Posts tonen met het label Oekraïne/Poetin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Oekraïne/Poetin. Alle posts tonen

donderdag 29 december 2016

Poubelle en de Brusselse nomenklatoera

Toen in augustus de longlist voor de ECI Literatuurprijs bekend werd gemaakt, reageerde menigeen verbaasd dat Poubelle van Pieter Waterdrinker er niet op stond. Eindelijk was er weer eens een Grote Roman verschenen, die bovendien zeer gunstige kritieken had gekregen, en nu stond het boek niet eens op de groslijst. Het argument dat zoiets een altijd subjectieve keuze van een jury betreft ging niet op, want dat is pas het geval bij de shortlist - een longlist is veeleer een overzicht van wat er het voorbije jaar aan belangwekkends is verschenen.
   Jeroen Vullings (VN) schreef zelfs dat de jury zich hiermee diskwalificeerde. Als boekbespreker voor de Nieuwsshow heeft hij de roman nu in elk geval wel kunnen voordragen voor de verkiezing van het beste boek van 2016, en hij doet dat met een vibrerende formulering: 'Af en toe gebeurt het: iemand waagt zich aan de grote roman over onze tijd. In de handen van de meer-meer-meer-schrijver Pieter Waterdrinker, met zijn sanguinisch Russisch gemoed, zijn hermansiaans wereldbeeld en zijn breugheliaanse pen leidt dat tot een onweerstaanbaar pandemonium, waarin bevallige inslechte vrouwen en principeloze profiteurs hun hitsige reidans volvoeren in het Wilde Oosten.'
   In Poubelle wordt met romaneske middelen het falen van de EU-politiek en bij uitbreiding het failliet van de huidige elite genadeloos blootgelegd. Hoofdpersoon van dit vuistdikke epos (544 blz.) is Wessel Stols, Europarlementariër namens de sociaaldemocraten en daarnaast gevierd columnist van een gerespecteerd dagblad. Hij reist af naar Oekraïne wanneer daar de opstand uitbreekt, speecht op het Maidan-plein en raakt zo betrokken bij de oorlog in het oosten van het land.
   De decadentie van het Europees Parlement wordt haarfijn beschreven. Als Wessel in Brussel aankomt wordt hij daar 'door één van de auto's met chauffeur, waarvan de Europese instellingen er een hele vloot op nahielden om de afgevaardigden als vorsten te behandelen, opgewacht'. De gang van zaken in de Brusselse paleizen wordt in een serie sprekende voorbeelden getoond. 'Meteen was Wessel Stols weer volledig opgenomen in de Europese bijenkorf, waarvan de honingraten ononderbroken dropen van de honing die op bijna Bijbelse wijze, als bij de wonderbaarlijke vermenigvuldiging, voortdurend opnieuw werd aangevuld. Hij tekende de presentielijst voor zijn dagvergoeding van driehonderd euro, nam de lift, marcheerde door de gangen. In een zaaltje met naargeestig tl-licht woonde hij een matig bezochte commissievergadering Financiën bij die al na tien minuten door de Duitse voorzitter werd afgebroken en verplaatst naar volgende week.'
   Wessel wéét dat hij acteur is in een beschamende vertoning, dat hij deel uitmaakt 'van een moloch die er vooral was om zichzelf in stand te houden'. Hij schetst het financiële walhalla, met de talloze vergoedingen, declaraties en allerhande potjes waaruit onbekommerd gesnoept wordt. 'Van alleen al wat hij aan kilometervergoeding kreeg moesten doorsnee gezinnen in Alkmaar, Bologna of Boedapest een maand zien rond te komen.' Hij noemt de EU dan ook 'dit geldverslindende circus, waar je als parlementariër bij plenaire zittingen hooguit twee minuten mocht spreken je vooral moest stemmen - stemmen in naam van het volk dat je amper vertegenwoordigde, wat het democratisch gehalte tot een farce maakte en waarvoor je nog eens vorstelijk werd betaald ook'. De parlementariërs menen echter dat ze er recht op hebben. 'Recht op het geld, de luxereizen, de diners, de verkwisting, de privileges.'
   Waterdrinker gebruikt vaak religieus getinte beeldspraak om te laten zien dat dat Europese project tot een van de werkelijkheid losgezongen ideologie is verworden, voortgestuwd door geloofsfanaten: 'Het bijna religieuze doel van een groot en verenigd Europa, waarvan zij de hogepriesters waren, heiligde de middelen.' 'Niemand had hem gemist; nooit werd je hier gemist. De helft van de fractie was sowieso voortdurend op pad. Als discipelen de geloofsbelijdenis voor verdere harmonisering van de glastuinbouw, een lager suikergehalte in chocolade, veiligere paperclips en voor überhaupt meer politieke invloed van Brussel, tot in de verste uithoeken van de unie uitdragend.'
   Maar het is niet alleen blinde geloofsovertuiging, het is ook een decadente omgeving waar zelfverrijking en zedenbederf de klok slaan: 'Of ze verbleven in hun buitenhuis, met hun gezin, alleen, dan wel met een minnaar of maîtresse. Bij voorkeur ergens in het diepe zuiden van Europa [...]. Alleen al daarom wilde het gros van de parlementsleden de zuidelijke landen met alle geweld bij de Europese Muntunie houden: vanwege hun buitenhuizen in een streek waar met euro's kon worden betaald.' De decadentie wordt ook in ogenschijnlijk onbeduidende details uitgeserveerd: 'Vanuit een ooghoek zag Wessel Stols hoe een mede-Europarlementariër, een Tsjech met een buik als een biervat, zich met een witblond fotomodel zedig nestelde in een hoek van de zaak.'
   Behalve als een religie wordt het Europese project ook vergeleken met het communisme, die vorige postreligieuze religie. 'Wat was de Europese Commissie anders dan een kapitalistische verschijningsvorm van het aloude Politburo, waarin een kleine technocratische elite de dienst uitmaakte? Zoals de nomenklatoera destijds amper nog in het communisme geloofde, maar tot op het laatst met hun families bleef profiteren van de privileges, zo werd de ritedans rondom het gouden kalf van de euro in Brussel en in Straatsburg iedere dag opnieuw uitgevoerd. Wie dwars lag, wie de geloofsbelijdenis in twijfel trok, wie het spel wilde verstoren, belandde op de zwarte lijst en werd behandeld als dissident.'
   Wanneer Oekraïne zich terugtrekt uit het Oostelijk Partnerschap en er protesten uitbreken, wordt Wessel namens de partij naar Kiev gestuurd. Op het Maidan-plein spreekt hij de betogers toe, zoals in werkelijkheid figuren als Verhofstadt, Van Baalen en Jacques Monasch dat deden. De verschrikkelijke gevolgen van die onverkwikkelijke daad kennen we maar al te goed: de annexatie van de Krim, een bloedige burgeroorlog en de ramp met de MH17.
   Na die laatste gebeurtenis is Wessel ten einde raad, wordt hij verteerd door schuldgevoel. 'Stel dat hij zich nooit voor het karretje van zijn fractie in Brussel had laten spannen, stel dat hij nooit op dat afschuwelijke koude plein in Kiev had gestaan, om de massa op te zwepen, op te zadelen met louter valse beloftes, door uitsluitend de rechten van de ene partij te verdedigen, die van de andere daarmee automatisch schofferend, was dan die opstand überhaupt wel ontaard in een bloedbad?'
   Hij denkt terug aan meneer Braunkoffer, zijn leraar Duits op het gymnasium in Haarlem. Deze Auschwitz-overlevende had zijn leerlingen ingewreven dat iedereen die in de oorlog niets had gedaan of zich alleen maar aan de kleine collaboratie - als machinist of als wisselbediener of zelfs als restauratiejuffrouw op de stations waar de treinen passeerden - hadden overgegeven, medeschuldig was aan de massamoord. 'Een ketting bestaat uit schakels, en altijd is iedere schakel van belang, iedere schakel' - die woorden van Braunkoffer achtervolgen hem nu.
   'Iedere schakel was belangrijk. Zonder schakels was er geen ketting. Was hij door zijn optreden, door zijn handelen dat louter ingegeven was door egoïstische motieven, waarbij hij geen moment had gedacht aan het lot van de arme Oekraïense boer, maar zuiver aan zijn eigen lot, aan zijn eigen positie binnen Brussel [...] niet mede schuldig aan het ontketenen van de oorlog in het oosten van Oekraïne? En daarmee uiteindelijk ook aan die gruwelijke vliegramp? Al was het maar voor een fractie, een stofkorrel, een nanostofkorrel van deze absurde werkelijkheid?'
   Het neerhalen van de MH17 was ongetwijfeld geen opzet geweest, maar 'het was een ongeluk geweest in een keten van gebeurtenissen, begonnen op het plein in Kiev, de stad waar hij zich had laten fêteren'. In de krant leest hij hoe zijn opvolger als columnist de premier prijst, die had beloofd dat de onderste steen boven zou komen, ook wat betreft de vraag waarom de ambassademedewerkers in Kiev niet hadden gewaarschuwd dat het veel te gevaarlijk was voor dat vliegtuig om daar te vliegen.
   Maar Wessel weet het antwoord: 'omdat ze louter bezig waren met hun carrière, met hun volgende post waar ze hopelijk wel een zwembad hadden. Omdat ze zelfs nu, nu Nederlanders, hun landgenoten, leden van het volk dat hen op goudgerande vliegende tapijten had uitgezonden, in stukken vlees, botten bloed uiteengereten tussen het koren en de zonnebloemen lagen, niet meteen naar het rampgebied afreisden, omdat het procedureel niet mocht, omdat het te gevaarlijk was.'
   Hij ziet de premier, de 'weglachpremier', op tv 'in diepe rouw namens de BV Nederland'. 'Was hij, Wessel Stols, dan de enige in dit land die zich mede schuldig voelde? Die besefte dat hij als paladijn van Europa misschien onvoorzichtig was geweest, roekeloos, de onvoorzichtige roekeloze arrogantie die Brussel zich decennialang vanuit de bladgouden torens had gemeend te kunnen permitteren?' Wessel bezwijkt onder zijn schuldgevoel - er zijn overigens meer spoken uit zijn verleden die hem belagen - en hij maakt een eind aan zijn leven.
   In een interview noemde de auteur de 'schakel'-redenering een gedachte-experiment, en dat is precies wat fictie vermag. In werkelijkheid gaan de betrokkenen immers allesbehalve gebukt onder schuldgevoel. De weglachpremier marchandeert op schandelijke wijze met de uitslag van het Oekraïne-referendum en de oorlogshitsers van de Maidan zitten nog op hun post, het Brusselse evangelie nog fanatieker predikend. Met Poubelle schreef Pieter Waterdrinker zonder twijfel de imposantste roman van 2016. 

donderdag 13 oktober 2016

Nederland na Trump of Clinton

Voor het tweede debat tussen de Amerikaanse presidentskandidaten ben ik niet opgebleven. De wekker ging om zes uur, anderhalf uur slaap na anderhalf uur satire die bittere ernst is leek me te gortig.
  's Ochtends las ik dezelfde onzin als de vorige keer. CNN wist weer te melden dat Clinton volgens de polls had gewonnen. Het was een peiling onder het kijkersbestand van CNN, dat voor het overgrote merendeel uit Democraten bestaat en dus was het geen geloofwaardige poll.
  Volgens het liveblog van de Volkskrant werd het ijzige debat 'toch met een positieve noot afgesloten'. Op de vraag of ze ook een positief punt van elkaar konden noemen antwoordde Clinton dat ze Trumps kinderen bewonderde. Dat is helemaal geen positieve opmerking, zoals ook Max Pam vandaag opmerkte: 'Als je goed luisterde naar wat Hillary eigenlijk zei, hoorde je volgens mij dit: "Jullie vader is een ongelooflijke lul, maar ik respecteer jullie omdat jullie zo stom zijn om die lul van een vader zo toegewijd te volgen".'
  Uiteraard ging het ook volop over 'pussygate'. De enorme verontwaardiging van de laatste dagen frappeerde me nogal. Eerlijk gezegd zou ik geschokter zijn geweest als er plotseling een geheime opname zou zijn opgedoken waarop Trump een hecht doortimmerde en goed onderbouwde visie op, ik noem maar iets, het gezondheidszorgstelsel ontvouwt. Dat verwachten we immers niet van hem, we verwachten juist domme, holle, botte frasen. Uitspraken over pussygrabbing beantwoorden perfect aan dat verwachtingspatroon.
  Enkele prominente Republikeinen trokken hun steun aan Trump in naar aanleiding van de teksten. Dus niet zijn politieke onervarenheid is het probleem, niet zijn ideeën of het gebrek daaraan, niet zijn soms misselijkmakende gedrag, niet zijn algehele incompetentie en ongeschiktheid, nee, dat was allemaal geen reden om Trump af te wijzen, maar wat machogebral uit 2005 opeens wel.
  Snappen ze bovendien niet dat hun verwerping van Trump juist koren op de molen is van diens electoraat? Hij is de anti-establishmentkandidaat, kiezers steunen hem juist uit afkeer van de incrowd waartoe ook die prominenten behoren.
  Hypocrisie is sowieso een enorme ergernis. Al die Hollywood-'sterren' die de staf breken over Trumps uitspraken over vrouwen. Hollywood of all places, het domein van 12 echtgenotes en 13 minnaressen. En dan zo'n Jerry Springer, die heel moreel verheven zit te twitteren: 'Hillary Clinton belongs in the White House. Donald Trump belongs on my show.' Hij is verdomme met zijn tokkietelevisie medeverantwoordelijk voor deze schertsvertoning. Daar was altijd de vraag of je naar acteurs zat te kijken of naar echte mensen - ik geloof dat er zelfs een rechtszaak aan is gewijd. Er is een hele generatie Amerikanen opgegroeid die geen onderscheid weet te maken tussen verzinsel en werkelijkheid. Trump is hun logische kandidaat.
  De ellende is natuurlijk dat Clinton het andere uiterste van het spectrum vertegenwoordigt: niet de totale politieke nitwit maar iemand die juist veel te goed thuis is in het schimmige politieke wereldje van machinaties, nepotisme en cliëntelisme - zie haar connecties met die doodenge George Soros.
  Interessant voor ons Europeanen was wat beide kandidaten met Syrië voorhadden. Clinton pleitte voor 'more leverage against the Russians', voor de inzet van Amerikaanse commando's, terwijl Trump juist Rusland wil steunen tegen IS en zich verder niet wil mengen in het interne conflict. Hij wil graag beste maatjes zijn met Poetin en zal niet meewerken aan een onderzoek naar Russische oorlogsmisdaden in Syrië.
  Je kunt je afvragen of Trump hiermee, zijn totaal verkeerde motieven ten spijt, de wereldvrede niet van de weeromstuit een dienst bewijst. De Russen dreigen nu de hele tijd met een nucleaire oorlog indien Amerika zich militair in het conflict zou storten. Trumps isolationisme kan dan de-escalerend werken.
  Aan de andere kant is Poetin natuurlijk de onberekenbaarheid zelve. Misschien grijpt hij het momentum juist aan om zijn invloedssfeer nog verder te vergroten, in de wetenschap dat hij van de VS geen tegenstand hoeft te verwachten en Europa zonder de VS weerloos is. Zo liet Trump al weten NAVO-bondgenoten zoals de Baltische staten niet onvoorwaardelijk te steunen bij een Russische inval. Overigens zijn ook de oliedomme provocaties van NAVO-zijde aan de oostgrens hier niet bepaald handig - dat mogen we niet veronachtzamen.
  Rusland roert zich inmiddels volop. Het verstevigt zijn greep op Syrië, opent een luchtmachtbasis in Egypte, onderhandelt over heropening van bases in Cuba en Vietnam en stationeert nu zelfs raketinstallaties voor kernkoppen in Kaliningrad met een bereik van 700 km - dat is al tot aan Berlijn. Bovendien is Poetin dikke maatjes geworden met islamofascist Erdogan. 
  De Amerikaanse presidentsverkiezingen gaan dus ook over de toekomst van Europa, waarbij beide kandidaten een gevaar vormen voor de vrede op het continent. Er zijn dan twee uitwegen mogelijk: 'Finlandisering', dat wil zeggen een verregaande meegaandheid met Rusland, of het sluiten van nieuwe allianties buiten de VS om, bijvoorbeeld met China. Er is ook een derde, nog veel onzekerder mogelijkheid: als volledig soevereine natiestaat buiten alle allianties en antagonismen blijven: een nexit
  Deze kwestie, die keuze, het zou dringend een kernthema moeten worden in de aanloop naar de komende parlementsverkiezingen in Nederland.

woensdag 13 april 2016

Als dat geen democratie is

Een van de grootste ergernissen in de discussies omtrent het referendum was de door de media stug volgehouden onzin, gretig uitgebuit door het ja-kamp, dat de initiatiefnemers hadden verklaard dat Oekraïne ze niets kon schelen. Of het kwade trouw was of gewoon die aloude combinatie van stompzinnigheid en luiheid weet ik niet, maar kwalijk en perverterend was het zeker.
   Simplificaties, aannames en regelrechte leugens tierden sowieso welig, in beide kampen, in de aanloop naar 6 april. Het verdrag zou tot een gigantische instroom van Oekraïners leiden (nee-kamp), dit verdrag zou een verdrag zijn zoals de EU ze met tal van landen heeft (ja-kamp), het verdrag zou de opmaat zijn tot een EU-lidmaatschap van Oekraïne (nee-kamp), het verdrag zou géén opmaat zijn tot een EU-lidmaatschap van Oekraïne (ja-kamp).
   Dat laatste twistpunt toonde aan dat er ook nog zoiets is als het onderscheid tussen de letterlijke tekst van een verdrag en de dynamiek waarvan dat verdrag zowel onderdeel als katalysator is. Uiteraard wordt er in het verdrag zelf niets gezegd, laat staan beloofd, over toetreding tot de EU, maar het is ook naïef en zelfs wat vals om te negeren dat dit wel de wens is van de huidige Oekraïense machthebbers en niet in de laatste plaats ook van vele EU-coryfeeën, en dat zo'n verdrag alvast een goede stap in de richting is.
   Ik schreef eerder al dat ik en velen met mij door het referendum nu honderd keer meer te weten zijn gekomen van het akkoord en de (geo)politieke dynamiek eromheen dan zonder het referendum het geval zou zijn geweest. Dat betekent overigens niet dat ik hierdoor eenvoudiger tot een voor- of tegenstem kon besluiten, integendeel. Immers, hoe meer men zich verdiept in een bepaalde zaak, hoe meer men gaat inzien dat de waarheid nooit ondubbelzinnig is, de werkelijkheid nooit eenduidig.
   Het zijn in deze wereld altijd de mensen die het onwankelbaarst van hun gelijk zijn overtuigd die voor de problemen zorgen.
   Ik behoorde bij nader inzien tot wat René Cuperus licht schertsend 'het "ja, mits" en "nee, tenzij"-kamp' noemde. Wierd Duk, uit dezelfde school van onafhankelijke denkers, koos pragmatisch: hij stemde voor, ondanks dat hij het hele verdrag een gedrocht vindt. Maar Oekraïne is nu eenmaal een soevereine natie en heeft deze keuze gemaakt.
   Thierry Baudet gaf donderdagavond in Pauw aan dat er ook een groter verhaal achter de concrete aanleiding een rol speelt. Hij bepleitte meer directe democratie als broodnodige vernieuwing van onze uit de negentiende eeuw stammende representatieve democratie. Tegenwoordig is iedereen geletterd, meer dan de helft van de bevolking is hoogopgeleid, burgers informeren zich via internet en kunnen en willen zich ook veel directer engageren met de politiek. Dat schreeuwt om een modernisering van het democratisch bestel.
   De zondag erna leverde Arend-Jan Boekestijn bij Buitenhof ongewild het bewijs dat Baudet gelijk heeft. De VVD'er etaleerde een bijna laatnegentiende-eeuws dedain voor de burger, een minachting voor het volk die lachwekkend zou zijn als het allemaal niet zo pijnlijk achterhaald was.
   'Het monster van het populisme' had gewonnen, oreerde Boekestijn. 27 landen hadden het verdrag al goedgekeurd en nu kwam Nederland met zijn referendum een stok tussen de spaken steken. Hij vergat voor het gemak dat in geen van die andere 27 landen een plebisciet heeft plaatsgevonden zoals in Nederland. Ik moet nog zien of ons land nog steeds de uitzondering is wanneer dat wel zou gebeuren.
   Boekestijn schreef eerder met Rob de Wijk een smalend opiniestuk waarin hij het referendum reduceerde tot een 'rancunereferendum'. De ironie is dat die rancune zich uiteindelijk misschien wel sterker bij de voorstemmers manifesteerde. Hoevelen hebben niet voor het verdrag gestemd omdat ze een hekel hebben aan GeenStijl, of omdat ze Jan Roos een flapdrol vinden of Thierry Baudet eng?
   De realiteit is dat de traditionele politieke kaste nog altijd geen serieus antwoord heeft op de veranderde maatschappelijke verhoudingen, de mondigheid van de nieuwe middenklasse en het succes van het populistisch discours, en nog altijd in een panische kramp schiet wanneer die drie elementen samenkomen. Democratie en inspraak zijn belangrijk, totdat de uitkomst onwenselijk is, dan zijn ze opeens onverantwoord en 'pre-fascistisch'.
   De politicoloog Willem van Ewijk schreef in de Volkskrant een enthousiasmerend artikel over de impuls die het referendum juist aan het publieke debat heeft gegeven. In de huidige politiek heeft het voortdurende debat, een noodzakelijk ingrediënt van een gezonde democratie, een ondergeschikte rol gekregen: 'In een democratie geldt: eerst debat, dan pas compromis. Nu lijkt het compromis al te worden gesloten voordat er überhaupt verkiezingen of brede debatten zijn gehouden.'
   De initiatiefnemers van het referendum, zelf al een mooie mix van academici, een maatschappelijke denktank en tegendraadse opiniemakers, gingen en gaan onvermoede maar interessante verbonden aan met onconventionele politici en betrokken burgers: 'Het doet denken aan de democratische experimenten met politieke clubs en volksvergaderingen die in de 19de eeuw voor grote veranderingen zorgden.' Zelfs de weg naar het compromis hebben ze al gevonden: 'Rechtse wetenschappers en activistische socialisten slaan aan het polderen, ook dat weten burgers inmiddels zelf te organiseren. Als dat geen democratie is.'
   'Er is niet minder, maar beter populisme nodig,' schreef David van Reybrouck ooit in zijn pamflet Pleidooi voor populisme (2008). Daarin was de vraag leidend of het populisme alleen levensgevaarlijk is of misschien ook vruchtbaar kan zijn voor de democratie. Dat het dat ook kan zijn heeft dit referendum toch wel aangetoond. Er zijn de vervelende kinderziektes en een enkele lelijke misvorming (opkomstdrempel!), maar om dan, zoals Boekestijn, boven de wieg te gaan hangen en van een 'monster' te spreken is een affront en een anachronisme.

woensdag 9 maart 2016

Referendum, Oekraïne, Poetin

Trouw meldde vandaag dat meer dan een kwart van de Nederlanders nog niet weet dat ze op 6 april naar de stembus mogen. Opmerkelijk, want er gaat al maanden geen dag voorbij of het referendum komt wel ergens aan de orde.
   Wie, zoals ik, zeer geporteerd is voor het referendum maar nog niet weet of hij bij die gelegenheid voor of tegen het associatieverdrag moet gaan stemmen, zijn het gouden tijden. Beide kampen worden gedwongen hun visie op de zaak voor het voetlicht te brengen en te beargumenteren. Het referendum zorgt ervoor dat ik nu al honderd keer meer weet over het verdrag en de voor- en nadelen, de kansen en de gevaren, dan anders het geval zou zijn geweest.
   Zo is mij nu wel afdoende duidelijk geworden dat het associatieakkoord zeker niet alleen maar een handelsverdrag is, zoals Rutte beweert. Het handelsgedeelte van het verdrag valt onder de bevoegdheid van de Europese Commissie en is al per 1 januari in werking getreden. De lidstaten, en via het referendum nu dus ook in directere zin de burgers van een van de lidstaten, gaan over de politieke en militaire paragrafen van het verdrag.
   Blijft de vraag wat in geopolitiek opzicht de slimste keuze is. Eerder zei ik al dat zowel voor- als tegenstanders hun keuze verdedigen met het argument dat de verhoudingen met Rusland niet nog verder op scherp mogen worden gezet. Die onduidelijkheid blijft, hoewel ik moet zeggen dat de voorstanders hier in de meerderheid lijken. Een tegenstem zou Poetin in de kaart spelen - wat dat dan ook moge betekenen.
   Aan de andere kant: Poetin is mordicus tegen nauwere samenwerking tussen de EU en Oekraïne, dus juist een ja-stem, juist die associatie tussen 'Brussel' en 'Kiev' zou dan een reactie vanuit Moskou kunnen ontlokken om Oekraïne in de Russische invloedssfeer te houden - zoals eerder het onverkwikkelijke optreden van Verhofstadt c.s. op het Maidanplein al tot de annexatie van de Krim leidde.
   De discussie tussen Rob Riemen (voor) en Thierry Baudet (tegen) zondag bij Buitenhof was niet zozeer informatief als wel buitengewoon amusant. Twee uitgesproken karakters, niet van arrogantie gespeend, die elkaar op belezenheid trachtten af te troeven - met belezenheid in het werk van de ander als speerpunt. Riemen verloor de discussie en verlaagde zich toen maar tot ad hominems: óf Baudet was zich van zijn drogredeneringen bewust en dan was hij een charlatan, óf hij was zich er niet van bewust en dan was hij een onbenul. 
   Baudet op zijn beurt bleef bewonderenswaardig kalm. Hij had Riemen met gelijke munt terug kunnen betalen toen die aanhoudend onjuistheden bleef debiteren over de boeken van Baudet: óf hij heeft ze niet gelezen en dan is hij lui, óf hij heeft ze wel gelezen maar er niks van begrepen en dan is hij dom - een charlatan respectievelijk een onbenul zullen we maar zeggen.
   Riemen verweet Baudet ook dat hij beter meende te weten wat goed is voor de Oekraïners dan de Oekraïners zelf. Daar had hij wel een punt, afgezien van het feit dat ook 'de' Oekraïners tot op het bot verdeeld zijn. Zelf wierp Riemen zich echter op als woordvoerder van zoiets abstracts en vaags als het 'Europese humanisme', daarbij continu verwijzend naar wat Thomas Mann en andere modernistische intellectuelen honderd jaar geleden over Europa te melden hadden.
   Belangrijker nog is dat mensen als Riemen vergeten dat dat highbrow humanisme alleen voor het elitaire puikje van het rijke Europa een rol speelt in hun doen en laten. De overige 99% van de mensen heeft geen weet en zeker geen boodschap aan die hooggestemde idealen van de geest - ze hebben wel meer aan hun hoofd. Ze leven hun levens in kleine, besloten gemeenschappen, provinciaal, regionaal zelfs, maar tegelijkertijd zien ze dat verre Brussel steeds vaker en steeds meer invloed op hun leefwereld uitoefenen. Dat schuurt, dat zorgt voor onzekerheid, onbegrip, boosheid.
    Het referendum zal voor veel mensen dan ook niet in het teken staan van wat voor Oekraïne en voor de EU het beste is. Mensen stemmen straks niet zozeer voor of tegen een associatieovereenkomst maar spreken de facto hun oordeel uit over de macht en invloed van Brussel, over de plaats van Nederland in een groter geheel. Het referendum is dan pars pro toto, symbolisch voor iets groters. Dat is niet per se een probleem. 
    In feite is elke stembusgang in de praktijk in de eerste plaats een gelegenheid voor de burger om een oordeel uit te spreken over de voorbij periode. Verkiezingen zijn afrekeningen, en pas in de tweede plaats selectie van nieuwe machthebbers. De vraag is of een voor- dan wel tegenstem op 6 april en de gevolgen die de uitslag zal hebben voor het associatieverdrag uiteindelijk een afrekening met Poetin zal blijken of juist een mandaat om zijn macht uit te breiden en Europa verder te destabiliseren.

zaterdag 3 oktober 2015

Waarom ik voor het GeenPeil-referendum heb getekend

Zondagavond maakten het Burgercomité EU, GeenStijl en het Forum voor Democratie bekend dat ze 451.666 digitale handtekeningen hebben opgehaald, anderhalf keer zoveel als de vereiste 300.000, om een referendum af te dwingen over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne, Georgië en Moldavië.
    Ook ik heb getekend, niet digitaal maar op papier, rechtstreeks gericht aan de Kiesraad in Heerlen. Dat zijn dus al minstens 451.667 handtekeningen.
    Mijn krabbel zette ik pas na ampele overwegingen. Ik heb lang getwijfeld of ik er wel goed aan deed. Er waren alleszins genoeg redenen om het niet te doen. Jongen van het radicale midden als ik ben, was het bijvoorbeeld geen aanbeveling dat vooral de partijen op de radicale vleugels - SP, PvdD en PVV - zich het referendumidee toe-eigenden. Of dat de altijd heetgebakerde Jan Roos als hopman fungeerde. Maar er waren ook meer fundamentele redenen om het niet te doen.
    Zo ben ik in principe een tegenstander van referenda. Een referendum is mijns inziens namelijk antidemocratisch, paradoxaal genoeg. Volgens mij betekent democratie dat de burgers uit hun midden een aantal mannen en vrouwen kiezen die verstandig en wijs genoeg worden geacht om voor een bepaalde periode namens en voor het volk het land te besturen. Een referendum keert dat om: de gekozenen geven het mandaat weer terug en laten de burger beslissen. Om een aantal redenen valt dat bezwaar nu weg.
    In de eerste plaats gaat het hier niet om een correctief referendum maar om een raadgevend referendum. De burger krijgt nu niet het laatste woord, de uitkomst is niet bindend. Het idee is eerder dat er iets ingrijpends aan de hand is waarbij het van algemeen belang wordt geacht dat de zittende politieke macht het oor opnieuw te luister legt bij het volk alvorens er wordt beslist.
    Dat is absoluut het geval met dit associatieverdrag, dat verstrekkende gevolgen kan hebben voor de verhouding met Rusland. Poetin is een onberekenbare machtspoliticus. Hij ziet de Europese Unie als een hem vijandig machtsblok dat steeds meer territorium inlijft dat ooit tot het Sovjet-imperium behoorde. Niet voor niets stichtte Rusland al met Wit-Rusland en Kazachstan de Euraziatische Unie als tegenhanger van de Europese Unie. Oekraïne hoort volgens Poetin ook bij die EAU, in elk geval zeker niet bij de EU. Daarom is verdere inkapseling van Oekraïne binnen de EU hoogst onverstandig. Het is een nieuwe provocatie aan het adres van Poetin, een volgende stap in de destabilisering van de toch al gespannen geopolitieke verhoudingen.
    Volgens de voorstanders gaat het 'maar' om een handelsakkoord en is van een lidmaatschap nog lang geen sprake, maar het is geen geheim dat dit voor de harde kern van eurofielen wel het streven is. Herman van Rompuy verkondigde begin vorig jaar al dat Oekraïne in de EU thuishoort, de Maidan-schreeuwers Hans van Baalen en Guy Verhofstadt deden daar nog een misselijkmakend schepje bovenop. Een maand later was de Krim reeds geannexeerd door Poetin. En nog bepleitte de Eurocommissaris van Uitbreiding, de Tsjech Štefan Füle, dat Oekraïne volledig lid van de EU zou worden. Vorig jaar mei schreef ik over deze gang van zaken:
'Als Poetin de expanderende EU als een bedreiging beschouwt, dan moeten we niet blasé met het vingertje wapperen en tegenwerpen dat het zo niet bedoeld is, dan moeten we ons er eerst en vooral rekenschap van geven dat de Russen het zo voorstellen en "ons" als een bedreiging zien. Dat is dan misschien niet "terecht" in onze Westerse ogen, maar het is wel de enige politieke werkelijkheid.'
De historicus en Ruslandkenner Wierd Duk schrijft nu in een beschouwing over het referendum:
'Natuurlijk ontkennen EU-betrokkenen dat achter het EaP [Eastern Partnership, beoogd samenwerkingsverband uit 2009 tussen EU en Georgië, Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Oekraïne en Moldavië waarvan het huidige associatieverdrag een overblijfsel is] "kwade bedoelingen" jegens Moskou schuilgaan en dat de associatieverdragen zijn bedoeld om Poetins Euraziatische Unie te frustreren. Dat is in het Kremlin echter wel de gevoelde uitkomst.'
Die gelijkluidende analyse sterkt mij in de overtuiging dat de integratie van Oekraïne geen goed idee is, en dan laat ik de risico's van economische integratie (vgl. Griekenland) nog buiten beschouwing.
    Officieel gaat het referendum over een associatieverdrag met Oekraïne en nog een paar landen, maar in feite is dat verdrag voor de initiatiefnemers en de meeste ondertekenaars slechts pars pro toto: onvrede over de nooit ophoudende uitdijing van de EU en de daaraan gerelateerde soevereiniteitsoverdracht van de natiestaten aan die Unie is de onderliggende drijfveer. De uitbreiding van de EU is een sluipend maar diep ingrijpend proces dat ooit is ingezet zonder oog voor de keerzijdes en de gevaren op 'geopolitiek' terrein, en dat ook nu de Europese eenheidsgedachte op instorten staat gewoon doorgaat. Is het feit dat de EU een aparte Eurocommissaris voor 'Uitbreiding' heeft al geen teken aan de wand? Het is goed dat daarover nu eindelijk eens een fundamentele discussie kan worden gestart.
    Gek genoeg wijzen ook voorstanders van het verdrag naar Poetin: het verdrag zou juist een middel zijn om Rusland te beteugelen. Ik zie er dat niet in, maar ook daarom is het goed als er een referendum komt. Zowel voor- als tegenstanders worden dan immers gedwongen hun argumenten over het voetlicht te brengen. De burger wordt dus diepgaander, evenwichtiger, beter geïnformeerd en kan zelf een afweging maken. Ongeacht de uitkomst is dat al een enorme winst.

dinsdag 6 mei 2014

Het domme Europa

'De schuld van het domme Europa aan de Oekraïense tragedie zal pas over een kwarteeuw door een Europese Lou de Jong worden geboekstaafd.' Met deze tweet uitte correspondent Pieter Waterdrinker zijn afschuw over de tragedie in Odessa. Tientallen pro-Russische betogers kwamen daar om in een vlammenzee nadat het gebouw waarin zij zich hadden verschanst in brand was gestoken door een met brandbommen gooiende meute.

Oekraïense veiligheidstroepen zetten een dag later een groot aantal belegeraars gevangen, maar die werden na een bestorming bevrijd, nota bene door pro-Russische separatisten. Terwijl je toch zou verwachten dat de daders die verantwoordelijk zijn voor de gruwelijke dood van pro-Russische separatisten niet op bevrijding door pro-Russische separatisten hoeven te rekenen. Of waren de gevangenen ook pro-Russische separatisten? Het tekent de verwarring waaraan iedereen langzamerhand ten prooi is.

Bij de onlusten in Odessa vochten hooligans van het plaatselijke Chornomorets zij aan zij met hooligans van opponent Metalist Charkov en de fascisten van de Rechtse Sector tegen de paramilitaire knokploegen van Poetin. Aan beide zijden hebben de smeerlappen dus vrij spel. Aan beide zijden viert propaganda hoogtij.

Je kunt dan ook allang niet meer pro-Kiev of pro-Moskou zijn in dit conflict, daarvoor is de situatie te luguber, maar ook te schimmig. De huidige interim-premier van Oekraïne Arseni Jatsenjoek manifesteert zich als een integer politicus, maar ook als een lichtgewicht zonder charisma, zonder gezag en zonder enige controle over de situatie. Het blijft bij holle retoriek en loze beloften over ingrijpen in het oosten.

Intussen mocht de leider van onze eigenste rechtse sector, volksvertegenwoordiger G. Wilders, op de Engelstalige zender Russia Today een halfuur lang zijn licht laten schijnen over het conflict. Rusland heeft het verkeerd aangepakt, vond Wilders, maar natuurlijk gaf hij vooral de EU de schuld. Daarmee wordt de rol van Poetin gebagatelliseerd. Dat het conflict maar blijft escaleren is voor het overgrote deel op het conto van de Russen te schrijven, die Lavrov naar Genève zonden maar zich vervolgens onverdroten bleven bezondigen aan militair machtsvertoon en oorlogsretoriek.

Is het escaleren dus vooral aan Rusland te wijten, dat laat onverlet dat Europa wel een slechte beurt heeft gemaakt bij het ontbranden van het conflict. De vermaning geldt natuurlijk vooral de EU-vertegenwoordigers die een zeer kwalijke rol hebben gespeeld door op het Maidan-plein een menigte van dubieus allooi op te zwepen. Diezelfde Rechtse Sector die nu dood en verderf zaait speelde een sleutelrol in de revolutie waarbij Janoekovitsj verjaagd werd.

Het is onverteerbaar en ook onwerkelijk dat zo'n flapuit als Guy Verhofstadt nog altijd kandidaat is voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Zelfs al nemen we even aan dat zijn idealisme toen met hem op de loop ging en hij niet doorhad dat hij een plein vol fascisten stond toe te spreken, dan nog is het een politieke halsmisdaad om na zo'n blunder te blijven doen of je neus bloedt.

Iedere andere politicus zou na zo'n faux pas de eer aan zichzelf houden of met zachte dwang richting de uitgang worden gedirigeerd - zo niet Verhofstadt. Waarom wordt zijn kandidatuur niet onhoudbaar gemáákt, in de politieke arena, via de publieke opinie, door de kritische media? Zijn we werkelijk zo verdoofd en murw gebeukt door alle ellende dat we het simpelweg niet meer willen of kunnen zien?

De apologeten van de Europese eenwording hameren steeds maar op het economische belang van 'Europa' - laatst nog Wientjes. Handel, welvaart, banen, we zouden het allemaal aan de EU te danken hebben. Als dat zo is, wat is dan in hemelsnaam de zin van het op scherp zetten van een conflict met een belangrijke handelspartner als Rusland? De sancties die van EU-wege aan de Russen zijn opgelegd schaden vooral de export. En dan worden er ook nog eens miljarden Europees geld in het failliete en corrupte Oekraïne gepompt.

Poetin noemde onlangs de NAVO als de reden voor Ruslands huidige wapengekletter. Oekraïne is geen lid maar wordt door de NAVO wel als bondgenoot beschouwd. Veel gevaarlijker nog is de situatie in de Baltische staten. Estland is wel lid. De stad Narva grenst aan Rusland en telt een ruime meerderheid aan etnische Russen. Wat gebeurt er als zij, opgestookt door Poetins propaganda, hetzelfde gaan doen als hun broeders in Oost-Oekraïne en aansluiting bij Rusland willen afdwingen?

In tegenstelling tot Kiev kunnen de machthebbers in Tallinn op dat moment wél een beroep doen op hun NAVO-lidmaatschap, concreet op artikel 5 van het handvest, dat stelt dat een aanval op een van de leden als een aanval op het geheel zal worden beschouwd. Gebeurt dit, dan zijn wij er vanaf dat moment dus ook bij betrokken.

Ik geloof niet dat men in Nederland beseft hoe groot dat gevaar is. Poetin is onberekenbaar en waarschijnlijk speelt hij blufpoker, maar op een gegeven moment zal hij zich zo diep in het conflict hebben ingegraven dat de weg terug afgesloten is en hij alleen nog maar vooruit kan. Poetin sprak al hoogmoedig van Novorossija toen hij het over Oost-Oekraïne had.

Maar wat moet de NAVO concreet doen? Amerika spreekt bij monde van John Kerry dreigende taal, maar in Duitsland krijgt de factie van de zogenaamde Putin-Versteher steeds meer de overhand. Zij willen de toch al broze relatie met Rusland niet nog verder hypothekeren door als beschermheer van een verder niet zo relevant land als Oekraïne op te treden. Schröder, Schmidt en Kohl, de drie vorige bondskanseliers, behoren tot deze groep.

Historicus Marc Jansen noemt het onterecht dat Poetin ook de EU als een verbond ziet dat zijn invloedssfeer wil uitbreiden richting Rusland: 'nee, ik geloof niet dat de Russen terecht bezwaar maken. Als ze dat doen, is het omdat ze zelf alleen in termen van macht kunnen denken en zich dus omsingeld en bedreigd voelen. Maar de EU bedreigt hen niet, want de EU is gebaseerd op een idee: wij vinden dat mensen en landen zelf over hun lot moeten kunnen beschikken.'

Jansen maakt hier een denkfout. Het gaat er allang niet meer om wat de achterliggende filosofie van de EU is - of wás, want als we Van Rompuy aanhoren, dan heeft hij wel degelijk zulke geopolitieke ambities -, maar om wat de perceptie van de Russen is. Als Poetin de expanderende EU als een bedreiging beschouwt, dan moeten we niet blasé met het vingertje wapperen en tegenwerpen dat het zo niet bedoeld is, dan moeten we ons er eerst en vooral rekenschap van geven dat de Russen het zo voorstellen en 'ons' als een bedreiging zien.

Dat is dan misschien niet 'terecht' in onze Westerse ogen, maar het is wel de enige politieke werkelijkheid.

donderdag 17 april 2014

NAVO? Of toch de EU?

De wereld houdt haar adem in om de situatie in Oekraïne. Menige historische mijlpaal is in de vele pogingen de zaak te duiden al de revue gepasseerd. Kerry sprak van 'negentiende-eeuws' gedrag. De verwijzing naar de wereldbrand van 1914 ligt natuurlijk voor het grijpen, al lijkt vooral de eeuwherdenking van dit jaar daar debet aan, terwijl ook de situatie van 1939, al meer om inhoudelijke redenen, populair is. En dan is er ook nog 1989, of beter: de situatie van daarvoor, waar we nu weer naar zouden terugkeren.

Toch is 'Oekraïne' in mijn ogen geen terugkeer of terugval maar eerst en vooral een symptoom van de nieuwe verhoudingen, of misschien zelfs een logisch gevolg van de ontwikkelingen van de laatste vijfentwintig jaar. De situatie in Oekraïne is vooral zo intrigerend omdat ze zo grensverleggend - letterlijk en figuurlijk - is.

Het is onder historici gangbaar om de oorlogszucht van Duitsland in de jaren dertig die uiteindelijk tot de Tweede Wereldoorlog leidde, om ook maar eens een historische vergelijking te maken, voor een deel te verklaren uit revanchisme naar aanleiding van de 'vernederende' uitkomst van Versailles.

Naar analogie met dat model is het geen slag in de lucht om Ruslands huidige machtsvertoon te beschouwen als een vorm van beginnend revanchisme ten opzichte van de 'verloren' Koude Oorlog. Het uiteenvallen van het Oostblok was een gevoelige nederlaag. De voormalige Sovjetstaten werden onafhankelijk, al behielden ze in veel gevallen hun banden - economisch maar ook cultureel en zeker demografisch - met moedertje Rusland.

Poetin heeft nu 'de NAVO' als reden voor de Russische inmenging genoemd. De Krim moest 'veiliggesteld' worden voordat Oekraïne lid zou worden. Dat land onderhoudt echter al sinds 1995 betrekkingen met de NAVO en onderhandelt sinds 2008 over toetreding. Bovendien zijn andere voormalige Sovjetstaten als Estland, Letland en Litouwen, met veel etnische Russen, al sinds 2004 NAVO-lid, zonder dat dit tot enig wapengekletter van Poetin of Medvedev heeft geleid.

Ik heb de indruk dat Poetin niet zozeer de NAVO als veeleer de Europese Unie bedoelt. We herinneren ons nog het belachelijke optreden van Guy Verhofstadt en zijn secondant Hans van Baalen op het Maidan-plein in februari. Een zwarte bladzijde in de recente geschiedenis, ik krijg nog koude rillingen als ik de beelden van die twee oorlogshitsers zie. De spotprent-in-GIF-formaat slaat de spijker op de kop: 'Eén volk, één unie, één Verhofstadt!'

Gewetenloze Guy en ordonnans Hans blèrden in de microfoon dat de Oekraïners daar op het plein - het barstte er van de fascisten en knokploegen - de Europese waarden en de Europese principes en democratie verdedigden. Allerhande beloften deden ze namens de Europese Unie. Paternotte riedde het closer in zijn Bassiehof-column. Hoewel de twee vrij snel teruggefloten werden, onder meer door minister Timmermans, waarvoor hulde, en er van een lidmaatschap voor Oekraïne geen sprake kon zijn, was het kwaad al geschied.

Het is niet denkbeeldig dat Poetins revanchisme een beslissend zetje heeft gekregen door de stokebranden Verhofstadt en Van Baalen. Want zij kunnen wel heel zelfgenoegzaam denken dat de Europese Unie een verlicht supranationaal verbond vormt, met als stuwende ideologie hoe meer zielen hoe meer vrede, mannetjesputters als Poetin zien vooral een nieuwe wereldmacht die langzaam maar ferm richting de grenzen van het eigen rijk oprukt. En laten we wel wezen, die superstaat is precies wat Verhofstadts ultieme wens is - zie zijn Voor Europa!

Je rijk zien afbrokkelen tot allemaal kleine staatjes is één ding, maar als je vervolgens een nieuwe, schimmige mogendheid die landjes één voor één ziet annexeren onder het mom van 'Europese' waarden en principes, dan kan een reactie niet uitblijven. Hier geldt het inzicht van Thierry Baudet: 'Nationalisme leidt niet tot oorlog. Imperialisme leidt tot oorlog. De ambitie om een Europees rijk te vestigen leidt tot oorlog.' Ruslands virulente nationalisme is aangewakkerd door het Europese imperialisme, Poetins machistische annexatiedrang is een reactie op de sluipend annexerende EU.

De Koude Oorlog is nooit geëscaleerd omdat de twee blokken zo hevig bewapend waren dat ze elkaar daardoor in een wurggreep hielden: wie als eerste een kernwapen lanceerde zou daarmee een onmiddellijke vergeldingsactie uitlokken die de eigen vernietiging inluidde. Die theorie van wederzijdse afschrikking is nu een economische afhankelijkheidsrelatie: het Westen kan niet zonder het Russische gas, maar Rusland kan op zijn beurt niet zonder de inkomsten uit dat gas.

Er wordt nu gesuggereerd dat we ons minder afhankelijk moeten maken van het Russische gas, maar misschien is die wederzijdse afhankelijkheid wel precies datgene wat escalatie kan voorkomen.