVV, waarmee hij de vooralsnog niet meer dan virtuele winst in de peilingen blijkt te bedoelen.
    Lucassen spreekt bewust niet van 13 of 14 jaar islamofobie, vanaf de 'Fortuyn-revolte'. Paul Scheffer is namelijk zijn kop van jut. Deze publicist en prominent PvdA-lid brak in 2000 het debat open met zijn artikel 'Het multiculturele drama', over de keerzijdes van de multiculturele samenleving, en publiceerde in 2007 de omvangrijke studie Het land van aankomst.
    Het mag verbazingwekkend heten dat het boek destijds op zoveel weerstand is gestuit. Het is een goed gedocumenteerd, weloverwogen en alleszins beschaafd geformuleerd pleidooi om de fouten die zijn gemaakt met de arbeidsmigranten en asielzoekers in de tweede helft van de vorige eeuw niet nog eens te maken, en om in de toekomst ervoor te waken dat immigranten opnieuw aan hun lot over worden gelaten, dat alles om nieuwe sociale spanningen in de kiem te smoren.
    Scheffer waarschuwt in zijn boek juist tegen te pas en te onpas strooien met de dooddoener 'islamofobie': 'Spreken over "islamofobie" belemmert al snel een open debat over de islam. In ieder geval verdient het onbehagen dat het ontstaan van een "autochtone islam" begeleidt serieuze bespreking.'
    Ook pleit hij, zoals hij dat ook in het huidige debat nog altijd doet, voor een beredeneerd toelatingsbeleid: 'Een toelatingsbeleid voor degenen die geen burger van het land zijn valt moreel te rechtvaardigen. Dat wil niet zeggen dat staten geen dwingende verplichtingen hebben jegens burgers buiten hun grenzen. Het hele vluchtelingenvraagstuk getuigt van een aanvaarding van die verantwoordelijkheid, hoe moeilijk dat ook kan zijn in de praktijk van alledag.'
    Scheffer is echter een 'doemdenker' volgens Lucassen. Hijzelf daarentegen beroept zich naar eigen zeggen dus op de 'feiten'.
    Maar wat betekent dat woord in dit verband? Wat maar al te vaak kortweg 'de feiten' wordt genoemd is in wezen een zeer subjectieve selectie van zeer heterogene gegevens die bovendien nog eens zeer sterk worden beïnvloed door hun presentatie, door de vorm waarin ze worden gegoten.
    Het immigratie- en integratievraagstuk is daar nu net een mooi voorbeeld van. Frans Verhagen publiceerde in 2010 Hoezo mislukt? De nuchtere feiten over de integratie in Nederland. Het gaat juist voortreffelijk met de integratie van immigranten, betoogt Verhagen, zich baserend op een veelvoud aan 'feiten'. Let ook op het adjectief in de ondertitel: het zijn niet zomaar de feiten die Verhagen geeft, het zijn de nuchtere feiten. De implicatie is dat iedereen die iets anders beweert een benevelde broddelaar is.
    In 2012 publiceerde Joost Niemöller Het immigratietaboe. 10 wetenschappers over de feiten. Het gaat juist beroerd, beweert Niemöller, op zijn beurt eveneens verwijzend naar de 'feiten'. Volgens de flaptekst de 'harde' of zelfs 'keiharde' feiten: 'Wie de harde feiten presenteert raakt geïsoleerd in het debat, wordt als niet politiek correct weggezet.' Dit boek presenteert 'de keiharde feiten die het establishment liever onder het tapijt veegt'. De keiharde feiten. De implicatie is dat iedereen die iets anders beweert boterzachte waarheden verkoopt.
    Twee keer 'de feiten', maar de teneur van beide boeken is diametraal tegenovergesteld. Hoe kan dat? Feiten zijn toch feiten, waarom dan die adjectieven? Het is een logisch gevolg van uiteenlopende selectie van gegevens die vervolgens als feiten, als 'de' feiten worden gepresenteerd. En die selectie en presentatie zijn als gezegd weer grotendeels een gevolg van bewuste en onbewuste intenties, van wereldbeeld en oriëntatie. Verhagen is dan ook Joop-scribent, het linkse VARA-weblog. Niemöller daarentegen schreef indertijd voor de rechtse Dagelijkse Standaard en nu op een eigen site, waar hij onlangs zelfs het Pegida-mannetje bij Pauw alle lof toezwaaide.
    Geen wonder dat het boek van Verhagen ter linkerzijde een veelgeciteerde bron is, terwijl Niemöllers feiten met instemming worden geciteerd aan de andere kant. Links en rechts, elkander respectievelijk zuurlinks en guurrechts noemend, selecteren ieder de hun welgevallige feiten.
    Is dat erg? Niet per se. Emoties, persoonlijke betrokkenheid, normen en waarden, ze spelen in dit per definitie geëngageerde en gepolariseerde debat nu eenmaal een vaak zeer sturende rol. Dat is onontkoombaar, denk ik, wanneer het gaat om onderwerpen die mens en maatschappij en zaken van leven en dood betreffen. Maar geef je er rekenschap van, geef toe dat ook de nuances die je zegt aan te brengen altijd gekleurd zijn. 
    Een van de stokpaardjes van Lucassen is het pessimisme pareren met behulp van de historische parallel: het is nog nooit zo erg uit de hand gelopen als menigeen vreest, dus dat zal ook dit keer niet gebeuren. Zo'n redenering is misschien begrijpelijk voor een historicus, maar als toekomstvoorspelling is zij tamelijk zinledig. Een baan van een planeet is precies te voorspellen, het gedrag van mensen is dat maar in beperkte mate, al was het maar omdat ze van die voorspelling kennis kunnen nemen en hun gedrag erop kunnen aanpassen. Bovenal zijn de huidige omstandigheden onvergelijkbaar met eender welke massale migratiestroom uit het verleden. Neem alleen al de rol van de smartphone, in het bezit van zelfs de armste vluchteling. Dat apparaat heeft een gigantische impact op deze migratiegolf: op communicatie, navigatie, informatie, enzovoort.
    Of die bizarre parallel met de opvang van een miljoen Belgen die na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Nederland vluchtten. Om talloze redenen, zowel de historische omstandigheden als de culturele achtergrond van de immigranten betreffend, is het volstrekt onvergelijkbaar met de huidige instroom. Belgen! Dat zijn al bijna Nederlanders...
    Alhoewel... de Belg die tegenwoordig de NRC bestiert voelde onlangs de behoefte maar eens te onderstrepen dat hij van heel hoog neerkijkt op Nederland. Voor de voorpagina van NRC next was een afbeelding gekozen van een paar marginalen tijdens de infame informatieavond in Steenbergen, met als kop erboven: 'Wie durft hen nog tegen te spreken?' Een legitieme vraag, maar Peter Vandermeersch vond het nodig er op persoonlijke titel nog een bijschrift bij te twitteren: 'Het gezicht van Nederland....' Over selectie en presentatie gesproken... Het wangedrag van een stelletje luidruchtige stokebranden, wie weet nog verder opgestookt door de NVU, wordt door de hoofdredacteur van een kwaliteitskrant tot symptomatisch voor de houding van alle Nederlanders gebombardeerd. Met permissie: walgelijk.
    Maar misschien was Vandermeersch feitelijk niet helemaal nuchter meer toen hij deze (kei)harde tweet de wereld in stuurde.

vrijdag 16 oktober 2015

Lidmaatschap Turkije is cynische koehandel

Als er iemand is die politieke munt weet te slaan uit de onrust in de Arabische wereld, dan is het wel de Turkse tiran Erdogan. De chaos in Syrië bood hem al de uitgelezen kans de Koerden te bombarderen onder het mom van acties tegen IS - de Koerden die nota bene als enigen stevig weerwerk boden tegen de Islamitische Slagers. En nu kan Erdogan ook de onophoudelijke vluchtelingenstroom vanuit Syrië in zijn voordeel ombuigen door te eisen alleen garant te zullen staan voor opvang in de regio in ruil voor allerlei privileges en tegenprestaties, waaronder zelfs heropening van de onderhandelingen over een EU-lidmaatschap.
    Lang geleden sprak Erdogan zich uit als een voorstander van de sharia, maar eenmaal aan de macht leek hij die opvatting gelukkig overboord te hebben gezet. Corruptie werd teruggedrongen, marteling eveneens. Sinds 2008 heeft Erdogan het beschaafde masker echter weer afgezet en Turkije langzaamaan een ander, islami(s)tisch gezicht geven.
    Het is nu een land dat censuur uitoefent over de media en journalisten gevangen zet, dat de mensenrechten en in het bijzonder vrouwenrechten stelselmatig met voeten treedt (het enige recht dat vrouwen erbij hebben gekregen is het bijzonder twijfelachtige 'recht' om in openbare gebouwen een hoofddoek te dragen), het land dat is afgegleden van een seculiere samenleving naar een religieuze politiestaat. En met zo'n land wil de onvermijdelijke Frans Timmermans de paringsdans hervatten.
    Dit nieuws komt op dezelfde dag dat Turken in Nederland laten weten onaangenaam verrast te zijn door de brief van Erdogans AK-partij die ze op hun deurmat vonden, en die een bindend stemadvies behelst voor de Turkse parlementsverkiezingen in november. Ze 'vragen zich af hoe de AK-partij aan hun adresgegevens komt'.
    Dat getuigt van een naïviteit die mij op mijn beurt onaangenaam verrast. Het is toch genoegzaam bekend dat Turkije de banden met Turken in het buitenland strak wil houden, dat zij in de visie van het regime in de eerste en de laatste plaats marionetten zijn wier touwtjes in Turkse handen zijn en blijven - de spreekwoordelijke 'lange arm' van Ankara. Turken mogen niet volledig integreren maar moeten hun Turkse identiteit en daarmee ook loyaliteit met het land waar hun roots liggen behouden en idealiter vooropstellen.
    Dat gaat soms erg ver. In 2010 werd in Ankara een 'Departement voor Turken in het Buitenland' geopend, een soort hoofdkwartier vanwaaruit de 'diaspora' gecontroleerd en gestimuleerd wordt. Duizenden euro's moeten Turken in het buitenland betalen om hun dienstplicht af te kopen. En zijn we al vergeten dat Turkije zich in 2013 dacht te kunnen bemoeien met het pleegouderbeleid van Nederland toen het jongetje Yunus aan een lesbisch stel werd toegewezen? Of dat de Turkse regering hier een demonstratie initieerde toen in 2014 in Almelo een herdenkingsmonument voor de Armeense genocide werd onthuld? Zo'n bemoeizuchtige en achterlijke buurman zeg je toch eerder de wacht aan dan dat je hem uitnodigt de muur tussen je woning en de zijne te slopen voor een vrije doorloop?
    Een waardengemeenschap zou de centrale idee van een Europese Unie moeten zijn, dat wil zeggen een verbond van staten die dezelfde culturele en ideologische waarden delen, voorstaan en verdedigen. Turkije is onder Erdogan een land geworden dat zich heeft vervreemd van die verlichte waarden. Het heeft Europa de rug toegekeerd en het vervolgens op een lopen gezet richting duister fanatisme. Vrije toegang van Turken en toekomstige toetreding van het land tot de EU als ruilmiddel om de instroom van Syrische oorlogsvluchtelingen te beperken zou een zeer cynische vorm van geopolitieke koehandel zijn waar de EU verre van moet blijven.