Posts tonen met het label ISIS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ISIS. Alle posts tonen

maandag 29 augustus 2016

Aan de Turken overgeleverd

Vorige week rolden Turkse tanks plotseling Syrië binnen. Het officiële verhaal luidde dat het doel van de operatie was om strijders van IS te verjagen uit het grensstadje Jarablus. Maar Erdogan gebruikt de strijd tegen IS in feite als dekmantel om korte metten te maken met de Koerden.
  Hij is in eigen land weliswaar in oorlog met de Koerdische communistische arbeidersbeweging PKK, een partij die algemeen als terreurorganisatie wordt aangemerkt, maar nu bombardeert hij de YPG, dat zijn Syrische Koerden, ondanks eerdere waarschuwingen van de VN, de VS én de EU om dat vooral niet te doen.
  Turkije heeft ze allemaal in de tang. De Amerikanen hebben de luchtmachtbasis Inçirlik nodig bij de oorlog tegen IS en bovendien willen ze niet dat Erdogan goede maatjes wordt met Poetin, waartoe de eerste stappen al zijn gezet. En de incompetente, decadente EU, niet eens in staat haar buitengrenzen te bewaken, heeft die vermaledijde vluchtelingendeal als steen op de maag liggen.
  Amerika en Europa kruipen dus voor Erdogan, uit dom eigenbelang en radeloze zwakte.
  Dat de Turken zich momenteel alles kunnen permitteren werd bitter duidelijk toen ze uitgerekend op de dag dat de Amerikaanse vicepresident Joe Biden op bezoek kwam Syrië binnenvielen. Een grove schending van de soevereiniteit van een ander land, maar Biden durfde de brutaliteit niet te veroordelen. Hij zei 'sorry' voor het zogenaamde uitblijven van steun aan Turkije na de coup, zegde zijn medewerking toe aan de uitlevering van Gülen en stak tot besluit de Koerden een door Erdogan aangereikt mes in de rug. Die eiste namelijk dat de Koerden zich zouden terugtrekken ten noorden van de rivier de Eufraat, en Biden was het met hem eens: de Koerden moeten doen wat Erdogan zegt, anders steunen de Amerikanen de Koerden niet langer bij hun strijd tegen IS.
  Het is een gotspe van de buitencategorie. De Koerden hebben eerst het vuile werk mogen opknappen om IS te verdrijven, en nu ze daarin zijn geslaagd moeten ze weer oprotten.

De haviken Bush en Cheney vielen ooit onder valse voorwendselen Irak binnen, een onbezonnenheid waaraan we onder meer de opkomst van IS te danken hebben. De idealisten Obama en Biden zijn hun tegenpolen, zij willen zich juist niet te veel bemoeien met de brandhaard die Midden-Oosten heet, maar het wrange is dat ze daarmee evenzeer voor escalatie zorgen. Dat begon al toen Obama halfslachtig een 'rode lijn' trok voor Assad maar niet de daad bij het woord voegde toen de Syrische dictator die lijn overging, wat vele ontgoochelde Syriërs regelrecht in de armen van IS dreef. En nu is er dus de knieval voor Ankara.
  Obama en zijn secondant Biden zijn geen cowboys zoals Bush en Cheney, ze zijn zachte heelmeesters, en we weten wat het spreekwoord daarover zegt.
  Zoals te verwachten viel heeft IS intussen alweer enkele dorpen rond de strategische plaats Manbij heroverd op de Koerden. En dat is precies wat de Turken allesbehalve slecht uitkomt, want zo lang IS er is hebben zij een legitieme reden om Noord-Syrië - maar in de praktijk dus de Koerden - te blijven bestoken.
  Erdogan heeft gisteren in Gaziantep letterlijk gezegd: 'We zullen de PYD blijven bestrijden tot ze uitgeroeid zijn.' Een belangrijke uitspraak. Hij had het dus niet over de PKK, de Turkse Koerden, of over de YPG, de militaire tak van de Syrische Koerden die nu al gebombardeerd wordt door Turkije, maar over de PYD, de democratische eenheidspartij die de drie kantons bestuurt die samen 'West-Koerdistan' of 'Rojava', de Koerdische autonome regio in Syrië, vormen.
  Joël Voordewind (ChristenUnie) trok aan de bel: 'Erdogan dreigt met genocide op Syrische Koerden, een NAVO-bondgenoot, terwijl andere NAVO-leden de Koerden steunen in hun strijd tegen Isis!'
  Erdogan heeft gezworen de Koerden in Syrië te zullen blijven bombarderen, de Koerden in Syrië op hun beurt weigeren zich terug te trekken en laten zelfs versterkingen aanrukken - en de PKK zal de oorlog in en tegen Turkije verder blijven opvoeren. Zojuist lees ik dat de Turkse tanks Manbij al naderen. De dekmantel wordt al afgeworpen. De Amerikanen sputteren eindelijk wat tegen, maar overtuigend is het allesbehalve.

De Turken verwijten Europa intussen dat het zich onvoldoende heeft uitgesproken tégen de coupplegers en vóór de zittende macht. Europarlementariër Kati Piri van de PvdA vond dat 'we' er in Europa inderdaad 'iets te makkelijk overheen gestapt' zijn: 'Het was een traumatische ervaring voor de Turkse samenleving. Dat hebben wij onderschat. Binnen 24 uur stonden wij al klaar met een opgeheven vinger.'
  Dat is volstrekte onzin, de EU-baasjes buitelden juist over elkaar heen om de coup te veroordelen en Erdogan te feliciteren met het zegevieren van de 'democratie' en de 'rechtsstaat' - dat is niemand vergeten mag ik hopen. Toen in de dagen daarna snel duidelijk werd dat Erdogan de mislukte coup juist aangreep om diezelfde democratie en rechtsstaat in rap tempo te ontmantelen, tóen bleef het stil. Want we moesten de Turk, sluiswachter immers bij de grote vluchtelingstroom, te vriend houden. Het enige land dat stevige kritiek uitte was Oostenrijk. Ankara riep meteen de Turkse ambassadeur terug uit Wenen.
  Vandaag ging Bert Koenders in Turkije praten met zijn Turkse ambtgenoot Cavusoglu, die hem schoffeerde door tijdens de persconferentie te verkondigen dat Ankara het volste recht heeft om zich met de Turken in Nederland te bemoeien. Ahmed Aboutaleb was eerder terecht boos op de Turkse consul-generaal, die Nederlandse burgemeesters dacht te kunnen voorschrijven hoe om te gaan met demonstraties en met Gülen-aanhangers. De Rotterdamse burgemeester wilde de consul hierover spreken, maar die zegde doodleuk de afspraak op het laatste moment af. Ik stel voor dat we deze consul zelf alvast terugsturen naar Turkije, onruststokers hebben we hier al genoeg.
  Dirk-Jan van Baar noemt in de Volkskrant het Westen 'paranoïde', bijvoorbeeld 'bij "de lange arm van Ankara" die wij in Europa ontwaren', - alsof daar niet allang genoeg bewijs voor is! 'Rustige eerste schooldag op "Gülenscholen"' was vorige week maandag een headline. Het ging over Nederlandse scholen...Vandaag werd overigens duidelijk waaróm het zo rustig was: ouders houden hun kroost massaal thuis uit angst voor intimidatie en represailles.
  En waarschijnlijk zijn we zelfs nog lang niet wantrouwend genoeg. De Duitse politicus Hans-Christian Ströbele (Die Grünen) onthulde vorige week in een interview met Die Welt dat de Turkse geheime dienst maar liefst 6000 informanten in Duitsland heeft die de 3 miljoen Turken in Duitsland in de gaten moeten houden - een spionagenetwerk groter dan de Stasi in Oost-Duitsland! In Duitsland zijn ze door dat verleden extra gevoelig voor zulke praktijken. Wij zijn in Nederland veel te naïef en te bescheten - in die volgorde - om op te treden. 
  Koenders gaat erheen 'om zijn zorgen te uiten', laat zich vervolgens als een schooljongen ten overstaan van de hele klas de les lezen en verkondigt vervolgens op de nationale televisie dat die Turk eigenlijk nog wel gelijk heeft ook. Neville Chamberlain is gereïncarneerd en hij heet Bert.

vrijdag 1 april 2016

Wanneer wordt Donald Trump doodgeschoten?

'Do you all remember how beautiful and safe a place Brussels was. Not anymore, it is from a different world! U.S. must be vigilant and smart!' Aldus Donald J. Trump naar aanleiding van de verschrikkelijke terroristische aanslagen in Brussel.
   Hij schijnt er al twintig jaar niet meer geweest te zijn.
   Michel Houellebecq laat in Onderworpen, die merkwaardige maar hoogst urgente roman vol voorspellingen en visioenen, zijn personage tenminste nog naar Brussel afreizen om poolshoogte te nemen. Maar het oordeel is gelijkluidend: 'vooral de goorheid en triestheid van de stad hadden me getroffen, en ook de voelbare haat tussen de bevolkingsgroepen, meer nog dan in Parijs of Londen: in Brussel voelde je je meer dan in enige andere Europese hoofdstad op de rand van een burgeroorlog.'
   De dichter Serge van Duijnhoven, die al vele jaren in Brussel woont, zei bij Pauw dat hij zich er al langer niet meer op zijn gemak voelt en dat hij er nu wel weg wil: 'Ik vind dat de verelendung, de verpaupering en de islamisering van de stad zo hard om zich heen grijpen, de gettoïsering, dat het een grimmige stad is geworden.'
   Brussel plukt de wrange vruchten van inefficiënt bestuur, islamisering en een cultuur van ontkennen en wegkijken. Luckas vander Taelen, een oud-politicus van de Vlaamse GroenLinks - nota bene -, schreef hierover na de arrestatie van Salah Abdeslam een vlammend opiniestuk. 'Jarenlang is het een Brusselse specialiteit geweest om te ontkennen, te minimaliseren en problemen te relativeren.' Onwelgevallige feiten werden stelselmatig onder het tapijt geveegd om het ideaal van de harmonische multiculturaliteit maar in stand te kunnen houden. 'Ik ben het beu dat lafheid en electoraal opportunisme het blijven halen in de politiek en dat de realiteit wordt toegedekt met ideologische wishful thinking.' Hij vroeg zich af wat er nog meer moest gebeuren voor men de realiteit onder ogen zou gaan zien.
   Drie dagen later vonden de aanslagen plaats.
   In de berichtgeving rond Trump heeft intussen een merkwaardige verschuiving plaatsgevonden. Werd eerst nog uitentreuren bezworen dat hij met geen mogelijkheid de Republikeinse nominatie zou kunnen winnen, nu luidt de riedel dat hem die nominatie nauwelijks meer kan ontgaan. Het electorale systeem in de VS is echter zo complex dat het allesbehalve een gelopen race is, en Trump weet dat als geen ander.
   Op CNN zei hij hierover daarom iets belangrijks. Wanneer hij niet genoeg gedelegeerden zou winnen om de kandidatuur nog voor de Republikeinse conventie te bezegelen, maar wel een ruime voorsprong op zijn tegenstrevers zou hebben, dan ging hij ervan uit dat hij toch automatisch zou worden gekozen: 'I think it would be - I think you’d have riots…. If you disenfranchise those people and you say, well I’m sorry but you’re a hundred votes short, even though the next one is five hundred votes short, I think you would have problems like you’ve never seen before. I think bad things would happen, I really do. I believe that.' Om daar nog aan toe te voegen dat hij die rellen zeker niet zou aanjagen.
   Dat lijkt verduiveld veel op wat bij ons Geert Wilders onlangs zei: 'Als ik straks de grootste ben en andere politici willen niet met mij samenwerken, dan zullen de mensen dat niet accepteren. Dan komt er een revolte.' Hij liet daar het dubbelzinnige 'Wij laten dat niet gebeuren' op volgen, wat met enige kwade wil ook begrepen kan worden als de verzekering dat hij de uitsluiting door andere politici niet zal laten gebeuren - en de revolte dus juist wél.
   Meer nog doet de verschijning van Trump mij echter denken aan de situatie in Nederland veertien jaar geleden, met Pim Fortuyn. Diens rise to fame ontketende destijds een ongekende demoniseringscampagne. Hoe meer jaren er verstrijken, hoe groter mijn verbijstering wordt over die collectieve verdwazing. Want welbeschouwd waren Fortuyns ideeën nauwelijks opzienbarend, althans absoluut niet in die mate dat die bizarre en uiteindelijk ook fatale heksenjacht er ook maar het begin van een logische reactie op genoemd kan worden.
   Ik denk dan ook dat het veel meer een machtsstrijd moet zijn geweest dan een ideeënstrijd. De gevestigde orde en de Haagse journalistiek vormden een gesloten systeem, een gezapig ons-kent-ons-wereldje dat Fortuyn als buitenstaander opeens hevig aan het wankelen bracht. Hij was de indringer die hun gekochte kostje op het spel kwam zetten. Die institutionele factor moet een veel dominantere rol hebben gespeeld dan het politiek-ideologische aspect.
   In The New York Review of Books staat deze week een merkwaardig stuk over Trump. De presidentskandidaat wordt er vergeleken met Hitler en daarbij wordt cultuurfilosoof Oswald Spengler geciteerd, die naar verluidt in 1933 over de verkiezingsoverwinning van Hitler zei: dit mag geen overwinning heten, want er waren geen tegenstanders. De journalist vindt dat dit nu ook voor Trump geldt: 'Something similar may be said today of two entities, the Republican Party and the media, especially television.' Die zouden geen weerwerk bieden aan Trump.
   Dat is toch een zeer curieuze observatie, want niemand krijgt er harder en geduriger van langs dan Trump. Zijn opponenten hebben voor een recordbedrag aan negatieve commercials over hem gelanceerd, zijn bloedeigen partij broedt op de meest knotsgekke strategieën om hem uit het Witte Huis te houden, tot aan het torpederen van de verkiezingen toe om dan in godsnaam maar de Democratische kandidaat te laten winnen, en in al die razend populaire latenightshows wordt Trump dagelijks tot op het bot gefileerd, zelfs op het ultrarechtse Fox. En neem The Daily Show, die ook in Nederland te zien is. Avond aan avond is het Trump voor en Trump na.
   Als er iemand een eventuele verkiezingswinst met recht een overwinning op zijn opponenten mag noemen, dan is het wel Donald John Trump.
   Ook in de Nederlandse media is de berichtgeving schrijnend eenzijdig. Let maar eens op als Twan Huys weer eens ergens zijn commentaar geeft. Hij heeft het altijd over 'Trump', maar nooit over 'Clinton' en 'Sanders', die noemt hij steevast 'Hillary' en 'Bernie'.
   En altijd maar weer die overtrokken aandacht voor de zoveelste krankzinnige quote van de vastgoedmagnaat. Ik weet ook wel dat Trump niet spoort, maar dat is toch geen nieuws? Wat ik bedoel is: waarom vernemen we relatief zo weinig over de diepere oorzaken en achtergronden van de populariteit van Trump? Hij trekt kiezers uit alle lagen van de bevolking, begrijp ik, van hoog- tot laag- en niet-opgeleid, mannen en vrouwen, blanken en latino's, rijk en arm, conservatief en gematigd. Wie zijn die Amerikanen die hem steunen? Welke mechanismen zitten erachter, welke onvrede en welke hoop koesteren zijn aanhangers? Daar zou ik zo graag meer over horen.
   Er wordt nu zelfs een beeld gecreëerd dat Donald Trump als president van de Verenigde Staten een grotere ramp zou zijn dan Ted Cruz. Terwijl een evangelische glimpieper als Cruz in zijn bigotterie veel rabiater is. Trump is tenminste nog een ijdele opportunist.
   In het algemeen geloof ik dat, zeker vanuit Europees of mondiaal perspectief, een Democraat in het Witte Huis altijd te verkiezen valt boven een Republikein, maar de waarheid is dat Trump een onorthodoxe Republikein is. Hij is een populist, met populistische - lees: niet-Republikeinse - ideeën over de vrije markt, de gezondheidszorg en buitenlandbeleid. Geen wonder dat Trump de nachtmerrie is voor het partijestablishment.
   Amerikaanse commentatoren buitelen over elkaar heen om te benadrukken dat men van de geschiedenis moet leren, daarmee doelend op het Duitsland van Hitler - en soms levert dat heel aardige stukken op, zoals dit artikel van Robert Reich. Maar kijk ook eens naar Nederland, zou ik zeggen, waar ze al eens meegemaakt hebben wat er nu in de VS gaande is: een plotseling opkomende en schier onaantastbare anti-establishmentkandidaat op wie alle, steeds wanhopiger wordende aanvallen afketsen, zelfs een omgekeerd effect lijken te hebben. Inhoudelijk liggen Fortuyn en Trump natuurlijk mijlenver uiteen, maar de reacties die beiden oproepen vertonen soms huiveringwekkende gelijkenissen.
   Gelukkig liggen in Amerika de wapens niet voor het oprapen.

woensdag 6 januari 2016

Het is gedaan nu met de barbarij

Op nieuwjaarsdag belandde ik lusteloos zappend op een of ander themakanaal van de publieke omroep. Het vertoonde de oudejaarsaflevering 2003 van het vermaarde Kopspijkers. 2003 was het jaar geweest van de inval in Irak en van de naweeën van de moord op Fortuyn een jaar eerder, met de val van Balkenende-I als kolderieke climax. Het cabaret zong een optimistisch lied tot besluit: 'Het is voorbij, het is gedaan nu met de barbarij, het kan veel beter, in een feestelijk 2004!!!'
Zalig waren de onwetenden.
In 2004 werd op de puinhopen van de oorlog in Irak de jihadistische groepering 'al-Qaeda in Irak' opgericht, thans beter bekend als ISIS of IS. In 2004 scheidde Geert Wilders zich af van de VVD en begon Groep Wilders, thans beter bekend als de PVV. In 2004 werd de Europese Unie met maar liefst tien landen uitgebreid, waaronder Polen en Hongarije en nog vijf andere voormalige Oostblokstaten. En in 2004 werd de cineast Theo van Gogh door een salafistische moslim vermoord en had de islamistische barbarij definitief ook ons landje bereikt.
Alles waar we vandaag de dag mee worstelen lijkt wel in 2004 te zijn begonnen.
Het jaar 2015 werd beduidend minder optimistisch uitgeluid dan destijds 2003. 2015 was een jaar van barbarij en vooral ook van de angst daarvoor, tot aan oudejaarsavond toe (Brussel, München), en vrijwel niemand verwacht dat het daarmee in 2016 gedaan is.
Iedereen haalde opgelucht adem toen oud & nieuw zonder aanslag passeerde, maar de voorbije dagen bleek dat te vroeg gejuicht: de massa-aanranding in Keulen door een grote groep mannen met een 'Arabisch en Noord-Afrikaans uiterlijk' heeft qua impact wel wat weg van een aanslag-in-slow motion, inclusief de traag op gang komende en schimmige informatievoorziening, de verdachtmakingen over en weer, en de verontwaardiging, verbijstering en morele verwarring. De Keulse politiecommissaris sprak van 'een volledig nieuwe dimensie van geweld'. Een voortzetting van de terreur met andere middelen dus.
Her en der werd gesuggereerd dat de daders asielzoekers waren, maar dat lijkt vooralsnog een broodje aap. Uit het oogpunt van mogelijke wraakacties jegens onschuldige vluchtelingen is dat goed nieuws, maar de fixatie op asielzoekers begrijp ik niet helemaal. Als de daders allochtone mannen zijn die al langer in Duitsland verblijven of er zelfs geboren zijn, dan is dat eigenlijk veel schokkender. Het toont de omvang van het multiculturele drama bij onze oosterburen.
In 2004 waarschuwde de toenmalige bondskanselier Schröder al voor een Kampf der Kulturen in Duitsland. Een jaar later kwam Merkel aan de macht. Pas in oktober 2010 gaf zij ruiterlijk toe dat de multiculturele samenleving in Duitsland mislukt was en dat allochtonen beter moesten integreren.
Burgemeester Reker van Keulen is nu van mening dat Duitsers aan 'mensen van andere culturen' moeten gaan 'uitleggen' dat aanranding niet de manier is waarop wij hier feestvieren.
In Nederland hadden we onlangs ex-Kopspijkers-cabaretière Sanne W. de Vries die kwam vertellen dat Nederlanders gewoon even tegen asielzoekers moesten gaan zeggen dat wij homo's hier niet als minderwaardige mensen beschouwen en dan zou het probleem van die botsende culturen opgelost zijn. Ieder weldenkend mens schudde mismoedig het hoofd bij zulke epische onnozelheid, maar in Keulen past de burgemeester het principe toe op 'mensen van andere culturen' in het algemeen. Bovendien heeft Rekel vrouwen geadviseerd tijdens carnaval 'op armlengte afstand van mannen te blijven' om herhaling te voorkomen.
Dit is geen morele verwarring meer, dit is morele barbarij. 

dinsdag 8 december 2015

Ken uw vijand

Matthijs van Nieuwkerk had vorige week in De Wereld Moet Wel Leuk Blijven weer eens drie 3fm-dj's aan tafel. Als altijd een volstrekt inwisselbaar trio met obligate meningen en risicoloze voorkeuren, met als dieptepunt een Giel Beelen-lookalike, Paul Rabiës of zoiets. Ik dacht eerst dat het Beelen zelf was met een pruik op en een lasbril.
   De drie kwamen een boom opzetten over 'The Sound of 2016' van de BBC, een jaarlijks terugkerend item. De Britten doen elke december een 'voorspelling': welke vijftien artiesten en bands zullen in het komende jaar doorbreken?
   Terugkijkend op eerdere lijsten moest Matthijs de BBC toch nageven dat ze er verrassend vaak een goede kijk op bleken te hebben gehad. Geen van de diskjockeys kwam op het idee tegen te werpen dat precies het omgekeerde het geval is: die artiesten en bands breken juist door omdat de BBC ze bombardeert tot the next best thing. Door die nominatie worden ze opgepikt door radiostations, gaan mensen ze googelen en youtuben, downloaden of beluisteren op spotify, etc.
   Als de BBC echt prat zou willen gaan op een oor voor talent, dan moeten ze in december in het geheim een lijstje samenstellen en dat vervolgens pas tegen het einde van het volgende jaar openbaar maken. Dan kan terugblikkend geconcludeerd worden of de omroep het bij het rechte eind had of niet. Nu is zo'n lijst in wezen een self-fulfilling prophecy.
   Iets vergelijkbaars voltrok zich rond John Lennons 'Imagine'. Op een gegeven moment deden zoveel mensen de 'voorspelling' dat het nummer in dit door de IS-terreur gedomineerde jaar weleens op een symbolische eerste plaats in de Radio 2 Top 2000 zou kunnen belanden dat de prognose van de weeromstuit een stemadvies werd, een bindend stemadvies. En 'Imagine' kwam inderdaad op nummer een. Toen het bekend werd was mijn eerste gedachte: 'Het heeft volgens de mensen dus wél met de islam te maken.' Vanwege de nogal antireligieuze boodschap van het nummer.
   Nu heb ik in de voorbije weken een stapeltje boeken over IS gelezen, maar als mij uit die lectuur iets duidelijk is geworden, dan is het wel dat religie, de islam in dit geval, voor de harde kern van IS naar het aloude woord van Lenin opium voor het volk is: de leiders hanteren een perverse interpretatie van de islam om volgelingen dusdanig te hersenspoelen dat ze dood en verderf en vooral ook angst en paniek zaaien onder de bevolking, zowel die in de eigen contreien als die van het Westen, en niet per se omdat ze zélf zeloten zijn.
   Judit Neurink komt in haar huiveringwekkende boek De vrouwen van het kalifaat tot de conclusie dat de IS-machthebbers de islam gebruiken 'om hun strijd te rechtvaardigen, terwijl die uiteindelijk toch gaat om seks, geld en macht - en nauwelijks om religie. Macht voor de kalief en zijn secondanten, en geld om hun toekomst veilig te stellen, wat er ook gebeurt.' Seks, geld en macht. Dezelfde perverse prikkels dus die in de geseculariseerde westerse samenlevingen religie hebben vervangen als splijtzwam en veroorzaker van onrust en instabiliteit.
   Loretta Napoleoni spreekt in De terugkeer van het kalifaat in dat opzicht van 'het religieuze alibi': zoals in vroeger eeuwen in Europa aan godsdiensttwisten tussen katholieken en protestanten altijd ook politieke en economische motieven ten grondslag lagen, zo is het religieuze bloedvergieten in het Midden-Oosten eveneens terug te voeren op een eeuwenoude strijd om macht en dominantie: 'Uit de oorlog spreekt dus in het geheel geen religieuze missie, het gaat in feite om een politieke tactiek die ten uitvoer wordt gebracht door een hoogst pragmatische leiding.'
   IS louter benaderen als een bende geloofswaanzinnigen zou aldus te kort door de bocht zijn. Het geldt misschien voor het voetvolk dat het beulswerk verricht, daar en hier, maar niet voor het uiterst rationeel opererende regime dat alles aanstuurt.
   Hans-Jaap Melissen stelt in IS - Tot alles in staat dat niet te ontkennen valt dat IS in de eerste plaats 'een soort sekte' is 'waarvan het fundament een interpretatie van de Koran is', een die veertienhonderd jaar oud is en die klakkeloos op het heden van toepassing wordt geacht, maar hij vraagt zich tegelijkertijd af of de IS-kopstukken zélf wel zo streng in de leer zijn als ze van anderen eisen: 'intense haat tegen westerse normen en waarden en haat tegen de Verenigde Staten en Israël in het bijzonder' is wat hen drijft en wat in de regio ook veel meer wijdverbreid is dan steun voor extreme interpretaties van de Koran.
   Constateringen als die van Neurink, Napoleoni en Melissen zijn eye-openers, of zouden dat moeten zijn, voor iedereen die denkt dat het probleem verdwijnt als het religieuze extremisme bestreden wordt. Die virulente haat tegen het Westen, tegen 'hoe wij hier leven' - ook aanwezig bij veel hier geboren en getogen moslims! - en dat verdomde eeuwige antisemitisme van die lui, dat zijn de immer voortstampende motoren van de heilige oorlog, religieus geïnspireerde terreur is er de afschrikwekkende verschijningsvorm van.
   Er gaan de laatste tijd stemmen op om IS voortaan 'Daesh' te noemen omdat de naam Islamitische Staat negatief afstraalt op de islam en normale moslims. In het Westen zou men 'Daesh' minder snel met de gematigde islam associëren. Hiertegen wordt weer bezwaar gemaakt omdat de wel degelijk aanwezige link met de islam er - heel orwelliaans - alleen maar mee zou worden verdonkeremaand.
   Een terecht bezwaar, maar het verdoezelen betreft evenzeer de 'S' in IS: we staan dit keer niet tegenover een gevaarlijke terroristische organisatie of groepering, de vijand is een staat. Een nog piepjonge staat weliswaar, maar wel een die met grote voortvarendheid wordt opgetuigd. In de woorden van Napoleoni: 'onder het religieuze vernis en de terroristische tactiek gaat een politieke en militaire machinerie schuil die volop bezig is met natievorming'. 
   Dat niet onder ogen willen zien kan 'verwoestende gevolgen voor de wereldorde' hebben: 'Miskenning van deze feiten is meer dan bedrieglijk en oppervlakkig, ze is gevaarlijk. "Ken uw vijand" blijft het belangrijkste devies'. Blijft men in het Westen blindemannetje spelen, dan zou dus weleens het tegendeel van een self-fulfilling prophecy het gevolg kunnen zijn: door tot in de taal toe te ontkennen dat de vijand natievorming nastreeft, wordt hij juist in de kaart gespeeld en zal het risico dat hij slaagt in de verwezenlijking van die ambitie er alleen maar groter op worden.

donderdag 26 november 2015

Het Koninkrijk der Nederlanden in de Derde Wereldoorlog

'Zijn we in oorlog?' lijkt dezer dagen de hamvraag; de Volkskrant wijdt er zelfs een aparte website aan. Maarten van Rossem vond alvast van niet. In Pauw zei de historicus vorige week dat we pas van 'oorlog' mogen spreken wanneer net als in '40-'45 de voedseldistributie wordt ingevoerd. Hij leek het te menen.
    Montasser Alde'emeh, terrorisme-expert en inwoner van 'afvoerputje' Molenbeek, reageerde ad rem op Van Rossem met de tegenwerping dat oorlogen van aard en aanzien veranderen. Vorig jaar september was het paus Franciscus die zei dat er momenteel een Derde Wereldoorlog gaande is, een die 'in hoofdstukjes' wordt uitgevochten en in vrijwel niets lijkt op de twee wereldoorlogen van de twintigste eeuw. Na de terreur in Parijs reageerde de Heilige Vader desgevraagd: 'Dit is zo'n stukje.'
    Hadden we met een traditionele oorlog tussen soevereine staten te maken, dan zou Frankrijk immers België hebben moeten aanvallen, want daar kwamen de meeste terroristen vandaan. Dat wordt door niemand serieus overwogen, al was er wel een Franse columnist die Hollande opriep niet Raqqa maar Molenbeek te bombarderen.
    Dat we 'in oorlog zijn' met IS is evident, maar een relevantere vraag is: 'Waar zijn we in oorlog?' In Irak en Syrië uiteraard, maar niet uitsluitend daar. De aard van het terrorisme en het gegeven dat strijders doodeenvoudig onder ons kunnen zijn door het onvermogen van de EU de buitengrenzen te bewaken én omdat ze vaak home grown zijn, impliceert dat sommige hoofdstukjes zich ook hier kunnen en zullen afspelen.
    Parijs was al zo'n akelig chapiter, in Hannover was het kantje boord, en Brussel was dagenlang een bezette stad. Zoiets is ook voor een deel een gevoelskwestie. Men denkt bij 'oorlog' allicht aan permanente gevechtshandelingen, maar een oorlog bestaat voor het grootste deel uit onzekerheid over, vrezen voor, wachten op zulke handelingen. En dat was en is onmiskenbaar het geval.
    Om de vraag nog verder toe te spitsen: wie zijn die 'we' in dit geval? Hoort Nederland er ook bij, ook al ontspringt ons land tot op heden de dans en lijkt de dreiging hier minder acuut en ernstig dan in ons omringende landen? Dat laatste kan overigens maar schijn zijn, en als het al waar is dan kan het razendsnel omslaan. Vriend en vijand zijn het er inmiddels over eens dat IS moet worden weggevaagd. Buma (CDA) vindt dat ook Nederland grondtroepen naar Irak en Syrië moet sturen. Om meerdere redenen is dat een precaire kwestie.
    Ten eerste is er de vrees dat een actievere deelname van Nederland aan de oorlog tegen IS de kans op aanslagen alhier verhoogt. Ten tweede zou je de paradoxale situatie krijgen dat 'onze jongens en meisjes' daar landen aan het bevrijden zijn terwijl hier de asielzoekerscentra vol zitten met jonge, gezonde, uit die landen gevluchte mannen. Ten derde is er de cruciale kwestie of een grondoorlog effectief genoeg is en op de lange termijn geen averechts effect heeft. Een vergelijking met de situatie na nine eleven dringt zich op.
    Dat Frankrijk en Rusland nu de handen ineenslaan om IS aan te pakken is, gezien wat er in Parijs en in de Sinaï is gebeurd, het minste wat ze kunnen doen. Sywert van Lienden kreeg de twitterinquisitie achter zich aan toen hij zijn steun uitsprak voor de Franse bombardementen op Raqqa. Wraak, daar doen wij geciviliseerden toch niet aan, meenden de inquisiteurs. Wraak en vergelding zijn echter verschillende zaken, zoals Sywert terecht aangaf.
    Toen de Amerikanen in oktober 2001 Afghanistan binnenvielen, schreef de eerbiedwaardige mr. J.L. Heldring al in NRC Handelsblad: 'de aanvallen op Afghaans grondgebied waren onvermijdelijk en zijn gerechtvaardigd. Gerechtvaardigd niet als wraakoefening, maar als vergelding. Zoals in een rechtsstaat elke misdaad door straf vergolden wordt, zo konden de aanslagen van 11 september op New York en Washington niet ongestraft blijven.'
    Relevanter is de kwestie hoe IS op termijn effectief en definitief te elimineren en tegelijkertijd te verhinderen dat op de puinhopen een nog veel monsterlijker groepering wortel schiet, zoals IS zelf ook is ontstaan. Heldring vervolgde destijds: 'Deze prealabele vaststelling maakt evenwel geen einde aan de twijfel die overblijft en die uitgesproken mag worden. De aanvallen die vorige zondag begonnen, mogen onvermijdelijk en gerechtvaardigd zijn, zijn zij ook een doeltreffend antwoord op het verschijnsel terrorisme? Is dit niet een hydra, waaraan, bij elke kop die haar afgeslagen wordt, twee nieuwe koppen ontspruiten?'
    Heldrings vrees zou bewaarheid worden, echter niet in Afghanistan maar in Irak. Van Rossem schreef afgelopen week de opkomst van IS uiteraard geheel en al op het conto van de Amerikanen. Nu zal niemand ontkennen dat Bush en de zijnen een chaos hebben achtergelaten in Irak na hun op leugens gebaseerde invasie. Maar voor Van Rossem is dat altijd begin en eind van het verhaal. In het geval van Syrië zou men met evenveel recht het tegenovergestelde staande kunnen houden: daar heeft IS kunnen oprukken juist door het achterwege blijven van een interventie.
    Obama's beruchte red line - bij een aanval met chemische wapens zou Amerika interveniëren - werd in 2013 door Assad overschreden toen hij gifgas inzette in Damascus. Maar Obama deed niets. Hans-Jaap Melissen schrijft in IS - Tot alles in staat dat Amerikaans ingrijpen de toen lopende onderhandelingen met Iran - bondgenoot van Assad - over het nucleaire programma van dat land zou hebben gefrustreerd. Veel Syriërs waren zo teleurgesteld in Obama dat ze hun lot in handen van het gretig toehappende IS legden. Melissen is ook pessimistisch over de stabiliteit van de regio ná een eventuele nederlaag van IS: 'Dan is er nog steeds een gevaar dat soennitische en sjiitische milities elkaar blijven bevechten. Of dat sjiieten tegen sjiieten vechten en soennieten tegen soennieten.'
    Hoe stabiel is het Westen eigenlijk? Zijn we wel weerbaar genoeg? De nazi's van de eenentwintigste eeuw verschillen in die zin van de oorspronkelijke nazi's dat ze een zelfmoordcultus belijden. Bas Heijne zei het onlangs nog, zoals Heldring destijds al. Die citeerde toen de Duitse intellectueel Hans Magnus Enzensberger, die erop wees dat in het Westen 'de drang tot zelfbehoud de leidraad van het menselijk leven is', een vlieger die niet opgaat in het geval van de zelfmoordterroristen. Daar zijn we nog altijd niet voldoende van doordrongen. 
    In het gepalaver over de vraag in hoeverre de terreur inherent is aan de islam bijvoorbeeld, is er altijd wel iemand die naar Anders Breivik verwijst, immers ook een terrorist maar bepaald geen moslim. Het verschil is dat Breivik geen zelfmoord pleegde en zijn gruweldaad in de rechtbank wenste te verdedigen. De jihadisten willen zelf dood, en dan is elk middel geoorloofd.
    Cruciaal is het punt waarop de vergelijking met al-Qaida mank gaat: IS is de eerste groepering die actief de vorming van een staat nastreeft en daar bijzonder effectief in is. Loretta Napoleoni hierover in De terugkeer van het Kalifaat: 'Waarin IS de gewapende organisaties uit het verleden overtreft, is militaire bekwaamheid, mediamanipulatie, sociale programma's en bovenal natievorming.' De manier waarop IS van de sociale media gebruik maakt om angst te zaaien, propaganda te verspreiden en fondsen te verwerven is zelfs zonder precedent. Ze hebben Facebook-, YouTube- en Twitterkanalen in vele talen en zelfs een eigen glossy tijdschrift. 
    Met die combinatie van barbarij en moderniteit weten we ons nauwelijks raad. Ronduit schrijnend was zondag de reactie van burgers op het verzoek van de Belgische autoriteiten om niet over de politieacties te berichten: men ging kattenplaatjes twitteren... Alsof IS met zijn geavanceerde technologie zich daardoor op een dwaalspoor zou laten brengen. Het enige gevolg was dat onze informatievoorziening verstoord raakte. Niettemin was de zelffelicitatie niet van de lucht. Men kan daar luchtig over doen, maar het is ergens ook typerend.
    We zijn zo angstig en veel te gauw in paniek, wordt vaak gezegd, en dat is zeker waar. Maar we zijn ook zo ontstellend naïef en moreel verward. Als ooit een Loe de Jong zijn kroniek van de Derde Wereldoorlog schrijft, dan zal dat de thematische cocktail van het 'Voorspel'-deel zijn.

zondag 15 november 2015

Oorlog

Nu minister-president Rutte, in navolging van François Hollande en Manuel Valls, officieel heeft verklaard dat we in oorlog zijn met ISIS, levert dit enige duidelijkheid maar ook nieuwe verwarring op.
    Zo'n oorlogsverklaring maakt het bijvoorbeeld gemakkelijker bepaalde maatregelen te treffen om de burger te beschermen. En inzichtelijker en eenvoudiger te accepteren waarom het EK in Frankrijk geen doorgang zal kunnen vinden. Tegelijk drukt het ons nog eens met de neus op het feit dat deze oorlog er een tegen terroristen is, van een andere orde dan een traditionele oorlog tegen een ander, binnenvallend land. Anders was ik nu al lang opgeroepen om onder de wapenen te komen en de landsgrenzen te verdedigen.
    Zoals ik al schreef na de Hebdo-aanslag in januari: de aanval komt dit keer van binnenuit, er is ooit een paard van Troje binnengehaald dat zich vermenigvuldigd heeft en niet meer laat beteugelen.
    De reacties van de commentatoren in het Journaal en bij Pauw, on air toen de terreur nog volop gaande was, waren lachwekkend voorspelbaar. We mochten de islam niet noemen, want we wisten nog niet zeker of het wel extremistische moslims waren. Nee, inderdaad, ik dacht zelf ook aan boze Franse boeren uit de Dordogne. Die roepen ook altijd Allah is groot voor ze zichzelf opblazen...
    Andere reacties waren zelfs stuitend. Rob de Wijk had het gore lef om meteen te wijzen naar populisme, nationalisme en anti-Europa-sentimenten [hij bedoelt natuurlijk anti-EU - anti-deze EU - maar figuren als De Wijk blijven hardnekkig deze stroman inzetten], implicerend dat de toename van de genoemde fenomenen de oorzaak is voor deze terreur en zelfs expliciet stellend dat we nog meer van zulke aanslagen mogen verwachten als we die fenomenen geen halt toeroepen.
    Abject en infaam. Als de onvermijdelijke Geert Wilders kort na de terreur zijn gelijk haalt op twitter en Rutte oproept de grenzen te sluiten, dan valt iedereen over hem heen, en misschien terecht, maar zo'n De Wijk ziet niet of wil niet zien dat hij, aan de andere kant van het politieke spectrum, exact hetzelfde doet: een gruwelijke gebeurtenis aangrijpen om over de nog warme lijken van de slachtoffers zijn politieke stokpaardjes erdoor te drukken.
    Even later deed hij het nog een keer, in antwoord op de vraag van Philip Freriks wat de daders ertoe drijft zulke wreedheden te begaan. Woede over het slachtofferschap van moslimburgers in de Arabische conflicten, de falende Palestijnse zaak, de uitzichtloosheid van de onderkant van de samenleving waar veel allochtonen niet uit geraken in West-Europa, aldus De Wijk.
    De bekende drogredenen. En met drogredenen bedoel ik in dit geval dat al deze zaken voor mijn part legitieme oorzaken mogen zijn voor onvrede, voor boosheid, voor de behoefte om in actie te komen en te protesteren bij overheden en instanties, maar nooit voor het zaaien van dood en verderf onder argeloze burgers.
    Deze terroristen zijn wrede barbaren, geesteszieke fanatici, geïnfecteerd met haat door een ziekelijke uitleg en toepassing van een problematische religie. Dat is de enige juiste uitleg, alle zogenaamde oorzaken zijn per definitie onzinnige en onder de huidige omstandigheden ook verwerpelijke pogingen een volstrekt irrationele daad in een web van rationele verklaringen te vangen.
    Het is nu tijd om de 40.000 à 50.000 mensen waaruit IS bestaat 'weg te vagen', zei Ahmed Aboutaleb gisteren, dat is de enige oplossing om dit te stoppen. Ik denk dat hij gelijk heeft, maar ik weet niet of ik dat moet hopen of juist moet vrezen.

vrijdag 16 januari 2015

Bij het recht op vrije meningsuiting gaat het in de eerste plaats om het recht, niet om de mening

We zijn een week verder sinds de driedaagse terreur in Frankrijk. Twintig doden in totaal. Negen medewerkers van Charlie Hebdo, een onderhoudsmedewerker en twee agenten op woensdag; een agente op donderdag; de drie terroristen en vier burgers op vrijdag. In Berlijn en België vonden deze week antiterreuracties plaats, waarbij in Verviers twee doden vielen, dit keer gelukkig alleen de terroristen.

Het lijkt een kwestie van tijd voor er ook hier iets gebeurt, alle maatregelen ten spijt. In België was het ook op het nippertje, al lijkt het daar meer ingekankerd dan hier - met dat Sharia for Belgium en zo. Het is al veel vaker gezegd, maar het is hét onderscheidende kenmerk van dit type 'oorlog': niet langer valt er een leger een land binnen, de aanval komt van binnenuit, we zijn in zekere zin weer terug van de tank naar de tijd van het paard - dat van Troje welteverstaan.

Ik ben sinds de jaarwisseling zo'n beetje dag en nacht aan het werk, voor wie een verklaring voor de blogloosheid wenst, en het enige dat ik ernaast deed is het nieuws volgen - het was tot dit weekend immers ook nog winterstop. De kranten, de tv-programma's, de internets, het ging uiteraard nergens anders meer over. Drie reacties sprongen er voor mij uit, omdat ik er bijkans van uit mijn vel sprong.

In de Volkskrant mocht Peter Buwalda het Goed Volk toespreken. Meneer heeft ooit één succesvolle roman geschreven, in 2010 alweer, en teert daar sindsdien op. 'Wat volgens mij niet handig is aan de hysterie rond Charlie Hebdo,' begon hij quasi-aarzelend, 'is ons gejeremieer rond de vrijheid van meningsuiting.' We zouden namelijk nogal fundamentalistisch omgaan met dat fundamentele recht. En dat is 'niet handig'.

Buwalda, die er op foto's altijd uitziet als een doorgesnoven Johnny Cash, had de oplossing: 'Gewoon een beetje oppassen met grappen over Zwarte Piet, kanker, Anne Frank en kennelijk ook de Profeet, en alles komt vanzelf goed.' Kennelijk ook de Profeet. Buwalda heeft al die jaren dat hij aan zijn boek werkte kennelijk niet echt zitten opletten wat er buitenshuis allemaal aan de hand was. En al die jaren daarna ook niet, klaarblijkelijk. Fijn rijtje ook trouwens, probeer daar maar eens een kwartetcategorie van te maken.

Merk ook op hoe hij heel slinks de naam Mohammed omzeilt. Alsof niet alleen het afbeelden maar ook het opschrijven van de naam van de profeet je al een fatwa oplevert. Deze zin uit zijn stuk is ook heel mooi: 'Wat we de daders van eergisteren overigens moeten nageven is dat ze tenminste een motief hadden.' Nee, dan hebben we natuurlijk geen recht van spreken, wij fundamentalisten... Wij hebben ook een motief voor ons 'gejeremieer', Buwalda, dat we ons een recht waarvoor eeuwenlang gestreden is niet zomaar willen laten afpakken, niet door onze overheden en zeker niet door een stelletje barbaren.

Het Brabants Dagblad plaatste op de opiniepagina een stuk van Peter Storm, beroepsboeroeper van de extreemst linkse signatuur. Hij was Charlie niet, schreef hij, men moest van hem geen solidariteit met dat krantje verwachten. Hij had ergens gelezen dat het blad als 'links' bekend stond. En toch plaatste het islamkritische cartoons! Dat past natuurlijk niet in het verwrongen wereldbeeld van de linkse activist, voor wie reeds de voorzichtigste kanttekening bij de islam gelijkstaat aan snoeihard racisme.

Het jennen van moslims, zoals Charlie Hebdo doet, zou niet zijn 'prioriteit' hebben gehad als hij een radicaal-links satirisch blad zou hebben gemaakt. Nee maar, wat een timing. Kritiek uiten op de koers van Charlie Hebdo is nu niet de eerste prioriteit die ik zou hebben gehad, nog geen vierentwintig uur nadat de halve redactie op brute wijze is vermoord.

Nee, dan Michiel Beelen. De shock jock die door het leven gaat als Giel Beelen, niet te verwarren met Giel Ottink, die als Thomas Berge door het leven gaat en ook zijn bijdrage leverde aan het debat, enfin, Beelen dus, haalde het nieuws door live op de radio in huilen uit te barsten. Hij haalde ooit al eens het nieuws door zich live op de radio te laten fellationeren, maar nu moest hij brullen om een liedje van Paolo Nutini. Want het was allemaal zo vreselijk wat er was gebeurd in Parijs.

Meteen in De wereld draait door natuurlijk. Maar daar bleek Beelen ineens als een blad aan een boom omgedraaid. Hij vond de hype om dat krantje maar overdreven. 'Als het Jezus was geweest, dan waren er ook heel veel christenen geweest die het niet leuk hadden gevonden.' Aardig dat je het zegt, Michiel, want daar heb je onbedoeld precies de crux te pakken. Die waren dan ook gekwetst geweest, ja, maar ik denk niet dat ze dan met kalasjnikovs op de burelen van het blad waren verschenen.

Die tijd hebben we achter ons gelaten. De islam heeft die hele verlichting nooit doorgemaakt. De multiculturele samenleving is, alle problemen ten spijt, ook een unieke mogelijkheid om die versneld te laten plaatsvinden. Jihadisten en islamisten willen die ontwikkeling ondermijnen, een halt toeroepen, vernietigen. De indrukwekkendste beelden waren die van de laffe executie van de agent. Zijn naam was Ahmed Merabet. Ook onze moslims zijn in oorlog met het islamisme.

Wie kritiek uit zoals ik hier doe, krijgt vroeg of laat het verwijt dat hij dan wel betoogt dat iedereen moet mogen zeggen wat hij wil, maar dat dit voor deze mensen en hun meningen blijkbaar niet geldt. Dat is flagrante onzin. Waar het om gaat is dat ik de drie heren hierboven om hun mening bekritiseer, en niet hen het recht wil ontnemen die mening te uiten.

Het recht op vrije meningsuiting houdt ook de vrijheid in om iemands mening vervolgens keihard te mogen bekritiseren, aanvallen, belachelijk maken, wat niet hetzelfde is als beweren dat hij of zij die mening nooit had mogen uiten - laat staan dat hij of zij er dood om moet.

Al die mensen die nu Charlie zijn, waren dat voorheen nooit, hoor je ook vaak. Nee, inderdaad, maar Charlie zijn betekent in dit geval niet het gedachtegoed van Charlie onderschrijven maar een principiële steunbetuiging geven aan het recht, de vrijheid om een Charlie te kunnen zijn, zonder het gevaar te lopen afgeslacht te worden.

Bij het recht op vrije meningsuiting gaat het in de eerste plaats om het recht, niet om de mening. De mening is altijd secundair, die is in principe inwisselbaar. Maar het recht zelf, dat mag nooit onderhandelbaar zijn.

dinsdag 2 december 2014

Derde Wereldoorlog met Turkije

Mevlüt Çavuşoğlu, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, vindt dat Turkije het volste recht heeft invloed uit te oefenen op het Nederlandse integratiebeleid. Hij deed die opmerkelijke uitspraak in een interview met Nieuwsuur, dat nota bene als oogmerk had plooien glad te strijken.
In een verklaring op de website van zijn ministerie werd Nederland vorige week immers een 'racistisch' land genoemd. Aanleiding was het onderzoek naar ISIS-sympathie onder allochtonen - maar liefst 72% van de Turkse Nederlanders bleek achter ISIS te staan - en het rapport over de nefaste invloed van Turkse organisaties in Nederland op het integratieproces van Turkse Nederlanders.
En dus zijn we een racistisch land.
Maar neen, Nederland was géén racistisch land, bezwoer Çavuşoğlu nu, noch de Nederlandse politiek en overheid, er waren slechts zorgen gerezen over de racistische tendensen die de Nederlandse samenleving beheersen.
Het kan aan mij liggen, maar ik zie weinig verschil tussen Nederland een racistisch land noemen en kritiek uiten op racistische stemmingen in de Nederlandse samenleving. Of zou de minister een land hoofdzakelijk vereenzelvigen met de zittende politieke macht? Dat zou dan wel aansluiten bij het semi-dictatoriale beleid van Erdogan.
Minister Koenders had vandaag een stevig gesprek met zijn ambtsgenoot Çavuşoğlu tijdens de NAVO-top in Brussel. Het was 'openhartig en constructief'. De geruchtmakende verklaring is inmiddels verwijderd van de website van BuZa van Turkije, al betreft het geen verklaring, zo moest Koenders toegeven, 'die als zodanig kan worden ingetrokken'. Daarom wordt de verklaring simpelweg genegeerd, en de woorden van de minister bij Nieuwsuur onthouden.
Han ten Broeke (VVD) verwees zelfs naar de twee brieven die Chroestsjov op 26 en 27 oktober 1961, ten tijde van de Cuba-crisis, aan Kennedy stuurde: 'De brieven bevatten een diametraal tegenovergestelde inhoud. Kennedy verkoos de brief die hem het beste uitkwam om de zaak te de-escaleren en voorkwam daarmee de Derde Wereldoorlog. Met dat voorbeeld in gedachte, heb ik geen enkele moeite om de verklaring van de minister als uitgangspunt te nemen – en die op de website vanaf nu te negeren.'
Dat is serieus toch wel heel curieus.
Alleen de vergelijking al. Kennedy voorkwam WOIII door een van de brieven van Chroestsjov weer als unread te markeren - akkoord voor mijn part -, maar wat voorkomt Koenders precies met deze actie?
Ik weet wel een mogelijk antwoord: zetelverlies.
Turkije tegen je in het harnas jagen is je kiezers wegjagen - dat is van meet af aan de insteek geweest van de PvdA-delegatie. Alhoewel, niet helemaal van meet af aan. Lodewijk Asscher noemde de Turkse bemoeienis eerder 'ongeïnformeerd, onjuist en ongepast'. Voorzichtig daadkrachtig, zo zien we het graag, maar helaas krabbelde hij al snel weer terug. Hij zei toch meer in een goed gesprek te zien. De aloude Job Cohen-doctrine.
Arme Asscher ook. Eerder, in de kwestie-Yunus, noemde hij de Turkse inmenging in het Nederlandse pleegouderbeleid al eens 'aanmatigend' en 'ongepast', zo lees ik terug in mijn verzamelde werken. Toen was het nota bene partijgenoot Ik Frans Timmermans die hem terugfloot.
Als een kat in een vreemd pakhuis, zo moet Asscher zich weleens voelen in zijn eigen partij. Dat Turkse organisaties de integratie obstrueren was voor hem aanleiding die organisaties stevig te gaan 'monitoren', waarna twee van zijn partijgenoten, de heren volksvertegenwoordigers Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk, met veel misbaar uit de partij stapten. Uit een peiling bleek al dat het overgrote deel van de Turkse PvdA-stemmers - misschien is dat al bijna een pleonasme - bij volgende verkiezingen op de nieuwe partij van deze separatisten zal stemmen. Een partij die dus nog helemaal niet bestaat. Intussen maakte de Groep Kuzu/Öztürk zich alvast onsterfelijk belachelijk in de Tweede Kamer toen een van de twee, bij de behandeling van een wetsvoorstel om taalkennis als voorwaarde te stellen voor het verkrijgen van een bijstandsuitkering, zijn spreektijd besloot met de zin: 'En daarom zullen wij tegen deze wetsvoorstel stemmen.' Deze wetsvoorstel. Weten we ook meteen waarom ze tegen dat wetsvoorstel zijn.
Alle partijen in de Tweede Kamer gingen vanmiddag niet akkoord met de uitleg van de bewindslieden over de kwestie en eisten een debat met alle verantwoordelijken. Behalve de PvdA. Zelfs de notoire multiculturalisten van GroenLinks en D66 gingen niet akkoord. Maar wel de PvdA.
M. de Hond peilde onlangs dat meer dan de helft van alle Nederlanders de integratie 'in grote mate of volledig mislukt' acht. Van deze mensen houdt 82% de PvdA hiervoor verantwoordelijk. Maar het meest opmerkelijke resultaat: van alle PvdA-stemmers die de integratie mislukt achten houdt 67% de PvdA hiervoor verantwoordelijk.
Dat is toch serieus wel heel curieus.
Een negatieve versie van Wij van WC-eend adviseren... WC-eend? Een sociaaldemocratische variant van de Jüdische Selbsthass?
In elk geval dringt zich dezer dagen steeds een ander Duits citaat aan me op als ik aan de PvdA denk: Das war einmal...

donderdag 4 september 2014

Geenstijl rijmt op Pierre Bayle

I

Bij de hevige politieke en maatschappelijke onrust van de laatste weken rond de demonstraties van voor- en tegenstanders van ISIS en rond de acquisitieafdeling die deze terreurbeweging in de Haagse Schilderswijk zou hebben, speelde Geenstijl een prominente rol. Het weblog plaatste een spotprent over Jozias van Aartsen en werd prompt object van een strafrechtelijk onderzoek door het OM. Een week later werd besloten niet tot vervolging over te gaan.

Wel werden opeens met grote voortvarendheid ronselaars en andere jihadhooligans uit de Schilderswijk van hun gebedsmatje gelicht, onder wie Azzedine Choukoud ('Abou Moussa') en Rudolph Holierhoek ('Abou Babyschudder'), die beiden al wekenlang onder het roze vergrootglas lagen, zoals Geenstijl zelf niet naliet op te merken: 'Is dat toevallig? Dat twee geradicaliseerde booslims die al weken onder de loep liggen bij Geenstijl ineens heel daadkrachtig van de straat worden gehaald door een burgemeester die het OM heeft verzocht datzelfde weblog strafrechtelijk te onderzoeken.'

Het aardige is dat Van Aartsen dit maandag bij Pauw min of meer toegaf. Indirect, omfloerst en in die typische kakkineuze liberalenretoriek waarvan Van Aartsen een waardige vertolker is, maar hij onthulde niettemin dat al zijn acties, en vooral zijn gebrek daaraan, in dienst stonden van het onderzoek naar de schadelijke sujetten die uit de samenleving verwijderd moesten worden. Het onderzoek naar Geenstijl was dus een afleidingsmanoeuvre. Dat hij zijn hoofd van de romp gescheiden op een spotprent aantrof, als kritiek op het feit dat hij zijn gezicht maar niet liet zien, leidde alleen maar dankbaar de aandacht af van het feit dat hij de kopstukken in het vizier had.

II

Nadat minister Asscher bekend had gemaakt dat hij haat predikende imams het leven zuur ging maken en ze zelfs het land uit wilde zetten, kwam Geenstijl niet, zoals velen verwachtten, met een juichend bericht vol borstklopperij, maar met een even genuanceerd als prikkelend betoog tegen deze maatregel. Die zou namelijk betekenen dat de vrijheid van meningsuiting wordt beknot en dat mag nooit het gevolg zijn:

'Maak het leven van haatimams niet "lastig", maar zet ze in de spotlight. Maak indoctrinerend haattuig dat gebruik maakt van vrijheid van meningsuiting openbaar, hun woorden inzichtelijk en hun waanideeën publiekelijk. Niet censuur, maar transparantie en openheid is de weg naar de-radicalisatie. Duistere Middeleeuws gedachtegoed kwijnt weg als de rationele Verlichting er op schijnt. [...] Transparantie, kennis en onderwijs is wat we nodig hebben en de enige manier om achterlijk religieus gedachtegoed definitief uit te bannen.'

Het beroep op de Verlichting in dit citaat is niet verrassend. Geenstijl is immers al eens, in een artikel in Trouw, tot hedendaagse erfgenaam van de 'Radicale Verlichting' gebombardeerd. De eminente Britse historicus Jonathan Israel schreef een baanbrekende studie over deze Radicale Verlichting (1650-1750). Zijn werk kreeg hier bijzondere bijval omdat Israel de wortels van de Radicale Verlichting in het Nederland van midden en eind zeventiende eeuw situeerde, bij Spinoza en in diens kring met fascinerende figuren als Lodewijk Meyer, Adriaan Koerbagh en Franciscus van den Enden.

Israel is niet alleen een expert op het gebied van de Radicale Verlichting, hij is ook zeer kritisch op de hedendaagse verkwanseling van de verworvenheden van diezelfde Verlichting. De ideologie van het multiculturalisme ziet hij als een van de oorzaken, en die ideologie is in zijn visie door het postmodernisme gefaciliteerd. In het voorwoord bij zijn boek Revolutie van het denken (2011) trekt hij ongemeen fel van leer:

'Een van de meest geprononceerde en voor de samenleving zeer schadelijke vormen van verzet tegen Radicale Verlichting kwam recentelijk van het modieuze multiculturalisme dat, gelardeerd met postmodernisme, de westerse universiteiten en regeringen wist te bekoren. Volgens deze tijdelijk machtige nieuwe vorm van intellectuele rechtzinnigheid waren namelijk alle tradities en waardenstelsels min of meer even geldig. Men sprak zich categorisch uit tegen de gedachte van een universeel systeem van hogere waarden die naar rede en billijkheid vanzelf spreken, of die een hogere status zouden verdienen dan andere waarden. Meer in het bijzonder hield het in dat veel westerse intellectuelen en regeringsbeleidmakers geen universele geldigheid en verheven status boven andere culturele tradities wilden toekennen aan de kernwaarden die uit de westerse Verlichting zijn ontstaan, hoezeer die ook aanspraak mogen maken op rationele degelijkheid, want, zo redeneerden zij, dat zou rieken naar eurocentrisme, elitarisme en gebrek aan respect voor de "ander".' (11-12)

Men kan hiertegen inbrengen dat de Radicale Verlichting juist zo goed wortel kon schieten in het Nederland van eind zeventiende eeuw door het open en tolerante klimaat dat er heerste. Spinoza en ook Pierre Bayle, in Israels model de twee wegbereiders van de Radicale Verlichting, waren immers twee 'allochtonen' in de Republiek, en als dusdanig exponenten van een multicultureel klimaat. Israels kritiek richt zich dan ook niet zozeer op de multiculturele samenleving als gegeven, als wel op het multiculturalisme als postmoderne ideologie, waarin elke morele of ethische hiërarchie wordt ontkend.

III

Dit kritische geluid tegen postmodernisme klinkt overigens ook steeds vaker op uit de hoek van de jonge generatie publiekshistorici. Rutger Bregman stelt in Geschiedenis van de vooruitgang (2013) dat het vooruitgangsgeloof ten onder is gegaan aan de door het postmodernisme uitgevoerde aanval op zijn intellectuele grondslagen: 'Geen postmodernist durfde nog dat heilige begrip van weleer, "waarheid", in de mond te nemen. Geschiedenis, of eigenlijk alles wat überhaupt gezegd kon worden, was gedegradeerd tot "tekst en interpretatie".' Het postmodernisme stelde daar echter niets tegenover. Bregman citeert geschiedfilosoof Chris Lorenz, die schreef dat het postmoderne relativisme 'aanzienlijk meer elasticiteit dan we doorgaans bij denkende personen aantreffen' veronderstelt. 'Oftewel: het postmodernisme zit vol baarlijke nonsens.' (239)

Collega-wonderkind Thierry Baudet sprak in zijn Oikofobie. De angst voor het eigene (2013, 198-199) al van de 'oplichterij' van de postmoderne sociologie, en ook Bregman velt een hard oordeel:

'De ironie van het postmodernisme is dat het, ondanks zijn afkeer van de Grote Verhalen, op den duur zelf een Groot Verhaal werd. Maar dan wel alleen voor zichzelf. Met een eigen jargon, eigen profeten en eigen gebruiken kreeg het postmodernisme iets sektarisch over zich. Nog altijd worden jonge literatuurwetenschappers, feministen en historici ondergedompeld in de geschriften van waarzeggers als Jacques Lacan, Julia Kristeva, Jacques Derrida en Gilles Deleuze. Kritiek op hun leerstellingen wordt door menig volgeling als heiligschennis opgevat. Ik spreek uit ervaring.
Met hun obscure jargon hebben de postmodernisten zich van het grotere publiek vervreemd. Voor de geesteswetenschappen, die bestaan bij de gratie van de samenleving, is dat een ramp geweest. De geesteswetenschappen, soms ook menswetenschappen genoemd, zeggen de mensheid als studieobject te hebben. Het wordt tijd dat ze die mensheid ook weer ten dienste gaan staan.' (242-243)

Maar ik dwaal af.

IV

Om zijn radicale verlichtingsideeën te verspreiden gebruikte Bayle onder meer het nieuwe medium van het 'geleerdentijdschrift', dat opkwam in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Zo'n geleerdentijdschrift was in de basis een wetenschappelijk blad met objectieve en neutrale berichtgeving, maar verkreeg gaandeweg ook een opiniërende invalshoek. Bayle lanceert in 1684 de Nouvelles de la République des Lettres, waarin hij onder veel meer voor verlichte tolerantie pleit. Dit doet hij niet in obscuur, zich van het grote publiek vervreemdend jargon. 'Interessant is', schrijven Inger Leemans en Gert-Jan Johannes in Worm en donder (2014, 165), 'dat Bayle niet exclusief voor geleerden schrijft. Voor een wat journalistieke presentatie trekt hij zijn neus niet op.'

In 1692 lanceert Pieter Rabus met de Boekzaal van Europe het eerste Nederlandstalige geleerdentijdschrift. Ook Rabus springt in de bres voor de verlichtingsbeginselen. Hij wordt gezien als een 'wegbereider van de gematigde, protestantse variant van de Verlichting, zoals die in de loop van de achttiende eeuw dominant zal worden voor de intellectuele cultuur van de achttiende-eeuwse Republiek.' Die gematigde variant wordt door Israel als een stap terug gezien ten opzichte van de Radicale Verlichting.

Rabus in de gematigde categorie indelen is evenwel niet eerlijk, zo geven ook Leemans en Johannes deels toe: een tijdschrift als dat van Rabus was 'per definitie enigszins "radicaal" van aard', want ze pionierden voor 'een open debat over allerlei normen, waarden en dogma's die vaak als onaantastbaar en onveranderlijk w[e]rden beschouwd'. (166) Veeleer zijn de latere 'spectatoriale' tijdschriften als Justus van Effens Hollandsche Spectator vlaggenschepen van het gedachtegoed van de gematigde Verlichting.

Rabus bestrijdt elke vorm van geloof en bijgeloof, waartussen voor hem overigens, geheel in lijn met Bayle, geen verschil bestaat. Ook op de islam gaat Rabus los. Hij noemt de Koran een 'grolboek' vol 'vuiligheden van het Mahometaansche bygeloof' en de profeet Mohammed een 'Arabische vuilik', 'galgbrok', 'plompe vlegel' en 'onbeschaamde bakkes'. (166) Voor degenen die nu trillend en rood aanlopend de islamofobie-kaart trekken: voor het katholicisme is Rabus nauwelijks coulanter.

V

Lezend over Bayle en Rabus en hun strijd tegen geloofsdwang en pleidooien voor verlichte waarden moest ik denken aan het beroep dat Geenstijl doet op 'rationele Verlichting' als remedie tegen 'achterlijk religieus gedachtegoed'. Het weblog is misschien wel een hedendaagse, digitale nazaat van het geleerdentijdschrift, al heeft het de profeet Mohammed bij mijn weten nog nooit de epitheta toebedeeld die Rabus van stal haalt. Dat kan als een teken van vooruitgang worden gezien. Maar misschien zegt het ook wel iets over de gedimde staat van de Verlichting in het huidige tijdsgewricht.

woensdag 27 augustus 2014

Israël, Palestina, ISIS: vijf overwegingen

I
Pro-Israël of pro-Palestina? Het is mijn overtuiging dat iedereen die zich ook maar vijf minuten verdiept in de materie zal inzien dat ondubbelzinnig partij kiezen voor een van de twee even kortzichtig als onmogelijk is omdat zowel de Israëliërs als de Palestijnen al sinds de vroegste schermutselingen wederzijds veelvuldig over de schreef zijn gegaan, afspraken niet zijn nagekomen en elkaar niet veel ontlopen in fanatisme, wreedheid en onredelijkheid.
Dat wil zeggen: de kwalijke elementen aan beide zijden. En zulke elementen, zo luidt levenswijsheid nummer één, hebben altijd het hoogste woord en de grootste invloed. De middenman is eeuwig de pineut.
Telkens als aan beide zijden de macht in de richting van de extremere partijen verschuift, komt de altijd borrelende cocktail tot ontbranding. Nu staan Likoed en Hamas weer eens tegenover elkaar en staan de zoveel gematigdere Arbeiderspartij en Fatah buitenspel.
Aan beide kanten regeren de hardliners. De zogenaamde leiders in Gaza brengen wapens onder in scholen en ziekenhuizen en gebruiken hun eigen volk, waaronder veel kinderen, als menselijk schild. Israël bombardeert een school, ondanks herhaalde waarschuwingen van de VN dat er een opvangcentrum in is gevestigd.
De ene keer schendt Israël een wapenstilstand, de volgende keer is het Hamas dat het bestand doorbreekt.
Te midden van het vrijdaggebed in Gaza en het zaterdaggebed in Israël is hun onderlinge conflict een gebed zonder eind.
Velen omzeilen de kwestie door te stellen dat Israël Palestina heeft bezet en de bezette gebieden moet 'teruggeven'. Voor de goede orde: er heeft vóór Israël nooit een Palestijnse staat bestaan. 'Palestina' was van 1917 tot 1948 een Brits mandaatgebied, daarvoor een regio van het Ottomaanse rijk. In 1948 kreeg Jordanië de Westelijke Jordaanoever en Egypte de Gazastrook, nadat de Arabische landen een tweestatenoplossing hadden verworpen. Deze gebieden werden in 1967 door Israël veroverd.
Ze simpelweg 'teruggeven' is dus geen optie, want dat zou teruggeven aan Jordanië en Egypte betekenen.
Veel relevanter is wat er daarna is gebeurd: de Oslo-akkoorden van 1993, waarin de tweestatenoplossing mondeling werd afgesproken, en de VN-resoluties waarin dit nadien werd bekrachtigd. Díe moeten de leidraad vormen, populistische praat over 'bezetting' werkt alleen maar averechts.
Het gaat er allang niet meer om wie er de meeste 'schuld' heeft, de dynamiek moet gaande gehouden worden, zoals Harry van den Bergh onlangs terecht betoogde bij Hollandse Zaken.

II
In een extreem gepolariseerd debat als dit is het hoogst problematisch objectieve informatie over het conflict te vinden.
Zelfs de deskundigen moeten op eieren lopen. Het is bijzonder deprimerend dat Christ Klep, militair historicus, zich bij Knevel en Van den Brink blijkbaar genoodzaakt ziet om zich bij voorbaat te verontschuldigen als hij stelt dat Israël zich 'betrekkelijk terughoudend' opstelt. De man is expert, roept niet zomaar wat, geeft geen eigen mening, maar doet zijn bewering op basis van wetenschappelijk onderzoek en gedegen feitenkennis. Maar de publieke opinie is zo opgefokt dat hij bijna onder de tafel moet kruipen voor hij durft te zeggen dat objectief vaststelbaar is dat Israël tot op zekere hoogte rekening houdt met burgerslachtoffers.
Dat laatste wil er gewoon niet in bij de pro-Palestina-factie. Velen, onder wie ook prominente Joden, stellen zelfs dat Israël nu de Palestijnen aandoet wat henzelf is overkomen in de Tweede Wereldoorlog.
Er ligt een rare redenering ten grondslag aan die opinie, door Elma Drayer in Trouw als volgt samengevat: 'Omdat de Joden zelf in de Tweede Wereldoorlog zo lelijk te pakken zijn genomen, dienen zij zich nu als heiligen te gedragen.'
Ruim 12.000 raketten vuurden de Palestijnen sinds 2002 af op Israël. 99% werd door Iron Dome onderschept. Niettemin vielen er 28 doden en is een kwart van de bevolking door de aanhoudende dreiging psychisch gediagnosticeerd als getraumatiseerd.
Israël is omringd door landen die op het bloed van de Joden uit zijn. Khaled Meshaal, politiek leider van Hamas, zegt in een interview dat Hamas niet welbewust Israëlische burgers doodt, maar dat de verouderde staat van het wapentuig precies richten onmogelijk maakt. Geef ons betere wapens, zegt hij met droge ogen, en we beloven dat we Israëlische burgers zullen ontzien. Maar natuurlijk, geef het wapenarsenaal van Hamas een flinke upgrade en het komt allemaal goed...
Hamas wil geen duurzame vrede, het wil Israël vernietigen - dat staat zwart op wit in het charter -, ook als daarvoor vele slachtoffers onder het eigen volk moeten vallen.
De literatuurwetenschapper Elrud Ibsch stelt in Overleven in verhalen (2013) naar aanleiding van het werk van Elie Wiesel en Primo Levi dat de Joden door eeuwen van vervolging en diaspora 'kennis van de ander' als overlevingsstrategie hebben moeten adopteren. Te lang bleven de Joden in het vooroorlogse Duitsland geloven dat zij deel uitmaakten van de Duitse cultuur, met fatale gevolgen. Dat drama bepaalt hun houding sindsdien: alleen 'kennis' en een 'meedogenloze analyse van de ander vormen de basis voor een leven zonder bedreiging.'
Dat is direct toepasbaar op Israël. Een meedogenloze analyse van Hamas ligt ten grondslag aan de even meedogenloze politieke en militaire opstelling in het conflict.

III
Israël wordt vaak een baken van beschaving in een zee van barbarij genoemd. Hoewel daar wel enkele stevige nuances bij te plaatsen vallen (racisme, de nederzettingenpolitiek), is het onmiskenbaar waar dat Israël van alle landen in de regio het dichtst de verlichtingsidealen en -normen en waarden benadert die in het Westen de basis vormen van politiek en maatschappij.
Als Frits J. Barend in NRC Handelsblad schrijft dat Israël het enige land in het Midden-Oosten is waar moslims op vrijdag naar de moskee kunnen, joden op zaterdag naar de synagoge en christenen op zondag naar de kerk, dan lijkt me dat onweerlegbaar, net als zijn commentaar dat de Israël-correspondenten die felle kritiek leveren op Israël dit alleen maar kunnen doen bij gratie van de vrijheid van meningsuiting in datzelfde land: 'Nu een echte genocide dreigt in Irak en de "vrije" wereld Amerika smeekt zich ermee te bemoeien, dringt hopelijk tot meer weldenkende mensen door dat in bijna de hele Arabische regio rond Israël geen plaats is voor oppositie, vrije pers en andersdenkenden, om nog maar te zwijgen van plaats voor andersgelovigen.' En voor andersgeaarden, kunnen we daar nog aan toevoegen.
Waarom kiezen dan toch zoveel media de kant van de Palestijnen? Waarom is er dan zo'n toenemende anti-Israël-stemming in veel Europese landen waaronder Nederland?
De Belgische filosoof Dennis Baert heeft een reuze interessante analyse hierop losgelaten. Precies die verwantschap in normen en waarden is paradoxaal genoeg de oorzaak: 'Wanneer we Israël zien, zien we namelijk een samenleving die in haast alles op ons lijkt maar met één cruciaal verschil: het wordt omringd door vijanden die het als hun heilige plicht zien dat land en al zijn inwoners van de kaart te vegen. Een land dat zich bijgevolg tegen wil en dank verplicht ziet geweld te gebruiken.'
Israël belichaamt dus 'onze' verlichte waarden, behalve in zijn toepassing van excessief geweld tegen zijn vijanden. En dat gegeven drukt ons met de neus op de fragiliteit van ons kunstmatige pacifisme-ideaal: 'Het confronteert ons met het feit dat mensen die in alles op ons gelijken, de tragiek van het geweld niet kunnen vermijden. We realiseren ons dat als wij zouden geconfronteerd worden met een zulke vijand – en dat lijkt steeds minder denkbeeldig – wij net hetzelfde zouden doen.'
In de tussenzin in het laatste citaat van Baert zit de crux: juist nu, met ISIS beukend op de poorten van het vrije westen, worden we gedwongen ons te beraden op onze eigen verhouding tot geweld.

IV
Meindert Fennema, emeritus hoogleraar politicologie, haalde laatst in de Volkskrant nog maar eens wijlen Wilhelmus S.P. Fortuyn aan, die in een van zijn laatste Elsevier-columns schreef: 'Er is bijna geen conflict ter wereld, of het nu een burgeroorlog betreft of een oorlog tussen twee of meer landen, waar de islam geen prominente rol speelt.'
Het is veelzeggend dat in het Hamas-charter niet staat dat Hamas of bij uitbreiding het Palestijnse volk Israël zal vernietigen, maar de 'islam'. Het is islam dat 'will invalidate' Israël.
Een tweede reden voor de anti-Israël-stemming is dan ook de toegenomen demografische diversiteit van de westerse samenlevingen. Anderen noemen dat 'islamisering'.
Hoewel de Israëlische samenleving zoveel op de 'onze' lijkt, engageren veel allochtonen in datzelfde Westen zich met de vijanden van Israël. Ze zien de Palestijnen als een broedervolk, Israël als onderdeel van het perfide Westen, Amerika als de ultieme boeman.
Het valt op dat veel Palestina-apologeten zelf geen Palestijnse achtergrond hebben. Als Ramsey Nasr de Palestijnse zaak bepleit, dan is dat logisch en zelfs te prijzen gezien zijn Palestijnse roots. Dat hij daarvoor zijn Dichterschap des Vaderlands misbruikt is een dubieus vers twee, en dat hij daarbij als afleidingsmanoeuvre zijn moederland finaal afserveert is om hels van te worden - maar dat terzijde.
De nieuwe voorhoede van de aanhang van de Palestijnen in Nederland bestaat goeddeels uit Marokkanen. De meest recente pro-Gaza-demonstratie in Amsterdam werd geleid door beroepsmarokkaan Mohammed Rabbae en de marginale mocrorapper Appa, aangevuld met een Belgisch-Libanese provocateur Abou Jahjah. Het mohammedaanse Cocktail Trio ('Hup hup hup voor de Gazastrook').
Appa kwam met weldoordachte, zinnige teksten: 'Het is klaar met de zionistische honden!' En: 'Fuck de Talmoed!'
Het ironische is dat hij onbedoeld de vinger op een andere wonde plek legt: zagen we hierna woedende Joden de Marokkaanse ambassade bestormen? Of ziedende zionisten de Marokkaanse vlag in de hens steken? Neen. Roep daarentegen eens 'Fuck de Koran!' of iets dergelijks...
Appa had het ook op CIDI-directeur Esther Voet voorzien: 'Esther Stinkvoet, je bent een smerig mens!' Daarna mocht Abou Jahjah: 'Ik ben trots om op hetzelfde podium te staan als Appa, hij heeft alles al gezegd.'

V
Arie Boompjes zei laatst bij Knevel en Van den Brink: 'ISIS heeft niets met de islam te maken.' Niemand aan tafel sprak hem tegen. ISIS heeft niks met de islam te maken... dat is hetzelfde als zeggen: Vaticaanstad heeft niks het het christendom te maken. Natuurlijk heeft ISIS alles met de islam te maken! Het is een zeer radicale, extreem gewelddadige pervertering van de islam. Arie bedoelde waarschijnlijk: het merendeel van de islamieten moet niks van ISIS hebben, zoals ook een substantieel deel van de christenen niets met de paus opheeft - Andries en Tijs kunnen erover meepraten.
Volgens de laatste schattingen zijn er inmiddels in totaal zo'n 11.000 strijders uit 74 verschillende landen als jihadist afgereisd naar het Midden-Oosten, 'de grootste buitenlandse mobilisatie van buitenlandse strijders sinds de oorlog in Afghanistan in de jaren tachtig' (Metro). Eenderde van de elfduizend heeft een Europese of westerse achtergrond.
Zo'n 130 strijders zijn er uit Nederland naar Syrië vertrokken om voor ISIS te vechten. Uit Duitsland 320, uit België 385, uit Frankrijk 400, uit Groot-Brittannië zelfs zo'n 500. En het enge is: de helft is teruggekeerd. Ze ronselen nieuwe strijders, zijn wandelende fragmentatiebommen.
ISIS beukt niet alleen op de poorten, het heeft al een legertje binnen de muren lopen. Hoe ga je daar mee om?
De remedie moet in de richting van sociale inclusiviteit worden gezocht: de jongeren die nu opgevoed worden met virulente antiwesterse denkbeelden en gehersenspoeld met beloften dat het heil in de radicale islam te vinden is, moeten op de een of andere manier ervan worden doordrongen dat de op radicale verlichting gegrondveste vrije samenleving waarin zij het geluk hebben op te groeien oneindig veel beter is dan de utopie van een door shariawetten geregeerde maatschappij.
Terwijl ik het opschrijf zinkt me de moed al in de schoenen. Want hoe? En wie moeten het voortouw nemen? Je zou toch denken de vertegenwoordigers van de islamitische gemeenschap zelf. Maar zolang de rolmodellen haatzaaiende rappers en opruiende activisten zijn, worden jongeren alleen maar gekker gemaakt.
Oplossingen die nu worden voorgesteld zijn het uitzetten van radicale imams en strafbaarstelling van terrorismeverheerlijking. Vooral dat laatste is gevaarlijk, want dat komt neer op het beknotten van de vrijheid van meningsuiting.
Precies de verlichte waarden die onder vuur liggen worden dan in de paniek overboord gezet. Dat is een zeer zorgelijke ontwikkeling.