donderdag 21 juli 2011

Marcel Möring - Louteringsberg

Marcel Möring - Louteringsberg. De Bezige Bij (2011), 505 blz.

Louteringsberg is het tweede deel van een trilogie gebaseerd op Dante's goddelijke drieluik inferno, purgatorio en paradijs. Het eerste deel, Dis (2006), gaf ik vijf sterren. Het verhaal over de jood Jakob Noach was zowel inhoudelijk als qua vorm gedurfd, gevarieerd en meeslepend. Puntje van kritiek was toen: 'De tweede hoofdpersoon, de autodidact Marcus Kolpa, is minder overtuigend'.

Laat deze Kolpa nou net de enige hoofdpersoon van het tweede boek zijn. De razende, stormende hel heeft plaatsgemaakt voor het bedaarde, eentonige vagevuur. Kolpa is nu een schrijver die na één gigantisch succesvol boek nooit meer iets nieuws uit de pen heeft gekregen en zich met zijn dochter Rebecca heeft teruggetrokken in een groot huis op een heuvel in het oosten des lands. Hij raakt na de dood van zijn moeder geïntrigeerd door de schimmigheden rond zijn afkomst en de nooit opgehelderde verdwijning van zijn vrouw Chaja.

Een louteringsproces is in de regel een langdurig, tijdrovend iets. Qua inhoud en vorm heeft Möring zijn roman daarop ingericht: Louteringsberg kabbelt voort, Kolpa peinst heel wat af en veel spannends gebeurt er feitelijk niet. Exemplarisch zijn de gedetailleerde beschrijvingen van voedselbereiding die Möring aan zijn culinair onderlegde protagonist uitbesteedt. Dat Kolpa 'ontdekt' dat zijn rare achternaam een anagram van 'Polak' is, zegt ook genoeg over de verdoofde staat van zijn geest. Blijkbaar is hij zelf nooit op het idee gekomen.

Ergens halverwege het verhaal zit er wel een flinke spanningspiek. Het betreft een flashback waarin Kolpa memoreert hoe Chaja verdween nadat ze betrokken was geraakt bij extreemlinks terrorisme in de geëngageerde jaren zeventig. Rondom deze flashback staan enkele lange, reuze interessante essayistische passages over het failliet van het vermeend intellectuele engagement van de jaren zestig en zeventig.

Möring sprak hier al over bij Wim Brands. Er was de algehele verdwazing waarbij het zelfs bon ton was de terreur van de RAF in woord en gebaar te ondersteunen. Die mentaliteit is voor mij, iemand die die tijd niet heeft meegemaakt, werkelijk onbegrijpelijk. Ik kan soms trillen van woede als ik iets zie of lees over de verderfelijke RAF, maar indertijd genoot de groep ook bij gerespecteerde opiniemakers brede steun en sympathie. Dit gold bijvoorbeeld voor Willem Nagel, zo las ik onlangs in diens biografie Het spoor terug. Nagel raakte overigens aan het eind van zijn leven door zijn rabiate anti-Israëlhouding in het kamp van de antisemieten verzeild. De jodenhaat onder de krakers was voor Möring de aanleiding zijn positie als linkse intellectuel kritisch te bevragen.

Marcel Möring is nooit een briljant stilist geweest. Max Pam heeft dit ooit al aan de hand van de openingszin van de novelle Modelvliegen op even hilarische als dodelijke wijze gedemonstreerd. In Dis waren kenmerken als overdrijving, herhaling, kitsch en opzichtige intertekstualiteit functioneel binnen de exuberante, experimentele opzet, maar in een traditioneel verhaal als Louteringsberg zijn het eerder storende kenmerken. De loutering die Kolpa doormaakt aan het eind van het boek, 'midden in de nacht, in een donker bos', heeft dan wel weer iets van dat hallucinante dat Dis bij vlagen zo betoverend maakte.

Louteringsberg is al met al best een onderhoudende roman, maar de grandeur van Dis is ver weg. Het is te hopen dat we nu niet wéér vijf jaar moeten wachten tot het volgende deel verschijnt. Van Dante's Komedie wordt gewoonlijk gezegd dat het Inferno met afstand het boeiendste deel is en het Paradijs het saaiste. Het is voor Möring niet te hopen dat hij zijn voorbeeld ook op dit gebied navolgt.

*****

dinsdag 19 juli 2011

Dick Jaspers als held

Afgelopen weekend werd Dick Jaspers in het verre Peru wereldkampioen driebanden. In een bizarre finale werd Marco Zanetti met 3-2 in sets verslagen. In de halve finale had Jaspers zijn rivaal Daniel Sanchez al overtuigend opzijgezet, met een formidabel moyenne van 4.500. Het is de derde keer dat de biljarter uit Sint-Willebrord zich 's werelds beste mag noemen.

Op pagina 601 werd het nieuws van Dicks wereldtitel in het vakje 'hoofdpunten' opgenomen en zelfs op de algemeen nieuwspagina 101 werd er melding van gemaakt, iets wat alleen voor het echt grote sportnieuws is weggelegd. De keuze van de NOS-redactie om dit biljartnieuws prominent onder de aandacht te brengen is een volkomen terechte.

Dick Jaspers zou zo'n typische kandidaat kunnen zijn voor de rubriek 'Vergane glorie' - cult, jeugdsentiment, romantiek met een laagje tragiek -, ware het niet dat zijn glorie nog immer voortduurt. In het driebanden staat de tijd stil, er lijkt nooit iets te veranderen. De namen die voorbijkomen zijn ook al zo lang als mijn herinnering teruggaat dezelfde: behalve Jaspers bijvoorbeeld Blomdahl, Ceulemans, Sayginer, Caudron. Pas de laatste jaren dringen er wat nieuwe namen door, zoals Sanchez en Eddy Merckx.

Er bestaat een select groepje Nederlandse sporters dat al vele jaren lang uitblinkt in hun over het algemeen relatief marginale tak van sport. De atleten hebben hiermee een zekere cultstatus bereikt. Bij het grote publiek genieten ze bij lange na niet het aanzien van voetballers, wielrenners of schaatsers, simpelweg omdat hun prestaties zelden of nooit in beeld en geluid het sportjournaal halen, om van een liveverslag nog maar te zwijgen. Behalve Dick Jaspers (driebanden) valt ook te denken aan toppers als Daniël Willemsen (zijspancross), Bart Brentjens (mountainbike) en - iets vaker op tv - IJsbrand Chardon (mennen).

Deze sporters staan voor mijn gevoel al zolang ik leef aan de top van hun metier. Allen hebben een indrukwekkend palmares om mee te pronken. Toch zijn het in de eerste plaats 'teletekstsporters': je verneemt van hun prestaties bijna uitsluitend via een teletekstbericht. 's Avonds komen ze dan op zijn best nog in pasfotoformaat voorbij in het sportjournaal, zoals dat voor eerstedivisievoetballers vroeger het hoogst haalbare was, te bereiken door er drie in een wedstrijd in te leggen.

Daar komt nog bij dat de sporten waarin deze sporters zich hebben geperfectioneerd in de regel geen Olympische status hebben. De enige gelegenheid waar marginale sporten ineens interessant worden, de Spelen, gaat dus ook al aan hun neus voorbij.

De '101-status' van Jaspers doet vermoeden dat de NOS best meer ruimte zou willen reserveren in het sportjournaal voor zijn prestaties, maar waarschijnlijk zijn er eenvoudigweg geen beelden geschoten daar in het verre Lima. Dick Jaspers wordt dan ook al jarenlang stelselmatig onderbelicht. Hij verdient meer zendtijd, live coverage.

Of misschien ook niet. Meer media-aandacht betekent ook meer commercie. Dan zien we Dick ineens met een reclameuiting op zijn strikje. Dat moeten we niet willen. Meer aandacht betekent ook meer mainstream en dus minder cult. Dick Jaspers' heldenstatus drijft nu juist voor een belangrijk deel op het gegeven dat hij, zoals het een echte held betaamt, slechts af en toe opduikt. De mythe heeft een zekere mate van mysterie en verborgen grootsheid nodig. Dick Jaspers moet blijven wie hij is: een teletekstheld, een mysticus met een pomerans.

zaterdag 16 juli 2011

Zeven dagen lang (69)

10 t/m 16 juli

ZONDAG Elke avond van 20.30 tot 22.00 uur
Genieten: Tour du Jour op RTL7. Met een Wilfred Genee in topvorm en met Gert Jakobs als een prima type Van der Gijp. Op maandag en vrijdag schuift Johan Derksen aan, dan is het Voetbal International-gevoel niet ver weg meer.

MAANDAG Onderzoek Alphen afgerond
Tristan schreef een nieuwe bijbel. Hij leed aan het Hella-Haasse-syndroom? §

DINSDAG So...
We Have the Facts and We're Voting Yes van Death Cab noem ik een diep donker album. Ter illustratie de eerste regels van 'Little Fury Bugs': 'You'll discover / your casual friends / kept notes in their pockets / to remember your name.' BELUISTER

WOENSDAG Eetclub
Ontluisterend: het interview in De Pers met de totaal wereldvreemde rechter Tom Schalken van het Wildersproces. Hij raakt niet uitgepraat over zijn 'eetclub': 'Op de avond zelf zei Hans Jansen dat hij al drie dagen later zou worden gehoord. Toen dacht ik: nee, hier moet ik echt... maar wat moet je doen, moet je weglopen?' Euh, ja, is dat zo moeilijk? Maar neen, de 'eetclub' is voor je status natuurlijk veel belangrijker. Interviewer Kustaw Bessems heeft zich zeer degelijk voorbereid op het interview, maar Schalken: 'Jullie zitten me nu weer allemaal kritische vragen te stellen, maar die heb ik in het boek ook mezelf gesteld.' En dat boek heet: Het Eetcomplot. Schalken: 'Door zo veel aandacht aan dat etentje te besteden hebben ze [de rechters]bijgedragen aan het beeld dat het heel ernstig moet zijn wat daar gebeurd is.' Boekpresentatie tijdens de volgende 'eetclub'?

DONDERDAG Johnny
Gelezen: Mijn kleine hersentjes van Johnny van Doorn. Ik kende Van Doorn alleen als het enfant terrible van de poëzie ('Johnny the Selfkicker'), maar de verhalen in deze bundel zijn bijzonder sentimenteel, bijna kneuterig soms in hun jaren-vijftig-nostalgie. Wel heel mooi overigens.

VRIJDAG Nature nurture
Dikke vrouw in de trein: 'Mijn dochter wilde dierenarts worden, want mijn man houdt van beesten en zo.'

ZATERDAG Dubieus
Vanendert wint zware bergetappe. En de bloemen gaan naar Wim Vansevenant?
Merkwaardig trouwens dat Philippe Gilbert's omhelzing van de winnaar voor oprechte vreugde wordt gehouden. Hij staat voor driekwart van Vanendert afgekeerd om maar goed in beeld van de camera's te blijven...

donderdag 14 juli 2011

[Londen] Musea en M&M's

Mijn broeder woont in Tottenham, wat nog een behoorlijk eindje van het centrum van Londen ligt. Ik reisde tijdens mijn verblijf dan ook veelvuldig met het openbaar vervoer: trein, bus en vooral metro. In Londen gebruik je daarvoor een zogenaamde Oyster Card, een soort OV-chipkaart maar dan veel beter en weldoordachter. Niet zoals hier her en der van die lullige paaltjes en tachtig keer in- en uitchecken als je wisselt van vervoerder, maar tourniquettes die zo strategisch zijn geplaatst dat je er altijd maximaal twee passeert, een aan het begin en een aan het eind van je reis, hoe vaak je ook overstapt of wisselt van boven- en ondergronds.

Op donderdag bezocht ik het Natural History Museum en het Science Museum. Helaas waren de dinosaurussen van het Natural History op vakantie: de Dinosaur Gallery was gesloten. Het gigantische geraamte van de diplodocus sierde gelukkig nog wel de grote zaal. Ook indrukwekkend was de levensgrote blauwe vinvis die bijna een hele zaal vulde. Matig was dat blijkbaar heel schoolgaand Engeland vandaag praktijkles biologie in het museum had; de koters bezetten het gehele vloeroppervlak om de dieren na te tekenen.

In het Science Museum heb ik uren rondgedwaald. Steeds als ik dacht dat ik alles had gezien strekte er zich weer een nieuwe vleugel voor me uit. De gecrashte McLaren van Mika Hakkinen riep gevoelens van nostalgie in me op en ook de 'Agriculture'-afdeling heb ik uitvoerig bestudeerd. Een boeiend interactief element was een draaiend mechaniek waaraan vier tractoren met vier verschillende ploegen waren bevestigd die door een laag zand begonnen te rijden na een druk op een knop. Zo was mooi te zien hoe verschillende soorten voren in een akker worden getrokken.

Het meest onder de indruk was ik van een speciale tentoonstelling in de 'Telecommunications'-afdeling: de 'Listening Post'. In dit 'dynamic portrait of online communication' werden op 221 kleine schermpjes in real time en ongecensureerd tekstfragmenten uit chatgesprekken weergegeven (zie foto). Het werk was verdeeld in zeven delen. In een deel verschenen bijvoorbeeld razendsnel op alle schermpjes tegelijk teksten, in een ander deel kwam er om de zoveel seconden een scherm met een woord of zin bij. Elk deel had zo zijn eigen opbouw en logica.

Het is altijd moeilijk zo een kunstwerk 'na te vertellen', maar het was een indrukwekkende ervaring. Je bevond je als kijker in feite tegelijk midden en buiten de digitale wereld, dé sociale omgeving van vandaag de dag. Je zweefde boven het gewoel. De begeleidende pianoklanken droegen bij aan het effect. Borden waarschuwden dat er door het real time en ongecensureerde karakter van het werk 'ocassionally' ongepast taalgebruik langs kon komen en dat was niets te veel gezegd. In chatrooms gaat het nou eenmaal vaak over dat ene onderwerp. 'I like my nipples bitten' en 'I wanna do your bum' zijn slechts enkele voorbeelden van wat er zoal passeerde. Hier meer info over het project en hier filmbeelden.

Op vrijdag werden bezocht de National Portrait Gallery, een museum met louter portretschilderijen, en Sea Life London, het aquarium langs de Thames met als hoogtepunt de plotseling tevoorschijn komende reuzenzeeschildpad en als dieptepunt de depressieve pinguïns in hun treurige hokje. Curieus en toch ook een beetje verontrustend was de 'M&M's World' nabij Leicester Square, een winkel van vier verdiepingen volledig gewijd aan... M&M's. Alle denkbare merchandise, een levende M&M om mee op de foto te gaan, enorme pijpen vol M&M's om je puntzak mee te vullen en zelfs een laboratorium achter glas ('restricted area - keep out') waar je twee 'wetenschappers' met M&M's in de weer kon zien. En alles tegen woekerprijzen. Totale gekte.

Ook nog gezien: Covent Garden, Buckingham Palace, de Big Ben, restaurants en pubs en de Thames met zijn vele bruggen en prettige atmosfeer op de oevers. Het was, om Fred van Draadstaal's Fred & Ria te citeren, 'geblazen genieten'.

dinsdag 12 juli 2011

[Londen] Death Cab levert vuurwerk af

Het uit Seattle, Washington afkomstige Death Cab For Cutie brak in 2005 in Amerika door met Plans (2005), het vijfde album van de band. De cd werd platina en de singles 'Soul Meets Body' en 'I Will Follow You into the Dark' deden het goed. In Nederland maakte DCfC pas een bescheiden entree in de albumlijst met de opvolger Narrow Stairs (2008). In mei dit jaar verscheen Codes and Keys (2011), een Codes and Keys European Tour werd eraan vastgeplakt. Die werd afgelopen donderdagavond afgesloten met een concert in Londen. Ik mocht erbij zijn.

Death Cab in de O2 Academy Brixton, mijn eerste concert ooit. Buiten bij metrohalte Brixton zijn zwarthandelaren prominent aanwezig: 'Death Cab tickets! Death Cab tickets!' Omdat ik er een tijdje sta te wachten op mijn broeder kan ik de mannen goed observeren. Het zijn op het oog keurige heren in trui met een bloes eronder, maar de geniepige hoofden verraden onzuivere levenswandel en zaterdags hooliganschap. Ze verkopen wonderbaarlijk goed en de flappen doen al gauw de broekzakken bollen.

Voor de Academy staat al een flinke rij. O2-klanten hoeven niet achteraan aan te sluiten en ook meisjes mogen in een aparte rij. Een blondine maakt daar gretig gebruik van, haar geliefde druipt af: 'I thought we were going together,' mokt de arme kerel. Binnen zijn de stelletjes overigens wel ruim vertegenwoordigd. De arena is goed vol - het concert is uitverkocht - maar gelukkig sta je niet hudje mudje op elkaar. In het voorprogramma staat het mij onbekende The Head and the Heart. Het zestal speelt een aantal aanstekelijke nummers en een van de zes is een meisje met een viool, wat altijd goed is.

Om negen uur is het tijd voor Death Cab. De Bruce Berry's nemen echter ruim de tijd, waardoor het optreden een kwartier te laat begint. Death Cab speelt vervolgens echter tot kwart over elf door - non-stop - en levert dus toch gewoon de volle twee uur spektakel. Opener is 'I Will Possess Your Heart', een acht minuten durend nummer met een lang muzikaal intro. Voorman Ben Gibbard valt na vijf minuten in. Zijn verschijning is even wennen: de degelijke scheiding gaat nu ook vergezeld van een dichte baard.

Het nieuwe album Codes and Keys ken ik nog nauwelijks en ik was dan ook bang dat de nieuwe plaat de hoofdmoot zou vormen van het concert. Dat blijkt gelukkig niet het geval. De band put rijkelijk uit het bestaande oeuvre. De nadruk ligt, zo wordt al gauw duidelijk, op de wat steviger rockende nummers en iets minder op de met minimale muzikale begeleiding gezongen intieme liedjes van Gibbard. Het tweede nummer bijvoorbeeld is 'The New Year', met de overdonderende drum- en gitaarexplosies aan het begin die ontploffend vuurwerk symboliseren. Het is 7 juli en nieuwjaar, zowel het vorige als het volgende, kan bijna niet verder weg zijn, maar toch werkt het hier perfect om het publiek mee te krijgen.

Een van de redenen waarom ik nooit eerder een concert heb bezocht is dat het geluid volgens mij altijd inboet in een live setting. Bij 'The New Year' blijkt dat inderdaad zo te zijn. Het subtiele gitaarloopje dat na het intro zijn eigen weg volgt is nauwelijks hoorbaar. Ik moet evenwel ook erkennen dat dit een uitzondering is; het geluid is over het algemeen erg goed en scherp. Drummer Jason McGerr is in vorm en Gibbard wisselt moeiteloos tussen gitaar en piano en van verschillende typen gitaar. Het optreden is echt een groepsprestatie: Gibbard trekt niet alle aandacht naar zich toe en geeft zijn medebandleden de ruimte zich volledig uit te leven. Alleen bij het onvermijdelijke solonummer 'I Will Follow You into the Dark' mogen zij even uitblazen. Het publiek zingt massaal mee met Gibbard, wat veel indruk maakt.

Hoogtepunten zijn verder 'Cath', waarvan het kenmerkende gitaarintro met groot enthousiasme begroet wordt door de bezoekers, de rustigere nummers 'Summer Skin' en 'Grapevine Fires' en de onder de huid en in het hoofd kruipende ritmes van 'Title and Registration' en 'Doors Unlocked and Open'. En dat er nauwelijks gepraat wordt tussen de liedjes door. Dat is ook niet nodig, want de sfeer zit er vanaf de eerste minuut goed in. Positief is verder dat alle albums aan bod komen, zelfs het diep donkere We Have the Facts and We're Voting Yes (2000), al is het helaas het vrij saaie '405'. Een logische keuze desalniettemin, want de echt sombere juweeltjes als 'Little Fury Bugs', 'Title Track' en 'Company Calls Epilogue' zijn te traag voor deze energieke setlist.

De 'encore' van vier nummers wordt afgesloten met de klassieker 'Transatlanticism', net als de opener een acht minuten durend lied. De opbouw van dit muzikale én tekstuele meesterwerk maakt het tot de perfecte song om een concert met een daverende climax af te sluiten. Een gedenkwaardige avond.

maandag 11 juli 2011

[Londen] Terug in de tegenwoordige tijd

Van woensdag tot en met zaterdag was ik in Londen, op bezoek bij mijn broeder. Ik reisde dit keer met de Eurostar Brussel-Zuid - London-St. Pancras. Ik was benieuwd naar deze manier van reizen, in het bijzonder naar de verschillen met reizen per vliegtuig. De overeenkomsten bleken groter dan de verschillen. Ook voor de Eurostar moest de bekende riedel worden afgedraaid van inchecken, koffer door de scanner, waardevolle spullen in een apart bakje, fouilleren, paspoortcontrole en heel lang wachten op het boarden.

Eenmaal in de trein bleek mijn stoel reeds bezet door een vrouwspersoon. Toen ik haar trachtte duidelijk te maken dat ze op mijn stoel zat, begon ze wat in het Frans te brabbelen en zelfs bijkans te huilen. Ze wapperde wat met een pasje, waaruit moest blijken dat ze een soort gehandicapte was of zo. Dat vereist enige coulance en ik zei dat het in dat geval wat mij betreft oké was als ze op mijn plek bleef zitten als ik dan maar op de stoel mocht zitten die aanvankelijk voor haar bestemd was. Maar ze kon mij haar stoelnummer niet vertellen. Gelukkig bleek de persoonlijk assistente van een van de vele zakenmannetjes de reddende engel door met haar baas twee - blijkbaar ongereserveerde - stoelen in het midden over te nemen en mij hun oorspronkelijke zitplaatsen te gunnen.

Toen verbleef ik drie nachten in Londen en zaterdag in de late namiddag ging ik weer per Eurostar terug. Ook nu lang wachten en vertraging. De Eurostar naar Parijs vertrok ook later en de oorzaak was ergerniswekkend. De 'last call' was allang afgeroepen, maar enorme moslimfamilies met gigantische hoeveelheden bagage ('Per reiziger mag u twee stuks bagage meenemen (max. 85 cm lang), plus nog een kleine handbagage') bleven maar op hun dooie akkertje de gate betreden. Het vertrek van de Eurostars is afhankelijk van de arriverende trein uit tegenovergestelde richting; geen wonder dat de vertraging zich bleef opstapelen.

Zaterdagavond laat was ik weer thuis. Ruim drie dagen had ik geen enkel nieuws gezien, gehoord of gelezen, niets meer van de Tour vernomen, me volledig afgesloten van alle actualiteit. Alleen dat het Twente-stadion was ingestort was nog doorgedrongen, maar dat was dan ook wereldnieuws. En dan doet zich bij thuiskomst dat merkwaardige fenomeen voor dat je het gevoel hebt veel langer weg te zijn geweest. Dat je als het ware uit de tijd geslingerd bent. Dat je hopeloos en onherstelbaar achterloopt op de gebeurtenissen.

Dan besef je pas echt goed dat we in een mediacratie en informatiemaatschappij leven. Blijkbaar is het niet meer mogelijk simpelweg een dag of wat over te slaan en dan weer vrolijk in te haken. Veel nieuwsberichten zijn bovendien 'vervolgberichten', ze sluiten aan bij nieuws van eerdere dagen en veronderstellen voorkennis. Als je die niet hebt voel je je buitengesloten. Je hebt echt een forse inhaalslag te maken om weer up-to-date te raken. En dan is het nog komkommertijd...

Dat voor wat betreft het daarheen en weer terug. Natuurlijk zijn de belevenissen in Londen zelf veel belangrijker. De spil van de reis was een concert op donderdagavond van Death Cab for Cutie in de O2 Academy Brixton. Mijn eerste concert en dus ook de opdracht om voor het eerst in de beste Meeuwsiaanse traditie een verslag te schrijven. Dat en meer impressies later deze week.

woensdag 6 juli 2011

Tour

Dit jaar zijn er in de Tour vier aankomsten bergop (Luz Ardiden, Plateau de Beille, Galibier en Alpe d'Huez). Dat is nog altijd veel minder dan de zeven + klimtijdrit in de laatste Giro en de zes in de komende Vuelta, maar het is een stap in de goede richting. De laatste keer dat er minstens vier keer bergop gefinisht werd was in 2002.

Critici beweren dat een hoog aantal loodzware aankomsten dopinggebruik in de hand werkt. Ik denk niet dat de keuze van een renner al dan niet doping te gebruiken afhangt van een col meer of minder. Doping is eerder een mentale verleiding dan een fysieke.

De sterrencultus die ook in het wielrennen heeft toegeslagen is van doorslaggevende invloed op de de mentale weerbaarheid van een renner. In de Thomas Dekker-docu horen we Mart Smeets overtuigend beweren dat wij, het publiek, de massa, het klimaat geschapen hebben waarin talenten gedwongen worden uit de pot met verboden middelen te snoepen om aan ons torenhoge verwachtingspatroon te voldoen.

Ons grootste talent Steven Kruijswijk schoof gisteravond aan bij Smeets in De avondetappe. De nummer negen van de Giro is een verlegen, bleu mannetje. Korte, aarzelende antwoorden. Bijzonder sympathiek. Maar wat zegt dat over zijn mentaliteit? Thomas Dekker was in alles de tegenpool van Kruijswijk. In interviews manifesteerde Dekker zich niet zelden op een wat arrogante wijze - 'dikke nek' zeiden de Belgen -, waardoor hij met al zijn zelfvertrouwen soms een onsympathieke indruk maakte. Toch was het vertrouwen in eigen kunnen niet groot genoeg en viel Dekker voor de verleiding van EPO.

Blijkbaar is er aan het andere eind van het mentale spectrum ook nog een poolgrens die overschreden kan worden: niet alleen de falende en met gebrek aan vertrouwen koersende twijfelaars zijn gevoelig, ook voor de zelfverheerlijkende en overmoedige renner is de stap klein om die laatste vijf procent via verboden middelen te bewerkstelligen. Zeker wanneer de druk van de buitenwacht immens is.

Het is afwachten hoe Kruijswijk hierop zal reageren. Momenteel is er nog een relatieve luwte, omdat het publiek, de massa, nog meer oog heeft voor Gesink en Mollema. Zo heeft die schandalige disbalans in media-aandacht voor Kruijswijks prestaties in Italië en Zwitserland ten opzichte van de huidige gekte rond Gesink en de Tour wellicht toch nog een voordeel.

zaterdag 2 juli 2011

Zeven dagen lang (68)

26 juni t/m 2 juli

ZONDAG Sloet
Mooi! Marcel van der Sloot terug bij TOP Oss. Hopelijk komend seizoen weer zulke magnifieke vrije trappen.

MAANDAG Th. Dekker
Vanavond de documentaire Niemand kent mij over Thomas Dekker gezien. Een intrigerende maar ook treurige reportage. Dekker, die op EPO werd betrapt, staat er niet goed op. Vele jaren geleden, toen Dekker nog een piepjonge godenzoon was, zei een insider uit de wielerwereld tegen mij over Dekker: 'Die komt er niet'. Want het zat mentaal niet goed bij die jongen. Ik geloofde dat toen niet en Dekker leek de daaropvolgende jaren mijn scepsis te rechtvaardigen, maar de val kwam toch. Nu, na de docu te hebben gezien, ben ik nog somberder gestemd: hij komt er niet meer uit. Er is te veel verongelijktheid en zelfbeklag bij Dekker en te weinig zelfkritiek en spirit. Triest.

DINSDAG Buienradar epic fail
Sta hier om kwart over negen verwoed het water buiten de deur te houden in de meest apocalyptische omstandigheden ooit meegemaakt, maar volgens de Buienradar moet het al een uur droog zijn. Daar kijken we dus ook nooit meer op.

WOENSDAG Knevel & Van den Brinck
Robert Dijkgraaf over geloof en wetenschap: we hebben in Nederland geen Richard Dawkins. Hallo, we hadden hier vijftien jaar geleden al Maarten 't Hart die met Wie God verlaat heeft niets te vrezen geweldig tegen het geloof tekeerging. En in tegenstelling tot Dawkins wél met humor en vileiniteit in plaats van met demagogie en arrogantie.

DONDERDAG Peek
Volgens de vaderlandse recensenten is Gustaaf Peek de beste hedendaagse schrijver onder de 40 (zie Hollands Diep, 2011, afl. maart/april). Dover vond ik goed, maar Ik was Amerika viel toch wat tegen. De suggestieve en sobere stijl van Peek verzadigt snel en verwordt dan een beetje tot een maniertje, zeker in combinatie met de pathetiek die er soms dik bovenop ligt.

VRIJDAG Gedonder ja
Treffende spreuk aan de wand op het Belastingkantoor: 'Ondanks alle gedonder is elke dag een wonder'.

ZATERDAG Tilburg
Sinds 2010 heet de Universiteit van Tilburg officieel de Tilburg University. Schandalig natuurlijk - Willem Frederik Hermans zou zich omdraaien in zijn graf als hij het hoort -, maar in februari 1969 hadden oproerkraaiers de universiteit al eens kortstondig omgedoopt tot Karl Marx Universiteit. Ik weet niet welke naam erger is.

donderdag 30 juni 2011

De ingebouwde politieagent (3): de naweeën van Nawijn

De actualiteit levert nog wat nieuwe brandstof. Maastricht mag toch weer niet haar coffeeshops sluiten om drugstoeristen te weren. 'Mag niet!' riep de rechter. Nu wordt alles op de wietpas gezet om de buitenlanders buiten de deur te houden.

Allochtonen, wat moeten we er toch mee. Joram van Klaveren van de PVV wil de term 'allochtoon' uitbreiden omdat kinderen van tweedegeneratieallochtonen voor het CBS autochtonen zijn en ze zo niet zichtbaar zijn in de statistieken. Het kaalkopje wil nu dat de derde generatie tóch allochtoon genoemd wordt. Dat moet beleid op het gebied van criminaliteit en integratie effectiever maken.

Een PVV'er die voor méér allochtonen pleit - het moet niet gekker worden.

Met zijn voorstel vaart Van Klaveren een andere koers dan zijn voorgangers op rechts. Reeds ex-minister en all time jumpstyle-icoon Hilbrand Nawijn pleitte ooit bij Pauw & Witteman tussen alle proefballonnetjes door voor het afschaffen van de term 'allochtoon'.

Het was een merkwaardige uitzending. Ook de Meiden van Halal waren toen te gast bij Jeroen & Paul. Ze wilden de olijke Hilbrand eens flink het vuur na aan de schenen leggen, maar wat bleek: Groep Nawijn wilde niet alleen af van de naam 'allochtoon', er moesten ook weer meer bankwerkers en dergelijke vakmensen opgeleid worden, allemaal ideeën waar de meiden eigenlijk ook wel voor waren.
Alleen over homo's waren ze het oneens. Homo kon je wel zijn, maar praktiseren mocht niet, aldus Kwiq, Kweq en Kwaq. Hilbrand, voorstander van de doodstraf, was nog wel zo progressief dat dát van hem best mocht.

Hilbrand Nawijn! Wat is er van hem geworden?
Hij politiekt nog steeds. In Zoetermeer is de Lijst Hilbrand Nawijn inmiddels al ruim een half jaar een betrouwbare coalitiepartner.
Zo kan het dus ook.
Het is Hilbrand gegund. Iedereen dacht dat we met hem het dieptepunt wel bereikt hadden qua ministers van Integratie, maar hij was nog niet weg of eerst Rita Verdonk en daarna Ella Vogelaar diepten het dieptepunt nog even wat verder uit. Vogelaar is na het fiasco op Integratie aan de slag gegaan bij een reïntegratiebureau. Sommigen leren het nooit.
En de Meiden van Halal? Nooit meer iets van vernomen.

Nawijn werd indertijd flink op de huid gezeten door Thom de Graaf. 'Lijdt Nawijn aan een meervoudig persoonlijkheidssyndroom?' vroeg de toen nog democratisch gekozen volksvertegenwoordiger Thom zich af nadat Nawijn zich voor de doodstraf had uitgesproken.
Nawijn bleek even later een multitalent. Hij zat er dus niet ver naast, Thom. Zelf is hij nu de ongekozen burgemeester van Nijmegen, een van de 23 ongekozen D66-burgervaders die ons land telt.
En in Zoetermeer regeert Nawijn inmiddels samen met de lokale D66. Leve de democratie.

Had Thom nog moeilijke psychologische termen nodig, de huidige D66-fractie is met haar tijd meegegaan in de bestrijding van het kwaad. Parlementariër Gerard Schouw haalde in een reactie op het voorstel van Van Klaveren meteen de stoplap 'onderbuik' tevoorschijn, een woord dat inmiddels zo vaak uitgebraakt wordt dat het welhaast 'fascisme' en 'nazi' heeft vervangen als de nieuwste polemische vondst om elke discussie dood te slaan.

'Wie nuchter naar de cijfers kijkt,' zegt Schouw, 'ziet dat juist de integratie van deze groep succesvol is'. Jawel hoor, het duurde even maar daar is-ie: onze Hollandse obsessie met statistiek. En een simpele blik op de cijfers is niet voldoende, het moet altijd 'nuchter'. Wat de meerwaarde van die toevoeging is ontgaat mij.
Of Schouw verwart Van Klaveren gewoon met Hero Brinkman, dat kan natuurlijk ook.

Toch vreemd dat we van Schouw nuchter naar de cijfers over deze groep moeten kijken, terwijl volgens van Klaveren deze groep niet als zodanig bestudeerbaar is. Omdat er geen cijfers over bestaan. Omdat de groep nog niet als groep erkend wordt. Wie moeten we nu geloven? Wie hakt de Gordiaanse knoop door?

Hilbrand Nawijn? Hij gaf al een nuttige wenk in zijn evergreen 'Hey Jumpen!': 'Je moet blijven jumpen, tot je sterretjes ziet. De een ziet ze gelijk en de ander ziet ze niet.'*

Zo is het maar net.

dinsdag 28 juni 2011

De ingebouwde politieagent (2): over drugs

Fred Teeven loopt behoorlijk uit de pas door in zijn veiligheidsbeleid objectieve gegevens ondergeschikt te maken aan de subjectieve veiligheidsbeleving van de mensen. Daar is veel op aan te merken, maar Teeven breekt zo in zekere zin wel met wat Thijs Lijster onze 'obsessie met statistieken' noemt: kansberekening en 'doorberekeningen' prevaleren vrijwel altijd boven inhoudelijk debat en denken in onconventionele oplossingen. Onconventioneel is het zeker wat Teeven wil. Hij laat het hart luider spreken dan het hoofd.

Of het wijs is zo politiek te bedrijven is de vraag. Feit is wel dat geestdrift en engagement vaak meer te maken hebben met gevoelspolitiek op basis van overtuiging of sentiment dan met doordacht beleid op basis van ratio en pragmatisme. Het irrationele element van politiek wordt maar al te vaak veronachtzaamd. Persoonlijk heb ik dat erg sterk met het drugsbeleid. Op dat gebied ben ik behoorlijk conservatief.

De drie ooggetuigen van naoorlogs Nederland gaven in 2007 toe dat op sommige punten het afbreken van de taboes een 'beetje uit de hand gelopen' is. Hofland illustreerde dat aan de hand van drugs: 'Zoals met die softdrugs. Je had wiet, die eerst kif heette, toen kreeg je caféachtige ruimtes en dat werden coffeeshops. Dat soort veranderingen heeft ervoor gezorgd dat die ingebouwde agent op de loop is gegaan. [...] Als je hier naar buiten loopt, struikel je over de sufgeblowde Italianen, Britten en Fransen. Dat bepaalt ons gezicht in het buitenland.'

Het hart spreekt zich radicaal uit tegen deze vaderlandse gedoogcultuur. Het zou het liefst zien dat alle shops sluiten en het drugstoerisme volledig verdwijnt. Het verfoeit dat in het buitenland de naam Nederland meteen gelinkt wordt met blowen. Dat ze in Spanje denken dat je deel uitmaakt van een volk dat massaal aan de stuff zit als je laat vallen dat je uit Olanda komt. Dat brave, bange Belgen en Fransen op uitwisseling massaal aan de marihuana gaan zodra ze 'hier' zijn.

Daarom is de eerste impulsieve reactie op het drugsbeleid van de huidige regering er één van geestdriftige instemming. Kom maar op met die wietpas. Geen drugstoeristen meer. Het sluiten van de coffeeshops heeft zich op dat punt al bewezen in Roosendaal en Bergen op Zoom. In Maastricht ijvert de politiek nu ook voor sluiting en schermt daarbij met een onderzoek van de Universiteit van Tilburg Tilburg University dat uitwijst dat invoering van een wietpas of zelfs algehele sluiting dé oplossing zou zijn. Minister Opstelten wil de namen van blowende jongeren bekend maken bij ouders en leraren. Het hart slaat een slag over van enthousiasme. Eindelijk actie.

Maar het hoofd verzet zich soms. De argumenten zijn niet ondubbelzinnig. Straathandel en overlast zouden wél toegenomen zijn in West-Brabant. Amsterdam is tegen het drugsbeleid van de regering. Burgemeester Van der Laan beroept zich op onderzoek dat zou uitwijzen dat de negatieve effecten de overhand hebben: de handel zal zich verplaatsen naar de straat, criminaliteit zal toenemen, toezicht en controle worden lastiger. Dat mag toch ook niet de consequentie zijn.

Tegenstrijdige informatie. Het probleem met statistiek lijkt me in dit geval dan ook niet zozeer dat de cijfers als voldongen feiten het beleid bepalen, maar dat ze juist op elke wenselijke manier te interpreteren of om te buigen zijn, dat elk maatschappelijk topic vervuild wordt met rapportjes en nota's die elkaar tegenspreken en dat juist die onzekerheid er mede voor zorgt dat ad-hocbeleid en gevoelspolitiek het noodzakelijk winnen van objectiviteit, simpelweg omdat die objectiviteit niet gegarandeerd kan worden.

Een politicus is iemand die van zichzelf een staatsman maakt. Persoonlijke sentimenten en onwerkelijke idealismen schakelt hij uit ten koste van nuchtere analyse en pragmatische daadkracht. Het hart staat in verbinding met het hoofd, maar regeren gebeurt in principe altijd in laatste instantie met het hoofd.

Ik ben geen politicus. Het hart krijgt weleens het laatste woord: laat in toeristisch Amsterdam de touwharige Spanjaarden weer in de minderheid zijn ten opzichte van de fotograferende Japanners!