Posts tonen met het label Ideeën. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ideeën. Alle posts tonen

donderdag 3 februari 2011

Over musicals

Vorige week gingen Pauw en Witteman met hun gasten in gesprek over de vele talentenshows op de televisie. Hans Laroes, de vertrekkende NOS-hoofdredacteur die toch niet echt vertrekt, werd aan de tand gevoeld over welk soort nieuws de omroep wel en niet moet brengen. De broers Saunders hadden beiden een talentenjacht bij de commerciëlen gewonnen, moest dat in het journaal? Herman Koch, ook aan tafel, vond van wel, want hij keek er niet naar en voor hem was het dus nieuws. Koch liet en passant nog even weten dat musicals wat hem betreft nog erger zijn: 'Als er een genre waar ik een hekel aan heb, dan is het de musical.'

Eerder las ik al bij Jeroen Brouwers een soortgelijke afkeer. In Datumloze dagen zegt de vertellende hoofdpersoon over de musical: 'Nooit eerder een musical bekeken, nooit zal ik er in de toekomst nog een bekijken. Geen idee waar het over gaat, veel gespring en heen en weer gedraaf, gebaartjes, hupjes, pasjes, beweginkjes, voortdurend barst iemand of barst het hele gekostumeerde gezelschap los in gezang waar zelden een woord van is te verstaan, de muziek is karakterloos, het verhaaltje te onnozel om naar te kijken en alles is fluffig als geklopt eiwit. Ik zit tussen honderden blije mensen, die na ieder lied en dansje geestdriftig applaudisseren, terwijl ik me voel of ik in een horror vacui ben beland, waarin verveling, ergernis, zelfs gêne om de voorhand strijden, musical is de gesel voor de ziel van de muziek en van het drama'.

Hij is nog niet klaar met zijn tirade: 'Musical, dacht ik, bij god, musical! Een weerzinwekkend, smaakafplattend, hersenverwekend genre, gruwzamer dan de tiende plaag over Egypte.' Blijkbaar bestaat er bij de vertegenwoordigers van de literaire kunst een onbedwingbare drang om af te geven op de musical. Ik begrijp dat niet zo goed. Van alle 'lage' cultuurvormen lijkt me de musical juist een van de sympathiekste. Je zou verwachten dat er eerder afgegeven wordt op populaire genres als het levenslied of de voorgebakken popsong.

Op de eerste Idols na heb ik nooit naar enige talentenjacht op tv gekeken. Behalve dat ik door de wildgroei het bos niet meer zie, word ik van de flitsen die ik nog wel eens opvang niet vrolijk. Neppe presentatoren, een ergerlijk joelend en krijsend publiek en last but not least mensen die helemaal niks kunnen. Ooit zag ik de finale van Popstars - of X-factor, weet ik het -, omdat ik bij mensen op visite was die daar naar keken. Wat me toen frappeerde was dat van de drie finalisten er twee totaal niet konden zingen. Ik ben in het geheel niet muzikaal, maar zelfs ik kon dat nog wel horen.

Wat een verschil dan met de Op zoek naar...-shows van de AVRO. De deelnemers daar kunnen echt wat, zijn goed in wat ze doen, stuk voor stuk. En waar in de talentenjachten bij de commerciëlen de presentatoren het weerzinwekkende niveau vooral verergeren, daar is Frits Sissing bij de AVRO juist de enige dissonant. Of neem de jury. Henkjan Smits kijkt alleen naar het product, de marketing, het image (quasi-hip de 'x-factor' genoemd). Willem Nijholt daarentegen kijkt alleen naar puur talent en persoonlijkheid, en is daarbij bovendien niet bang steil tegen het publiek en de wetten van de televisie in te gaan.

Illustratief is een voorval dat enige weken geleden de twitters en de internets beheerste. Een van de kandidaten van Op zoek naar Zorro had een lied gedaan dat hij ook op de begrafenis van zijn vader had gezongen. Sissing had dit gegeven in zijn aankondiging verwerkt, waardoor de kandidaat meteen het publiek op zijn hand had gekregen. Nijholt had daar meteen na het optreden zijn ongenoegen over geuit. Zoiets is privé, het publiek heeft daar geen flikker mee te maken. Die keiharde opstelling leverde Nijholt veel woedende reacties op.

Ik begrijp Nijholt wel. Sentiment, de looks van de persoon en zijn of haar 'verhaal' zijn nu juist de randzaken die onevenredig van invloed zijn op de populariteit van de piepjonge wannabe's die via de talentenjachten een onrealistische droom van roem en bekendheid najagen. Als ze ook nog kunnen zingen is dat hoogstens mooi meegenomen. Bij de musicalaudities van Op zoek naar... prevaleren eerst en vooral zang-, dans- en acteertalent, de zaken waar het toch om zou moeten draaien.

Het genre van de musical mag dan zijn onhebbelijkheden hebben - overdreven articulatie, al te frivole dans -, het dunkt mij in zijn soort toch vele malen authentieker en smaakvoller dan de voorgebakken eenheidsworst van John de Mol.

dinsdag 17 februari 2009

Kruimels

1. Het luisterboek is een relatief nieuw fenomeen waar ik nog niet echt kennis mee heb gemaakt. Ik las dat die vreselijke kwee van een Willem Nijholt Sleuteloog van Hella S. Haasse voorleest. Dat vormt nou niet bepaald een aansporing voor mij om eens een luisterboek te proberen. Waarom doet Herman van Veen geen luisterboeken?

2. Kader Abdolah op tv gezien en vooral gehoord. Hoe krijgt die man zulke mooie Nederandse zinnen op papier? Anders gefomuleerd: waarom staat naast de naam Kader Abdolah niet ook de naam van zijn redacteur op omslag en titelpagina?

3. Bij dezen gepatenteerd: "Ronde veters, na de paraplu de slechtste uitvinding aller tijden".

4. Dandyisme volgens Charles Baudelaire: "het plezier dat men schept in anderen te verbazen en de trotse bevrediging dat men zichzelf nooit verbaast." Mooi.

4b. Ben ik de enige die bij deze woorden pardoes aan Peter R. de Vries moet denken?

5. In de categorie droge humor:
Nieuwsbericht: "TOP Oss heeft per direct de beschikking over twee gretige talenten. De Grieks jeugdinternational Jannis Karafillakis (20) en Zakararia El Allali (eveneens 20) maken het seizoen op huurbasis af bij de eerstedivisionist."
Reactie supporter: "De stadionspeaker zal er ook wel weer blij mee zijn..."

6. Citaat van de maand:
"Feyenoord is voor mij een grotere club dan Ajax. Feyenoord had een zeer professionele organisatie, terwijl de dingen bij Ajax toch iets minder goed geregeld waren. [...] Supporters van Ajax gaan naar het theater om voetbal te aanschouwen. Dat is heel anders dan bij Feyenoord, waar de supporters leven voor voetbal. De mensen zijn er meer emotioneel bij betrokken en zorgen daardoor voor een goede sfeer. Bij Ajax is het publiek rustiger en ze komen vooral om een mooie show en veel doelpunten te zien. Ik ben een werkende speler en daarom paste mijn spel volgens mij beter bij Feyenoord."
(Angelos 'Guppenoog' Charisteas in Feyenoord Magazine)

7. De Antilliaanse auteur Frank Martinus Arion gaat zijn koninklijk lintje teruggeven. Hij doet dit uit protest tegen het "rekolonisatieproces" waarmee Nederland volgens hem bezig is.
Primaire reactie: Heeft Frank Martinus een lintje???

8. De meeste vrouwen vallen op een carrièreman. Dat blijkt uit een onderzoek onder bezoekers van de website relatieplanet.nl.
Daarom zijn deze vrouwen natuurlijk ook bij relatieplanet beland...

9. The Art of Comparing:
"Zoals een hond met zijn urine zijn territorium afbakent, zo heeft Rita Verdonk via het integratiebeleid de facto de Nederlandse identiteit opnieuw uitgevonden."
(Merijn Oudenampsen in De Groene Amsterdammer)

10. In Art.285b wordt op een gegeven moment verwezen naar een verhaal van Couperus over een monocle. Couperus schreef echter een prachtig verhaal over een een binocle (ook opgenomen in de Rode Zwagerman).
Ach, ik knijp een oogje dicht.

11. Oetlul van de maand: de advocaat van de dreigbriefschrijver in Weesp.
Advocaat: "Hij heeft de school niet bedreigd."
Interviewer: "Hij stuurde de school een brief met daarin de tekst 'Wordt deze school erger dan Dendermonde?'"
Advocaat: "Dat is geen bedreiging, dat is een vraag."

woensdag 4 februari 2009

Over het referendum

Minister Guusje ter Horst wil alsnog het correctief referendum invoeren. Bij zo'n referendum kunnen burgers een besluit van de overheid tegenhouden of terugdraaien. De uitslag is bindend, dus de regering is verplicht aan het volk te gehoorzamen.

Het correctief referendum is op het eerste gezicht bij uitstek een stokpaardje voor populistische partijen als de SP en de PVV, partijen die zeggen naar de mensen te luisteren en die de politiek dichter bij het volk willen brengen. Het correctief referendum staat echter hoog op de agenda van GroenLinks en D66, de twee liberale democratische partijen. Liberalen ijveren traditiegetrouw juist voor een minder strakke band tussen politiek en volk. Maar ook met democratie heeft een correctief referendum weinig te maken.

De term democratie is in de loop der tijd meer en meer losgezongen van zijn oorspronkelijke betekenis. Democratie staat tegenwoordig welhaast gelijk aan doen wat het volk wil. Terwijl in een democratie - en zeker de representationele democratie die wij in Nederland hebben - de macht van het volk gelegen is in het periodiek kiezen van vertegenwoordigers. Deze volksvertegenwoordigers zijn de wijze mannen - en tegenwoordig ook vrouwen - die het vertrouwen genieten, een volmacht krijgen, om de politieke zaken te doen en moeilijke beslissingen te nemen.

Een correctief referendum kaatst die macht weer terug naar de kiezer, de kiezer die eerder representanten had gekozen om zijn belangen te behartigen. De rollen worden plotseling omgedraaid wanneer de gekozen wijze mannen en vrouwen als schooljongens en -meisjes moeten komen vragen of zij hun huiswerk wel naar behoren hebben gedaan.

Los van de rompslomp die zo'n volksinterventie met zich meebrengt - plannen, maatregelen, wetsvoorstellen moeten dubbel goedgekeurd worden en bij gevoelige onderwerpen kunnen voor- en tegenstanders het proces eindeloos vertragen - verwordt de volksvertegenwoordiger zo tot een schertsfiguur, een marionet in de handen van het volk. Een correctief referendum is niet democratisch. Het is een enorm antidemocratisch fenomeen.

zaterdag 31 januari 2009

Over krakers

Wanneer ik op zaterdagavond naar de stad fiets, kom ik altijd langs een gebouw waarop pontificaal met graffiti een tekst is aangebracht: Kraken is geen probleem maar een oplossing. Een oplossing voor de krakers, denk ik dan, en een probleem voor veel andere mensen.

Krakers zijn tegen autoriteit en gezag en menen dat zij daarom vrijgesteld zijn van allerlei plichten en voorbehouden die voor normale burgers wel gelden. Ze zijn sowieso tegen kapitalisme en dus tegen alle facetten van de wereld van het werk. De politie is een fascistische organisatie en dus de aartsvijand. Geweld gebruiken - toch een van de hoofdkenmerken van fascisme - is daarentegen weer wel geoorloofd.

In Vrankrijk, een pand aan de Spuistraat in Amsterdam, stonden vroeger de drukpersen van De Telegraaf. In 1982 is het gebouw rijp voor de sloop, er zullen op die plek appartementen gebouwd gaan worden. Krakers zijn de gemeente echter voor en nemen het pand in bezit. Ze baten er o.m. een horecagelegenheid uit, uiteraard zonder vergunning, dit tot woede van legale horeca-ondernemers in de omgeving. Meer dan vijfentwintig jaar slaagt de gemeente er niet in de bezetters te verwijderen. Nu, 2009, sluit de burgemeester het pand. Daarvoor moest er echter eerst bijna een dode vallen.

September vorig jaar krijgen enkele krakers in Vrankrijk ruzie. Twee worden er met een loden pijp tot moes geslagen. Toegesnelde politie wordt niet binnengelaten. Nadien weigert men elke medewerking aan het onderzoek, waarna de burgemeester bevel tot sluiting geeft. Voorheen heeft de gemeente ook niet echt haar best gedaan om daadkrachtig in te grijpen, zo blijkt uit informatie die in handen is gekomen van HP/De Tijd.

Duidelijk is dat de gemeente zich jarenlang als een bang schoothondje heeft gedragen. Nadat de krakers na herhaaldelijke verzoeken niet weg wilden gaan, mochten ze het monumentale pand in 1992 kopen voor een luttele 260 000 gulden. Wat je van mijlenver ziet aankomen, gebeurt: Vrankrijk wordt een vrijstaat.

De krakers hebben geen vergunningen, wetten lappen ze aan hun laars, net als hygiënevoorschriften en veiligheidseisen. Openingstijden worden naar eigen inzicht ingevuld. Controle kan niet plaatsvinden omdat agenten simpelweg niet binnen worden gelaten. De politie is onze vijand, verklaren de krakers, 'de vijand wil je niet binnenhebben'. Inmiddels wordt binnen- en buitenlands schorem wel hartelijk welkom geheten. Zo komt de jeugdafdeling van de Baskische terreurorganisatie ETA gezellig babbelen.

Het is en blijft Amsterdam, dus de gemeente blijft 'onderhandelen.' Het is wel duidelijk wie hier de onderliggende partij is. Het blijft bij praten en alsjeblief zeggen. Er wordt zelfs een advocaat ingeschakeld die 'onafhankelijk' tot een akkoord moet komen over het illegale café. Dit is Eberhard van der Laan, de huidige Minister van Wonen en Wijken.

Je moet in de echte wereld eens een keer iets te laat je vergunning verlengen, of een kwartiertje te lang open zijn. Dikke boete aan je kont. Maar krakers nemen niet deel aan de echte wereld en hun kroeg is er een 'zonder winstoogmerk'.

Na veel vijven en zessen zegt de kroeg toe zich aan de eisen omtrent veiligheid en hygiëne te zullen houden, maar de politie mag er nog altijd niet in. Controle is dus nog steeds onmogelijk, wat zijn die toezeggingen dan waard? Daar komt ook de gemeente na een tijdje achter. Na nieuwe onderhandelingen komt men overeen dat er een klein luikje in de voorgevel geplaatst wordt, waardoor agenten naar binnen kunnen turen om te ontdekken of men zich wel aan de regels houdt. Ik verzin dit niet.

Nu is er dus iemand blijvend invalide geslagen. 'Geweld is een ongrijpbaar fenomeen en een ongeluk zit in een klein hoekje,' is de lankmoedige verklaring van de krakers.

Waarom wordt er nog steeds zo slap opgetreden tegen deze mensen? Anno 2009 weten ze nog steeds de publieke opinie te bespelen met hun beroep op zogenaamd idealistische motieven: antiglobalisme! onderdrukkingsvrije samenleving! Wie laat zich nog bedotten door asocialen die sociale noties als excuus gebruiken? Wij kraken tegen woningnood! Jazeker, en dan een pand bezetten waar eigenlijk nieuwe woonappartementen zouden komen...

Krakers zijn principieel verkeerd bezig. Het is evident dat je eerst moet deelnemen aan een maatschappelijk domein, wil je dat domein kunnen veranderen. Je moet eerst de regels van het spel erkennen alvorens je ze kunt wijzigen. Je kunt alleen iets van binnenuit veranderen. Waarom menen krakers dan nog steeds dat ze de maatschappij kunnen hervormen, terwijl ze zich zo nadrukkelijk buiten die maatschappij plaatsen? Ik begrijp ze niet.

dinsdag 13 januari 2009

Over '40-'45 als vergelijking

Het debat verhardt, hoor je tegenwoordig vaak als het om de kwestie van de islamisering gaat. Bewijs is de toename aan '40-'45-vergelijkingen sinds Pim Fortuyn ten tonele verscheen.

Het begon met Thom de Graaff die Anne Frank inzette om Fortuyn aan de schandpaal te nagelen. Bij de laatste verkiezingen was daar Marco Pastors van EénNL die in een laatste krampachtige poging stemmen te winnen de islamisering vergeleek met de bezetting van '40-'45. Het zijn individuele reflexen van verkiesbare katten in het nauw.

Maar ook in het reguliere debat wordt '40-'45 er te pas en te onpas bij gehaald. Rabiate islamcritici als Geert Wilders bedienen zich gretig van de vergelijking. Fitna was gericht tegen 'de barbaar Mohammed en het islamofascisme'. De islam is dan de nieuwe totalitaire dreiging, het hedendaagse equivalent van het Duitse fascisme en de bezetting.

Maar critici van islamcritici, die hun oprispingen toch vooral wijten aan zulke vergelijkingen als die van Wilders, hebben '40-'45 gek genoeg net zo hard nodig. 'Als Wilders hetzelfde over Joden (en het Oude Testament) gezegd zou hebben als wat hij over Moslims (en de Koran) uitkraamt, dan was hij allang afgeserveerd en veroordeeld vanwege antisemitisme' liet Harry de Winter in een advertentie afdrukken.

Serieuzere critici verlagen zich niet tot het plaatsen van een loze kreet, zij zwaaien in een praatprogramma of in een column de opgestoken vinger door de lucht en merken zeer weldenkend en fatsoenlijk op dat vergelijkingen met '40-'45, zoals de term 'islamofascisme', te allen tijde mank gaan. Het kwaad van de fascistische bezetting en de holocaust is het maximale kwaad, het nec plus ultra van verschrikking.

Maar ook hier is er nog een klein addertje onder het gras. Wie beweert dat alle vergelijkingen met '40-'45 uit den boze zijn, vergeet even dat hij zelf deze vergelijking nodig heeft om zijn punt te maken. Hij zet '40-'45 in om aan te tonen dat '40-'45 niet ingezet mag worden.

Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen dus. Maar nu letterlijk.

zondag 19 oktober 2008

Kruimels

1. Op de radio speelt 'Oktober', de nieuwste single van Bløf: "Oktober is de wreedste maand."
Heeft Pascal Jakobsen T.S. Eliots Het barre land (The Waste Land) gelezen?
Bløfs artistieke uitwerking van de wreedste maand is in haar soort overigens net zo geslaagd als die van Eliot.

2. Who the fuck is Joseph?

3. Jan Blokker. Ik heb hem nooit begrepen en hij doet er alles aan dat te ondersteunen. Nu ook weer met zijn boek over twaalf moorden op Nederlandse bodem. Doel is naar eigen zeggen aan te tonen dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat. Op zich een nobel streven. Ik raak echter onherroepelijk in verwarring als Blokker en zijn zoons allerlei overeenkomsten aanwijzen tussen moorden, door vele eeuwen van elkaar gescheiden bevolkingsgroepen als verwanten neerzetten en daarmee van de weeromstuit toch een zekere onveranderlijke identiteit blootleggen. De ADO-hooligans die naar het Binnenhof optrokken na de moord op Fortuyn zijn het equivalent van het gepeupel dat Johan en Cornelis de Witt lynchte, de Ajax- en Feyenoordhooligans van Beverwijk worden vergeleken met middeleeuwse ridders. Ik moet het boek nog lezen, dus ik schort mijn oordeel op. James Kennedy legde in de NRC in ieder geval al de vinger op de zere plek: "Om essentialistische aanspraken op Nederlandse tolerantie en nuchterheid de kop in te drukken, hebben de Blokkers zich geroepen gevoeld hun eigen eeuwige, onveranderlijke stereotypen te verzinnen."

4. Wilders is de ladder van Wittgenstein. De andere partijpolitici moeten naar hem luisteren om tot inzicht te komen, maar hem daarna wegwerpen.
(Beter: daarna de ladder omhoog trekken en er op gezette tijden een blik op werpen.)

5. Gedichten lezen met gedichten:
'De stilte die dan ontstaat
is een stilte, niet slechts naar de vorm
een stilte voor de storm,
maar een stilte van het soort
waar dingen in worden gehoord
die nog nimmer het oor vernam.'

(M.Nijhoff - Het uur U)
Samenvatting:
'Elk woord vernieuwt de stilte die het breekt.'
(M.Nijhoff - Awater)

6. Typisch Nederlands: Peter R. de Vries wint een Emmy Award maar wordt niet eens genomineerd voor een Televizierring. De wet van het maaiveld is onvermoeibaar van kracht.

6b. Je kunt je overigens afvragen wat de waarde van een Televizierring is als een odieuze overjarige puber als Nicolette Kluijver al genomineerd wordt voor Beste televisietalent...

7. Op treinstations word je overspoeld met gratis krantjes. Vier verschillende maar liefst lagen er tot voor kort voor het meenemen. Drie van de vier - te weten Metro, Spits en De Pers - zijn niet te pruimen. De vierde - de DAG - was de enige fatsoenlijke. En laat nou net de DAG het veld hebben moeten ruimen. Het is niet eerlijk.

7b. Een andere Spits voor wie het wellicht goed is het veld te ruimen, is Frits Spits. Plaatsvervangende schaamte overviel mij bij de radio- en televisieoptredens van het icoon. Spits was furieus dat Matthijs van Nieuwkerk niet even zijn nieuwste boekje de lucht in tilde bij DWDD. Het ging hem heus niet om het boekje of de verkoop ervan. Nee nee. Waarom dan die tranen met tuiten? Frits zakte volledig door het ijs, alles en iedereen werd erbij gehaald, tot GeenStijl toe. Frits Spits, gevallen held, nationale jankbal.

8. NAC Breda koploper in de Eredivisie. Meest opmerkelijke prestatie is echter het goede spel van Anthony Lurling. Heeft hij geen heimwee dan??? Breda is met al die files toch al gauw een uur rijden van Den Bosch. Lurling presteerde het ooit zijn slechte prestaties bij 1.FC Köln toe te schrijven aan heimwee. Keulen, net over de grens, ligt 1 uur en 54 minuten autorijden van Den Bosch. Lurling is afkomstig uit de Graafsewijk. Dat is bij nader inzien de meest opmerkelijke prestatie: heimwee krijgen naar de Graafsewijk...

9. Dagelijks in het Brabants Dagblad: de niet onaardige strip 'S1ngle' van Hanco Kolk. Van S1ngle wordt nu een televisieserie gemaakt. De blonde Fatima lijkt in de strip op Bracha van Doesburg en wordt dan ook door Bracha van Doesburg gespeeld. De zwartharige Stella lijkt in de strip op Katja Schuurman en wordt dan ook door Katja Schuurman gespeeld. De forse Nienke wordt gespeeld door Eva van der Gucht. Er is echter maar een iemand die sprekend op Nienke lijkt: Annemarie Jorritsma.

10. Gehoord in de trein:
ENE JONGEN: "Feyenoord organiseert een tentoonstelling omdat ze honderd jaar bestaan. Er is bijvoorbeeld aandacht voor het meeuwincident met Eddy Treijtel."
ANDERE JONGEN: "Meeuwincident?"
ENE JONGEN: "Ja, Eddy Treijtel schoot ooit eens een meeuw uit de lucht bij een verre uittrap."
ANDERE JONGEN: "Haha."
ENE JONGEN: "Ze hebben hem nu opgezet voor de tentoonstelling."
ANDERE JONGEN: "Wie? Die meeuw?"
Nee, Eddy Treijtel...

zondag 12 oktober 2008

Over tolerantie

Afgelopen dinsdag, 18.15 uur, intercity Utrecht - 's-Hertogenbosch.

Het is druk in de trein, elke zitplaats is bezet. In de coupé van de 2de klas waarin ik me bevind, klinkt al geruime tijd muziek. Een regelmatige beat is hoorbaar, alsmede zang en percussie. Het geluid is afkomstig uit de koptelefoon van een jongeman, blank, met paardenstaart en wijde trui. Op een gegeven moment draait een man zich om naar de jongen om hem te vragen of hij zijn muziek wat zachter zou willen zetten.
'Nee,' antwoordt de jongen resoluut, 'het is hier geen stiltecoupé.'
'Maar een beetje zachter kan toch wel?'
'Nee, dat kan niet.'

De man ziet het zinloze van de situatie in en staakt wijselijk zijn bezwaren. De muziek blijft op gelijk volume klinken.

Even later komt een tweede man in beweging. Hij doet de oortjes van zijn iPod uit en ook hij stoot de jongen aan.
'Sorry, maar zou je de muziek niet toch wat zachter kunnen zetten?'
De jongen doet zijn koptelefoon af, zuchtend, zichtbaar geïrriteerd:
'Wat zeg ik nou net tegen hem???'
'Ja, maar je muziek staat echt hard. Ik kan mijn eigen muziek niet eens horen omdat ik de jouwe erdoorheen hoor...'
'Das dan jammer, hij kan gewoon niet zachter.'

Andere reizigers gaan zich er nu mee bemoeien. Een meisje buigt zich voorover en spreekt de jongen vermanend toe:
'Je kunt je er ook wat van aantrekken!'
'Jij ook al? Jullie moeten gewoon wat toleranter zijn!'
'Nee jij!'
'Jullie!'

Enzovoort. De jongen bindt niet in en matigt zijn volume niet. De mensen zwijgen.

Geheel naar mijn aard mengde ik mij dinsdag niet in de discussie maar keek en luisterde ik wel aandachtig. Ik peinsde wat na over het voorval en bedacht dat het zojuist gebeurde misschien wel de problematiek van het begrip 'tolerantie' aan de oppervlakte bracht. Tolerant ben je altijd ten opzichte van iets of iemand, tolerantie is volgens Van Dale 'verdraagzaamheid ten opzichte van andersdenkenden'. Maar wat is 'anders'? Daarmee wordt in de regel bedoeld: afwijkend van de massa. Maar de massa is voor de afwijkenden ook weer 'anders'. Er is geen algemeen centraal punt.

Toen Doekle Terpstra een tijdje terug plotseling de ingeving kreeg zich als geweten van de natie op te werpen door een pleidooi voor meer tolerantie te publiceren, was de verontwaardiging niet van de lucht. Terpstra maakte de kapitale fout door zijn 'advertentie' te presenteren als een tegenbeweging ten opzichte van Geert Wilders. 'Tolerantie' kreeg zo opnieuw een eenzijdige betekenis in plaats van de wederkerigheid die eraan ten grondslag dient te liggen. Een pleidooi voor een tolerantere toon van Wilders is moeilijk te verkopen als even verderop de zwaarbevochten vrijheid voor homoseksuelen met voeten getreden wordt door diezelfde personen waar Wilders zich tot in het extreme tegen uitspreekt. Als die twee kanten van intolerantie even zwaar mee hadden geteld, dan had het wellicht nog iets kunnen worden met de oproep van Terpstra en co.

De scène in de intercity maakte veel duidelijk. De ‘toleranten’ verwijten de intolerante zijn intolerante gedrag, maar de intolerante op zijn beurt verwijt de toleranten hun intolerantie ten opzichte van zijn eigen intolerantie. Enigszins vergelijkbaar is het geval Faizel Ali Enait. Deze welbespraakte islamitische advocaat weigerde naar goed Nederlands gebruik op te staan voor de rechter bij binnenkomst. Binnen zijn geloof deed men niet aan hiërarchie en was de rechter dus principieel niet 'meer' dan de advocaat. Wel vreemd overigens dat Enait vrouwen geen hand geeft en mannen wel. Hiërarchisch denken kan dus wel als het zo uitkomt, maar dat terzijde.

De heren van Koefnoen legden even eenvoudig als feilloos bloot waar de kronkel in Enaits denken zit. In een persiflage wordt een Polynesiër geïnterviewd die volgens zijn geloof mannen met een luide boer moet begroeten en vrouwen door ze in de bek te spugen. Wat is zijn beroep? Hij is mondhygiënist... Zijn werkgever was net als de cliënten vanzelfsprekend niet gediend van het begroetingsritueel en ontsloeg de Polynesiër. Die had vervolgens een rechtszaak aangespannen. Men moest zijn geloof maar respecteren. Het is de ene wet tegen de andere - de goddelijke tegen de staatkundige - 'en dat werkt natuurlijk niet, maar dat is niet mijn probleem.' De interviewer concludeert dan terecht: 'U doet dus een dwingend beroep op onze tolerantie, terwijl u blijft volharden in uw intolerantie.'

En daarmee is alles gezegd. Tolerantie is een onwerkbaar begrip.

woensdag 25 juni 2008

Over de dood

De mens onderscheidt zich van andere levende wezens door zijn besef van eigen sterfelijkheid. Een kind is niet geen kind meer als het geslachtsrijp wordt, maar als het zijn eigen sterfelijkheid inziet. Iedereen herinnert zich dat moment, vaak innerlijk geformuleerd als: als ik dood ben is er nooit meer iets! Het spookbeeld van de eeuwige nacht. In het leven gaat elk einde vergezeld va een begin. De dood is het eindigste einde.

Wat betekent de dood voor de zin van het leven? Op die vraag zijn twee antwoorden mogelijk en daarmee twee levenshoudingen. Primo, de dood maakt het leven volslagen zinloos. Alles is ijdel, geploeter, gepriegel in de marge, want aan het eind wacht de dood die niemand overslaat. De dood werkt verlammend, maakt lethargisch, want uiteindelijk wacht het eeuwige niet-zijn. Secundo, de dood maakt het leven zinvol. In een zeker besef van eindigheid is het besef ingebed dat de tijd op aarde de enige tijd is die beschikbaar is om te existeren. De dood is als een opjagende schaduw die maant tot actie, tot handelen. De tijd van leven is kort en moet zo wel mogelijk besteed worden.

Leven naar het eerste antwoord kan leiden tot depressiviteit, angst en uiteindelijk zelfs zelfmoord. Paradoxaliteit ten top: men is zo bang voor de dood dat men zelfmoord pleegt om niet meer bang voor de dood te hoeven zijn. Maar er is ook een mooiere levenshouding mogelijk die toch aansluit bij het eerste antwoord. Ik verwijs naar de kort geleden op 94-jarige leeftijd gestorven Frans-Egyptische schrijver Albert Cossery. Hij hekelde alle vormen van ambitie en activiteit en daarmee iedereen die het leven te serieus nam. En dat deed nagenoeg iedereen, volgens hem. Cossery zocht de zin in de luiheid en het nietsdoen. De dood kan elk moment toeslaan en intelligent is dan ook hij die zich zonder noemenswaardige inspanning en slechts in dagelijkse rituelen volhardend door het leven beweegt.

Het tweede antwoord wortelt zelfs in drie uiteenlopende mentaliteiten. Stoïci plaatsen de dood buiten het leven en vinden daarin zin. Epicurus, de grootste stoïcijn, heeft het het kernachtigst het geformuleerd: 'De dood gaat ons niet aan. Zolang we er zijn, is de dood er niet, en wanneer de dood er is, zijn wij er niet meer.' Vitalisten halen hun kracht en levenslust uit de onvermijdelijke dood. Jan Wolkers is een inspirerend voorbeeld van zo iemand. Na zijn dood bekende een van zijn zonen van zijn vader te hebben geleerd dat het goed is dat de dood er is. Wanneer je onsterfelijk zou zijn, zou je nooit iets ondernemen omdat er toch tijd genoeg is. Eindigheid impliceert activiteit. De derde mogelijkheid schurkt dicht tegen de vitalistische variant aan maar haalt de zin van het leven juist uit de belofte van de dood. Actief existeren is wenselijk en zinvol, maar schiet uiteindelijk ook op zichzelf tekort om de zinloosheid lang genoeg te ontkennen. Drs. P. is daarom blij dat de dood er is. Als hij het eeuwige leven zou hebben, zou het op den duur 'verrekte vervelend' worden.

Wat is nu het juiste antwoord? Beide antwoorden zijn volledig juist. Alles is altijd wel en niet het geval, zo ook inzake de eventuele zin van het leven in het licht van de dood. Schopenhauer - toch ook niet een rasoptimist - heeft de waarheid in pacht: 'Wanneer we ons de dood levendig voorstellen zijn er ogenblikken dat hij in een zo schrikwekkende gedaante verschijnt dat wij niet begrijpen hoe men met een dergelijk vooruitzicht een rustige minuut kan hebben en dat niet iedereen zijn leven doorbrengt met geweeklaag over de onontkoombaarheid van de dood. Op andere momenten denken we met stille vreugde, ja zelfs met hartstochtelijk verlangen aan de dood.'

'Beide keren hebben we gelijk. In de eerste stemming zijn we volkomen vervuld van het tijdelijke bewustzijn, zijn we niets dan een verschijnsel in de tijd en als zodanig komt de dood ons als vernietiging voor en als het terecht door ons gevreesde grootste kwaad. In de andere stemming is het betere bewustzijn levendig en het verheugt zich terecht op de verbreking van de geheimzinnige band waardoor het met het empirisch bewustzijn, tot de identiteit van Een Ik is verbonden.'

zaterdag 29 maart 2008

Over extremisme

De afgelopen week heb ik me qua bloggen koest gehouden. Voornaamste reden was het driedaagse congres 'Achter de verhalen 2' dat van woensdag t/m vrijdag plaatshad in Nijmegen. Een groots evenement voor neerlandici. Alle huidige, toekomstige en would-be hotemetoten waren aanwezig. Het was mooi eindelijk eens aan de bekende namen een gezicht en een stem te kunnen verbinden.

Tussen de bedrijven door, bij het verorberen van broodjes brie-sla-tomaat, kwam uiteraard het nieuws van de week ter sprake. Donderdagavond bleek ineens de film van ome Wilders in première te zijn gegaan. Het bleek te gaan om een uit de hand gelopen powerpointpresentatie met op de koop toe nog enkele pijnlijke blunders, zoals het verwisselen van de foto van Mohammed B. met die van een op B. gelijkend hiphopsujet.

Het kabinet nam de onnodig opgewekte angst en ophef voor lief en veegde zich het zweet van het bleke voorhoofd. Nederlandse moslims reageerden pragmatisch en correct. Moslims in verre landen raakten verward. Wat te doen met die opgenomen vije dagen om te protesteren? Wat te doen met die massaal voorhanden zijnde Nederlandse vlaggen om in de hens te zetten? (Terzijde: hoe komen ze daar ineens aan die vlaggen? Geïmporteerd uit Nederland? Vergelijkbaar met het in de Tachtigjarige Oorlog door de Republiek aan Spanje verkopen van wapens waarmee men vervolgens zelf weer beschoten werd...?) Wat te doen met die kunstige poppen om kapot te slaan? Kortom, wat te doen met die blonde Hollander Garret Weldon, of hoe-die-ook-alweer-heet?

De wereld ontspoort. Hugo Claus, taalkunstenaar, redt symbolisch de Literatuur door Alzheimer niet de kans te geven zijn taalvermogen te vermorzelen, maar kardinaal Danneels laakt de euthanasiekeuze. Een ernstig gestoorde veganiste++ verdedigt in DWDD haar keuze haar zoontje mee te slepen in haar ziekelijke overtuiging louter nog rauw voedsel te eten door te vertellen dat toen het jochie eens stiekem brood en kaas at, het drie weken lang ziek was. Voor mevrouw hét bewijs dat brood en kaas slecht voor de gezondheid zijn, voor ieder weldenkend mens een logisch voortvloeisel van het eenzijdige voedingspatroon van het kind. Het lichaam is niets gewend, maakt geen antistoffen aan, enz.

Extremisme maakt de dienst uit. We leven in een extremistische cultuur waarin de anti-extremisten even extremistisch zijn als de extremisten die zij zeggen te bestrijden. Wilders, de vlaggenverbranders, Danneels, de veganisten: of het nu om door metafysische voorzeggers of door psychische influisteraars ingegeven waanbeelden gaat, de vertolkers ervan heersen, laten de man in het midden klein en onzichtbaar achter en knijpen hem de strot dicht. De positionering in het midden is een ambivalente: het is de genuanceerde, pragmatische positie, maar ook een veilige schijnpositie. Wie in het midden blijft, stelt zijn keuze uit. Hoe blijf ik in dat midden en hoe geraak ik eruit? Dat midden, waar ik uit moet, maar waarin ik het liefst blijf.

zaterdag 2 februari 2008

Versnipperde notities

Beweging

Ik zou best met geestverwanten een nieuwe beweging willen beginnen, een nieuwe stroming in de literatuur. De tijd is echter ongunstig. Dan doel ik niet op de vermeende pluriformiteit en anything goes-mentaliteit die het einde van de literatuurgeschiedenis betekenen en een nieuwe beweging daarmee unzeitgemäss maken. Ik doel simpelweg op de getalsmatige onmogelijkheid. De Tachtigers zijn bekend, de Vijftigers zeker, de Zestigers ook nog wel, maar hoe moet onze stroming dan genoemd worden? De Nullers? Er is geen parallelle benaming voor het eerste decennium van een nieuwe eeuw. En wachten tot het volgende decennium levert geen verbeterde kansen op. De Tieners? Onmogelijk. De Twintigers, dat zou ultiem zijn. Niet alleen de juiste benaming, maar ook nog één met een jeugdige connotatie. De Tachtigers leefden wat dat betreft in de verkeerde tijd. Men ziet geen jeugdige schrijvers en dichters voor zich bij een tachtiger, eerder de stokoude Van Deyssel. Wij Twintigers zouden eeuwig jong zijn en blijven. Helaas ben ik van 1986. Zo iets toevalligs en onbenulligs als het jaar van geboorte ontzegt mij daarmee de toegang tot de literatuurgeschiedenis.

Carnaval

- Waarom houd je niet van carnaval?
- Wie als kind gebeten is door een hond, zal later nooit een hond als huisvriend nemen.

Vrije wil

Jean-Paul Sartre eat your heart out:
‘De misdaadstatistieken laten zien dat de man die denkt dat hij zijn vrouw
vermoordt omdat zij hem bedrogen heeft, in feite niets anders doet dan gevolg
geven aan een collectieve wet volgens welke hij het aantal moorden vermeld in
een statistisch rapport moet volmaken.’ (Oorlog en Vrede, p.815)
Ook: de verkiezingsuitslagen laten zien dat de man die denkt dat hij door te stemmen de uitslag van de verkiezingen beïnvloedt, in feite niets anders doet dan gevolg geven aan een collectieve wet volgens welke hij de uitslag vermeld in de ochtendlijke peilingen moet volmaken.

dinsdag 10 juli 2007

Over een nieuw kiesstelsel

Via een burgerforum kan men vandaag de dag meepraten over een verandering van het huidige kiesstelsel. Op een zaterdagnacht ergens in de winter van 2006/2007 peinsde ik over deze kwestie.


De verkiezingen waren net achter de rug. CDA had 'gewonnen' en PvdA 'verloren'. Beide partijen hadden elkaar in de campagne beschimpt en beschoten en stonden tegenover elkaar als aartsvijanden, maar uit de peilingen - die al de resultaten zijn - bleek dat beide partijen zonder meer verplicht waren samen in een coalitie te gaan. Het gevolg was dat de verkiezingen niet meer gebaseerd waren op het kiezen van volksvertegenwoordigers, maar op het kiezen van de minister-president. Wie op een kandidaat van VVD wilde stemmen - zeg voor het gemak Mark Rutte - wilde in tweede instantie niet dat Wouter Bos premier werd en voelde zich gedwongen CDA te stemmen om Balkenende in het Torentje te houden. Omgekeerd gold hetzelfde: iemand die zijn stem na raadpleging van hart en hoofd aan GroenLinks wilde geven zag op die manier de kansen van Jan-Peter Balkenende om premier te worden stijgen en verkoos zodoende toch maar PvdA boven Halsema. Dit zogenaamde 'strategisch stemmen' legt een bom onder ons stelsel van representatieve democratie.


Ten eerste is er - en daar wordt vaak voor het gemak aan voorbij gegaan - sowieso sprake van een scheve opvatting over 'winnen' m.b.t. verkiezingen. Zoals ik eerder al eens schreef heeft bij een democratisch stelsel als het onze niet iedereen maar niemand het voor het zeggen. Ter illustratie de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 2006:


CDA -- 26,5% van de stemmen
PvdA -- 21,2%
SP -- 16,6%
VVD -- 14,7% etc.


Dit betekent dat 73,5% van de mensen níet op CDA heeft gestemd, 78,8% níet op PvdA heeft gestemd, 83,4% níet op SP heeft gestemd, 85,3% níet op VVD heeft gestemd. Zo zijn er altijd meer mensen die níet op een partij stemmen dan wel. Dit probleem is slechts te verhelpen met een absolute meerderheid voor een partij, zoals in Engeland vaak het geval is.


Ten tweede is het strategisch stemmen een stemmen op een machtsverhouding die voortvloeit úit de verkiezingen. Zodoende stemt men niet op zijn of haar keuze. Het paradoxale gevolg is natuurlijk dat uiteindelijk CDA en PvdA tot elkaar veroordeeld waren en men dus eigenlijk nog niets opgeschoten is. Doordat (centrum)linkse stemmers strategisch naar Bos gingen om toch maar vooral een links kabinet te krijgen en (centrum)rechtse stemmers naar Balkendende om rechts te blijven, zijn we uitgekomen op de ultieme Nederlandse gemene deler: de middenweg, het compromis.


De vraag is nu dus hoe dit te veranderen. De directe democratie die tot uitdrukking komt in referenda lijkt een goede stap te zijn, maar ik vraag me af of je de macht die het volk aan een volksvertegenwoordiging heeft gegeven op deze manier weer terug moet geven aan het volk. Maakt de volksvertegenwoordiging zich daarmee niet overbodig? En - terzijde - wat is überhaupt het nut van een gekozen burgemeester? Een van de resultaten van het burgerforum was verder een massale voorkeur voor stemmen op een persoon i.p.v. een partij. Ik vraag me af of op die manier de onoverzichtelijkheid niet nog groter wordt. Als de Kamer zou bestaan uit 150 eenmansfractietjes die allemaal hun eigen agenda volgen, wordt het m.i. een chaos. Een andere optie is het aantal partijen terug te dringen tot twee of drie, maar hier gebeurt het omgekeerde: de kiezer voelt zich nergens thuis en keert zich af van de politiek.


D66 was in de jaren 80 en 90 onder Hans van Mierlo de grote gangmaker van het denken over democratische veranderingen. De grote, wijze Van Mierlo is echter naar de achtergrond verdwenen en momenteel gaat de partij ten onder aan mensen als Thom de Graaf, de ongekozen burgemeester van Nijmegen die nog niet zo lang geleden als enige taak had de gekozen burgemeester van de grond te tillen, en Alexander Pechtold. Dit pedante, kijvende mannetje zorgt ervoor dat D66 van centrumliberale partij voor intellectuelen onverbiddelijk een ultralinkse partij zonder eigen gezicht aan het worden is. Hij lijkt meer bezig het 'gevaar' Wilders en het 'gevaar' Balkenende IV te bestrijden dan zijn eigen partij fatsoenlijk te renoveren. Van hem en zijn partij valt dus weinig te verwachten op het gebied van parlementair-democratische innovatie. Wie wordt de nieuwe Van Mierlo?

donderdag 28 juni 2007

Over beweging en stilstand

Ik ben gewend de diepzinnigste gedachten op zaterdagnacht te ontvangen. Vooral de lange fietstocht richting huis in het holst van de nacht blijkt uitermate geschikt voor invallen en overpeinzingen. Ik zal vanaf heden zo nu en dan wat van die gedachten hier publiceren. Ik kan er niets mee doen en dan verdwijnen ze of ik kan ze opschrijven op een blaadje en dan verdwijnen ze op den duur ook. Daarom typ ik ze maar neer op mijn blog. Wie weet heb ik er ooit nog iets aan, of iemand anders, en zo niet: helaas.
NB: het feit dat deze ideeën zaterdagnacht zijn ontstaan zal ongetwijfeld doorschemeren in de 'genialiteit' ervan...

* Beweging en Stilstand

De grootste dichotomie in het denken schuilt niet in het dualisme van stof en geest, lichaam en denken, maar in beweging en stilstand.
De vluchtigheid van het leven komt voort uit de botsing tussen de continuïteit van het tijdsverloop en het momentane van de tijdsbeleving. Wanneer men iets ervaart plaatst men dit altijd in een statische zingeving. Men werkt altijd naar een moment toe. Terwijl de ervaring na de gebeurtenis komt. Wanneer men immers het heden wil ervaren, het absolute nu, gebeurt dat een fractie van een seconde na de ervaringsimpuls en is er sprake van een nieuw heden. Ook de ervaring van dit heden vindt een fractie na de gebeurtenis plaats en zo tot in het oneindige.
Daarmee bestaat het heden als zodanig niet. Wat bestaat is het verleden en de toekomst. Het verleden als vastliggende tijd-ruimte en de toekomst als een waaier van potenties.
De menselijke fout schuilt dan ook in het objectiveren van doelen in het leven. Men stelt zichzelf doelen en ziet de ware vervulling en ervaring van geluk in het moment dat het doel bereikt wordt.
Maar aangezien dat moment als belevend moment niet kan bestaan, zal de ervaring dan hoogstens een kort moment oplichten, om rap weg te ebben.
Het ware geluk moet dan ook liggen in het proces. Alleen als men zich conformeert aan het continue van de tijd is enig geluk te verkrijgen. Zoals bij het kind het geluk niet ligt in de boomhut als object, maar in het bouwen van de boomhut als proces, moet de gelukservaring van de mens liggen in de weg naar het doel toe.
De ultieme mogelijkheid is natuurlijk het overwinnen van de continue tijd. In de literatuur is dit procédé regelmatig aangevat, maar alle projecten ('leven in de breedte', 'verstening en mythologisering', 'het zoeken naar de vierkante cirkel' enz.) zijn gedoemd te mislukken. De Tibetaanse monniken naderen het dichtst het ideaal van de stilgezette tijd en daarmee van de momentane ervaring van een absoluut heden. Zij zijn dan ook haast halfgoden.
Met dit alles is ook de afwezigheid van God verklaard. Nadat Hij met grote geestdrift de Aarde geschapen had, bekeek Hij zijn schepping nog een keer en wendde zich af om iets anders te gaan doen. Wij zijn een grote legpuzzel van God waarin Hij na voltooiing zijn interesse verloren heeft en die nu vergeten in een hoek van een kast ligt weg te rotten.

woensdag 13 juni 2007

Over cultuurrelativisme in theorie en praktijk

Laatst pleitte ik voor een middenweg in de aanpak van jonge, voornamelijk Marokkaanse crimineeltjes. Daar heb ik nog korte een notitie bij.

Een hardere aanpak is niet alleen een oplossing voor de gemeenschap, maar is ook in het belang van de jongeren zelf. Zij hebben zelfs behoefte aan een duidelijke afbakening van wat wel en niet mag in ons land. Een grote mate van tolerantie zijn zij cultureel en van huis uit niet gewend en zij weten daar dan ook niet goed mee om te gaan. Ze passeren duidelijk een grens in toelaatbaar gedrag, zijn zich daar vaag wel van bewust, maar omdat maatregelen uitblijven raken zij verward in hun visie op het toelaatbare in een westerse vrije samenleving. Dat blijkt ook uit het feit dat zij zich in Marokko 's zomers gedragen als voorbeeldige mensen, omdat ze weten dat ze daar met grensoverschrijdend gedrag wel effectief de pineut zijn.

Tolerantie is een basisbegrip in een breder gedragen cultuuropvatting, namelijk die van het cultuurrelativisme. Deze opvatting legt een taboe op het beoordelen van andere culturen vanuit de eigen cultuuropvatting. Zo wordt het mogelijk moreel verwerpelijke daden in een andere cultuur niet te verwerpen of te bestraffen door te wijzen op de beperkte visie van de dader op moraliteit, ingegeven door zijn cultuur. Cultuurrelativisme heeft een opgang gevonden in westerse cultuuropvattingen omdat het kan dienen als verweer tegen superioriteitsargumenten met betrekking tot andere culturen. Het voorkomt zo de opkomst van fascistische procédés.

Dat is de theorie. In de praktijk blijkt het allemaal niet zo te werken. Cultuurrelativisme en de daaruit voortvloeiende waardenvrijheid en tolerantie blijken een overdreven vrijblijvendheid in de hand te werken. Vrijblijvendheid die niemand goed uitkomt. Autochtone Nederlanders niet, omdat zij onderworpen zijn aan criminaliteit. En de allochtone jongeren niet, omdat zij niet weten hoe om te gaan met een onevenredige vrijheid en Nederland zelfs minachten om onze hoge acceptatiegraad. Als je nooit gestraft wordt is het blijkbaar geoorloofd om de wet te overtreden.

Er liggen nergens zoveel kansen voor het grijpen dan in Nederland en toch slaagt een groot deel van de jongeren er niet in deze kansen te benutten. Ze hebben behoefte aan een strenge begrenzing van het toelaatbare, maar raken bij gebrek daaraan vervreemd van de samenleving en bovendien worden zij in een slachtofferrol gemanoeuvreerd. Cultuurrelativisme is misschien in theorie een goed universeel concept, maar blijkt in de kleine dagelijkse praktijk averechts te werken en moet daarom maar eens verworpen worden. In de plaats moet een praktijk komen waarbij de nadruk ligt op de verantwoordelijkheid van het individu en duidelijke grensbepaling en strafmaatregelen. In het belang van vooral de delinquenten zelf.