Posts tonen met het label Wilders/PVV. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wilders/PVV. Alle posts tonen

vrijdag 31 maart 2017

Door roeien en ruiten. Laatste blog

Nihil novi sub sole

De voltallige wereldpers had vorige week de kampementen opgeslagen in onze moerasdelta om verslag te doen van de 'kwartfinale' tegen de populisten - pardon, de 'verkeerde' populisten -, aldus Rutte. Nederland weer even de navel van de wereld - wat een weelde.
  Er stond wat op het spel, zo mochten we van de buitenlandse verslaggevers vernemen, want de reputatie van het open en tolerante Nederland stond op de helling: zouden de Hollanders hun verstand erbij houden of zouden ze hun onderbuik laten spreken?
  Je ging er bijna door hopen dat Wilders toch zou winnen, opdat we eindelijk eens konden afrekenen met dat fabeltje van het o zo tolerante Nederland. Historisch gezien was wat we nu tolerantie noemen in hoofdzaak een vorm van geslepen mercantilisme, terwijl het in het nabije verleden in de gedaante van het cultuurrelativisme vooral een ideologisch dogma is geweest dat het sociale bindweefsel van de samenleving uiteen heeft gereten.
  Maar Wilders won niet - dat wil zeggen, hij werd niet de grootste - en de vlag ging uit, te beginnen bij het Brussels geboefte. Jean-Claude Juncker bracht een toast uit: deze verkiezingsuitslag was een collectieve stem vóór Europa. Guy Verhofstadt proclameerde dat Nederland een pro-Europees bastion bleef.
  De mensen hebben evenwel noch met hun verstand, noch met hun onderbuik gestemd, ze hebben het ultrakortetermijngeheugen laten beslissen. Vier jaar lang hebben ze zich kapot geërgerd aan de volksverlakkerij van Mark 'Pinokkio' Rutte & Zijn Boevenbende van Bonnetjes & Inlegvelletjes, maar één zaterdag het land verdedigen tegen Erdoğans aanvalsplan was genoeg om als een blad aan een boom om te draaien.
  Dat menigeen zijn voor Wilders gereserveerde stem uiteindelijk niet op de PVV heeft uitgebracht omdat de partij bij voorbaat overal van uitgesloten werd, komt bij de victorie kraaiende commentatoren niet op. De PVV zelf vertoonde overigens ook allesbehalve de gretigheid om het momentum te verzilveren. Wilders ontdook het debat, en wanneer hij wel meedeed draaide hij zijn inmiddels behoorlijk grijsgedraaide riedels af. Het is te hopen dat zijn trucje nu wel is uitgewerkt, maar zeker is dat allesbehalve.

Meer nog dan de populisten werden de sociaaldemocraten verslagen. De PvdA leed een historische nederlaag. Niemand hoeft medelijden te hebben met de voormalige arbeiderspartij, die de voorbije decennia de traditionele achterban gestaag van zich heeft vervreemd, uit opportunistische, cliëntelistische motieven een vijfde colonne de partij binnenhaalde, en nu met de gebakken peren zit sinds die zich heeft afgescheiden en de nieuwe achterban heeft meegenomen naar Denk.
  Toch kun je niet anders dan enige empathie voelen wanneer je de beelden ziet waarin Attje Kuiken van de PvdA tijdens een debat wordt aangevallen door Farid Azarkan van Denk over de mede dankzij de PvdA aangescherpte regels rond halal slachten: 'U vindt dat deze mensen naar België moeten om een schaap te halen!' schuimbekt Azarkan. Een meute joelende mohammedanen vormt het onheilspellende achtergrondkoor terwijl deze schurk zich intimiderend over het tafeltje naar Kuiken toe buigt.
  Zo kan het dus gaan: je koos ooit voor de softe aanpak om de nieuwe Nederlander te paaien, plaatst allochtonen op je lijst om die mensen als stemvee aan je te binden, en voor je het weet blijk je het Paard van Troje te hebben binnengehaald dat, eenmaal losgebroken, je het verwijt maakt je mensen naar België te jagen voor een schaap. O, PvdA.
  Overigens doet het gejeremieer van de PvdA-partijbonzen evenzeer pijn aan de oren. De partij moet zichzelf opheffen (Oudkerk), de negen zetels kunnen beter aan GroenLinks worden geschonken (Plasterk). Alsof deze mastodonten de voltooidlevenwet van Doodbidders66 alvast maar op hun eigen partij willen uitproberen.
  Van het CDA dachten we vier jaar geleden ook dat het einde oefening was, en kijk nu eens: een wederopstanding in de beste christelijke traditie. Zo is ook de PvdA nog lang niet opgegeven. Gewoon maximaal vier jaar oppositie voeren tegen het aanstaande kabinet, en dan met Aboutaleb aan het roer de volgende verkiezingen in.

Hoewel GroenLinks een van de winnaars is en waarschijnlijk zal gaan regeren, bleek Jesse Klaver toch niet veel meer dan de mediahype die hij was: structureel overschat in de peilingen, vooral aanbeden door zwijmelende meisjes, inclusief mejuffrouw Jinek: 'Jesse, je bent een rockstajjrr!'
  En dan zit daar bij de nabeschouwing uitgerekend Paul Rosenmöller zich te verkneukelen over de verkiezingscampagne van GroenLinks, terwijl Pim Fortuyn straks alweer 15 jaar in zijn graf ligt, Fortuyn die, aldus destijds diezelfde Rosenmöller, 'niet gewoon rechts, maar extreemrechts' was, Rosenmöller die sindsdien vooral in het nieuws kwam wanneer hij, zelfbenoemde strijder tegen de graaicultuur, weer eens schaamteloos zijn zakken had gevuld uit de pot met publieke middelen en pas onder grote druk bereid was de poen terug te storten, diezelfde Rosenmöller zeg ik, die zit zich daar dan te verkneukelen over de zege van zijn partij en de campagne te prijzen, die geleid werd door Wijnand Duyvendak, ministerie-inbreker en kopstuk binnen de extreemlinkse RaRa, uit dezelfde duister-activistische hoek als de moordenaar van Fortuyn.
  Duizelingwekkend ergerniswekkend.
  Fortuyn was de laatste weken ineens opvallend vaak in het nieuws. Het begon met Alexander Pechtold bij Pauw & Jinek: Fortuyn had gelijk, ik keek destijds weg van de problemen, gaf Pechtold grootmoedig toe. Goedkoop, gratuit grootmoedig, bedoel ik. Hoeveel mensen zijn er toen, voordien en nadien niet weggezet als racist, als extreemrechts, als xenofoob - de hele santenkraam -, sociaal en maatschappelijk geslachtofferd op het aambeeld van de politieke correctheid? Er zijn letterlijk mensen gesneuveld, Pechtold, met dat wegkijken van jou. Maar er lering uit trekken, verantwoordelijkheid nemen, de consequenties aanvaarden? Ach, vergissinkje, kan gebeuren.
  Toen kwam Jeroen Dijsselbloem op de radio: Fortuyn had gelijk, vond ook de Dijs, die destijds integratiewoordvoerder van de PvdA was. 'Hij had het over Marokkaanse en Turkse jongens die de straten van Rotterdam terroriseerden. Fortuyns boodschap was om zelf voor je normen te gaan staan en die niet te laten aantasten. Ook als je samenleving door migratie verandert. Het is legitiem om tegen nieuwkomers te zeggen dat ze zich in onze normen en waarden verdiepen.' Ja, zalvende woorden en zo, maar kwam daar toen maar eens om.
  'Ik weet niet meer wat ik toen dacht, maar ik ben het nu met hem eens.' Nou, we kunnen zo wel raden wat Dijsselbloem toen dacht, of wat hij misschien toen al wel dacht maar niet mocht uitspreken van zijn baas Ad Melkert, uweetwel, die van dat chagrijnige bakkes en van 'Nederland, word wakker!'

Intussen hebben de exorcisten een nieuwe duivel gevonden, en wel in de persoon van Thierry Baudet, die met zijn Forum voor Democratie twee zetels behaalde. Met weinig middelen maar met tomeloze energie wist Baudet in amper een paar maanden tijd een partij uit de grond te stampen en de Kamer binnen te loodsen. Ongehoord is de kwaadaardigheid waarmee het columnistendom en de socialemediagestapo de kersverse parlementariër sindsdien te lijf gaan.
  Asha ten Broeke (de Volkskrant) begreep niet hoe het mogelijk was dat de partij Artikel 1 van Sylvana Simons nul zetels had behaald, want in haar 'socialemediabubbel' stemde iedereen erop.
  In plaats van dan de logische conclusie te trekken dat die bubbel blijkbaar een tamelijk kortzichtig, om niet te zeggen bekrompen wereldbeeld oplevert, trekt ze liever van leer tegen Baudet, die een 'verkrachtingsverheerlijkende fascist' (sic) zou zijn.
  Zoals dat tegenwoordig gaat werd de bepaald niet appetijtelijke Ten Broeke vervolgens bestookt door het getokkificeerde geteisem, met reacties van de categorie Asha ten Broeke, daar trap ik mijn hond nog vanaf. Voer voor een nieuwe column natuurlijk. Gevolg: de goegemeente bemoederde de gekwetste ziel, over de wanstaltigheid van de oorspronkelijke column werd met geen woord meer gerept.
  Het Algemeen Dagblad liet ene Anne Fleur Dekker aan het woord, die Baudet ook al 'fascistoïde' mocht noemen. Anne Fleur afficheert zichzelf als 'activist', 'marxist' en 'veganist', iemand dus die in ideologisch opzicht in dezelfde onwelriekende moestuin rondscharrelt als Volkert van der Graaf.
  Dekker zou stemmen gaan tellen in Hilversum, Stel je voor, iemand met zo'n agenda die zonder enige vorm van controle stemformulieren op het juiste stapeltje moet leggen! De gemeente werd gelukkig bijtijds op haar antidemocratische inborst gewezen en stak er een stokje voor.

Maar ook het intellectuele puikje van Nederland hield zijn kruit niet droog. Buitenhof bracht ons socioloog Willem Schinkel. Baudet is iemand die 'eigenlijk' racistische en seksistische uitspraken doet, aldus Schinkel, zo maar even tussen neus en lippen door. 'Eigenlijk', alsof iemand van racisme en seksisme beschuldigen iets is wat we even in een bijzin doen, alsof dat niet een verkapte oproep tot ingrijpen is die altijd in verkeerde handen valt.
  Schinkel is een uitgesproken tegenstander van integratie van nieuwkomers en pleitte in 2012 voor een nieuwe 'politisering' die zich 'links van links' moest manifesteren. Links van links, ja. Ultralinks, links-radicaal, extreemlinks - allemaal geperverteerde begrippen, dus noemen we het links van links, moet hij geredeneerd hebben, maar het blijft natuurlijk hetzelfde dubieuze uiterste waar men zich beter verre van houdt.
  'Het integratiedebat heeft weinig baat bij dit trieste proza', schreef Max Pam al eens over een onleesbaar opstel van de socioloog.
  Schinkel, door Arend Jan Boekestijn een 'extremist' genoemd en door René Cuperus een 'jihadistische intellectueel', maaide ook Ahmed Aboutaleb nog even neer, door de moedige Rotterdamse burgemeester ervan te betichten 'Turken in elkaar te hebben geslagen'.
  Ik zeg het niet vaak, maar wat een gotspe. Nou ja, ik zeg het wél vaak, maar nooit was het zo gerechtvaardigd. Dit is gewoon onvervalste Erdogan-retoriek.

Het voorlopige dieptepunt werd bereikt door VPRO-medewerker Michael Schaap, beter bekend - naar verluidt - als 'De Hokjesman'.
  Hij twitterde: 'Je zou je hond nog niet op Asha zetten, dixit Baudet.' Maar dat had Baudet helemaal niet gezegd, het was een uitspraak van een van de laffe scheldkanonniers. Hiermee geconfronteerd koos Schaap de vlucht vooruit: 'Hij zei het kennelijk niet. Fuck him anyway. Druiloor en hufter ineen.' Dit is zo laagbijdegronds, werkelijk ongehoord. Kunnen die moslims van Azarkan als ze in België een schaap moeten gaan halen deze Schaap niet als ruilmiddel inzetten?
  Zo'n lastercampagne is kenmerkend voor links van links. Waar rechts van rechts altijd een groep aanwijst die tot zondebok wordt gebombardeerd, daar is extreemlinks gespecialiseerd in het belasteren, beschadigen en uiteindelijk onschadelijk maken van individuen. Je legt diegene woorden in de mond die hij óf in een totaal andere context óf in het geheel niet heeft gezegd, en als dat uitkomt speel je de vermoorde onschuld of maak je een halfslachtig terugtrekkende beweging om vervolgens vrolijk door te gaan met je haatcampagne. Het is de klassieke parabel van Barbertje van Multatuli.
  (Wat beide extremismen overigens gemeen hebben is dat ze uitgesproken 'pro-Palestina' zeggen te zijn, uweetwel, het slecht plakkende label waardoorheen in hun geval het aloude antisemitisme overduidelijk waarneembaar is.)

Kort na de verkiezingen circuleerde er op internet een afbeelding van een alinea tekst uit een boek van Baudet, waarmee de demoniseerders zijn levensgevaarlijke misogynie meenden te kunnen aantonen. Het bleek echter een passage uit Voorwaardelijke liefde (2014), Baudets roman, en de erin ontvouwde gedachten waren die van het personage. Maar hij is het zelf, aldus de Annefleurigen.
  Is Baudet dan dus ook een voorstander van vrouwenbesnijdenis? De hoofdpersoon van die, naar mijn mening overigens niet zo geslaagde roman, laat aan het eind immers zijn vriendinnetje deze ingreep ondergaan.
  Baudet voert in zijn roman een personage op dat deels op hem geënt is en met dat imago aan de haal gaat. Harry Mulisch werd zelfingenomenheid verweten, in De pupil (1987) liet hij een alter ego over zichzelf opmerken: 'Ofschoon ik een grondige hekel had aan zelfingenomenheid, ontveins ik mij niet, dat ik vaak zeer onder de indruk was als ik aan mijzelf dacht.' Baudet wordt op basis van zijn bijdrage aan de Fifty Shades/Julien Blanc-discussie vrouwonvriendelijkheid verweten, in Voorwaardelijke liefde levert de dolgedraaide protagonist Gregor zijn vriendinnetje over aan de vernederendste van alle behandelingen.
  Het zijn de wegen van de literatuur.
  Overigens heeft Baudet wel meer gemeen met Mulisch. Die laatste was de meester van de ironische zelfvergroting: het verwijt ijdel en arrogant te zijn pareren door het niet te bagatelliseren maar er juist een schepje bovenop te doen. Zo ook Baudet, die op het verwijt een elitaire kwezel te zijn reageerde met een quote in het Latijn. Dat is zelfironie, maar zoals Mulisch al wist: in Nederland is men daar absoluut ongevoelig voor.
  Angstaanjagend, deze hedendaagse boekverbranders met hun hetze. Je zou toch denken dat we hier sinds de processen tegen W.F. Hermans en Van het Reve vanaf waren.
  Het verschil is dat het destijds geborneerde gereformeerden en overmoedige katholieken waren die reclameerden over een paar hun onwelgevallige passages in romans, terwijl het nu onberekenbare activisten zijn die niet alleen in het geweer komen maar er ook eentje in een la hebben liggen, of tenminste zulke mensen kennen dan wel zouden kunnen inspireren.

De disproportionaliteit van deze demonisering is des te verbijsterender als men bedenkt dat er met Denk drie pionnen van Erdoğan, misschien wel de enige prominente politicus van het moment die zich daadwerkelijk als een fascist heeft geprofileerd, in de Tweede Kamer zijn gekomen.
  De politiek heeft al noodverbanden moeten leggen om de lange arm van Ankara buiten de commissie-Stiekem te houden: alleen de vijf grootste partijen zetelen er nog in, eventueel aangevuld met andere partijen op uitnodiging. Het is zeker niet denkbeeldig dat Denk in de nabije toekomst bij die vijf gaat horen. De partij werd nu al de grootste in de getto's van de grote steden. Het zaadje is geplant, de wortels vertakken zich onder de oppervlakte, het onkruid schiet op. Zelfs tot diep in België nu: de onvermijdelijke Abou Jahjah, godbewaarons, gaat geïnspireerd door het succes van Denk ook al de politiek in.
  Het is een hersenbreker: wat brengt een weldenkend mens ertoe Denk buiten schot te laten en alle pijlen, gedoopt in het bijtendste zuur, op Baudet te richten? Ik bedoel: wijs mij gerust het gevaar aan waar je het meent te ontwaren, maar de ongekende verbetenheid en haatdragendheid waarmee dat gebeurt, de huichelachtigheid ook, waar komt dat in godsnaam vandaan?
  De psychiater Esther van Fenema - misschien is er inderdaad een psychiater voor nodig om het te duiden - verklaart het uit de Nederlandse volksaard: 'de onstilbare behoefte om te controleren, te castreren en te nivelleren'. En om te 'ontmaskeren', kunnen we daaraan toevoegen, naar de fameuze analyse van Menno ter Braak door W.F. Hermans. Voor Ter Braak was het ontmaskeren van het Kwaad uiteindelijk een geval van 'persoonlijke penitentie', meende Hermans: 'Als ik de duivel maar overal ontmasker, denkt de christen, kom ik wel in de hemel. Als ik maar veel ressentiment ontmasker, denkt Ter Braak, ben ik... krijg ik... Ja, wat was hij dan, kreeg hij dan?'
  Dan deug ik, kunnen we inmiddels wel invullen, dan krijgt de ontmaskeraar een verlenging van zijn verblijfsvergunning in Deugdorp. De betreurde Vliegende Panters wisten het al in 2006 in hun onvolprezen 'Deuglied' vlijmscherp te verwoorden: 'Les 1 van willen deugen: huichel en wees laf.'

Asha ten Broeke kon Baudet 'op idealen niet betrappen', schreef ze ook nog, heerlijk helder huichelachtig. Baudet is iemand met wiens idealen ik het hartgrondig oneens ben, bedoelde ze natuurlijk, maar zoiets zorgt in die hoek onmiddellijk voor kortsluiting: in de bubbel van de Ten Broekes van deze wereld ben je het nooit oneens met iemand, daar bestaan geen andersdenkenden, daar bestaan alleen mensen die deugen en de rest zijn fascisten.
  Frank Poorthuis van het Algemeen Dagblad leek wel een serieuzere poging te willen wagen het fenomeen Baudet te demonteren, maar hij was niet belezen en niet geïnformeerd genoeg, zo gaf hij zelf grif toe: 'Natuurlijk, ik heb niet al zijn boeken uitgelezen, maar anderen gelukkig wel.' En dan vervolgens uitgerekend naar Sander Philipse verwijzen, de lippenstiftdragende social justice warrior die zelfs in eigen kring om zijn NSB-methoden wordt gehaat.
  Philipse meende aan de hand van een foto van Baudets boekenkast te kunnen aantonen dat hij een nazi is.
  Tja, als we zo gaan beginnen. In mijn kast staat het boek Voor Europa! van Verhofstadt en Cohn-Bendit, ben ik dan ook een federatiefundamentalist? En omdat ik het halve oeuvre van Grunberg bezit vind ik zeker ook automatisch dat het nazisme nuttig was omdat het ons Angela Merkel heeft opgeleverd?

Mark Rutte heeft geen visie en is daar trots op: visie is een 'olifant die het zicht belemmerd' heeft hij gezegd. Nederland is onder zijn leiding uit de crisis gekomen, pocht hij nu, en dus heeft hij het goed gedaan. Onder zijn leiding, ja, maar niet door zijn leiderschap. Integendeel: er is veel te hard bezuinigd, zo wees een rapport van ING uit, waardoor het hier veel langer heeft geduurd dan nodig was voor het weer beter ging.
  Baudet etaleert een visie die de olifant in de kamer benoemt. Hij appelleert aan een gevoel van urgentie: zijn boodschap is dat wat we betreft een aantal belangwekkende thema's - de EU, de euro, massa-immigratie, de toekomst van de democratie - op een kantelpunt in de geschiedenis staan.
  W.F. Hermans zei ooit in een interview met 'een geologische blik' naar de geschiedenis te kijken: de aarde is 3 miljard jaar oud, menselijk leven is er pas 1 miljoen jaar, de moderne mens hoogstens achtduizend jaar. Oftewel: de mens neemt in deze constellatie zo'n marginale rol in dat elk streven zinloos is.
  Die geologische blik is het andere uiterste van de economische blik van Rutte. Beide perspectieven zijn fundamenteel apolitiek.
  Veeleer gaat het nu om de 'demografische' blik van de middellange termijn: de vergrijzing in West-Europa versus de bevolkingsexplosie in met name Afrika en de impact die beide ontwikkelingen op ons land zullen hebben - dat wat in agitatorische kringen ook wel de 'omvolking' wordt genoemd.
  Tegen 2050 zal de Afrikaanse bevolking, met name in de Subsahara, verdubbeld zijn. Niger telt nu 17 miljoen inwoners, in 2050 55 miljoen. Nigeria nu 166 miljoen, in 2050 278 miljoen. Ethiopië: van 90 naar 186 miljoen. Enzovoort.
  Miljoenen Afrikanen zullen dan staan te popelen om naar de toch al steeds drukker wordende steden van het 'rijke' Europa te trekken. Het valt ze niet kwalijk te nemen, maar het stelt ons wel voor fundamentele keuzes, want als het inderdaad zo ver komt is er helemaal geen vrij en rijk Europa meer, met een verzorgingsstaat en sociale vangnetten en dergelijke verworvenheden, niet meer voor ons natives maar ook niet voor de nieuwkomers.
  Immigratie van die proporties zal instabiliteit veroorzaken, overbevolking is een prikkel voor oorlog, welvaarts- en welzijnsdaling kunnen ertoe leiden dat men levensruimte gaat opeisen, desnoods met genocidaal geweld jegens een zondebokgroep.

Het is een kardinale kwestie die om visie schreeuwt, maar verder heb ik er alleen Sybrand Buma (CDA) over gehoord. De leus van de CDA-campagne was dan ook 'voor een Nederland dat we door willen geven'. Buma kreeg uiteraard onmiddellijk het verwijt de racistische retoriek van de populisten te hebben overgenomen. (Overigens was het jammer dat het 'radicale midden', mijns inziens nog steeds een behartigenswaardige politieke koers, dit keer nauwelijks meer als campagneslogan werd gebruikt terwijl er juist nu zo'n behoefte aan was. Baudet wil zijn FvD als een middenpartij positioneren - misschien is er een vorm van samenwerking mogelijk.)
  De Buma's en Baudets waarschuwen voor de destructieve kracht van een migratiestroom van de geschetste proporties, de Anne Fleurs pleiten voor een 'grenzeloze solidariteit'. Beide visies kunnen geattaqueerd worden, maar dat gebeurt niet. Want het gaat nooit en nergens over de ideeën, de vergezichten, de inhoud, het gaat alleen over de buitenkant, de voorkant, de persoonlijke verdachtmaking en de radeloze en redeloze rancune. Na de casus Wierd Duk in de eerste maanden van 2016 is de casus Thierry Baudet daar het zoveelste moedeloos makende voorbeeld van.
  Telkens weer die tergende flauwekul over de pianofoto en het lavendelzakje, telkens weer die fixatie op 's mans uit de bocht vliegende hyperbolen. De stijl fungeert als alibi om niet op de achterliggende probleemstelling in te hoeven gaan. Nergens ook maar een serieuze overweging van de door Baudet in De aanval op de natiestaat geformuleerde 'derde wegen' van 'multicultureel nationalisme' en 'soeverein kosmopolitisme' bijvoorbeeld, of zelfs maar een beschouwing over de haalbaarheid van de door hem zo gewenste Nexit.
  Er zijn tal van redenen om eurokritisch, -sceptisch of zelfs anti-EU te zijn - de vechtscheidingmentaliteit jegens de Britten is het recentste voorbeeld -, maar laat ik de meest evidente noemen: zo lang men vrolijk doorgaat om het hele zootje maandelijks van Brussel naar Straatsburg te verplaatsen (kosten: meer dan honderd miljoen euro) vind ik het moreel pervers om niet tegen deze EU te zijn. Maar dat betekent niet dat een Nexit de oplossing is. Een serieus debat daarover wordt echter consequent bij voorbaat ondermijnd door botsende belangen, bangmakerij en ideologische dogma's.
  Dat was bij Fortuyn natuurlijk net zo: louter ophef over een interviewuitspraak, geëmmer over zijn avonturen in de darkroom, calvinistisch gefemel over zijn dandyeske gedrag en ego ('Ik word minister-president van dit land!'). Niemand heb ik toen gehoord over de mogelijke analytische waarde van Fortuyns metafoor van de 'verweesde' samenleving - hét kernidee van zijn denken - als verklaringsmodel voor de problematiek van een te snel ontzuilde moderne maatschappij, niemand over de ideologische en praktische potentie van zijn oplossingsvoorstel van een terugkeer naar de 'menselijke maat' - niemand. Ja, achteraf, toen het al te laat was, toen kwamen de serieuze studies, toen namen de andere partijen het gedachtegoed stilzwijgend over. Lees Zielloos Europa (1997). Alsof het gisteren is geschreven.

Vijftien jaar verder, maar niets geleerd. Weer komen de demoniseerders uit ivoren torens afgedaald en uit duistere holen gekropen. Dit is geen verdediging van Thierry Baudet, maar een aanklacht tegen de manier waarop het 'debat' in Nederland altijd weer moet worden gevoerd, een essay uit ergernis omdat hier blijkbaar niets van het recente verleden is geleerd.
  Een luttele twee zetels en alle alarmen in Deugdorp gaan af. Of zou het zo zijn dat de dorpsbewoners wel inzien dat FvD zo maar eens een factor van betekenis kan gaan worden in de toekomst? Wie weet, er is ook een gerede kans dat het voortijdig implodeert. Baudet is in ieder geval iemand die door roeien en ruiten gaat om iets te bereiken en dat is een manier die zowel respect afdwingt als angst inboezemt. 
  Val de politicus tot die tijd gerust aan hoor, maar op argumenten a.u.b., op de inhoud, en in het debat. Betoog dat zijn visie ongefundeerd is, zijn visioenen onhaalbaar zijn, zijn oplossingen onzinnig, of voor mijn part een averechts effect hebben, maar niet bij het minste of geringste dat het extreemrechts is en de visionair een fascist en een nazi en wat dies meer zij, want dan worden as we speak op muffe zolderkamers en in duistere kelders de messen geslepen, de kogels opgepoetst.
  Er is wel één belangrijk verschil met die omineuze jaren 2001-2002: waren het vijftien jaar geleden de politici (Melkert, Rosenmöller, De Graaf) die, weliswaar geruggensteund door bepaalde media- of mediafiguren (NRC Handelsblad, Job Frieszo, en natuurlijk Marcel van Dam als bruggenhoofd) voorgingen in de lugubere demoniseringsdans, daar gedragen de politici van vandaag zich over het algemeen een stuk fatsoenlijker en is het vooral het Gilde van de Kleine & Grote Meningen dat, ongetwijfeld ook vanuit een verstikkende distinctiedrang, een kabaal maakt dat zeer doet aan de oren.

Er zijn te veel columnisten, er zijn te veel twitteraars, er zijn te veel bloggers. Iedereen runt tegenwoordig zijn eigen open afdeling.
  P.F. Thomése hierover in 'Mijn reizen door cyberspace' (Verzameld nachtwerk, 2016, p. 37-38): 'Je ziet op het internet voortdurend dat de deelnemers het liefst zelf schrijven. Zelf het middelpunt zijn van dit onuitputtelijke universum. Die aanwezigheidsdrang, zeg maar gerust aanwezigheidsmanie verklaart ook de krankzinnige accumulatie aan "informatie". Iedereen schept zijn eigen helderheid, ieder hecht aan zijn eigen statements in dit uitdijend heelal vol uit hun baan geslingerde meteoren.'
  Een citaat als een mokerslag. En het noopt tevens tot zelfreflectie. Dit blog bestaat deze maand precies tien jaar, een myriade aan meningen, gedachten, aanzetten, probeersels, essays en andere opinies zijn cyberspace in geslingerd.
  Het begon ooit als een soort openbaar dagboek, maar door de jaren heen werd het persoonlijke vaker verruild voor het politieke, het anekdotische voor het analytische, het verslag voor de mening. De frequentie ging omlaag, de lengte van de stukken omhoog.
  Altijd was het met het doel helderheid te scheppen, voor mijzelf in de eerste plaats. Maar men wordt het ook een keer moe, en ik hecht ook niet zo aan mijn 'statements' - die overigens ook niet vrij bleven van ontmaskeringsdwang.
  Na 1340 blogberichten is het wel een keer mooi geweest, naar wij dachten.
  Bij dezen verontschuldig ik mij.

Geschreven 22-26 maart

donderdag 11 februari 2016

Tien jaar PVV

Deze maand bestaat de Partij Voor de Vrijheid tien jaar. Wilders en de zijnen hebben zonder twijfel een stevig stempel op Nederland gedrukt, daarbij bovendien niet al te zeer gehinderd door effectief tegenspel. 
   De intelligentsia, verenigd in de Nationale Wildersbestrijding, laat zich nog maar al te vaak leiden door een tamelijk primitieve afkeer van de man en zijn gedachtegoed, en door de weigering of het onvermogen om in te zien dat lang niet alle mensen in dezelfde werkelijkheid leven als zij. En in een democratie als de onze telt iedere stem nu eenmaal even zwaar mee.
   De aanname is vaak dat het huidige maatschappelijke klimaat, getypeerd met woorden als 'verharding', 'verruwing' en 'verrechtsing', grotendeels een gevolg is van de daden en vooral de woorden van Wilders. Ik denk dat het andersom is: het relatieve succes van de PVV is vooral een uitvloeisel van veranderingen in de samenleving op sociaal, economisch en demografisch gebied.
   De rol van de media is even fascinerend als verontrustend. Wilders controleert de media als in een totalitaire staat, maar zonder daarbij dictatoriale middelen als intimidatie en corruptie nodig te hebben. De media dansen naar zijn pijpen, niet eens uit kwader trouw maar vanwege het principe van perfecte wederkerigheid: wanneer media aandacht besteden aan Wilders genereert Wilders aandacht voor die media.
   Deze week gebeurde het weer. Dinsdagochtend publiceerde NRC Handelsblad op zijn site een interview met Hans Spekman waarin de PvdA-voorzitter onder meer zei dat Wilders de democratie en de rechtsstaat in gevaar brengt met zijn semantiek van 'verzet' en 'revolte'.
   Andere nieuwsmedia bombardeerden de uitspraak gretig tot headline. Vervolgens was het wachten op de reactie van Wilders. Die kwam gauw genoeg. 'Als de kogel komt, komt hij van de PvdA' was de rest van de dag de kopregel. 'We hebben met Melkert en Pim Fortuyn gezien waar dat demoniseren toe leidt,' specificeerde Wilders nog.
   Een tamelijk onzalige vergelijking, en niet alleen omdat Wilders zich weer eens ten onrechte als erfgenaam van Fortuyn positioneert. Die bedacht het woord 'demonisering' als aanduiding voor de bejegening die hem vanuit bepaalde kringen ten deel viel, een bejegening die niets meer met inhoudelijke competitie te maken had maar met angstzaaien en op de man spelen, met de aloude truc van je tegenstander afschilderen als de duivel in mensengedaante.
   Het is niet gezegd dat dat met Wilders nooit gebeurt, maar voor de woorden van Spekman is demonisering een veel te zware term. De demoniseerders van Fortuyn schetsten duistere toekomstvisioenen, Spekman beschreef eerder wat er momenteel aan de hand is rond het asielzoekersvraagstuk: gemeenten zwichten voor intimidatie, de praktijk laat zien dat schelden en bedreigen loont. Of Wilders daarvoor primair verantwoordelijk is is een andere vraag.
   Van de grote groep mensen die vindt dat er onvoldoende naar ze geluisterd wordt, verstaat een klein deel onder dat 'luisteren' niet dat politici de zorgen en de grieven die zij hebben serieus nemen en laten meewegen in de besluitvorming, maar dat ze precies doen wat zij willen. U luistert niet, want u doet niet wat ik zeg. Dat redeloze smaldeel verdient zeker geen minachting maar wel wat meer weerwerk en wat minder toeschietelijkheid.
   De botsing Spekman-Wilders leek dus de zoveelste voorspelbare rel met Wilders als middelpunt. Tot ik 's avonds thuiskwam, bij EenVandaag het bewuste interview zag en tot mijn stomme verbazing constateerde dat Wilders die vergelijking met Melkert en Fortuyn helemaal niet gemaakt had. Dat wil zeggen: niet in een directe reactie op de woorden van Spekman.
   Het was namelijk de verslaggever die letterlijk tegen Wilders zei: 'Heeft u een idee waarom hij dit zegt, het lijkt een beetje op Ad Melkert die in het verleden tegen Pim Fortuyn tekeerging', waarna de volksvertegenwoordiger het alleen nog maar hoefde te beamen (zie hier het interview, bewuste moment vanaf 0:45). Het fragment werd al vroeg online gezet, de vergelijking die afkomstig was van de interviewer transformeerde gedurende de dag in een door Wilders zelf gekozen parallel.
   Jan Dijkgraaf kwam dinsdagavond bij Opiniemakers met een interessante vergelijking. De VARA zond een tijdje terug De Strijd uit, een serie over de 'gouden eeuw van de arbeider' die eind negentiende eeuw begon. Dijkgraaf opperde dat Wilders' 'revolte' wellicht als een hedendaagse variant van die 'strijd' van toen begrepen moet worden.
   Niet voor niets wordt Wilders wel in de traditie van Troelstra geplaatst, de sociaaldemocraat die rond 1900 met een gelijke mengeling van opportunisme, populisme en cultivering van slachtofferschap het establishment tot wanhoop bracht. De uit de SDAP voortgekomen PvdA zou uiteindelijk zelf een establishmentpartij worden. Of dat voor de PVV ook geldt is twijfelachtig, maar nog eens tien jaar revolteren valt zeker niet uit te sluiten.

dinsdag 1 april 2014

Het probleem van het Marokkanenprobleem

'In verband met alle ophef van de afgelopen week is Opsporing Verzocht vanavond geheel gewijd aan Marokkanen.' Het was een grap die je vorige week vroeg of laat kon verwachten op de sociale media. Een grap die bovendien eerder wrang dan satirisch was, want maar al te waar, zo bleek uit de uitzending: inderdaad weer Marokkanen alom.

Sinds Wilders zijn verkiezingsnederlaag in Den Haag - van acht naar zeven zetels - op triomfantelijke wijze 'vierde' met de drieslag 'minder Europa - minder PvdA - minder Marokkanen', is het land weer eens in rep en roer. Dat is langzamerhand een oer-Nederlandse wet geworden: zodra Wilders weer iets roept wat riekt naar 'vol is vol' is het land vervolgens inderdaad te klein.

De algemene teneur is dat Wilders hiermee een ontoelaatbare grens is overgegaan, maar de grote paradox is dat hij tegelijkertijd eindelijk eens tot de kern van het probleem doordrong. Ik heb het al vaker geschreven: zijn afkeer van 'de' islam is niet ter zake, want het is geen probleem van religie. Zijn kruistocht tegen 'de' moslims is onzinnig, de meest moslims draaien probleemloos mee in de samenleving. Pas als het nog verder wordt toegespitst en het over Marokkanen gaat hebben we een reëel probleem bij de staart.

Voor de goede orde: daarbij simpelweg 'minder Marokkanen!' blèren lijkt niet eens op een oplossing, het is een even voze als loze kreet.

David Pinto schrijft in de Volkskrant dat Wilders niettemin keer op keer een Marokkanenprobleem signaleert dat wel degelijk bestaat. Zijn diagnose is verkeerd en een oplossing heeft hij niet, maar 'de eerste stap, het onderkennen en benoemen van het probleem, zet hij wel.' Ik kan dat alleen maar beamen, sterker nog: ik heb dit zelf al eerder beweerd, namelijk een jaar geleden in een stukje waarin overigens ook Pinto voorkwam. Ik schreef toen: 'Natuurlijk is Wilders' bijdrage ook vrijwel nihil, maar hij benoemt het probleem tenminste nog. Dat de oorzaken die hij noemt onzin en de oplossingen die hij aandraagt waanzin zijn is vers twee.'

De hele kwestie is alleen al zo moedeloos makend omdat we maar niet voorbij de premissen van het debat lijken te raken. Dit sleept nu al jarenlang voort, van doorpakken is geen sprake. Er heerst een groot wederzijds onbegrip en een hemeltergende ignorantie, in alle segmenten van de samenleving.

Zo wordt GeenStijl maar al te vaak in hetzelfde hokje als het politieke rechtspopulisme geplaatst, waarschijnlijk omdat het daar de ironische retoriek en vlijmscherpe semantiek mee gemeen heeft. Inhoudelijk slaat het echter als een tang op een varken. Nergens verschijnen er zulke virulente anti-Wilders-artikelen als op GeenStijl, steevast uit de pen van redacteur JohnnyQuid. Tekenend is verder dat de Volkskrant zijn kostbare kolommen laat vullen door twee historici die de suffe grap dat 90% van de gevangenen man is en er dus een 'mannenprobleem' is weten te promoveren tot serieus opinieartikel.

Ze schrijven: 'Het zou toch aardig zijn als we etnische minderheden in Nederland, na ruim dertig jaar discussie over de multiculturele samenleving, eindelijk eens als gelijken gingen behandelen.' Zie hier de fundamentele spraakverwarring. Huistra en Mellink bedoelen dat etniciteit niet meer benoemd mag worden in statistieken van bijvoorbeeld criminaliteit. Terwijl je net zo goed kunt zeggen dat 'als gelijken behandelen' betekent dat we ophouden met wegkijken, bagatelliseren, goedpraten, etc., en eindelijk eens eerlijk benoemen wat er aan de hand is: een probleem met Marokkanen dat zich manifesteert in oververtegenwoordiging in criminaliteit, werkloosheid, straatoverlast.

Of, eveneens in de Volkskrant, een mevrouw die als enige reactie op de rel paraat heeft: 'Gisteren werd ik bij de Blokker geholpen door een heel lief Marokkaans meisje. Ik hoopte zo dat ze zich niet aangesproken voelt door Wilders en zijn aanhangers, en dat ze weet hoe geweldig ze is.' Weer die spraakverwarring. Zo lang men niet inziet dat dit meisje veel meer te lijden heeft onder het structurele wangedrag van haar mede-Marokkanen dan onder de structurele losse flodders van Geert Wilders zal dit land rondjes blijven draaien in zijn eigen koppige onbegrip.

Analyses verzanden maar al te vaak in kip-of-ei-discussies. Vinden Marokkanen minder gemakkelijk een baan omdat ze worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt of nemen werkgevers minder snel een Marokkaan in dienst omdat het risico op een krasje groter is dan gemiddeld? Wat voor de een discriminatie of racisme is, is voor de ander een pragmatische risicoanalyse. Kapitalisme en egalitarisme verdragen elkaar nu eenmaal slecht.

Misschien is het gewoon niet aan het huidige politieke establishment om met een oplossing te komen, maar aan de nieuwe generatie. Een generatie die is opgegroeid tussen Marokkanen, voor wie ze onlosmakelijk en organisch deel uitmaken van hun sociale en culturele omgeving en niet langer de nog altijd half-exotische zieligheidsfetisj vertegenwoordigen, zoals voor de meeste huidige politici in hun ivoren torens. Een generatie die zonder scrupules of een misplaatst hinderlijk schuldgevoel vertrekt vanuit de onbetwistbare constatering dat er een Marokkanenprobleem is, in plaats van niet eens voorbij die empirische evidentie te geraken.

Bas Heijne wees ooit op de ironie in het feit dat negentig Marokkaanse organisaties in een brandbrief de Tweede Kamer opriepen zich te distantiëren van de term 'Marokkanenprobleem': 'Een kleine negentig organisaties. Dat lijkt me pas echt een probleem.'

Het probleem van het Marokkanenprobleem is dat het nog niet door iedereen als probleem wordt (h)erkend. Het probleem van het Marokkanenprobleem is dat het wordt gemonopoliseerd door een verdrukte politicus die er electoraal baat bij heeft dat het probleem nog even blijft bestaan. Politici willen maar niet inzien dat ze met erkenning en vervolgens aanpak van het Marokkanenprobleem zich niet alleen van dat maatschappelijke probleem maar ook van hún probleem Wilders kunnen ontdoen.

dinsdag 7 januari 2014

Medelijden met Miltenburg

Eind vorig jaar kwam Tweede Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg stevig onder vuur te liggen. Maar liefst acht van de twaalf fractievoorzitters spuiden op 14 december in de Volkskrant hun gal over het functioneren van de VVD-politica. Ik was het niet, twitterde Roemer al snel. 'Een functioneringsgesprek voer je niet via de krant.'

Buma en Zijlstra volgden. Die laatste was nauwelijks een verrassing, als partijgenoot van de voorzitter. Loyaliteit gaat boven eerlijkheid. De eerste hadden we er daarentegen wél bij verwacht. Nota bene Buma uitte eerder immers al forse kritiek op Van Miltenburg, die hij verweet 'te sturend' op te treden in debatten. Maar nu was hij dus juist niet een van de klagers. Samsom haastte zich bij zijn collega's te voegen: ook hij was brandschoon.

Het zou mooi zijn geweest als er vervolgens nog een vijfde leider alles ontkend had, dan hadden we een zaak, maar het bleef bij deze vier, zodat meteen duidelijk was wie er achter de Klacht van Acht zaten: Pechtold, Van Ojik, Slob, Van der Staaij, Thieme, Klein, Wilders en Bontes. Van Miltenburg was vanzelfsprekend not amused. Alhoewel, vanzelfsprekend... De vier vertegenwoordigen 107 van de 150 zetels, de acht dus 'slechts' 43.

Aan de andere kant, dat die grote vier niet anoniem gingen klagen bij de Volkskrant wil niet zeggen dat ze Van Miltenburg een positieve pers geven. Samsom vond vooral die anonimiteit van zijn collega's vervelend, niet het klagen op zich. 'Ik voor mij durf wél gewoon openlijk toe te geven dat ik Van Miltenburg volkomen kut vind', verzuimde Samsom daar aan toe te voegen. Nee, hij hield verder zijn mond. Soms is halfhartige hypocrisie veel erger dan laffe anonimiteit.

De hele zaak roept bij mij wel de prangende vraag op waarom er anoniem kritiek geuit moest worden, en dan meteen zo massaal. Is dat Kamervoorzitterschap zo onaantastbaar en verheven dat er alleen met een anonieme lastercampagne verandering mogelijk is? En druist dat niet in tegen de democratische beginselen waarvan uitgerekend zo'n Kamer het symbool zou moeten zijn?

Hoe zat dat eigenlijk met eerdere voorzitters? Ik heb er maar drie bewust meegemaakt en aan de eerste, Jeltje van Nieuwenhoven, heb ik geen herinneringen. Wel aan Ús Jeltje zelf, maar niet specifiek aan haar voorzitterschap. Uit de andere twee leid ik af dat functie-eis nummer één is: het hebben van een gigantisch ego. Zowel Frans Weisglas als Gerdi Verbeet waren of zijn onuitstaanbaar ijdel, al geldt voor Verbeet dat ze vooral ná haar afscheid niet zonder de aandacht lijkt te kunnen en overal opduikt, tot aan de vermaledijde functie van 'tafeldame' toe.

Is Van Miltenburg niet gewoon te zacht, te lief voor het voorzitterschap? Ik moet zeggen dat ze in eerste instantie ook wel erg knullig reageerde op alle heisa. Ze voelde zich gesterkt door een handkus van premier Rutte, net voor het reces. En 'Geert Wilders heeft mij de avond voor het reces ook nog gekust.' Tja.

Een van de kritiekpunten is dat ze 'geen gevoel voor de toon van het debat' heeft. Dan gaat er een belletje rinkelen. Gaat dit niet gewoon over de toon die Wilders aansloeg tegen Pechtold, toen die het feit dat extreemrechts aanwezig was bij de demonstratie op het Malieveld gretig naar het bordje van Wilders doorschoof, waarop Wilders hem een zielig, miezerig en hypocriet mannetje' noemde en Van Miltenburg dit liet passeren?

De functie van Kamervoorzitter is eigenlijk een apart iets. Het is gemeengoed dat men in de Kamer 'via de voorzitter' praat en niet rechtstreeks met elkaar. Je bent als voorzitter een soort menselijke telefooncentrale. Een in theorie neutraal aanspreekpunt dat moet voorkomen dat verhitte politici elkaar uitschelden. Maar we weten hoe dat in de praktijk gaat, ze schelden elkaar gewoon via de voorzitter uit: 'Voorzitter, de heer Wilders is een nazi'. 'Voorzitter, de heer Pechtold is een gluiperd.'

Van Miltenburg lijkt me in laatste instantie het slachtoffer van de verregaande polarisering van de politiek. Wat ze ook doet, ze doet het nooit goed. Nu wil ze daadkracht tonen, niet langer weglopen voor de kritiek. Daarom heeft ze de klagende fractieleiders uitgenodigd een voor een op gesprek te komen. Zeg maar eens wat er aan scheelt. Maar neen, weer niet goed. 'Ze durft ons niet met zijn twaalven bij elkaar te zetten, ze doet het bilateraal' klaagt er een, weer in de Volkskrant, weer anoniem. Roemer kan zijn tweet wat mij betreft met minieme wijzigingen retweeten: 'Een functioneringsgesprek voer je niet plenair.'

Pechtold en Wilders voelen zich beiden niet gesteund door de voorzitter, terwijl ze er zelf voor verantwoordelijk zijn dat het debat keer op keer ontspoort. Pechtold met zijn misselijkmakende insinuaties, Wilders met zijn verbale diarree. In plaats van de hand in eigen boezem te steken spannen ze nu samen tegen de voorzitter. Ze zijn als twee vechtersbaasjes die om straf te ontlopen de schuld maar bij de juffrouw die geen orde kan houden leggen.

maandag 23 juli 2012

Merel, ga je met me mee?

Waarom heet komkommertijd komkommertijd? Volgens de kenners van Onze Taal verwijst de term naar het feit dat alleen de komkommerkweker het druk heeft in de zomerperiode, in tegenstelling tot blijkbaar de rest van de beroepsbevolking. Aangezien de betekenis van komkommertijd echter 'rustige periode' is, is de term dus op iedereen van toepassing behalve op de komkommerkweker. Lekker dan. Overigens spreken de Amerikanen van kruisbessentijd. De Duitsers hebben de zurebommentijd. Er is altijd baas boven baas.

Tegenwoordig zijn het niet meer alleen de komkommerkwekers die in de zomer allesbehalve een komkommertijd hebben. Ook de televisierecensenten wissen zich deze weken het zweet van het voorhoofd. De combinatie van gebrek aan echt nieuws, een nieuwe serie Zomergasten en programmamakers die vanalles en nog wat als experiment op de buis brengen zorgt ervoor dat de media - zowel de oude als de nieuwe - hun tv-criticus tijdelijk tot belangrijkste opiniemaker bombarderen. Bas Paternotte, onvolprezen zondagcolumnist van GeenStijl, vond Zomergasten alvast niks: de Belg koos er in 1830 voor zich af te scheiden en dan moet nu een Belg onze Zomergasten presenteren? Niet getreurd, Bassie, er valt nog genoeg te zien.

Zo is daar Wakker Nederland dat het gat dat DWDD in de zomer op prime time achterlaat mag vullen. Half Acht Live heet het vehikel dat vanavond zijn vuurdoop beleefde. Presentatie Merel Westrik. Merels eerste pratende gast was Yves Gijrath, glibberige organisator van leuke dingetjes voor rijke mensen en in die hoedanigheid prima op zijn plek bij WNL. Yves begon echter al gauw te klagen over de stigmatisering van Marokkanen in Nederland. Dat moest nu echt maar eens ophouden. Oei, je hoorde meester Sjuul Paradijs wiebelen op zijn stoel. Eindelijk de gelegenheid dat rechtse geluid de huiskamers binnen te toeteren en wat krijgen we? Een doorgeradicaliseerde versie van Uitgesproken VARA... 

Het programma had niettemin nog een gigantische troef achter de hand: niemand minder dan Geert Wilders zou langskomen. Dat was nog eens nieuws in komkommertijd! Wilders weigert categorisch aan te schuiven bij Matthijs en Jeroen & Paul, naar eigen zeggen niet in de laatste plaats omdat zijn veiligheid daar niet gegarandeerd kan worden. Daar heeft hij natuurlijk wel gelijk in, wat erg genoeg is, maar blijkbaar geldt die belemmering nu even niet. Je zou toch zeggen dat de veganistische Volkertjes juist in komkommertijd in topvorm zijn en het dus extra opletten is voor Geert en zijn team, maar à la.

Uiteraard was Wilders pas helemaal aan het eind van de uitzending aan de beurt om zo de kijker vast te houden. Het programma zou volgens de gids tot tien over acht duren en toen Merel om zeven over acht nog steeds gezellig het shownieuws zat door te nemen met een Amy Winehouse-imitatrice en ene Jan Uriot, onbedoelde Albert Verlinde-imitator, begon ik hem toch te knijpen. Zou Geert toch nog rechtsomkeert hebben moeten maken? Maar neen, nadat er ergens te lande nog een fiets was weggegeven kwam de Venlonaar dan eindelijk achter de coulissen uit.

Geert ging zitten en stak zijn riedel af over Griekenland, over de EU, over de euro, zelfs de massa-immigratie kwam nog langs. Niets nieuws onder de zomerzon. Het vervelende is dat Wilders groot gelijk heeft met zijn onvrede. Het is ook niet te bevatten dat er miljarden naar het zuiden gaan terwijl hier de pensioenfondsen op de pensioenen moeten gaan korten. Het is ook niet te verkroppen dat een Zweedse mevrouw in Brussel bepaalt hoe ons immigratiebeleid eruitziet. Het is ook niet te tolereren dat Gerrit Zalm in 2000 de toetreding van Griekenland tot de eurozone verdedigt, in 2007 woekerpolissen verkoopt bij de DSB Bank en nu zonder met de ogen te knipperen mensen wil verplichten hun hypotheek versneld af te lossen. Naar het schavot met die schurk.

Maar oplossingen zijn niet Geerts dingetje. Hij zegt: geen cent meer naar Griekenland, Nederland uit de EU, de gulden moet terug! Dan komt alles goed! Ja, dat haal je de koekoek. Als het zo gemakkelijk zou zijn... We zitten onomkeerbaar met de gebakken peren, ook in komkommertijd. Wilders doet het voorkomen of hij alle ellende weer ongedaan kan maken. Maar tenzij hij een tijdmachine heeft uitgevonden is dat natuurlijk ordinair kiezersbedrog. Die Nederlandse soevereiniteit is al lang door Brusselse handen tot een prop papier vekreukeld. Je kunt nog wel proberen te verhinderen dat die definitief bij het oud papier wordt gesmeten, maar een smetteloos geschrift wordt het nooit meer. When the paper's crumpled up it can't be perfect again.

En Merel? Die arme Merel deed echt haar best. Ze bood dapper weerwerk tegen Wilders, ze wreef hem de onhaalbaarheid en onzinnigheid van zijn eigen voorstellen onder de neus, ze gunde Wilders kortom geen goedkope zendtijd voor politieke partijen. Maar ze mocht natuurlijk niet te ver gaan. Ik moest bijna een traantje wegpinken. Die lieve Merel, wat doet ze daar toch bij die omroep, dat ongure bastion van double breasted bullebakken als Eric Nordholt en Thomas Lepeltak? Dat is toch geen omgeving voor zo'n meisje? Een maffiamaatjesvrouwtje als Eva Jinek, die is daar op haar plek. Maar Merel toch niet? De schat.

Ik zou Merel willen schaken. Op de fiets, achterop bij mij, en dan ver weg, naar zorgeloze verten. Komkommers plukken in het Westland bijvoorbeeld. Dat willen onze werklozen niet doen, waardoor er Polen voor moeten komen. Als wij dat eens gaan doen, Merel? Dan is Wilders ook tevreden, is iedereen tevreden. Merel, ga je met me mee?

maandag 14 mei 2012

Besmettingsgevaar

Nu het CDA een imagoprobleem heeft en de partij er in de peilingen bedroevend slecht voor staat is het leedvermaak niet van de lucht. Voorop natuurlijk die oude clown die elke maandagavond tafelheer speelt op Nederland 3. Het CDA moest kapot, zijn missie is geslaagd. Dat zijn eigen favoriete partij wel een 'Lenteakkoord' heeft gesloten met onder meer datzelfde CDA - en er 'groene' maatregelen heeft doorgedrukt waar in crisistijd niemand op zit te wachten, een parlementaire enquête waard -, daar gaat Mulder schaamteloos aan voorbij.

Maxime Verhagen ruimt nu het veld en er moet een nieuwe lijsttrekker komen. Henk Bleker, Sybrand van Haersma Buma, Mona Keijzer, Liesbeth Spies, Madeleine van Toorenburg en Marcel Wintels zijn de zes kandidaten. Ook daar heeft Mulder - en in zijn kielzog vele anderen - wel een moreel hoogstaand oordeel over. Van Haersma Buma, Bleker en Spies zouden niet mee mogen doen omdat ze voor samenwerking met de PVV waren en ook daadwerkelijk hebben geparticipeerd in een door Wilders gedoogde regering. Ze zijn 'besmet', heet het. Werkelijk waar, die term wordt gebezigd: 'besmet'.

Alsof Wilders een enge ziekte is. Een leproos die je niet mag aanraken en die maar het beste met een bordje: pas op, besmettelijk! om zijn nek kan gaan lopen. Het is natuurlijk een sinistere manier om maar weer eens een rechte lijn van de oorlog naar Wilders te trekken. Want, zoals op het beschaafde weblog Joop te lezen is: 'Bleker is, net als Spies en Buma, natuurlijk zwaar besmet met het recente regeerverleden met de fascistoïde Wilders.' Het zijn collaborateurs, het staat er nog net niet. (Oprichter Francisco van Jole: 'Joop is een site waarop niet iedereen met een afwijkende mening wordt afgebrand en uitgemaakt voor rotte vis.' Waarvan akte.)

Wat iedereen lijkt te vergeten is dat die regering met Wilders er simpelweg moest komen. Want pas op hoor: als de PVV na de verkiezingswinst van 2010 buiten de macht was gehouden, dan had Wilders zijn martelaarsrol alleen maar meer gecultiveerd. Dan had het riedeltje dat 'de' elite de PVV en haar kiezers weer overal buiten hield niet opgehouden te klinken. Dan was de PVV alleen maar groter geworden.

Zoals Ronald Havenaar in zijn pamflet Te licht bevonden (2011) al schreef, p. 10: 'In dat geval was de verkiezingsoverwinnaar, de PVV, in een isolement gedreven dat de anti-establishmentwoede van een op drift geraakt electoraat nog groter had gemaakt. Als oppositieleider had Wilders waarschijnlijk binnen afzienbare tijd kunnen doorgroeien [...] en was er een goede kans geweest dat hij na de eerstvolgende verkiezingen aanspraak had kunnen maken op het premierschap. VVD-leider Rutte en meer nog CDA-leider Verhagen - die een onwillige partij moest overreden - komt het compliment toe dat zij dit gevaar voorlopig hebben gekeerd.'

Havenaars pamflet was zeer kritisch over de PVV, maar wel kritisch op pragmatische en weldoordachte wijze. Daarmee vormde het een uitzondering te midden van alle kortzichtigheid en bangmakerij. De regeringsconstructie met de PVV was nu eenmaal iets waar men doorheen moest. Alleen zo konden de kiezers inzien dat er inderdaad niet samen te werken valt met de PVV. Dat ook Wilders niet het landsbelang voorop stelt, dat ook de PVV niet de partij is die de belangen van de burgers behartigt. Nu is het aan diezelfde burgers om de conclusie te trekken dat de PVV een ideeënarme partij is met incapabele mensen die allesbehalve de oplossingen biedt voor hun problemen en zorgen.

Verhagen is nu geslachtofferd. Hem resten de complimenten van Havenaar. Wie moet het nu worden voor de christendemocraten? Bleker niet, dat ben ik met Mulder eens - al is het om betere redenen. Bleker is geen bindende factor, heeft zijn imago tegen door een aantal oliedomme acties. Maar Henk is verliefd, dan doe je onbezonnen dingen. Spies heeft geen uitstraling, backbencher Van Toorenburg ontbreekt het ook aan charisma. (Overigens: Van Toorenburg heeft de voorbije 20 maanden ook namens het CDA in de Kamer gezeten, maar die wordt nooit 'besmet' genoemd - ze is natuurlijk te onbeduidend, over haar rug kan Jan niet scoren.) Van Haersma Buma lijkt me ook niet de nieuwe inspirator. Maar hij heeft al twee geslaagde grappen gemaakt op televisie, dan stijg je tegenwoordig meteen gigantisch in populariteit.

Blijven de twee nieuwkomers over. Marcel Wintels maakte al meteen geen goede beurt met zijn misplaatst stoere uitspraak 'Onder mijn leiding zal het CDA niet samenwerken met de PVV', een nogal gratuite belofte; het zal geheel wederzijds zijn. U merkt, ik eindig bij Mona Keijzer. Keijzer kan haar ideeën helder verwoorden, laat zich niet snel van de wijs brengen, is noch halfzacht noch hardvochtig. Solide en sociaal, in de woorden van Aart Jan de Geus. Ze heeft twee nadelen: ze komt uit Volendam en ze wil de christelijke grondslag van de partij meer benadrukken. Maar zolang ze niet gaat zingen is het eerste geen onoverkomelijk probleem. Dat het CDA zich meer moet profileren als seculiere middenpartij heb ik al eerder bepleit, maar je kunt niet alles hebben.

Vrijdag wordt de uitslag van de eerste stemronde bekendgemaakt. Het lijkt een strijd te worden tussen Van Haersma Buma en Keijzer. Ik hoop dat Keijzer het wint. Ook voor Jan Mulder. Hij is immers al oud, zijn weerstand is niet meer zo hoog. Als Buma wint kan het besmettingsgevaar kan hem weleens fataal worden.

dinsdag 1 mei 2012

[Pims achtertuin 2002-2012]: 10 jaar zonder Pim

Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord door Volkert van der Graaf. De media zullen de tiende verjaardag van Fortuyns dood ongetwijfeld niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Een huilende Harry Mens beet op 1 januari al het spits af. Op zoggel.blogspot.com deze maanden een poging tot een serieuzere kijk op het fenomeen.

De tiende verjaardag van de moord op Fortuyn nadert nu met rasse schreden en dat is te merken aan de stijgende media-aandacht. Zo kwam Hans Wiegel deze week in Nieuwsuur naar buiten met zijn 'scoop' dat Fortuyn hem als premier wilde als de LPF in de regering was gekomen. Maar ook buiten het scherm neemt de aandacht toe. In Den Haag vindt komende zondag een wetenschappelijk symposium 'De verweesde samenleving: Pim Fortuyn tien jaar later' plaats over de invloed van Fortuyn op het Nederland van vandaag. Sprekers zijn o.a. Paul Scheffer, Paul Schnabel en biograaf Leonard Ornstein. Ornstein publiceerde inmiddels ook het eerste deel van zijn Fortuyn-biografie, De jonge Fortuyn.

Afgelopen week verscheen voorts, onder redactie van Joost Eerdmans en Martijn van Winkelhof ('nabije buurtgenoot'), 10 jaar zonder Pim. 12 hoofdrolspelers over de erfenis van Fortuyn, een bundel interviews met betrokkenen van toen, te weten Harry Mens, Wouke van Scherrenburg, Paul Schnabel, Mat Herben, Lidy Nicolasen, Herman Heinsbroek, Marco Pastors, Felix Rottenberg, Marten Fortuyn, Hans Wiegel, Marcel van Dam en Ivo Opstelten. Vooraf gaat een al te ronkend voorwoord van Eerdmans, een zakelijke epiloog van professor Henri Beunders en diens pupil Chris Aalbers besluit het boek. De twaalf 'hoofdrolspelers' gaan in op tien vragen die tezamen de erfenis van Fortuyn bestrijken.

De vraag Welke lessen heeft de politiek na 2002 ter harte genomen? wordt behoorlijk eensluidend beantwoord. Volgens Mens hebben Fortuyns ideeën 'direct of indirect een plek binnen andere politieke partijen gekregen'. Uiteraard gaat het dan om het thema 'integratie en immigratie', waarop vooral in Rotterdam flinke progressie is geboekt (Schnabel, Pastors). Ook Rottenberg vindt de agendering van problemen met allochtonen een positief punt, maar hij wijst er wel op dat Fortuyn doorsloeg en dat zijn plannen weinig 'realisatiewaarde' hadden. Van Dam is als enige negatief: hij meent dat de huidige politici de problemen met allochtonen impliciet op het 'ras' van de allochtonen schuiven, maar dat feitelijk maatschappelijke achterstelling de oorzaak is. Behalve dit thema wordt ook de 'terugkeer naar de menselijke maat' meermaals als erfstuk genoemd (Mens, Van Scherrenburg, Herben). Toch vinden sommigen ook dat er juist weinig veranderd is. Nicolasen meent dat het politieke systeem nauwelijks verbeterd is, en Heinsbroek ziet alleen Wouter Bos als kortstondige erfgenaam. Wiegel daarentegen tovert een artikel uit het FD (25-3-2012) tevoorschijn, getiteld: 'Zelden heeft een politicus zo succesvol over zijn graf geregeerd als Fortuyn'.

De tweede vraag peilt of de terugkeer van de polarisatie in de politiek sinds Fortuyn als een goede zaak wordt ervaren. Opvallend genoeg vindt Mens dat Fortuyn veel te ver ging: 'Je mag alles zeggen wat je denkt, maar je hóeft niet alles te zeggen,' citeert hij de moeder van Theo van Gogh. Van Scherrenburg wijst er terecht op dat de huidige polarisatie veel meer economisch gemotiveerd is: mensen vrezen weer echt voor hun baan, hun huis, hun pensioen. Meerdere geïnterviewden hekelen het links-rechts-karakter van de polarisering. Schnabel herinnert eraan dat Paars door links, rechts én internationaal geroemd werd. 'Wat er mis was, was eerder ontkenning van ongenoegen dan slecht beleid.' Ook Van Scherrenburg benadrukt dat links én rechts verantwoordelijk waren voor de maatschappelijke problemen van de uitgedijde verzorgingsstaat, maar dat alleen links er de schuld van kreeg. Volgens Heinsbroek, Rottenberg, Schnabel en Nicolasen waren politici als Melkert en Dijkstal evenwel de wereldvreemde technocratie in hoogsteigen persoon, terwijl Fortuyn de moderne tijd verpersoonlijkte. Rottenberg: 'Je zag daar eigenlijk de 20e en 21e eeuw tegenover elkaar aan tafel zitten.' En Schnabel komt met een interessante constatering: 'Niemand heeft ooit in de gaten gehad dat Fortuyn acht of negen jaar ouder was dan Melkert. [...] Het ging dus niet om jong zijn maar om uitstraling'.

Als Fortuyn nog zou leven zou hij volgens recent onderzoek nog altijd op zo'n 30% van de stemmen kunnen rekenen. Wat zegt dit? Volgens Opstelten is dit pure emotie en dus geen serieus te nemen cijfer. Ook Schnabel gelooft het onderzoeksresultaat niet. Van Dam vindt het zelfs beangstigend: 'De islamisering van onze cultuur is sociologisch gezien gewoon onmogelijk. [...] Tegen beter weten in kweekte Fortuyn ongefundeerde angst en dat vond ik het ergste van Fortuyn.' Marten Fortuyn legt de oorzaak bij de onder het volk vigerende opinie dat er sinds 2002 weinig veranderd is, Pastors stelt dat mensen nog steeds behoefte hebben aan een leider en Heinsbroek voert het ontbreken van een charismatische politicus anno 2012 als verklaring op. Van Scherrenburg oppert - ik denk terecht - dat Fortuyn door zijn voortijdige dood een mythe is gebleven: 'hij heeft nooit kunnen tegenvallen en zo blijf je lichtelijk heilig'.

Hebben de media geleerd van de moord? is een heikele vraag. Mens verrast opnieuw met zijn afkeer van de nieuwe 'rechtse' media als WNL: 'Je kunt het nieuws 's morgens wel door twee lekkere wijven laten presenteren, maar daarmee bedrijf je nog geen rechtse journalistiek.' Insiders Van Scherrenburg en Nicolasen beantwoorden de vraag positief. Er is nu het besef dat het weldegelijk van belang is om vinger aan de pols van de samenleving te houden. Nicolasen prijst voorts de vernieuwingsimpuls van De Pers en GeenStijl. Beiden wijzen wel op het hysterische element, alsof de kritische Clairy Polak een afgezant van de linkse kerk zou zijn. Nicolasen biedt nog een verhelderende kijk op de praktijken van de Volkskrant: 'Er waren in 2002 bij de Volkskrant mensen die vonden dat Fortuyn moest worden bestreden.' Leer ons de Volkskrant kennen... Schnabel, Herben en Van Dam ontwaren eveneens een verandering in benadering van de media, maar zij achten de komst van de commerciële media een belangrijkere oorzaak hiervoor dan de invloed van Fortuyn. Alleen Pastors en Marten Fortuyn zijn negatief. Volgens de laatste bewijzen programma's als DWDD 'lippendiensten aan linkse partijen'.

De belangrijke vraag of Geert Wilders de erfgenaam is van Fortuyn wordt door de meesten met zowel ja als neen beantwoord. Met zijn nadruk op thema's als immigratie en de menselijke maat heeft Wilders het stokje van Fortuyn overgenomen, maar inhoudelijk, kwalitatief, haalt Wilders het bij lange na niet bij Fortuyn. Marten Fortuyn noemt het zelfs 'volkomen onterecht' dat Wilders als opvolger van Pim wordt gezien: 'Hij is lomp en bruut; het is echt ongepast hoe hij Job Cohen heeft beschadigd.' Fortuyn was breder dan Wilders (Van Dam), had wél een coherente visie (Herben), ging wél de dialoog aan (Rottenberg) en dacht wél oplossingsgericht (Van Scherrenburg). Bijna iedereen wijst op het grote verschil in eruditie. Heinsbroek: 'Bovendien bezat Fortuyn in tegenstelling tot Wilders het vermogen om zaken in een breder verband te zien en daarbij rekening te houden met de globalisering. [...] Er komt een storm aan waarbij onze verouderde sociale wetgeving en welvaart ter discussie staan. Dan heb je weinig aan een rapport dat zegt: "De gulden moet terug."' Alleen Pastors volgt Wilders hierin. Opvallend is nog dat Van Dam zichzelf in een bepaald opzicht als voorloper van Fortuyn ziet: 'Hij pleitte net als ik voor een decentralisatie van het overheidsbestuur om het bestuur dichter bij de mensen te brengen'.

De meest markante herinnering aan Fortuyn is afhankelijk van de mate waarin de geïnterviewden Fortuyn persoonlijk kenden. Afgezien van broer Marten kende Pastors Fortuyn het langst - ze werkten samen aan het OV-jaarkaart-project. Heinsbroek heeft Fortuyn nooit ontmoet - het andere uiterste. Mens lepelt een verzameling nogal gênante anekdotes op, Herben is het taartincident het meest bijgebleven. Interessant zijn de reacties van Van Scherrenburg en Van Dam, van wie je respectievelijk het 'Ach mens, ga lekker naar huis, koken'-moment en de 'U bent een minderwaardig mens'-uitspraak zou verwachten. Van Scherrenburg koestert geen enkele wrok, ze noemt die uitval van Fortuyn zelfs 'gewoon oprecht'. Van Dams uitspraak was uit 1997 - ik denk dat velen menen dat het tijdens de 2002-campagne gebeurde. Van Dam verwijt Fortuyn dan ook nog steeds dat hij die uitspraak vijf jaar later weer oprakelde terwijl ze het al hadden bijgelegd, bovendien zegt hij spijt te hebben van de uitspraak. 'Later maakte hij er Untermensch van,' vult Van Dam nog aan, 'terwijl ik dat woord nooit over mijn lippen zou krijgen.' Dit is dan weer nogal schijnheilig. Iemand een minderwaardig mens noemen roept automatisch de beladenheid van het Untermensch-begrip op, dat zou Van Dam toch moeten weten.

Wat is de grootste fout van Fortuyn geweest? is een minder geslaagde vraagstelling. De meesten wijzen erop dat Fortuyn simpelweg te kort aan het firmament stond om grote fouten te kunnen maken. Wel worden genoemd: hij was te eerlijk voor een politicus (Herben, Pastors), hij was te emotioneel (Van Scherrenburg, Schnabel) en hij wist niet de juiste mensen om zich heen te verzamelen (Nicolasen, Heinsbroek). Wiegel 'zou niet weten wat Fortuyn fout zou hebben gedaan'. Ook de vraag wat men ervan vindt dat de moordenaar over een jaar 'weer' op vrije voeten komt maakt de tongen niet los. Niemand durft zich hier echt aan te branden, men 'doet geen uitspraak'. 'De straf is een realiteit, daar moet je je bij neerleggen,' vindt Herben. 'De twee van Breda zijn uiteindelijk ook vrijgelaten,' zegt Mens. Alleen Heinsbroek spreekt volop schande van de lage straf. Pastors is de enige die een complot niet uitsluit.

Bij de vraag of populisme een zorg of een zegen is voor het land wordt door oudgedienden Wiegel en Van Dam ferm voor 'een zorg' gekozen. 'Ik ben voor een behoorlijke afstand tussen de gekozene en de kiezer,' zegt Wiegel. En volgens Van Dam ligt 'de u-vraagt-wij-draaien-consensus als een verstikkende deken over de Nederlandse politiek'. Pastors kiest voor 'een zegen', terwijl ook Van Scherrenburg de positieve effecten benadrukt. Heinsbroek en Opstelten merken terecht op dat Fortuyn geen eenvormige populist was: hij combineerde een populistische stijl met eruditie en flexibiliteit. Herben voelt zich aangevallen: 'Populisme is een misplaatst etiket dat wordt opgeplakt door partijen die morele superioriteit claimen.' Marten Fortuyn laakt de negatieve beeldvorming rond populisme, gesymboliseerd door de pejoratieve term 'onderbuik': 'Waarom zo minachtend? De onderbuik is een ander woord voor intuïtie en dat is weer gebaseerd op kennis en ervaring. Ik ben er heilig van overtuigd dat die onvrede weer terugkomt als die minachting niet verdwijnt.' Het antwoord van Rottenberg is even raadselachtig als verbijsterend: 'De opkomst van Fortuyn, de moord en daarna ook het populisme van de LPF hebben een enorme turbulentie teweeggebracht. Daarmee is hij een voetnoot geweest in de geschiedenis. Niet méér dan dat, maar een voetnoot in de geschiedenis is ook niet niks.'

De slotvraag mikt op balansopmaking: Pim Fortuyn, een politieke aardschok of een storm in een glas water? Geen van de betrokkenen kiest echter expliciet voor een van de twee opties. Van Scherrenburg en Wiegel wijzen er nogmaals op dat de andere partijen Fortuyns ideeën hebben overgenomen. Pastors en Opstelten menen dat Fortuyn in Rotterdam voor revolutie heeft gezorgd, maar landelijk daar niet de kans voor heeft gekregen.  Heinsbroek vindt dat Fortuyns politieke invloed op het gebied van immigratie en integratie na tien jaar 'nog voelbaar' is. Van Dam hoopt juist dat er iemand opstaat 'met de gaven van Pim Fortuyn, zonder zijn aberraties' die dit thema weer marginaliseert. Schnabel en Nicolasen wijzen het revolutie-idee af. Schnabel: 'Dit land is ontzettend goed georganiseerd en het systeem is erop gericht dergelijke schokken op te vangen.' Volgens Nicolasen 'is veel nog bij het oude gebleven'. Dat is ook de mening van Mens, die vervolgens toch nog filosofisch wordt: 'Nooit is iets voor niks geweest. [...] Het huidige economische klimaat dwingt ons wellicht om meer met zijn ideeën te doen. De economie heeft meer macht dan tien "Pimmen" Fortuyn.'

dinsdag 17 april 2012

De dubbele moraal van de advocaten van Robert M.

De Nederlandhatende Nederlander is een typisch Nederlands fenomeen. Vaak zijn het geëmigreerde schrijvers die er last van hebben. Weggaan uit Nederland en dan lustig blijven schieten op alles wat scheef en slecht is in het vaderland, het is een bekende reflex. Maar ook binnenlandse opiniemakers lijden niet zelden aan die weg-met-ons-mentaliteit. Hun kritische stukjes en tekstjes zijn niet geschreven vanuit de hoop of verwachting iets bij te dragen aan de aanpak van de gesignaleerde misstand. Want wat je haat zie je het liefst kapotgaan.

Toch heb je soms zo'n dag dat een verbijsterend nieuwsbericht je van de weeromstuit een vleugje begrip doet voelen voor de Nederlandhatende Nederlander. Gisteren was zo'n dag, met het bericht dat de advocaten van Robert M. vrijwel algehele vrijspraak voor hun cliënt eisen. Dan houdt toch alles op, als je dat leest. Een man die nota bene zijn gruweldaden bekend heeft willen vrijpleiten, dat heeft niets meer met het bewaken van een eerlijke, objectieve rechtsgang, de primaire taak van een advocaat, te maken. Een advocaat behartigt de belangen van een van de partijen, is dus per definitie partijdig, maar die partijdigheid komt tegenwoordig neer op competitie, op zoveel mogelijk proberen te scoren, met als hoogste doel vrijspraak.

Een voorbeeld: de advocaten wijzen erop dat M. altijd netjes heeft meegewerkt aan het onderzoek. Dat zou dan een reden zijn voor strafvermindering. Dit is omgekeerde logica. Een verdachte die niet meewerkt, die het onderzoek frustreert, die komt in aanmerking voor strafverzwaring. Maar de norm kan toch niet zijn dat een verdachte die wél meewerkt, die zich dus gedraagt zoals het hoort, daarvoor beloond wordt met strafvermindering, dat normaal gedrag als het ware een aftrekpost wordt op zijn gepleegde misdaden, in plaats van dat hij simpelweg strafverzwaring voorkomt door de rechtsgang niet te obstrueren.

Nog een voorbeeld: de advocaten menen dat M. ook strafvermindering verdient omdat politici en bestuurders hun mening hebben gegeven over de zaak. Daarmee wordt vooral gedoeld op Wilders, die twitterde dat M. nooit meer vrij mocht komen. Tegelijk wordt Wilders te pas en te onpas naar voren geschoven als iemand die de rechtstaat in gevaar brengt met zijn kritiek op rechters. Als dat zo is, dan zouden uitspraken van Wilders toch juist geen invloed mogen hebben op de rechtsgang, op de strafbepaling? Dan zouden de advocaten er toch bij de rechter op moeten aandringen de uitlatingen van de heer Wilders te negeren, ze niet van invloed te laten zijn op de uitspraak. Maar ze willen er juist weer voor beloond worden.

Dus als Wilders schreeuwt om maximale straf voor een verdachte, dan wordt die uitspraak als onzinnig en als een gevaar voor de rechtstaat weggezet. Maar als een advocaat strafvermindering voor de betreffende verdachte uit het vuur wil slepen, dan wordt diezelfde uitspraak als argument hiervoor gebruikt, en is de uitspraak dus blijkbaar plotseling wel relevant genoeg om bij de bepaling van de straf te laten meewegen.

Dat Wilders' ideeën over de rechterlijke macht aan de fundamenten van de trias politica raken, wil ik best geloven. Discussie hierover is dan ook relevant en nodig. Maar ik heb het idee dat ook elke genuanceerd kritische benadering van rechters of advocaten meteen uit haar context wordt gerukt en als een aanval op de rechtstaat wordt voorgesteld. Dat je aan de stoelpoten van de rechtstaat zaagt, dat soort metaforiek. Dat je niet weet waar je over praat als je geen juridische achtergrond hebt. Alsof verbijstering over de eis van deze advocaten automatisch impliceert dat je voor de doodstraf bent en voor een terugkeer naar het feodale oog om oog, tand om tand.

Terwijl smeulende maatschappelijke onrust door een gapende kloof tussen de juridische werkelijkheid en de common sense van de publieke opinie mij toch veel gevaarlijker en ontwrichtender voor de rechtstaat lijkt dan een geprononceerde mening van een politicus of een columnist. De dubbele moraal van de advocaten van Robert M. zal die kloof niet dichten, integendeel.

vrijdag 6 april 2012

[Pims achtertuin 2002-2012]: Fortuyn, Leers en de illegalen

Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord door Volkert van der Graaf. De media zullen de tiende verjaardag van Fortuyns dood ongetwijfeld niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Een huilende Harry Mens beet op 1 januari al het spits af. Op zoggel.blogspot.com deze maanden een poging tot een serieuzere kijk op het fenomeen.

Minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel) is de minst te benijden bewindsman van het huidige kabinet. Niet alleen is hij binnen de coalitie een marionet van gedoogpartner PVV, hij moet zich ook buiten die samenwerking soms machteloos en zinloos voelen. Om iets aan de binnenlandse immigratiewetgeving te veranderen moet hij op Europees niveau gaan lobbyen. En als hij eindelijk daadkracht wil tonen met zijn illegalenbeleid liggen de ondergeschikte burgemeesters weer dwars. Naast hem, boven hem, onder hem, van alle kanten wordt Leers tegengewerkt.

'Waarom verdedigt Leers niet gewoon het kabinetsbeleid? Waarom zegt hij niet: "[...] Dat kun je onplezierig vinden, maar het is wel exact het beleid dat we nu eenmaal via een democratische meerderheid hebben gekozen. Dit is wat de meeste Nederlanders willen. Zoals we ook bij meerderheid besloten om die Afghaan uit Giessenlanden met een enkeltje op het vliegtuig te zetten, en geen beleid laten bepalen door mensen die dreigen met zelfmoord. Dat kan wat worden, als we elke vervelende beleidsmaatregel gaan intrekken zodra een of andere gek met zelfmoord dreigt! [...] Als u dat niet bevalt, dan moet u mij wegstemmen en met ander beleid komen, en anders voor eeuwig zwijgen."' Aldus Christiaan Weijts in een even confronterende als realistische column.

Een strenger immigratie- en integratiebeleid wordt over het algemeen als een erfenis van Fortuyn beschouwd. Fortuyn agendeerde 'de multiculturele samenleving' op de politieke agenda, tot op de dag van vandaag een veelbesproken onderwerp en katalysator van veel retoriek en emotie maar ook van politieke betrokkenheid van de burger. De immigratieparagraaf van Wilders en de PVV is niet denkbaar zonder het voorwerk van Fortuyn, maar Wilders vult zijn stokpaardjes 'islamisering' en 'massa-immigratie' toch veel radicaler in.

De PVV wil een permanente immigratiestop uit islamitische landen en criminele moslims hun Nederlanderschap ontnemen en ze het liefst 'terug' sturen. Van Fortuyn is de bekende uitspraak dat de Marokkaanse 'rotjongens' ons probleem zijn, 'daar kunnen we koning Hassan niet mee opschepen'. Dat was in hetzelfde Volkskrant-interview waarin hij de islam een 'achterlijke cultuur' noemde, nog dezelfde dag op Radio 1 gecorrigeerd tot 'achterlopend', wat precies hetzelfde betekent maar een andere gevoelswaarde heeft. Die correctie lijkt het collectieve geheugen overigens niet gehaald te hebben.

In Fortuyn-Wilders-vergelijkingen is meestal een belangrijk argument ten gunste van Fortuyn diens opvatting over illegalen. Fortuyn zou voor een generaal pardon zijn geweest. Inderdaad pleitte Fortuyn op 3 mei 2002 - drie dagen voor zijn dood - in een interview in de GPD-bladen voor een verblijfsvergunning voor illegalen die langer dan vijf jaar in Nederland waren en de Nederlandse taal beheersten. Deze ruimhartige opstelling moet echter wel in de context van de verkiezingen worden gezien.

In De puinhopen van acht jaar Paars (2002) - het officieuze LPF-verkiezingsprogramma - is er namelijk geen woord over te vinden. En in De islamisering van onze cultuur (heruitgave uit 2002 van Tegen de islamisering van onze cultuur uit 1997) schrijft Fortuyn (p. 99): 'De zorgwekkende problematiek van de hier illegaal verblijvende buitenlanders moet hier ondertussen geheel buiten beschouwing blijven. Het kwantitatieve en kwalitatieve inzicht in deze problematiek ontbreekt ons ten enen male.'

Het generaal pardon lijkt dan ook eerder een campagne-gerelateerd idee van Fortuyn te zijn geweest. In het betreffende interview maakt hij daar zelfs geen geheim van: 'Het is een deal: een streng beleid én een generaal pardon. [...] Het is gelijk oversteken. Blijft het asielbeleid bij het oude, dan geen generaal pardon.' Fortuyns generaal pardon was dus premature ruilhandel, een vorm van onderhandelen vóór de verkiezingen.

De LPF werd na de verkiezingen overigens wel in de problemen gebracht door Fortuyns overhaaste idee. Herben wilde een generaal pardon voor alle illegalen, maar dat zou niet alleen van toepassing zijn op maar liefst 100 000 illegalen in plaats van de door Fortuyn beoogde 6000, maar ook een gigantische aanzuigende werking hebben. Alle partijen - tot GroenLinks aan toe - spraken schande van het LPF-voorstel en ook LPF-stemmers reageerden woedend; hiervoor hadden ze niet op de LPF gestemd. Herben perkte daarop rap het pardon in tot uitgeprocedeerde asielzoekers die Nederlands spraken, werkten en geen strafblad hadden. Ook de terminologie zorgde voor verwarring. Een illegaal is niet per se hetzelfde als een uitgeprocedeerde asielzoeker - hij kan ook nooit een asielaanvraag hebben ingediend. Bovendien speelde toen de kwestie van de zgn. 'witte' illegalen - vreemdelingen zonder verblijfsvergunning maar mét sofinummer en belastingafdracht.

Gerd Leers moet nu volgens kabinetsbeleid 4800 illegalen oppakken. PvdA-burgemeesters als Wolfsen (Utrecht), Els Boot (Giessenlanden) en Van der Laan (Amsterdam) weigeren evenwel hun medewerking. De Telegraaf toonde echter aan dat onder PvdA-staatssecretaris Albayrak méér illegalen zijn opgepakt dan het kabinet-Rutte van plan is (10% meer). Het zijn verwarrende tijden. Helemaal voor Arend Jan Boekestijn: 'De ene dag wordt Fortuyn geeerd, de volgende dag is het geen probleem meer dat er illegalen zijn. NL is geen serieus land'.

woensdag 28 maart 2012

De laatste Nederlandse regering

'Catshuisoverleg lijkt te mislukken', verscheen vanmiddag opeens op Teletekst. Naar verluidt gaan VVD, CDA en PVV er niet uitkomen omdat Wilders sociaal-economische hervormingen tegenhoudt en een referendum over de euro eist. Het kon niet anders dat Wilders en het Catshuis een ongelukkige combinatie zou blijken. Dichtte Jacob Cats immers niet over zijn Sorghvliet - thans het Catshuis geheten - 'Ik wil hier mijnen geest in vrijheid laten zweven, / En laat, al die het lust, bij vorst of prinsen leven'? Een vrijzinnige geest kunnen we Wilders niet toeschrijven, en met de monarchie schiet hij ook al niet al te best op. Dat moest dus wel fout gaan.

Goed, dat kabinet gaat dus vallen. Al zal Mark Rutte daar ongetwijfeld anders over denken. Met het vertrek van Brinkman uit de PVV verdween al de gedogende meerderheid in de Kamer. Maar volgens Rutte was er niks aan de hand, hij had zijn ziel immers ook al verkocht aan de duivel aan God (in den naam van Kees, Eldert en de SGP-jongeren). Waarschijnlijk zal Rutte dan ook geen bezwaren hebben zonder de PVV verder te gaan. Minderheidsregering is immers minderheidsregering. Onverstoorbaar, heet dat.

Als Rutte nu zijn ontslag zou indienen bij de Koningin, dan is dat het slechtste wat ons land op dit moment kan overkomen, althans volgens bepaalde deskundigen. Er moet immers acuut een plan op tafel komen om de crisis te bezweren. Dat plan moet uiterlijk 30 april naar Europa. Dat moet van Van Rompuy, die dus feitelijk de baas is over Nederland. Zonder regering kunnen er echter geen beslissingen worden genomen en verkiezingen zorgen voor nog meer kostbare tijdverspilling. Maar alles wordt toch al door Brussel bepaald, dus waarom zouden we überhaupt nog zoveel geld en moeite steken in nationale verkiezingen?

Overigens is de makkelijkste oplossing natuurlijk de Nederlandse miljardenbijdrage aan de steun aan Griekenland terugtrekken. Waarom zou je immers miljarden uittrekken om een ander land overeind te kunnen houden als je zonder die miljarden zo in de problemen komt dat je zélf hulpbehoevend wordt? Dan is het nettoresultaat voor 'Europa' alsnog nul en kun je dus beter je geld besteden aan het oplossen van je eigen problemen. Maar dat zal de Eurocraten wel een onwelgevallige gedachte zijn.

Als het kabinet-Rutte valt hebben we snel een overgangsregering nodig om de definitieve machtsoverdracht aan Van Rompuy vlot te laten verlopen. Het lijkt me verstandig dat die geleid wordt door iemand die precies weet wat Nederlanders allemaal denken en vinden, iemand die zich altijd in de 'wij'-vorm uitdrukt maar zichzelf daar niet toe rekent, iemand die bovendien niet gehinderd wordt door de behoefte de Nederlandse belangen te behartigen.

Ik merk dat deze criteria het kandidatenpotentieel onmiddellijk reduceren tot één persoon: wie anders dan Ramsey Nasr, de Döner des Vaderlands, is de ideale kandidaat? Hij heeft Wilders immers al een schoft en een fascist genoemd, daar kun je in Europa absoluut mee aankomen. 'Wij hebben helemaal geen buitenlanders nodig om ons land op te heffen: we doen het zelf', aldus Ramsey. Ramsey's verborgen agenda wordt steeds minder verborgen. Laten we het maar eens ronduit zeggen: de verdwijning van Nederland als soevereine staat. In Brussel wordt er hard aan gewerkt. Het eerste anti-Nederlandse kabinet Ramsey-I zal er met open armen worden ontvangen.

dinsdag 6 maart 2012

[Pims achtertuin 2002-2012]: Fortuyn, Wilders en de euro

Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord door Volkert van der Graaf. De media zullen de tiende verjaardag van Fortuyns dood ongetwijfeld niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Een huilende Harry Mens beet op 1 januari al het spits af. Op zoggel.blogspot.com de komende maanden een poging tot een serieuzere kijk op het fenomeen.

Op 1 december 2003 diende ik mijn profielwerkstuk Pim Fortuyn in. Het was de voorlopige afsluiting van een 24 maanden eerder begonnen fascinatie. Pim Fortuyn beheerste sinds 25 november 2001 het nieuws. Op die dag werd hij door Leefbaar Nederland tot lijsttrekker gekozen. Ik weet nog goed hoe de reactie van mijn pa luidde: dat is een goeie. Niet vanwege standpunten met betrekking tot asiel, immigratie, integratie - zeg maar: buitenlanders - die veel Nederlanders al snel tot Fortuyn zouden bekeren, maar omdat hij reeds enkele boeken van de man had gelezen, met name over de zorgsector, toen van Fortuyn de politicus nog lang geen sprake was.

Op 6 maart 2002 - mijn zestiende verjaardag - kreeg Fortuyn met Leefbaar Rotterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen maar liefst 35% van de stemmen. Het debat dat de VARA na middernacht uitzond werd legendarisch en heeft de historische betekenis van een politieke kentering verkregen. Een chagrijnige Ad Melkert en een hooghartige Hans Dijkstal vonden er hun politieke Waterloo. Het debat werd door 1,1 miljoen mensen bekeken, astronomische kijkcijfers voor een uitzending na middernacht. Dijkstals ‘ik hoop dat er nog een paar mensen kijken’ tekende zijn totale desoriëntatie. Vanavond is er een documentaire op tv over het debat: De dag dat Pim Fortuyn won.

Misschien is het niet geheel toevallig dat Geert Wilders gisteren het door erkende eurosceptici uitgevoerde onderzoek naar de terugkeer van de gulden presenteerde. Wilders wordt immers geregeld als de regelrechte nazaat van Fortuyn gezien, een status die Wilders zich zonder morren laat welgevallen. Die directe lijn is er echter nauwelijks, Wilders mist in alle opzichten de intellectuele kracht, de maatschappijbrede visie en het analyserend vermogen van Fortuyn.

In hun virulente afkeer van ‘Europa’ zouden Fortuyn en Wilders gelijkgestemden zijn, heet het. Misschien ideologisch, ja, maar de onderbouwing en de consequenties liggen mijlenver uiteen.

Al in 1997 waarschuwde Fortuyn in Zielloos Europa voor ingrijpende problemen rond de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) die de invoering van de euro voorbereidde. De ‘convergentiecriteria’ waaraan deelnemers of kandidaat-lidstaten moesten voldoen, zoals een begrotingstekort van maximaal 3% van het BNP, vormden weliswaar geen probleem in de toenmalige economische voorspoed, maar 'anders wordt het als het economische tij langdurig tegenzit. Gezien hun opgebouwde staatsschuld in het betrekkelijk recente verleden [...] zitten de meeste EMU-landen dan zo weer in de problemen' (p. 75) Het project had drie gebreken: de EMU ging van start 'zonder dat de economieën van de lidstaten in voldoende mate convergeren, [...] zonder breed draagvlak onder de bevolkingen van de EMU-landen, en zonder een volwaardige centrale staat.' De gevolgtrekking van Fortuyn: 'De kans dat dit project al bij aanvang ontspoort, of in later jaren, is dus niet gering.' (p. 75)

De gulden stond sterk en de mogelijke invoering van de euro werd buiten het politieke debat gehouden: 'In Nederland wordt gewoon geen enkele discussie van betekenis gevoerd, terwijl het land niet alleen een vitaal onderdeel van zijn soevereiniteit laat amenderen, maar bovendien zeer grote risico's loopt. De gulden is minstens zo hard als de mark en dat zal nog wel een tijdje zo blijven. Als de euro onder druk van bijvoorbeeld de economische situatie in Duitsland en Frankrijk gaat schuiven, verarmt het land [...] Pas als het misgaat, zijn de rapen gaar; dan schrikt eenieder wakker en zit Nederland in grote politieke en mentale problemen.' (p. 79) Het oplossen van de problemen is dan bijkans onmogelijk, want de nationale parlementen wordt de bevoegdheid ontnomen 'om vrij over de hun voorgelegde begroting te kunnen beslissen. Deze beslissingsruimte is vanaf dat moment ingeperkt door de convergentiecriteria en het stabiliteitspact van de EMU.’ (p. 80) Zondag benadrukte een iets te triomfantelijke Europese president Van Rompuy bij Buitenhof nog maar eens dat Nederland zich aan de gemaakte afspraken over het begrotingstekort MOET houden.

Fortuyn noemt de euro een ‘buitengewoon riskant project’ met ‘allerhande mogelijkheden van mislukking’ in zich. Er kunnen spanningen ontstaan door onder meer uiteenlopende ‘economische prestaties’, door ‘verschil in begrotingsdiscipline’ (!) en door ‘verschillen in cultuur, mentaliteit, geschiedenis’. Hierdoor is het uiteenvallen van de EMU ‘niet denkbeeldig’. (p. 81) Er kunnen ook spanningen ontstaan wanneer landen die buiten de eurozone blijven het economisch beter blijken te doen. Dat is nu dus het geval met Zwitserland en Zweden, en Wilders is degene die de spanningen benoemt en dankbaar aanjakkert. Hierdoor zal ‘de ontbindende kracht van de EMU toenemen,’ voegde Fortuyn er terecht aan toe.

Maar Wilders is dus geen Fortuyn, zei ik al. Wilders concludeert nu dat de gulden terug moet. Fortuyn zag daarentegen wel in dat de euro er moest komen. Hij sprak zich alleen uit tegen het overhaaste, ondemocratische proces van de eurocraten: ‘Men had de convergentie tussen de economieën van de lidstaten van onderaf aan langzaam kunnen laten groeien en deze groei vanuit het forum van de EU kunnen begeleiden en stimuleren.’ Dit laatste is natuurlijk wel enigszins gebeurd, maar invoering van de euro ergens halverwege het proces, zonder fatsoenlijk functionerende politieke unie, was een kardinale vergissing: ‘Logisch sluitstuk had dan kunnen zijn de totstandkoming van een gezamenlijke munt. Dat zou dan in de volgende eeuw zijn gebeurd op een moment dat het fysieke geld vrijwel is vervangen door digitaal geld. Voor het gevoel van de mensen zou het dan niet meer zijn geweest dan een administratieve procedure, gedragen door werkelijke eenheid van staten en hun economieën.’ (p. 82) Die voorspelde verdwijning van het materiële geld ten faveure van elektronische pecunia wordt inmiddels niet meer ver weg geacht. Ergens tussen 2015 en 2017 zal het definitief zo ver zijn.

Conclusie: Fortuyn voorzag de huidige eurocatastrofe vijftien jaar op voorhand, de euro is vijftien jaar te vroeg ingevoerd? Volgens Mark Rutte echter zou Nederland er nu met de gulden juist veel slechter hebben voorgestaan. Maar dat is geredeneerd vanuit de gedachte dat de andere 'sterke' landen wél de euro zouden hebben - en daarmee net zo'n zinloze, nietszeggende bewering als Wilders' wens, die immers ook uitgaat van een soloactie van Nederland.

In Zielloos Europa pleitte Fortuyn volgens mij niet tegen de euro an sich, hij pleitte voor een generaal geduld.

donderdag 19 januari 2012

5 zogenaamde redenen om niet op de PVV te stemmen die helemaal geen redenen om niet op de PVV te stemmen zijn

Er zijn tal van redenen te bedenken om bij verkiezingen niet op de PVV te stemmen. (Er zijn ook genoeg redenen te verzinnen om wél een stem op Wilders uit te brengen, maar dat nu even terzijde.) Toch hoor je die redenen vrijwel nooit. Wat je hoort zijn immers altijd grofweg dezelfde vijf redenen om steun of sympathie voor de PVV als achterlijk/verwerpelijk/gevaarlijk weg te zetten. Ik meen dat alle vijf onhoudbaar zijn.

Ik zal niet steeds naar specifieke personen of instanties die (een van) de argumenten gebruiken verwijzen, ik gebruik in de koptitels de stijl van de semi-objectieve constatering die Karel van het Reve in zijn gedaante van Henk Broekhuis zo virtuoos toepast in Uren met Henk Broekhuis (1978), waarin 'gemeenplaatsen van onze tijd' worden behandeld.
Daar gaan we.

1) Na de affaires met Eric Lucassen, Marcial Hernandez, Daniël van der Stoep en Cor Bosman kun je onmogelijk nog op de PVV stemmen.
Een bijkomstigheid van ons politiek bestel en onze politieke cultuur is dat elke stem op een persoon feitelijk een stem op de partij betekent. En laten we wel wezen: bij elke stem op een persoon en dus een partij, krijgt men er gratis enkele debielen bij. Zo zou ik graag op Tofik Dibi stemmen. Maar dan stem ik op GroenLinks en krijg ik er die doodenge Liesbeth 'basaltblok' van Tongeren bij. Ik zou ook graag eens op Ahmed Marcouch stemmen. Maar een stem op de PvdA is ook een keuze voor Job 'kunt u ons de weg zonodig stamelen?' Cohen. Emile Roemer? Prima kerel, maar hij speelt voor hetzelfde team als Harry Hamas.
Een stem uitbrengen is als de aankoop van een complex product: geen enkel merk voldoet volledig aan je eisen, elke optie heeft specifieke voor- en nadelen, het gaat erom welke je de doorslag laat geven. Met de PVV zal het niet anders zijn. Agema, Wim Kortenoeven, Wilders... prima keuze, maar je neemt de idioten dan noodgedwongen voor lief. Bovendien: die sjembek Bosman - zelfs z'n snor trekt zich zo ver mogelijk terug van de mond waaruit al die bagger komt -, die zat niet eens in Den Haag.

2) Menige columnist is van mening dat bewezen is dat de PVV bestaat uit racisten sinds de Europese fractie verstek gaf bij de uitreiking van de Sacharovprijs.
Vooral jonge en middelbare romanciers en dichters die bijbeunen als columnist in forenzenkrantjes en jongerenedities van hoogbejaarde, in Vlaamse handen gevallen kwaliteitskranten zijn hiervan overtuigd. Op 14 december jongstleden werd in Brussel de Sacharovprijs, de vrijheidsprijs van het Europees Parlement, uitgereikt aan 'de' Arabische Lente. De europarlementariërs van de PVV boycotten de ceremonie en namen de vrijheid om een middagje vrijaf te nemen en een kopje koffie (cafeïnevrij) te gaan drinken. Die Arabische Lente is immers niets meer dan een ordinaire burgeroorlog, zo riep hopman Madlener. Bewijs! het zijn racisten!
Om minstens twee redenen is dit onzin. Ten eerste wordt hier - zoals zo vaak - het begrip 'racisme' oneigenlijk gebruikt. Is Arabier een ras? Nee toch zeker. Het is eerder een uiting van islamofobie, de zoveelste. Immers: iedere getinte persoon met voldoende afkeer van de islam zal welkom zijn in de partij.
Ten tweede, een citaat: 'De onlusten die maart vorig jaar onder de noemer "Arabische Lente" begonnen, hebben inmiddels het stadium van burgeroorlog bereikt.' Dixit embedded oorlogsjournalist Arnold Karskens (De Pers, 16 jan.). Als die het al zegt. Met z'n tulband.

3) Dit is ook een heel bekende: de PVV is een fascistische partij.
Het is nu zelfs onomstotelijk wetenschappelijk aangetoond. Door de Universiteit van Tilburg de Tilburg University, nietwaar? En anders kijken we even in het woordenboek en weten we het ook, volgens een Nederlandse acteur die er nog wat poëzie naast doet.
Arme Henkie Bovekerk, hij denkt met zijn scriptie een geniaal werkstuk te hebben afgeleverd, maar hij bleek slechts het vehikel te zijn waarmee zijn begeleiders hun persoonlijke frustraties een wetenschappelijk laagje hebben willen geven. Schande.
Het meest stuitende is eigenlijk nog het cijfer: een tien! Wat ben je nou voor een docent als je een student een tien geeft voor een open opdracht? Het is voor de heren prof Jan Blommaert en doc Jan Jaap de Ruiter maar te hopen dat ze hun hele verdere leven geen beter stukje huiswerk meer in hun postvakje of mailbox vinden, want dan kunnen ze geen kant op.
De PVV fascistisch noemen is een onderschatting van het fascisme en een overschatting van de PVV. Maar het werkelijk gevaarlijke van deze drogreden is dat discussie over de werkelijke problematiek die de PVV aanroert er geniepig mee ontweken wordt.

4) Wat je ook vaak hoort is dat de PVV een anti- of ondemocratische partij zou zijn, omdat je er geen lid van kunt worden.
Dit is gelul, niet omdat het niet waar is, want het is in zekere zin wel waar, maar omdat het zou veronderstellen dat het bij de andere partijen anders geregeld is. Wat natuurlijk onzin is. Alsof partijen mét een ledenstelsel wel zo democratisch zijn. Alsof daar niet alles in achterkamertjes bekonkeld wordt, alsof daar wel de 'gewone' leden het voor het zeggen hebben. Alsof dat sponsjes uitdelende voetvolk van de SP géén sekte-achtige indruk maakt. Wat zei Van Muiswinkel ook alweer? O ja, 'als het CDA-congres het feest van de democratie was, dan was Auschwitz het feest van het openbaar vervoer'. Ik bedoel maar.
Een fundamenteler bezwaar: lid worden van een partij impliceert trouw zweren, je binden aan de partij. Elke verkiezing weer op die partij stemmen, consequent en volhardend. Terwijl het feit dat je als burger ongebonden bent en elke verkiezing weer, naar voortschrijdend inzicht of anticiperend op de actuele stand van zaken, op een andere partij kunt stemmen me nu juist veel meer in de geest van de democratie dunkt. Je zou immers maar lid zijn geworden van de PvdA onder Wouter Bos, dan had die lidmaatschapskaart je nu verplicht ook Job Cohen te volgen. Ik bedoel maar.

5) De PVV sluit mensen/groepen uit!
Klopt, helemaal mee eens. Maar... dat doet elke partij. De PVV doet het met moslims, bepaalde moslims dan nog. De SP sluit grootverdieners, vermogenden en de adel uit. Het CDA sluit natuurorganisaties, drugsgebruikers en een 18-jarige Angolees uit. De Partij voor de Dieren sluit vleeseters, jagers en boeren uit. De VVD sluit psychiatrisch zieken, kunstenaars en bejaarden uit. De SGP sluit katholieken, zondagsporters en ongelovigen uit. D66 sluit eurosceptici, conservatieven en vaderlandslievenden uit. Enzovoort.
En nagenoeg allemaal sluiten ze de PVV uit - al dan niet in of uit principe - ...
De implicatie is natuurlijk dat het bij de PVV allemaal een graadje erger en een niveautje enger is qua uitsluiten: ze willen het de moslims onmogelijk maken deel te nemen aan de samenleving. Dat uitsluiten betekent dan niet meer buitensluiten, of pesten voor mijn part, maar buiten de deur houden, over de grens jagen. Zelfs deporteren wordt niet.. euh... uitgesloten.
Ja, en morgen hebben ze 76 zetels en gaan de treinen rijden.
Ziet u het werkelijk voor u? Dan zou ik toch maar eens psychiatrische hulp gaan zoeken. Tenzij u VVD hebt gestemd, dan hebt u uzelf uitgesloten.

Genoeg.
Al deze drogredenen maken de PVV alleen maar groter, onaantastbaarder, mythischer. De enig juiste reden om niet op de PVV te stemmen is dezelfde reden waarom je niet op een willekeurig andere partij zou stemmen: omdat het uiteindelijk toch weer een incapabele, tekortschietende partij is die niet de mensen, de ideeën, de oplossingen biedt voor gerezen problemen, die niet je belangen behartigt, die Nederland er netto niet beter op maakt. Niet minder, maar zeker ook niet meer.
Ik zei al dat er ook genoeg redenen zijn om wél op de PVV te stemmen. De belangrijkste is de eeuwige wederkeer van de hierboven opgesomde kletspraat, als stok om de gedoogpoedel mee te slaan.
Schei er toch mee uit, het werkt de PVV alleen maar in de hand, het werkt alleen maar averechts!