Het prachtboek Onze premiers (1901-2002) van Han van der Horst eindigt met Wim Kok. Nu het tijdperk Jan Peter Balkenende definitief ten einde is, is het tijd om ook de 22ste premier sinds Abraham Kuyper op waarde te schatten. Drie boeken geven gezamenlijk een overzicht van de wederwaardigheden van JP als MP.
Rien Fraanje & Jouke de Vries - Gepland toeval. Hoe Balkenende in het CDA aan de macht kwam (2010), 156 blz.
Balkenende is vóór 2001 nooit de gedoodverfde nieuwe leider van het CDA geweest. In oktober 2001 werd hij op het oog vanuit het niets tot politiek leider van de christendemocraten gebombardeerd. Toch was zijn promotie zorgvuldig voorbereid, zij het achter de schermen. In Gepland toeval speelt Balkenende, de ondertitel van het boek ten spijt, een marginale rol. Fraanje en De Vries concentreren zich grotendeels op de machtsstrijd binnen de partij de week voorafgaand aan de troonsbestijging van Balkenende. Jaap de Hoop Scheffer en Marnix van Rij betwistten elkaar toen het fractievoorzitterschap.
De auteurs lijken erg op de hand van Van Rij, wat een gevolg is van hun intentie een stukje geschiedvervalsing te willen rechtzetten. De geijkte opvatting is immers dat partijvoorzitter Van Rij de amokmaker was die aan de stoelpoten van fractieleider De Hoop Scheffer zaagde in zijn blinde ijver zelf eerste man te worden. Van Rij komt echter naar voren als de integere man met de ideeën die niets anders wilde dan de partij weer nieuw elan bezorgen. Een verfrissende herdefiniëring die van de stoffige, defensieve De Hoop Scheffer niet te verwachten viel.
Balkenende was eerder, mede door de invloed van een groepje machtige partijtijgers, op de belangrijke derde plek op de lijst voor de Kamerverkiezingen van 2002 geplaatst - de nummer 2 is altijd een vrouw, de nummer 3 is in principe kroonprins - en stond die niet meer af, ook niet toen het compromisvoorstel om Van Rij op plek drie te zetten aan hem werd voorgelegd. Toen De Hoop Scheffer uiteindelijk murw gebeukt van alle interne tegenstand aftrad en Van Rij besefte door de ontstane beeldvorming nooit diens positie te kunnen overnemen, kwam Balkenende plots in beeld. Nummer twee Maria van der Hoeven had binnen de partij veel goodwill verspeeld nadat ze in het geniep een deal met Van Rij had proberen te sluiten. Balkenende was van onbesproken gedrag.
Gepland toeval laat mooi zien hoe ambitie, beeldvorming en zuivere ideeën en onzuivere belangen een partij intern kunnen verscheuren. De week van 27-9 tot 2-10-2001 speelde zich binnen het CDA een schimmig politiek spel af van conflicten, vriendjespolitiek, binnenbrandjes, gekonkel, lange tenen, korte lontjes en korte lijntjes. Minpunt is dat de reconstructie wel erg gedetailleerd is en soms lastig te volgen met alle instituties en functies die een rol spelen, zoals dagelijks bestuur, partijbestuur, fractievoorzitter, partijvoorzitter, en hoe zij zich tot elkaar verhouden. Je krijgt van de weeromstuit bijna sympathie voor Geert Wilders die meent dat een democratisch doorontwikkelde ledenpartij alleen maar problemen kan opleveren.
Thijs Broer & Max van Weezel - De geroepene. Het wonderlijke premierschap van Jan Peter Balkenende (2007), 208 blz.
Dit boek uit 2007 bestaat uit een verzameling politieke artikelen uit Vrij Nederland over Balkenende. De auteurs hebben deze weliswaar herschreven om er een lopend verhaal van te maken, maar dat heeft niet kunnen verhinderen dat de verzameling soms - met name naar het einde toe - een wat onevenwichtige indruk maakt en dat er enkele storende doublures in staan.
De geroepene sluit van de drie boeken wel het dichtst aan bij de opzet van de beschouwingen van Van der Horst in Onze premiers, waar immers niet zozeer het premierschap van de premiers als wel hun leven voordat zij MP werden belicht wordt. De eerste negen hoofdstukken van De geroepene beschrijven achtereenvolgens Balkenendes Zeeuwse jeugd, Amsterdamse studententijd, gemeenteraadslidmaatschap van Amstelveen en carrière aan het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, waar hij harmonieus samenwerkte met Ab Klink.
Broer en Van Weezel halen hun informatie grotendeels uit gesprekken met direct betrokkenen, zoals, onder vele anderen, Doekle Terpstra, Herman Wijffels, Gerrit Zalm, Jan Schinkelshoek, Wim van de Donk, Jacques Tichelaar, Lodewijk de Waal en René Paas. Uit dit mozaïek van stemmen ontstaat een veelzijdig en redelijk compleet beeld van de houding en manier van werken van Balkenende.
De geroepene verscheen al in 2007 en eindigt met de installatie van Balkenende IV. De auteurs lieten zich leiden door de vraag hoe de brekebeen Balkenende er toch steeds weer in slaagde sterker uit de strijd te komen en de verkiezingen te winnen. De teneur van het boek is dan ook van negatief naar bijzonder positief. Van de eerste drie kabinetten worden vooral de hindernissen en de feilen besproken, zoals de chaotische samenwerking tussen de coalitiepartijen en de verstoorde verhoudingen met het maatschappelijk middenveld. Bij aanvang van de coalitie CDA-PvdA-CU is echter alle kou uit de lucht. De vakbonden zien het weer zitten, intern binnen het CDA is men vol vertrouwen en tussen CDA en PvdA is alles weer pais en vree. De auteurs spreken zelfs lyrisch van 'Het Wonder van Beetsterzwaag', de Friese negorij waar de onderhandelingen plaatsvonden onder bezielende leiding van informateur Herman Wijffels. Balkenende IV zou echter het begin van het einde inluiden voor Balkenende, zo blijkt uit het boek van Wilco Boom.
Wilco Boom - De val van Balkenende. Wat ging er fout? (2010), 156 blz.
De geroepene eindigt behoorlijk euforisch met een soevereine Balkenende die na vier moeizame jaren met de VVD nu met de PvdA eindelijk de polderconsensus heeft bereikt die zo lang had ontbroken: van partijgenoten tot vakbondsleiders en van werkgevers tot coryfeeën: iedereen had er weer vertrouwen in. In De val van Balkenende toont Wilco Boom echter een diametraal beeld van de drie volgende jaren: Balkenende zélf kon nooit echt afscheid nemen van de VVD. De sociaal-economische hervormingsagenda die hij samen met de liberalen doortastend aan het uitvoeren was, stokte nu hij rekening diende te houden met Bos en Rouvoet. En daar kon Balkenende niet mee omgaan.
Fraanje en De Vries bespreken in de epiloog van hun boek nog summier de periode dat Balkenende aan de macht was. Ze concluderen dat de strategie die hem binnen de partij aan de macht had gebracht, namelijk het om zich heen verzamelen van loyale geestverwanten, uiteindelijk zijn ondergang betekende. Loyaliteit was in 8 jaar langzaam maar gestaag verworden tot kritiekloos jaknikken waardoor Balkenende het contact met de partij verloor. Dat is ook de conclusie van Boom. De premier liet zich omringen door een parasitaire hofhouding. Toen hij voor zijn laatste kabinet bovendien alle Balkenendianen en toptalenten uit de partij haalde om ze in het kabinet te installeren, raakte het evenwicht tussen fractie en partij zoek.
Dat was de interne reden voor de val van Balkenende. Extern was de val van zijn laatste kabinet voor de verandering eens niet alleen maar de schuld van de coalitiepartner(s), zoals dat voorheen met achtereenvolgens de LPF en D66 wel het geval was geweest volgens de publieke opinie. Nu droeg ook de PvdA weliswaar een deel van de schuld door uit electoraal oogpunt de coalitie pootje te lichten met Uruzgan als legitimatie, maar de kiezer had het gedoe rond het onderzoek van de commissie-Davids naar de Irak-besluitvorming nog vers in het geheugen. De samenwerking tussen CDA en PvdA was bovendien een wassen neus gebleken. Balkenende regeerde alsof hij nog steeds met de VVD samenwerkte. De conclusie van Boom is dan ook dat Balkenende niet de juiste minister-president was voor een kabinet met de christendemocraten en de sociaaldemocraten.
Pijnlijk is ook dat zowel Balkenende zelf als een groot deel van de CDA'ers liever had gezien dat Camiel Eurlings het stokje had overgenomen na de val van Balkenende III. Die inmiddels bekende onthulling is de verdienste van Boom. Zijn heldere, met veel vaart geschreven boek is een absolute aanrader.
Conclusie
De drie besproken boeken belichten uiteenlopende aspecten en periodes van Jan Peter Balkenende, maar over één ding zijn de auteurs het roerend eens: op de cruciale momenten was Balkenende (te) afwezig, toonde hij niet het leiderschap dat zijn functie vereist, miste hij het charismatische vermogen om boven de partijen uit te stijgen en de neuzen dezelfde kant uit te krijgen of een moeilijke knoop door te hakken. Balkenende was een harde werker, in de beste calvinistische traditie, een intellectueel met welomlijnde ideeën over staatsinrichting en -hervorming, maar van de leider van het land mag iets meer verwacht worden.
Ik was 16 toen Balkenende premier werd, ik was 24 toen hij afscheid nam. Mijn jaren van politieke bewustwording en oriëntatie zijn dus voor een belangrijk deel bepaald door Balkenende. Gedurende die jaren heeft zich één overtuiging rotsvast in mij verankerd: dat Balkenende altijd te goeder trouw was. Hoeveel fouten hij ook maakte, hoe stuntelig hij ook overkwam, ik had nooit het gevoel met een volksverlakker, met een non-valeur van doen te hebben. In De geroepene staat een illustratief citaat van Ferd Crone (PvdA) over de mislukte onderhandelingen van 2003 tussen CDA en PvdA: '[Balkenende] had het er zichtbaar moeilijk mee. Zijn stem brak, zijn ogen werden vochtig. Het was duidelijk wie de hardliners waren: Verhagen en Wijn. Ze zaten die avond ontzettend stoer te doen - als corpsballen die er lol in hadden dat wij door de mangel werden gehaald. Maxime en Joop zien de politiek als één groot spel. Zo zit Jan Peter niet in elkaar.'
Een belangrijk bezwaar tegen Balkenende is niet eens zozeer zijn gebrek aan charisma, maar zijn economische ideeënontwikkeling. In De geroepene is mooi de geleidelijke overgang aan te wijzen. Bij het WI was Balkenende voortdurend op zoek naar een duurzaam evenwicht tussen staatsbemoeienis en vrije markteconomie, maar onder invloed van de VVD werd hij meer en meer een omarmer van de privatiseringspolitiek.
Balkenende miste de typisch katholieke elasticiteit waarover bijvoorbeeld een Lubbers wel beschikte. Het katholieke element van de christendemocratie - balans vinden tussen vrijheid en gelijkheid vanuit het oogpunt van broederschap en gemeenschapszin - is onder Balkenende ondergesneeuwd geraakt. Samenwerkingen tussen CDA en PvdA zijn feitelijk altijd problematisch geweest (Van Agt II, Lubbers III) en Balkendende IV is daar de trieste bevestiging van. Blijkbaar neigt het CDA altijd weer naar de VVD, de opmerking van Jan Schinkelshoek dat het CDA uiteindelijk altijd bewust én onbewust het midden opzoekt ten spijt.
Posts tonen met het label Jan Peter Balkenende. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan Peter Balkenende. Alle posts tonen
woensdag 16 maart 2011
maandag 15 november 2010
Vragen
Vier variaties
Kraken is bij wet verboden. Verboden volgens de Wet Kraken en Leegstand, maar laat de kraker nou net met de wet niet zoveel ophebben. 'Jullie wetten, niet de onze' stond er vorige week dan ook op een spandoek van protesterende krakers te lezen. Een gekraakt pand is een vrijstaat. Bepaalde woonwagenkampen en gekraakt onroerend goed, daar houdt de rechtstaat blijkbaar op. Behalve als de wet in het voordeel van de overtreders is, dan zijn onze wetten ineens wel de hunne. De krakers hebben ontdekt dat ze niet naar de rechter kunnen stappen wanneer tot ontruiming wordt overgegaan, en dat is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De overheid moet nu de wet gaan aanpassen. Ze moet eerst even vragen of ze alsjeblieft weg willen gaan. Waarop de krakers aan de rechter mogen gaan vragen de terugvordering van het pand te dwarsbomen. Wie vraagt, wordt overgeslagen.
Het is een schrijnend voorbeeld van de toenemende onmacht van de nationale regering om te besluiten en te besturen. Wordt er eindelijk beleid gemaakt waar een grote meerderheid mee instemt, komt het verre Brussel er een stokje voor steken. Dat dit verdrag strikt gezien weinig met EU-beleid te maken heeft, is dan niet meer relevant voor het gevolg: de anti-Europa-partijen krijgen er weer een paar duizend aanhangers bij. Burgers die vrezen dat 'Brussel' alles zal bepalen voor Nederland, worden in hun angstige vermoeden gesterkt. Immigratiepolitiek, nog zoiets. Wordt er een streng vreemdelingenbeleid op poten gezet, blijkt een oude regering ooit vergeten te zijn net als Denemarken een opt-out aan te vragen waardoor we nu met handen en voeten gebonden zijn aan wat Europa ons oplegt. Wie niet vraagt, wordt overgeslagen.
Waarom zou ik nog gaan stemmen? wordt dan een welhaast serieuze vraag die de boze burger zichzelf stelt. En de partij die het allemaal moet oplossen heeft het al druk genoeg de eigen zaakjes op orde te brengen. Hero Brinkman had last van losse handjes, Marcial Hernandez hield zijn handen keurig thuis maar vergat zijn kop erbij te houden en Eric Lucassen hield handen en hoofd in bedwang maar verloor dan weer de controle over andere lichaamsdelen. Hij mag blijven. Oké, hij had misschien aan Wilders moeten melden dat hij ooit veroordeeld is en dat hij de straatterrorist van de buurt was, maar aan de andere kant: hem is niet gevraagd of zijn kerfstok nog voor problemen zou kunnen zorgen. Wie niet gevraagd wordt, wordt niet overgeslagen.
VVD en CDA zien de commotie met lede ogen aan. Uit het CDA stijgt echter ook een collectieve zucht van opluchting op, want de grote kale knikker van Lucassen bedekt een beetje het nieuws van de analyse van de verkiezingsnederlaag. Het CDA moet diep door het stof. Wat blijkt? Jan Peter Balkenende vond het wel welletjes na acht jaar en gaf intern aan niet nog een keer eerste man te willen zijn. De partijleiding deed echter toch weer een beroep op de aimabele Zeeuw, want er was geen competente vervanger voorhanden. Ja, Camiel Eurlings, maar die wilde niet, aldus de voorzitter. Die het weer van Balkenende had. Een belletje naar Valkenburg om de afwijzing van Eurlings te verifiëren werd overbodig geacht. Maar Eurlings had, zo blijkt nu, best wel heel graag gewild. Wie niet gevraagd wordt, wordt overgeslagen.
Kraken is bij wet verboden. Verboden volgens de Wet Kraken en Leegstand, maar laat de kraker nou net met de wet niet zoveel ophebben. 'Jullie wetten, niet de onze' stond er vorige week dan ook op een spandoek van protesterende krakers te lezen. Een gekraakt pand is een vrijstaat. Bepaalde woonwagenkampen en gekraakt onroerend goed, daar houdt de rechtstaat blijkbaar op. Behalve als de wet in het voordeel van de overtreders is, dan zijn onze wetten ineens wel de hunne. De krakers hebben ontdekt dat ze niet naar de rechter kunnen stappen wanneer tot ontruiming wordt overgegaan, en dat is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De overheid moet nu de wet gaan aanpassen. Ze moet eerst even vragen of ze alsjeblieft weg willen gaan. Waarop de krakers aan de rechter mogen gaan vragen de terugvordering van het pand te dwarsbomen. Wie vraagt, wordt overgeslagen.
Het is een schrijnend voorbeeld van de toenemende onmacht van de nationale regering om te besluiten en te besturen. Wordt er eindelijk beleid gemaakt waar een grote meerderheid mee instemt, komt het verre Brussel er een stokje voor steken. Dat dit verdrag strikt gezien weinig met EU-beleid te maken heeft, is dan niet meer relevant voor het gevolg: de anti-Europa-partijen krijgen er weer een paar duizend aanhangers bij. Burgers die vrezen dat 'Brussel' alles zal bepalen voor Nederland, worden in hun angstige vermoeden gesterkt. Immigratiepolitiek, nog zoiets. Wordt er een streng vreemdelingenbeleid op poten gezet, blijkt een oude regering ooit vergeten te zijn net als Denemarken een opt-out aan te vragen waardoor we nu met handen en voeten gebonden zijn aan wat Europa ons oplegt. Wie niet vraagt, wordt overgeslagen.
Waarom zou ik nog gaan stemmen? wordt dan een welhaast serieuze vraag die de boze burger zichzelf stelt. En de partij die het allemaal moet oplossen heeft het al druk genoeg de eigen zaakjes op orde te brengen. Hero Brinkman had last van losse handjes, Marcial Hernandez hield zijn handen keurig thuis maar vergat zijn kop erbij te houden en Eric Lucassen hield handen en hoofd in bedwang maar verloor dan weer de controle over andere lichaamsdelen. Hij mag blijven. Oké, hij had misschien aan Wilders moeten melden dat hij ooit veroordeeld is en dat hij de straatterrorist van de buurt was, maar aan de andere kant: hem is niet gevraagd of zijn kerfstok nog voor problemen zou kunnen zorgen. Wie niet gevraagd wordt, wordt niet overgeslagen.
VVD en CDA zien de commotie met lede ogen aan. Uit het CDA stijgt echter ook een collectieve zucht van opluchting op, want de grote kale knikker van Lucassen bedekt een beetje het nieuws van de analyse van de verkiezingsnederlaag. Het CDA moet diep door het stof. Wat blijkt? Jan Peter Balkenende vond het wel welletjes na acht jaar en gaf intern aan niet nog een keer eerste man te willen zijn. De partijleiding deed echter toch weer een beroep op de aimabele Zeeuw, want er was geen competente vervanger voorhanden. Ja, Camiel Eurlings, maar die wilde niet, aldus de voorzitter. Die het weer van Balkenende had. Een belletje naar Valkenburg om de afwijzing van Eurlings te verifiëren werd overbodig geacht. Maar Eurlings had, zo blijkt nu, best wel heel graag gewild. Wie niet gevraagd wordt, wordt overgeslagen.
woensdag 2 juni 2010
Wijze mannen en vrouwen
In veel commentaren en columns wordt smalend geschreven over het alsmaar toenemende belang van de ‘kop’ van de lijsttrekker. De inhoud zou er niet meer toe doen, de partij zelfs niet meer, de persoonlijkheid van de leider zou de bepalende factor zijn geworden. Het is allemaal begonnen met het befaamde kontje van Wouter Bos. Dat contrasteerde enorm met de Harry Potter look van premier Balkenende. Je kunt inderdaad vraagtekens plaatsen bij de transformatie van de politiek tot een parlementair Idols.
Toch is deze ontwikkeling niet helemaal onbegrijpelijk, en ook niet onwenselijk. Want wat zijn partijprogramma’s nog waard? Niet alleen veranderen ze bijna dagelijks, ze staan ook boordevol vaagtaal en ontwijkend taalgebruik. Daarnaast is ons politieke systeem zo ingericht dat er na verkiezingen stevig onderhandeld moet worden om een meerpartijencoalitie te smeden. Elke partij moet daarbij concessies doen, bereid zijn afstand te nemen van bepaalde programmapunten teneinde andere speerpunten te realiseren. Het gaat er dan om welke lijsttrekker je als kiezer het meest realistisch, het meest pragmatisch, het meest geschikt acht voor dit politieke proces.
Wie is in staat de juiste balans te vinden tussen pal staan voor de ideeën en oplossingen van zijn of haar partij enerzijds en polderen om het land bestuurbaar te houden anderzijds? Volgens mij sluit deze houding ook uitstekend aan bij het originele idee van democratie: het kiezen van een wijze man (of tegenwoordig vrouw) die jij het besturen van het land, het nemen van beslissingen in jouw naam, vier jaar lang toevertrouwt.
Het gaat slecht met Jan Peter Balkenende en het CDA. Tenminste dat melden de media. ‘Partijprominenten’ schijnen het vertrouwen in de leider te hebben verloren, maar namen worden niet genoemd.
Balkenende is nog altijd een betrouwbare politicus, iemand wie je met gerust hart vier jaar lang het landsbestuur in handen durft te geven. Balkenende is verbaal sterk, inhoudelijk ongeëvenaard en hij lijkt te beschikken over de juiste politieke mentaliteit van gepassioneerd je politieke idealen uitdragen en tegelijk alle opties openhouden om een stabiele coalitie te formeren. Het is schrijnend dat andere politici juist in dat laatste opzicht de afgelopen acht jaar zijn vertrouwen hebben beschaamd waardoor nu het beeld is ontstaan van een ruggegraatloze christendemocraat die met vier kabinetten vier keer de eindstreep niet heeft gehaald.
Zeer problematisch voor 9 juni is dat Balkenende heeft laten doorschemeren dat het voor hem alles of niks is: óf hij wint en wordt weer premier óf hij wint niet en verdwijnt dan uit de politiek. Dat laatste is een schrikbeeld. Wie moet hem in vredesnaam opvolgen? Er stonden twee potentiële kroonprinsen klaar, maar de een is uit de politiek omdat hij vaker bij zijn vrouw wilde zijn en de ander moest uit de politiek omdat hij juist te weinig bij zijn eigen vrouw was. Nu worden al de namen van Ank Bijleveld en Ab Klink genoemd. Een nogal kleurloos lichtgewicht en een minister die er niet eens in slaagt het rookverbod te handhaven.
Balkenende gaat onverstoorbaar door, hij is zelfverzekerder, losser en strijdbaarder dan ooit. Maar als partijgenoten de hijgerige mediaberichten over een partijcrisis al niet overtuigend tegen willen spreken, dan vrees ik het ergste.
Ook bij de VVD is er sprake van die merkwaardige combiantie van een zelfverzekerde leider en potentiële opvolgers die naar voren worden geschoven, in dit geval maar meteen kandidaat-premiers. Mark Rutte ligt een straatlengte voor in de peilingen, maar dat ligt eerder aan zijn partij dan aan Rutte zelf.
De VVD doet het nu eenmaal altijd goed als er bezuinigd moet gaan worden en veel mensen zien in de liberalen eindelijk dat beschaafde, van de radicale en schreeuwerige elementen ontdane alternatief voor de PVV. Rutte is bepaald geen partij voor Wilders, hoe hard hij ook probeert diens harde woorden te imiteren. Dat harde toontje als het om immigratie en integratie gaat is lichtelijk vervreemdend als je bedenkt dat hier een 'linkse' VVD'er aan het woord is en dat de partij met het verkiezen van Rutte boven Verdonk een duidelijk keuze had gemaakt maar nu, onder electorale druk waarschijnlijk, in feite de koers-Verdonk vaart.
Maar ook Rutte is dus niet onomstreden. Verschil met het CDA is dan weer dat hier wél twee zwaargewichten de plaats van Rutte kunnen overnemen, althans dat is de heersende opinie. Ik heb daar mijn twijfels bij. De stamelende kakkineuze Ivo Opstelten heeft zo mogelijk nog minder charisma dan Rutte. Aan charisma ontbreekt het Neelie Kroes dan weer niet. Maar wat weten we nu verder van haar? Ze is al jaren weg uit Nederland en zit kniediep in de Europese en mondiale zaken. Kroes is zo populair in Nederland omdat ze als de sterke vrouw wordt gezien die heldhaftig het gevecht aangaat met de multinationals, de heldin die strijdt tegen het kwaad dat huist in duistere bankgebouwen. Maar miljoenenboetes uitdelen aan kapitalisten is wat anders dan een miljardentekort op een humane manier terugdringen.
Leiderschap staat opeens overal ter discussie, zelfs in de eenmanszaak van Geert Wilders is er rumoer. Gek genoeg heeft dat geen negatieve invloed op het beeld van Wilders. Als er één lijsttrekker is bij wie je zeker bent dat je stemt waar je op stemt, dan is het Wilders wel. Hij staat al vier jaar voor dezelfde standpunten en berijdt nog immer dezelfde stokpaardjes. Zelfs in een discussie over de zorg wist hij feilloos het begrip ‘islamisering’ in te passen.
Je ziet wel dat een deel van zijn achterban dat uitgekauwde verhaal wel zo’n beetje beu is. Wilders denkt: anti-Islam = media-aandacht = electoraal gewin. Hij vergeet echter dat in de mediacultuur iets fris en nieuws plotseling passé en ‘oud’ kan zijn. De tweede eigenschap van de hedendaagse politieke persoonlijkheid, het pragmatische, ontbreekt bovendien geheel bij Wilders. Hij zal nooit inbinden, polderen komt in zijn vocabulaire niet voor en een stem voor de PVV is dus altijd een tegenstem. (Een stem voor Hero Brinkman is dan weer een tegentegenstem.)
De anti-Wilders Alexander Pechtold zit stevig in het zadel. In de peilingen is de partij weer nagenoeg terug bij af. Want Wilders’ repetitieve oneliners mogen dan langzaamaan hun kracht verliezen, ook van Pechtold wil de kiezer weleens een eigen geluid horen in plaats van dat naoorlogse verzetsverhaal.
D66 heeft natuurlijk altijd die ijzersterke troef dé onderwijspartij te zijn. Tegelijkertijd is er nog altijd dat stigma van een besluiteloze, schipperende partij. 'Als je op alle vragen in de stemwijzer "neutraal" invult, krijg je D66 als advies," dat idee. Het is niet eens waar, je krijgt dan de SGP als advies, maar dat deze mythe zo hardnekkig voortleeft, spreekt boekdelen. (Overigens krijg je D66 als advies wanneer je bij elke stelling op 'eens' klikt; een partij die het met alles eens is, dat is misschien wel erger dan het met alles eens noch oneens zijn.)
Als leider zit Pechtold stevig in het zadel. Dat is geen wonder na de debacles van Boris Dittrich en Lousewies (wie-is-Lous?) van der Laan. Pechtold heeft het imago van een uitstekend debater en een intelligente politicus. Een oase van bedachtzaamheid in een woestijn van roeptoeters. Toch vind ik dat hij af en toe iets te veel de getapte jongen acteert. Op een vraag van BNN hoeveel een halfje wit kost, antwoordde Pechtold met de tegenvraag of ze misschien een envelopje cocaïne bedoelden, dat werk. En in de kwestie rond Jack de Vries riep hij heel libertair dat het anno 2010 niet meer past iemand aan te vallen op zijn ontrouw en buitendedeurse activiteiten.
De grote man op links is Job Cohen. Ik heb er geen geheim van gemaakt dat ik het wel zag zitten in Wouter Bos, de politicus die de potentie had de schizofrene PvdA te hervormen tot een bijdetijdse partij. Cohen is een stap terug, iemand van de lichting Ad Melkert. Oude wijn in nieuwe zakken. Cohen is ongetwijfeld een vriendelijke, wijze man, maar een mantra als ‘de boel bij elkaar houden’ vind ik – hoe oneindig beschaafder ook – even demagogisch en leeg als ‘een einde maken aan de massa-immigratie’. Het zijn beide loze kreten, die van Cohen omdat die ten onrechte uitgaat van een bestaande situatie van gemeenschapszin en die van Wilders omdat die ten onrechte veronderstelt dat een gesloten grens de gemeenschapszin kan bevorderen.
Cohen is een uitstekende burgemeester van Amsterdam geweest, hoor je aanhangers zeggen. Dat lijkt me nu juist geen enkele garantie. Alsof Amsterdam als pars pro toto dienst doet. Een van de grote misverstanden is dat Amsterdam representatief is voor Nederland. Amsterdam lijkt juist helemaal niet op de rest van Nederland. Bijna alle partijen maken zich overigens schuldig aan de opvatting dat Nederland de Randstad is. Die oprechte verbazing elke keer weer als blijkt dat zoveel mensen in ‘de’ provincie op het CDA hebben gestemd, vin-je-‘t-gek?
Cohen heeft het zwaar in de debatten. Het beeld van de stotterende, bloednerveuze PvdA-leider was bijna meelijwekkend. Hij legt het duidelijk af tegen Pechtold en Halsema maar is toch het boegbeeld op links. De vraag is of hij die ongewilde druk aankan.
Wie steeds onweerstaanbaarder wordt, is Femke Halsema. De voorvrouw van GroenLinks is zo iemand voor wie ook de aanhangers van andere partijen wel een zekere sympathie koesteren, met uitzondering dan van de radicaalste PVV’ers. Halsema ís GroenLinks geworden. Het is dat ze zo frêle is, want anders zou je haar zonder moeite een politieke mastodont kunnen noemen.
GroenLinks is van oudsher een protestpartij en dat recalcitrante zit er nog steeds wel in. Het is dan ook moeilijk voor te stellen hoe Halsema en de haren zich in het establishment gaan vestigen. De manier waarop Halsema de toenaderingspoging van Balkenende hooghartig van de hand wees, laat zien dat het oppositionele inmiddels diepgeworteld zit in de partij.
Niemand toont beter aan hoe de mediacratie werkt dan Emile Roemer. Van onzichtbare, charismaloze nobody naar man-in-vorm door twee geslaagde grapjes (net DWDD gekeken – het zijn er inmiddels vijf). En meteen maar twee zetels winst voor de SP - wie zijn in godsnaam die mensen die nu ineens zeggen op Roemer gaan stemmen?
Roemer heeft zekere raakvlakken met Jan Marijnissen. Dezelfde minzaamheid, dezelfde gewoonheid. Maar hij mist de uitstraling van Marijnissen. Roemer is een ‘goeie kloot’, iemand die je altijd kunt bellen als je een vlagger nodig hebt op zondagochtend, maar hij is geen hoofdcoach die met een bevlogen speech iets teweegbrengt.
Dan is er nog André Rouvoet. Iemand die helemaal samenvalt met zijn partij: zelfbewust, volwassen, geen buil aan te vallen. De ChristenUnie leent zowel links als rechts ideeën en standpunten om daar vervolgens een ‘light’-versie van te presenteren, met een ethisch-christelijk sausje. Alleen die homo's, daar kan Rouvoet maar niet aan wennen.
De SGP heeft Kees van der Staaij. Voor het eerst geen Bas van der Vlies meer. Van der Vlies had altijd die merkwaardige combinatie van wereldwijsheid en wereldvreemdheid. Een baken van bedachtzaamheid en verstandigheid en tegelijkertijd een grote onwetendheid van wat er in de wereld van nu te koop is. Van der Staaij mist vooralsnog het overwicht en de autoriteit van Van der Vlies, maar aan die twee zetels zal voorlopig niks veranderen, dus who cares.
Tot slot zijn er nog twee buitenbeentjes, twee kruidenvrouwtjes die niet minder wereldvreemd zijn dat nestor Van der Vlies. Rita Verdonk met haar trieste ‘beweging’ Trots op Nederland die maakt dat je je positieve gevoelens voor Nederland angstvallig verborgen houdt. Verdonk maakt zich steeds belachelijker met haar pijnlijk strijdbare mediaoptredens. Steeds maar weer die quasi-onaantastbare blik in de camera, die overtuiging met een goed, succesvol project bezig te zijn terwijl iedereen al van mijlenver kan zien dat het niks is en ook nooit iets zal worden, je wordt er niet goed van.
Ook Marianne Thieme met haar ridicule Partij voor de Dieren slaat een pleefiguur. Slechts twee personen in de Kamer en dan nog er bijna in slagen de partij op te blazen door onvermurwbaar een eigen koers te willen varen. Maar het schijnt dat Paul McCartney de nieuwe lijsttrekker van de PvdD wordt...
Toch is deze ontwikkeling niet helemaal onbegrijpelijk, en ook niet onwenselijk. Want wat zijn partijprogramma’s nog waard? Niet alleen veranderen ze bijna dagelijks, ze staan ook boordevol vaagtaal en ontwijkend taalgebruik. Daarnaast is ons politieke systeem zo ingericht dat er na verkiezingen stevig onderhandeld moet worden om een meerpartijencoalitie te smeden. Elke partij moet daarbij concessies doen, bereid zijn afstand te nemen van bepaalde programmapunten teneinde andere speerpunten te realiseren. Het gaat er dan om welke lijsttrekker je als kiezer het meest realistisch, het meest pragmatisch, het meest geschikt acht voor dit politieke proces.
Wie is in staat de juiste balans te vinden tussen pal staan voor de ideeën en oplossingen van zijn of haar partij enerzijds en polderen om het land bestuurbaar te houden anderzijds? Volgens mij sluit deze houding ook uitstekend aan bij het originele idee van democratie: het kiezen van een wijze man (of tegenwoordig vrouw) die jij het besturen van het land, het nemen van beslissingen in jouw naam, vier jaar lang toevertrouwt.
Het gaat slecht met Jan Peter Balkenende en het CDA. Tenminste dat melden de media. ‘Partijprominenten’ schijnen het vertrouwen in de leider te hebben verloren, maar namen worden niet genoemd.
Balkenende is nog altijd een betrouwbare politicus, iemand wie je met gerust hart vier jaar lang het landsbestuur in handen durft te geven. Balkenende is verbaal sterk, inhoudelijk ongeëvenaard en hij lijkt te beschikken over de juiste politieke mentaliteit van gepassioneerd je politieke idealen uitdragen en tegelijk alle opties openhouden om een stabiele coalitie te formeren. Het is schrijnend dat andere politici juist in dat laatste opzicht de afgelopen acht jaar zijn vertrouwen hebben beschaamd waardoor nu het beeld is ontstaan van een ruggegraatloze christendemocraat die met vier kabinetten vier keer de eindstreep niet heeft gehaald.
Zeer problematisch voor 9 juni is dat Balkenende heeft laten doorschemeren dat het voor hem alles of niks is: óf hij wint en wordt weer premier óf hij wint niet en verdwijnt dan uit de politiek. Dat laatste is een schrikbeeld. Wie moet hem in vredesnaam opvolgen? Er stonden twee potentiële kroonprinsen klaar, maar de een is uit de politiek omdat hij vaker bij zijn vrouw wilde zijn en de ander moest uit de politiek omdat hij juist te weinig bij zijn eigen vrouw was. Nu worden al de namen van Ank Bijleveld en Ab Klink genoemd. Een nogal kleurloos lichtgewicht en een minister die er niet eens in slaagt het rookverbod te handhaven.
Balkenende gaat onverstoorbaar door, hij is zelfverzekerder, losser en strijdbaarder dan ooit. Maar als partijgenoten de hijgerige mediaberichten over een partijcrisis al niet overtuigend tegen willen spreken, dan vrees ik het ergste.
Ook bij de VVD is er sprake van die merkwaardige combiantie van een zelfverzekerde leider en potentiële opvolgers die naar voren worden geschoven, in dit geval maar meteen kandidaat-premiers. Mark Rutte ligt een straatlengte voor in de peilingen, maar dat ligt eerder aan zijn partij dan aan Rutte zelf.
De VVD doet het nu eenmaal altijd goed als er bezuinigd moet gaan worden en veel mensen zien in de liberalen eindelijk dat beschaafde, van de radicale en schreeuwerige elementen ontdane alternatief voor de PVV. Rutte is bepaald geen partij voor Wilders, hoe hard hij ook probeert diens harde woorden te imiteren. Dat harde toontje als het om immigratie en integratie gaat is lichtelijk vervreemdend als je bedenkt dat hier een 'linkse' VVD'er aan het woord is en dat de partij met het verkiezen van Rutte boven Verdonk een duidelijk keuze had gemaakt maar nu, onder electorale druk waarschijnlijk, in feite de koers-Verdonk vaart.
Maar ook Rutte is dus niet onomstreden. Verschil met het CDA is dan weer dat hier wél twee zwaargewichten de plaats van Rutte kunnen overnemen, althans dat is de heersende opinie. Ik heb daar mijn twijfels bij. De stamelende kakkineuze Ivo Opstelten heeft zo mogelijk nog minder charisma dan Rutte. Aan charisma ontbreekt het Neelie Kroes dan weer niet. Maar wat weten we nu verder van haar? Ze is al jaren weg uit Nederland en zit kniediep in de Europese en mondiale zaken. Kroes is zo populair in Nederland omdat ze als de sterke vrouw wordt gezien die heldhaftig het gevecht aangaat met de multinationals, de heldin die strijdt tegen het kwaad dat huist in duistere bankgebouwen. Maar miljoenenboetes uitdelen aan kapitalisten is wat anders dan een miljardentekort op een humane manier terugdringen.
Leiderschap staat opeens overal ter discussie, zelfs in de eenmanszaak van Geert Wilders is er rumoer. Gek genoeg heeft dat geen negatieve invloed op het beeld van Wilders. Als er één lijsttrekker is bij wie je zeker bent dat je stemt waar je op stemt, dan is het Wilders wel. Hij staat al vier jaar voor dezelfde standpunten en berijdt nog immer dezelfde stokpaardjes. Zelfs in een discussie over de zorg wist hij feilloos het begrip ‘islamisering’ in te passen.
Je ziet wel dat een deel van zijn achterban dat uitgekauwde verhaal wel zo’n beetje beu is. Wilders denkt: anti-Islam = media-aandacht = electoraal gewin. Hij vergeet echter dat in de mediacultuur iets fris en nieuws plotseling passé en ‘oud’ kan zijn. De tweede eigenschap van de hedendaagse politieke persoonlijkheid, het pragmatische, ontbreekt bovendien geheel bij Wilders. Hij zal nooit inbinden, polderen komt in zijn vocabulaire niet voor en een stem voor de PVV is dus altijd een tegenstem. (Een stem voor Hero Brinkman is dan weer een tegentegenstem.)
De anti-Wilders Alexander Pechtold zit stevig in het zadel. In de peilingen is de partij weer nagenoeg terug bij af. Want Wilders’ repetitieve oneliners mogen dan langzaamaan hun kracht verliezen, ook van Pechtold wil de kiezer weleens een eigen geluid horen in plaats van dat naoorlogse verzetsverhaal.
D66 heeft natuurlijk altijd die ijzersterke troef dé onderwijspartij te zijn. Tegelijkertijd is er nog altijd dat stigma van een besluiteloze, schipperende partij. 'Als je op alle vragen in de stemwijzer "neutraal" invult, krijg je D66 als advies," dat idee. Het is niet eens waar, je krijgt dan de SGP als advies, maar dat deze mythe zo hardnekkig voortleeft, spreekt boekdelen. (Overigens krijg je D66 als advies wanneer je bij elke stelling op 'eens' klikt; een partij die het met alles eens is, dat is misschien wel erger dan het met alles eens noch oneens zijn.)
Als leider zit Pechtold stevig in het zadel. Dat is geen wonder na de debacles van Boris Dittrich en Lousewies (wie-is-Lous?) van der Laan. Pechtold heeft het imago van een uitstekend debater en een intelligente politicus. Een oase van bedachtzaamheid in een woestijn van roeptoeters. Toch vind ik dat hij af en toe iets te veel de getapte jongen acteert. Op een vraag van BNN hoeveel een halfje wit kost, antwoordde Pechtold met de tegenvraag of ze misschien een envelopje cocaïne bedoelden, dat werk. En in de kwestie rond Jack de Vries riep hij heel libertair dat het anno 2010 niet meer past iemand aan te vallen op zijn ontrouw en buitendedeurse activiteiten.
De grote man op links is Job Cohen. Ik heb er geen geheim van gemaakt dat ik het wel zag zitten in Wouter Bos, de politicus die de potentie had de schizofrene PvdA te hervormen tot een bijdetijdse partij. Cohen is een stap terug, iemand van de lichting Ad Melkert. Oude wijn in nieuwe zakken. Cohen is ongetwijfeld een vriendelijke, wijze man, maar een mantra als ‘de boel bij elkaar houden’ vind ik – hoe oneindig beschaafder ook – even demagogisch en leeg als ‘een einde maken aan de massa-immigratie’. Het zijn beide loze kreten, die van Cohen omdat die ten onrechte uitgaat van een bestaande situatie van gemeenschapszin en die van Wilders omdat die ten onrechte veronderstelt dat een gesloten grens de gemeenschapszin kan bevorderen.
Cohen is een uitstekende burgemeester van Amsterdam geweest, hoor je aanhangers zeggen. Dat lijkt me nu juist geen enkele garantie. Alsof Amsterdam als pars pro toto dienst doet. Een van de grote misverstanden is dat Amsterdam representatief is voor Nederland. Amsterdam lijkt juist helemaal niet op de rest van Nederland. Bijna alle partijen maken zich overigens schuldig aan de opvatting dat Nederland de Randstad is. Die oprechte verbazing elke keer weer als blijkt dat zoveel mensen in ‘de’ provincie op het CDA hebben gestemd, vin-je-‘t-gek?
Cohen heeft het zwaar in de debatten. Het beeld van de stotterende, bloednerveuze PvdA-leider was bijna meelijwekkend. Hij legt het duidelijk af tegen Pechtold en Halsema maar is toch het boegbeeld op links. De vraag is of hij die ongewilde druk aankan.
Wie steeds onweerstaanbaarder wordt, is Femke Halsema. De voorvrouw van GroenLinks is zo iemand voor wie ook de aanhangers van andere partijen wel een zekere sympathie koesteren, met uitzondering dan van de radicaalste PVV’ers. Halsema ís GroenLinks geworden. Het is dat ze zo frêle is, want anders zou je haar zonder moeite een politieke mastodont kunnen noemen.
GroenLinks is van oudsher een protestpartij en dat recalcitrante zit er nog steeds wel in. Het is dan ook moeilijk voor te stellen hoe Halsema en de haren zich in het establishment gaan vestigen. De manier waarop Halsema de toenaderingspoging van Balkenende hooghartig van de hand wees, laat zien dat het oppositionele inmiddels diepgeworteld zit in de partij.
Niemand toont beter aan hoe de mediacratie werkt dan Emile Roemer. Van onzichtbare, charismaloze nobody naar man-in-vorm door twee geslaagde grapjes (net DWDD gekeken – het zijn er inmiddels vijf). En meteen maar twee zetels winst voor de SP - wie zijn in godsnaam die mensen die nu ineens zeggen op Roemer gaan stemmen?
Roemer heeft zekere raakvlakken met Jan Marijnissen. Dezelfde minzaamheid, dezelfde gewoonheid. Maar hij mist de uitstraling van Marijnissen. Roemer is een ‘goeie kloot’, iemand die je altijd kunt bellen als je een vlagger nodig hebt op zondagochtend, maar hij is geen hoofdcoach die met een bevlogen speech iets teweegbrengt.
Dan is er nog André Rouvoet. Iemand die helemaal samenvalt met zijn partij: zelfbewust, volwassen, geen buil aan te vallen. De ChristenUnie leent zowel links als rechts ideeën en standpunten om daar vervolgens een ‘light’-versie van te presenteren, met een ethisch-christelijk sausje. Alleen die homo's, daar kan Rouvoet maar niet aan wennen.
De SGP heeft Kees van der Staaij. Voor het eerst geen Bas van der Vlies meer. Van der Vlies had altijd die merkwaardige combinatie van wereldwijsheid en wereldvreemdheid. Een baken van bedachtzaamheid en verstandigheid en tegelijkertijd een grote onwetendheid van wat er in de wereld van nu te koop is. Van der Staaij mist vooralsnog het overwicht en de autoriteit van Van der Vlies, maar aan die twee zetels zal voorlopig niks veranderen, dus who cares.
Tot slot zijn er nog twee buitenbeentjes, twee kruidenvrouwtjes die niet minder wereldvreemd zijn dat nestor Van der Vlies. Rita Verdonk met haar trieste ‘beweging’ Trots op Nederland die maakt dat je je positieve gevoelens voor Nederland angstvallig verborgen houdt. Verdonk maakt zich steeds belachelijker met haar pijnlijk strijdbare mediaoptredens. Steeds maar weer die quasi-onaantastbare blik in de camera, die overtuiging met een goed, succesvol project bezig te zijn terwijl iedereen al van mijlenver kan zien dat het niks is en ook nooit iets zal worden, je wordt er niet goed van.
Ook Marianne Thieme met haar ridicule Partij voor de Dieren slaat een pleefiguur. Slechts twee personen in de Kamer en dan nog er bijna in slagen de partij op te blazen door onvermurwbaar een eigen koers te willen varen. Maar het schijnt dat Paul McCartney de nieuwe lijsttrekker van de PvdD wordt...
dinsdag 12 januari 2010
Balkenende in de problemen
Het rapport van de commissie Davids over de deelname van Nederland aan de oorlog in Irak heeft vandaag flinke opschudding veroorzaakt. Er werd al rekening gehouden met een vervelend rapport voor Balkenende en de vandaag gepubliceerde onderzoeksresultaten spreken inderdaad niet in zijn voordeel, integendeel.Halsema noemt ze 'schokkend' en wil een parlementaire enqûete, Kant gaat een stapje verder en vindt de uitkomsten - met een variant op Bennie Jolink - 'schokkend hard' en Pechtold is 'verbijsterd'. Zelfs coalitiepartij PvdA is kwaad. Fractieleider Hamer is not amused, een kabinetscrisis dreigt. De VVD, toen coalitiepartner van het CDA, houdt zich wijselijk op de vlakte.
Het oordeel van Davids is in zes hoofdconclusies samen te vatten. Allereerst is er geen bewijs gevonden voor een actieve Nederlandse militaire bijdrage aan de inval in 2002. Juist op dit punt werd gevreesd voor de integriteit van Balkenende, er lag immers een Nederlands fregat voor de Iraakse kust ten tijde van de inval en er waren hardnekkige geruchten over twee Nederlandse F-16's die een noodlanding hadden moeten maken.
De tweede conclusie gaat in op Balkenendes vermeende gebrek aan leiderschap in debatten over Irak. Hij zou de leiding te vaak hebben uitbesteed aan de toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken, Jaap de Hoop Scheffer. De oppositie valt hem daar ook stevig op aan vandaag. Dat is wat vreemd. Dat je als premier zo'n gevoelig en complex dossier zo veel mogelijk overlaat aan de betreffende minister, is niet minder dan redelijk. Bovendien was Balkenende in Zuid-Afrika tijdens de debatten en had hij intensief telefonisch contact met De Hoop Scheffer.
De derde en vierde conclusie melden dat de inlichtingendiensten genuanceerder waren over de situatie in Irak dan de buitenlandse en dat deze nuanceringen niet over zijn genomen door de Nederlandse ministers. Ook geen al te heikel punt. Het betrof hier immers een buitenlandse aangelegenheid, meer bepaald een Irakese, en dan zijn rapporten van buitenlandse inlichtingendiensten minstens zo belangrijk als binnenlandse. Dat de nuanceringen van de eigen diensten dan niet worden overgenomen is een legitiem besluit, daar zijn het ook nuanceringen voor, die mogen het eindoordeel niet al te zeer beïnvloeden.
Balkenende lijkt dus met vier (overwegend) positieve van de in totaal zes conclusies de strijd te winnen. Zo eenvoudig liggen de zaken echter niet. De overige twee conclusies lijken de zwaarst wegende onderwerpen te bestrijken en juist die zijn in het nadeel van de premier. Het mag dan ook weinig verrassend heten dat hij juist die twee oordelen bestrijdt. De constatering dat er geen volkenrechtelijk mandaat zou zijn geweest voor de inval, is een pijnlijke. Die raakt immers aan de beginselen van het internationale recht. De laatste conclusie stelt dat er geen volledige openheid van zaken is gegeven aan het parlement over de aard van het Amerikaanse verzoek om steun bij de inval.
Dit is voer voor oppositiepartijen. Zij zullen dit laatste punt aanwenden om de integriteit en daarmee ook de houdbaarheid van Balkenende en zijn huidige kabinet aan te vechten. Dat zelfs de PvdA, toentertijd oppositiepartij maar nu in de regering, zeer zwaar tilt aan de genoemde onvolledige informatieverstrekking spreekt boekdelen. Balkenende zal een zware dobber hebben aan het pareren van de kritiek.
De conclusie over het ontbreken van een mandaat is met veel juridisch gegoochel nog wel voldoende onschadelijk te maken. Zoiets is bovendien voor een groot deel ook een kwestie van definities en interpretaties van definities. Het argument van parlementmisleiding is echter lastiger te bestrijden. Van het voorliegen van volksvertegenwoordigers is het immers nog maar een stapje naar volksverlakkerij. Als Balkenende zijn bezwaren tegen de conclusies niet hard kan maken, dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat we dit jaar vaker dan één keer naar de stembus mogen.
zondag 30 november 2008
Talent
Paul de Leeuw zit vijfentwintig jaar in het vak en vierde dat jubileum met een twaalf uur durende televisiemarathon op Nederland 3. Paul begon zoals gebruikelijk op zaterdagavond om half negen en ging dit keer door tot half negen de volgende ochtend. De zeven uur die ik ervan gezien heb (20.30 uur - 02.30 uur en 07.30 uur - 08.30 uur) bevestigden dat De Leeuw nu al een monument is.
Velen haten hem, velen houden van hem, weinigen bewandelen de middenweg. In de marathonuitzending passeerden de mooiste fragmenten de revue, maakten tientallen grote namen hun opwachting en waren de lach, de traan en het serieuze gesprek aardig in evenwicht. Inzakkertje was het tweede deel waarin Daphne Bunskoek een soort van pilot voor een nieuw programma presenteerde. In Vrouwen en Humor schoof De Leeuw aan bij drie vrouwen met wie hij een in de loop van de jaren een vriendschap had opgebouwd. Dit onderdeel werd ontsierd door Hanneke Groenteman die schaamteloos de leiding overnam van Bunskoek en vervolgens grossierde in vervelende opmerkingen, saaie anekdotes en drammerige boutades.
Een van de hoogtepunten was de tussen 00.15 uur en 01.00 uur uitgezonden speciale editie van Ranking the Stars, een van De Leeuws leukste programma's. De formule werkt zo perfect omdat er een sfeer van mannen onder elkaar ontstaat waarin men elkaar niet spaart en de sappige anekdotes en venijnige schimpscheuten over en weer vliegen, alles uiteraard door De Leeuw in ontspannen-humoristische banen geleid.
Paul de Leeuw is een van de weinigen die een bijzonder talent hebben, namelijk een talent om straffeloos onvoorzichtig te zijn. Van flapuiten wordt in de regel gehakt gemaakt, zij worden beplakt met vele stempels, van arrogant en onbeschoft tot beledigend en onbeschaafd. Wie sommige uitspraken van De Leeuw autonoom bekijkt kan inderdaad concluderen dat hij regelmatig de grens van het betamelijke overtreedt. Daar aanstoot aan nemen is echter misplaatst. De Leeuw staat namelijk voor een combinatie van humor en ernst die enig is in zijn soort. Op eigen kracht en door middel van een authentieke persoonlijkheid heeft hij zich op weten te werken tot een hedendaags icoon.
Wat dit ongrijpbare talent vermag werd duidelijk tijdens Ranking the Stars. De heren converseerden over hun seksuele prestaties. Uiteraard werd de draak gestoken met de vermeende kuisheid van Arie Boomsma en de al even vermeende talenten van Robert ten Brink. Marco Borsato dacht leuk te zijn door zich te presenteren als een hengst. "Italian stallion, hè" grinnikte de zanger. "Ik ben een man van de lange adem." De andere mannen fronsten de wenkbrauwen en uit het publiek klonken enige schampere lachgeluidjes op. Soortgelijke opmerkingen van De Leeuw sorteerden wel effect omdat hij zoals altijd een grotesk rookgordijn wist op te trekken.
Paul de Leeuw combineert bij nader inzien niet humor en ernst, hij staat er ver boven. En laten we eerlijk zijn: Marco Borsato staat louter aan de top omdat John Ewbank niet kan zingen.
Ook Prem Radakishun nam deel aan het Ranking-onderdeel. De man die als geen ander de kunst van het snelschreeuwen verstaat kon pakweg twee jaar geleden nog gecategoriseerd worden als een van de prominenten van oudlinks in het maatschappelijke debat. Vervelende ervaringen met Marokkaanse ratjes hebben hem echter een opzienbarende transformatie doen ondergaan. Hoorden we hem laatst al verkondigen dat de onderbuik het had gewonnen van de hersenen als belangrijkste aanstuurmechanisme van de hand die het stempotlood beroert, nu luisterde hij zijn entree op met een uiting van solidariteit met het Indiase volk dat vorige week slachtoffer werd van het genadeloze moslimterrorisme. Die terroristen waren een "stelletje geitenneukers" ratelde Prem, daarmee een vermoorde islamcriticus naschreeuwend.
Prem behoort tot de gestaag in aantal toenemende individuen die op de vleugels van voortschrijdend inzicht een vlucht naar voren hebben weten te maken in de richting van de vigerende tijdgeest. De PvdA als geheel staat daar symbool voor met het afschudden van de in de weg zittende ideologische veren. Ad Melkert is jaren geleden al naar de Verenigde Staten gevlucht, Marcel van Dam is geloosd bij de SP en geen weldenkend mens neemt Jan Blokker nog serieus. Ella Vogelaar is het meest recente geval van een kopstuk dat heeft moeten lossen uit het demarrerende sociaaldemocratische peloton onder leiding van tempobeulen Ahmed Aboutaleb en Wouter Bos.
Men zal het niet snel willen toegeven - partijpolitiek en fractiediscipline zijn immers sterke krachten in de politiek - maar de sociaaldemocraten ontpoppen zich zo langzamerhand als de ware erfgenamen van Bolkestein en Fortuyn. Meer en meer wordt duidelijk wat een visionair Frits Bolkestein in feite is geweest. Hij was de eerste die de integratieproblematiek op de agenda trachtte te zetten. Hoon viel hem ten deel. Pim Fortuyn slaagde er tien jaar later wel in Bolkesteins aanzet te verwezenlijken. Niet minder hoon viel hem overigens ten deel, plus enkele kogels van een dierenterrorist.
Bolkestein en Fortuyn slaagden erin een gevoelig thema met eerlijkheid, openheid en realistisch argumenteren urgent te maken. Beiden waren met rede begiftigde intellectuelen die boven alles een open debat voortstonden, polemiserend en polariserend waar nodig, en altijd met open vizier. Fortuyn was een sociaaldemocraat die uit onvrede het PvdA-nest had verlaten. Anno 2008 komen zij definitief weer bij elkaar. Dit keer is het de PvdA die Fortuyn weer opzoekt. De aanbevelingen 8, 9 en 10 inzake integratie uit De puinhopen van acht jaar paars worden zelfs - zonder bronvermelding - alweer enige jaren in de praktijk gebracht. Ook door het CDA overigens.
Aan het eind van de marathon, zondagochtend om 08.15 uur, presenteerde Sinterklaas (Bram van der Vlugt - de échte Sinterklaas!) aan De Leeuw de twaalf kanshebbers op de titel van Miss Nederland. Zij hadden gouden enveloppen bij zich met daarin afbeeldingen van de twaalf mooiste momenten uit De Leeuws televisiecarrière. Op nummer één stond zijn ontmoeting met René Klijn in 1993. De doodzieke Klijn zette samen met De Leeuw toen de AIDS-problematiek op de kaart.
Dat is een talent dat Paul de Leeuw gemeen heeft met Bolkestein en Fortuyn: het talent om je talent op het juiste moment te gebruiken, desnoods tegen de publieke opinie in. Bolkestein is 75, Fortuyn dood. Laten we hopen dat De Leeuw nog een tijdje doorgaat.
Velen haten hem, velen houden van hem, weinigen bewandelen de middenweg. In de marathonuitzending passeerden de mooiste fragmenten de revue, maakten tientallen grote namen hun opwachting en waren de lach, de traan en het serieuze gesprek aardig in evenwicht. Inzakkertje was het tweede deel waarin Daphne Bunskoek een soort van pilot voor een nieuw programma presenteerde. In Vrouwen en Humor schoof De Leeuw aan bij drie vrouwen met wie hij een in de loop van de jaren een vriendschap had opgebouwd. Dit onderdeel werd ontsierd door Hanneke Groenteman die schaamteloos de leiding overnam van Bunskoek en vervolgens grossierde in vervelende opmerkingen, saaie anekdotes en drammerige boutades.
Een van de hoogtepunten was de tussen 00.15 uur en 01.00 uur uitgezonden speciale editie van Ranking the Stars, een van De Leeuws leukste programma's. De formule werkt zo perfect omdat er een sfeer van mannen onder elkaar ontstaat waarin men elkaar niet spaart en de sappige anekdotes en venijnige schimpscheuten over en weer vliegen, alles uiteraard door De Leeuw in ontspannen-humoristische banen geleid.
Paul de Leeuw is een van de weinigen die een bijzonder talent hebben, namelijk een talent om straffeloos onvoorzichtig te zijn. Van flapuiten wordt in de regel gehakt gemaakt, zij worden beplakt met vele stempels, van arrogant en onbeschoft tot beledigend en onbeschaafd. Wie sommige uitspraken van De Leeuw autonoom bekijkt kan inderdaad concluderen dat hij regelmatig de grens van het betamelijke overtreedt. Daar aanstoot aan nemen is echter misplaatst. De Leeuw staat namelijk voor een combinatie van humor en ernst die enig is in zijn soort. Op eigen kracht en door middel van een authentieke persoonlijkheid heeft hij zich op weten te werken tot een hedendaags icoon.
Wat dit ongrijpbare talent vermag werd duidelijk tijdens Ranking the Stars. De heren converseerden over hun seksuele prestaties. Uiteraard werd de draak gestoken met de vermeende kuisheid van Arie Boomsma en de al even vermeende talenten van Robert ten Brink. Marco Borsato dacht leuk te zijn door zich te presenteren als een hengst. "Italian stallion, hè" grinnikte de zanger. "Ik ben een man van de lange adem." De andere mannen fronsten de wenkbrauwen en uit het publiek klonken enige schampere lachgeluidjes op. Soortgelijke opmerkingen van De Leeuw sorteerden wel effect omdat hij zoals altijd een grotesk rookgordijn wist op te trekken.
Paul de Leeuw combineert bij nader inzien niet humor en ernst, hij staat er ver boven. En laten we eerlijk zijn: Marco Borsato staat louter aan de top omdat John Ewbank niet kan zingen.
Ook Prem Radakishun nam deel aan het Ranking-onderdeel. De man die als geen ander de kunst van het snelschreeuwen verstaat kon pakweg twee jaar geleden nog gecategoriseerd worden als een van de prominenten van oudlinks in het maatschappelijke debat. Vervelende ervaringen met Marokkaanse ratjes hebben hem echter een opzienbarende transformatie doen ondergaan. Hoorden we hem laatst al verkondigen dat de onderbuik het had gewonnen van de hersenen als belangrijkste aanstuurmechanisme van de hand die het stempotlood beroert, nu luisterde hij zijn entree op met een uiting van solidariteit met het Indiase volk dat vorige week slachtoffer werd van het genadeloze moslimterrorisme. Die terroristen waren een "stelletje geitenneukers" ratelde Prem, daarmee een vermoorde islamcriticus naschreeuwend.
Prem behoort tot de gestaag in aantal toenemende individuen die op de vleugels van voortschrijdend inzicht een vlucht naar voren hebben weten te maken in de richting van de vigerende tijdgeest. De PvdA als geheel staat daar symbool voor met het afschudden van de in de weg zittende ideologische veren. Ad Melkert is jaren geleden al naar de Verenigde Staten gevlucht, Marcel van Dam is geloosd bij de SP en geen weldenkend mens neemt Jan Blokker nog serieus. Ella Vogelaar is het meest recente geval van een kopstuk dat heeft moeten lossen uit het demarrerende sociaaldemocratische peloton onder leiding van tempobeulen Ahmed Aboutaleb en Wouter Bos.
Men zal het niet snel willen toegeven - partijpolitiek en fractiediscipline zijn immers sterke krachten in de politiek - maar de sociaaldemocraten ontpoppen zich zo langzamerhand als de ware erfgenamen van Bolkestein en Fortuyn. Meer en meer wordt duidelijk wat een visionair Frits Bolkestein in feite is geweest. Hij was de eerste die de integratieproblematiek op de agenda trachtte te zetten. Hoon viel hem ten deel. Pim Fortuyn slaagde er tien jaar later wel in Bolkesteins aanzet te verwezenlijken. Niet minder hoon viel hem overigens ten deel, plus enkele kogels van een dierenterrorist.
Bolkestein en Fortuyn slaagden erin een gevoelig thema met eerlijkheid, openheid en realistisch argumenteren urgent te maken. Beiden waren met rede begiftigde intellectuelen die boven alles een open debat voortstonden, polemiserend en polariserend waar nodig, en altijd met open vizier. Fortuyn was een sociaaldemocraat die uit onvrede het PvdA-nest had verlaten. Anno 2008 komen zij definitief weer bij elkaar. Dit keer is het de PvdA die Fortuyn weer opzoekt. De aanbevelingen 8, 9 en 10 inzake integratie uit De puinhopen van acht jaar paars worden zelfs - zonder bronvermelding - alweer enige jaren in de praktijk gebracht. Ook door het CDA overigens.
Aan het eind van de marathon, zondagochtend om 08.15 uur, presenteerde Sinterklaas (Bram van der Vlugt - de échte Sinterklaas!) aan De Leeuw de twaalf kanshebbers op de titel van Miss Nederland. Zij hadden gouden enveloppen bij zich met daarin afbeeldingen van de twaalf mooiste momenten uit De Leeuws televisiecarrière. Op nummer één stond zijn ontmoeting met René Klijn in 1993. De doodzieke Klijn zette samen met De Leeuw toen de AIDS-problematiek op de kaart.
Dat is een talent dat Paul de Leeuw gemeen heeft met Bolkestein en Fortuyn: het talent om je talent op het juiste moment te gebruiken, desnoods tegen de publieke opinie in. Bolkestein is 75, Fortuyn dood. Laten we hopen dat De Leeuw nog een tijdje doorgaat.
dinsdag 19 juni 2007
Balkenendus Rex
Vandaag vond het kamerdebat over het beleidsprogramma van het nieuwe kabinet plaats. Wat ik ervan meegekregen heb is het gebruikelijke beeld: de oppositiepartijen die het beleid blind afkraakten, de regeringspartijen met zo nu en dan een klein puntje van kritiek en het kabinet moeiteloos in de verdediging.
- Geert Wilders trok uiteraard weer fel van leer tegen alles en iedereen. Hij vond het een schande dat de woorden 'islam' en 'islamisering' niet voorkwamen in de beleidsplannen. Daarnaast wilde hij Marokkaanse crimineeltjes naar Marokko sturen. En hun ouders mochten wat hem betreft ook mee. Er waren immers veel te veel moslims in Nederland. Wilders was kortom weer schandalig ongenuanceerd bezig. De hardwerkende, Nederlands sprekende moslim werd weer gelijkgesteld aan de criminele Marokkaanse jongere. En alsof naar Marokko sturen überhaupt mogelijk is of een oplossing kan zijn. De weg van de minste weerstand is een doodlopende weg.
- Alexander Pechtold riep zo mogelijk nog meer irritatie op. De grootste zeurkous van Den Haag had blijkbaar in zijn tunnelvisie niet begrepen dat de Partij voor de Vrijheid níet in de regering zat. Hij beperkte zich uiteraard weer tot het beschimpen van Wilders en sprak het kabinet alleen aan op hoe het omgaat met Geert. Bovendien draafde hij daarbij enorm door door te eisen dat het kabinet álle ideeën en meningen van de PVV per definitie zou negeren. Ook de strengere wetgeving rondom boerka's. Pechtold was dus weer principieel tegen alle vormen van beleid die mogelijk van invloed zijn op moslims en de rechtstaat. Waar zijn de dagen van Hans van Mierlo en D66 als liberale middenpartij?
- Mark Rutte wierp zich op als buikspreekpop van Rita Verdonk. Hoewel hij geen gelegenheid voorbij laat gaan om te benadrukken dat hij de leider is, bleek vandaag al wie werkelijk de koers van de VVD bepaalt. Al zijn meningen waren een letterlijke weergave van die van Verdonk als minister. Zo is binnen de VVD een merkwaardige situatie ontstaan. Verdonk wordt zo goed als mogelijk op de achtergrond gehouden om heisa te voorkomen en men zegt de lijn-Rutte te volgen, maar tegelijkertijd is het Verdonk die, ongetwijfeld gesteund door de grote schare volgelingen binnen de partij, het brein achter de partijideologie is geworden.
- En dan Balkenende. Normaliter ziet een heerser langzaamaan zijn macht afbrokkelen om tenslotte ten val te komen. Bij Balkenende lijkt echter het omgekeerde het geval. Werd hij in het begin nog om van alles en nog wat beschimpt en was hij al afgeschreven voor hij goed en wel was begonnen, tegenwoordig voelt hij zich als een vis in het water en blijft hij moeiteloos overeind in het politieke wespennest. Vandaag ook weer. Zonder zichtbare moeite laveerde hij tussen het spervuur van kritiek door en wimpelde haast achteloos alle kanttekeningen weg. Wilders werd terechtgewezen, Pechtold nog meer door te wijzen op zijn belachelijke eis die afbreuk zou doen aan het recht op vrije meningsuiting.
Balkenende ontpopt zich steeds meer tot de beheerste leider die niet meer van zijn stuk te brengen is door voorbarige kritiek en die zonder overhaaste kortetermijnbeslissingen een stevig fundament aan het bouwen is. Zijn leiderschap is inmiddels onbetwist. Of zoals Boris v/d Ham al met lichte tegenzin moest toegeven: Balkenende is misschien wel de nieuwe Fortuyn aan het worden.
Balkenende ontpopt zich steeds meer tot de beheerste leider die niet meer van zijn stuk te brengen is door voorbarige kritiek en die zonder overhaaste kortetermijnbeslissingen een stevig fundament aan het bouwen is. Zijn leiderschap is inmiddels onbetwist. Of zoals Boris v/d Ham al met lichte tegenzin moest toegeven: Balkenende is misschien wel de nieuwe Fortuyn aan het worden.
Abonneren op:
Posts (Atom)