Posts tonen met het label Paus Franciscus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paus Franciscus. Alle posts tonen

donderdag 26 november 2015

Het Koninkrijk der Nederlanden in de Derde Wereldoorlog

'Zijn we in oorlog?' lijkt dezer dagen de hamvraag; de Volkskrant wijdt er zelfs een aparte website aan. Maarten van Rossem vond alvast van niet. In Pauw zei de historicus vorige week dat we pas van 'oorlog' mogen spreken wanneer net als in '40-'45 de voedseldistributie wordt ingevoerd. Hij leek het te menen.
    Montasser Alde'emeh, terrorisme-expert en inwoner van 'afvoerputje' Molenbeek, reageerde ad rem op Van Rossem met de tegenwerping dat oorlogen van aard en aanzien veranderen. Vorig jaar september was het paus Franciscus die zei dat er momenteel een Derde Wereldoorlog gaande is, een die 'in hoofdstukjes' wordt uitgevochten en in vrijwel niets lijkt op de twee wereldoorlogen van de twintigste eeuw. Na de terreur in Parijs reageerde de Heilige Vader desgevraagd: 'Dit is zo'n stukje.'
    Hadden we met een traditionele oorlog tussen soevereine staten te maken, dan zou Frankrijk immers België hebben moeten aanvallen, want daar kwamen de meeste terroristen vandaan. Dat wordt door niemand serieus overwogen, al was er wel een Franse columnist die Hollande opriep niet Raqqa maar Molenbeek te bombarderen.
    Dat we 'in oorlog zijn' met IS is evident, maar een relevantere vraag is: 'Waar zijn we in oorlog?' In Irak en Syrië uiteraard, maar niet uitsluitend daar. De aard van het terrorisme en het gegeven dat strijders doodeenvoudig onder ons kunnen zijn door het onvermogen van de EU de buitengrenzen te bewaken én omdat ze vaak home grown zijn, impliceert dat sommige hoofdstukjes zich ook hier kunnen en zullen afspelen.
    Parijs was al zo'n akelig chapiter, in Hannover was het kantje boord, en Brussel was dagenlang een bezette stad. Zoiets is ook voor een deel een gevoelskwestie. Men denkt bij 'oorlog' allicht aan permanente gevechtshandelingen, maar een oorlog bestaat voor het grootste deel uit onzekerheid over, vrezen voor, wachten op zulke handelingen. En dat was en is onmiskenbaar het geval.
    Om de vraag nog verder toe te spitsen: wie zijn die 'we' in dit geval? Hoort Nederland er ook bij, ook al ontspringt ons land tot op heden de dans en lijkt de dreiging hier minder acuut en ernstig dan in ons omringende landen? Dat laatste kan overigens maar schijn zijn, en als het al waar is dan kan het razendsnel omslaan. Vriend en vijand zijn het er inmiddels over eens dat IS moet worden weggevaagd. Buma (CDA) vindt dat ook Nederland grondtroepen naar Irak en Syrië moet sturen. Om meerdere redenen is dat een precaire kwestie.
    Ten eerste is er de vrees dat een actievere deelname van Nederland aan de oorlog tegen IS de kans op aanslagen alhier verhoogt. Ten tweede zou je de paradoxale situatie krijgen dat 'onze jongens en meisjes' daar landen aan het bevrijden zijn terwijl hier de asielzoekerscentra vol zitten met jonge, gezonde, uit die landen gevluchte mannen. Ten derde is er de cruciale kwestie of een grondoorlog effectief genoeg is en op de lange termijn geen averechts effect heeft. Een vergelijking met de situatie na nine eleven dringt zich op.
    Dat Frankrijk en Rusland nu de handen ineenslaan om IS aan te pakken is, gezien wat er in Parijs en in de Sinaï is gebeurd, het minste wat ze kunnen doen. Sywert van Lienden kreeg de twitterinquisitie achter zich aan toen hij zijn steun uitsprak voor de Franse bombardementen op Raqqa. Wraak, daar doen wij geciviliseerden toch niet aan, meenden de inquisiteurs. Wraak en vergelding zijn echter verschillende zaken, zoals Sywert terecht aangaf.
    Toen de Amerikanen in oktober 2001 Afghanistan binnenvielen, schreef de eerbiedwaardige mr. J.L. Heldring al in NRC Handelsblad: 'de aanvallen op Afghaans grondgebied waren onvermijdelijk en zijn gerechtvaardigd. Gerechtvaardigd niet als wraakoefening, maar als vergelding. Zoals in een rechtsstaat elke misdaad door straf vergolden wordt, zo konden de aanslagen van 11 september op New York en Washington niet ongestraft blijven.'
    Relevanter is de kwestie hoe IS op termijn effectief en definitief te elimineren en tegelijkertijd te verhinderen dat op de puinhopen een nog veel monsterlijker groepering wortel schiet, zoals IS zelf ook is ontstaan. Heldring vervolgde destijds: 'Deze prealabele vaststelling maakt evenwel geen einde aan de twijfel die overblijft en die uitgesproken mag worden. De aanvallen die vorige zondag begonnen, mogen onvermijdelijk en gerechtvaardigd zijn, zijn zij ook een doeltreffend antwoord op het verschijnsel terrorisme? Is dit niet een hydra, waaraan, bij elke kop die haar afgeslagen wordt, twee nieuwe koppen ontspruiten?'
    Heldrings vrees zou bewaarheid worden, echter niet in Afghanistan maar in Irak. Van Rossem schreef afgelopen week de opkomst van IS uiteraard geheel en al op het conto van de Amerikanen. Nu zal niemand ontkennen dat Bush en de zijnen een chaos hebben achtergelaten in Irak na hun op leugens gebaseerde invasie. Maar voor Van Rossem is dat altijd begin en eind van het verhaal. In het geval van Syrië zou men met evenveel recht het tegenovergestelde staande kunnen houden: daar heeft IS kunnen oprukken juist door het achterwege blijven van een interventie.
    Obama's beruchte red line - bij een aanval met chemische wapens zou Amerika interveniëren - werd in 2013 door Assad overschreden toen hij gifgas inzette in Damascus. Maar Obama deed niets. Hans-Jaap Melissen schrijft in IS - Tot alles in staat dat Amerikaans ingrijpen de toen lopende onderhandelingen met Iran - bondgenoot van Assad - over het nucleaire programma van dat land zou hebben gefrustreerd. Veel Syriërs waren zo teleurgesteld in Obama dat ze hun lot in handen van het gretig toehappende IS legden. Melissen is ook pessimistisch over de stabiliteit van de regio ná een eventuele nederlaag van IS: 'Dan is er nog steeds een gevaar dat soennitische en sjiitische milities elkaar blijven bevechten. Of dat sjiieten tegen sjiieten vechten en soennieten tegen soennieten.'
    Hoe stabiel is het Westen eigenlijk? Zijn we wel weerbaar genoeg? De nazi's van de eenentwintigste eeuw verschillen in die zin van de oorspronkelijke nazi's dat ze een zelfmoordcultus belijden. Bas Heijne zei het onlangs nog, zoals Heldring destijds al. Die citeerde toen de Duitse intellectueel Hans Magnus Enzensberger, die erop wees dat in het Westen 'de drang tot zelfbehoud de leidraad van het menselijk leven is', een vlieger die niet opgaat in het geval van de zelfmoordterroristen. Daar zijn we nog altijd niet voldoende van doordrongen. 
    In het gepalaver over de vraag in hoeverre de terreur inherent is aan de islam bijvoorbeeld, is er altijd wel iemand die naar Anders Breivik verwijst, immers ook een terrorist maar bepaald geen moslim. Het verschil is dat Breivik geen zelfmoord pleegde en zijn gruweldaad in de rechtbank wenste te verdedigen. De jihadisten willen zelf dood, en dan is elk middel geoorloofd.
    Cruciaal is het punt waarop de vergelijking met al-Qaida mank gaat: IS is de eerste groepering die actief de vorming van een staat nastreeft en daar bijzonder effectief in is. Loretta Napoleoni hierover in De terugkeer van het Kalifaat: 'Waarin IS de gewapende organisaties uit het verleden overtreft, is militaire bekwaamheid, mediamanipulatie, sociale programma's en bovenal natievorming.' De manier waarop IS van de sociale media gebruik maakt om angst te zaaien, propaganda te verspreiden en fondsen te verwerven is zelfs zonder precedent. Ze hebben Facebook-, YouTube- en Twitterkanalen in vele talen en zelfs een eigen glossy tijdschrift. 
    Met die combinatie van barbarij en moderniteit weten we ons nauwelijks raad. Ronduit schrijnend was zondag de reactie van burgers op het verzoek van de Belgische autoriteiten om niet over de politieacties te berichten: men ging kattenplaatjes twitteren... Alsof IS met zijn geavanceerde technologie zich daardoor op een dwaalspoor zou laten brengen. Het enige gevolg was dat onze informatievoorziening verstoord raakte. Niettemin was de zelffelicitatie niet van de lucht. Men kan daar luchtig over doen, maar het is ergens ook typerend.
    We zijn zo angstig en veel te gauw in paniek, wordt vaak gezegd, en dat is zeker waar. Maar we zijn ook zo ontstellend naïef en moreel verward. Als ooit een Loe de Jong zijn kroniek van de Derde Wereldoorlog schrijft, dan zal dat de thematische cocktail van het 'Voorspel'-deel zijn.

woensdag 31 december 2014

2014: Het jaar van de twee Franciscussen

Het jaar is bijna ten einde. Een klein rampjaar wordt het in veel overzichten genoemd. Ik kies een andere benadering. Het was het jaar van de twee Franciscussen.
De eerste Franciscus is 78 jaar.
De tweede Franciscus is 53 jaar.
De eerste Franciscus is de zoon van een boekhouder bij de spoorwegen.
De tweede Franciscus is de zoon van een bode op een ambassade.
De eerste Franciscus heeft miljoenen volgers op Twitter.
De tweede Franciscus heeft duizenden vrienden op Facebook.
De eerste Franciscus is fervent aanhanger van CA San Lorenzo.
De tweede Franciscus is supporter van Roda JC.
Weet u het al?
De eerste Franciscus wordt wel 'The People's Pope' genoemd.
De tweede Franciscus is beter bekend als Minister van IJdelheid.
Inderdaad.
De eerste Franciscus is Jorge Mario Bergoglio, beter bekend als paus Franciscus.
De tweede Franciscus is Franciscus Cornelis Gerardus Maria Timmermans, oftewel Timmerfrans.
De eerste Franciscus bemiddelde dit jaar in alle stilte tussen de Verenigde Staten en Cuba.
De tweede Franciscus hield een bevlogen toespraak voor de VN-veiligheidsraad over de ramp met de MH17.
De eerste Franciscus boekte een historisch succes door de beide aartsvijanden nader tot elkaar te brengen.
De tweede Franciscus oogstte lof met zijn rede en sleepte er de uitverkiezing tot politicus van het jaar mee in de wacht.
De eerste Franciscus heeft zich een jaar na het overlijden van Nelson Mandela opgeworpen als nieuwe wereldleider op moreel en spiritueel gebied.
De toespraak van de tweede Franciscus bleek van grove leugens en valse retoriek aan elkaar te hangen. De Oekraïners hebben binnen hun mogelijkheden hun uiterste best gedaan om het vliegtuig te bergen en zijn respectvol omgegaan met resten en bezittingen, die 'thug' die volgens de tweede Franciscus een trouwring jatte bleek juist zijn medeleven te betonen door een kruis te slaan. Het was een schandelijke, lasterlijke toespraak.
De eerste Franciscus, hoewel een vast doelwit voor aanslagen, begeeft zich consequent onder het gewone volk, ook op de gevaarlijkste plekken, en deelde in koude winternachten incognito aalmoezen uit aan armen en daklozen.
De tweede Franciscus verzuimde hoogstpersoonlijk poolshoogte te gaan nemen op de rampplek van de MH17 omdat tien kilometer verderop geschoten werd.
De eerste Franciscus blijft onvermoeibaar hameren op nederigheid, barmhartigheid, verdraagzaamheid, dialoog en transparantie.
De tweede Franciscus verzon een verhaal over een zuurstofmasker om zijn ego te redden en schoffeerde daarmee de MH-17-nabestaanden.
De eerste Franciscus belde op Kerstavond met Irakese vluchtelingen die op de vlucht zijn voor de horden van ISIS.
De tweede Franciscus beweerde dat de rechten van de door ISIS opgejaagde yezidi's in Irak 'grondwettelijk beschermd' waren.
De eerste Franciscus weigert zich voor te laten staan op zijn nu al baanbrekende prestaties en morele leiderschap.
De tweede Franciscus weigert zijn ego aan de kant te schuiven en excuses aan te bieden voor de genoemde uitglijders.
De eerste Franciscus hield een kritische kersttoespraak over de misstanden in het bestuursapparaat van het Vaticaan. Hij joeg daarmee het conservatieve deel van de katholieke kerk tegen zich in het harnas en kan het komende jaar een haat- en lastercampagne vanuit het Vaticaan verwachten; hij is er zijn leven niet meer zeker.
De tweede Franciscus sprong bijtijds op de trein naar Brussel en heeft er komend jaar een behaaglijk baantje als sokophouder van de immer benevelde Jean-Claude Juncker in de ivoren torens van de Europese moloch.
De eerste Franciscus belijdt Jezus Christus.
De tweede Franciscus waant zich Jezus Christus.

dinsdag 14 januari 2014

Uitstappen in Hillegom

I

Het weekblad Time riep in december paus Franciscus uit tot Persoon van het Jaar 2013. De prestigieuze uitverkiezing was misschien enigszins verrassend, maar bij nader inzien ook wel begrijpelijk. Sinds Bergoglio in maart Benedictus XVI opvolgde, heeft hij immers de verwachtingen van vriend en vijand overtroffen. De Argentijn begon als een grote onbekende, krap 9 maanden later werd hij al 'The People's Pope' genoemd.

Zijn bezielde pleidooien voor soberheid en medemenselijkheid, zijn gepassioneerde aanklachten tegen misstanden en humanitaire rampen, zijn authentieke manifestatie in de openbaarheid: hier bleken we eindelijk een paus te hebben die werkelijk practiced what he preached. Een charismatisch leider, maar anders dan we tot nog toe gewend waren. Hij begon voortvarend aan zijn gevaarlijke missie het Vaticaan te zuiveren van schadelijke elementen, deed tal van handreikingen naar andere groepen, wenste zelfs homo's niet te veroordelen.

Bas Heijne suggereerde dat de paus weleens de opvolger van Nelson Mandela kon worden als moreel leider van de wereld: 'Deze week lekte het nieuws uit dat de huidige paus, Franciscus, 's nachts gekleed als gewoon priester in Rome aalmoezen uitdeelt aan dakloze mannen en vrouwen. Het Vaticaan ontkende, maar volgens de nieuwsbron hebben wachters van de Zwitserse Garde het bericht bevestigd. [...] Deze paus is er in korte tijd in geslaagd een eenvoudig soort goedertierenheid uit te dragen, dat bij zijn voorgangers ontbrak.'

Hoogleraar kerkgeschiedenis Paul van Geest zei onlangs bij Knevel & Van den Brink dat hij opvallend veel positieve reacties opving van katholieke Nederlanders die zich al decennia geleden hadden losgemaakt van de katholieke kerk. Het begon weer wat te kriebelen. Eerder signaleerde de RKK al iets dergelijks in een enquête. Kerkse katholieken omarmden de nieuwe paus omdat hij de geloofwaardigheid van de kerk een 'boost' had gegeven, maar ook niet-kerkse katholieken gaven aarzelend aan het begin van een hernieuwd vertrouwen in de kerk bij zichzelf te bespeuren. Ook de bereidheid om voor hun katholieke achtergrond uit te komen was bij hen toegenomen.

Is paus Franciscus hierdoor ook een typisch hedendaags fenomeen? Iemand die in een razend tempo populair is geworden, meeliftend op de golf van het door de media aangewakkerde en gevoede opportunisme, maar die ook net zo snel weer zal dalen in de populariteitspolls als er straks iets misgaat? Of is hij juist de langverbeide natuurlijke leidsman die een sluimerend verlangen, een weggedrukte behoefte van velen zichtbaar heeft gemaakt? Iemand die de gave heeft de generaties die na de oorlog in welvaart en voorspoed zijn opgegroeid en dachten het wel zonder geestelijke zingeving af te kunnen op hun zwakke plek te wijzen?

II

In 1969 publiceerden Godfried Bomans en Michel van der Plas een verzameling tweegesprekken onder de titel In de kou. Over hun roomse jeugd en hoe het hun verder verging. Het is een intrigerend boek waaruit vooral Bomans oprijst als een dolende die hevig gebukt gaat onder de teloorgang van de katholieke traditie waarin hij tot de haarvaten geworteld is, die de pijlsnelle afbrokkeling van die cultuur met lede ogen en in grote vertwijfeling aanziet, te meer daar hij zelf van zijn geloof is gevallen en daar nauwelijks mee kan omgaan. Twee jaar later was hij dood.

Volgens Van der Plas geloofden gelovigen oprecht in de aanwezigheid van God wanneer zij hun religieuze rituelen en liturgische handelingen verrichtten. Dat geloof zou nu verdwenen zijn. Bomans oppert dat de secularisering veel minder een inhoudelijke kwestie is dan zijn gesprekspartner hier veronderstelt. Het is niet zo, stelt hij, dat mensen opeens massaal niet langer geloven dat er een God is, dat Christus God was, dat begrippen als schuld en erfzonde bestaan, et cetera. Die scepsis is er al veel langer, maar ze werd altijd onschadelijk gemaakt door de warme geborgenheid van het collectieve ritueel. Er was 'een soort bedwelming door de vormen', men voelde zich 'opgenomen in een kolk van liturgie'.

Vanaf de jaren zestig begon de grote scepsis ook door deze vormen heen te vreten, waarna de waarheidsvraag opeens volledig bloot kwam te leggen, in al zijn kwetsbaarheid. Met het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) probeerde de Kerk zich aan de moderne tijd aan te passen, het 'aggiornamento'. In Nederland werd het debat over de modernisering voortgezet op het Pastoraal concilie van Noordwijkerhout (1968-1970), dat ten tijde van In de kou nog aan de gang was.

Bomans zag het daar misgaan, want men concentreerde zich er op aanpassing van de vormen, terwijl het nu juist om de inhoud moest gaan. In zijn metaforische taalgebruik: alle veranderingen binnen de kerk betroffen de tactiek, niet de spelregels zelf, ''t Is net alsof je met de trein van Haarlem naar Leiden moet en al in Hillegom of Lisse verzocht wordt uit te stappen. Er is daar ongetwijfeld iets te doen, maar daar gaat het niet om. We moeten verder. Leiden is in last.' En elders: 'Het concilie in Noordwijkerhout gaat over de distributie van de krenten in de krentenbol, terwijl ze buiten de zaal denken: hebben we wel brood?'

Van der Plas en Bomans hebben scherp in de gaten hoe groot de invloed van de gigantische welvaartsgroei is. Mensen hebben de Kerk simpelweg niet langer nodig. Bomans: 'Wij hebben altijd een God nodig gehad; er is geen samenleving geweest die niet religieus gefundeerd was, die uiteindelijk niet, net zoals een spinneweb, aan een draad naar boven hing, waardoor dat hele web gespannen was. Is het misschien denkbaar, dat wij voor het eerst een beschaving ingaan, die volledig diesseits is, humanitair, uitgaande van het idee: na dit leven is er niks meer, laten we proberen die tachtig jaar zo goed mogelijk door te komen, in een zo groot mogelijke welvaart, in een zo groot mogelijke onderlinge verdraagzaamheid, met een zo groot mogelijke verdeling van de produktiemiddelen, enzovoorts.' Zelf kan hij dat niet accepteren: 'Tegelijkertijd dat ik dat denk, stik ik erin.'

En tegelijkertijd stelt hij de tegenvraag, tegen beter weten in wellicht, of die nieuwe samenleving kan blijven bestaan, of er niet toch een intrinsieke religieuze behoefte aanwezig blijft in de mensen, een behoefte die door de welvaart wel tijdelijk uitgeschakeld wordt maar daarmee niet volledig verdwijnt. 'De vraag is: blijft het net gespannen zonder die draad naar boven? Is zo'n samenleving blijvend mogelijk?' De mensen die sinds de jaren '50 worden geboren, leven in een 'volkomen efficiënte wereld'. 'De dubbele bodem is eruit gevallen. Alles staat in zijn eigen uitleg vastgevroren. En nu is het de vraag of de mens een wezen is, dat in die poolnacht kan blijven leven. Ik weet dat niet, het is nog nooit vertoond.'

III

Het is inderdaad de vraag. 'Jonge gelovigen in de kou', kopte Trouw in 2011 - let op de titel in het licht van het voorgaande. De krant deed verslag van een onderzoek van bureau Forum: 'Afvallige rooms-katholieke ouders staan argwanend tegenover religieus enthousiasme bij hun kinderen', zo luidde de conclusie van het onderzoek. Jongeren uit formeel rooms-katholieke gezinnen bijvoorbeeld noemen hun ouders 'een verloren generatie op het gebied van geloof'.

Die ouders, de vijftigers, zestigers van nu, waren de eerste generatie katholieken die het kerkgebeuren afzworen. Hoewel ze in naam wel rooms-katholiek bleven, keerden velen zich en masse af van kerk en geloof. Ze zochten aanvankelijk weliswaar aansluiting bij surrogaten als het marxisme, maar de kerk was in ieder geval passé. Een generatiekloof tekende zich af. Nu hebben ze zelf kinderen en als die zich nieuwsgierig tonen naar die verzwolgen rooms-katholieke traditie, dan oogsten ze vooral onbegrip en hoon.

Ik denk dat dat klopt. Vroeger deed je je ouders veel verdriet als je op een dag zei dat je niet meer mee naar de kerk wilde. Tegenwoordig zal een jongere zijn ouders verdriet doen als hij zegt dat hij wél naar de kerk wil.

Het valt me op dat veel van die meelijwekkende Nederlandse jongeren die zich tot de islam hebben bekeerd uit zo'n alleen nog in naam katholiek gezin afkomstig blijken te zijn. Op het internet circuleert het bekeringsverhaal van Abdul-Jabbar van de Ven, geboren als Jilles Lambertus Henricus van de Ven. Op zijn katholieke school raakte hij gefascineerd door het godsdienstonderwijs, maar 'mijn familie was buiten kerstmis niet erg praktiserend', schrijft hij. Ook de paus stootte hem alleen maar af. Jezus was er voor de armen, terwijl de paus 'ondertussen in het Vaticaan woonde in een paleis van marmer en kogelvrije ramen,ver weg van het gewone volk.'

Daarnaast hebben ook veel politieke populisten, de geduchte islamcritici, katholieke roots: Pim Fortuyn, Rita Verdonk, Geert Wilders. Ze zijn geseculariseerde katholieken die in de nog wel als een gesloten front opererende islam een bedreiging zien. Het is niet denkbeeldig dat in die houding tevens een onuitgesproken heimwee naar de geborgenheid van vroeger besloten zit. De islamkritische populist en de bekeerde Hollandse moslim: ze staan lijnrecht tegenover elkaar, maar ze zijn allebei ooit in Hillegom uitgestapt of er nadien geboren.

Nu is zo'n labiel geval als Van de Ven natuurlijk niet representatief voor de huidige generatie jongeren en jongvolwassenen. Verreweg de meesten hebben niet eens de behoefte aan een 'bedwelming door de vormen' van een collectieve geloofspraktijk, daar kunnen ze prima zonder, de materiële welvaart is de behaaglijke verdoving van de laatste vijftig jaar geweest.

Maar nu, nu we op een keerpunt staan, nu langzaam het besef doorsijpelt dat het alleen maar minder gaat worden, dat er generaties gaan opgroeien die het voor het eerst niet meer beter hebben dan hun ouders, gaat dat een terugkeer te zien geven van bepaalde religieuze behoeften, van een interesse in zingeving die ook buiten het leven ligt? Ik weet het niet, ik ben met Bomans even sceptisch. Wij moeten allemaal die poolnacht door. Aan de sneeuwwitte Franciscus zal het in elk geval niet liggen.

woensdag 19 juni 2013

Lezen, lezen, lezen #34

Stijn Fens - De nieuwe paus. Intriges in het Vaticaan (2013), 112 blz. (****)
Toen de kersverse paus Franciscus in de vroege avond van 13 maart jongstleden voor het eerst op het balkon van de Sint-Pieter verscheen, dacht ik verschrikt: o jee, hij gaat nu al van zijn stokje. Plotseling verscheen er echter een glimlach op zijn gelaat en sprak hij het warme 'buona sera'. Een memorabel moment. Ook Vaticaanvolger Stijn Fens ervoer dat zo. 'Hij lijkt overdonderd door het moment en kijkt als een konijn in de koplampen' was zijn eerste indruk, maar een uur later zei hij tegen RKK-collega Wilfred Kemp: 'Wat een debuut'.
In De nieuwe paus doet Fens op persoonlijke wijze verslag van de hectische Roomse dagen vanaf de abdicatie van Benedictus tot en met de eerste weken van het pontificaat van Franciscus. Hij geeft een heldere reconstructie van het conclaaf, een interessante inkijk in dat besloten ritueel. Het boekje staat bovendien vol wetenswaardigheden - Benedictus was niet de eerste paus die aftrad: 'Zo'n tien voorgangers hielden er, min of meer vrijwillig, mee op' - en Fens bedient zich van amusante vergelijkingen om zaken te verhelderen. Bijvoorbeeld dat het raar is dat Benedictus in het Vaticaan blijft wonen: 'Nu is het een beetje alsof op het moment dat Willem-Alexander als koning Huis ten Bosch betrekt, Beatrix besluit om in het tuinhuis te gaan wonen.' Fens is heerlijk snedig in zijn commentaar. Over de witwaspraktijken door de Vaticaanse bank: 'Het Instituut voor Religieuze Werken (wat een prachtige naam voor een ordinaire bank)'. Over kardinaal O'Brien, verdacht van misbruik van jonge seminaristen, die kritiek heeft op David Camerons plan het homohuwelijk toe te staan: hij 'moet toch weten hoe het is om als man van een andere man te houden'. Soms gedraagt hij zich zelfs picaresk. Met collega Christian van der Heijden gaat hij in de aanloop naar het conclaaf op zoek naar kardinaal Wim Eijk om te zien wat die doet op zijn laatste vrije zondag. Ze mogen de kerk binnengaan waar Eijk preekt, als ze de boel maar niet verstoren: 'Christian en ik overwegen nog even ter plekke een sirene te huren, om de boel eens lekker op stelten te zetten'.
Toch is hij ook ernstig als het gaat om kritiek op het wel en wee in het Vaticaan, op de corruptie, de wereldvreemdheid, de mantel der liefde waarmee alles wordt bedekt. Zijn oordeel over Benedictus' pontificaat is vernietigend. Diens meest rampzalige beslissing was de benoeming van de malafide Tarcisio Bertone tot camerlengo. Bij alle affaires waarin Benedictus een pleefiguur sloeg speelde Bertone een kwalijke rol: het Mohammed-citaat in Regensburg, de flirt met de holocaustontkenner Williamson, de slechte communicatie rond het misbruikschandaal, de ruzies binnen het bestuursapparaat. Benedictus had bovendien een centralistisch kerkbeeld en een monarchale bestuursopvatting. Zijn pontificaat was dus 'tragisch', maar gelukkig was daar 'dat grandioze slotakkoord': zijn abdicatie.
Hoe oordeelt Fens over de nieuwe paus? Hij noemt hem 'een intellectueel, maar een die het goed verbergt', een 'doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg-kardinaal'. Zijn wittebroodsweken waren veelbelovend, zo heeft iedereen kunnen constateren. Franciscus begon al meteen een 'vriendelijke oorlog' met de Curie. Hij legt de voor hem geschreven preken vaak terzijde en improviseert liever. Hij is een 'onvoorspelbare paus die de eenvoud als wapen hanteert'. Leuk relativerend feitje daarbij is dat zijn eenvoudige schoeisel geen teken van soberheid is maar medische noodzaak: hij heeft 'moeilijke voeten'. Wel gaat Fens noodgedwongen in op de laster die Bergoglio meteen na zijn verkiezing te verwerken kreeg: hij zou twee jezuïeten hebben uitgeleverd aan Videla. De ene is dood, maar de andere heeft juist laten weten dat Bergoglio zich met een list toegang verschafte tot Videla om juist hun vrijlating te bepleiten. Toch was hij vooral een zwijgende geestelijke, die zijn stem niet verhief tegen de misstanden maar te lang bleef zwijgen, zoals ook later het geval was toen het seksueel misbruik-schandaal in de Kerk woedde. Fens brengt alles tot menselijke proporties terug: hij was 'geen held en geen boef'. Fens besluit met een brief aan Franciscus. Hij spreekt de hoop uit dat de paus mensen weet te binden en zijn hervormingsagenda kan doorzetten. Toch is hij, terecht, ook sceptisch: 'Ik heb met Obama mijn lesje verwachtingsmanagement wel geleerd.' En: 'Onder dat pantser van een dorpspastoor zit iemand met keiharde, en voor ons vaak ongemakkelijke, opvattingen over leven en moraal.' Dit hebben we onlangs nog gezien met zijn standpunt omtrent het homohuwelijk. Zijn soberheid acht Fens evenwel geen gimmick, maar een manier om te overleven in het web van machinaties. Zijn advies luidt dan ook: 'Blijf jezelf, Jorge Mario. Blijf jezelf!'

Tom van Hulsen - Kick & Rush. Verhalen over Engels voetbal (2013), 318 blz. (***)
Tom van Hulsen is een van de opvolgers van Johan Derksen als hoofdredacteur van Voetbal International. Hij schrijft verhalen over Engels voetbal in het blad en columns voor op de website. Een selectie is nu gebundeld in Kick & Rush. Ik ben een groot liefhebber van Engels voetbal, met name van de lagere divisies, waar de voetbalbeleving vaak nog relatief puur en onbedorven is. Ik ben dol op nostalgische verhalen over de vroege jaren, smakelijke anekdotes over historische wedstrijden, heroïsche hagiografieën van de helden van toen en allerlei fantastische statistieken en trivia. Tegelijk voel ik steeds meer afkeer van de moloch genaamd Premier League, met al die steenrijke eigenaars zonder enige affiniteit met voetbal, laat staan met de club die ze zich als een speeltje toe-eigenen. 
Toch gaan de meeste van de verhalen in Kick & Rush over de grotere clubs, of zelfs alleen over die eigenaren. Dat is ergens ook wel logisch, de meeste mensen lezen nu eenmaal liever over clubs als Arsenal, Manchester City en Liverpool dan over Oldham Athletic, Bury of Grimsby Town, om maar eens drie traditieclubs uit de lower leagues te noemen. Soms, vooral in de korte columns, besteedt Van Hulsen wel aandacht aan zulke clubs, Southend United en Brentford bijvoorbeeld. De stukjes over de gekte van het moderne topvoetbal zijn bovendien stille protesten tegen de afbraak en de verplatting. Hij schrijft meewarig over al die idiote eigenaren die trainers ontslaan alsof het lopendebandwerkers zijn ('Eeuwige roem voor ontslagen trainers'), maar zo nu en dan ook wel met merkbare ergernis, bijvoorbeeld als er weer ergens een megalomane zakkenvuller opduikt die tradities van meer dan honderd jaar oud om zeep helpt. 
Van Hulsen probeert steeds een lichte, ironische toon te treffen, maar daarin is hij toch duidelijk de mindere van Michel van Egmond. Hij schrijft in ieder geval wel met kennis van zaken. Eén keer gaat het mis. In een opsomming van de twaalf founding members van de football league noemt hij Accrington FC 'het latere Accrington Stanley', maar dat klopt niet. (Accrington FC hield al in 1896 op te bestaan; Accrington Stanley bestond toen al vijf jaar, maar ook die club is niet het huidige Accrington Stanley: ze speelde tussen 1921 en 1962 in de League, maar ging in 1966 failliet. Het huidige Accrington Stanley werd in 1968 opgericht en speelt sinds 2006 in de League.) De zwakte van Kick & Rush, een manco dat het gemeen heeft met al die boeken met verzamelde columns uit de VI-bibliotheek, is uiteindelijk dat de columns in de regel gaan over iets wat actueel was toen ze verschenen, waardoor ze nu bij bundeling al gauw verouderd of achterhaald aandoen.

Ronald Prud'homme van Reine - Moordenaars van Jan de Witt. De zwartste bladzijde van de Gouden Eeuw (2013), 230 blz. (****)
Op de basisschool kreeg ik op een mooie dag de mogelijkheid aangeboden in te tekenen op Van Nul tot Nu, een vierdelige geschiedenis van Nederland in stripvorm, geschreven door Co Loerakker en getekend door Thom Roep. Dat leek me wel wat en gelukkig vonden mijn ouders het goed. Vele, vele malen heb ik die stripboeken gelezen. Grote indruk maakte de verstripping van de moord op de Johan en Cornelis de Witt, op 20 augustus 1672 in Den Haag. Op het plaatje zag je hoe de broers, nadat ze uit de Gevangenpoort waren gesleept, bruut werden doodgeknuppeld door gedegenereerde sujetten. Het gezicht van Johan was vertrokken van pijn en doodsangst. De moord werd een van de zwartste bladzijden uit onze geschiedenis genoemd, ook vanwege de gruwelijke verminkingen van de lijken.
Historicus Ronald Prud'homme van Reine verbaasde zich erover dat er nooit serieus onderzoek was gedaan naar de moordenaars en de precieze achtergronden bij de moord. Dat het 'het volk' was, later gespecificeerd tot leden van diverse schuttersgilden, is lang als voldoende verklaring beschouwd. Prud'homme werpt nu op basis van archief- en bronnenonderzoek nieuw licht op de moord en op de dubieuze rol die de Prins van Oranje hoogstwaarschijnlijk heeft gespeeld. Zijn boek drijft op een strakke opbouw, die vaart en zelfs enige suspense in het verhaal brengt. Eerst schetst hij kort de historische context en de gebeurtenissen voorafgaand aan de moord. Vervolgens beschrijft hij aan de hand van verschillende ooggetuigenverslagen de dag van de moord van uur tot uur. Hierna staat hij langer stil bij de moordenaars en de 'complotteurs', oftewel de daders en de samenzweerders. Na een beknopt overzicht van ongeveer 350 jaar historisch onderzoek naar de moord gaat hij tot slot nog in op de schilderkunstige verbeeldingen ervan.
Moordenaars van Jan de Witt lijdt aan een euvel waar veel van dit soort boeken last van hebben: er wordt te veel informatie over de lezer uitgestort. Elke zin bevat drie nieuwe feitjes, twee nuanceringen en nog een vermoeden toe. Ook de vele personen en hun onderlinge relaties passeren aan het begin de revue met een achteloosheid die de oningewijde lezer doet duizelen. De inspanning is het echter waard, want de auteur haalt veel boven. Een luitenant-ter-zee, een herbergier en een slager blijken de moordenaars te zijn geweest van Johan, en ook Cornelis is niet door schutters of het grauw, maar door diverse middenstanders gedood. Prud'homme concludeert bovendien dat Zuijlesteijn en Odijck, een oom en een achterneef van prins Willem III, het masterplan bedachten. Ook zeeheld Cornelis Tromp en de Haagse schepen Johan van Banchem speelden hierbij een kwalijke rol. En Willem III? Zijn rol 'zal wel altijd in nevelen gehuld blijven', besluit Prud'homme. Dat lijkt te ver doorgedreven wetenschappelijke voorzichtigheid, want de feiten zijn er blijkbaar: 'Omdat we weten dat hij erover is ingelicht, kan hij niet van zijn aandeel worden vrijgepleit. [...] Hij was op de hoogte en heeft niet ingegrepen om de moord te voorkomen.' Een zwarte bladzijde met oranje rafelranden.