Woensdag 17 februari
Het hotel heeft geen eigen restaurant maar er is wel een kleine ruimte om te ontbijten. Het ontbijt is zeer goed verzorgd en smaakvol. We worden aan tafel bediend en iedereen krijgt koffie of thee, harde broodjes, kaas en bacon, komkommer en tomaat en een bekertje yoghurt. Ook is er zoets.
Om half negen staat de taxi voor het hotel, schuin omhoog tegen een hoop sneeuw ingeparkeerd. De chauffeur lacht wat schaapachtig en rijdt ons beheerst in zijn witte Mercedes naar Oswiecim. Daar aangekomen zegt hij ons dat hij ter plekke zal wachten op onze terugkeer. Vooruit dan maar.
We kopen tickets voor een 'Guided Tour in English', die drieëneenhalf uur zal duren. Voorafgaand zal een film worden gedraaid in de filmzaal. Op borden in de hal staat de aanbeveling dat kinderen onder de veertien afgeraden wordt de film te bekijken. Een overgevoelige waarschuwing, denk ik aanvankelijk. Maar de film toont inderdaad expliciete gruwelbeelden, zoals het opgraven van zwaar verminkte lijken uit massagraven, kort na de bevrijding van het kamp.
De rondleiding door het kamp is informatief en indrukwekkend. De hele groep is uitgerust met een koptelefoon en een ontvanger, zodat we de toelichtingen van de gids overal goed kunnen volgen. De tocht vangt aan onder het bord met 'arbeit macht frei', niet lang geleden nog gestolen, wat verbijsterend is gezien de vele beveiligingscamera's en toegangsrestricties. We gaan in rap tempo door het kamp, gaan enkele 'blokken' binnen waar achter glas onder meer afgeknipt haar en verzameld schoeisel te zien is, en bekijken cellen en gaskamers van binnen. Complicerende factor is dat veel na de oorlog gereconstrueerd is omdat de Duitsers in hun nadagen veel vernietigd hebben. Je moet dus steeds inschatten wat authentiek is en wat heropgebouwd.
Opmerkelijk is de vlakheid waarmee de gids alle horror vertelt. Ze kent haar verhaal - toch ruim drie uur lang - volledig uit het hoofd en ratelt het mechanisch en op één toonhoogte af. Alsof alle emotie verdwenen is. Begrijpelijk, maar voor de bezoeker wat vervreemdend. De verhalen zijn nochtans indringend genoeg. Over Mengele die eens uitprobeerde of hij met injecties een bruine pupil blauw kon krijgen. Over een jongetje dat een dag lang op blote voeten in de sneeuw moest staan om de uitwerking op de voeten te onderzoeken. Over nauwe cellen waar gevangenen dagenlang opeengepakt in moesten blijven staan. Over een vrouw die de gaskamer overleefde door haar gezicht in een plas water onder te dompelen en toen enkele dagen later maar doodgeschoten werd. Enzovoort.
Na de rondleiding door kamp Auschwitz, die zo'n 2 uur duurde, zal een bus ons naar kamp Birkenau brengen - 5 minuten gaans - waar het tweede deel plaatsvindt. De taxichauffeur, die nog steeds in zijn Mercedes zit, kijkt hoopvol naar ons, maar hij zal nog wat langer moeten wachten. Birkenau (ook: Auschwitz II) is veel groter dan Auschwitz. In dit vernietigingskamp - dat waar de spoorrails onder de poort naar binnen gaan en in het midden doodlopen - was alles gericht op snelle uitroeiing. Simpele houten barakken voor huisvesting en enorme gaskamers en crematoria voor vernietiging. Hier staat nog maar weinig overeind. De ruïnes van de crematoria zijn intact gelaten. Dat alles onder een dikke laag sneeuw ligt, geeft de ervaring een extra dimensie.
Terug in Auschwitz eten we een broodje en kopen we boekjes en een dvd. Ook Van Gijzel is een van de duizenden bezoekers. Het is wellicht wat macaber om te zien hoe zo'n kamp opnieuw een massa-industrie is geworden. Toch leidt het wat te ver om van vercommercialisering te spreken. Zonder tour is toegang immers gratis en alles staat natuurlijk in dienst van het levend houden van de herinnering aan de zwartste bladzijde. De arme taxichauffeur - hij heeft zich vijfeneenhalf uur zitten vervelen achter het stuur - brengt ons om drie uur terug naar het hotel.
We lezen de boekjes en moeten dan de knop om zetten: we gaan terug naar C'est si bon voor een nieuwe avondmaaltijd. Bij binnenkomst staat de ober er weer. Hij moet ons ongetwijfeld herkennen, maar zijn gezicht blijft onbewogen. Geen spoortje van emotie of sympathie. Dit keer zijn we de enige gasten. Neef vraagt om een toelichting bij iets uit de menukaart. De Pool denkt even na, weet de Engelse term niet en geeft dan maar een onbegrijpelijk antwoord: 'Schwrm', of zoiets. 'Sorry, what?' Uitgestreken gezicht: 'Schwrm'. Tsja. Het restaurant is overigens voor Poolse begrippen waarschijnlijk nogal exclusief. De menukaart geeft onder meer foie gras, de porties zijn klein en de borden zijn zorgvuldig en chic opgemaakt.
Op de hotelkamer stoeien Neef en ik wat met het digitale kastje en voorwaar: we vinden BVN TV. Mét Nederlandse teletekst dus. Om 1 uur zal de 1000 meter mannen beginnen. Neef gaat tevoren nog een paar uur slapen, ik ben dat ook van plan maar het komt er niet van. Om 1 uur hoor ik de wekker aflopen, maar Neef komt niet. Te moe, denk ik. Om tien voor twee gaat de slaapkamerdeur plotseling open en steekt hij zijn hoofd naar binnen: 'Ik ben zeker wel de lul, of nie?' Priceless. 'Nee, juist niet,' antwoord ik, 'Je hebt geluk. Het is nu dweilpauze, de kneuzen zijn geweest, nu komen de toppers.' Maar helaas, de Nederlanders worden 4, 5 en 6.
Donderdag 18 februari
In alle vroegte worden we met een busje naar het vliegveld gebracht - dit keer op een minder levensbedreigende manier. Polen verwestert in rap tempo, maar op het vliegveld is men nog even streng en onbuigzaam. Van Gijzel moet improviseren, zijn handbagage is ietsjes te zwaar. Wij mogen door, maar bij de douane gaat het er weer Oost-Europees aan toe. Een zwaar bewapende man in uniform geeft ons luid bevelen: 'BELT!!' (= riem op de band); 'SHOE!' (= schoenen op de band). We mogen uiteindelijk doorlopen en zonder kleerscheuren komen we weer in Nederland aan.
Het was een korte maar interessante reis. Goed om een historisch brandpunt eens van dichtbij te hebben gezien.
Posts tonen met het label Polen 2010. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Polen 2010. Alle posts tonen
donderdag 25 februari 2010
maandag 22 februari 2010
Bezoek Auschwitz #1
Vorige week bracht ik samen met vader, oom en neef een bezoek aan het voormalige concentratiekamp Auschwitz. We vertrokken op dinsdagmiddag, donderdag vroeg in de middag waren we weer thuis. Een kort verslag in twee delen.
Dinsdag 16 februari
Van alle gruwelen van de waanzinnige twintigste eeuw moet de massavernietiging in de concentratiekampen toch wel de wreedste zijn geweest. Het is nauwelijks te bevatten hoe laag de mensheid in de vroege jaren 40 van de vorige eeuw is gezonken. Om te trachten toch enig inzicht te krijgen in het leed van de slachtoffers en tot bezinning te komen leek een bezoek aan Auschwitz, toch hét symbool van de holocaust, het aangewezen middel. Daarnaast was ik nog nooit in Polen geweest en is een tripje met familie nooit weg.
De reis naar Polen zou met het vliegtuig gaan, vanaf Eindhoven Airport met de Hongaars-Poolse prijsvechter Wizz! om precies te zijn, de bestemming Katowice. In de rij voor het inchecken spotten we de plaatselijke burgemeester Rob van Gijzel. Ook hij gaat naar Polen. Omdat het vliegtuig eerst uit Polen moet komen maar daar hinder ondervindt van de weersomstandigheden, vertrekken we met twee uur vertraging. Vanuit het splinternieuwe vliegtuig is het uitzicht op Polen anderhalf uur later zeer mooi. Uitgestrekte naaldbossen en vlaktes onder vele decimeters sneeuw.
Oom merkt op dat Drs. P hier de inspiratie voor zijn 'Dodenrit' moet hebben opgedaan. (Het vriest een graad of dertig, het is winter en vrij koud.) Ook wij beleven een dodenrit. Het vliegveld ligt een aardig eindje van Katowice af en een busje rijdt ons dan ook naar dit 'Charleroi van Polen'. De chauffeur had blijkbaar al twee uur thuis willen zijn, want hij jaagt als een gek door de invallende duisternis richting Katowice. Dat zou op ervaring nog redelijk veilig kunnen, ware het niet dat deze bestuurder met één hand stuurt en schakelt omdat hij constant zijn gsm tegen zijn oor heeft gedrukt en dat hij op de gevaarlijke weg, met tegemoetkomend verkeer op de andere rijbaan, steeds andere weggebruikers inhaalt en daarbij een voorkeur aan de dag legt voor inhalen vlak voor de top van een heuvel als het zicht minimaal is.
Onderweg zie ik dat Polen het communisme definitief achter zich heeft gelaten en in rap tempo vercommercialiseert. Veel billboards, om de kilometer een gele M en zelfs, vlak voor Katowice, aan mijn rechterhand een enorme Media Markt. We komen zonder kleerscheuren aan en gaan op zoek naar ons hotel. Onderweg moeten we geregeld schuilen omdat boven ons Polen met bezems enorme ijspegels van de dakgoten aan het stoten zijn. Na goed kijken - geen 'HOTEL' boven de deur, slechts een bescheiden steen in de gevel - vinden we het hotel. Het ziet er van binnen keurig netjes uit en ook onze kamer is piekfijn, met twee slaapkamers, een keuken, twee badkamers en digitale televisie.
We hebben honger gekregen en gaan op zoek naar een restaurant. De straten zien er echter allemaal hetzelfde uit en we hebben geen idee waar het 'bruisende' centrum zou moeten zijn. Na wat gevraag ('Do you speak English?'; 'No' - als je daar meteen 'no' op kunt antwoorden, kun je dus wel Engels...) worden we door een vriendelijke mevrouw naar een Frans restaurant gedirigeerd. Het is even zoeken naar de ingang van 'C'est si bon', en eenmaal binnen lijkt de zaak uitgestorven. Een stereotiepe Oostblokker in kelnerkostuum - achtkantig hoofd, stalen gezicht, buikje - daalt echter de trap af en stuurt ons naar boven, waar meer eters blijken te zitten. Blijkens de menukaart zijn we in een vrij exclusief restaurant beland. Ik kies de krokante kikkerbilletjes vooraf en als hoofdgerecht de eend 'served in traditional French way', wat een goede keuze blijkt. Ook het Poolse biertje smaakt goed. Het toetje is een tegenvaller. De naam 'Selection of sorbets' belooft veel, zowel kwantitatief als kwalitatief, maar het blijkt te gaan om drie kleine bolletjes citroenijs...
In het restaurant was het al bloedheet, maar ook in het hotel wordt flink gestookt, zo blijkt even later als we terug zijn. Met neef kijk ik er als de nacht valt naar de 1000 meter voor de mannen. Helaas geen medaille voor Nederland. Om half twee gaan we slapen, morgen staat er om half negen een taxi klaar die ons naar Oswiecim, dat de Poolse naam voor Auschwitz is, zal brengen.
Dinsdag 16 februari
Van alle gruwelen van de waanzinnige twintigste eeuw moet de massavernietiging in de concentratiekampen toch wel de wreedste zijn geweest. Het is nauwelijks te bevatten hoe laag de mensheid in de vroege jaren 40 van de vorige eeuw is gezonken. Om te trachten toch enig inzicht te krijgen in het leed van de slachtoffers en tot bezinning te komen leek een bezoek aan Auschwitz, toch hét symbool van de holocaust, het aangewezen middel. Daarnaast was ik nog nooit in Polen geweest en is een tripje met familie nooit weg.
De reis naar Polen zou met het vliegtuig gaan, vanaf Eindhoven Airport met de Hongaars-Poolse prijsvechter Wizz! om precies te zijn, de bestemming Katowice. In de rij voor het inchecken spotten we de plaatselijke burgemeester Rob van Gijzel. Ook hij gaat naar Polen. Omdat het vliegtuig eerst uit Polen moet komen maar daar hinder ondervindt van de weersomstandigheden, vertrekken we met twee uur vertraging. Vanuit het splinternieuwe vliegtuig is het uitzicht op Polen anderhalf uur later zeer mooi. Uitgestrekte naaldbossen en vlaktes onder vele decimeters sneeuw.
Oom merkt op dat Drs. P hier de inspiratie voor zijn 'Dodenrit' moet hebben opgedaan. (Het vriest een graad of dertig, het is winter en vrij koud.) Ook wij beleven een dodenrit. Het vliegveld ligt een aardig eindje van Katowice af en een busje rijdt ons dan ook naar dit 'Charleroi van Polen'. De chauffeur had blijkbaar al twee uur thuis willen zijn, want hij jaagt als een gek door de invallende duisternis richting Katowice. Dat zou op ervaring nog redelijk veilig kunnen, ware het niet dat deze bestuurder met één hand stuurt en schakelt omdat hij constant zijn gsm tegen zijn oor heeft gedrukt en dat hij op de gevaarlijke weg, met tegemoetkomend verkeer op de andere rijbaan, steeds andere weggebruikers inhaalt en daarbij een voorkeur aan de dag legt voor inhalen vlak voor de top van een heuvel als het zicht minimaal is.
Onderweg zie ik dat Polen het communisme definitief achter zich heeft gelaten en in rap tempo vercommercialiseert. Veel billboards, om de kilometer een gele M en zelfs, vlak voor Katowice, aan mijn rechterhand een enorme Media Markt. We komen zonder kleerscheuren aan en gaan op zoek naar ons hotel. Onderweg moeten we geregeld schuilen omdat boven ons Polen met bezems enorme ijspegels van de dakgoten aan het stoten zijn. Na goed kijken - geen 'HOTEL' boven de deur, slechts een bescheiden steen in de gevel - vinden we het hotel. Het ziet er van binnen keurig netjes uit en ook onze kamer is piekfijn, met twee slaapkamers, een keuken, twee badkamers en digitale televisie.
We hebben honger gekregen en gaan op zoek naar een restaurant. De straten zien er echter allemaal hetzelfde uit en we hebben geen idee waar het 'bruisende' centrum zou moeten zijn. Na wat gevraag ('Do you speak English?'; 'No' - als je daar meteen 'no' op kunt antwoorden, kun je dus wel Engels...) worden we door een vriendelijke mevrouw naar een Frans restaurant gedirigeerd. Het is even zoeken naar de ingang van 'C'est si bon', en eenmaal binnen lijkt de zaak uitgestorven. Een stereotiepe Oostblokker in kelnerkostuum - achtkantig hoofd, stalen gezicht, buikje - daalt echter de trap af en stuurt ons naar boven, waar meer eters blijken te zitten. Blijkens de menukaart zijn we in een vrij exclusief restaurant beland. Ik kies de krokante kikkerbilletjes vooraf en als hoofdgerecht de eend 'served in traditional French way', wat een goede keuze blijkt. Ook het Poolse biertje smaakt goed. Het toetje is een tegenvaller. De naam 'Selection of sorbets' belooft veel, zowel kwantitatief als kwalitatief, maar het blijkt te gaan om drie kleine bolletjes citroenijs...
In het restaurant was het al bloedheet, maar ook in het hotel wordt flink gestookt, zo blijkt even later als we terug zijn. Met neef kijk ik er als de nacht valt naar de 1000 meter voor de mannen. Helaas geen medaille voor Nederland. Om half twee gaan we slapen, morgen staat er om half negen een taxi klaar die ons naar Oswiecim, dat de Poolse naam voor Auschwitz is, zal brengen.
Abonneren op:
Posts (Atom)