Posts tonen met het label Media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Media. Alle posts tonen

vrijdag 31 maart 2017

Door roeien en ruiten. Laatste blog

Nihil novi sub sole

De voltallige wereldpers had vorige week de kampementen opgeslagen in onze moerasdelta om verslag te doen van de 'kwartfinale' tegen de populisten - pardon, de 'verkeerde' populisten -, aldus Rutte. Nederland weer even de navel van de wereld - wat een weelde.
  Er stond wat op het spel, zo mochten we van de buitenlandse verslaggevers vernemen, want de reputatie van het open en tolerante Nederland stond op de helling: zouden de Hollanders hun verstand erbij houden of zouden ze hun onderbuik laten spreken?
  Je ging er bijna door hopen dat Wilders toch zou winnen, opdat we eindelijk eens konden afrekenen met dat fabeltje van het o zo tolerante Nederland. Historisch gezien was wat we nu tolerantie noemen in hoofdzaak een vorm van geslepen mercantilisme, terwijl het in het nabije verleden in de gedaante van het cultuurrelativisme vooral een ideologisch dogma is geweest dat het sociale bindweefsel van de samenleving uiteen heeft gereten.
  Maar Wilders won niet - dat wil zeggen, hij werd niet de grootste - en de vlag ging uit, te beginnen bij het Brussels geboefte. Jean-Claude Juncker bracht een toast uit: deze verkiezingsuitslag was een collectieve stem vóór Europa. Guy Verhofstadt proclameerde dat Nederland een pro-Europees bastion bleef.
  De mensen hebben evenwel noch met hun verstand, noch met hun onderbuik gestemd, ze hebben het ultrakortetermijngeheugen laten beslissen. Vier jaar lang hebben ze zich kapot geërgerd aan de volksverlakkerij van Mark 'Pinokkio' Rutte & Zijn Boevenbende van Bonnetjes & Inlegvelletjes, maar één zaterdag het land verdedigen tegen Erdoğans aanvalsplan was genoeg om als een blad aan een boom om te draaien.
  Dat menigeen zijn voor Wilders gereserveerde stem uiteindelijk niet op de PVV heeft uitgebracht omdat de partij bij voorbaat overal van uitgesloten werd, komt bij de victorie kraaiende commentatoren niet op. De PVV zelf vertoonde overigens ook allesbehalve de gretigheid om het momentum te verzilveren. Wilders ontdook het debat, en wanneer hij wel meedeed draaide hij zijn inmiddels behoorlijk grijsgedraaide riedels af. Het is te hopen dat zijn trucje nu wel is uitgewerkt, maar zeker is dat allesbehalve.

Meer nog dan de populisten werden de sociaaldemocraten verslagen. De PvdA leed een historische nederlaag. Niemand hoeft medelijden te hebben met de voormalige arbeiderspartij, die de voorbije decennia de traditionele achterban gestaag van zich heeft vervreemd, uit opportunistische, cliëntelistische motieven een vijfde colonne de partij binnenhaalde, en nu met de gebakken peren zit sinds die zich heeft afgescheiden en de nieuwe achterban heeft meegenomen naar Denk.
  Toch kun je niet anders dan enige empathie voelen wanneer je de beelden ziet waarin Attje Kuiken van de PvdA tijdens een debat wordt aangevallen door Farid Azarkan van Denk over de mede dankzij de PvdA aangescherpte regels rond halal slachten: 'U vindt dat deze mensen naar België moeten om een schaap te halen!' schuimbekt Azarkan. Een meute joelende mohammedanen vormt het onheilspellende achtergrondkoor terwijl deze schurk zich intimiderend over het tafeltje naar Kuiken toe buigt.
  Zo kan het dus gaan: je koos ooit voor de softe aanpak om de nieuwe Nederlander te paaien, plaatst allochtonen op je lijst om die mensen als stemvee aan je te binden, en voor je het weet blijk je het Paard van Troje te hebben binnengehaald dat, eenmaal losgebroken, je het verwijt maakt je mensen naar België te jagen voor een schaap. O, PvdA.
  Overigens doet het gejeremieer van de PvdA-partijbonzen evenzeer pijn aan de oren. De partij moet zichzelf opheffen (Oudkerk), de negen zetels kunnen beter aan GroenLinks worden geschonken (Plasterk). Alsof deze mastodonten de voltooidlevenwet van Doodbidders66 alvast maar op hun eigen partij willen uitproberen.
  Van het CDA dachten we vier jaar geleden ook dat het einde oefening was, en kijk nu eens: een wederopstanding in de beste christelijke traditie. Zo is ook de PvdA nog lang niet opgegeven. Gewoon maximaal vier jaar oppositie voeren tegen het aanstaande kabinet, en dan met Aboutaleb aan het roer de volgende verkiezingen in.

Hoewel GroenLinks een van de winnaars is en waarschijnlijk zal gaan regeren, bleek Jesse Klaver toch niet veel meer dan de mediahype die hij was: structureel overschat in de peilingen, vooral aanbeden door zwijmelende meisjes, inclusief mejuffrouw Jinek: 'Jesse, je bent een rockstajjrr!'
  En dan zit daar bij de nabeschouwing uitgerekend Paul Rosenmöller zich te verkneukelen over de verkiezingscampagne van GroenLinks, terwijl Pim Fortuyn straks alweer 15 jaar in zijn graf ligt, Fortuyn die, aldus destijds diezelfde Rosenmöller, 'niet gewoon rechts, maar extreemrechts' was, Rosenmöller die sindsdien vooral in het nieuws kwam wanneer hij, zelfbenoemde strijder tegen de graaicultuur, weer eens schaamteloos zijn zakken had gevuld uit de pot met publieke middelen en pas onder grote druk bereid was de poen terug te storten, diezelfde Rosenmöller zeg ik, die zit zich daar dan te verkneukelen over de zege van zijn partij en de campagne te prijzen, die geleid werd door Wijnand Duyvendak, ministerie-inbreker en kopstuk binnen de extreemlinkse RaRa, uit dezelfde duister-activistische hoek als de moordenaar van Fortuyn.
  Duizelingwekkend ergerniswekkend.
  Fortuyn was de laatste weken ineens opvallend vaak in het nieuws. Het begon met Alexander Pechtold bij Pauw & Jinek: Fortuyn had gelijk, ik keek destijds weg van de problemen, gaf Pechtold grootmoedig toe. Goedkoop, gratuit grootmoedig, bedoel ik. Hoeveel mensen zijn er toen, voordien en nadien niet weggezet als racist, als extreemrechts, als xenofoob - de hele santenkraam -, sociaal en maatschappelijk geslachtofferd op het aambeeld van de politieke correctheid? Er zijn letterlijk mensen gesneuveld, Pechtold, met dat wegkijken van jou. Maar er lering uit trekken, verantwoordelijkheid nemen, de consequenties aanvaarden? Ach, vergissinkje, kan gebeuren.
  Toen kwam Jeroen Dijsselbloem op de radio: Fortuyn had gelijk, vond ook de Dijs, die destijds integratiewoordvoerder van de PvdA was. 'Hij had het over Marokkaanse en Turkse jongens die de straten van Rotterdam terroriseerden. Fortuyns boodschap was om zelf voor je normen te gaan staan en die niet te laten aantasten. Ook als je samenleving door migratie verandert. Het is legitiem om tegen nieuwkomers te zeggen dat ze zich in onze normen en waarden verdiepen.' Ja, zalvende woorden en zo, maar kwam daar toen maar eens om.
  'Ik weet niet meer wat ik toen dacht, maar ik ben het nu met hem eens.' Nou, we kunnen zo wel raden wat Dijsselbloem toen dacht, of wat hij misschien toen al wel dacht maar niet mocht uitspreken van zijn baas Ad Melkert, uweetwel, die van dat chagrijnige bakkes en van 'Nederland, word wakker!'

Intussen hebben de exorcisten een nieuwe duivel gevonden, en wel in de persoon van Thierry Baudet, die met zijn Forum voor Democratie twee zetels behaalde. Met weinig middelen maar met tomeloze energie wist Baudet in amper een paar maanden tijd een partij uit de grond te stampen en de Kamer binnen te loodsen. Ongehoord is de kwaadaardigheid waarmee het columnistendom en de socialemediagestapo de kersverse parlementariër sindsdien te lijf gaan.
  Asha ten Broeke (de Volkskrant) begreep niet hoe het mogelijk was dat de partij Artikel 1 van Sylvana Simons nul zetels had behaald, want in haar 'socialemediabubbel' stemde iedereen erop.
  In plaats van dan de logische conclusie te trekken dat die bubbel blijkbaar een tamelijk kortzichtig, om niet te zeggen bekrompen wereldbeeld oplevert, trekt ze liever van leer tegen Baudet, die een 'verkrachtingsverheerlijkende fascist' (sic) zou zijn.
  Zoals dat tegenwoordig gaat werd de bepaald niet appetijtelijke Ten Broeke vervolgens bestookt door het getokkificeerde geteisem, met reacties van de categorie Asha ten Broeke, daar trap ik mijn hond nog vanaf. Voer voor een nieuwe column natuurlijk. Gevolg: de goegemeente bemoederde de gekwetste ziel, over de wanstaltigheid van de oorspronkelijke column werd met geen woord meer gerept.
  Het Algemeen Dagblad liet ene Anne Fleur Dekker aan het woord, die Baudet ook al 'fascistoïde' mocht noemen. Anne Fleur afficheert zichzelf als 'activist', 'marxist' en 'veganist', iemand dus die in ideologisch opzicht in dezelfde onwelriekende moestuin rondscharrelt als Volkert van der Graaf.
  Dekker zou stemmen gaan tellen in Hilversum, Stel je voor, iemand met zo'n agenda die zonder enige vorm van controle stemformulieren op het juiste stapeltje moet leggen! De gemeente werd gelukkig bijtijds op haar antidemocratische inborst gewezen en stak er een stokje voor.

Maar ook het intellectuele puikje van Nederland hield zijn kruit niet droog. Buitenhof bracht ons socioloog Willem Schinkel. Baudet is iemand die 'eigenlijk' racistische en seksistische uitspraken doet, aldus Schinkel, zo maar even tussen neus en lippen door. 'Eigenlijk', alsof iemand van racisme en seksisme beschuldigen iets is wat we even in een bijzin doen, alsof dat niet een verkapte oproep tot ingrijpen is die altijd in verkeerde handen valt.
  Schinkel is een uitgesproken tegenstander van integratie van nieuwkomers en pleitte in 2012 voor een nieuwe 'politisering' die zich 'links van links' moest manifesteren. Links van links, ja. Ultralinks, links-radicaal, extreemlinks - allemaal geperverteerde begrippen, dus noemen we het links van links, moet hij geredeneerd hebben, maar het blijft natuurlijk hetzelfde dubieuze uiterste waar men zich beter verre van houdt.
  'Het integratiedebat heeft weinig baat bij dit trieste proza', schreef Max Pam al eens over een onleesbaar opstel van de socioloog.
  Schinkel, door Arend Jan Boekestijn een 'extremist' genoemd en door René Cuperus een 'jihadistische intellectueel', maaide ook Ahmed Aboutaleb nog even neer, door de moedige Rotterdamse burgemeester ervan te betichten 'Turken in elkaar te hebben geslagen'.
  Ik zeg het niet vaak, maar wat een gotspe. Nou ja, ik zeg het wél vaak, maar nooit was het zo gerechtvaardigd. Dit is gewoon onvervalste Erdogan-retoriek.

Het voorlopige dieptepunt werd bereikt door VPRO-medewerker Michael Schaap, beter bekend - naar verluidt - als 'De Hokjesman'.
  Hij twitterde: 'Je zou je hond nog niet op Asha zetten, dixit Baudet.' Maar dat had Baudet helemaal niet gezegd, het was een uitspraak van een van de laffe scheldkanonniers. Hiermee geconfronteerd koos Schaap de vlucht vooruit: 'Hij zei het kennelijk niet. Fuck him anyway. Druiloor en hufter ineen.' Dit is zo laagbijdegronds, werkelijk ongehoord. Kunnen die moslims van Azarkan als ze in België een schaap moeten gaan halen deze Schaap niet als ruilmiddel inzetten?
  Zo'n lastercampagne is kenmerkend voor links van links. Waar rechts van rechts altijd een groep aanwijst die tot zondebok wordt gebombardeerd, daar is extreemlinks gespecialiseerd in het belasteren, beschadigen en uiteindelijk onschadelijk maken van individuen. Je legt diegene woorden in de mond die hij óf in een totaal andere context óf in het geheel niet heeft gezegd, en als dat uitkomt speel je de vermoorde onschuld of maak je een halfslachtig terugtrekkende beweging om vervolgens vrolijk door te gaan met je haatcampagne. Het is de klassieke parabel van Barbertje van Multatuli.
  (Wat beide extremismen overigens gemeen hebben is dat ze uitgesproken 'pro-Palestina' zeggen te zijn, uweetwel, het slecht plakkende label waardoorheen in hun geval het aloude antisemitisme overduidelijk waarneembaar is.)

Kort na de verkiezingen circuleerde er op internet een afbeelding van een alinea tekst uit een boek van Baudet, waarmee de demoniseerders zijn levensgevaarlijke misogynie meenden te kunnen aantonen. Het bleek echter een passage uit Voorwaardelijke liefde (2014), Baudets roman, en de erin ontvouwde gedachten waren die van het personage. Maar hij is het zelf, aldus de Annefleurigen.
  Is Baudet dan dus ook een voorstander van vrouwenbesnijdenis? De hoofdpersoon van die, naar mijn mening overigens niet zo geslaagde roman, laat aan het eind immers zijn vriendinnetje deze ingreep ondergaan.
  Baudet voert in zijn roman een personage op dat deels op hem geënt is en met dat imago aan de haal gaat. Harry Mulisch werd zelfingenomenheid verweten, in De pupil (1987) liet hij een alter ego over zichzelf opmerken: 'Ofschoon ik een grondige hekel had aan zelfingenomenheid, ontveins ik mij niet, dat ik vaak zeer onder de indruk was als ik aan mijzelf dacht.' Baudet wordt op basis van zijn bijdrage aan de Fifty Shades/Julien Blanc-discussie vrouwonvriendelijkheid verweten, in Voorwaardelijke liefde levert de dolgedraaide protagonist Gregor zijn vriendinnetje over aan de vernederendste van alle behandelingen.
  Het zijn de wegen van de literatuur.
  Overigens heeft Baudet wel meer gemeen met Mulisch. Die laatste was de meester van de ironische zelfvergroting: het verwijt ijdel en arrogant te zijn pareren door het niet te bagatelliseren maar er juist een schepje bovenop te doen. Zo ook Baudet, die op het verwijt een elitaire kwezel te zijn reageerde met een quote in het Latijn. Dat is zelfironie, maar zoals Mulisch al wist: in Nederland is men daar absoluut ongevoelig voor.
  Angstaanjagend, deze hedendaagse boekverbranders met hun hetze. Je zou toch denken dat we hier sinds de processen tegen W.F. Hermans en Van het Reve vanaf waren.
  Het verschil is dat het destijds geborneerde gereformeerden en overmoedige katholieken waren die reclameerden over een paar hun onwelgevallige passages in romans, terwijl het nu onberekenbare activisten zijn die niet alleen in het geweer komen maar er ook eentje in een la hebben liggen, of tenminste zulke mensen kennen dan wel zouden kunnen inspireren.

De disproportionaliteit van deze demonisering is des te verbijsterender als men bedenkt dat er met Denk drie pionnen van Erdoğan, misschien wel de enige prominente politicus van het moment die zich daadwerkelijk als een fascist heeft geprofileerd, in de Tweede Kamer zijn gekomen.
  De politiek heeft al noodverbanden moeten leggen om de lange arm van Ankara buiten de commissie-Stiekem te houden: alleen de vijf grootste partijen zetelen er nog in, eventueel aangevuld met andere partijen op uitnodiging. Het is zeker niet denkbeeldig dat Denk in de nabije toekomst bij die vijf gaat horen. De partij werd nu al de grootste in de getto's van de grote steden. Het zaadje is geplant, de wortels vertakken zich onder de oppervlakte, het onkruid schiet op. Zelfs tot diep in België nu: de onvermijdelijke Abou Jahjah, godbewaarons, gaat geïnspireerd door het succes van Denk ook al de politiek in.
  Het is een hersenbreker: wat brengt een weldenkend mens ertoe Denk buiten schot te laten en alle pijlen, gedoopt in het bijtendste zuur, op Baudet te richten? Ik bedoel: wijs mij gerust het gevaar aan waar je het meent te ontwaren, maar de ongekende verbetenheid en haatdragendheid waarmee dat gebeurt, de huichelachtigheid ook, waar komt dat in godsnaam vandaan?
  De psychiater Esther van Fenema - misschien is er inderdaad een psychiater voor nodig om het te duiden - verklaart het uit de Nederlandse volksaard: 'de onstilbare behoefte om te controleren, te castreren en te nivelleren'. En om te 'ontmaskeren', kunnen we daaraan toevoegen, naar de fameuze analyse van Menno ter Braak door W.F. Hermans. Voor Ter Braak was het ontmaskeren van het Kwaad uiteindelijk een geval van 'persoonlijke penitentie', meende Hermans: 'Als ik de duivel maar overal ontmasker, denkt de christen, kom ik wel in de hemel. Als ik maar veel ressentiment ontmasker, denkt Ter Braak, ben ik... krijg ik... Ja, wat was hij dan, kreeg hij dan?'
  Dan deug ik, kunnen we inmiddels wel invullen, dan krijgt de ontmaskeraar een verlenging van zijn verblijfsvergunning in Deugdorp. De betreurde Vliegende Panters wisten het al in 2006 in hun onvolprezen 'Deuglied' vlijmscherp te verwoorden: 'Les 1 van willen deugen: huichel en wees laf.'

Asha ten Broeke kon Baudet 'op idealen niet betrappen', schreef ze ook nog, heerlijk helder huichelachtig. Baudet is iemand met wiens idealen ik het hartgrondig oneens ben, bedoelde ze natuurlijk, maar zoiets zorgt in die hoek onmiddellijk voor kortsluiting: in de bubbel van de Ten Broekes van deze wereld ben je het nooit oneens met iemand, daar bestaan geen andersdenkenden, daar bestaan alleen mensen die deugen en de rest zijn fascisten.
  Frank Poorthuis van het Algemeen Dagblad leek wel een serieuzere poging te willen wagen het fenomeen Baudet te demonteren, maar hij was niet belezen en niet geïnformeerd genoeg, zo gaf hij zelf grif toe: 'Natuurlijk, ik heb niet al zijn boeken uitgelezen, maar anderen gelukkig wel.' En dan vervolgens uitgerekend naar Sander Philipse verwijzen, de lippenstiftdragende social justice warrior die zelfs in eigen kring om zijn NSB-methoden wordt gehaat.
  Philipse meende aan de hand van een foto van Baudets boekenkast te kunnen aantonen dat hij een nazi is.
  Tja, als we zo gaan beginnen. In mijn kast staat het boek Voor Europa! van Verhofstadt en Cohn-Bendit, ben ik dan ook een federatiefundamentalist? En omdat ik het halve oeuvre van Grunberg bezit vind ik zeker ook automatisch dat het nazisme nuttig was omdat het ons Angela Merkel heeft opgeleverd?

Mark Rutte heeft geen visie en is daar trots op: visie is een 'olifant die het zicht belemmerd' heeft hij gezegd. Nederland is onder zijn leiding uit de crisis gekomen, pocht hij nu, en dus heeft hij het goed gedaan. Onder zijn leiding, ja, maar niet door zijn leiderschap. Integendeel: er is veel te hard bezuinigd, zo wees een rapport van ING uit, waardoor het hier veel langer heeft geduurd dan nodig was voor het weer beter ging.
  Baudet etaleert een visie die de olifant in de kamer benoemt. Hij appelleert aan een gevoel van urgentie: zijn boodschap is dat wat we betreft een aantal belangwekkende thema's - de EU, de euro, massa-immigratie, de toekomst van de democratie - op een kantelpunt in de geschiedenis staan.
  W.F. Hermans zei ooit in een interview met 'een geologische blik' naar de geschiedenis te kijken: de aarde is 3 miljard jaar oud, menselijk leven is er pas 1 miljoen jaar, de moderne mens hoogstens achtduizend jaar. Oftewel: de mens neemt in deze constellatie zo'n marginale rol in dat elk streven zinloos is.
  Die geologische blik is het andere uiterste van de economische blik van Rutte. Beide perspectieven zijn fundamenteel apolitiek.
  Veeleer gaat het nu om de 'demografische' blik van de middellange termijn: de vergrijzing in West-Europa versus de bevolkingsexplosie in met name Afrika en de impact die beide ontwikkelingen op ons land zullen hebben - dat wat in agitatorische kringen ook wel de 'omvolking' wordt genoemd.
  Tegen 2050 zal de Afrikaanse bevolking, met name in de Subsahara, verdubbeld zijn. Niger telt nu 17 miljoen inwoners, in 2050 55 miljoen. Nigeria nu 166 miljoen, in 2050 278 miljoen. Ethiopië: van 90 naar 186 miljoen. Enzovoort.
  Miljoenen Afrikanen zullen dan staan te popelen om naar de toch al steeds drukker wordende steden van het 'rijke' Europa te trekken. Het valt ze niet kwalijk te nemen, maar het stelt ons wel voor fundamentele keuzes, want als het inderdaad zo ver komt is er helemaal geen vrij en rijk Europa meer, met een verzorgingsstaat en sociale vangnetten en dergelijke verworvenheden, niet meer voor ons natives maar ook niet voor de nieuwkomers.
  Immigratie van die proporties zal instabiliteit veroorzaken, overbevolking is een prikkel voor oorlog, welvaarts- en welzijnsdaling kunnen ertoe leiden dat men levensruimte gaat opeisen, desnoods met genocidaal geweld jegens een zondebokgroep.

Het is een kardinale kwestie die om visie schreeuwt, maar verder heb ik er alleen Sybrand Buma (CDA) over gehoord. De leus van de CDA-campagne was dan ook 'voor een Nederland dat we door willen geven'. Buma kreeg uiteraard onmiddellijk het verwijt de racistische retoriek van de populisten te hebben overgenomen. (Overigens was het jammer dat het 'radicale midden', mijns inziens nog steeds een behartigenswaardige politieke koers, dit keer nauwelijks meer als campagneslogan werd gebruikt terwijl er juist nu zo'n behoefte aan was. Baudet wil zijn FvD als een middenpartij positioneren - misschien is er een vorm van samenwerking mogelijk.)
  De Buma's en Baudets waarschuwen voor de destructieve kracht van een migratiestroom van de geschetste proporties, de Anne Fleurs pleiten voor een 'grenzeloze solidariteit'. Beide visies kunnen geattaqueerd worden, maar dat gebeurt niet. Want het gaat nooit en nergens over de ideeën, de vergezichten, de inhoud, het gaat alleen over de buitenkant, de voorkant, de persoonlijke verdachtmaking en de radeloze en redeloze rancune. Na de casus Wierd Duk in de eerste maanden van 2016 is de casus Thierry Baudet daar het zoveelste moedeloos makende voorbeeld van.
  Telkens weer die tergende flauwekul over de pianofoto en het lavendelzakje, telkens weer die fixatie op 's mans uit de bocht vliegende hyperbolen. De stijl fungeert als alibi om niet op de achterliggende probleemstelling in te hoeven gaan. Nergens ook maar een serieuze overweging van de door Baudet in De aanval op de natiestaat geformuleerde 'derde wegen' van 'multicultureel nationalisme' en 'soeverein kosmopolitisme' bijvoorbeeld, of zelfs maar een beschouwing over de haalbaarheid van de door hem zo gewenste Nexit.
  Er zijn tal van redenen om eurokritisch, -sceptisch of zelfs anti-EU te zijn - de vechtscheidingmentaliteit jegens de Britten is het recentste voorbeeld -, maar laat ik de meest evidente noemen: zo lang men vrolijk doorgaat om het hele zootje maandelijks van Brussel naar Straatsburg te verplaatsen (kosten: meer dan honderd miljoen euro) vind ik het moreel pervers om niet tegen deze EU te zijn. Maar dat betekent niet dat een Nexit de oplossing is. Een serieus debat daarover wordt echter consequent bij voorbaat ondermijnd door botsende belangen, bangmakerij en ideologische dogma's.
  Dat was bij Fortuyn natuurlijk net zo: louter ophef over een interviewuitspraak, geëmmer over zijn avonturen in de darkroom, calvinistisch gefemel over zijn dandyeske gedrag en ego ('Ik word minister-president van dit land!'). Niemand heb ik toen gehoord over de mogelijke analytische waarde van Fortuyns metafoor van de 'verweesde' samenleving - hét kernidee van zijn denken - als verklaringsmodel voor de problematiek van een te snel ontzuilde moderne maatschappij, niemand over de ideologische en praktische potentie van zijn oplossingsvoorstel van een terugkeer naar de 'menselijke maat' - niemand. Ja, achteraf, toen het al te laat was, toen kwamen de serieuze studies, toen namen de andere partijen het gedachtegoed stilzwijgend over. Lees Zielloos Europa (1997). Alsof het gisteren is geschreven.

Vijftien jaar verder, maar niets geleerd. Weer komen de demoniseerders uit ivoren torens afgedaald en uit duistere holen gekropen. Dit is geen verdediging van Thierry Baudet, maar een aanklacht tegen de manier waarop het 'debat' in Nederland altijd weer moet worden gevoerd, een essay uit ergernis omdat hier blijkbaar niets van het recente verleden is geleerd.
  Een luttele twee zetels en alle alarmen in Deugdorp gaan af. Of zou het zo zijn dat de dorpsbewoners wel inzien dat FvD zo maar eens een factor van betekenis kan gaan worden in de toekomst? Wie weet, er is ook een gerede kans dat het voortijdig implodeert. Baudet is in ieder geval iemand die door roeien en ruiten gaat om iets te bereiken en dat is een manier die zowel respect afdwingt als angst inboezemt. 
  Val de politicus tot die tijd gerust aan hoor, maar op argumenten a.u.b., op de inhoud, en in het debat. Betoog dat zijn visie ongefundeerd is, zijn visioenen onhaalbaar zijn, zijn oplossingen onzinnig, of voor mijn part een averechts effect hebben, maar niet bij het minste of geringste dat het extreemrechts is en de visionair een fascist en een nazi en wat dies meer zij, want dan worden as we speak op muffe zolderkamers en in duistere kelders de messen geslepen, de kogels opgepoetst.
  Er is wel één belangrijk verschil met die omineuze jaren 2001-2002: waren het vijftien jaar geleden de politici (Melkert, Rosenmöller, De Graaf) die, weliswaar geruggensteund door bepaalde media- of mediafiguren (NRC Handelsblad, Job Frieszo, en natuurlijk Marcel van Dam als bruggenhoofd) voorgingen in de lugubere demoniseringsdans, daar gedragen de politici van vandaag zich over het algemeen een stuk fatsoenlijker en is het vooral het Gilde van de Kleine & Grote Meningen dat, ongetwijfeld ook vanuit een verstikkende distinctiedrang, een kabaal maakt dat zeer doet aan de oren.

Er zijn te veel columnisten, er zijn te veel twitteraars, er zijn te veel bloggers. Iedereen runt tegenwoordig zijn eigen open afdeling.
  P.F. Thomése hierover in 'Mijn reizen door cyberspace' (Verzameld nachtwerk, 2016, p. 37-38): 'Je ziet op het internet voortdurend dat de deelnemers het liefst zelf schrijven. Zelf het middelpunt zijn van dit onuitputtelijke universum. Die aanwezigheidsdrang, zeg maar gerust aanwezigheidsmanie verklaart ook de krankzinnige accumulatie aan "informatie". Iedereen schept zijn eigen helderheid, ieder hecht aan zijn eigen statements in dit uitdijend heelal vol uit hun baan geslingerde meteoren.'
  Een citaat als een mokerslag. En het noopt tevens tot zelfreflectie. Dit blog bestaat deze maand precies tien jaar, een myriade aan meningen, gedachten, aanzetten, probeersels, essays en andere opinies zijn cyberspace in geslingerd.
  Het begon ooit als een soort openbaar dagboek, maar door de jaren heen werd het persoonlijke vaker verruild voor het politieke, het anekdotische voor het analytische, het verslag voor de mening. De frequentie ging omlaag, de lengte van de stukken omhoog.
  Altijd was het met het doel helderheid te scheppen, voor mijzelf in de eerste plaats. Maar men wordt het ook een keer moe, en ik hecht ook niet zo aan mijn 'statements' - die overigens ook niet vrij bleven van ontmaskeringsdwang.
  Na 1340 blogberichten is het wel een keer mooi geweest, naar wij dachten.
  Bij dezen verontschuldig ik mij.

Geschreven 22-26 maart

vrijdag 3 februari 2017

Ambacht

Jongeren gaan op 15 maart massaal op de PVV stemmen, zo blijkt uit onderzoek onder kiesgerechtigden uit de leeftijdsgroep 18-25 jaar.
  21% van deze groep heeft een voorkeur voor de PVV, dat is drie keer zoveel als voor enig andere partij: GroenLinks en VVD volgen met respectievelijk 7% en 6%.
  Een mogelijke verklaring is dat jongeren de praktijkdeskundigen zijn: op school, in het uitgaansleven, op de sportclubs ondervinden ze de demografische verschuivingen aan den lijve. Voor hen is de multiculturele samenleving bovendien een gegeven, zowel de zegeningen als de bedreigingen, en nauwelijks nog een taboeonderwerp zoals nog maar al te vaak in de media en de politiek het geval is.
  Een andere verklaring stelt juist dat jongeren vandaag de dag geen enkele voeling meer hebben met wat er speelt in de samenleving sinds ze geen televisie meer kijken (kranten lazen ze al niet meer) maar slechts nog via de grillige sociale media met de grotemensenwereld in verbinding staan - het 'nepnieuws' van Facebook.
  Die wereldvreemdheid is ook een gevolg van woekering van woord en beeld in de digitale era. Jongeren blijken namelijk moeite te hebben het ongebreidelde aanbod van nieuws (overload aan content, zoals dat tegenwoordig heet) te filteren.
  Ze volgen het nieuws alleen nog om mee te kunnen praten, aldus een RTL-medewerkster die er onderzoek naar deed: 'Ze willen niet voor schut staan omdat ze niet weten wat er speelt. Ze willen weten wat hun vrienden lezen. Tegelijk worstelen ze met een overload aan content. Er komt zoveel op ze af. Ze missen een filter.'
  Tja, denk ik dan, en mij maar uitlachen om mijn trouw aan Teletekst.
  Mark Misérus schreef vorige week in de Volkskrant een mooi artikel over de onverminderde populariteit van Teletekst, dat in veel andere landen al verdwenen is. Daar hebben de publieke omroepen overhaast gehandeld en de digitale mogelijkheden genegeerd. Want het is de app die Teletekst toekomstbestendig maakt, met 619.000 unieke bezoekers gemiddeld per dag.
  Op zondag raadplegen ruim 800.000 mensen de voetbalpagina's. Op de dag dat Donald Trump tot president verkozen werd waren het er 2 miljoen.
  Teletekst is bondig, braaf en objectiever dan al het andere. Een filter zonder fratsen. 'Hier geen foto's, filmpjes en advertenties die de aandacht van de boodschap afleiden. Geen slecht onderbouwde meningen, godwins, scheldkanonnades en doodsbedreigingen. Teletekst is niet links en niet rechts, is progressief noch conservatief. Het is rechttoe-rechtaan, hardcore nieuws, de servicepagina's daargelaten.'
  Dat vat het vrij aardig samen. Vooral van die advertenties, fijn dat iemand anders het ook eens opmerkt. En nog nooit is er iemand in geslaagd in te breken: 'Teletekst is oldskool hufterproof.'
  Teletekst is ook een doorlopende ode aan de taal. De creativiteit van de koppen, en de schoonheid van het woordbeeld bijvoorbeeld. Zo moet de teletekstredacteur ervoor zorgen dat de regels zo veel mogelijk vollopen: 'de nieuws- en sportberichten bestaan uit drie alinea's die bij voorkeur netjes uitlijnen. Want dat vinden bepaalde teleteksters nogal belangrijk, dat de regels mooi vollopen.' Misérus schrijft het hier enigszins smalend op, zo lijkt het, maar het is natuurlijk een vorm van taalvirtuositeit.
  De ruimte om zo volledig mogelijk te zijn is beperkt. 'Het is een ambacht', aldus een NOS'er. Dat is het, een ambacht. Graag meer aandacht voor het ambacht. In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister.
  De partij die Teletekst in de nationale inventaris immaterieel cultureel erfgoed wil opnemen krijgt 15 maart mijn stem.

donderdag 12 januari 2017

Ze is een puntje puntje puntje

Zes jaar geleden, januari 2011, schreef ik een satirische blogpost naar aanleiding van de entree van WNL (Wakker Nederland) in het publieke bestel. Deze omroep was opgericht als een directe reactie op de aanhoudende kritiek dat de publieke omroep te 'links' zou zijn. Ik heb dat altijd een wat overtrokken bezwaar gevonden.
  Natuurlijk, er was de beruchte uitspraak uit 2003 van NOS-hoofdredacteur Hans Laroes: 'Wij vinden Bush dommer dan Al Gore, GroenLinks-stemmers aardiger dan LPF-stemmers, een bos mooier dan een snelweg, een bijstandfraudeur zieliger dan een frauderende accountant, iemand in een BMW verdachter dan in een Fiat Panda.' En in 2014 oordeelde de Raad van Cultuur dat de publieke omroep inderdaad te links was en dat er sprake was van een gebrek aan pluriformiteit. Maar over het algemeen is de basale nieuwsvoorziening zakelijk, afgewogen, zo objectief mogelijk - met teletekst als onbetwist vlaggenschip.
  De twee invloedrijkste talkshows - prime time en late night - worden door de VARA gemaakt, dus een roodgekleurde bias is daar enigszins onontkoombaar, maar qua gasten en qua onderwerpen leek mij dat het volledige spectrum ook hier wel bediend werd. Bovendien is zoiets ook een kwestie van zelf kritisch blijven nadenken: als er meer 'linkse' lui te zien en te horen zijn, dan betekent dat niet dat je vanzelf hun denkbeelden gaat overnemen - er zijn immers altijd tegenstemmen, ook als ze ietwat in de minderheid zijn.
  Sterker: de nog altijd veelgeciteerde uitspraak van Laroes bleek bij nadere bestudering - context is alles - juist onderdeel uit te maken van een kritisch vertoog over de vaak onbewuste vooringenomenheid van de mainstreamjournalistiek. Met zijn opsomming verwoordde Laroes die houding en hij liet die dan ook volgen door de aanmaning: 'We zitten vol met die soort beelden. Het expliciete kun je filteren, het impliciete vergt attitudeverandering.'
  Afgelopen maandag blunderde het NOS Journaal in een item over de uitspraken van actrice Meryl Streep over Donald Trump en de reactie van Trump daar weer op via Twitter. Annechien Steenhuizen toonde de tweet met de tekst 'Meryl Streep, one of the most over-rated actresses in Hollywood, doesn't know me but attacked last night at the Golden Globes. She is a.....', las daarbij een Nederlandse vertaling op ('Ze is een puntje puntje puntje') en gaf vervolgens de beurt door aan weerman Peter Kuipers Munneke ('Peter, vul jij het maar in') - maar de rossige regenvoorspeller ging er wijselijk niet op in ('Nou, nee, dankjewel').
  Hier kreeg ik een ongemakkelijk gevoel bij, want met die puntjes geeft een twitteraar toch aan dat de zin in een volgende tweet verdergaat? En inderdaad, zo bleek toen ik Trumps twitter bekeek: het vervolg aldaar luidde: 'Hillary flunky who lost big.' Streep was dus een lakei van Clinton. Trump had er nog een fotootje ter bewijsvoering bij kunnen plakken. Maar de NOS toonde deze vervolgtweet dus niet, een evident en ook pijnlijk voorbeeld van 'framing'. Hier ontbrak niet zozeer de context rond een kernzin, een deel van de zin zelf werd weggelaten!
  Dan moet ik weer een stokpaardje van stal halen: de terugkerende en meestal niet te beantwoorden vraag of zoiets domheid is of kwade wil, en welke van de twee erger is.
  Vorig jaar november, na de verkiezingswinst van Trump die de mainstreammedia niet hadden zien aankomen, ging NPO-topvrouw Shula Rijxman diep door het stof. In een ingezonden stuk in de Volkskrant schreef ze dat de publieke omroep ging 'leren van Trump' en dat er voortaan meer aandacht zou zijn voor de pluriformiteit van de samenleving. 'Ook in Nederland speelt de vraag of de zogenaamde mainstream media wel weten wat er speelt op straat.'
  Dit lijkt sterk op wat Laroes in 2003 constateerde toen hij de hand in eigen boezem stak, destijds naar aanleiding van de al even onvoorziene opkomst van Pim Fortuyn: 'In de eerste plaats konden we het fenomeen Fortuyn niet duiden. We dachten dat het wel mee zou vallen, opwinding in de peilingen maar niet in de stembus. [...] Maar toch ontbrak er iets, grosso modo [...]: we kenden de verhalen, maar van te grote afstand. We beleefden ze niet op het existentiële niveau. We misten de sense of urgency, de veenbrand in de polder.' En: 'De taak om pluriform te zijn, en niet monomaan of monolithisch, zou de hoofdredacteur niet misstaan.'
  Er is in die bijna vijftien jaar dus niet veel veranderd. En dat terwijl de afstand alleen maar is toegenomen door de opkomst van de sociale media en de uitbreiding van de invloed van het internet, die 'krankzinnige kermis van ongecheckte feiten' (P.F. Thomése). Het valt bijvoorbeeld nauwelijks te onderschatten hoeveel mensen hun nieuws nog uitsluitend via Facebook binnen krijgen. Door het internet kan iedereen moeiteloos zijn hoogsteigen nieuwsbubbel boetseren waarbinnen hij alleen nog de woorden leest, de beelden ziet en de stemmen hoort die zijn wereldbeeld bevestigen.
  Carel Brendel betoogde naar aanleiding van Rijxmans interventie - ik verwees er eerder al eens naar - dat het geen kwestie is van een te eenzijdig perspectief maar dat er een veel diepere systeemfout aan ten grondslag ligt: journalisten delen vaak dezelfde opvattingen en hetzelfde wereldbeeld, en de zogenaamde 'kwaliteitsmedia' zijn bij uitstek de media die die opvattingen en dat wereldbeeld uitdragen. Hierdoor hebben ze minder zicht op wat er leeft in andere sectoren van de samenleving, laat staan dat ze zich kunnen verplaatsen in mensen met andere opvattingen en een ander wereldbeeld.
  In plaats van telkens weer diep door het stof te moeten en de intentie uit te spreken nu echt rekenschap te gaan geven van de pluriformiteit van de samenleving - wat dat ook moge betekenen - zou men eens kunnen beginnen met een fundamentele bezinning op de eigen samenstelling, op de gewoonte uit altijd weer diezelfde socioculturele groep met dezelfde opvattingen en hetzelfde wereldbeeld te rekruteren. Als je zo graag de pluriformiteit van de samenleving wilt vertegenwoordigen, helpt het in de eerste plaats om zelf pluriformer te worden.
  En neem met spoed iemand in dienst die verstand heeft van Twitter puntje puntje puntje.

donderdag 13 oktober 2016

Nederland na Trump of Clinton

Voor het tweede debat tussen de Amerikaanse presidentskandidaten ben ik niet opgebleven. De wekker ging om zes uur, anderhalf uur slaap na anderhalf uur satire die bittere ernst is leek me te gortig.
  's Ochtends las ik dezelfde onzin als de vorige keer. CNN wist weer te melden dat Clinton volgens de polls had gewonnen. Het was een peiling onder het kijkersbestand van CNN, dat voor het overgrote merendeel uit Democraten bestaat en dus was het geen geloofwaardige poll.
  Volgens het liveblog van de Volkskrant werd het ijzige debat 'toch met een positieve noot afgesloten'. Op de vraag of ze ook een positief punt van elkaar konden noemen antwoordde Clinton dat ze Trumps kinderen bewonderde. Dat is helemaal geen positieve opmerking, zoals ook Max Pam vandaag opmerkte: 'Als je goed luisterde naar wat Hillary eigenlijk zei, hoorde je volgens mij dit: "Jullie vader is een ongelooflijke lul, maar ik respecteer jullie omdat jullie zo stom zijn om die lul van een vader zo toegewijd te volgen".'
  Uiteraard ging het ook volop over 'pussygate'. De enorme verontwaardiging van de laatste dagen frappeerde me nogal. Eerlijk gezegd zou ik geschokter zijn geweest als er plotseling een geheime opname zou zijn opgedoken waarop Trump een hecht doortimmerde en goed onderbouwde visie op, ik noem maar iets, het gezondheidszorgstelsel ontvouwt. Dat verwachten we immers niet van hem, we verwachten juist domme, holle, botte frasen. Uitspraken over pussygrabbing beantwoorden perfect aan dat verwachtingspatroon.
  Enkele prominente Republikeinen trokken hun steun aan Trump in naar aanleiding van de teksten. Dus niet zijn politieke onervarenheid is het probleem, niet zijn ideeën of het gebrek daaraan, niet zijn soms misselijkmakende gedrag, niet zijn algehele incompetentie en ongeschiktheid, nee, dat was allemaal geen reden om Trump af te wijzen, maar wat machogebral uit 2005 opeens wel.
  Snappen ze bovendien niet dat hun verwerping van Trump juist koren op de molen is van diens electoraat? Hij is de anti-establishmentkandidaat, kiezers steunen hem juist uit afkeer van de incrowd waartoe ook die prominenten behoren.
  Hypocrisie is sowieso een enorme ergernis. Al die Hollywood-'sterren' die de staf breken over Trumps uitspraken over vrouwen. Hollywood of all places, het domein van 12 echtgenotes en 13 minnaressen. En dan zo'n Jerry Springer, die heel moreel verheven zit te twitteren: 'Hillary Clinton belongs in the White House. Donald Trump belongs on my show.' Hij is verdomme met zijn tokkietelevisie medeverantwoordelijk voor deze schertsvertoning. Daar was altijd de vraag of je naar acteurs zat te kijken of naar echte mensen - ik geloof dat er zelfs een rechtszaak aan is gewijd. Er is een hele generatie Amerikanen opgegroeid die geen onderscheid weet te maken tussen verzinsel en werkelijkheid. Trump is hun logische kandidaat.
  De ellende is natuurlijk dat Clinton het andere uiterste van het spectrum vertegenwoordigt: niet de totale politieke nitwit maar iemand die juist veel te goed thuis is in het schimmige politieke wereldje van machinaties, nepotisme en cliëntelisme - zie haar connecties met die doodenge George Soros.
  Interessant voor ons Europeanen was wat beide kandidaten met Syrië voorhadden. Clinton pleitte voor 'more leverage against the Russians', voor de inzet van Amerikaanse commando's, terwijl Trump juist Rusland wil steunen tegen IS en zich verder niet wil mengen in het interne conflict. Hij wil graag beste maatjes zijn met Poetin en zal niet meewerken aan een onderzoek naar Russische oorlogsmisdaden in Syrië.
  Je kunt je afvragen of Trump hiermee, zijn totaal verkeerde motieven ten spijt, de wereldvrede niet van de weeromstuit een dienst bewijst. De Russen dreigen nu de hele tijd met een nucleaire oorlog indien Amerika zich militair in het conflict zou storten. Trumps isolationisme kan dan de-escalerend werken.
  Aan de andere kant is Poetin natuurlijk de onberekenbaarheid zelve. Misschien grijpt hij het momentum juist aan om zijn invloedssfeer nog verder te vergroten, in de wetenschap dat hij van de VS geen tegenstand hoeft te verwachten en Europa zonder de VS weerloos is. Zo liet Trump al weten NAVO-bondgenoten zoals de Baltische staten niet onvoorwaardelijk te steunen bij een Russische inval. Overigens zijn ook de oliedomme provocaties van NAVO-zijde aan de oostgrens hier niet bepaald handig - dat mogen we niet veronachtzamen.
  Rusland roert zich inmiddels volop. Het verstevigt zijn greep op Syrië, opent een luchtmachtbasis in Egypte, onderhandelt over heropening van bases in Cuba en Vietnam en stationeert nu zelfs raketinstallaties voor kernkoppen in Kaliningrad met een bereik van 700 km - dat is al tot aan Berlijn. Bovendien is Poetin dikke maatjes geworden met islamofascist Erdogan. 
  De Amerikaanse presidentsverkiezingen gaan dus ook over de toekomst van Europa, waarbij beide kandidaten een gevaar vormen voor de vrede op het continent. Er zijn dan twee uitwegen mogelijk: 'Finlandisering', dat wil zeggen een verregaande meegaandheid met Rusland, of het sluiten van nieuwe allianties buiten de VS om, bijvoorbeeld met China. Er is ook een derde, nog veel onzekerder mogelijkheid: als volledig soevereine natiestaat buiten alle allianties en antagonismen blijven: een nexit
  Deze kwestie, die keuze, het zou dringend een kernthema moeten worden in de aanloop naar de komende parlementsverkiezingen in Nederland.

dinsdag 11 oktober 2016

Volkskrant-columnist Peter Middendorp

Is Volkskrant-columnist Peter Middendorp een haatzaaier en een lasteraar, zoals Bert Brussen meent? De geruchtmakende column die Middendorp afgelopen zaterdag publiceerde doet het ergste vermoeden.
  De Leidse juriste en politicologe Machteld Zee schreef een proefschrift over zogenaamde 'shariaraden' in Groot-Brittannië, islamitische rechtbanken waar het shariarecht van toepassing is en niet de wetten van de seculiere rechtsstaat. In Heilige identiteiten. Op weg naar een shariastaat? vat ze haar onderzoek samen en pleit ze voor meer weerstand tegen islamistische invloeden en voor handhaving van het one law for all-principe om met name de positie van vrouwen te verbeteren.
  Voor het AD werd Zee over haar onderzoek geïnterviewd door Wierd Duk. Middendorp las het artikeltje van 700 woorden, stopte met lezen en kotste er een column uit.
  Het meest onwelriekende brokje uit de hoop: 'Net als in haar boek [...] leverde Zee geen voorbeelden bij haar beweringen, ook geen kleine illustraties.' Meer bewijs dat Middendorp dat boek helemaal niet gelezen heeft en dat hij inderdaad een lasteraar is, is niet nodig.
  Heilige identiteiten is één grote illustratie van islamisering. In het eerste hoofdstuk beschrijft Zee de historische achtergronden van met name de georganiseerde variant, vanaf het verbond tussen de Moslimbroederschap en de Saudische wahabisten, via de ideoloog Sayyid Qutb en de institutionalisering in de Organisatie voor Islamitische Samenwerking, tot het huidige paradigma van het 'middenwegislamisme', waarmee stap voor stap het shariasysteem moet worden geïmplementeerd in de diaspora. Alles keurig verantwoord met citaten en verwijzingen.
  In het tweede hoofdstuk beschrijft ze vervolgens hoe in haar ogen de dominante ideologie van het multiculturalisme, die sowieso een onbevooroordeelde bestudering van islamisering bemoeilijkt, bijdraagt aan de toenemende invloed van fundamentalisme en de opkomst van de sharia als parallel rechtssysteem.
  Het derde hoofdstuk tot slot is een 35 pagina's lang praktijkvoorbeeld: de gang van zaken bij shariaraden in Engeland, waartoe Zee bij hoge uitzondering toegang kreeg om veldonderzoek te doen, en de dubieuze vergoelijking ervan door gezaghebbende publieke stemmen.
  Heilige identiteiten geeft dus een beschrijving van een problematisch fenomeen (observatie), waarvoor oorzaken en verklaringen worden gegeven (analyse en interpretatie) en oplossingen worden voorgesteld (aanbevelingen). Over de duiding en de aanbevelingen kan vervolgens gediscussieerd en gedebatteerd worden, waartoe overigens genoeg aanleiding is (bijvoorbeeld over haar terminologie). Gelukkig gebeurt dit ook, maar niet door Middendorp. Hij ontkent dat er een probleem is, sterker nog: hij ontkent überhaupt de observaties!
  Zijn lasterlijke aantijging brengt hem er zelfs toe Zee een slechtere wetenschapper dan fraudeur Diederik Stapel te noemen. Hij kent eigenlijk maar één nog slechtere: Thierry Baudet, aan wie hij beweringen toeschrijft waarvoor je niet eens het proefschrift van de man hoeft in te kijken om te snappen dat ze er niet in kunnen staan, zoals over de correlatie tussen Merkels beleid en geweld tegen vluchtelingen: de migrantencrisis begon in april 2015, De aanval op de natiestaat verscheen in 2012. Ik heb het boek toch maar even opengeslagen. Angela Merkel komt er één keer in voor: met haar uitspraak dat de multiculturele samenleving mislukt ('gescheitert') is...
  Zo gaat hij maar door, deze Middendorpsgek. Hoe hebben Zee en Baudet het tot doctor kunnen schoppen? roept hij vertwijfeld uit. Ze blijken beiden te zijn gepromoveerd bij Paul Cliteur en Afshin Ellian. Aha, concludeert hij triomfantelijk, hun academische papieren 'krijgen ze van elkaar'! Op zich al een kromme redenering van heb ik jou daar, want als ik en mijn buurvrouw allebei bij professor X promoveren, dan krijgen we onze bul niet van elkaar maar gewoon ieder voor zich van professor X. Belangrijker echter is dat noch Zee noch Baudet bij Ellian is gepromoveerd.
  En dus moest de Volkskrant 's maandags alweer rectificeren. Niet de eerste keer in het geval van Middendorp. Hij verzamelt rectificaties zoals Rutte-II moties van wantrouwen. Ooit haalde hij het in zijn hoofd te beweren dat joden heus niet met veewagons uit Westerbork werden weggevoerd maar met gewone passagierstreinstellen. Je moet maar durven.
  Ook de journalist moest nog aan de schandpaal: 'Een andere vraag - hoe krijgen zij hun onwaarheden ook nog eens de publieke ruimte in? - is nu ook meteen beantwoord.' Wierd Duk is de dader, en dan via Cliteur, Leon de Winter en Theodor Holman, 'op wier ruggen Duk geklommen is, anders kon je hem niet zien'. (Eerst stond er nog 'op wiens ruggen'; soms worden rechtzettingen al stilzwijgend door de redactie doorgevoerd - je kunt wel aan de gang blijven zullen ze daar hebben gedacht.)
  Neem even notitie: Wierd Duk, vanwege zijn reportages uit Tsjetsjenië reeds in 1999 laureaat van de Anne Vondelingprijs, toen Middendorp nog duimen zat te draaien in de provincie, zou zich over de ruggen van de drie genoemde heren hebben opgewerkt.
  Een nog smeriger brokje is de implicatie dat Duk een soort facilitator van rechtse prietpraat zou zijn. Die arme Duk had nog wel aan Zee gevraagd: 'Vreest u de kritiek? U zult ongetwijfeld in het rechtse kamp worden gedrukt', niet beseffende dat zelfs hém dat als vragensteller zou overkomen.
  Het grappige is dat dit alles precies zo wordt voorspeld door Zee zelf (p. 94-95). Wie zich werkelijk verdiept in de materie en vervolgens kritisch is op de effecten van islamisering zal onmiddellijk worden weggezet in de duistere rechtse hoek door mensen die zelf te lui of bevooroordeeld zijn om zich in te lezen. Maar die voorspelling heeft Middendorp dus niet gelezen, omdat hij te lui en te bevooroordeeld is.
  'Ik laat me niet islamiseren', bluft hij ook nog ergens. Stoere praat. Middendorp is als de man in de metro die naar de jihadist met bomgordel roept: 'Ik laat mij niet opblazen!' Alsof je zoiets zelf in de hand hebt. En dan is, zoals Zee al aangeeft, het terrorisme nog slechts één aspect van islamisering. Veel giftiger is de sluipende variant, die handig inspringt op de neiging tot 'zelfislamisering', zoals Bas Paternotte het noemt: 'de eigen normen en waarden worden verkwanseld onder het mom van tolerantie terwijl er op dat vlak nul wederkerigheid is.'
  Zo is een van de grote mysteries van deze tijd dat fanatieke voorvechters van vrouwenrechten plotsklaps al hun idealen opzij zetten als de islam ter sprake komt. Ze worden daardoor medeplichtig aan de sluipende islamisering van de samenleving en zetten daarmee uitgerekend de zwaarbevochten vrouwenrechten op het spel. Jolande Withuis legt het allemaal overtuigend uit. Heilige identiteiten is in de kern een feministisch geïnspireerde oproep tot weerbaarheid en een waarlijke 'suffragette-mentaliteit (m/v)'.
   Peter Middendorp heeft er allemaal geen boodschap aan, hij heeft zijn oordeel al klaar en deinst er niet voor terug een jonge wetenschapper met leugens en verdachtmakingen in de hoek te zetten. Daarbij besmeurt hij niet alleen Machteld Zee maar ook een heel contingent anderen die er met de haren worden bijgesleept, tot aan de journalist die de onderzoeker over haar onderzoek laat vertellen. Al die mensen worden door Middendorp op grove wijze geschoffeerd. Hij is dus een schoffeerder, zo luidt het antwoord op mijn openingsvraag. Maar omdat dat een niet-bestaand woord is lijkt 'schoft' me een prima alternatief.

zaterdag 16 januari 2016

Vrijdenken in tijden van polarisatie

Bas Heijne signaleerde in zijn nieuwjaarsessay in NRC Handelsblad een verandering in de betekenis van het begrip 'zwijgende meerderheid': 'Vroeger stond dat begrip voor de niet uitgesproken, sluimerende onvrede, inmiddels is het andersom: het staat voor de stille redelijkheid van de meeste mensen, die in het gekrakeel niet langer gehoord lijken te worden, die geheel en al buiten beeld zijn geraakt door alle polarisatie van posities, of het nu gaat om Europa, de vluchtelingencrisis, of de plaats van de islam in het westen.'
   De vluchtelingencrisis is het pregnantste voorbeeld. Wilders wil de grenzen dicht en azc's hermetisch afsluiten, Samsom probeert hem de loef af te steken qua dogmatische tunnelvisie door doodleuk te verkondigen dat er gerust 200.000 asielzoekers bij kunnen. Een stad ter grootte van Almere of Groningen.
   Theodor Holman noemde zulke ondoordachte spierballentaal in Het Parool 'morele gemakzucht'. Zowel de rabiate tegenstanders als de fervente voorstanders maken zich er schuldig aan. De voor de hand liggende tussenpositie - 'de Paul Schefferdoctrine' - gaat echter ook niet vrijuit, meent Holman: 'Een beetje van dit en een beetje van dat. Dat is het in Nederland populaire poldermoralisme. Poldermoralisme is de uitkomst van twee gemakzuchtige vormen van moraliteit.'
   Dat van dat polderen is misschien waar, maar er is toch ook een andere middenpositie mogelijk: niet polderen maar vrijdenken. Vrijdenken is autonoom denken en oordelen, los van welk ideologisch keurslijf dan ook. Het wordt vaak aan atheïsme gekoppeld, maar belangrijker is onafhankelijkheid van politieke en culturele ideologische dogma's. Politieke correctheid is het meest verwoestende ideologische dogma van deze tijd.
   Vrijdenken is je verstand gebruiken, niet in de laatste plaats je gezonde verstand, en je ogen en oren open houden voor de tekenen des tijds, maar niet zonder je emoties en die van anderen eerst door het filter van je ratio laten gaan. Velen verwarren het met opportunisme, maar het is in feite een niet aflatende waakzaamheid voor intellectuele luiheid.
   De vrijdenker is in het publieke debat vogelvrij, want hij vangt de klappen geregeld van twee kanten: voor ideologisch links is hij al gauw 'rechts' - een populist of, voor regressief links, een racist of islamofoob; voor ideologisch rechts is hij al gauw 'links' - een wegkijker of, voor rationeel rechts, een Gutmensch.
  Martin Sommer van de Volkskrant is een goed voorbeeld. Een columnist die nimmer vooringenomen naar de actualiteit kijkt maar de geest vrij laat waaien. Met als gevolg dat GroenLinks ging klagen bij de hoofdredactie toen hij een kritische column over het gebrek aan een realistische visie op asielbeleid schreef, en dat GeenStijl los op hem ging toen hij zich in een column over het associatieverdragreferendum voor een ja-stem uitsprak.
   Joost Zwagerman moest ooit weg bij NRC Handelsblad omdat zijn stukken te 'rechts' zouden zijn voor het elitair-linkse avondblad. Marcel Duyvestijn werd aan de dijk gezet bij het deftig-rechtse Elsevier omdat het allemaal niet rechts genoeg was. De waarheid was dat beiden zich niet voor ideologische karretjes lieten spannen.
   Het diffameren van Wierd Duk en Sywert van Lienden, twee commentatoren die veel zijn maar zeker niet rechts, is het jongste onsmakelijke voorbeeld. Ronduit ranzig werd het soms de voorbije week.
   Duk, Duitslandcorrespondent, berichtte als eerste en lang als enige over de gebeurtenissen in Keulen, voorspelde dat er zich een politieke aardverschuiving bij de oosterburen zou voltrekken, waarschuwde voor 'doorslaan naar de andere kant' en voorzag alles van de noodzakelijke nuance en achtergronden. Telkens met relevante citaten en linkjes naar zijn bronnen. Maar het leed was al geschied, Duk was de brenger van het onwelgevallige nieuws en daar moest hij kennelijk voor gestraft worden.
   Van Lienden sprak op tv over de neiging van journalisten en commentatoren om objectieve berichtgeving ondergeschikt te maken aan ideologische agenda's en aan cover-ups en zelfcensuur te doen. Hij maakte echter één stomme fout: hij verwees naar de oververtegenwoordiging van allochtonen bij zedendelicten, maar overdreef die schromelijk door abusievelijk de verkeerde cijfers te noemen. Het punt zelf bleef overeind, maar wederom: het kwaad was geschied; Joop haalde er zelfs een antisemitische Stürmer-cartoon bij.
   Een zorgelijke ontwikkeling. De zwijgende meerderheid van de stille redelijkheid heeft het volgens Heijne steeds lastiger om gehoord te worden. De schaarse vrijdenkers zijn onmisbare informatiebronnen en spreekbuizen. Maar wanneer het hen door laster en framing steeds moeilijker wordt gemaakt om als zodanig te blijven fungeren, dan zal die redelijke meerderheid uiteindelijk een minderheid worden.

vrijdag 16 januari 2015

Bij het recht op vrije meningsuiting gaat het in de eerste plaats om het recht, niet om de mening

We zijn een week verder sinds de driedaagse terreur in Frankrijk. Twintig doden in totaal. Negen medewerkers van Charlie Hebdo, een onderhoudsmedewerker en twee agenten op woensdag; een agente op donderdag; de drie terroristen en vier burgers op vrijdag. In Berlijn en België vonden deze week antiterreuracties plaats, waarbij in Verviers twee doden vielen, dit keer gelukkig alleen de terroristen.

Het lijkt een kwestie van tijd voor er ook hier iets gebeurt, alle maatregelen ten spijt. In België was het ook op het nippertje, al lijkt het daar meer ingekankerd dan hier - met dat Sharia for Belgium en zo. Het is al veel vaker gezegd, maar het is hét onderscheidende kenmerk van dit type 'oorlog': niet langer valt er een leger een land binnen, de aanval komt van binnenuit, we zijn in zekere zin weer terug van de tank naar de tijd van het paard - dat van Troje welteverstaan.

Ik ben sinds de jaarwisseling zo'n beetje dag en nacht aan het werk, voor wie een verklaring voor de blogloosheid wenst, en het enige dat ik ernaast deed is het nieuws volgen - het was tot dit weekend immers ook nog winterstop. De kranten, de tv-programma's, de internets, het ging uiteraard nergens anders meer over. Drie reacties sprongen er voor mij uit, omdat ik er bijkans van uit mijn vel sprong.

In de Volkskrant mocht Peter Buwalda het Goed Volk toespreken. Meneer heeft ooit één succesvolle roman geschreven, in 2010 alweer, en teert daar sindsdien op. 'Wat volgens mij niet handig is aan de hysterie rond Charlie Hebdo,' begon hij quasi-aarzelend, 'is ons gejeremieer rond de vrijheid van meningsuiting.' We zouden namelijk nogal fundamentalistisch omgaan met dat fundamentele recht. En dat is 'niet handig'.

Buwalda, die er op foto's altijd uitziet als een doorgesnoven Johnny Cash, had de oplossing: 'Gewoon een beetje oppassen met grappen over Zwarte Piet, kanker, Anne Frank en kennelijk ook de Profeet, en alles komt vanzelf goed.' Kennelijk ook de Profeet. Buwalda heeft al die jaren dat hij aan zijn boek werkte kennelijk niet echt zitten opletten wat er buitenshuis allemaal aan de hand was. En al die jaren daarna ook niet, klaarblijkelijk. Fijn rijtje ook trouwens, probeer daar maar eens een kwartetcategorie van te maken.

Merk ook op hoe hij heel slinks de naam Mohammed omzeilt. Alsof niet alleen het afbeelden maar ook het opschrijven van de naam van de profeet je al een fatwa oplevert. Deze zin uit zijn stuk is ook heel mooi: 'Wat we de daders van eergisteren overigens moeten nageven is dat ze tenminste een motief hadden.' Nee, dan hebben we natuurlijk geen recht van spreken, wij fundamentalisten... Wij hebben ook een motief voor ons 'gejeremieer', Buwalda, dat we ons een recht waarvoor eeuwenlang gestreden is niet zomaar willen laten afpakken, niet door onze overheden en zeker niet door een stelletje barbaren.

Het Brabants Dagblad plaatste op de opiniepagina een stuk van Peter Storm, beroepsboeroeper van de extreemst linkse signatuur. Hij was Charlie niet, schreef hij, men moest van hem geen solidariteit met dat krantje verwachten. Hij had ergens gelezen dat het blad als 'links' bekend stond. En toch plaatste het islamkritische cartoons! Dat past natuurlijk niet in het verwrongen wereldbeeld van de linkse activist, voor wie reeds de voorzichtigste kanttekening bij de islam gelijkstaat aan snoeihard racisme.

Het jennen van moslims, zoals Charlie Hebdo doet, zou niet zijn 'prioriteit' hebben gehad als hij een radicaal-links satirisch blad zou hebben gemaakt. Nee maar, wat een timing. Kritiek uiten op de koers van Charlie Hebdo is nu niet de eerste prioriteit die ik zou hebben gehad, nog geen vierentwintig uur nadat de halve redactie op brute wijze is vermoord.

Nee, dan Michiel Beelen. De shock jock die door het leven gaat als Giel Beelen, niet te verwarren met Giel Ottink, die als Thomas Berge door het leven gaat en ook zijn bijdrage leverde aan het debat, enfin, Beelen dus, haalde het nieuws door live op de radio in huilen uit te barsten. Hij haalde ooit al eens het nieuws door zich live op de radio te laten fellationeren, maar nu moest hij brullen om een liedje van Paolo Nutini. Want het was allemaal zo vreselijk wat er was gebeurd in Parijs.

Meteen in De wereld draait door natuurlijk. Maar daar bleek Beelen ineens als een blad aan een boom omgedraaid. Hij vond de hype om dat krantje maar overdreven. 'Als het Jezus was geweest, dan waren er ook heel veel christenen geweest die het niet leuk hadden gevonden.' Aardig dat je het zegt, Michiel, want daar heb je onbedoeld precies de crux te pakken. Die waren dan ook gekwetst geweest, ja, maar ik denk niet dat ze dan met kalasjnikovs op de burelen van het blad waren verschenen.

Die tijd hebben we achter ons gelaten. De islam heeft die hele verlichting nooit doorgemaakt. De multiculturele samenleving is, alle problemen ten spijt, ook een unieke mogelijkheid om die versneld te laten plaatsvinden. Jihadisten en islamisten willen die ontwikkeling ondermijnen, een halt toeroepen, vernietigen. De indrukwekkendste beelden waren die van de laffe executie van de agent. Zijn naam was Ahmed Merabet. Ook onze moslims zijn in oorlog met het islamisme.

Wie kritiek uit zoals ik hier doe, krijgt vroeg of laat het verwijt dat hij dan wel betoogt dat iedereen moet mogen zeggen wat hij wil, maar dat dit voor deze mensen en hun meningen blijkbaar niet geldt. Dat is flagrante onzin. Waar het om gaat is dat ik de drie heren hierboven om hun mening bekritiseer, en niet hen het recht wil ontnemen die mening te uiten.

Het recht op vrije meningsuiting houdt ook de vrijheid in om iemands mening vervolgens keihard te mogen bekritiseren, aanvallen, belachelijk maken, wat niet hetzelfde is als beweren dat hij of zij die mening nooit had mogen uiten - laat staan dat hij of zij er dood om moet.

Al die mensen die nu Charlie zijn, waren dat voorheen nooit, hoor je ook vaak. Nee, inderdaad, maar Charlie zijn betekent in dit geval niet het gedachtegoed van Charlie onderschrijven maar een principiële steunbetuiging geven aan het recht, de vrijheid om een Charlie te kunnen zijn, zonder het gevaar te lopen afgeslacht te worden.

Bij het recht op vrije meningsuiting gaat het in de eerste plaats om het recht, niet om de mening. De mening is altijd secundair, die is in principe inwisselbaar. Maar het recht zelf, dat mag nooit onderhandelbaar zijn.

donderdag 4 september 2014

Geenstijl rijmt op Pierre Bayle

I

Bij de hevige politieke en maatschappelijke onrust van de laatste weken rond de demonstraties van voor- en tegenstanders van ISIS en rond de acquisitieafdeling die deze terreurbeweging in de Haagse Schilderswijk zou hebben, speelde Geenstijl een prominente rol. Het weblog plaatste een spotprent over Jozias van Aartsen en werd prompt object van een strafrechtelijk onderzoek door het OM. Een week later werd besloten niet tot vervolging over te gaan.

Wel werden opeens met grote voortvarendheid ronselaars en andere jihadhooligans uit de Schilderswijk van hun gebedsmatje gelicht, onder wie Azzedine Choukoud ('Abou Moussa') en Rudolph Holierhoek ('Abou Babyschudder'), die beiden al wekenlang onder het roze vergrootglas lagen, zoals Geenstijl zelf niet naliet op te merken: 'Is dat toevallig? Dat twee geradicaliseerde booslims die al weken onder de loep liggen bij Geenstijl ineens heel daadkrachtig van de straat worden gehaald door een burgemeester die het OM heeft verzocht datzelfde weblog strafrechtelijk te onderzoeken.'

Het aardige is dat Van Aartsen dit maandag bij Pauw min of meer toegaf. Indirect, omfloerst en in die typische kakkineuze liberalenretoriek waarvan Van Aartsen een waardige vertolker is, maar hij onthulde niettemin dat al zijn acties, en vooral zijn gebrek daaraan, in dienst stonden van het onderzoek naar de schadelijke sujetten die uit de samenleving verwijderd moesten worden. Het onderzoek naar Geenstijl was dus een afleidingsmanoeuvre. Dat hij zijn hoofd van de romp gescheiden op een spotprent aantrof, als kritiek op het feit dat hij zijn gezicht maar niet liet zien, leidde alleen maar dankbaar de aandacht af van het feit dat hij de kopstukken in het vizier had.

II

Nadat minister Asscher bekend had gemaakt dat hij haat predikende imams het leven zuur ging maken en ze zelfs het land uit wilde zetten, kwam Geenstijl niet, zoals velen verwachtten, met een juichend bericht vol borstklopperij, maar met een even genuanceerd als prikkelend betoog tegen deze maatregel. Die zou namelijk betekenen dat de vrijheid van meningsuiting wordt beknot en dat mag nooit het gevolg zijn:

'Maak het leven van haatimams niet "lastig", maar zet ze in de spotlight. Maak indoctrinerend haattuig dat gebruik maakt van vrijheid van meningsuiting openbaar, hun woorden inzichtelijk en hun waanideeën publiekelijk. Niet censuur, maar transparantie en openheid is de weg naar de-radicalisatie. Duistere Middeleeuws gedachtegoed kwijnt weg als de rationele Verlichting er op schijnt. [...] Transparantie, kennis en onderwijs is wat we nodig hebben en de enige manier om achterlijk religieus gedachtegoed definitief uit te bannen.'

Het beroep op de Verlichting in dit citaat is niet verrassend. Geenstijl is immers al eens, in een artikel in Trouw, tot hedendaagse erfgenaam van de 'Radicale Verlichting' gebombardeerd. De eminente Britse historicus Jonathan Israel schreef een baanbrekende studie over deze Radicale Verlichting (1650-1750). Zijn werk kreeg hier bijzondere bijval omdat Israel de wortels van de Radicale Verlichting in het Nederland van midden en eind zeventiende eeuw situeerde, bij Spinoza en in diens kring met fascinerende figuren als Lodewijk Meyer, Adriaan Koerbagh en Franciscus van den Enden.

Israel is niet alleen een expert op het gebied van de Radicale Verlichting, hij is ook zeer kritisch op de hedendaagse verkwanseling van de verworvenheden van diezelfde Verlichting. De ideologie van het multiculturalisme ziet hij als een van de oorzaken, en die ideologie is in zijn visie door het postmodernisme gefaciliteerd. In het voorwoord bij zijn boek Revolutie van het denken (2011) trekt hij ongemeen fel van leer:

'Een van de meest geprononceerde en voor de samenleving zeer schadelijke vormen van verzet tegen Radicale Verlichting kwam recentelijk van het modieuze multiculturalisme dat, gelardeerd met postmodernisme, de westerse universiteiten en regeringen wist te bekoren. Volgens deze tijdelijk machtige nieuwe vorm van intellectuele rechtzinnigheid waren namelijk alle tradities en waardenstelsels min of meer even geldig. Men sprak zich categorisch uit tegen de gedachte van een universeel systeem van hogere waarden die naar rede en billijkheid vanzelf spreken, of die een hogere status zouden verdienen dan andere waarden. Meer in het bijzonder hield het in dat veel westerse intellectuelen en regeringsbeleidmakers geen universele geldigheid en verheven status boven andere culturele tradities wilden toekennen aan de kernwaarden die uit de westerse Verlichting zijn ontstaan, hoezeer die ook aanspraak mogen maken op rationele degelijkheid, want, zo redeneerden zij, dat zou rieken naar eurocentrisme, elitarisme en gebrek aan respect voor de "ander".' (11-12)

Men kan hiertegen inbrengen dat de Radicale Verlichting juist zo goed wortel kon schieten in het Nederland van eind zeventiende eeuw door het open en tolerante klimaat dat er heerste. Spinoza en ook Pierre Bayle, in Israels model de twee wegbereiders van de Radicale Verlichting, waren immers twee 'allochtonen' in de Republiek, en als dusdanig exponenten van een multicultureel klimaat. Israels kritiek richt zich dan ook niet zozeer op de multiculturele samenleving als gegeven, als wel op het multiculturalisme als postmoderne ideologie, waarin elke morele of ethische hiërarchie wordt ontkend.

III

Dit kritische geluid tegen postmodernisme klinkt overigens ook steeds vaker op uit de hoek van de jonge generatie publiekshistorici. Rutger Bregman stelt in Geschiedenis van de vooruitgang (2013) dat het vooruitgangsgeloof ten onder is gegaan aan de door het postmodernisme uitgevoerde aanval op zijn intellectuele grondslagen: 'Geen postmodernist durfde nog dat heilige begrip van weleer, "waarheid", in de mond te nemen. Geschiedenis, of eigenlijk alles wat überhaupt gezegd kon worden, was gedegradeerd tot "tekst en interpretatie".' Het postmodernisme stelde daar echter niets tegenover. Bregman citeert geschiedfilosoof Chris Lorenz, die schreef dat het postmoderne relativisme 'aanzienlijk meer elasticiteit dan we doorgaans bij denkende personen aantreffen' veronderstelt. 'Oftewel: het postmodernisme zit vol baarlijke nonsens.' (239)

Collega-wonderkind Thierry Baudet sprak in zijn Oikofobie. De angst voor het eigene (2013, 198-199) al van de 'oplichterij' van de postmoderne sociologie, en ook Bregman velt een hard oordeel:

'De ironie van het postmodernisme is dat het, ondanks zijn afkeer van de Grote Verhalen, op den duur zelf een Groot Verhaal werd. Maar dan wel alleen voor zichzelf. Met een eigen jargon, eigen profeten en eigen gebruiken kreeg het postmodernisme iets sektarisch over zich. Nog altijd worden jonge literatuurwetenschappers, feministen en historici ondergedompeld in de geschriften van waarzeggers als Jacques Lacan, Julia Kristeva, Jacques Derrida en Gilles Deleuze. Kritiek op hun leerstellingen wordt door menig volgeling als heiligschennis opgevat. Ik spreek uit ervaring.
Met hun obscure jargon hebben de postmodernisten zich van het grotere publiek vervreemd. Voor de geesteswetenschappen, die bestaan bij de gratie van de samenleving, is dat een ramp geweest. De geesteswetenschappen, soms ook menswetenschappen genoemd, zeggen de mensheid als studieobject te hebben. Het wordt tijd dat ze die mensheid ook weer ten dienste gaan staan.' (242-243)

Maar ik dwaal af.

IV

Om zijn radicale verlichtingsideeën te verspreiden gebruikte Bayle onder meer het nieuwe medium van het 'geleerdentijdschrift', dat opkwam in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Zo'n geleerdentijdschrift was in de basis een wetenschappelijk blad met objectieve en neutrale berichtgeving, maar verkreeg gaandeweg ook een opiniërende invalshoek. Bayle lanceert in 1684 de Nouvelles de la République des Lettres, waarin hij onder veel meer voor verlichte tolerantie pleit. Dit doet hij niet in obscuur, zich van het grote publiek vervreemdend jargon. 'Interessant is', schrijven Inger Leemans en Gert-Jan Johannes in Worm en donder (2014, 165), 'dat Bayle niet exclusief voor geleerden schrijft. Voor een wat journalistieke presentatie trekt hij zijn neus niet op.'

In 1692 lanceert Pieter Rabus met de Boekzaal van Europe het eerste Nederlandstalige geleerdentijdschrift. Ook Rabus springt in de bres voor de verlichtingsbeginselen. Hij wordt gezien als een 'wegbereider van de gematigde, protestantse variant van de Verlichting, zoals die in de loop van de achttiende eeuw dominant zal worden voor de intellectuele cultuur van de achttiende-eeuwse Republiek.' Die gematigde variant wordt door Israel als een stap terug gezien ten opzichte van de Radicale Verlichting.

Rabus in de gematigde categorie indelen is evenwel niet eerlijk, zo geven ook Leemans en Johannes deels toe: een tijdschrift als dat van Rabus was 'per definitie enigszins "radicaal" van aard', want ze pionierden voor 'een open debat over allerlei normen, waarden en dogma's die vaak als onaantastbaar en onveranderlijk w[e]rden beschouwd'. (166) Veeleer zijn de latere 'spectatoriale' tijdschriften als Justus van Effens Hollandsche Spectator vlaggenschepen van het gedachtegoed van de gematigde Verlichting.

Rabus bestrijdt elke vorm van geloof en bijgeloof, waartussen voor hem overigens, geheel in lijn met Bayle, geen verschil bestaat. Ook op de islam gaat Rabus los. Hij noemt de Koran een 'grolboek' vol 'vuiligheden van het Mahometaansche bygeloof' en de profeet Mohammed een 'Arabische vuilik', 'galgbrok', 'plompe vlegel' en 'onbeschaamde bakkes'. (166) Voor degenen die nu trillend en rood aanlopend de islamofobie-kaart trekken: voor het katholicisme is Rabus nauwelijks coulanter.

V

Lezend over Bayle en Rabus en hun strijd tegen geloofsdwang en pleidooien voor verlichte waarden moest ik denken aan het beroep dat Geenstijl doet op 'rationele Verlichting' als remedie tegen 'achterlijk religieus gedachtegoed'. Het weblog is misschien wel een hedendaagse, digitale nazaat van het geleerdentijdschrift, al heeft het de profeet Mohammed bij mijn weten nog nooit de epitheta toebedeeld die Rabus van stal haalt. Dat kan als een teken van vooruitgang worden gezien. Maar misschien zegt het ook wel iets over de gedimde staat van de Verlichting in het huidige tijdsgewricht.

maandag 28 januari 2013

Avondje kakelen

Om 18.05 stapte ik vanavond de trein in om naar huis te gaan. Een maandagavond in het verschiet als alle andere maandagavonden. Dat veranderde toen twee meisjes naast en tegenover me plaatsnamen en ik de een opgewonden tegen de ander hoorde zeggen: 'Heb je het net gelezen op nu.nl? De koningin komt met een aankondiging, om zeven uur.'

Ik wist nog van niks, maar dit kon maar één ding betekenen: de vorstin gaat haar aftreden bekendmaken. Of eigenlijk twee dingen: Beatrix stopt ermee én de televisieprogrammering is vanavond totaal anders dan gepland.

Gedurende de treinreis van vijf kwartier had ik mooi de tijd om me eens te verplaatsen in al die redacties, programmamakers en zendercoördinatoren die nu onder hoogspanning moesten staan om de juiste gasten naar de studio's te dirigeren. Bellen, mailen, sms'en. Taxi's regelen, teksten voorbereiden, beeldcompilaties samenstellen. Alle verloven ingetrokken.

Wie zou ik zo dadelijk op mijn scherm zien? Er zou ongetwijfeld een blik koningshuiskenners worden opengetrokken. Een aantal historici, (ex-)politici, enkele staatsrechtdeskundigen wellicht. En natuurlijk de hele avond door een onophoudelijke herhaling van actuele en historische beelden: de time loop van het grote nieuws dat na een kwartier al geen nieuws meer is.

Wat volgde was even vermakelijk als vermoeiend. Teletekst had de eindredactie geschrapt, met grappige foutjes tot gevolg: Rutte zou zijn bewondering hebben uitgesproken voor de koningin 'die ons land meer dan 30 jaar met grote inzet heeft gereageerd'. Astrid Kersseboom kondigde filmpjes aan die niet werden ingestart en dan ineens toch weer wel. Sfeerbeelden uit huiskamers, cafés en bij tankstations. Enkele van de vierentwintig republikeinen die ons land telt voor de microfoon.

Bij de buren van de VARA was het feest: Matthijs was omringd door een tiental gasten tegelijk. Prem moest zelfs op een verhoogd krukje zitten omdat er aan tafel geen plaats meer was. Alleen al de aanblik van de gasten werkte depressiebevorderend. De mislukte wonderpuber Sywert van Lienden. De aalgladde activist Ramsey Nasr. En Jan Mulder, die in Oost-Groningen woont maar wonderwel binnen een halfuur in Amsterdam was.

Mulder schijnt dan ook vaak met een plastic tasje heen en weer te lopen voor het raam van de studio, waarna ze hem uit medelijden maar naar binnen roepen. Daarom is hij er ook zo vaak. Ik voor mij moest vooral denken aan al die gasten die op het laatste moment waren afgebeld. Eindelijk bij De wereld draait door. Finest hour, fifteen minutes of fame. Maar helaas. Gelukkig ging Voetbal International wel gewoon door. Derksen was weer in vorm.

Bij de NOS wisten ze inmiddels van gekkigheid ook niet meer wat ze moesten doen. Hirsch Ballin en Wim Kok werden onder het stof vandaan gehaald, een verslaggeefster ging de stemming peilen bij een bridgeclub: 'U heeft het over schoppen, maar het moet eigenlijk over koningen gaan', en de sociale mediageneratie toonde maar weer eens haar schrijnende gebrek aan vindingrijkheid met tenenkrommende hashtags als 'Tabeatrix' en 'Trixit'. Ook een vieze kraker mocht triomfantelijk herinneringen ophalen aan 1980. Nu is er een kraakverbod, dus die ellende blijft ons dit jaar gelukkig bespaard. Toch?

Pauw en Witteman mochten de kas opmaken. Herman Pleij, Erica Terpstra, Youri Albrecht, meester Sjuul Paradijs. Zelfs Job Cohen - wie kent 'm nog - was uitgenodigd. Zo passeerde er op deze avond al gauw een talking headje of vijftig, zestig de revue. Een kippenhok van kakelende kenners en blatende zwatelaars. Een kakofonie van meninkjes, emotietjes en anekdotetjes. Waarlijk een historische avond: saai, repetitief en grotendeels inhoudsloos. Precies wat de geschiedenis is.

maandag 12 maart 2012

Ter ziele

Het einde was al enkele keren voorspeld. Toen positieve resultaten uitbleven pakten donkere wolken zich steeds meer samen. Het geloof in een verbetering van de situatie op korte termijn was er niet meer. De directie trok er vandaag dan ook de stekker uit. Toch viel het nieuws mij rauw op mijn dak.

Nee, ik heb het niet over het ontslag van Fred Rutten.

Ik heb het over het einde van dagblad De Pers. Misschien wel de laatste kwaliteitskrant van Nederland houdt per 31 maart op te bestaan. In de sector van de gratis kranten stond De Pers al op eenzame hoogte, zeker na het verdwijnen van de DAG in oktober 2008. De Sp!ts is feitelijk maar een treurig krantje en de Metro is al helemaal een vod.

Maar ook met de 'echte' kranten kon De Pers zich moeiteloos meten. Het landschap van de landelijke dagbladen was vrij simpel: je had drie 'populaire' of sensatiekranten: De Telegraaf, Algemeen Dagblad en de Volkskrant, en drie 'kwaliteitskranten': NRC Handelsblad, het Financieele Dagblad en Trouw. Het Financieele Dagblad is echter een clubblaadje voor 'ondernemers' en NRC Handelsblad stapelt miskleun op miskleun, zodat je alleen Trouw nog overhield. Gelukkig wist De Pers in kwalitatief opzicht de ontstane lacune te vullen.

De krant onderscheidde zich door verrassende, originele en niet zelden gedurfde invalshoeken van waaruit onderwerpen werden benaderd. Zeker bij politieke thema's voegde De Pers echt iets toe aan de standaard berichtgeving. 'Den Haag' werd kritisch gevolgd, maar altijd vanuit een onbevooroordeeld uitgangspunt, wars van dogmatiek of politieke correctheid. Kustaw Bessems had vrijwel altijd iets zinnigs te melden. Verrassend vaak boekte men succes met inventieve onderzoeksjournalistiek.

De nieuwe mantra in de krantenwereld is dat de dagbladen zich minder moeten toeleggen op het brengen van nieuws - daarin zijn andere media veel sneller - en meer op achtergronden en opinievorming. Je kunt dan wel - zoals de NRC - een scala columnisten van diverse pluimage aan het woord laten, maar dan heb je nog niet meer dan een verzameling op zichzelf staande, voorspelbare meninkjes, keurig binnen de lijntjes van het particuliere hokje, voor elk wat wils. Uit De Pers sprak eerder een soort nieuwe mondigheid, een consequente 'ja, maar...'-mentaliteit. Afgezien natuurlijk van de stukjes van God Wiegel. Amusant, zonder meer, maar ook wel erg idiosyncratisch.

Kwantitatief was De Pers niet erg sterk. De eerste tien à twaalf pagina's las je woord voor woord, maar daarna kon je eigenlijk in één keer doorbladeren naar de sportpagina's, waar Thijs Zonneveld of Iwan Tol elke week een dwarse mening ventileerden. Dat hele MSM-gebeuren in het midden was vrij waardeloos. Net als de strip overigens. En die flauwe taalgrapjes in de titels van de korte berichtjes onderaan. Maar enfin. Onvoldoende advertentie-inkomsten doen de krant nu de das om, de hilarische aanbiedingen van Dirk van den Broek - '99 euro, elders 1,99' - en die enge stropdas bij wie je je goud en zilver - ook 'broodmanden' - moest inleveren ten spijt.

Twee keer per week moet ik naar het zuiden. De Pers brengt mij tot Roosendaal. Hoe moet dat in godsnaam in de nabije toekomst? Ik denk dat ik maar het beste doe als de jongen uit dat lied van Hans Teeuwen: 'Early in the morning! / When the sun's coming up! / I look out of my window! / And I get back in bed...'

maandag 20 februari 2012

De verRotting van Nederland: Felix Rottenberg & Jannetje en haar mannetje

Het was een topuitzending, de aflevering van De Wereld Draait Door van vanavond. Er is weer veel duidelijk geworden over de staat van het land, de mores van de media, de onbenulligheid van onze opiniemakers.
Job Cohen is opgestapt als politiek leider van de PvdA en dat vroeg om duiding. Uiteraard van Felix Rottenberg, ex-partner van Matthijs van Nieuwkerk en erkende rooie rakker. En van Frénk van der Linden, drager van het meest nutteloze accent aigu ooit en het nieuwste politieke orakel. De Tonsuur en de Hawaï-bloes, Peppi en Kokki zijn niet dood.
Hete krokodillentranen schreiden de twee.
Daarna schoof Rutger Castricum aan. Eigenlijk om zijn boekje te promoten, maar vanzelfsprekend ging het eerst over Cohen, geliefd doelwit van het PowNews. Matthijs vroeg naar Castricums bijdrage aan Cohens val. Maar vanuit het publiek hollewaaide Holle Bolle Rottenberg er al doorheen. Jij maakt geen journalistiek, jij maakt cabaret! aldus een furieuze Felix - politici hoeven niet te leren daarmee om te gaan! De minachting droop er vanaf. Castricum wees hem op de generatiekloof, maar de zure Tonsuur zat alweer bestudeerd moeilijk te kijken met zijn armen over elkaar. Frénk vàn dér Lìndén piepte nog iets over een fatsoenskloof.
En daarom is er dus niemand onder de 35 die nog op de PvdA stemt.
Er is in de jaren zestig iets in gang gezet in de maatschappij wat nog steeds voortduurt. Juist de linkse voorvaders van Rottenberg zijn er verantwoordelijk voor. Alles moest anders, de oude versteende structuren moesten kapot, de maatschappelijke hiërarchie moest doorbroken. Inspraak! tegen het gezag! alle heilige huisjes omver! weg met de taboes!
Allemaal leuk en aardig, en ongetwijfeld ook hard nodig hier en daar, maar die daar in gang gezette ontwikkeling - individualisering, onverschilligheid, mondigheid van de burger -, die duurt voort tot de huidige dag. En daarom is GeenStijl, is het PowNews, is Rutger Castricum simpelweg een logische volgende stap in deze ontwikkeling.
Dan kun je wel heel verschillig gaan zitten wezen, Rottenberg, maar als je die boeken er eens op na slaat waar je altijd uit citeert, dan zie je dat er een rechte lijn loopt van provo naar GeenStijl, van Nieuw Links naar PowNews, van Roel van Duijn naar Rutger Castricum, van de afgepakte politiepet naar de weggetreiterde Cohen.
Er kwam nog meer.
NRC Handelsblad berichtte vorige week bij monde van journaliste Jannetje Koelewijn - geen pseudoniem - dat Friso géén schedelbasisfractuur had. Jannetje had het van haar mannetje, neurochirurg en toevallig in het ziekenhuis voor een congres. Jannetje en hoofdredacteur Peter Vandermeersch kwamen tekst en uitleg geven.
Jannetje en haar man bleken alles verkeerd gedaan te hebben. Zich schaamteloos aangeboden bij de Oostenrijkse artsen. Het embargo van de RVD genegeerd. Het medisch beroepsgeheim geschonden. Maar Jannetje bleek oostindisch doof en stekeblind voor alle kritiek, met een werkelijk STUITENDE arrogantie werd alles en iedereen aan tafel afgeweerd. Haar man was wel 'een echte dokter' hoor, zo verzekerde ze met een volwassenenvariant op 'mijn vadurr is dokturr'.
Vandermeersch had heel veel woorden nodig om niet méér te zeggen dan dat hij wilde scoren.
Jan Mulder had het niet meer, hij zat midden in zijn ergernis van de maand.
Heeft Rottenberg nu zijn zin? Rutger Castricum is geen journalist. Nee, dan NRC Handelsblad, daar kunnen we nog wat van leren als het over ethiek en fatsoen gaat!
Het PowNews cabaret? Voor mijn part. Maar dan is NRC Handelsblad een klucht, een farce, een schertsvertoning. Met Jannetje als ouwe nar en Rottenberg als aangever.

maandag 3 mei 2010

Lezen, lezen, lezen #18

Gerrit Komrij - Morgen heten we allemaal Ali. Vrolijke bespiegelingen over de tijdgeest (2010), 303 blz.In Morgen heten we allemaal Ali heeft Gerrit Komrij een bonte verzameling teksten bijeengebracht. Maatschappij-analyses, 'verzamelde tweets', een Wagner-aubade en mini-essays over poëzie. Die laatste sectie is duidelijk de beste. Komrij heeft altijd iets zinnigs te melden over de dichtkunst. De drie stukken over samenleving en tijdgeest zijn echter teleurstellend. De onderwerpen, respectievelijk de erfenis van de babyboomers, de positie van de homoseksueel en het multiculturele vraagstuk, lijken zich uitstekend te lenen voor een scherpe analyse van Komrij. Helaas slaagt hij er niet in de ondertitel volledig waar te maken. 'Nogal zure achter elkaar geplaatste schimpscheuten' was een treffender titel geweest, want vrolijk zijn ze allerminst. In de essays ligt de nadruk meer op stijl, op woordkunst dan op de inhoudelijke bespiegelingen. Komrij spaart de kool en de geit vooral in zijn essay over het integratievraagstuk. 'Niet dat de moslimfanaten ons aanvallen is het brandende probleem, maar dat we ons zo snel overgeven,' luidt een prikkelende stelling. Die wordt helaas niet verder uitgewerkt, Komrij springt alweer snel over naar de bestrijding van Rita Verdonk. Morgen heten we allemaal Ali lijkt nog het meest op een grote verzameling aforismen. Aforismen die zo nu en dan wel de vinger op de zere plek leggen, zoals in het stuk waarmee de bundel opent : 'Ik maak deel uit van een generatie die, voor het eerst in eeuwen, de wereld lelijker achterlaat dan ze haar heeft aangetroffen. Niets van allure, niets van stijl, niets van een groot gebaar bracht ze tot stand.' Dat is ook niet iets om vrolijk van te worden.

Arnon Grunberg - Kamermeisjes en soldaten. Arnon Grunberg onder de mensen (2009), 335 blz.
'Morele helderheid is te vaak een kasteelroman.' Ook Arnon Grunberg is niet vies van ogenschijnlijk losstaande, vrijblijvende, vage waarheden. Twee jaar geleden besloot Grunberg zijn ironische, bewust wereldvreemde houding te confronteren met de Werkelijkheid: hij trok er voor de NRC op uit om 'onder de mensen' te gaan. Grunberg bezocht oorlogsgebieden als Afghanistan, Irak en Libanon, hij ging couchsurfen en als kamerheer werken en hij ging langs bij outcasts als de mennonieten en het bestuur van de 'pedopartij'. Over een van hen schrijft Grunberg: 'Ik doe mijn best een gevaar voor de democratie in hem te zien, maar ik zie slechts een roman.' Deze constatering tekent de positie van de schrijver in het geweld van het echte leven. Hij reist als een wat naïeve reporter de wereld over, zich verwonderend over de beweegredenen van mensen om te doen wat ze doen. 'Het verschil tussen vertrouwen in de mensheid en nihilisme is soms minimaal.' Toch zijn de reportages voor de lezer uiterst leerzaam. Grunberg verschaft je een insider-blik op het nieuws dat we alleen van tv en krant kennen. 'Als ik iets geleerd heb in Irak is dat alle overtuigingen gevoed worden door geld en dus macht. Wat vanuit de verte voor de een blind fanatisme is en voor de ander verzet, is van dichtbij economie.' Grunberg lijkt uiteindelijk vooral op zoek naar zichzelf. Hij is altijd de buitenstaander, de observator, de blinde vlek. Hij belijdt 'de kunst de werkelijkheid steeds weer een andere mogelijkheid van jezelf voor te houden, steeds weer een andere fictie. / De werkelijkheid confronteren met fictie in de breedste zin van het woord is hoe ik mijn taak als romanschrijver opvat.' Ietwat vreemd uitgangspunt voor een geschrift over de brandhaarden van deze tijd. Maar daarmee wel weer helemaal Grunberg.

Jan Blokker - Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek (2010), 172 blz.
De kranten hebben het moeilijk, zo lezen we overal, niet het minst in de kranten zelf. Minder abonnees, jongeren die geen krant meer lezen en de expansiedrift van het internet zijn de belangrijkste redenen. In zijn pamflet-achtige boek laat Jan Blokker een tegengeluid klinken. Hij acht het 'correcter niet van een dagbladcrisis, maar van een journalistencrisis te spreken'. Journalisten hebben nooit zelfbewust en strijdbaar gereageerd op nieuwe media. Dat was al zo met de radio, dat was zo met de televisie en ook nu met het internet wordt de witte vlag al te snel gehesen. Blokkers favoriete anekdote is die van de sportverslaggever van het Handelsblad die zijn baan opzegde toen Sport in Beeld populair begon te worden. Niemand zou meer geïnteresseerd zijn in zijn stukjes op maandagochtend. Blokker ziet een parallel met het heden: internet maakt al het nieuws toegankelijk, maar er zal behoefte blijven aan een door kenners gemaakte selectie uit het enorme aanbod. Wat hij vergeet, is dat internet ook die functie al vervult. Het web is misschien in eerste instantie een ongestructureerde vergaarbak van allerlei feitjes, nieuwtjes en geruchten, de mensen nemen hun portie nieuws echter wel degelijk tot zich via nieuwssites die een selectie hebben gemaakt uit de veelheid van gegevens. Blokkers pleidooi is, hoe hartverwarmend ook, daarom niet helemaal overtuigend. Hij slaagt er niet in duidelijk te maken hoe die journalisten dan de papieren krant onderscheidend kunnen houden. De opvatting van tycoon Derk Sauer dat kranten niet meer moeten vertellen wat er is gebeurd - dat doet het internet al - maar waarom het is gebeurd, is niet die van Blokker: 'Heel Nederland gaat gebukt onder de plaag van Opinie en Debat. Daarom maken feiten er steeds minder kans om door te dringen.' Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek is vooral goed in zijn beknopte weergave van 'de nodige persgeschiedenis'. In drie persoonlijke intermezzi geeft Blokker (1927) a.d.h.v zijn carrière een mooie sfeerimpressie van de naoorlogse krantenjournalistiek.

maandag 9 november 2009

NRC is Volkskrant in alle opzichten voorbijgestreefd

Geenstijl steekt er geregeld de draak mee: de papieren krant. 'Dode bomen' worden ze dan genoemd. Kranten hebben het moeilijk in de eenentwintigste eeuw, niemand twijfelt daar meer aan. Het leven wordt steeds jachtiger en mensen hebben behoefte aan snel opgediende, hapklare brokken nieuws. Jongeren groeien op met internet en lezen het nieuws op het net.

Als krant kun je het beste anticiperen op deze ontwikkeling en trachten met je tijd mee te gaan. Klagen en zeuren en hardnekkig vasthouden aan oude constructies en achterhaalde principes is zinloos. NRC/Handelsblad en De Volkskrant, de twee 'kwaliteitskranten' van Nederland, gaan mijns inziens op een verschillende manier om met de ontwikkelingen.

De NRC heb ik altijd een veel oubolligere, veel elitairdere krant gevonden dan De Volkskrant. Mensen die niet het Brabants Dagblad lazen waren de rijkelui, de 'kakkers'. Zij lazen de NRC. De Volkskrant las eigenlijk niemand. Zo was voor mij als kind de standaardsituatie. Als student moest ik weleens De Volkskrant raadplegen. Een prettige, degelijke, overzichtelijke krant, vond ik toen.

De laatste jaren heeft de NRC echter meer en meer die status overgenomen. Eerst kwam men al met NRC Next, een sympathiek experiment om internettende jongeren die toch een behoefte hebben aan 'papieren' nieuws en enige verdieping tegemoet te komen. Met die verdieping viel het in de praktijk overigens nogal tegen. Zij moest komen van columnisten Aaf Brandt Corstius, Rob Wijnberg en Jan Blokker. Om met die laatste te beginnen: een hippe afsplitsing van je krant beginnen en dan Blokker (geb. 1873) er stukjes voor laten schrijven, ik beschouw het maar als een vreemde mengeling van sarcasme en het aanbieden van bezigheidstherapie. De twee jonkies dan. Hugo's dochter schrijft vooral lieve, naïeve huis-tuin-en-keukencolumns. Wijnberg schrijft echt over zaken van algemeen belang als politiek, media en maatschappij. Hij slaat soms de plank mis, maar zijn scherpzinnigheid en kennis maken hem veelbelovend.

Bij De Volkskrant bedacht men dat er daar dan ook maar een jongereneditie op tabloidformaat gemaakt moest worden. Hoofdredacteur Pieter Broertjes verklaarde dat het een tabloid voor 'jonge, hoogopgeleide, progressieve mensen' moest worden. Linksige mensen dus. Dat preken voor de eigen parochie stuit me meteen tegen de borst. Als ik niet honderd procent progressieve opvattingen heb, ben ik niet welkom. Volkskrant Next zou V moeten gaan heten en in 2009 uitkomen. Het is bijna 2010 en ik heb nog niks gezien. Op internet is overigens al wel een Volkskrant V verschenen, onder de naam De Joop. Ook zo'n krantje vol meningen voor mensen die die meningen delen en zeker niet met andere meningen geconfronteerd willen worden.

Ook op internet timmert NRC harder aan de weg dan De Volkskrant. Neem de boekenbijlage. Waar De Volkskrant een lelijke, gebruiksonvriendelijke boekensite heeft, daar heeft de NRC met NRC Boeken een website die echt iets toevoegt aan de krantenbijlage. Met series, lange en korte recensies, specials, rubrieken en boekennieuws. Wie niet de grote boekenbijlage wil doorploegen, heeft genoeg aan de webvariant. Ze sluiten elkaar evenwel niet uit: de website is een uitstekende aanvulling op de krant, ook omdat NRC veel met beeld en geluid werkt. De nrc.tv-columns van Pieter Steinz benutten de mogelijkheden van nieuwe media volop: een boekrecensie, met beeld en geluid, op internet, met de mogelijkheid tot reageren. (Ook nrc.tv's 'nrc rockt' met Eric Corton is interessant, bijvoorbeeld de laatste aflevering waarin een hevig knikkende Corton The Temper Trap introduceert.)

De NRC lijkt de juiste instelling te hebben: als dode boom kun je maar beter een groot deel van je boekenbijlage op internet zetten. Mochten de papieren varianten verdwijnen, dan heb je in ieder geval het grootste deel van je oude publiek én de Volkskrant Cicero-lezers voor je digitale boekenbijlage gewonnen. Dan komen de adverteerders vanzelf oversteken.