woensdag 14 oktober 2009

AOW

Gisteravond laat leek het er dan toch op dat het kabinet de AOW-leeftijd gaat verhogen naar 67. Ik kom natuurlijk net kijken qua werkzaam leven, maar persoonlijk heb ik daar weinig moeite mee. Nu is de AOW-leeftijd 65, maar ik ken in mijn omgeving nauwelijks iemand die ook daadwerkelijk tot zijn 65ste aan het werk is. Wachtgeld, VUT, levensloopregeling, er zijn tal van regelingen en clausules die ervoor zorgen dat je tegen je zestigste met pensioen mag.

Maar voor mensen met zware beroepen is het funest, zegt men dan. Ach, dat ligt er maar net aan. Hoeveel stukadoors of stratenmakers klussen er niet bij in de avonduren, de vrije dagen en de weekenden? Die mannen verdienen geld als water. Ik gun iedereen zijn recht op bijbeunen, maar een versleten rug is dan wel voor eigen rekening.

Nederland zou Polderland niet zijn als er niet een compromis wordt bedacht. Nu wil men de AOW-leeftijd weliswaar naar 67 tillen, maar dan pas over tien jaar. Dat is dus minstens twee kabinetten verder. Grote kans dat de beslissing dan weer wordt teruggedraaid. Of werkt dat zo niet? Principieel heb ik zoals gezegd weinig moeite met een verhoging van de AOW-leeftijd. Tegen de achterliggende gedachte van de initiators heb ik daarentegen meer bezwaren.

In feite wil Den Haag de toenemende vergrijzing ondervangen door mensen langer door te laten werken. Dat levert twee extra jaren premie-inkomsten op, die ten bate van de bejaarden komen. Dit plan mislukt echter als die 65-, 66- en 67-jarigen zonder werk thuiszitten. Dan kost het de staat alleen maar meer geld aan uitkeringen. En dat is nu net het grote manco van de huidige arbeidsmarkt. Kom maar eens op straat te staan als je vijftig jaar of ouder bent. Grote kans dat je geen nieuwe werkgever meer vindt, want je bent 'te oud' en dus te duur. Liever heeft men een jongeling, maar dan wel een met ervaring. Ervaring die een twintiger per definitie niet kan hebben.

Er zijn op de keper beschouwd twee groepen potentiële arbeidsparticipanten: jonge, onervaren mensen en oudere, ervaren mensen. Bedrijven, maar zeker ook de overheid, willen echter mensen die jong én ervaren zijn. Zo vallen er nog te vaak twee groepen buiten de boot op de arbeidsmarkt: de jongere en de vijftigplusser. De brutoarbeidsparticipatie is vele malen groter dan de nettoarbeidsparticipatie. Als politiek Den Haag dáár nu eerst eens iets aan zou doen, dan hoeft die hele leeftijdsverhoging pas in de toekomst aan de orde te zijn. Zo rond 2020 bijvoorbeeld, wanneer Balkenende 65 wordt.

dinsdag 13 oktober 2009

Skele meloen

De muziekpersiflage vind ik in de regel het minst boeiende onderdeel van Koefnoen. De heren vervangen de tekst van een hip nummer door een zelfverzonnen, puntige tekst en zingen die op een gesimplificeerde versie van de originele muziek. Paul Groot doet een versie van U2's 'Vertigo' met Bono die over zijn zelfverrijking zingt, Plien van Bennekom maakt van Lady Gaga's 'Pokerface' 'Jokerface'. Leuk bedacht, maar zelden écht grappig.

Afgelopen zaterdag was ik echter danig onder de indruk van de persiflage. 'Slachtoffer' was dit keer de Volendamse band De 3JS. Je ziet ze weleens op tv voorbij komen, een typisch palingtrio dat qua kwaliteit ergens tussen Nick & Simon en Jan Smit in hangt. De bandnaam is natuurlijk beschamend, 'meer een naam voor een kinderboek uit 1952' (Dijkshoorn). Wat me altijd zijdelings wel is opgevallen, is de aparte samenstelling van de groep: twee bijna-dertigers plus een ouwe knar. Ik vond dit wel curieus, maar heb er verder weinig gedachten bij gehad.

Groot en Schumacher zouden zichzelf niet zijn als ze juist dit gegeven niet maximaal zouden benutten. Wat zagen we afgelopen zaterdag? Het feit dat die ouwe kerel een beetje een buitenbeentje is, werd prachtig gedramatiseerd. ''t Leek een steengoed idee, een cd, een tournee met z'n twee,' zingt de zanger (Jeremy Baker), 'maar ineens was daar nog een j'. Ze moeten hem eigenlijk niet zo ('balen'), maar hij speelt wel gitaar, rijdt de bus en smeert de broodjes. De groupies staan in de rij voor de twee jonkies, maar dan komt 'dat kadaver' er ook weer bij. Maar ach, hij schrijft wel het repertoire. En schiet alles voor en treedt op als zaakwaarnemer. Enfin, kijk zelf maar:



Briljant concept. In de persiflage-clip wordt de ouwe 'skele meloen' steeds zo veel mogelijk buiten beeld gehouden of expliciet uit beeld weggewuifd. Terloops wordt ook nog de Volendamse uitspraak belachelijk gemaakt.

Nu verkeerde ik in de veronderstelling dat dit 'verstoppertje spelen' een sneer was van Groot en Schumacher. Maar wie schetst mijn verbazing toen ik uit nieuwsgierigheid eens de echte clip bekeek? Ook in het echt wordt de ouwe J nauwelijks in beeld gebracht! Als hij 'solo' in beeld komt, wordt vaak ingezoomd op de gitaar en valt zijn hoofd weg. En geregeld komt een overzichtsbeeld voorbij van het trio met senior subtiel nét buiten beeld (bijv. op 00.33-00.34 minuut en 01.58-01.59 minuut).



Nu valt overigens ook op hoe goed Paul Groot de overdreven mimiek van een van de J's uitvergroot.

Normaal gesproken kijk je naar een persiflage van een bekende clip. In dit geval was het andersom: eerst de persiflage, dan het origineel. Mooi om het ook eens van die kant te bekijken. Zo blijkt eens te meer wat een geweldige creativiteit de heren van Koefnoen tentoonspreiden.

vrijdag 9 oktober 2009

Hoe het begin te beginnen

Wat een gezeur deze week over de vermeend 'foutieve' vertaling van Genesis 1 vers 1. Ellen van Wolde, kersverse hoogleraar Exegese van het Oude Testament aan de Radboud Universiteit Nijmegen, kwam tot de wonderbaarlijke 'ontdekking' dat de zin 'In den beginne schiep God de hemel en aarde' fout is. Van Wolde stelt dat in het Hebreeuws sprake is van 'bara', wat 'scheiden' in plaats van 'scheppen' betekent.

Dus God stond niet aan het begin van de schepping, hij maakte slechts een armetierige tweedeling. Van Wolde beroept zich op 'nieuw' onderzoek naar 'oude Mesopotamische teksten' en inzichten uit de cognitieve taalkunde, 'een betrekkelijk nieuw vakgebied'. Verschillende theologen kwamen meteen in het geweer om te verkondigen dat Van Woldes revolutie in feite niet meer is dan een steeds weer oplaaiend bermbrandje. 'We weten dit al 150 jaar,' zegt er een van de VU Amsterdam. 'Theologen lezen al lang dat God orde uit de chaos schiep en geen absoluut begin maakte,' vult er een van de Universiteit Utrecht aan. En 'Gods schepping is niets anders dan één grote scheiding,' bevestigt een rabbijn.

Het is jammer dat nu het beeld dreigt te ontstaan dat de zin 'In den beginne...' anno 2009 voor het eerst serieus - wetenschappelijk - ondermijnd wordt. In 1993 verscheen al De stem uit het vuur van de hervormde dominee Pieter Oussoren. Maarten 't Hart verwees er veelvuldig naar in zijn befaamde NRC-stukken 'De Schrift betwist' en noemde Oussorens boek 'weinig minder dan een "openbaring"'. (Wie God verlaat heeft niets te vrezen, 1997, p.15) Oussoren had een vertaling gemaakt van de eerste vijf bijbelboeken die 'zoveel mogelijk recht doet aan het Hebreeuws van het origineel'.

In een voetnoot bij de eerste zin schreef Oussoren dat hij 'elke suggestie dat God slechts in een of andere begintijd scheppend bezig is geweest' had willen vermijden. Ook hier geen absolute aanvang dus. Maar ook geen 'scheidende' God. Hoe luidde die eerste zin dan daadwerkelijk volgens Oussoren?: 'Sinds den beginne is God de schepper van de hemelen en (de) aarde.' Terecht zegt 't Hart dat hier sprake is van 'een revolutionaire vertaling' (16). Hier wél inderdaad. Want of je God nu een begin laat maken of alleen een scheiding laat aanbrengen, Hij blíjft een passant, een toneelknecht die slechts het licht aandoet of een arbeider die aan de lopende band de verse en de rotte producten uit elkaar haalt. Bij Oussoren daarentegen is God steeds als schepper actief gebleven.

Van Wolde beschouwt het scheppingsverhaal niet als een concurrent van de evolutietheorie. Reden te meer om de vertaling-Oussoren te hanteren. 't Hart merkte namelijk al op dat de 'Sinds den beginne'-versie een darwinistische God impliceert: 'Als ik, toen ik vernam dat er een evolutietheorie bestond, toch geweten had dat je ook lezen kunt: "Sinds den beginne is God de schepper." Want iemand die scheppend bezig blijft, kan ook van evolutie gebruikmaken om de soorten te "creëren", terwijl iemand die "In den beginne" alles in zes dagen geschapen heeft, zulks uiteraard niet kan doen.' (16)

Dit hele gedoe over wat er nu in het 'originele Hebreeuws' heeft gestaan lijkt op een spelletje dat je vroeger weleens in de klas speelde. De juf of meester fluisterde een zinnetje in het oor van de eerste leerling, die gaf het door aan de tweede, enzovoort. De laatste leerling kwam dan altijd met een zeer afwijkende zin op de proppen. Zo is het ook met die hele bijbelvertaling, alleen dan niet een minuut lang in een onschuldig schoolklasje, maar over een onvoorstelbaar lange periode van 2000 jaar. De oorspronkelijke auteursintentie zullen we nooit meer achterhalen, de eerste Juf of Meester is reeds lang door de vergetelheid verzwolgen.

Theo Maassen - wie anders? - verwoordde het in zijn show Tegen beter weten in prachtig: 'Dat Oude Testament, hoe oud is dat wel niet? Dat is allemaal vertaald, wat weten we er van? Nu staat er dan: "En God keek, en hij zag dat het goed was". Misschien stond er eigenlijk wel: "En God keek, en hij dacht: 't is wel goed zo!".'

dinsdag 6 oktober 2009

De leeslijst #29

Bert Natter - Begeerte heeft ons aangeraakt De Debuutprijs 2009 werd onlangs toegekend aan Bert Natter. Natter (1968) kennen we als de ene helft van het literair-komische duo Natter-Giphart. Samen brachten zij ooit het vermakelijke Groot Literair Kijk Knutsel en Doe Vakantie Boek op de markt. Natters romandebuut moet zijn serieuze entree in de literatuur markeren. Hij heeft inderdaad een boek geschreven dat je bij momenten bij de keel grijpt. In Begeerte heeft ons aangeraakt (oerlelijke titel, ook al betreft het een regel uit de Internationale) is Lucas Hunthgburth zijn beste vriend verloren bij de vuurwerkramp van Enschedé. Het hoofdstuk waarin hij de eerste uren na de ramp beschrijft, is indrukwekkend en bij mijn weten de eerste literaire verwerking van deze nog steeds ongelooflijke gebeurtenis - het werd tijd. Lucas is na zijn ontslag als conservator oude muziekinstrumenten een waardevol zeventiende-eeuws klavecimbel op het spoor. Hij belandt daarbij in Groningen bij de bizarre famile Dembeck. Een stoet zonderlinge personages en een reeks wonderlijke gebeurtenissen passeren de revue. De combinatie van de existentiële verwerking van de traumatische vuurwerkamp ('Ambities moet je waarmaken, gebrek eraan verdedigen. Luie mensen doen geen vlieg kwaad. Het zijn de doeners die de ellende veroorzaken, die anderen vermoorden') en de kluchtige Dembeck-verhaallijn levert helaas een wat onevenwichtige roman op. Veelvuldig wordt de humor van deze roman geprezen, maar de geestige taalgrapjes worden naar mijn smaak te vaak overvleugeld door flauwe grappen en grollen ('"Mmm," zei je mmmet je mmmond vol.'). Natters taalgevoel en verbeeldingskracht maken veel goed. Ook de spanningsopbouw en het vertelperspectief (grotendeels de jij-vorm) zijn krachtige elementen. Natter heeft geweigerd te doseren. Begeerte heeft ons aangeraakt is daarmee een opmerkelijk, origineel maar ook overvol en soms oeverloos boek. [***]

Kees 't Hart - Ter navolging De romans-in-brieven van de dames Deken en Wolff behoren tot het taaiste wat de Nederlandse literatuur te bieden heeft. Kees 't Hart heeft een poging gewaagd de twee onder het grauwe stof vandaan te halen door een brievenroman over Wolff en Deken te schrijven. Meer specifiek: over onderzoek naar de handel en wandel van de letterdames. 't Hart heeft tegelijkertijd het genre van de brievenroman een make-over willen geven door brieven af te wisselen met e-mails en smsjes. Daarbij is hij enigszins de mist in gegaan. 't Hart verkeerde namelijk in de veronderstelling dat smsjes uit louter emoticons bestaan. Zestigplussers die geforceerd modern gaan doen, het is en blijft een risicovolle onderneming. Protagonist in Ter navolging is Vincent Gorter, jonge onderzoeker en tevens 'nazaat' van Wolff of Deken. Gorter wisselt zijn onderzoeksbezigheden af met het sturen van geile berichtjes aan zijn vriendin (de dochter van zijn promotor) en het aanrichten van vernielingen bij potentiële concurrenten. Het leuke is dat 't Hart ook werkelijk bestaande figuren als personages opvoert (Piet Buijnsters, Frits van Oostrom, Peter Altena). De correspondentie van de academische figuren geeft een vermakelijk inkijkje in het ons-kent-ons-wereldje van de universiteiten waarin persoonlijke belangen en onderhandse afspraken de toekenning van een aanstelling of een subsidie bepalen. De vlugge afwisseling van brieven en mails van een tiental personages geeft de roman flink wat vaart. Vertragend werken de ongepubliceerde 'romanfragmenten' van Vincents vader Jan, die in de jaren vijftig materiaal verzamelde voor een roman over Wolff en Deken. Vincent ontdekt overigens verbijsterende informatie over de politieke daden van de dames (orangistische complotten, aardappelsmokkel), al is vaak niet meer duidelijk wat in een archiefstuk nu authentiek is en wat een corruptie. Zoals ook naar het einde van de roman toe minder helder wordt wat nu waarheid is en wat fictie in Gorters bevindingen. [****]

Robert Vuijsje - Alleen maar nette mensen Een van de geruchtmakendste romans van de laatste tijd. Vuijsje werd veelvuldig beticht van racisme en ook de literaire kwaliteit is betwist. Alleen maar nette mensen vond ik vooral een verfrissend en stimulerend boek. De multiculturele samenleving die Nederland is wordt polyperspectivisch bezien. Toch lezen we alles door de ogen van hoofdpersoon David Samuels, een joodse jongen uit Amsterdam-oud-Zuid met een Marokkaans uiterlijk. En hij valt ook nog eens op dikke negerinnen uit de Bijlmer. Een geniaal uitgangspunt voor een lichtvoetige roman over een zwaar maatschappelijk onderwerp. Vuijsje laat overtuigend zien dat elke culturele groep zijn eigen tegenstellingen creëert en onderhoudt (zie het citaat in het Jensen-stuk). Prachtig is ook de genadeloze manier waarop met de zelfgenoegzame oude rijken van oud-Zuid afgerekend wordt. David houdt van rap en negerinnen en zoekt toenadering tot de zwarte gemeenschap. Hij vervreemdt zich hiermee van zijn oud-Zuidse omgeving, blijft evenwel een buitenstaander (een 'witteman') bij de zwarten en is voor de mensen op straat primair een Marokkaan. Hij gaat passief om met deze identiteitscrisis. Als twee bejaarden in de tram schande spreken van de luide muziek uit de iPod van een Marokkaan, kijken ze er David ook op aan ('jullie Marokkanen'). David verdedigt zich niet, maar hij spreekt de Marokkaanse schoft er ook niet op aan. Zijn roerloosheid maakt hem als personage een beetje een lulletje, maar zij is zeer functioneel voor de roman. David is als het ware het kruispunt waarop alle culturele verschillen, vooroordelen, problemen en schijnproblemen op elkaar botsen. Alleen maar nette mensen is een origineel boek dat de tijdgeest dicht op de huid zit en je ook nog tot contemplatie en doordenken stemt wanneer je het al lang uit hebt. [*****]

Paul Baeten Gronda - Nemen wij dan samen afscheid van de liefde De laatste zestig jaar werden steeds weer nieuwe romans bestempeld als de De avonden van de jongste generatie. Nemen wij dan samen afscheid van de liefde, volgens de flaptekst dé generatieroman van de jaren '90-metal-jeugd, mag door de titel hier geen aanspraak op maken. Dat neemt niet weg dat Baeten Gronda een prachtige roman heeft geschreven. De hoofdpersoon, de sympathieke tobber Max Eugène Venkenray, nadert dicht de gedenkwaardigheid van Frits van Egters. Het slot van deze debuutroman is onverwacht heftig en aangrijpend. [****]

Tommy Wieringa - Caesarion Wieringa's opvolger van Joe Speedboot haalt bij lange na niet het niveau van die wervelende roman. Caesarion begint nog uitstekend met een sfeervolle impressie van een donker, stormachtig en van ondergang en verderf vergeven East-Anglia. Na een bladzijde of 75 begint de ik-verteller aan zijn levensverhaal waarin in recordtempo plaatsen als Alexandrië, LA, Oost-Groningen, Praag en Zuid-Amerika worden aangedaan. Joe Speedboot was geconcentreerd rond een rivierdorp en zijn wonderlijke bewoners, Wieringa had het voor Caesarion bij Engeland moeten laten. [**]

Gustave Flaubert - Madame Bovary Het is toch hoogst opmerkelijk dat een van de populairste romans uit de wereldliteratuur een van de onsympathiekste personages uit die wereldliteratuur bevat. De nukkige, hooghartige Emma Bovary is voor geen rede vatbaar en drijft haar man, de hardwerkende goedzak Charles Bovary, naar de ondergang. De uitgepuurde stijl van Flaubert en het uiterst vermakelijke personage Apotheker Homais maken het lezen van Madame Bovary evenwel zeer de moeite waard. [****]

zaterdag 3 oktober 2009

Victors aforismen

Het aforisme is een precair genre. Wie zich overgeeft aan het opschrijven van levenswijsheden van een paar regels lang, laadt al gauw de verdenking van pedanterie op zich. Ook zou men alle aforismen terug kunnen brengen tot variaties op een aantal (zeg: honderd) wijsheden en hun respectieve ontkenningen.

In een aforisme wordt de complexe werkelijkheid gereduceerd tot behapbare waarheden. Het is dan ook niet wonderlijk dat bekende politici ook met hun aforismen faam hebben verworven (Churchill, Dalai Lama). Sommige schrijvers hebben louter door hun aforismen de tand des tijds doorstaan (Lichtenberg, Stanislaw Jerzy Lec), van andere wordt hun werk helaas al te vaak gereduceerd tot in aforismen getransformeerde citaten (Oscar Wilde).

Aforismen, ik ben er niet zo'n liefhebber van. Daarom werd ik aangenaam verrast door een klein, beduimeld boekje met wijsheden van een van de interessantere figuren uit de Nederlandse literatuur: Victor E. van Vriesland. In diens bundeltje Kortschrift (1954) trof ik een aantal bijzonder aardig geformuleerde aforismen aan.

Over hoezeer ook onze ratio drijft op een onderliggend geloof:
"Het geloof, dat door de rede gerechtvaardigd moet worden, blijft even redeloos als de rede, die door het geloof gerechtvaardigd moet worden. En toch, een ander geloof en een andere rede zijn er niet." (6)
Over dat taal gevoelsmatig secundair is aan de gedachtegang:
"Een gedachtengang kan alleen weergegeven worden ten koste van de (immers te kort bewuste) gedachtenverbindingen die er juist het wezenlijke van zijn." (7)
Over het belangrijke verschil tussen stervensangst en doodsangst:
"De levensangst zou voor vele lieden onverdraaglijker zijn, als niet hun angst voor den dood nog grooter was. Want nu kunnen zij zich nog inbeelden, van twee kwaden het geringste te dragen. Te meer, daar zij meestal den angst voor het sterven verwarren met angst voor den dood." (13)
Over het ook door mij onderschreven geloof dat ook altruïsme in laatste instantie drijft op egoïsme:
"Aan de zelfzucht der menschelijke natuur zijn geen grenzen. Elk medelijden is medelijden met zichzelf, daar het ontstaat wanneer iemand zich door zijn voorstellingsvermogen met zijn eigen ik verplaatst in iemand anders." (15)
Over hoe je altijd terugverlangt naar je jeugd, ook al was toen lang niet alles rozengeur en maneschijn, integendeel:
"Het terug verlangen naar, of de verteedering over onze jeugd is niets dan een heimwee naar een voorgoed verloren kracht tot hevigheid en volledigheid van leven; al ware de inhoud ervan ook smartelijk geweest." (19)

maandag 28 september 2009

Feminisme en multiculturele samenleving volgens Stine Jensen

Stine Jensen pleit in NRC Handelsblad van 19 september voor een literaire prijs voor Heleen van Royen: 'als Vuijsje een belangrijk werk over de multiculturele samenleving schreef, dan Van Royen ook.' Robert Vuijsje won eerder dit jaar de Gouden Uil voor zijn roman Alleen maar nette mensen. Er zou sprake zijn van een belangrijke roman over 'het failliet van de multiculturele samenleving'. Volgens Jensen bewijst Van Royen dat het wel meevalt met dit failliet. Hoe? Door haar 'feministische toe-eigening van het islamitische strijdjargon'. En passant zou Van Royen ook nog de 'hernieuwde oorlog tussen de seksen' thematiseren. Toe maar.
Er zijn nogal wat kanttekeningen te plaatsen bij Jensens essay. Ten eerste is het niet zo dat Vuijsjes boek het bankroet van de multicultuur in Nederland thematiseert. Jensen zet dit tussen aanhalingstekens, waardoor het een citaat lijkt. Ik weet niet wie het dan gezegd of geschreven moet hebben, het staat in ieder geval niet in het juryrapport van de Gouden Uil. Het doet er ook niet toe, want het is simpelweg niet waar. Vuijsje toont juist aan dat het binaire onderscheid tussen autochtoon en allochtoon in de praktijk vele malen complexer is.

Het 'wij-zij-denken' bestaat wel degelijk, maar iedere bevolkingsgroep heeft er zijn eigen versie van. Het encyclopedische hoofdstukje 'Davids dagboek: de multiculturele samenleving' uit Alleen maar nette mensen is even helder als indringend: 'Hollanders zien geen verschil tussen een Antilliaan en een Surinamer. Ook niet tussen een Turk en een Marokkaan. Turken zijn boos op Marokkanen omdat die hun een slechte naam geven. Om dezelfde reden zijn Surinaamse negers boos op Antillianen. [...] Volgens Antillianen denken Surinamers altijd dat ze elite zijn. [...] Surinaamse negers vinden dat Surinaamse Hindoestanen kapsones hebben. Hindoestanen vinden negers lui en dom. [...] Antillianen uit Curaçao vinden dat Arubanen kapsones hebben. Dat komt doordat ze lichter zijn. Arubanen denken dat Curaçaoënaars lui en dom zijn. Ze geven Antillianen een slechte naam omdat het allemaal criminelen zijn.' Enzovoort. Jensen noemt Alleen maar nette mensen 'een boek over het eindeloos neuken met negerinnen'. En daar nog de Gouden Uil mee winnen ook: 'het nieuwe seksisme levert prestigieuze prijzen op'.

Jensen haalt drie voorbeelden aan die uiteindelijk naar de genoemde oorlogsverkondiging moeten leiden. Ten eerste zou een derde van de vrouwen slachtoffer zijn van seksueel geweld, ten tweede zijn er de seksistische commentaren in de media en ten derde zou er sprake zijn van het eerdergenoemde 'nieuwe seksisme' in de literatuur. Wat het eerste voorbeeld betreft: daar is weinig op te zeggen, behalve misschien dat ook een vijfde van de mannen weleens slachtoffer van seksueel geweld is geweest. Maar dan nog: inderdaad een kwalijke zaak.

De 'seksistische commentaren in de media' zijn volgens Jensen afkomstig van collega-columnisten als Van 't Hek en Blokker, die De Tafel van Vijf respectievelijk als een 'tokshow' en 'gekwebbel' bestempelden. Even afgezien van het feit dat het hier columnisten betreft - schrijvers die overdrijven - is er weinig tegen hun kritiek in te brengen. Ze leggen de vinger op de zere plek. De schrijnende beelden zijn de laatste weken vaak genoeg voorbijgekomen: vijf vrouwen die ruim een minuut lang door elkaar praten, Katja Schuurman die de olijke vraag stelt wie er nog meer van die leuke boeddhabeeldjes in huis heeft... Het is te treurig voor woorden. Jensen zou zich als pleitbezorger van de moderne vrouw juist moeten verzetten tegen deze wanvertoning, deze karikatuur.

Het derde punt is reeds aangevochten door P.F. Thomése (NRC Handelsblad 25 september). Hij maakt dankbaar gebruik van Jensens blunder als voorbeeld van het nieuwe seksisme The Novel van de auteur J. Kessels (!) te noemen. Daar verbindt Thomése dan vervolgens een korte uiteenzetting aan over het aloude onderscheid tussen auteur en personage. Doeltreffend als particuliere verdediging, maar niet zo relevant om Jensens betoog te bekritiseren. Want een trend signaleren in de literatuur kan aan de hand van de teksten, onafhankelijk van de vraag of je de verantwoordelijkheid voor tekstuele uitingen nu bij de auteur of bij het personage moet leggen.

Het is het door Jensen gesignaleerde neofeministische antwoord op dit 'nieuwe seksisme' waar nog wel wat op aan te merken valt. 'The Angry Woman Strikes Back', roept Jensen triomfantelijk uit. De hoofdletters doen hun taak. En hoe striken de angry women dan wel back? Door 'Slut 11' en 'Ik ben een sadistisch varken, een klootzak en een verkrachter' op lichamen van mannen te tatoeëren. Deze praktijkvoorbeelden komen respectievelijk uit De mannentester van Heleen van Royen en Mannen die vrouwen haten van Stieg Larsson. In de eerste roman wordt de vrouwelijke hoofdpersoon Victoria ingehuurd om mannen op verzoek van diens echtgenote te 'testen' op potentiële overspeligheid. Ze verleidt ze, drogeert ze en tatoeëert vervolgens de 'Slut'-boodschap rondom het geslachtsdeel van haar slachtoffers. De hoofdpersoon van Larsson, Lis Salander, past eenzelfde methode toe. Wrede tafereeltjes, geschetst met de tatoeëernaald.

Niet de eerste romans met een sick mind als hoofdpersoon, zou je zeggen. American Psycho all over again. Jensen kent mannentester Victoria evenwel eigenschappen toe als 'daadkracht' en - het staat er echt: - een 'strenge moraal'. Maar er is meer. Een 'saillant detail' bij dit alles zou zijn dat de genoemde vrouwen hun strijdlustige taal rechtstreeks uit de islamitische cultuur hebben overgenomen. Detail of niet, Jensen maakt er subtiel een hoofdzaak van. Mannentester Victoria noemt haar inktverminkingspraktijken namelijk 'berechting' volgens eigen wetgeving, haar 'sharia'. En het 'varken' in Salanders boodschap zou verwijzen naar het varken als scheldwoord voor 'onreine Westerling' uit de islamitische cultuur. Dat is dan, meent Jensen, op te vatten als 'een injectie van het feminisme met een effectief strijdjargon.'

Laten we de redenering eens samenvatten: Omdat Stieg Larsson en Heleen van Royen ieder een roman hebben geschreven waarin een geesteszieke vrouw op gruwelijke wijze 'wraak' neemt op overspelige mannen, spreekt Jensen van 'de hernieuwde oorlog tussen de seksen'. En omdat de genoemde schrijvers hierbij het 'islamitische strijdjargon' in de literatuur introduceren, maken zij een 'belangrijk statement over de vermeende botsing tussen Oost en West.' Met oorlogsretoriek mag men binnen het feminisme wel wat voorzichter omspringen. Bekend zijn de onsmakelijke commentaren na 9/11 dat de twee torens fallische symbolen waren die erop wachtten onderuitgehaald ('gecastreerd') te worden. Het is daarnaast op zijn minst opmerkelijk te noemen dat Jensen 'varken' als een moderne ontlening uit de islam opvat. Voor een al te seksistische, met superioriteitsgevoelens kampende man bestaat immers al langer dan vandaag de term 'male chauvinist pig'. 'Varken' als scheldwoord voor onaardige man heeft stevige fundamenten in het feminisme.

Het multiculturele debat wordt aldus verlevendigd door een feministische injectie: 'Dat het met dat failliet van die multiculturele samenleving misschien wel meevalt, blijkt nu uit deze toe-eigening van vrouwen van het islamitische strijdjargon.' Dus omdat een Westers personage methoden en kreten uit de sharia overneemt is de multicultuur nog niet verloren? Vreemde opvatting van integratie heeft mevrouw Jensen. Het volstaat voor haar echter om De mannentester een belangrijk werk over de multiculturele samenleving te noemen. Jensen heeft er echter weinig fiducie in dat mannen dit ook vinden.

Voor Stine Jensen is de werkelijkheid heel simpel. Je hebt mannen (zij) en je hebt vrouwen (wij). Als 'zij' lof krijgen, dan 'wij' ook! Dit feministische wij-zij-denken is schrijnend. Er wordt een oppositie geconstateerd die niet bestond voordat deze geconstateerd werd. Het is bij uitstek dit wijdverspreide binaire denken dat Vuijsje thematiseert en in een moeite door ironiseert. Hij toont de complexe achtergrond van de tegenstelling autochtoon-allochtoon die aan de basis ligt van het multiculturele debat. Een met een islamitische term opgefleurde roman over een mannenhater levert geen wezenlijke bijdrage aan dit debat. De auteur die daarentegen in een even wervelend geschreven roman de binaire oppositie tussen 'man' en 'vrouw' thematiseert en ironiseert, mag de volgende Gouden Uil krijgen. Ook als de auteur een vrouw is, dat is mij vanzelfsprekend om het even.

dinsdag 22 september 2009

Particuliere Beschouwingen

Sfeerimpressie van de Algemene Beschouwingen...
Gerdi Verbeet:
"Dan is nu het woord aan dhr. Zoggel van de Lijst Zoggel."
Zoggel:
"Dank u, voorzitter. Omdat de 'kopvoddentaks' zowel inhoudelijk ridicuul als stilistisch briljant is en omdat er volgens minister-president Jan Peter Balkenende 'geen taboes' zijn wat betreft maatregelen om de crisis te bestrijden: enkele voorstellen van de Lijst Zoggel.

* Eén van de kernkwesties momenteel is de verhoging van de AOW-leeftijd. Moeten we doorwerken tot ons 67ste? De Lijst Zoggel biedt dé uitweg uit het gesteggel: Ja, we verhogen de pensioengerechtigde leeftijd tot 67, maar alléén voor vrouwen. Een kwart van de mannen háált namelijk de leeftijd van 65 jaar niet eens, in tegenstelling tot slechts tien procent van de vrouwen. En vrouwen hebben eeuwenlang moeten strijden om van dat aanrecht vandaan te komen en ook een volwaardige participant in het arbeidsproces te worden. Als een blijk van goede wil zeggen wij: wij gunnen u nog twee extra arbeidsjaren. Beschouw het als genoegdoening, als een herstelbetaling. U hebt het verdiend."

Interpellatie Agnes Kant (SP)
Gerdi Verbeet: "Mevrouw Kant van de Socialistische Partij."
Agnes Kant: "VOORZITTER, IK PROTESTEER TEGEN DIT BELACHELIJKE VOORSTEL. Storm. BENT U NU HELEMAAL BEDONDERD, MENEER ZOGGEL??? Bliksem. EEN VERHOGING VAN DE AOW-LEEFTIJD IS ONBESPREEKBAAR. GRRRRRRRR." Vuurzuilen.

Zoggel: "Voorzitter, ik dank mevrouw Kant voor dit voorzetje op maat. Zij brengt ons namelijk op ons volgende voorstel:

* Een geheel door de staat vergoede dwangbuis plus een weekje vakantie voor mevrouw Kant. Wij zijn namelijk van mening dat de overheid de kosten van de gezondheidszorg kan verlagen door preventief te handelen. Bovendien, mevrouw Kant, wilt u het de achterban van de SP toch niet aandoen dat zij voor de tweede keer hun fractieleider met hartproblemen in de ziekenboeg zien belanden? Past u toch een beetje op uw gezondheid, mevrouw. Voor uzelf, voor ons, voor dit land."

Interpellatie Geert Wilders (PVV)
Gerdi Verbeet: "De heer Wilders van de Partij voor de Vrijheid."
Geert Wilders: "Voorzitter. Bezuinigen op de gezondheidszorg is een verkeerde maatregel. Dat vindt Nederland ook. Verlaag eerst eens de toelage voor de leden van het Koninklijk Huis. Iedereen gaat erop achteruit, behalve de Koninklijke familie. Dat is een schande! En dat vindt Nederland ook."

Zoggel: "Voorzitter, ik dank de heer Wilders voor dit voorzetje op maat. Hij brengt ons namelijk bij ons derde voorstel:

* Wij pleiten voor een hoofddekselbelasting voor Koningin Beatrix. Een 'staatshoofddekseltaks'. Laten we eens wat doen aan dit symbool van onderdrukking."
Kamer, in koor: "Onderdrukking?"
"Jazeker, iedereen moet elk jaar weer de neiging tot lachen onderdrukken als de Koningin met een krankzinnig hoedje uit de koets stapt. Over die koets gesproken:
* Wij willen ook een aparte belasting op het voorttrekken van de gouden koets door een stel paarden, een 'knollentaks'. Die beesten schijten de hele stad onder. De vervuiler betaalt!"

Interpellatie Marianne Thieme (PvdD)
Gerdi Verbeet
: "Mevrouw Thieme van de Partij voor de Dieren."
Marianne Thieme: "Goed idee! Een vegetariër in een Suzuki Swift is nog altijd beter voor het milieu dan een vleeseter op een paard."
Algehele verwarring...

En dat was het sein voor de lunchpauze. Het bleef nog lang onrustig in politiek Den Haag...

maandag 21 september 2009

Eerst de president, nu De Koning

Opmerkelijk bericht na FC Den Bosch - FC Oss (3-3):
Zoon journalist gooit schoen naar Oss-trainer
21 september 2009

Na afloop van de Jupiler League-wedstrijd tussen FC Den Bosch en FC Oss (3-3) vond een opmerkelijk incident plaats. Tijdens de persconferentie kreeg Hans de Koning, de coach van de Ossenaren, een schoen naar zijn hoofd gegooid.
De schoen bleek te zijn gegooid door de 9-jarige zoon van een sportjournalist van het Brabants Dagblad, die om onduidelijke redenen ook in de persruimte was. Het jongetje was een supporter van FC Den Bosch en was teleurgesteld dat zijn ploeg tegen Oss een 3-0 voorsprong uit handen gegeven had. De trainer van FC Oss kon de schoen maar net ontwijken. Het jongetje, zijn vader en de chef-sport van het regionale dagblad hebben inmiddels hun excuses aangeboden aan De Koning.
Hans de Koning kan dus samen met ex-president Bush naar dezelfde praatsessie van slachtofferhulp...

Het is trouwens wel typisch dat het hier een zoontje van een Brabants Dagblad-verslaggever betreft. Zegt weer genoeg over de 'objectiviteit' van de betreffende journalist. Die betitelde de Osse doelpunten ook nog eens als 'toevalstreffers'. Vooral het eerste doelpunt, de 3-1 dus, is niet minder dan een prachtig uitgespeelde combinatie. (korte samenvatting)
(Nieuwsbericht: fcupdate.nl)

zondag 20 september 2009

Adebayor, idioot

Emmanuel Adebayor is een idioot. Een absoluut leeghoofd. De Togolese spits van Manchester City ging vorige week dermate over de schreef dat ik zijn actie even afschuwwekkend durf te noemen als de vreselijke tackle van Axel Witsel (Standard) op Marcin Wasilewski (Anderlecht), waarbij de laatste zijn scheen- en kuitbeen brak.

Adebayor verkaste deze zomer van Arsenal naar Manchester City. Het kleine broertje van United is sinds kort in handen van een puissant rijke oliesjeik uit Abu Dhabi. Hij beschouwt zijn club als een speeltje dat alleen leuk blijft als er successen mee worden behaald. Hij gaf de clubleiding dan ook alle ruimte om met geld te smijten. Robinho was vorig jaar de eerste ster die City aandeed, gevolgd door Shay Given, Nigel de Jong en Craig Bellamy. Deze zomer kwamen daarbij: Kolo Touré, Joleon Lescott, Roque Santa Cruz, Wayne Bridge, Sylvinho, Gareth Barry, Carlos Tévez en dus Emmanuel Adebayor.

Vorige week zaterdag versloeg de sterrenformatie in het City of Manchester Stadium Arsenal met 4-2. Arsenal, de oude werkgever van Adebayor. De Arsenal-fans namen het hun oude spits begrijpelijkerwijs niet in dank af dat hij voor het grote geld had gekozen en floten hem uit. Adebayor misdroeg zich vervolgens volledig. Eerst ging hij al met zijn noppen op het gezicht van ex-ploeggenoot Robin van Persie staan. Kort na rust kopte Adebayor de 3-1 binnen uit een hoekschop. Hij kreeg de kolder in zijn kop en stak vervolgens het hele veld over om met een kniesliding al juichend voor het vak met Arsenal-supporters te eindigen.

De supporters ontstaken in woede na deze provocatie en er was een heel cordon van stewards, bobbies en veiligheidspersoneel voor nodig om de Londenaren tegen te houden. Hieronder amateurbeelden van een City-supporter. We zien dat een stormloop van Arsenal-supporters ternauwernood wordt voorkomen:





Ik vind het onbegrijpelijk dat een scheidsrechter hier niet meteen rood voor trekt. Een doelpunt vieren voor het publiek van de opponent is op zich al erg laag. De provocerende gebaren van Adebayor en de turbulente voorgeschiedenis verergeren nog eens de lafheid van zijn actie. Bedenk wel: als de Arsenal-supporters erin waren geslaagd het veld te betreden, had Adebayor niet alleen zichzelf maar ook zijn medespelers ernstig in gevaar gebracht. Vooral dat laatste vind ik van belang. Dat hij met zijn hersenloze bovenkamer het hele veld over wil steken om een woedende massa uit te dagen, moet hij zelf weten. Wie de bal kaatst... Maar dat hij daarmee de gezondheid van zijn teamgenoten op het spel zet, vind ik een rode kaart waard. Plus een schorsing en een flinke boete uiteraard.

maandag 14 september 2009

Het definitieve einde van Jack Spijkerman

Altijd als ik Jack Spijkerman op tv zie, moet ik bijna huilen. Niemand is zo van zijn voetstuk gevallen als de bebrilde presentator.

Jack Spijkerman was ooit het geweten van de natie. Weliswaar een nogal rood geweten - ik doel op de politieke kleur van zijn omroep, de VARA -, maar toch. Het Kopspijkers-cabaret legde elke zaterdagavond haarfijn de fouten, domheden en geniepigheden van politici en andere bekende Nederlanders bloot. Alle lijsttrekkers, fractieleiders, ministers, etc. kwamen aan de beurt. Ook de kopstukken van de PvdA, toch traditioneel de ideologische voorganger van de VARA, werden niet ontzien. Opportunisme, populisme, ignorantie, zakkenvullerij, alles werd genadeloos onder handen genomen door Jack en zijn cabaretiers. Kopspijkers was een monument van maatschappijkritiek.

We weten allemaal hoe het snel het verkeerde. Spijkerman viel voor de miljoenen van John de Mols Talpa. Die commerciële onderneming leed al snel schipbreuk en sleurde de presentator mee naar de zeebodem. Jack had gegokt en verloren, hij was geschiedenis geworden. Een grootheid met een treurig einde. Er zou wat tijd overheen moeten gaan, maar dan zou toch vooral zijn grootheid beklijven. Maar Jack nam er geen genoegen mee. Hij bleef worstelen om boven te komen. RTL4 hapte toe en contracteerde hem voor de spelshow Wat vindt Nederland?
Het satirische programma Koefnoen, in zekere zin de opvolger van Kopspijkers, maakte afgelopen zaterdag definitief gehakt van Spijkerman. Het viel me altijd op dat de cabaretiers hun vroegere leidsman leken te ontzien. Dankzij hem waren zij immers groot geworden. Over zijn 'verraad' hadden ze ruimschoots hun beklag gedaan, maar een symbolische afrekening bleef achterwege. Tot zaterdag. Eindelijk durfden de voormalige discipelen van Spijkerman het aan hun meester serieus te persifleren. Owen Schumacher kroop in de huid van Spijkerman en zette hem neer als een ongelooflijke droplul, een oliedomme hypocriet.

Ik vond de hele vertoning even briljant als verschrikkelijk. Briljant was de analyse, de vinger op de zere plek. Bij Kopspijkers streed Jack jarenlang tegen populisme en volksmennerij, was de boodschap, nu is hij de woordvoerder van de ontevreden burgermannetjes geworden. En het is waar, Wat vindt Nederland? is de ultieme tegenpool van Kopspijkers. Verschrikkelijk was de implicatie: hier werd Spijkermans hoofd dan ten langen leste onder het hakblok gelegd. Zijn beste onderdanen gaven hun oude koning de genadeklap.

Jack Spijkerman zal de boodschap ongetwijfeld missen en stug doorgaan. Het is met Spijkerman een beetje als - permitteer me deze vergelijking - als met een bekende die een serieuze hersenbloeding heeft gehad. De persoon na het accident is een ander dan die van ervoor. En hoe hard deze persoon ook zijn best doet en benadrukt dat hij nog steeds dezelfde is en nog steeds alles kan zoals vroeger - en daar zelf ook oprecht in gelooft -, jij hebt meteen door dat er iets onherstelbaar veranderd is, dat het nooit meer zoals vroeger kan worden. Dat besef stemt tot een grenzeloze droefheid.