Posts tonen met het label Brieven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brieven. Alle posts tonen

maandag 14 januari 2008

zaterdag 13 oktober 2007

De brief van de advocaat

Vanmiddag liep ik over straat toen mij een advocaat voorbijsnelde. Er viel iets uit zijn aktetas. Ik raapte het op en zag dat het een brief was. Dit is de inhoud van de brief van de advocaat:

Ge(min)achte Heren van de K.N.V.B.,

Middels dit schrijven verzoek ik u om tekst en uitleg aangaande een dramatisch gebeuren d.d. 12 oktober jongstleden. Op de avond van die dag bezocht ik onder het motto 'TOP thuis, een avond uit' de voetbalwedstrijd TOP Oss - ADO Den Haag. De thuisspelende club kon, bij een gunstige uitslag op een Eindhovens veld, de tweede periodetitel in de wacht slepen. Het stadion zat goed vol, er was gezorgd voor extra muziekboxen, een heuse dj, en het fanatieke publiek zorgde voor veel sfeer.

Een blik op het papierwerk leerde mij dat de arbiter, vanwege de importantie van de wedstrijd, een eredivisiescheidsrechter was. Ik duid hem in het vervolg aan onder de naam Bas N. Na een enerverende eerste helft gingen beide teams rusten met een 0-1 stand. Tijdens de pauze kreeg Bas N. het aan de stok met TOP-speler D.Schoofs. 'Wacht jij maar, ik pak je na de rust wel terug', beet Bas N. hem toe, aldus meerdere getuigen.

Na de hervatting werd het snel 1-1, het stadion ontplofte. De 2-1 hing in de lucht, totdat Bas N. zijn dreigement op fatale wijze ten uitvoer bracht. D.Schoofs en een speler van ADO geraakten in duel om de bal. Schoofs ging neer, de ADOnees volgde. Tot verbazing van vriend, vijand en neutrale personen wees Bas N. naar de penaltystip. Dubieus, omdat er van een overtreding geen sprake leek. Dubieuzer, omdat als dat wel zo was, de ADOnees de eerste overtreding maakte. Dubieust omdat het gebeuren zich meters buiten het zestienmetergebied voltrok. Hier vindt u Het Bewijsmateriaal. Klik op 'TOP Oss - ADO Den Haag', 3 minuut 20 t/m 3 minuut 40. Niet overtuigd? Zie de herhaling, 3 minuut 40 t/m 3 minuut 50.

Tenenkrommend werd het pas echt toen N. na afloop doodleuk verklaarde dat de overtreding 'beëindigd werd in het strafschopgebied'. Waarom weet N. niet, zoals ik, u en iedereen wel weten, dat altijd het begin van de overtreding als beoordelingspunt en plaats delict geldt? De strafschop werd benut door de dikkontige spits met een actieradius van 5 vierkante meters. N. strooide nog wat met kaarten, het werd 1-3 en na afloop bleek ook nog eens dat N. voor aanvang van het treffen in de catacomben wel heel verdacht vriendschappelijk met de spelers van ADO was. Heren van de bond, ik eis een verklaring! en wel op de volgende punten:

- Hoe verantwoordt u het gedrag van N. voorafgaande aan de wedstrijd?
- Hoe verantwoordt u de woorden gericht aan D.Schoofs in de rust?
- Hoe verantwoordt u de beslissing vervolgens een penalty toe te kennen?
- Bent u bereid de zaak grondig te onderzoeken?

Is het u opgevallen dat ik de woorden 'corruptie', 'gokschandaal', 'lulhannes' en 'onder de plak bij moeder de vrouw' niet uit de pen laat vloeien? Ik eis slechts een verklaring.

Bent u niet in staat afdoende duidelijkheid te verschaffen omtrent deze
klassejusti (doorgehaald) vreemde gang van zaken, dan voel ik mij moreel en ethisch verplicht een zaak aan te spannen.

Laagachtend,

mr. Th. Fijnvandraad (pro deo)

dinsdag 2 oktober 2007

Rapportage d.d. 02-10-2007

Aan de universiteitsbibliotheek Nijmegen,

Geachte heer/mevrouw,

Op uw verzoek heeft ons bedrijf een analyse uitgevoerd van het kluisjessysteem dat van toepassing is binnen de muren van uw bibliotheek. Ons werd gevraagd het huidige systeem te beoordelen en aanbevelingen te doen voor verbeteringen in de toekomst. Teneinde deze opdracht te volbrengen, hebben wij geruime tijd veldwerk gedaan. Naar aanleiding van de meningen van derden en onze eigen ervaringen met het systeem, zijn wij na zorgvuldige overweging heden in staat u de volgende lijst met kritiekpunten te presenteren:

1) Er zijn te weinig kluisjes. Wie zich niet reeds voor dag en dauw richting UB heeft gespoed, komt onherroepelijk van een koude kermis thuis. Dit euvel wordt tevens verergerd door hetgeen wij onder kritiekpunten 2, 3 en 4 te berde brengen.
2) Veel kluisjes gaan niet vergezeld van een deurtje. Zij zijn - om het maar eens volmondig te zeggen - kapot.
3) Bij veel kluisjes faalt het codegebonden afsluitsysteem. Menigmaal zagen wij een student een kluisje vol stoppen met persoonlijke eigendommen, om vervolgens te ondervinden dat het afsluiten van het kluisje onmogelijk was.
4) Bij enkele kluisjes was het draaiknopje defect. Weliswaar was er een deurtje aanwezig en was het afsluitsysteem wonderwel in werking, maar werd alles tenietgedaan door een falende draaiknop.
5) De kluisjes zijn te klein. Een sporttas kan men er niet in kwijt, en - met het oog op de nakende winter - een XXL winterjas zal reeds het overgrote deel van de inhoud van het kluisje in beslag nemen.
6) Het is schier onmogelijk visueel vast te stellen welke kluisjes nog beschikbaar zijn. De deurtjes van de kluisjes zijn altijd dicht en de draaiknopjes zijn altijd dichtgedraaid, ook wanneer het kluisje niet afgesloten is. Bovendien knipperen zowel de groene als de rode lichtjes voortdurend, dus daar wordt men ook al niet wijzer van.
7) Het nooit aflatende piepjesgeluid dat de kluisjes maken, is irritant en kan aanzetten tot geweldshandelingen bij reeds gespannen individuen.
8) Door het ontbreken van elk referentiepunt komt het menigmaal voor dat men het nummer zijner/harer kluis vergeten is.
9) Weet men zich het nummer nog wel uitstekend te herinneren, dan is het geen zeldzaamheid dat men de ingetoetste code vergeten is.
10) Weet men zich het nummer én de code nog wel uitstekend te herinneren, dan is het geen zeldzaamheid dat het kluisje de ingetoetste code niet (meer) herkent en men - vergeef ons deze woordspeling - voor een gesloten deur staat.
Voortkomend uit de punten 8, 9 en 10:
11) De portier is bereid elk willekeurig kluisje voor je te openen. Vertel hem dat je je nummer of code vergeten bent, of dat de kluis niet reageert op je ingetoetste, honderd procent juiste code en de geüniformeerde man weet in een handomdraai met een algemene code de kluis te openen. Zo nu en dan vraagt hij vooraf ter controle 'wat er in het kluisje ligt'. Het antwoorden van 'een jas en/of een tas' volstaat bijna altijd.
Concluderend moeten wij vaststellen dat het falende systeem behalve ergernis ook diefstal in de hand werkt.

Wij zouden dan ook de volgende aanbevelingen willen doen:

a) Stap af van het huidige systeem. Het kent te veel beperkingen en faalt regelmatig. Schakel over op een systeem met een klein formaat kluissleutel en een borgsom, bijvoorbeeld €0,50, €1 of, bij voorkeur, een door de UB gratis aan alle studenten te verstrekken muntje.
b) Bouw een klein veertje in aan de binnenzijde van de kluisdeur. Een beschikbaar kluisje blijft zo lichtelijk open staan, waardoor snel te zien is dat de betreffende kluis vrij is.
c) Zorg voor grotere kluisjes. Er is - met name op de bovenverdieping - meer dan voldoende ruimte voor uitbreiding.
d) Een kleurtje kan geen kwaad. Het huidge depressieve grijs werkt demotiverend. Op de bijgevoegde illustratie ziet u een voorbeeld van een kleurrijker model. Wij vermoeden echter dat deze Vitesse-kleuren bij u in Nijmegen niet in de smaak zullen vallen.

Uw belangrijkste tegenwerping tegen het nieuwe systeem zal zijn dat men zo gemakkelijk een kluissleutel mee naar huis kan nemen. Hier pleiten wij voor de inzet van de portiers. Ze hebben niet voor niets camera's ter beschikking en zitten toch maar de hele dag te wachten tot hun dienst erop zit. Dus, laat ze eens wat minder vaak buiten een sigaret roken en zet ze aan het werk!

Hier eindigt ons rapport,

Hoogachtend,

ir. B.J.M. van Tiel
ir. M.A.H. van Zoggel

woensdag 9 mei 2007

Een gevonden brief

Vanochtend vond ik abusievelijk een brief aan onze premier in de brievenbus. Ik was te nieuwsgierig om hem niet te lezen. De brief bestond uit drie dichtbeschreven velletjes in een slecht leesbaar handschrift. Hieronder volgt de integrale inhoud:

Aan Minister-President J.P. Balkenende,

Excellentie,

Via deze weg wil ik uw hulp inschakelen inzake een zaak op leven en dood die mij recent het dagelijks leven bemoeilijkt. Reeds enkele weken heb ik moeite de slaap te vatten, daar vreeswekkende gedachten mijn brein verontrusten. Laat ik maar meteen zeggen waar het op staat: de laatste tijd heb ik te kampen met een moordenaar in mijn omgeving.

Sinds jaar en dag beschikken wij over een pracht van een vijver. Deze is altijd gevuld geweest met heerlijk zuurstofrijk water waar een school goudvissen in gedijt. De vissen genieten prachtige kleurschakeringen, uiteenlopend van fel oranje tot zwart-oranje-grijs. Zij slijten hun dagen tevreden en loom rondzwemmend in hun veilige haventje. De dieren hebben het onlangs echter moeilijk in hun dagelijkse bestaan. Zij waren eens met velen, maar de hechte groep raakt steeds verder uitgedund. Dag na dag verdwijnen namelijk op mysterieuze wijze vissen uit de vijver. Daar vissen niet geacht worden op eigen kracht zich buiten het gebied van de vijver te kunnen begeven, moet er hier mijns inziens sprake zijn van een verderfelijk sujet dat zich de prachtdiertjes wederrechtelijk toe-eigent en deze vervolgens in koelen bloede van het leven berooft. Kort gezegd is er sprake van een seriemoordenaar.

Nadat onlangs de koning van de school vissen, een potige goudwinde, niet meer in de vijver bleek te resideren bespeurde ik een donkere angst bij de vissen. Zij waren schuw en durfden niet zonder schroom het wateroppervlak te naderen. De dagen daarna verruilden nog twee vissen de vijver voor een onbekende bestemming. De maat was nu vol. Ik besloot op wacht te gaan staan. Vanuit mijn schuilplaats hield ik het water in de gaten om de moordenaar op heterdaad te betrappen. Op een avond was het zover: een zwarte kat sloop naar de vijver, ging op de rand staan, boog voorwaarts, loerde op een vis... Het was slechts aan mijn heldenmoed te danken dat de arme vis gered werd. Ik stormde naar buiten en verjoeg het beest. Die avond keerde het echter nog tweemaal terug.

Zoals u ongetwijfeld zult begrijpen ben ik bang voor het welzijn mijner vissen. De moordenaar is mij echter steeds te vlug af. U gevoelt dat ik hem het liefst een lochte doodschop zou verkopen, maar mijn snelheid is ontoereikend. Ik ben mij ervan bewust indien mijn poging slaagt veel te zullen betekenen voor levende wezens. Ik kan immers minstens twaalf dieren het leven redden, ten koste van één dier dat hoogstens een dagje moeilijk zal lopen. Ik ben echter bang om daadwerkelijk in actie te komen. Dierenactivisten deinzen nergens voor terug in hun terreur. Daarom stuur ik u deze brief onder een valse naam. Ik wil u vragen op te treden inzake de wetgeving omtrent katten. Deze dieren staan te boek als 'huis'dieren, maar bevinden zich slechts incidenteel binnenshuis. De eigenaren denken blijkbaar dat katten meer mogen dan andere dieren. Waar hondenbezitters een vergunning moeten hebben en hun viervoeter aangelijnd dienen te hebben, mogen katten vrij rondlopen, ieders tuin onbeperkt onderschijten en zijn de goudvissen der brave oppassende burger hun leven niet zeker.

Omdat ik het volste vertrouwen heb in uw geschiktheid als grote roerganger van ons landje vertrouw ik erop dat u maatregelen zult nemen tegen deze onrechtvaardigheid. Een verplichte opvoedcursus voor kattenbezitters is wel het minste. Misschien is ook een ophokplicht voor de beestjes een geschikte optie? Ik zal deze in ieder geval toejuichen. Net als mijn in dat geval overlevende goudvissen.

Met de grootste hoogachting,

Prof.dr. Quarcq van Rochel