Posts tonen met het label Feyenoord. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Feyenoord. Alle posts tonen

vrijdag 6 november 2015

Ome Fred Blankemeijer, of: 5 jaar na de 10-0

Vorige week was het alweer vijf jaar geleden dat Feyenoord in Eindhoven met 10-0 verloor van PSV. Een dubieus lustrum waaraan dan ook zo min mogelijk ruchtbaarheid werd gegeven.
    Zondag 24 oktober 2010 was een gitzwarte dag. Het is in wezen nog maar kort geleden, maar door de snelkookpan die het moderne voetbal is geworden lijkt het ergens ook al weer een eeuwigheid her. Van de 28 spelers die die middag in actie kwamen verdienen er 27 inmiddels elders hun brood. Alleen Karim el Ahmadi speelt nog voor Feyenoord, met de aantekening dat hij tussentijds in het buitenland actief is geweest en dus eerder een herintreder genoemd kan worden dan een loyale werknemer op weg naar een speldje.
    Loyaliteit en Feyenoord rijmen vooral op elkaar buiten het veld. Het Legioen is een begrip, de passie en toewijding van de aanhang zijn spreekwoordelijk geworden. 'Hondstrouw' wordt het publiek daarbij vaak genoemd, maar dat lijkt wel pas iets van pakweg de laatste vijfentwintig jaar. Het is nu moeilijk meer voor te stellen, maar in de voorlaatste donkere periode van de club, dus voor die van 2007-2011, namelijk eind jaren tachtig, kwam het gemiddelde toeschouwersaantal nauwelijks boven de tienduizend uit, in het seizoen 1987-1988 zelfs maar 9790 gemiddeld. 
    Op 20 augustus 1989 werd het dieptepunt bereikt. Feyenoord speelde thuis tegen Fortuna Sittard toen bij een 0-2 tussenstand de overgebleven ontevreden fans door de hekken braken om bezit te nemen van het veld en de spelers de tunnel in te drijven. Tegenwoordig kan zoiets niet meer, de stadions laten het niet meer toe. Vandaag de dag trekt men na afloop naar de hoofdingang of men wacht de spelersbus op om verhaal te halen. In 2010 gebeurde dat na de oorwassing in Eindhoven ook. Een van de getrouwen die die middag naar De Kuip toog om zijn ongenoegen kenbaar te maken was de 73-jarige Henk Verweij, beter bekend als 'Rellen Henk'. Enkele uren later overleed deze bekende supporter aan een hartstilstand. 
    Is dat de ultieme clubliefde, sterven op de dag dat je club met dubbele cijfers is vernederd?
    Die 10-0 leek nog meer slachtoffers te maken. Fred Blankemeijer, het geheugen van Feyenoord, liep een longontsteking op die hem op 8 november fataal werd. 84 jaar oud werd 'meneer Fred', voor intimi ook 'ome Fred', die in De Coolsingel bleef leeg (1995) van Hugo Borst schittert als de Vergilius die verteller Borst door de negen kringen van de publicitaire hel genaamd Feyenoord loodst. Het 'Hand in hand kameraden' vond Blankemeijer maar niks. Dat wil zeggen: de coupletten wel, maar niet het refrein, dat hem net iets te veel aan een marslied van marcherende moffen deed denken. De moffen die zijn Rotterdam in de oorlog hadden platgebombardeerd en zijn vader hadden gedood.
    Was het na Rellen Henk en Ome Fred gedaan? Nee, ook Coen Moulijn gaf niet veel later de geest. Coentje. In de nacht van de jaarwisseling kreeg hij een herseninfarct, op 4 januari overleed Feyenoords kleine publiekslieveling. Hij werd 73 jaar. Drie clubiconen die na een smadelijke 10-0 kort na elkaar komen te overlijden. Is dat toeval? Natuurlijk is dat toeval, maar ergens toch ook weer niet. Zoals het helemaal klopt dat er een regenboog boven het IJ verschijnt net op het moment dat Harry Mulisch daar in zijn kist op een boot voorbij glijdt, zo is het ergens ook helemaal passend dat Feyenoord, de club die het Lijden met een grote L tot kunst heeft verheven, de grootste nederlaag uit zijn geschiedenis lijdt net voordat de tijd van drie oer-Feyenoorders is gekomen.
    Als meneer Blankemeijer ooit sterft, schreef Borst destijds in De Coolsingel bleef leeg, dan verdwijnt er een wandelend clubarchief. Iemand zou hem ertoe moeten bewegen zijn memoires op papier te zetten. Toen vijftien jaar later die aangekondigde dood daar was, was de kroniek niet geschreven. In een AD-column betreurde Borst dit feit: 'Zijn geschiedenislessen zoog ik als een spons in mij op. Toch is er met zijn dood veel verloren gegaan. Zonde. Maar hij wilde geen boek over zichzelf. Postuum moet dat er komen. Hopelijk werpt Michel van Egmond zich op als zijn biograaf.'
    In het verhaal 'De kleine egoïst' (2007) had Van Egmond geschreven: 'Fred Blankemeijer is mijn favoriete Feyenoorder aller tijden.' De schrijver was destijds alleen nog bekend onder de fijnproevers, nog niet de bestsellerauteur die hij een paar jaar later zou worden met kaskrakers als Gijp en Kieft. Onlangs verscheen van Van Egmond de bundeling De snor van József Kiprich. De beste Feyenoord-verhalen, opgedragen aan Blankemeijer. 'Ik heb urenlang naar de vooroorlogse verhalen van Fred Blankemeijer geluisterd' schrijft de auteur in het voorwoord. Borst en Van Egmond moesten samen maar eens dat boek schrijven.

donderdag 13 maart 2014

Niet voor je lol

Begin deze maand verloor Feyenoord thuis in De Kuip met 1-2 van Ajax. Het was het zoveelste teleurstellende resultaat tegen de aartsvijand. Van de laatste 21 klassiekers wonnen de Rotterdammers er maar één.

In de aanloop naar de wedstrijd las ik het boek Feyenoord-Ajax. Gezworen vijanden (2013) van Mik Schots. Hierin passeren alle ontmoetingen tussen '010 en het opgeblazen 020', zoals het op de achterflap provocatief heet, de revue.

Het boek verscheen ook als Ajax-Feyenoord. Gezworen vijanden, met een andere foto op de voorzijde. Dat is dan de '020-editie'. Dit lijkt me puur een marketingtruc, inhoudelijk zijn er voor zover ik het kan overzien namelijk geen verschillen. Er is ook geen sprake van een eenzijdige of bevooroordeelde teneur, de auteur citeert vooral uit overwegend neutrale krantenverslagen door de jaren heen.

Met de meeste interesse las ik de hoofdstukken 'Venijn in de staart (1991-1996)', met name om die staart, en 'Alle perken te buiten (1996-2005)', omdat ze de periode bestrijken die me het meest helder voor de geest staat: 1994-2002, van mijn achtste tot mijn zestiende. Eigenlijk zijn het twee periodes van telkens vier jaar.

Ik heb hier al vaker geschreven over de impact van de gloriedagen van Ajax midden jaren negentig op een jonge Feyenoorder, en het was aardig te constateren dat die jaren inderdaad precies samenvielen met de laatste vier jaren op de basisschool: de vier seizoenen tussen 1994 en 1998 kunnen met recht als de duistere jaren worden bestempeld.

Ajax was oppermachtig. Van de 11 ontmoetingen gingen er niet minder dan 9 verloren. De enige overwinning was de legendarische bekerwinst in Amsterdam met de winnende in de verlenging van Obiku - niet ten onrechte door Schots gekarakteriseerd als 'het gelukzaligste moment voor Feyenoord in de jaren negentig'. Matty Verkamman schreef in Trouw: 'Ajax won vanaf 1990 in chronologische volgorde [...] met 1-0, 4-0, 2-0, 3-1, 3-0, 5-2, 4-1, 5-0, 4-2, 2-0, 3-0, 4-0, 2-1 en 6-0. De doelcijfers over de jaren negentig: Ajax 54 goals, Feyenoord 16. Het is een score om als Feyenoord-aanhanger mismoedig van te worden.'

De haat nestelde zich diep op 26 oktober 1997 in de ArenA (4-0), toen Richard Witschge het nodig vond de bal een paar keer hoog te houden rond de middenlijn, in het voetbal de ultieme vernedering van de tegenstander. (Danny Blind: 'Het was Amsterdamse humor.') Witschges actie was extra dom omdat net een paar maanden eerder de opgelaaide supportersonlusten een dieptepunt hadden bereikt met de Slag bij Beverwijk, waarbij één dode viel.

De volgende vier seizoenen, tussen 1998 en 2002, beklijven als een periode van voorspoed, beginnend met Feyenoords landstitel in 1999 - de voorlopig laatste - en eindigend met de bizarre winst van de UEFA Cup in 2002. Ze vallen samen met de eerste vier jaar op de middelbare school. Ik herinner me een klassenfoto van zomer 1999 waarop twee leerlingen in voetbalshirt staan: ikzelf draag het rood-wit van Feyenoord, een klasgenoot het geel-zwart van Borussia Dortmund, toevallig de club die drie jaar later de tegenstander zou zijn in de UEFA Cup-finale.

Met Ajax ging het intussen bergafwaarts. De club moest zo nodig naar de beurs en werd een bedrijf, de broertjes De Boer voegden de daad bij het woord door via werkweigering een vertrek naar Barcelona te forceren, de arme Jantje Wouters werd in zijn twee seizoenen als trainer 5de en 6de.

Maar na 2002 brak er een nieuwe periode van ellende aan, al beleef je het dan niet meer met de intensiteit van je kinder- en jongensjaren en kun je het allemaal wat beter plaatsen (wat iets anders is dan relativeren). Niet langer vloeiden de tranen of werd ik ziek van een nederlaag. Op het veld was het vaak behelpen, maar ook ernaast ging het van kwaad tot erger, met als nieuw dieptepunt de fysieke aanval op Robin van Persie op het veld bij Jong Ajax-Jong Feyenoord op 16 april 2004.

Het is ergens een vorm van foute nostalgie, maar de oudere harde kernen waren nog van het 'ongewapende, "eerlijke" geweld'. Latere generaties werden gewelddadiger, maar zij spraken tenminste nog af ergens op een verlaten veldje om elkaar te lijf te gaan. Die avond in 2004 werden voor het eerst ook spelers belaagd, dat was nog niet eerder gebeurd.

Terecht noemt Schots hierbij de opkomst van de malloten van '410', die zich hadden afgescheiden van de F-Side, als een van de oorzaken. Van Persie werd toen overigens ontzet door de Chileense mannetjesputter Jorge Acuña, die alleen nog om dat incident voortleeft, wat ergens ook wel treurig is.

Het laatste hoofdstuk is treffend getiteld 'Andere tijden en meer van hetzelfde (2005-2013)'. De aandacht nam wat af. Ongetwijfeld speelt mee dat je vóór pakweg je twaalfde alles veel heviger beleeft, de indrukken veel dieper zijn en de herinneringen dientengevolge pakkender. Na je twaalfde krijg je steeds meer aan je hoofd. School werd studie en studie werd werk. De seizoenen na 2005 verdichten zich in mijn herinnering dan ook tot één wazige periode zonder veel concrete herinneringen. Ook trok ik meer naar TOP Oss, dat tussen 2005 en 2009 een kleine, bescheiden glorietijd doormaakte.

PSV was nu oppermachtig, AZ en Twente werden een keer kampioen, maar Feyenoord dolf nog even vaak het onderspit tegen Ajax. Heel typisch is dat in 2005-2006, het enige seizoen dat er zowel thuis als uit gewonnen werd van de rivaal, het jaar van 'K2' - Dirk Kuijt en Salomon Kalou -, de competitie was overgenomen door het Talpa van poenschepper John de Mol. Dat kwam op het lumineuze idee om het ticket voor de tweede Champions League-plaats niet op basis van de eindrangschikking te vergeven, maar na play-offs tussen de nrs. 2 t/m 5.

Feyenoord, derde geworden met 71 punten, trof in de halve finale Ajax, vierde geworden met slechts 60 punten. Uiteraard won Ajax, dat vervolgens in de finale ook Groningen versloeg en zo alsnog de CL bereikte. De supporters lieten elkaar meer met rust en legden hun bommen nu onder de eigen club. Diep mismoedig werd ik van 'zwarte donderdag' in Nancy in 2006 en de bestorming van het Maasgebouw in 2011.

Sportief was er de beschamende 10-0 bij PSV in oktober 2010. Die viel in een periode van persoonlijke turbulentie, en dat was misschien een geluk bij een ongeluk. Er moeten talloze jongetjes zijn die dit hebben moeten meemaken in hún intensiteitspiek. Getekend voor het leven zijn ze. Een paar maanden eerder was ook de archetypische Richard Witschge-Ajacied weer opgedoken, nu in de gedaante van Jan Vertonghen, die na de bekerwinst 'het zijn maar kut kakkerlakken' de microfoon in blèrde.

Dat deed pijn, en het is misschien geen toeval dat niet veel later mijn vierde periode aanbrak, een van hernieuwd engagement. Vanaf het seizoen 2011-2012 viel er ook weer wat te juichen - paradoxaal genoeg midden in een nieuwe Amsterdamse hegemonie. 2011-2012 en 2012-2013, we kunnen ze reeds bijzetten als de jaren van John Guidetti en Graziano Pellè, twee loten uit de loterij in de nasleep van financiële armoede. De 4-2 tegen Ajax in 2012 met drie goals van Guidetti bracht de tranen terug, maar nu eindelijk eens zoete tranen.

Door velen werd lacherig gedaan over Guidetti en het huldebetoon aan de Zweed een jaar later, maar wat zij niet zagen of wilden zien was impact van die 4-2, en bij uitbreiding van dat gehele seizoen dat eindigde met de tweede plek. Het was het jaar van het eerherstel, het was alsof de dichtgeschroefde kelen van duizenden weer opengingen. Een van de mooiste spandoekteksten vind ik altijd het 'Hier adem ik vrij' bij Willem II, en dat was vrij precies wat er toen in De Kuip aan de hand was.

Dit seizoen was er even hoop op een titel, maar uiteindelijk bleek de pijp leeg. Drie keer werd er met 2-1 van Ajax verloren. De legendarische uitspraak van Gerard Cox blijft onverminderd van kracht: 'Feyenoord-supporter ben je niet voor je lol.'

donderdag 13 februari 2014

Nooit gebeurd

RTL7 is eindelijk gestopt met het eindeloze herhalen van Voetbalfans op de maandagavond. Elke aflevering was een belediging aan het adres van de ware voetbalfan: van een club werd de grootste debiel van de rest van de kudde gescheiden, en die moest dan doorgaan voor de grootste supporter.

Het nieuwe programma is vele malen beter: Helden van de velden, waarin elke week van een bepaalde categorie spelers een top-5 wordt gemaakt, van commentaar voorzien door een groot aantal kenners. 'De hardste verdedigers'. 'De grootste clubiconen'. 'De beste goalgetters'. Het opende met 'De grootste culthelden'. Rodion Camataru op 5, Sjaak Polak op 4, Berry van Aerle op 3, Milko Djurovski op 2. En op 1 József Kiprich.

József. De voetballer met de mooiste bijnaam aller tijden: de Tovenaar van Tatabánya. Van 1989 tot 1995 kwam hij uit voor Feyenoord. In 128 optredens wist hij 53 keer het net te vinden. Een van die goals staat me nog helder voor de geest - ik meen dat Leo Driessen er in de uitzending ook nog aan refereerde.

Een wedstrijd in De Kuip tegen PSV en Feyenoord krijgt een penalty. De scheidsrechter maakt van de gelegenheid gebruik om de Rotterdammers te laten wisselen. Kiprich valt in en sjokt in zijn karakteristieke pas naar de zestien. Daar staat nog niemand achter de bal. Snel wordt duidelijk waarom: Kiprich gaat 'm nemen. Haast achteloos schuift hij het leer met zijn eerste balcontact langs de keeper. Minzaam zwaait hij naar het publiek.

Kiprich was de lieveling van het legioen. Een andere cultheld uit die tijd is Mike Obiku. De Nigeriaan fungeerde vooral als pinchhitter, maar met zijn lach en zijn ijver werd hij razend populair. Scoorde hij, dan ging het shirt uit. Dat mocht toen nog. Had Obiku in het huidige tijdsgewricht gevoetbald, dan was hij recordhouder gele kaarten geweest. Van Obiku herinner ik me ook nog één specifieke wedstrijd, een avondwedstrijd in de beker: Ajax-Feyenoord. Het wordt verlengen en Obiku scoort de 1-2. Golden goal, dus meteen de winnende. Daar hangt hij al in de hekken, shirtloos, het zwarte lijf wegvallend tegen de avondhemel.

Het waren de donkere jaren negentig. Voor mijn gevoel eindigde elke Feyenoord-Ajax toen in 0-5. Toch - of misschien kan ik beter zeggen: daardoor - kan ik de verdedigingslinie van toen nog zo opdreunen: Van Gobbel, Fräser, De Wolf, Heus. Vier mannen van Jan de Wit. Een foto van John de Wolf met bebloede tulband, dat vat die tijd in één beeld samen.

Fräser kwam voorbij in de aflevering over de 'hardste verdedigers'. Het werd daar voorgesteld alsof geen tegenstander hem en De Wolf ooit kon passeren, maar daar moet het geheugen de kenners bedrogen hebben. De mythe verdringt hier de geschiedenis. Spelers die er eigenlijk niet zo veel van konden weten de ontoereikendheid van het geheugen uit te buiten om uit te groeien tot ultieme grootheden.

Michel van Egmond heeft dat prachtig verwoord in zijn verhaal 'Altijd op zoek naar de verloren tijd' (2005). Na weer een nederlaag tegen Ajax bezoekt een man met zijn zoontje van 10 het Feyenoordmuseum 'Home of History' in de Kuip:
'"Kijk," zegt Ruud en hij wijst in Feyenoords museum naar een grote foto.
"Wie is dat?" vraagt Roel.
"Dat is John de Wolf. Als hij nog had gespeeld, was dit allemaal niet gebeurd."'

Feyenoord-supporter ben je niet voor je lol, zei Gerard Cox al. Alleen met culthelden overleef je de altijddurende ellende, en dan met name met de herinnering aan oude culthelden. Bij elke nederlaag tegen PSV denk ik terug aan die penalty midden jaren negentig en houd ik mezelf voor: deed Kiprich nog maar mee, dan was dit niet gebeurd. En bij elk verlies tegen Ajax zie ik De Meer weer in kunstlicht baden en denk: als Obiku was ingevallen, dan was dit nooit gebeurd.

vrijdag 12 juli 2013

Nieuwe Kuip

Er komt voorlopig geen nieuwe Kuip. Of ik daar nu blij mee moet zijn of juist niet, weet ik nog steeds niet. Ik hoop het eerste maar ik denk het laatste. Ergerniswekkend waren in ieder geval de politieke spelletjes die gespeeld werden rond het verlenen van een bankgarantie voor een nieuw Feyenoord-stadion.

Afgelopen donderdag zou de Rotterdamse gemeenteraad stemmen over een voorstel van het college van B&W tot het verlenen van een bankgarantie, maar de politieke besluitvorming werd al op voorhand in de media uitgespeeld. Eerst liet coalitiepartij D66 al uitlekken tegen het voorstel te zullen stemmen. De andere coalitiepartijen VVD, CDA en PvdA moesten daarom de steun vergaren van een oppositiepartij, en de enige partij die zich nog niet voor of tegen het plan had uitgesproken was Leefbaar Rotterdam.

Woensdagavond gooide fractievoorzitter Schneider zijn kaarten al op tafel bij het evangelische kringgesprek genaamd Knevel & Van den Brink: zijn fractie ging morgen tegenstemmen. Dat bleek de volgende dag al niet meer nodig, want het college had het voorstel ingetrokken: Waarom het plan nog in stemming brengen als het resultaat al bekend is? Democratisch uiterst dubieus, maar geef ze eens ongelijk. Schneider boos natuurlijk. Maar hij had al voor zijn beurt gesproken.

De leiding van Feyenoord stelt: zonder nieuw stadion moeten we commercieel pas op de plaats maken, verliezen we de aansluiting met de top en worden we nooit meer kampioen. Het is een ijzeren wet dat stilstand achteruitgang betekent, zeker in de topsport, en vele clubs hebben reeds bewezen dat vooruitgang en sportief succes staat of valt bij uitbreiding van de commerciële mogelijkheden, in concreto het betrekken van een nieuw onderkomen.

Tegenstanders onder de supporters - de meerderheid - willen renovatie van het huidige stadion. Ze zeggen dat het verlies van de unieke sfeer van De Kuip niet opweegt tegen de kansen die een nieuw stadion biedt. Het zullen echter toch de supporters zelf zijn die die sfeer creëren, ook in een nieuw stadion. Het zogenaamde alternatief van Red de Kuip om te renoveren en een derde ring te bouwen is vooralsnog louter wensdenken; dat plan is nog helemaal niet uitgewerkt. Bovendien gaat ook dat idee minstens 117 miljoen euro kosten, een bedrag dat de club niet zelf kan ophoesten en waarbij de gemeente dus opnieuw voor een deel garant zal moeten staan.

Volgens Schneider 'zou het heel goed mogelijk kunnen zijn' dat ook een gerenoveerde Kuip Feyenoord structureel terug naar de top kan brengen: 'als je de plannen van Red de Kuip optimaliseert, kan het best zo zijn dat het met een renovatievariant kan.' Zou mogelijk kunnen zijn, kan best zo zijn... allemaal gespeculeer, slagen in de lucht, wensen als vaders van de gedachte. Het financieringsplan voor een nieuw stadion is ondanks de uitgebreide onderbouwing 'een te groot risico', vindt Schneider. Nee, dan kun je beter inzetten op een plan dat nog helemaal geen onderbouwing heeft.

Ook de 'crisis' wordt er weer met de haren bijgesleept. Zeker vanwege de economische crisis mogen we het risico niet nemen, dat verhaaltje. In plaats van als een hinderlijke belemmering om te investeren lijkt de crisis steeds vaker als een welkom excuus om de hand op de knip te houden te worden beschouwd. De Kuip werd tijdens de vorige crisis gebouwd, in de jaren dertig. Toen was men blij en trots dat er iets groots werd verricht waar ook toekomstige generaties profijt van zouden hebben, en waarbij ook nog eens vele werklozen aan het werk konden worden gezet. Nu ligt de angst en de apathie als een deken over alles heen en dommelen we steeds verder weg in een collectieve verdoving.

De Kuip is een weergaloos stadion, een heilige tempel. Laat het geen lege kerk worden, geen verstild mausoleum.

dinsdag 26 maart 2013

De ziekte die Feyenoord heet

De liefde die Feyenoord heet is de mooie titel van een boek uit 1999 van Peter Blokdijk, Ronald Giphart en Rob van Scheers. Het beschrijft het seizoen 1997/1998, een ellendig seizoen voor Feyenoord, zoals in die jaren zovele. Niet alleen Ajax en PSV eindigen ver boven de Rotterdammers, zoals in die tijd zo vaak, ook Vitesse verdwijnt ver uit het zicht. Willem II wordt ternauwernood voorgebleven.

Ik las het boek toen ik twaalf was, met de spreekwoordelijke schok der herkenning. Eén scène is me altijd bijgebleven. De wedstrijd Feyenoord-Ajax in De Kuip, op 5 april, de 29ste speelronde. Arie Haan is voor de Kerst al ontslagen, maar onder Leo Beenhakker is het niet veel beter gegaan; Ajax is in theorie alweer kampioen. In de 74ste minuut scoort Ronald de Boer de enige goal van de wedstrijd: 0-1. De supporters treuren maar verbijten de pijn.

Dat verandert wanneer plotseling boven hun hoofden de kreet 'Ajax! Ajax!' klinkt, kakkineus en met een zweem van dronkemansgebral. De leus wordt voortgebracht door een moddervette klootzak in pak en stropdas, die vanaf het ereterras over de railing leunt, zijn vetrollen over de rand gulpend, om de Feyenoordfans vanuit de hoogte tot op het bot te vernederen, tot in hun ziel te krenken met zijn leedvermaak. Een collectieve woede van ongekende proporties breekt los, de fans schelden hun kelen schor, zouden dat varken het liefst villen. Maar hij is onbereikbaar.

Zo althans herinner ik mij die passage. Wie weet staat het er in werkelijkheid ietwat anders, maar het gaat om het archetypische van de situatie. Het boek beschrijft namelijk trefzeker de diepe vernedering die de Feyenoordsupporter in die tijd standaard heeft te ondergaan. We schrijven midden jaren negentig. Het zijn gloriejaren voor Ajax en tropenjaren voor Feyenoord, de toename van de hoofdstedelijke arrogantie en de toename van het minderwaardigheidsgevoel zestig kilometer zuidelijker houden gelijke tred.

Mijn allervroegste voetbalgerelateerde herinneringen gaan terug tot 1993/1994. Ik was toen 7 jaar. U moet bedenken dat de laatste landstitel van Feyenoord dateerde van 1992/1993, de volgende - en tot op heden laatste - titel zou pas in 1999 worden binnengesleept, toen ik inmiddels naar de middelbare school was getransfereerd. Mijn gehele bewust meegemaakte lagereschooltijd valt dus samen met de dominantie van Ajax en de magere jaren van Feyenoord. Pas nu, met terugwerkende kracht, kan ik die periode beter plaatsen.

Van huis uit ben ik grootgebracht met Feyenoord. Wij waren Feyenoorders, we gingen naar de Open Dag, bezochten als het kon een thuiswedstrijd in die indrukwekkende Kuip. Maar het waren de donkere jaren negentig, alles draaide om Ajax, om Amsterdam, dat werd er keer op keer ingewreven, ook door de media. Louis van Gaal brulde dat ze ook de besten van Rotterdam waren. Op school had ik een paar vriendjes - neutraal opgevoed - die ook voor Feyenoord werden, maar een voor een raakte ik ze kwijt aan de vijand.

Supporter zijn van Feyenoord is voor mij dan ook bijna synoniem met vernedering en lijden. De ziekte die Feyenoord heet was misschien een betere titel voor het boek geweest, heeft Giphart jaren later een keer scherp opgemerkt. Die ziekte, die blijkt ook bij mij nog steeds heel diep in het systeem te zitten. Ik merk dat aan bepaalde fysieke reacties. Word je opeens, zomaar, emotioneel als Feyenoord moet spelen. Als je die magische Kuip ziet, en de camera de supporters in beeld neemt. Rationeel denk je dan: wat is dit nou weer. Maar je houdt het niet tegen.

Toen Feyenoord op zondag 24 oktober 2010 met 10-0 verloor van PSV schreef Giphart drie dagen later op zijn blog dat hij bij 2-0 de tv had uitgezet. Voorgevoel van vernedering. Hij citeert Nick Hornby's Fever Pitch, dat magistrale boek over loyaliteit aan een immer ploeterende club (Arsenal): 'Loyaliteit, in voetbaltermen tenminste, was geen morele keuze zoals dapperheid of vriendelijkheid; ze was veeleer iets als een wrat of een bochel, iets waar je mee moest leren leven.' Giphart plaatst alles in de juiste proporties: 'Als Hornby's loyaliteit voor Arsenal te vergelijken is met een bochel, dan is onze liefde voor Feyenoord een bochel, een hazenlip, een open rug, een boksersneus, bloemkooloren en een horrelvoet.'

Hij geeft ook een wenk: 'Feit is dat het er nu "na zondag" op aankomt. Bij voorspoed is het gemakkelijk om supporter te zijn, maar echte clubziekte is: achter je ploeg blijven staan'. Feyenoord krabbelde sindsdien langzaam op, vorig jaar werd de rug gerecht, en dit seizoen lijkt er een speciale sfeer om de stadionclub te hangen, is de ziekte pardoes een kampioenskoorts geworden. Het gaat de club financieel weer voor de wind, op het veld klopt alles, het halve elftal staat in Oranje. Iedereen lijkt het Feyenoord ook te gunnen. In de laatste VI staat een enquête onder representanten van de 14 niet-titelkandidaten. Van hen hebben er 9 de verwachting dat Ajax kampioen wordt, tegen maar 2 Feyenoord. Slechts 3 hebben echter de voorkeur voor Ajax, tegen maar liefst 6 Feyenoord. We worden opeens vriendelijk over onze bochel geaaid.

Het zal er ook dit jaar wel weer niet van komen. Ajax zal het wel worden. Zoals 'altijd'. En altijd zal die vetzak van toen weer opdoemen, in een of andere gedaante, zoals twee jaar geleden nog in de persoon van Jan Vertonghen, die in de microfoon tetterde dat we 'maar kut kakkerlakken' zijn. We vloeken dan hardop, en vervloeken in stilte. Maar we koesteren onze ziekte, die gelukkig ongeneeslijk is, de mooiste ziekte ter wereld.

dinsdag 14 februari 2012

Lezen, lezen, lezen #26

De muziek zegt alles. De Top 2000 onder professoren (2011), 207 blz.
De laatste Radio 2 Top 2000 bereikte 11,2 miljoen Nederlanders, een astronomisch getal. Het mag dan ook geen verrassing heten dat ook de wetenschap interesse begint te tonen in het fenomeen. In De muziek zegt alles zijn elf artikelen gebundeld van wetenschappers die de Top 2000 vanuit hun vakgebied aan een onderzoek hebben onderworpen. Daarbij zijn bekende namen als Douwe Draaisma, Ad Vingerhoets en Huub Wijfjes. Wijfjes geeft een bijzonder boeiend overzicht van de geschiedenis van de radiomuziek - met bovendien ter illustratie een prachtcitaat uit De avonden -, Vingerhoets schrijft prettig bescheiden over de onzekerheden die zijn onderzoek naar de relatie tussen muziek en emotie domineren en Draaisma beschrijft de invloed van generatieverschillen op muzieksmaak. Hij schrijft dat toehoorders bij lezingen vaak opperen dat het toch gewoon zo is dat de beste popmuziek die van eind jaren 60 begin 70 is. Experimenten tonen echter aan dat 'juist het feit dat we het hier zo gezellig over eens zijn ons definieert als generatiegenoten'. Maar hoe kan het dan dat ik - en velen met mij - die pas vanaf de jaren '90 meedraaien toch ook de jaren 60 als de beste periode (h)erkennen? Ik word in ieder geval wel in mijn opinie bevestigd dat de Top 2000 veeleer een sociaal evenement is dan een muzieklijst door filosoof Frank Meester, die stelt dat de Top 2000 'een houvast, een ijkpunt' in ons leven vormt: 'De periode, zo eind december, leent zich daar ook prima voor. De Top 2000 is daarmee veel meer dan een hitlijst. Het betekent samenzijn, samen luisteren, gezelligheid, verbinding en even uit de maalstroom van het vele presteren die de rest van het jaar vereist is.' Het interessantst is de bijdrage van econoom Jeroen Hinloopen, die de 'marktstructuur' van de Top 2000 in kaart brengt, waarbij een stem op een artiest en een titel als de aankoop van respectievelijk een merk en een product wordt begrepen. Zijn artikel staat bovendien bol van de fascinerende statistische lijstjes en schema's. Boeiend is de bepaling van 'mannelijke artiesten' en 'vrouwelijke artiesten', d.w.z. artiesten waar mannen en artiesten waar vrouwen het vaakst op stemmen. Intrigerend én schokkend. Echte mannenartiesten blijken vooral de wat stevigere rockers ZZ Top, de Allman Brothers en Ten Years After; vrouwenartiesten zijn James Morrison, Kelly Clarkson, de Spice Girls en - daar heb je 't al - Marco Borsato. Nog fascinerender en enger wordt het wanneer het aandeel van mannen resp. vrouwen in het totale aantal stemmen op specifieke titels bepaald wordt: nummers die door mannen naar de hoogste regionen zijn gestemd worden door vrouwen weer omlaag getrokken: 'Won't Get Fooled Again' bij mannen op 271, bij vrouwen op 1827; 'Yours Is No Disgrace' bij mannen op 520, bij vrouwen op 1953; 'Lucky Man' 462 tegen 1631 (schande), 'Celluloid Heroes' 631 tegen 1905 (schande!). Maar ook andersom: Bette Midler's 'Wind Beneath My Wings' bij vrouwen op 344, bij mannen op 1727, 'All I Want for Christmas' 616 tegen 2037 - niet eens erin dus! -, idem voor Guus Meeuwis' 'Dat komt door jou', 725 tegen 2112. Allemaal machtig interessante statistiek. De muziek zegt alles is een boeiende en leerzame bundel. En al merk je soms dat de 'professoren' zich noodgedwongen op onbekend terrein hebben moeten begeven - Hinloopen schrijft consequent Cliff Richards -, het is goed dat ook de serieuze wetenschap haar licht laat schijnen over die wonderlijke Top 2000.

Gerrit-Jan van Heemst - De dag van Pim en Pierre. Het verhaal achter de UEFA Cupwinst van Feyenoord (2009), 191 blz.
2002 was in alle opzichten een bijzonder jaar. Persoonlijk, politiek-maatschappelijk en zeker ook sportief. Boogerd op La Plagne, Gerard van Velde in Salt Lake City en natuurlijk de verrassende UEFA Cup-winst van Feyenoord, luttele dagen na de moord op Pim Fortuyn. In De dag van Pim en Pierre beschrijft Gerrit-Jan van Heemst de gemengde gevoelens die de finaledag in Rotterdam bepaalden. Er was verdriet, onzekerheid en maatschappelijke onrust en daar doorheen verwachting, uitbundigheid en sportieve passie. Van Heemst beschrijft feitelijk het hele seizoen 2001-2002 van Feyenoord, met matige prestaties in de competitie en een rampzalige Champions League-campagne. De weg naar de glorie begon met die miraculeuze vrije trap van Van Hooijdonk in Freiburg, waar ik eerder dit jaar al kort naar verwees. Pierre Van Hooijdonk was de hoofdrolspeler van dit seizoen. Met Kees van Wonderen en Paultje Bosvelt vormde hij feitelijk een driemanschap dat het team leidde. Want coach Bert van Marwijk was helemaal niet de onbetwiste chef, lag zelfs niet goed in de groep. 'Met zijn gedrag zorgde Van Marwijk [...] onnodig voor onrust en irritaties,' vonden de Drie. Volgens Bosvelt werden de timide Shinji Ono en de bescheiden Tomasz Rzasa 'voortdurend verrot gescholden door Van Marwijk', volgens Van Hooijdonk miste Van Marwijk 'het vermogen om een speler te raken' en Van Wonderen had met Van Marwijk als mens geen probleem, maar zijn 'peptalk zat vol open deuren'. Peter van Vossen vond Van Marwijk communicatief niet sterk: hij sprak geen Engels, kon moeilijk met andere culturen omgaan en 'oefenstof las Van Marwijk soms van een briefje'. Met deze 'onthullingen' voegt Van Heemst nieuwe inzichten toe aan de geschiedschrijving en in die zin is zijn boek al zeer waardevol. Daarnaast is De dag van Pim en Pierre vooral recente nostalgie. Die hele prachtcampagne Freiburg-Rangers-PSV-Inter-Dortmund komt voorbij, alle spelers van toen worden belicht, van Brett Emerton tot Johan Elmander en van de piepjonge Robin van Persie tot de nukkige Leonardo. Soms laat Van Heemst zich wat te veel meeslepen in zijn enthousiasme, bijvoorbeeld in zijn verslag van Feyenoord-PSV als Mateja Kezman de bal tegen zijn kop krijgt geschoten: 'Lekker hard op z'n verwende kutsmoel!' Diep werd ik weer geraakt door de beschrijving van een beeld dat tien jaar na dato nog altijd op mijn netvlies staat: cultheld Christian Gyan vlak voor de aftrap van Feyenoord-Inter diep in gebed: 'het tafereel dat onlosmakelijk verbonden zou raken met deze wedstrijd. [Gyan] spreidde de armen, kneep de ogen toe, wapperde met de vingers. Zijn oersterke lijf zette zijn gebed kracht bij.'

Antheun Janse, Een pion voor een dame. Jacoba van Beieren, 1401-1436 (2009), 400 blz.
Jacoba van Beieren is een van de bekendste historische figuren uit ons nationale verleden. Biograaf Antheun Janse stelt zelfs dat zij 'in de categorie "vrouwen tot 1850" onbedreigd bovenaan' staat. Of dat nog steeds zo is weet ik niet, maar feit is dat Jacoba eeuwenlang zeer tot de verbeelding heeft gesproken. De beeldvorming maakte van haar een machtsbeluste, temperamentvolle mannenverslindster met een spectaculair en sensationeel leven. Janse wil met zijn biografie nu eens de historische Jacoba uit de nevelen van de geschiedenis laten oprijzen, ontdaan van eeuwenlange beeldvorming als ballast. Door zeer zorgvuldig de politieke en maatschappelijke context waarin Johanna zich bewoog uiteen te zetten weet Janse overtuigend te betogen dat zij zeer waarschijnlijk geen 'stormachtig temperament' was maar een leven leidde dat bepaald werd door 'dynastiek toeval en machtspolitieke tegenstellingen waarin anderen dan zijzelf de hand hadden.' Overigens zou wat mij betreft een vlugge blik op het portret van Johanna al volstaan om de hypothese Johanna-als-lustobject onhoudbaar te maken, maar dat geheel terzijde. Op het politieke schaakbord was Johanna van Beieren geen dame maar veeleer een pion. Daarmee is de titel van dit boek verklaard, doe overigens dus meer verwijst naar de opzet, de doelstelling van Janse dan naar Jacoba. Die opzet heeft er, enigszins paradoxaal, toe geleid dat we uit deze biografie over Johanna maar weinig te weten komen over haar dagelijkse bezigheden en denkbeelden. Omdat Janse zich immers op het standpunt stelt dat zij slechts een pion was verplicht hij zich ertoe het hele schaakbord en de meeste zetten te beschrijven om de rol van die pion te kunnen bepalen. Daar komt nog bij dat de afstand in de tijd zo groot is dat ik het sowieso moeilijk vind de figuren van toen als mensen te zien, mensen met drijfveren, met onhebbelijkheden, met een individualiteit. Heel soms veroorlooft Janse zich toch een amusante parallel met het heden: 'Terwijl zijn wettige echtgenote door vijanden werd belaagd, vermaakte Humphrey zich als een soort vijftiende-eeuwse Kluun met zijn maîtresse, Jacoba's voormalige hofdame Eleonora Cobham, een vrouw van lage komaf.' Waar hij dan meteen een sneer aan vastplakt: 'Met een dergelijk gedrag won men in de vijftiende eeuw geen publieksprijs.'

dinsdag 22 maart 2011

Weemoed

De devaluatie van de Nederlandse eredivisie heeft onvermoede gevolgen. Ik ken namelijk enkele kinderen die zeggen voor FC Twente te zijn. Kids uit Brabant welteverstaan, die geen enkele connectie hebben met Tukkerland, met ouders die gewoon voor een van de grote drie zijn. Ze hebben zelfstandig de keuze voor FC Twente gemaakt. Dat was vroeger, toen ik klein was, wel anders.

In de vroege jaren negentig, op de basisschool, was het leven simpel. Je was voor Ajax, Feyenoord of PSV. Die clubs verdeelden elk jaar de posities één, twee en drie. De rest was opvulling. Voor welke van de drie je was hing dan af van je opvoeding of van het enthousiasme van je vriendjes. Je kwam uit een Feyenoord-gezin, of je vader nam je altijd mee naar PSV bijvoorbeeld. Dan was je keuze genetisch bepaald. Of cultureel, voor mijn part.

Mijn kindertijd viel samen met de laatste Europese glorietijd van Ajax. Logischerwijs bezorgde dat veel klasgenootjes die als onbeschreven blad het voetbal tegemoet traden een supportershart voor Ajax. Er waren er zelfs bij die na die zomer van 1995 stilzwijgend maar vastberaden van club waren veranderd.

Dan stond je daar vertwijfeld op een kinderfeestje van een vriendje dat ineens voor Ajax bleek te zijn geworden. Die zorgvuldig ingepakte broodtrommel met Feyenoord-logo die je in je handen hield was van het ene op het andere moment gedegradeerd van een op zeker vreugde brengend cadeau tot een waardeloze prul.

Toen had je ook nog Ed de Goeij en Edwin van der Sar. Mooie tijd. Een Erwin Mulder, een Jeroen Verhoeven, die bestonden nog niet. En vrije trappen op de rand van de 16 waren nog geen garantie voor een doelpunt. Tegenwoordig wel. Elke week weer verbaas ik me over het gemak waarmee vrije trappen binnenploffen. Keepers staan volhardend verkeerd opgesteld. Zij hangen namelijk massaal het geloof aan dat het posteren van het muurtje in de ene hoek impliceert dat zij als keeper in de andere hoek moeten gaan staan. Wie de bal over het muurtje kan tillen mag vrijwel zeker een doelpunt bijschrijven, want de keeper is vervolgens altijd te laat.

Vroeger was er één keeper die zo'n bal toch kon hebben: Oscar Moens. Wie kent hem nog? Tussen 1996 en 2003 keepte Moens 180 wedstrijden voor AZ. Voor Moens was keepen ook voor een belangrijk deel show. Niemand kon zo stijlvol een bal uit de hoek duiken als Oscar Moens. Een katachtige redding heette dat dan. In de schilderachtige Alkmaarderhout was Moens de grootste kunstenaar.

Moens is nog steeds actief. Hij keept nu voor Sparta, dat in de vroege jaren negentig nog een abonnement op de middenmoot had, maar nu is afgegleden tot grijze muis op het tweede niveau. Gisteren verloor Sparta in een sfeerloze Langeleegte op een troosteloze maandagavond met 3-1 van Veendam. Moens blunderde opzichtig bij de 2-0.

Oscar Moens is een anachronisme geworden. Hij behoort tot een voorbije tijd, waarin keepers nog betrouwbare sluitposten waren en de grote drie nog gewoon de beste drie waren. Niet tot een tijdperk waarin Jelle ten Rouwelaar voor het nationale elftal geselecteerd kan worden en kinderen zomaar voor Twente kiezen.

dinsdag 27 januari 2009

Kakkerlakken

Oké, de televisiereclame is erg grappig, maar.....: SPAAR GEEN VOETBALPLAATJES MEER VAN ALBERT HEIJN!!:

AMSTERDAM - De supportersvereniging van Feyenoord wil weten waarom Albert Heijn in zijn verzamelalbum met voetbalplaatjes een insect heeft afgebeeld op de pagina van hun favoriete club. Het diertje lijkt sterk op een kakkerlak, een met name bij Ajaxaanhangers populaire scheldnaam voor Feyenoordfans.

Klanten van Albert Heijn kunnen in het album de voetbalplaatjes plakken die de supermarktketen momenteel uitdeelt. Iedere club heeft een eigen pagina, die is opgemaakt als een jongenskamer waarin attributen liggen die refereren aan de club of de regio. Zo is bij Heerenveen een Friese koek te zien, en ligt bij Sparta een speelgoedzwaard - een verwijzing naar stadion Het Kasteel.

Op de pagina van Feyenoord is ondermeer een voetbal te zien, waar een klein plastic insect op zit. Joop Verschuuren van de supportersvereniging van de Rotterdamse club noemt dat 'wel heel frappant'. Volgens hem rijst op z'n minst "het vermoeden van de associatie met een kakkerlak."

"Als dat zo zou zijn, is het op zichzelf een goede grap. Maar ik vind het ook wel weer kwalijk. Wat heeft 't nou voor zin?" Verschuuren vermoedt een geintje van een Ajaxgezinde fotograaf.









>> Lees verder op nu.nl

donderdag 25 september 2008

Een gedenkwaardige avond














Zafarin, Galatá en Van Hintum zetten Feyenoord klem


"Wie door zijn wimpers keek, waande zich in de Kuip bij een FA Cup-duel, of een wedstrijd in het Duitse bekertoernooi. Met dank aan een uitstekend TOP Oss en een formidabele Wilko de Vogt." (Algemeen Dagblad Sportwereld)

"TOP Oss kan terugkijken op een prima bekerwedstrijd tegen titelhouder Feyenoord. De Brabantse ploeg hield woensdagavond in een akelig lege Kuip lang stand, vooral dankzij de uitblinkende doelman Wilko de Vogt." (Spitsnet.nl)

"oss krijgt van mij [ee]n 10,ik heb genoten van die ploeg" (Reactie op telegraaf.nl)

"Alle complimenten voor TOP trouwens hoor.Ze speelden fel en hielden hun hoofd koel.Ik had ze het echt gegund.Feijenoordspelers ik zou zelf mijn winstpremie overmaken naar TOP!" (Reactie op telegraaf.nl)

"een uitstekende doelman bij Top!!!!! Ik heb genoten." (Reactie op telegraaf.nl)

"Timmer heb je goed gekeken naar de keeper van Top Oss! Zo moet het nou" (Reactie op telegraaf.nl)

"De fans van TOP hadden het hoogste woord en zagen met een gelukzalige blik hoe hun ploeg er een verlenging uit sleepte" (PZC)

"Het feit dat de Osse fans op de momenten dat Feyenoord vooral met zichzelf in de knoop zat of TOP brutaal prikjes uitdeelde vocaal de toon aangaven, was [...] veelzeggend." (Brabants Dagblad)

"voor TOP restte [...] een diepe buiging" (Brabants Dagblad)
"TOP-Oss mijn complimenten, geweldige keeper, prima elftal. Jammer dat het niet is gelukt, jullie hadden het zeker verdient" (Reactie op AD sportwereld.nl)Zang en confettikanonnen bij opkomst spelers; gefilmd gisteravond in het uitvak:

zondag 16 maart 2008

Hand in Hand

Mijn moeder wordt binnenkort vijftig jaar. Ik zocht naar een bijzonder cadeau en vond dat: ik maakte haar gelukkig met twee kaartjes voor Feyenoord - VVV Venlo. Gisteren was het al zover en togen we met zijn tweeën naar De Kuip. Een impressie.

17.30 Het is prachtig weer. Jassen op de achterbank en we zijn op weg.
18.15 "'Feijenoord' staat op de borden aangegeven" volgens mijn vader. Niet dus, althans niet op tijd. We moeten kiezen: 'Ring Rotterdam Oost' (links aanhouden) of 'Ring Rotterdam Zuid' (rechts aanhouden). Aangezien Feyenoord de club van R'dam Zuid is, kiezen we voor Ring Zuid. Na een halve minuut zien we echter links boven de weg 'Feijenoord' staan. Shit. Meteen bij de eerste afslag de weg af, ergens draaien, 'Ring Rotterdam Oost' kiezen en we rijden weer goed.
18.20 Aankomst.
18.40 We bezoeken de fanshop en vergapen ons aan het ruime aanbod (Een Feyenoord-navelpiercing anyone?).
18.50 "Twee friet met, alstublieft." Een lege blik staart me tegemoet. Ik bedenk op tijd dat ze dat jargon hier niet begrijpen en verbeter: "Twee patat met mayo." De friet patat is erg kruimelig en verbrokkelt onder het geweld van het vorkje.
19.00 We besluiten naar binnen te gaan. Bij het toegangshek staat een kleine rij. De procedure is: 1.kaartje afgeven 2.mevrouw scant kaartje 3.mevrouw drukt op knopje 4.je kunt door het draaihek. De mensen voor ons begrijpen stap 2 en 3 echter niet. Ze geven hun kaartje af en lopen zich vervolgen klem tegen het hek. Allevier. Zonder uitzondering. Wat een kokosnoten.
19.05 Ik zie een Unoxkar en koop zo'n overheerlijk Broodje Unox met Broodje Unoxsaus.
19.10 We bestijgen de trappen (bovenste ring, vak FF), zien de deuren en beleven dat schitterende kippenvelmoment als we De Kuip betreden. Die prachtige vorm, de felblauwe kuipstoeltjes, de perfecte grasmat, dat alles badend in het licht. Wat een stadion! We blijken pal naast het uitvak te zitten. André "mijn spelers speelden vandaag als opgewarmde lijken" Wetzel wordt op het veld geïnterviewd.
19.15 Vanaf hier elk kwartier: mijn moeder laat weten hoe geweldig ze dit allemaal vindt.
19.45 In ons vak zit een groep kinderen met begeleiding. Men heeft twee volle tassen versnaperingen bij zich: chips, snoepzakken, nog meer snoepzakken, koeken en liters aan pakjes drinken. Niet normaal. Eén van de koters heeft ADHD++. Ik erger me een bult en overweeg hem - à la Michael Jackson - over de reling te hangen. Ik beheers me op tijd. Hij wordt bovendien al regelmatig door de anderen op zijn hoofd geslagen als hij weer eens krijst. Een ander manneke slaagt er tot enorme vreugde van de groep in zijn papieren vliegtuigje op het veld te landen. Tot 20.00 uur: Lee Towers, warming up, Peter Houtman, 'Hand in hand', enz.
20.00 Opkomst spelers. Oorverdovend kabaal.
20.04 Luigi Bruins 1-0. Venlo is stil.
20.13 Keisuke Honda 1-1. Venlo juicht en zingt.
20.33 Giovanni van Bronckhorst 2-1. Venlo is stil.
20.44 Michael Mols 3-1. Venlo zingt toch maar door. Ze komen immers niet elk jaar in De Kuip.
20.45 Rust.
21.13 Nuri Sahin 4-1.
21.30 Mampuya (VVV) laat zich weer eens vallen. "Suárez!" klinkt het van de tribune. Venlo zingt nog steeds, o.a. André Wetzel wordt toegezongen. Respect.
21.45 Einde: 4-1 gewonnen. Mooie wedstrijd, we hebben genoten.
22.00 In de auto, aansluiten in de rij.
22.15 Progressie: 5 meter
22.30 Progressie: 0 meter.
22.45 Eindelijk komt er vaart in en kunnen we de snelweg op. "Nijmegen staat op de borden aangegeven" volgens mijn vader. Niet dus, althans niet op tijd. We volgen abusievelijk Utrecht. Dan maar vlak voor Utrecht de A2 op. Na niet eens zo heel veel omgereden te hebben (kwartiertje) en twee malloten te hebben overleefd (1.idioot 1 seint met groot licht: we gaan niet snel genoeg aan de kant. Auto haalt ons in, passagier hangt uit het raam met middelvinger en drugskop, bestuurder scheurt weg met 160 km/h. 2.idioot 2 geeft ineens gas als we inhalen, blijft pal naast een Duitser rijden, haalt dan ineens in, remt even plotseling, schiet ineens diagonaal de afrit op. Wat een kutjanus) zijn we om 23.45 weer thuis.

Feyenoord-VVV, in alle bescheidenheid toch wel mijn meest succesvolle cadeau tot op heden.