Posts tonen met het label Cabaret Top 100 (2012). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Cabaret Top 100 (2012). Alle posts tonen

vrijdag 30 november 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 1

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer.
In deze finaleweek hebben we afgeteld tot de nummer één. Vandaag die nummer 1.

1. Herman Finkers
We begonnen deze lijst op nummer honderd met een enigszins provocerend statement, en zo eindigen we ook.
Uit alle voorgaande stukjes is hopelijk wel zo'n beetje duidelijk geworden wat ik onder goed cabaret versta. Het moet niet alleen maar humor om te lachen zijn, de grappen moeten soms ook schuren, uitdagen, een klap uitdelen desnoods. Ontspanning én inspanning, lering ende vermaak, de lach en de traan. Ik ben graag bereid cabaret als een niet minder hoogwaardige kunstvorm te beschouwen dan pakweg literatuur of muziek. En van de beste voortbrengselen ervan verwacht ik dan ook dat ze de wereld even doen kantelen, de blik verruimen, van mij een net iets ander mens maken dan ik voorheen was.
Herman Finkers is daar volgens mij in geslaagd.
Maar laten we eerst bij het begin beginnen. Herman Finkers won in 1979 Cameretten met een spervuur aan woordgrapjes en kwinkslagen, een procedé dat hij vervolgens zo'n twintig jaar lang zou toepassen in zijn theatershows. De eerste drie, Op zwart zangzaad (1979), De terugkeer van Joop Huizinga (1982) en De Diana Ros Show (1983), vergaarden alleen in het oosten des lands enige bekendheid, maar vanaf EHBO is mijn lust en mijn leven (1985) werd Finkers ook wereldberoemd in heel Nederland.
Gemiddeld om de twee a drie jaar kwam hij met een nieuw programma, van Het meisje van de slijterij (1987) en De zon gaat zinloos onder, morgen moet ze toch weer op (1990) via Dat heeft zo'n jongen toch niet nodig (1992) en Geen spatader veranderd (1995) tot Kalm aan en rap een beetje (1998), die zonder uitzondering een redelijk tot goede pers kregen en volle zalen trokken, maar vooral veel van hetzelfde brachten. Herman Finkers hoefde zichzelf niet zo nodig te vernieuwen.
Hij is daardoor lang als een amusant buitenbeentje beschouwd. Een taalvirtuoos weliswaar, de meester van de omgekeerde logica, iemand die zijn metier tot in de finesses beheerste, maar geen 'gevaarlijke' cabaretier, geen 'urgente' kleinkunstenaar, geen ritselende revolutionair.
Een sketch als 'ANP' is een juweeltje, maar ook exemplarisch voor de beperkte reikwijdte van zijn humor.
Finkers was het in 2000 zelf ook beu en hield het voor gezien. Als het daar voorgoed bij was gebleven, dan hadden we Finkers al iets eerder voorbij zien komen in deze lijst. Ergens rond plek vijf waarschijnlijk. Een grootheid, maar zonder het surplus van de hors catégorie. Hij werd kort nadien bovendien ongeneeslijk ziek, zo hoorde ik tot mijn ontsteltenis op de radio toen ik, ergens begin vorig decennium, in het tuincentrum de uitgebloeide planten aan het omschudden was. Het werd stil rond Herman Finkers.
En toen, zeven jaar later, was daar ineens Na de pauze (2007).
Niet alleen een nieuwe show, maar ook een nieuwe Herman Finkers. Het is moeilijk voor te stellen wat er in die zeven jaar precies gebeurd is. Een groei, een loutering, een godwording?
Hier is iemand aan het woord die alles heeft begrepen, die de vezels van het bestaan heeft ontrafeld, die de wijsheid in pacht heeft.
Na de pauze bevat alles wat Finkers kenmerkte, maar dan tot perfectie doorgevoerd: de logica wordt meer dan ooit binnenstebuiten gekeerd, de woordgrappen getuigen van een uitzonderlijke intelligentie en taalgevoel, en Finkers tilt het begrip 'gortdroogheid' naar een hoger plan, bijvoorbeeld in 'Goocheltaal' en 'De vrouw (fragment)'.
Maar waar Finkers daar altijd ophield, daar gaat hij nu verder, veel verder. Hij was altijd een cabaretier zonder enig engagement in zijn shows; de actualiteit bestond niet. In Na de pauze worden de mens en zijn maatschappij met evenveel venijn als mededogen tot de naakte essentie teruggebracht, zoals in 'De tijdgeest'. Muzikale elementen stonden altijd in dienst van de kwinkslag. Na de pauze bevat enkele prachtige, de diepste lagen van de ziel beroerende liedjes, zoals 'Men fietst niet meer' en 'Lieve dode dichter'. Religie en zingeving zijn altijd onderwerpen in Finkers' shows geweest, maar steeds ironisch en wederom in dienst van. In Na de pauze worden de raakste dingen gezegd over deze onderwerpen, spreidt hij zijn grootse visie tentoon op leven en dood, op de liefde en het kwaad, op waarheid en schoonheid, zoals in 'Mijn laatste eer' en de indrukwekkende 'Slotmonoloog'.
Herman Finkers is te lang alleen maar die malle droogkomiek gebleven, hij is te lang in de rol van de slap zwetsende Tukker blijven hangen. Dat is niet in de laatste plaats zijn eigen schuld geweest. Hij vond dat hij niet verder hoefde te gaan dan hij deed, of dat hij daar het talent niet voor had.
Andere kunstenaars uit zijn omgeving, zoals Willem Wilmink en Daniël Lohues, hebben hem van het tegendeel weten te overtuigen. Zo is Finkers dan toch nog uitgegroeid tot een groot en veelzijdig scheppend kunstenaar, filosoof en mysticus ineen.
Het leverde hem een Gouden Harp, een penning voor maatschappelijke verdiensten en de taalprijs van Onze Taal op.
Willem Wilmink, Daniël Lohues, Herman Finkers, het zijn lui die mij wel aanspreken met hun levenshouding. Wars  van kapsones of hoogmoedswaanzin, dicht bij de natuur, bij de traditie, bij de medemens, voorvechters van kunst en cultuur zonder elitair te zijn, open voor spiritualiteit en zingeving zonder orthodox of zweverig te worden.
Na de pauze heb ik niet, zoals de meeste andere cabaretprogramma's, op video, dvd, tv of in het theater leren kennen, maar op cd. Menige zaterdagnacht ben ik gesticht door Herman Finkers. Ik neem regelmatig de proef op de som, maar ik kan 'Lieve dode dichter' nog steeds niet horen zonder kippenvel te krijgen. Na de pauze is een monument, een twee uur durende levensles.
Alleen al een zinnetje als 'Ooit mag ik dood' kan mij mateloos blijven fascineren. Het verwoordt een manier van in het leven staan die ik alleen maar kan hopen ooit te bereiken.
Dat is wat alle kunst uiteindelijk wil bewerkstelligen: dat we er een rijker, completer en beter mens van worden. Want uiteindelijk draait het in het leven maar om één ding: in het reine komen met onze sterfelijkheid. Daar werk ik elke dag aan, met literatuur en muziek als onmisbare hulpmiddelen. Cabaret hoorde daar niet bij, tot Na de pauze.

donderdag 29 november 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 2

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer.
In deze finaleweek tellen we af tot de nummer één. Vandaag nummer 2.

2. De Vliegende Panters
'We are the Flying Panthers, we come to play for you.' Zo begonnen in 1995 drie broekies hun debuutvoorstelling Sex. Ze noemden zich De Vliegende Panters en waren net afgestudeerd aan de kleinkunstacademie. Rutger de Bekker, Diederik Ebbinge en Remko Vrijdag, drie jonge hemelbestormers.
Wie de show Sex bekijkt in de wetenschap dat het hier een eindexamenproject betreft zal werkelijk versteld staan van het niveau. Een woeste aaneenschakeling van gepeperde grappen, aanstekelijke liedjes en uitgekiende toneelstukjes, weergaloos op de planken gebracht door een perfect op elkaar ingespeeld trio.
Misschien is het predicaat 'wonderkinderen' overdreven, maar misschien ook niet. Maxima cum laude, minimaal.
Na Sex, dat instant-klassiekers bevatte als 'Dikkie Dik' en 'Anne Frank', volgde Hype (1998), waarin een zeldzame graad van meesterschap is bereikt.
Hype is cabaret, maar is ook toneel, is muziek, is musical, is theater, en is bovendien een parodie op dat alles. De boybandpastiche 'Tongzoen' legt de zaal onmiddellijk plat, die vervolgens anderhalf uur lang niet meer bijkomt, van het lachen maar ook van verbazing en verwondering. De Panters zetten net zo authentiek een groepje verveelde mannen neer ('Videootje') als een clubje vrouwen ('Vriendinnen') of een groepje schoolmeisjes ('Meisjes').
Het voetballied 'Aanvallen!', de minimusical 'Marketing the musical', de sketch 'Kwartetten', Hype is het cabaretequivalent van een meergangenmenu in een toprestaurant, waarbij je op een gegeven moment denkt dat het echt niet nóg verrukkelijker kan, maar daar komt de kok alweer aan met een nog dampender schotel...
Ik vind het moeilijk om onder woorden te brengen wat die show in me losmaakt. Dit is dan misschien ook het juiste moment om de persoonlijke noot aan te brengen.
Het stond al tweewekelijks te lezen in de intro en deze week staat het er zelfs dagelijks, maar ik kan het niet vaak genoeg benadrukken: deze lijst is 'hoogstpersoonlijk en dus hoogst eigengereid'; de top wordt uitsluitend bezet door artiesten die mij om een of andere reden na aan het hart liggen. Moesten we voor de nummers vijf tot en met drie terug naar om en nabij het jaar tweeduizend, voor de Panters doen we een meer nabij verleden aan.
De precieze details zijn voor een andere gelegenheid, maar ik zat een tijdlang met mijn ziel onder de arm op een plek waar ik niet wilde zijn, zonder televisie en internet en bovenal zonder moraal. Ik had natuurlijk wel een televisietoestel, alsmede een klein dvd-spelertje. En op een dag ook de dvd Sex & Hype. Avond aan avond keek ik naar deze dvd, met almaar stijgende bewondering, en de bodem bleef uit het zicht.
Elke donderdag kwam ik boven om adem te halen. Ik kende de dvd van lieverlede uit het hoofd en een goede vriend en ik bestookten elkaar dan met zinnen, regels, citaten, als strenggelovigen die in bijbelverzen converseren of Engelse highbrow die elkander de loef afsteekt met Shakespeare-passages.
Kort gezegd: ik heb veel te danken aan De Vliegende Panters.
Terug naar de Panters. Overdonderend succes levert behalve geld en roem altijd ook een derde vrucht op: een eigen tv-programma. Met 'Daar Vliegende Panters' debuteerden de heren in 2001 bij de VPRO. Het was een sterk vervreemdende en experimentele serie.
Kort daarna volgde de derde theatershow, De Grote Drie (2002), die bij lange na niet zo goed was als de eerste twee.
Het driemanschap viel dan ook langzaam uit elkaar. Nog één keer echter werden alle registers opengetrokken, met als resultaat het briljante Ebbinge, Vrijdag en De Bekker (2005), waarin op fenomenale wijze de onderlinge irritaties en meningsverschillen tot spetterend cabaret werden verheven, zoals in 'Klootzak', maar ook met geniale absurditeiten als 'Gerard' en 'Anus'. Ook werden er keiharde maatschappelijke noten gekraakt in 'Het blanke ras', 'Verboden bij de wet' en bovenal het geniale 'Deuglied'. Dit stramien bepaalde ook de tweede serie van 'Daar Vliegende Panters', met naast tragikomiek als 'Roeland de kasplant' en 'Vaders' ook de geëngageerde steen-in-de-vijver 'We worden bedreigd door de moslims'.
Hierna was het definitief over en uit. Nauwelijks tien jaar had het geduurd. Kort, maar hevig en vurig en voor de eeuwigheid.
Zeker nu Rutger de Bekker in het acteren zijn roeping heeft gevonden en Remko Vrijdag 'terug' is met kansloze imitaties en een pijnlijke samenwerking met Martine Sandifort, kunnen we met terugwerkende kracht stellen dat Diederik Ebbinge het creatieve genie achter de Panters was. Ebbinge stond qua creatieve gekte en hedendaags engagement op één lijn met Hans Teeuwen en was net zo bedreven in het omverschoppen van heilige huisjes.
Ook als ze ooit nog eens bij elkaar komen, ook als er ooit een nieuwe groep opstaat à la Panters, één ding is zeker: zo goed als Hype wordt het nooit meer.

woensdag 28 november 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 3

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer.
In deze finaleweek tellen we af tot de nummer één. Vandaag nummer 3.

3. Hans Teeuwen
Ook voor Hans Teeuwen moeten we terug naar mijn vroegste scholierenjaren, om precies te zijn 1998. Brugklas 'b1a'. Als we goed opletten en ons best deden mochten van sommige leraren op vrijdagmiddag de boeken de tas in en ging er een videoband in de speler. Een paar gasten uit Nuland brachten op een mooie dag een band mee met een voorstelling van de mij totaal onbekende Hans Teeuwen. Het ging om de show Met een breierdeck, die in 1995 in première was gegaan en nu op VHS was verschenen.
Ik vergaapte me aan epische sketches als 'Met mij gaat het goed' en 'Rupert'. Deze Teeuwen leek in niets op wat ik qua komieken gewend was: hij was hyperactief, grofgebekt, stoer.
In Nuland, zegt men, gebeurt alles altijd vijfenzeventig jaar later, maar in dit geval liepen ze een keer voor de troepen uit.
Nadien hoorde je het overal rondzingen: 'Hans Teeuwen'. De naam was overal: 'Hans Teeuwen'. Hij werd een hype, een cultfiguur, maar bovenal een icoon van de jongste generatie
Met een breierdeck was Teeuwens tweede soloprogramma. Met Roland Smeenk had hij in 1991 Cameretten gewonnen, maar Smeenk verongelukte op de terugweg van een try-out voor hun eerste show. Teeuwen kwam er vanaf met een paar kneuzingen en debuteerde in 1994 solo met Hard en zielig (1994).
Het oeuvre van Hans Teeuwen verloopt vanaf dat moment grofweg van absurdisme naar realisme en weer terug naar absurdisme.
Trui (1999) en Dat dan weer wel (2001) behandelden maatschappelijke thema's op niets ontziende wijze. Vooral in laatstgenoemde voorstelling ging Teeuwen formidabel los op alles wat volgens hem krom en onecht was, en dat was zo'n beetje alles. Dat dan weer wel wordt dan ook algemeen als het hoogtepunt van zijn oeuvre gezien.
Met Industry of Love (2003) bewoog Teeuwen zich weer meer in de richting van het doldrieste absurdisme: krankzinnige sketches als 'Kikvorsman' en geniale taalspelletjes als 'Koekoeksklok' wisselden elkaar in een moordend tempo af.
Maar na de moord op zijn vriend Theo van Gogh was het ineens over en uit. De waarden die Hans Teeuwen met zijn provocerende kunst expliciet en impliciet verdedigde en uitdroeg, vrijheid van meningsuiting en een liberaal-seculaire ethiek, leken het onderspit te delven in die donkere dagen van terreur en lafheid. Teeuwen stopte ermee.
In 2011 was hij ineens terug met zijn zesde show, Spiksplinter, die deels een mislukking was maar deels ook zijn typische humor naar een hoger niveau wist te tillen, zoals in de sketch 'Muziek'.
Hans Teeuwen heeft altijd de grenzen van de grap opgezocht, wat hem steevast tot een 'controversiële' cabaretier maakte. Zijn populariteit is ook een generatiedingetje: vooral jongeren en jongvolwassenen liepen met hem weg, omdat ze in Teeuwen de representant van de tijdgeest herkenden.
Gechargeerd kun je het zo stellen: zoals Freek de Jonge in de jaren zeventig en tachtig de hopman van het links-geëngageerde cabaret was, zo werd Hans Teeuwen in de jaren negentig en tweeduizend het gezicht van een door de postmoderne anything goes-mentaliteit getekende generatie.
Ik bezit een particuliere opname van Dat dan weer wel waarin Teeuwen genadeloos afrekent met De Jonge. Op de officiële cd en dvd is het nummer niet opgenomen, waarschijnlijk omdat het lied als geheel nogal rammelt, maar de afrekening blijft overeind: 'Hela, Freek de Jonge met die kabels in je nek, hoe krijg je nog in godsnaam die parabels uit je bek, de maniertjes zijn wel grappig maar de vinger op de tijd, is net als jij verdwenen richting de vergetelheid. [...] Volslagen achterhaalde slappe VARA-retoriek, obligaat en ongevaarlijk, daarom voor een breed publiek.' Enzovoort.
Dijkshoorn verwoordde ooit zijn bewondering voor Teeuwen op treffende wijze: 'Hans Teeuwen, die eindelijk de draad doorknipte die Freek de Jonge jarenlang door het Nederlandse cabaret had gepunnikt. Ik kan niet anders zeggen: een verademing.'
Freek de Jonge is al vijfentwintig jaar te lang doorgegaan, hij is totaal unzeitgemäss geworden, een karikatuur, een meelijwekkend relict. Laten we hopen dat Teeuwen niet dezelfde fout maakt, zodat wij hem niet hoeven af te vallen en hij altijd de held blijft die hij voor mijn generatie is.

dinsdag 27 november 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 4

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer.
In deze finaleweek tellen we af tot de nummer één. Vandaag nummer 4.

4. Theo Maassen
In een van de leslokalen op de middelbare school hing jarenlang een fascinerende poster aan de muur. De prent, die zo hoog hing dat hij bijna tegen het plafond aan was geplakt, had een cartooneske look en toonde een in PSV-outfit getooide man die een aantal politieagenten van zich afsloeg. Erboven stond de tekst 'De onverschrokken ruwe pit'.
Ik keek er geregeld naar, zonder goed te weten wat die affiche nu eigenlijk betekende. Ik wist dat er ooit een geschiedenisleraar in dit lokaal had gehuisd die Waterreus heette en familie scheen te zijn van de keeper.
Jaren later, toen ik vernam dat de inmiddels razend populaire cabaretier en PSV-supporter Theo Maassen, nog voor hij definitief doorbrak, een show getiteld Ruwe pit op de planken had gebracht, vielen de puzzelstukjes op hun plek.
Ruwe pit (1997) was evenwel niet Maassens eerste grote voorstelling. In 1994 was hij met Bepaalde dingen gedebuteerd, in 1996 gevolgd door Neuk het systeem. In die shows is nog weinig thematische coherentie te bespeuren, ze bestaan meer uit losse sketches. Daaronder bevinden zich wel klassiekers als 'Eindhoven', 'Henk van den Tillaart' en 'Raad van Elf'.
De programma's die Maassen na de eeuwwende maakte zijn geheel anders van structuur. Hierin vertelt hij echt een verhaal, is hij de vurige verteller met een urgente boodschap. Functioneel naakt (2001) betekende de grote doorbraak, de uitzending op tv scoorde zelfs een miljoen kijkers. Tegen beter weten in (2005), Zonder pardon (2008) en Met alle respect (2011) bleven stuk voor stuk van een bijzonder hoog niveau, werden de hemel in geprezen door critici en publiek en vormden daarmee de bevestiging van Maassens status als de ongekroonde koning van het hedendaagse Nederlandse cabaret.
De havist Maassen is intelligent, hij is een denker die een eigengereide kijk op de wereld en op de maatschappij heeft. Daarbovenop heeft hij het talent bepaalde thema's op zeer heldere en pregnante wijze onder woorden te brengen, waardoor zijn shows niet alleen uitdagen zelf na te denken maar ook educatieve en voorlichtende waarde hebben.
Maassens engagement is wars van links-rechts denken, wat hem onderscheidt van het gros van de geëngageerde cabaretiers. De Partij voor de Dieren is evenzeer doelwit als de PVV, de achterlijke islam wordt met even harde bewoordingen aangevallen als de westerse consumptiemaatschappij en Maassen spuwt zijn gal zowel over commercialisering als over folkloristische kneuterigheid.
Ook zijn feilloze oog voor de menselijke conditie is ongeëvenaard: als een ziener duidt hij het gewoel en gekrioel van de kleine luiden, soms met motto-achtige kernachtigheid: 'Een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist.'
De Zijtaartenaar is ook een taalkunstenaar. De mazen van de taal zijn voer voor Maassens creativiteit: 'Toen ik zestien werd zeiden mijn ouders: "Theo, je bent nu zestien, je moet je nu tegen ons gaan afzetten." Maar dat deed ik dan gewoon niet hè!'; 'Ik drink niet als ik nog moet rijden, integendeel: ik drink wél als ik nog moet rijden.'
Op zijn allerbest vind ik Maassen echter in zijn grappen over mannen en vrouwen, dat eeuwig jonge thema van de scherpe humor: 'Ik hoorde laatst dat vrouwen tegenwoordig ook steeds meer vreemdgaan. Dan denk ik: "Bedenk zelf een keer iets."'
Theo Maassen is ook een tobber, een moeilijk mens, iemand die nogal eens met zichzelf overhoop ligt, getuige ook zijn idiote privésituatie (wel getrouwd maar toch alleenwonend) en de vele incidenten met publiek die zijn verder glansrijke carrière besmeuren.
Toch heb ik altijd één ergernis bij Maassen, een nogal hardnekkige onhebbelijkheid zit me dwars: hij vaart steevast uit tegen de domheid van de mensen, maar maakt daarbij te vaak, zeker in de latere shows, de onvergeeflijke fout die mensen hun domheid te verwijten, alsof het hun schuld is dat zij minder intelligent zijn dan hij, in plaats van hun ongeluk.
Geen nummer #1 dus, maar een groot cabaretier: zeer zeker.

maandag 26 november 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 5

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. 
In deze finaleweek tellen we af tot de nummer één. Vandaag nummer 5.

5. Van Muiswinkel & Van Vleuten
Ze staan individueel al in de lijst, op #51 en #20 om precies te zijn, maar de hoogste toppen hebben Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten toch als duo gescheerd.
Ruim tien jaar lang stonden ze gezamenlijk op de planken, en dat mag met terugwerkende kracht een wonder worden genoemd. De ultralinkse boycot-activist Van Muiswinkel en de goedmoedige gentleman Van Vleuten vormen immers bijna zoiets als elkaars ontkenning. Maar juist tegenpolen blijken via een samenwerking vaak in staat tot het creëren van zinderende kunst van een hoog voltage.
Rond de eeuwwisseling braken Van Muiswinkel & Van Vleuten door naar het grote publiek met hun drie Mannen-shows.
Mannen van de wereld (1997) bracht engagement met een relativerend randje, verpakt in snelle en intelligente dialogen, terwijl in Mannen op de maan (1999) de nadruk meer op de typetjes en daarmee het acteertalent van de twee heren kwam te liggen. In Mannen met vaste lasten (2002) was weer plaats voor een meer persoonlijke thematiek en werd ook de samenwerking tussen de twee cabaretiers geëxpliciteerd.
Dat laatste vormde de hoofdmoot van Antiquariaat Oblomow (2005), naar mijn mening de beste show. Hier zien we hoe een duo dat op scheuren staat tot grote hoogten kan stijgen door juist de onderlinge verschillen en wrijvingen tot thema te verheffen. De hele setting en context - een antiquariaat, een kritiek op de boekverkoperswereld, de wereldliteratuur - liggen me bovendien na aan het hart. Klonken daar ineens enkele regels van Gerard den Brabander over het podium!
Er volgde nog Prediker en Hooglied (2006), dat de toon had van een oudejaarsconference, qua kritische blik op het Nederland van nu. Hierna gingen zij huns weegs.
Van Muiswinkel & Van Vleuten sloegen qua stijl en performance in zekere zin een brug tussen het zware, van domineesmentaliteit doordrenkte cabaret dat vóór hen gemeengoed was en het powercabaret voor de zapgeneratie dat vanaf de tweede helft van de jaren negentig gestaag de macht overnam. Ze combineerden vileine maatschappijkritiek met hilarische imitaties en brachten intellectueel cabaret zonder belerend te worden.
Met hun imitaties van bekende Nederlanders liepen Van Muiswinkel & Van Vleuten bovendien in zekere zin vooruit op de hausse die dit specifieke genre binnen het cabaret vanaf 2002 met Kopspijkers zou doormaken. Tussen 2000 en 2002 imiteerden zij in Studio Spaan vele personen uit de voetballerij, waarmee dat programma in feite de inspiratiebron en wegbereider was voor Jack Spijkerman, Paul Groot e tutti quanti.
Op school was Studio Spaan elke week onderwerp van gesprek in kantine en klas, en de adoratie werd zo groot dat imitatie van de imitatie het gevolg was: de een deed Diederik van Vleuten na die Rinus Michels nadeed, een ander deed Erik van Muiswinkel na die Harry van Raaij nadeed.
De dvd Het voetbal cabaret van Studio Spaan is een geweldig tijdsdocument en voor mij de ultieme proeve van de genialiteit van Erik van Muiswinkel & Diederik van Vleuten, met als hoogtepunt der hoogtepunten de sketch met De Drie Voorzitters.

donderdag 15 november 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 10-6

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 10 t/m 6.

"Huh?" roept de vaste volger nu, "t/m 6? En de rest dan?" Nou, om commerciële redenen is besloten de laatste week van november een finaleweek te organiseren waarin, van maandag tot en met vrijdag, de nummers vijf tot en met één een voor een de revue passeren, ter grandioze afsluiting van alweer een legendarische serie. Mis 'm niet!

10. Ronald Goedemondt
Wat krijg je als je Sicilië, Venlo-Zuid en Eindhoven in een mixer flikkert? Goedemondt, Ronald Goedemondt. Ook al zo'n held uit QI. Zijn performance is bij lange na niet zo gelikt als die van de meeste van zijn collega's, zodat Goedemondts grappen weleens dood willen vallen. Dat maakt op mij evenwel een bijzonder sympathieke indruk. Zijn show Spek (2005) was zeldzaam goed, met geweldige bruggetjes: van Eigen Huis en Tuin naar The A-Team. Het decor doet heel erg denken aan Theo Maassen, maar Spek was er eerder dan Zonder pardon. Ook in Dedication (2009) lijkt Goedemondt qua decor en dit keer ook qua kleding en thematiek zo op zijn stadgenoot dat je bijna een persiflage gaat vermoeden. Maar Goedemondt gaat soms onvervaard een stapje verder, bijvoorbeeld met betrekking tot Rotterdammers.

9. André Manuel
Er is de laatste vijftien jaar nogal wat te doen geweest over de vermeende vergroving van het cabaret, met de niets en niemand sparende taboedoorbreking van Hans Teeuwen en de moderne Publikumsbeschimpfung van Micha Wertheim als prominentste voorbeelden. Het merkwaardige feit doet zich voor dat André Manuel in die discussie grotendeels buiten schot lijkt te zijn gebleven, terwijl de Diepenheimer in menig opzicht misschien nog wel een stapje verder is gegaan dan Teeuwen. Feitelijk zeulde Manuel al in de eerste helft van de jaren negentig rond met de steen die Hans Teeuwen niet veel later met kracht in de al aardig naar rotting stinkende vijver van het cabaret zou smijten. Beste shows: Krang (1997) en Voor God noch Vaderland (2007). Weet u nog toen die vrouw de Marokkaanse jongen doodreed die haar handtas van de achterbank had gegrist? Manuel weet er wel raad mee.

8. Mike Boddé & Thomas van Luijn
Van als spelshow of quiz vermomde cabaretprogramma's zijn er de laatste jaren een aantal heel goede geweest. Ik noemde eerder al een paar keer QI en Onder de tram, maar de Mike & Thomas Show mag in dat lijstje zeker niet ontbreken. Toen ik het de eerste keer zag was ik na afloop helemaal dazed & confused: als een op hol geslagen kudde gnoes waren de grappen voorbij geraasd. Snel en doelmatig, maar ook virtuoos en ongeëvenaard de kijker op het verkeerde been zettend, zoals met Joke Bruijs. Boddé en Van Luyn maakten als Ajuinen en Look en onder eigen naam bovendien een paar hoogwaardige voorstellingen, maar ook individueel behoren ze tot de top. Boddé was na Paul Groot de beste cabaretier bij Kopspijkers.

7. Pieter Bouwman & George van Houts
Oftewel Radio Bergeijk. Superieure improvisatie, droogkomisch absurdisme tot in perfectie doorgevoerd. Met de 'Lansbreekrubriek' en 'Wat kunnen we leren van de dieren?' Vaste conclusie: 'Vrij weinig'. Bouwman en Van Houts beheersten hun metier zo goed dat je soms vergat naar improvisaties te luisteren. Bouwman is sowieso een genie, die bij lange na niet de vermaardheid geniet die hem toekomt. Hij is namelijk niet alleen een van de twee geniale hersenhelften van Radio Bergeijk, hij is ook hoofdrolspeler in twee andere cultklassiekers van de laatste twintig jaar: Poelmo, het briljante zijproject van Hans Teeuwen, en, met opnieuw Teeuwen en soms ook Theo Maassen, Mannen van de Radio, een tegen middernacht uitgezonden improvisatieonderdeel van het VPRO-radioprogramma De Avonden dat zich in de gloriedagen van Napster, Kazaa en Limewire dusdanig over het web verspreidde dat het misschien wel een van de eerste grote internethits genoemd kan worden. Volgens de meest betrouwbare schatting circuleren er 256 sketches. Daarbij klassiekers als 'Bert en Henk', 'Goulashkroket' en 'Fons van der Poef, W.F. Hermans-kenner'.

6. Bert Visscher
De eerste keer dat ik zo hard moest lachen dat ik serieus vreesde er bij in te blijven was om een sketch van Bert Visscher. 'Bert Visscher' is eigenlijk een zelfstandig genre, waarbinnen Bertje de Vis zelf de hoogstpersoonlijke koning is. Mensen vergeten vaak dat Visscher zelf helemaal niet zo druk is, hij speelt die rol, wat zijn acteerprestatie er des te knapper op maakt. Brak door met Fijne nuances (1994) en Voor ons hoeft het niet (1997) en werd heel groot met Geluk zit in hele grote dingen (2002) en Nee, dan Lourdes (2005), maar persoonlijk heb ik een zwak voor de vroege juweeltjes Don Chaôt en de foute architect (1991) en Jammer (1992). Kenmerkend verschil: in de latere shows springt Bert zich expres net niet een ongeluk, in Don Chaôt flikkert hij écht hard door een klapstoel heen. Zijn recentste shows vind ik wat minder, misschien vanwege overkill - Bert herhaalt soms letterlijk oude grappen -, maar Bert blijft altijd een held.

donderdag 1 november 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 20-11

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 20 t/m 11.

20. Diederik van Vleuten
Olijke oliebol, briljant in QI als de met de armen over elkaar zittende schelm die guitig strooit met sneren, schalkse opmerkingen en spitsvondigheden. Timmert sinds kort ook individueel aan de weg als archivaris-verteller. De critici strooien met lof.
19. Lebbis & Jansen
Jansen staat 77ste, Lebbis 21ste, bij elkaar opgeteld is dat inderdaad de 19de plaats. Beide druktemakers hebben de neiging zichzelf voorbij te hollen, ook qua demagogie en zo, en in hun shows als duo was er dan altijd de ander om op de rem te trappen.
18. Andy Marcelissen
Raamsdonksveerse droogkloot. Wereldberoemd in Brabant, eerst als tonpraoter, daarna als weerman Henk Huppelschoten en allround komisch persoon. Wordt in verband met vergaring van landelijke bekendheid tegenwoordig door Ray Kluun gepusht in diens radioprogramma. Maar daar luistert helaas geen kip naar.
17. Jochem Myjer
El Sympático van het Nederlandse cabaret. ADHD, doe d'r wat creatiefs mee. Op z'n best als stemimitator [1] [2]. En daarbinnen als Willibrord Frequin: 'Zeg Maxima, als ik je honderd euro geef, mag ik dan je tieten zien, hè!?'
16. Hans Dorrestijn
Somberheid. Droefgeestigheid. Mismoedigheid. Tobberij. En daar dan humor van het prachtigste zwart uit weten te persen, dat is Hans Dorrestijn. Bovendien verantwoordelijk voor de beste aflevering van Dit was het nieuws aller tijden.
15. Martijn Koning
Kroonprins. Nou ja, laten we zeggen: groot talent. Zijn 'eindemaands' conferences zijn van constant hoog niveau. Met 'Sint-Maarten'. En 'Dagobert'. En 'Dikke vrouw in de trein'. M. Koning is zelf ook een trein: komt wat moeizaam op gang, maar als de vaart er dan in zit is hij niet meer te stoppen.
14. Guido Weijers
Lang kaltgestellt als de kant-en-klaar-komiek voor het SBS-kijkende grauw. Maar dat is Weijers feitelijk nooit geweest, al vanaf zijn eerste oudejaars smeerde hij zijn publiek allesbehalve stroop om de mond. Probeert een moraal in zijn verhaal te stoppen, zonder in de rol van dominee te vervallen.
13. Henry van Loon
Ja, hier hebben we hem wel te pakken: de Kroonprins. De nieuwste Hans Teeuwen. Hij lijkt er ook wel wat op. U kent hem wellicht van de hit 'DWDD in drie minuten', maar Van Loon heeft meer in zijn mars. Scherp, gevat, brutaal, meesterlijk. Henry van Loon, onthou die naam.
12. André van Duin
'Volkskomiek', zegt men dan. Maar Van Duin is natuurlijk veel meer dan dat. Iemand die prachtige liedjes heeft gezongen. Die menig jong gezin in de jaren negentig geweldige zaterdagavonden heeft bezorgd. En die het in tegenstelling tot andere volkskomieken (P. de Leeuw, Y. v/h Hek) nooit nodig heeft gehad mensen te beledigen om grappig te zijn.
11. Jiskefet
Zedenschetsen van het dagelijkse leven, absurd en met een scherp randje om je venijnig aan te snijden. De Kerstspecial uit 2004 is magistraal. En natuurlijk 'Debiteuren Crediteuren'. Is op zich goed. Superieure kantoorhumor. Zeker als we bedenken welke troep tegenwoordig dat predicaat opgeplakt krijgt. Maar daarover een andere keer meer.

donderdag 18 oktober 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 30-21

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 30 t/m 21.

30. Pieter Jouke
Heeft de pech steeds in te stappen in programma's die op hun retour zijn (Koppensnellers) of de samenwerking aan te gaan met non-valeurs (CQC), want een gebrek aan humor is het probleem niet: Buro Renkema was stiekem heel goed: Henk Kamp in Uruzgan! Meng een eetlepel absurdisme met een scheut droogkomiek en je hebt Jouke. Hij gaat het nu eindelijk maar eens solo proberen. I approve.
29. Waardenberg & De Jong
Rotterdammers zit humor sowieso wel in de genen, maar Martin van Waardenberg en Wilfried de Jong hadden daarbovenop ruim tien jaar lang zo'n beetje hun hoogst particuliere genre. Acrobatisch absurdisme of zo. Of klim-en-klauter-cabaret. Er vielen geen gewonden.
28. Bart de Graaff
Bartje. We missen hem en zijn aanstekelijke lach nog elke dag. Vooral als Patrick Lodiers weer op tv is, dan schrijnt het gemis des te meer. Iedereen kent de Teringtubbies en weerman Gilles de la Tourette, maar vergeet ook zijn persiflage van Te Land, Ter Zee en In de Lucht niet. En natuurlijk het belletje lellen bij de buurvrouw van Jaap Jongbloed.
27. Jeroen van Merwijk
Reviaan op de bühne. Eerste programma heette Van ouwehoer tot troubadour. Daarmee is Van Merwijk voor de volle honderd procent gedefinieerd. Op z'n best als die twee elementen de perfecte symbiose aangaan, zoals in ''n Ding'.
26. Wim Helsen
Prominentste exponent van de droogkomische 'zever' waar de Vlamingen patent op lijken te hebben. (Ik vraag me overigens wel af bij lui als Helsen en Philippe Geubels of wij ze hier ook zo grappig zouden vinden als ze bijvoorbeeld een Amsterdamse tongval hadden gehad.)
25. Van Kooten & De Bie
Nog net speelgerechtigd voor deze lijst. Veel is inmiddels verouderd, maar ze hebben de cultuur verrijkt met geweldige typetjes als Prof. dr. ir. P. Akkermans, Gé en Arie Temmes, wethouder Hekking, Cor van der Laak, O. den Besten en natuurlijk Jacobse en Van Es.
24. Micha Wertheim
Speelt elke keer weer een geniaal spelletje grensvervaging persoon-cabaretier. En dan gaan er mensen weglopen; altijd goed. Zie verder drs. S. Meeuws voor een discoursanalyse: De kwestie Micha Wertheim.
23. Paul Groot
Imitator der imitatoren. Van Kopspijkers tot Koefnoen. Wel jammer dat ie elk seizoen wel weer minstens één sketch bedenkt waarin het typetje dat hij speelt met ontbloot bovenlijf in beeld komt, zodat Groot zijn borstspieren kan showen.
22. NUHR (Niet Uit Het Raam)
Ze staan er individueel al in (#96, #44 en #38), maar gedrieën toch het best te genieten. Aangename mix van maatschappijkritiek, kwaliteitsmuziek en Viggo-Waas-marginalisering. Dat neem je dan toch mooi mee.
21. Lebbis
Na twintig jaar met Dolf Jansen hoge ogen te hebben gegooid als lelijkste theaterduo allertijden, ging Lebbis in 2000 solo verder. En dan treedt de Wet van het uit elkaar gaande duo in werking: één blijkt er al die tijd het creatieve genie te zijn geweest waar de ander zo'n beetje op meeliftte. Lebbis was de Paul Simon van de twee. Specialiseert zich sindsdien in Tirades en Theorietjes.

donderdag 4 oktober 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 40-31

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 40 t/m 31.

40. Najib Amhali
De hedendaagse publiekslieveling. Best vermakelijk hoor, maar het bijt niet, het schuurt niet, het is gezelligheidscabaret. Nederlanders vinden Amhali, Ruben Nicolai en Edwin Evers onze 'leukste landgenoten', zo bleek uit recent onderzoek. In één adem genoemd worden met die zijige zaadsmoel Nicolai en die door voorgeprogrammeerde meelachers omgeven zakkenvuller Evers, dat moet je als jezelf serieus nemend cabaretier niet willen.
39. Richard Groenendijk
Richard Groenendijk won vorige week de Poelifinario voor het meest indrukwekkende cabaretprogramma van het seizoen. In deze lijst is hij als 39ste geëindigd. Gefeliciteerd, Richard Groenendijk!
38. Peter Heerschop
Prachtige droogkloot. Uitstekend als sidekick van Jack bij Kopspijkers, uitmuntend met zijn Lieve Marianne op de radio. Jammer dat hij de laatste jaren een beetje in die enge Ik hou van Holland-kliek is beland.
37. Urbanus
Omdat ook de categorie slappe klets zijn iconen kent.
36. Jeroen van Koningsbrugge & Dennis van de Ven
Jammer dat hij de laatste jaren een beetje in die enge Ik hou van Holland-kliek is beland, maar Van Koningsbrugge mengt altijd een heerlijke scheut venijn door zijn opmerkingen. Met Van de Ven bovendien het brein achter het geniale Draadstaal. Fred en Ria, Sayid: typetjes voor de eeuwigheid. Neonletters is minder sterk, maar De Weerman is dan weer van Draadstaal-achtige allure.
35. Dorine Wiersma
Zeg Dorine Wiersma en je zegt de Heleen van Royen diss. Maar ze kan veel meer. Tevens hoogste vrouw in deze lijst, dat u het vast weet. Ik kan er ook niks aan doen, ik heb mijn best gedaan.
34. Mark van de Veerdonk
Uit de categorie dat zei mijn vrouw ook vannacht... Maar ook dát kan, in de juiste hoeveelheden toegediend, heel leuk zijn: 'Wie niet snel genoeg haar string laat zakken, zal weldra in twee helften kakken.'
33. Daniël Arends
Jonge hond, and Joko is his middle name. Kakkers? Arends weet er wel raad mee. En wat hij hier bij Matthijs op 4.44 zegt... dan lig ik in een scheur.
32. Kees Torn
'Kees is, hoe zei Nietzsche dat ook alweer, unzeitgemäß', zei Van Muiswinkel laatst, alsof hij het ter plekke verzon. Gelul, Kees Torn is een intelligente taalvirtuoos, een begenadigd liedjesschrijver, een aimabele dagdromer, en dat allemaal tegelijk. 'Ik heb hem bijna nooit zien optreden, want ik sta zelf elke avond in het theater', zei Van Muiswinkel ook nog. Juist.
31. Wim Daniëls
Virtuoze taalkundige, woelige spraakwaterval bij Spijkers met Koppen op zaterdagochtend. Sinds kort ook ontdekt door Jeroen & Paul. Met taalkundigen en humor lijkt het sowieso wel snor te zitten, want ook de Taalprof zag ik ooit een stampvolle Aula in Nijmegen doen trillen van het schuddebuiken.

donderdag 20 september 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 50-41

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 50 t/m 41.

50. Bram Oostveen
Je moet hem kennen om het te snappen. Moet nog wel ernstig aan zijn timing werken.
49. Paul de Leeuw
Heb ik haat-liefde-verhouding mee. Kan onweerstaanbaar ad rem zijn en de dodelijkste sneren uitdelen, maar is ook vaak onnodig beledigend en pijnlijk kleinzielig. Eerste seizoen Mooi! Weer De Leeuw is legendarisch.
48. Katinka Polderman
Vrouw met ballen. Nuff said.
47. Gertjan van Leeuwen
Ook wel bekend onder de naam Gummbah. Schitterde stilletjes aan de zijde van Hans Teeuwen en Pieter Bouwman in de twee onvolprezen absurdistische shows van Poelmo, slaaf van het zuiden (2001, 2002).
46. Frank van Pamelen
Door wie is het werk van William Shakespeare geschreven? Edward de Vere, Francis Bacon, of toch William Shakespeare zelf? Neen, driewerf neen! Poëtisch genie Frank van Pamelen toont onweerlegbaar aan dat het Hiëronymus van Alphen was! ZIE
45. Claudia de Breij
Acteerde jarenlang de stoere sterke vrouw, tot afgrijzen van de samensteller van deze lijst. Toonde toen ineens de echte Claudia in Hete vrede (2009) en steeg met stip.
44. Rob Urgert & Joep van Deudekom
Gouden presentatiecombo van het helaas door niemand bekeken, als wetenschapsquiz vermomde ouwehoerprogramma Onder de tram. Met geweldige filmpjes.
43. Raoul Heertje
Lijdt ernstig aan de links-is-goed-en-rechts-moet-dood-ziekte, waar meer Nederlandse komieken aan lijden, maar zit hij toevallig in een goede periode dan is Heertje scherper dan wie ook. En hij lacht het hardst om zijn eigen grappen, wat altijd goed is.
42. Philippe Geubels
De ultieme droogkloot. Intonatieloze stem en zeveren maar.
41. Roué Verveer
Niet te verwarren met Najib Amhali. Wel in te wisselen voor Najib Amhali.

donderdag 6 september 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 60-51

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 60 t/m 51.

60. Marlon Kicken
Vergeet de Braboneger, de enige echte grappige Brabander met een kleurtje is Marlon Kicken, straight outta Aarle-Rixtel.
59. Alex Klaasen & Martine Sandifort
Multitalenten: zang, dans, imitaties, ze draaien er hun hand niet voor om. Draaiden, moet ik zeggen, want ze zijn uit elkaar. Klaasen won de Neerlands Hoop voor zijn eerste soloprogramma, maar dat vond ik toch wat tegenvallen.
58. Brigitte Kaandorp
Maarten 't Hart vindt haar grappig. Verdere explicatie overbodig.
57. Geen familie
Heb eigenlijk geen idee wie het zijn, maar ze hebben de geniale bandnaam Stanley & De Menzo's bedacht, dus dan zit het wel snor qua gevoel voor humor.
56. Karin Bruers
Een vrouw. Uit Tilburg. Mét humor. We blijven ons verbazen. Bruers is ironisch, gevat, ondeugend. En altijd in de race voor de persoonlijkheidsprijs.
55. Kamps & Kamps
Die kleine! Haha, je moet al lachen als je hem ziet, met z'n guitige snoet, en dan heeft hij nog niks gezegd. Was vroeger trouwens Rooyackers, Kamps & Kamps, maar Rooyackers is er uit.
54. Plien & Bianca
Als duo in het theater zorgen ze nogal gauw voor een overkill aan druktemakerij, maar individueel zijn Van Bennekom en Krijgsman grootse actrices, gek genoeg.
53. Sjaak Bral
Ja, hij heet dus niet écht zo, heb ik ontdekt. Sjaak Bral is Haags voor Jacques Brel. Ha!
52. Paulien Cornelisse
Heeft een goede antenne voor taaleigenaardigheden, die ze op amusante wijze imiteert en duidt. Is echter alleen zonder beeld te genieten. Want wat een kop. Ze heeft een vriend, zei ze laatst. Nummer 90 uit deze lijst?
51. Erik van Muiswinkel
Erik toch. Met Van Vleuten geniaal, als imitator briljant, qua gevatheid ongeëvenaard. Maar die stijve leuter van het morele gelijk zit hem zo gruwelijk in de weg, die drammerige domineesmentaliteit. Mr. Hyde de extreemlinkse activist wint het te vaak van Dr. Jekyll de messcherpe humorist. Eeuwig zonde.

donderdag 23 augustus 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 70-61

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 70 t/m 61.

70. Carlo Boszhard
De teksten zijn vaak allerbelabberdst, maar Boszhard heeft qua mimiek, maniertjes en stemgeluid inmiddels al een honderdtal BN'ers en semi-BN'ers overtuigend gepersifleerd. Dat is wel een vermelding in deze lijst waard, naar wij dachten.
69. Owen Schumacher
De mindere helft van het duo Groot & Schumacher. Heeft de grote makke dat hij geen stemmen kan nadoen: elke gepersifleerde BN'er heeft de piepstem van Schumacher zelf. Maar de acteerprestatie is dan weer vaak zó goed dat je je daar nauwelijks aan stoort.
68. Arjen Lubach
Nu we toch met de persiflages bezig zijn: Arjen Lubach is tot op heden de enige die een geloofwaardige Nico Dijkshoorn wist neer te zetten. 'Matthijs, ik zit hier bovon.' Korte versie (1 min.) - Lange versie (2 min.)
67. Sanne Wallis de Vries
Heeft eindelijk bestaansrecht gekregen: door De Vries' Koefnoen-typetje sterven corpsmeisjes hopelijk uit.
66. Eric van Sauers
Eric van Sauers (Utrecht, 18 september 1964) is een Nederlands cabaretier, stand-upcomedian en acteur.
65. Tineke Schouten
Lenie uit de Takkestraat, De Koffiejuffrouw, Andrea Riool. Onschuldig vermaak voor het grauw. Niks mis mee / Niks aan te missen (doorhalen wat niet voor u van toepassing is).
64. Arie en Silvester
Ja, dat was ooit een behoorlijk geestig duo. Maar Arie ging voor de Mediamarkt-geldzak door de knieën en 'won' de prijs voor Meest Irritante Bekende Nederlander in een Reclame. Kan nu nooit meer met een nieuwe show op de planken komen, want je kunt als publiek nooit zeker weten of Arie je niet subliminaal een dvd-recorder probeert aan te smeren.
63. Youp van 't Hek
Koning van de grinnik: je moet vaak een beetje grinniken, maar echt lachen zit er nooit in bij Youp. De enige keer dat het echt leuk leek te worden, toen iemand uit het publiek Youp diste omdat-ie z'n rijbewijs kwijt was en Youp hem even later grandioos terugpakte, toen bleek het doorgestoken kaart. En dat eeuwige gekanker op de kakkers terwijl hij zelf de opperkakker is. Bah. Met z'n bretels. En z'n kutboekjes.
62. Emilio Guzman
Inderdaad het broertje van. Zuipt minder, komt de humor ten goede.
61. Stefan Pop
Met weinig tekst en superieure zelfironie een heersende sketch maken met Theo Maassen als sidekick, Stefan Pop doet 't gewoon: Leo Klaassen. Bekijk vooral ook de aftiteling tot het eind!

donderdag 9 augustus 2012

Zoggels top 100 Nederlandse cabaretiers: 80-71

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 80 t/m 71.

80. Jandino Asparaat
Naar verluidt een pseudoniem van Jan-Derk Aspartaam. Hij is een beetje de Churandy Martina van het Nederlandse cabaret: altijd vrolijk, 24/7 een big smile, komt echter net tekort als de prijzen verdeeld worden. Maar hij blijft blij.
79. Leon van der Zanden
Brabant is sinds Teeuwen en Maassen toch wel de hoofdprovincie van het hedendaagse cabaret. Leon van der Zanden uit Helmond draagt daar echter maar mondjesmaat aan bij. Hij probeert gewoon net iets te hard Hans Teeuwen na te doen: Dolfijn.
78. Klaas van der Eerden
Vrees dat hij toch altijd dat mannetje van het beatboxen zal blijven.
77. Dolf Jansen
Jansen zonder Lebbis is als een worstenbroodje zonder worst: dan blijft er slechts een mager, slap, klef broodje over, kleurloos en smakeloos, nauwelijks weg te slikken. Probeerde het maar eens door het publiek de grappen te laten aanleveren, maar het volk nam hem grandioos in de maling door alleen maar meuk in te sturen.
76. Hans Liberg
Vaste gast in de TV-show van Ivo Niehe, die hem echter elke keer weer vergeet te vragen hoe hij er toch in slaagt jaar in jaar uit volle zalen te trekken met steevast exact dezelfde voorspelbare flauwe flapdrollerij.
75. Pieter Derks
Mocht dit jaar stand-uppen in De Wereld Draait Door. Om de week die voorbij was komisch te becommentariëren en zo. Hij is nog in opleiding zullen we maar zeggen.
74. Ellen Pieters
In Kopspijkers glansrollen als onder anderen Máxima Zorreguieta, Rita Verdonk en Karla Peijs. Desondanks niet zo bekend, ten onrechte.
73. Paul Haenen
Is Bert. Wel een bijzonder type cabaretier bovendien: ook als hij niet verkleed als ds. Gremdaat maar als zichzelf ergens verschijnt speelt hij die rol.
72. Gerard Cox
Niets veroudert zo snel als humor. Daarom is het een hele geruststelling dat over veertig jaar nog steeds Toen was geluk heel gewoon op de buis te zien zal zijn. Want hij blijft ijzersterk: 'Tjonge jonge jonge...'
71. Rien Bekkers
Een van mijn favoriete tonpraters. Als Rinuske Rasmussen, als Rinuske de glazenwasser en natuurlijk als Rinuske de luchtpiloot, op stap met de PSV-selectie - terecht opgenomen op de cd Brabantse Kampioenen 5.

donderdag 26 juli 2012

Zoggels Top 100 Nederlandse cabaretiers: 90-81

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 90 t/m 81.

90. Vincent Bijlo
Was wel een grappig en ondeugend mannetje, tot hij ineens zonodig de Bob Fosko van GroenLinks moest worden en met dubieus jatwerk als 'Jan de Loodgieter' op de proppen kwam. Maar ja, je hebt GroenLinks en je hebt humor and never the twain shall meet.
89. Geert Wilders
Een van de grofste grappenmakers van Nederland. Laat regelmatig parlementariërs schudden van het lachen, en niet alleen die van zijn eigen groep. Een puike prestatie, want het is een moeilijke zaal, de Tweede Kamer.
88. Seth Gaaikema
Ik maak in gezelschap vaak flauwe woordgrapjes en dan zucht de een, kijkt de ander me geërgerd aan en gaat een derde gauw ergens anders zitten. Seth Gaaikema verdient er al een halve eeuw zijn boterham mee. Zou het komen omdat ik nooit zo'n dunne microfoon op z'n Gaaikema's vasthoud?
87. Javier Guzman
Moet vaak tournee afbreken vanwege een alcoholprobleem. Komt dan terug met een nieuw programma waarin hij vertelt over zijn alcoholprobleem en over hoe het is je tournee te moeten afbreken vanwege een alcoholprobleem. Gouden formule.
86. Sara Kroos
Zat voor het contrast bij De Lama's. Niet als de verplichte vrouw tussen verder alleen maar mannen, bedoel ik, maar om de anderen grappiger te laten lijken dan ze daadwerkelijk waren. Komt solo gelukkig iets beter uit de verf. Ietsje beter.
85. Murth Mossel
Hij heet echt zo.
84. Howard Komproe
Was de blauwe leeuw in de Postbank-reclame. Wilde desondanks nadien nog serieus genomen worden. Heet trouwens ook echt zo.
83. Paul van Vliet
Is al meer dan tien jaar lang leuker als typetje van Erik van Muiswinkel dan in hoogsteigen persoon. Hoogste tijd dus om er maar eens mee op te houden.
82. Jörgen Raymann
Ooit booming met confronterende grappen over Surinamers maar allang als humorist kaltgestellt door de fatsoensridders van de politieke correctheid. Moet sindsdien na elke grap nog 67 andere culturen beledigen om vooral niet de schijn te wekken niet politiek correct te zijn. En oh ja, we moeten onze school afmaken omdat Jörgen het zegt.
81. Marc-Marie Huijbregts
Iedereen kan 'm nadoen. Iedereen? Ja, da's echt waar! Eén woord: vermoeiend. Meepesaant met Marcel Musters was dan weer wel heel goed.

donderdag 12 juli 2012

Zoggels Top 100 Nederlandse Cabaretiers: 100-91

Het weblog "Zoggel" presenteert zijn hoogst persoonlijke en dus hoogst eigengereide top 100 van Nederlandse cabaretiers. Speelgerechtigd zijn alleen grappenmakers en geinponems die heden ten dage hun humor of poging daartoe op de bühne of op de beeldbuis brengen of dat in de voorgoed voorbije levensdagen van ondergetekende hebben gedaan. Jammer maar helaas dus voor Eduard Jacobs, Alex de Haas, Wim Kan, Toon Hermans e tutti quanti. Vlamingen mochten meedoen als ze ook in Nederland bekend zijn, dat wil zeggen: als ik ze ken. Dat geldt overigens voor iedereen in de lijst: ken ik je niet, dan heb je pech. Maar ik ken er wel een boel, zo ben ik dan ook wel weer. Vandaag de nummers 100 t/m 91.

100. Freek de Jonge
Decennialang gijzelnemer van het vaderlandse cabaret, tot eindelijk ene H. Teeuwen ingreep. Murmelt echter maar door; zelfkastijders en lijders aan het stockholmsyndroom blijven hem volgen. Vindt dat hij 'de statuur heeft dat hij moet worden gevraagd' wil hij nog een conference doen. Nimmer bood een plaag zo gemakkelijk zijn eigen bestrijdingsmiddel aan.
99. Rob Kamphues
Die zielepoot is ook cabaretier geweest! Kun je je dus helemaal niks bij voorstellen.
98. Jack Spijkerman
Nog zoiets. Jack was als schooljongen grappenmaker, maar hij telt als presentator van humortelevisie en -radio natuurlijk niet echt mee als humorist. Anders moeten we Patrick Lodiers ook nog gaan ranken...
97. De Lama's
Spuugden vier jaar lang klodders twijfelachtige humor in het gezicht van de televisiekijker.
96. Viggo Waas
Speelt standaard de humorloze schlemiel om te verhullen dat hij een humorloze schlemiel is. Is de Ringo Starr van NUHR. En die zijn maar met zijn drieën, kun je nagaan.
95. Beau van Erven Dorens
Eendagscabaretier. Moedige poging. Morgen lach je erom. Of niet.
94. Lenette van Dongen
Word ik vooral heel bang van. Altijd het gevoel dat ze mij bedoelt. Zelfs als ze het over bouwvakkers heeft.
93. Bavo Galama
Frenkel Frank is dood. Sylvia is dood. Aad van den Heuvel is een zure oude man geworden. Bavo Galama is de enige Ook Dat Nog!-er die nog over is. En Hans Böhm dan, maar die was zijn eigen typetje.
92. Samba Schutte
Won het Leids in 2006. Moet een heel zwak jaar zijn geweest.
91. Jan Jaap van der Wal
Met het meubilair van de Dit Was Het Nieuws-studio werd per abuis ook de humor van Jan Jaap bij het grof vuil gezet. Verwarde 'oudejaarsconference' met 'oudejaarspreek'.