Posts tonen met het label Amerikaanse politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amerikaanse politiek. Alle posts tonen

zondag 22 januari 2017

Zeven dagen Trump

Een speciale aflevering (#310) van de rubriek 'Zeven dagen lang'

Op vrijdag 20 januari 2017 kregen de Verenigde Staten van Amerika een nieuwe president. Barack H. Obama is geschiedenis, de toekomst is aan Donald J. Trump. Hij is lomp, onbehouwen, ordinair - een unprecedented president -, maar dat is de oppervlakte, de voorkant, het masker. Wat ligt daarachter? Wat is zijn kracht, wat zijn zwakte? Waar liggen de kansen, waar de gevaren?
  De machtsoverdracht in de VS zorgde voor een stortvloed aan columns, analyses en opinies. Het valt niet mee in dat helse pandemonium nog nuchtere, verstandige en rationele commentaren te vinden die voorbijgaan aan de waan van de dag. Maar ze zijn er wel, als je goed zoekt: beschouwingen die de jubelende euforie van de alt right en de nieuwrechtse bewegingen aan de ene kant en de hysterische onheilsprediking van de mainstream-media en de oud- én nieuwlinkse politiek aan de andere kant weten te overstijgen.

Op MAANDAG schreef Arie Elshout in de Volkskrant een uitgebreid commentaar: 'Hoe acht jaar Obama kon uitmonden in een Trump'. Acht jaar geleden werd de wereld 'collectief verliefd' op Obama. Nu hij afzwaait kan hij een alleszins acceptabel eindrapport overleggen. Ten eerste op het menselijke vlak, op het in de politiek altijd van mijnen en boobytraps vergeven domein van de integriteit: Obama toonde zich steevast 'een gepolijste en beheerste persoonlijkheid'. 'Hij koos zijn woorden zorgvuldig' en hij 'raakte nooit in een privéschandaal verstrikt'. Ook beleidsmatig boekte hij successen: de president 'hielp miljoenen onverzekerde Amerikanen aan een ziektekostenverzekering, nam voor kinderen van illegale immigranten de dreiging van uitzetting weg, tekende het klimaatakkoord van Parijs, kondigde nieuwe regels voor Wall Street af, streefde naar vrijhandel met Azië en Europa, en legde een engelengeduld aan de dag bij zijn pogingen Iran van kernwapens af te houden.'
  Trump is in alles het tegendeel van Obama. Veel van diens verworvenheden wil hij terugdraaien. De kernvraag is dan ook: hoe kon acht jaar Obama uitmonden in Trump? Het antwoord luidt: arrogantie en een gebrek aan empathie. Met Obama meenden de Democraten zo ongeveer definitief de macht naar zich toe te hebben getrokken: 'Zij vertegenwoordigden de toekomst, het nieuwe, diverse Amerika.' Het succes van Bernie Sanders was echter een teken aan de wand: 'Het onbehagen zat ook in de Democratische achterban, maar dat waren populisten en die hou je op afstand. Dat men populisten ook kan zien als kiezers die zich genegeerd voelen door de gevestigde politiek en daarom uitwijken naar alternatieve politici die wel luisteren, kwam niet bij de Democraten op.'
  Rechtse kiezers in de VS verlangen in de regel terug naar het Amerika van net na 1945, toen de grote middenklasse opkwam op de golven van welvaart en werkgelegenheid. Die wens kunnen de Republikeinen natuurlijk nooit in vervulling laten gaan, maar links verzuimde met een alternatief te komen: 'De fout van de Democraten was dat ze zich te weinig inleefden in het gevoel van gewone blanke Amerikanen dat het land hun ontglipt. Links kijkt namelijk vooral vooruit. Obama annexeerde de geschiedenis als exclusieve bondgenoot. Hoewel hij leerde dat Verandering tijd kost, meende hij zeker te weten dat de loop van de historie uiteindelijk leidt tot een wereld gedomineerd door progressieve waarden, zoals tolerantie, diversiteit en gelijkheid.' Wie daar kritische kanttekeningen bij plaatst wordt gedemoniseerd, hij staat 'aan de "verkeerde kant van de geschiedenis"' zoals dat heel denigrerend heet.
  'Waar rechts het verleden idealiseert, idealiseert links de toekomst. Het denkt dat die onomkeerbaar zijn kant op beweegt. Dat is net zo onrealistisch als de zogenaamd ideale wereld van vroeger die rechts koestert, maar ondertussen zet links andersdenkenden weg als achterlijken die je beter kunt mijden.
Ook leidt het tot een preoccupatie met minderheidsgroepen die in een achterstandssituatie verkeren en vooruit geholpen moeten worden. Het Hooggerechtshof had het homohuwelijk nog niet geregeld, of meteen werd de sprong gemaakt naar de transgenders als nieuwe bedreigde mensensoort.
Op zich is de emancipatie van zulke groepen een noodzakelijk streven. Maar voor Amerikanen in vervallen industriestreken die kampen met banenverlies en uitzichtloze armoede moet het gedoe over transgendertoiletten overkomen als een wrang voorbeeld van hoe modern links moeite heeft hoofd- van bijzaken te onderscheiden.'
  Elshout illustreert dit met een beeldende vergelijking: 'valt het een werkloze staalarbeider echt kwalijk te nemen dat hij zich moeilijk identificeert met een antioxidanten telende daktuinbezitter in Brooklyn, waar Hillary haar hoofdkwartier had? Het zijn twee volstrekt verschillende werelden.' Zijn conclusie luidt: 'Trump is gekozen door rechts, maar zit er ook vanwege het falen van een arrogant links.'

Kees Homan van Instituut Clingendael ging op DINSDAG, eveneens in de Volkskrant, in op de defensieplannen van de nieuwe president: 'Trump richt zich teveel op traditionele oorlogsvoering'. Trump wil 'een grotere en gemoderniseerde krijgsmacht. Hij bepleit een militair apparaat dat zo sterk, machtig en gerespecteerd is, dat de Verenigde Staten geen kernwapens hoeven in te zetten.' Bovendien wil hij bezuinigen op de Amerikaanse bijdrage aan de NAVO.
  Tegelijkertijd hebben de hoorzittingen deze week laten zien dat de beoogde ministers voornemens zijn de soep lang niet zo heet te eten als hun baas die meent te moeten opdienen. Mad Dog Mattis bijvoorbeeld: 'de beoogde minister van Defensie, de gepensioneerde generaal James Mattis, verklaarde voor de Senaatscommissie, dat hij Trump duidelijk gemaakt heeft de verplichtingen aan de NAVO na te komen. Mattis zei bovendien dat als er nu geen NAVO bestond, er één opgericht moest worden. Daarnaast kritiseerde hij ook, in tegenstelling tot Trump, de Russische president Vladimir Poetin en verklaarde hij de nucleaire deal met Iran te respecteren.'
  Toch zijn 'de nodige kritische kanttekeningen' gerechtvaardigd. 'Allereerst is er de vraag of alle defensieplannen financieel haalbaar zijn. Zo zal het defensiebudget minimaal met 100 miljard dollar verhoogd moeten worden. Trump heeft gesuggereerd het geld elders bij de overheid weg te halen. Maar hij heeft ook al verklaard fors in de binnenlandse infrastructuur te gaan investeren en de belastingen te verlagen.'
  Daarnaast is er de onzekerheid in hoeverre de matigende toon die ministers als Mattis aanslaan doorvertaald gaat worden naar het beleid: 'De vraag is wie uiteindelijk telkens aan het langste eind gaat trekken.'
  Voorts is uit de uitspraken van Trump niet bepaald een consistente beleidsvisie te destilleren, er is sprake van 'een onsamenhangende Trump-doctrine, die meer op intuïtie en lef dan op ratio is gebaseerd. Zo ontbreken morele overwegingen.'
  En ten slotte is uitbreiding van militaire middelen een vorm van 'traditionele oorlogvoering' die grotendeels achterhaald is. Anno nu is oorlog vooral 'hybride oorlogvoering', bestaande uit 'het verspreiden van desinformatie via sociale media, publieke mediacampagnes, inzet van zogenoemde vrijwilligers, subversieve activiteiten ter verstoring van de politiek en de economie et cetera.' Daar hebben we Trump nog niet over gehoord, 'daar blijft de toekomstige president ven de Verenigde Staten vooralsnog het antwoord op schuldig!'

Op WOENSDAG handelde de soms messcherpe, soms somberende, maar altijd lezenswaardige dagelijkse column van Theodor Holman in Het Parool over Trump: 'Het is bevrijdend dat Trump van alles aan zijn laars lapt'.
  Holman bekent diplomatie 'altijd een wonderlijk fenomeen' te hebben gevonden: 'net als tegen de advocatuur - een eerzame en nood­zakelijke beroepsgroep waarbij ik me niet thuis voel - heb ik een weerzin tegen de diplomatie: je moet handelen tegen je eigen moraliteit.' Zijn vader was een bekwaam diplomaat, maar 'ofschoon de term destijds nog niet bestond, heb ik het altijd ervaren als een vorm van politiek correct gedrag'.
  Als Trump iets niet is, dan is het politiek correct. 'Hij is in alles incorrect. En het verbaast me dat ­iedereen zich daar zo aan ­ergert; politieke tegenstanders nemen nu eenmaal beslissingen die je soms niet zinnen.' Holman ervaart het als 'bevrijdend' dat Trump niet politiek correct en niet diplomatiek is.
  'Zowel bij politieke correctheid als bij diplomatie is hypocrisie het voornaamste instrument, en dat instrument gedraagt zich als een immoreel boefje. Aan dat soort hypocrisie heeft Trump een ­hekel. We kunnen het vervelend vinden dat hij velen voor het hoofd stoot, maar hij beseft als geen ander dat je niet iedereen te vriend kunt houden. Je moet keuzes maken, en bij diplomatieke keuzes haal je nooit de hele buit binnen.'
  Obama wilde geen keuzes maken en haalde dus niets binnen: 'Obama, die we zullen missen als mens en als tactisch diplomaat, maar wiens presidentiële verdiensten, zo blijkt uit bijna elk commentaar, je bij elkaar moet schrapen om iets waardevols te kunnen laten zien.' Dat laatste is overigens nog maar de vraag, want ik lees ook over Obama zeer uiteenlopende eindrapporten. Misschien is het nog veel te vroeg om over hem te oordelen.

Over Obama en politieke correctheid schreef op DONDERDAG ook Derk Jan Eppink, in zijn column in De Morgen: 'Hoe de culturele elite de achterban van Trump verstevigt'. Sleutelwoord in zijn bijdrage is 'cultuuroorlog'.
  Op welhaast klinische wijze overziet de conservatieve denker Eppink het slagveld in de Verenigde Staten. 'De culturele elite was verliefd op Obama, maar haat Trump. Progressief Amerika komt maar niet over de nederlaag heen en beschouwt Trump als "niet legitiem". Daarmee is de "rechtvaardige cultuuroorlog" geboren.' Hij verwijst daarbij uiteraard ook naar de onsmakelijke lastercampagne over Trumps vermeende Moskouse uitspattingen: 'Buzzfeed, een website geleid door Kenneth Lerer, tevens de baas van de Huffington Post, en CNN gooiden het fake news in de ether. Trump hield een spektakelpersconferentie. Dat belooft nog wat.'
  Met deze onverkwikkelijke affaire is de toon voor een 'cultuuroorlog' gezet: 'Trump laat zich niet op de kop zitten door de culturele elite die zich opwerpt als scherprechter van goed en kwaad. Trump heeft lak aan politieke correctheid. Hij spreekt namens een groot deel van de bevolking dat het kwaad juist ziet in het "establishment" en Hollywood ronduit haat.'
  Het zijn de twee Amerika's waar ook Elshout al op wees. 'Hoe harder de elite uithaalt, hoe groter de cohesie van de Trump-aanhang. De kiezers in de Bible Belt en de Rust Belt kijken niet naar Saturday Night Live en hebben geen abonnement op de New York Times.' Zo zijn de troepenbewegingen op het slagveld van de cultuuroorlog: 'De adorables van de kustelites staan tegenover de deplorables in heartland America.' Een beslissende slag zal die om de economie zijn: als Trump er daadwerkelijk in slaagt voor economische groei en banen te zorgen, dan is dat nefast voor de Democraten, zeker met het oog op de komende Senaatsverkiezingen.

Tot zover de inleidende beschietingen. Op VRIJDAG was het uur U: de inauguratie van Trump in Washington DC. Op de televisie was het armoe troef. De wereld draait door, Nieuwsuur, Jinek: pure emo-tv. 'Volgens mijn belastinggeld ben ik tegen Trump', twitterde Theodor Holman venijnig. Het weloverwogen commentaar van de dag kwam van Boris van der Ham, oud-Kamerlid van D66, op zijn weblog: 'Trump-hater, beheers je'.
  'Om maar meteen met een disclaimer te beginnen: ik zou als Amerikaan niet op Donald Trump gestemd hebben. Niet omdat ik denk dat hij een racist zou zijn, want dat is hij volgens mij niet. Ja, het is een onbehouwen man, met een grove mond. Maar ik vond de manier waarop bijvoorbeeld zijn "lockerroom" opmerkingen over vrouwen door zijn tegenstanders werden uitgemolken, minstens zo ergerlijk en hypocriet.' Hear, hear!
  Niet dit identiteitspolitieke geneuzel maar de werkelijke politieke opvattingen van Trump moeten leidend zijn in het oordeel, zo vindt ook Van der Ham: 'De reden waarom ik niet op Trump zou gestemd hebben, heeft te maken met zijn visies op gezondheidszorg en het weer grotendeels afschaffen van Obamacare. Ook de opvattingen van Republikeinen over wapenbezit, milieubeleid, sommige internationale kwesties en ethische vraagstukken steun ik niet. Maar die opvattingen hadden voorgaande Republikeinse leiders ook, dus op dat punt is er niets nieuws onder de zon.'
  Vervolgens somt hij een aantal pluspunten van Trump op: hij is 'niet zo ideologisch' en komt met gefundeerde 'kritiek op internationale handel', in het bijzonder het 'blinde vrijhandelgeloof''. Daarnaast wil Trump zich krachtig afzetten tegen 'ingesleten diplomatiek geneuzel' - Holman prees dit ook al. China en Rusland hebben autoritaire, ruwe leiders, wat is er op tegen daar een Amerikaanse evenknie tegenover te zetten? Zachte heelmeester Obama heeft weinig kunnen uitrichten, Trumps kwaliteit is dat hij deals kan sluiten.
  Van der Ham verwoordt de tegenwerping van een fictieve opponent, die vergelijkingen met dictators en fascisten van stal haalt, en roept in reactie daarop op tot vertrouwen in het democratische proces: 'Trump is democratisch gekozen. Er is een parlement dat hem controleert en hem kan terugroepen. Ook functioneert de rechtstaat. Vooralsnog heb ik geen voorstellen gehoord die deze verhouding wil aantasten.' Pas als die er onverhoeds alsnog komen, dan zijn woede en actie gerechtvaardigd: 'het gevaar is dat sommige mensen nu al zo boos zijn, en zo verblind zijn door woede, dat ze hun kruit verschieten. Hoe geloofwaardig is het, mocht Trump daadwerkelijk nare maatregelen treffen, als je je nu al hebt overschreeuw[d]?'
  Dank, Boris van der Ham, voor deze beheerste analyse. Een verademing te midden van alle hysterie.

Weekend, met op ZATERDAGochtend een heerlijke relativerende column in het Dagblad van het Noorden van Daniël Lohues, de wijze uit het oosten.
  Hij begint zijn stukje 'Nieuwe tijd' met een natuurimpressie: 'De zon gaat onder. Een witte wereld in blauw en rozig licht. Het is windstil. De ganzen in de verte gakken onrustig. Ook een paar kraaien in de verte maken zenuwachtige geluiden.' Overal is het onrustig, op Twitter en op Facebook roeren de mensen zich. Het tijdperk Obama komt ten einde. 'Ik weet nog hoe blij we waren acht jaar geleden. We voelden allemaal dat er iets geweldigs aan zat te komen. Nu is dat anders. Alles is anders. Veel mensen zijn bang voor erge dingen. Tot atoombommen aan toe. Ik weet het niet. Gelukkig niet.'
  Vijf reeën doorkruisen de vlakte achter zijn huis, waar ook een uitkijkhut is. Er zit bijna nooit een jager in, dus het zal wel goed gaan, maar toch. Het zet Lohues aan het denken. Wat als er iemand gaat schieten op de president? Gekken genoeg, maar toch: het zal wel goedkomen. 'De zon is inmiddels achter de horizon verdwenen. Aan de andere kant van de aarde moet het inmiddels dag worden. Dat gaat al 4,6 miljard jaar zo. Dus ook dat komt vast wel goed.'
  Graag meer meer meer van zulke poëtische wijsgerigheid uit Drenthe.

Tot besluit op ZONDAG op Follow the Money de prikkelende bijdrage 'Wat heeft Trump nou eigenlijk verkeerd gezegd?' van Ewald Engelen, de dwarse financieel geograaf en aspirant-parlementariër van de Partij voor de Dieren.
  In navolging van Boris van der Ham begint ook Engelen zijn analyse met een disclaimer: 'Begrijp me niet verkeerd: ook ik walg van het misogyne, racistische, ordinaire, verwende, moreel abjecte personage dat de komende vier jaar dit belangrijke ambt gaat vervullen.' Zijn recalcitrantie begrijp ik vervolgens maar al te goed: 'Maar als de consensus zo overvloedig van de kolommen klotst, word ik altijd een beetje narrig: staat het frame een eerlijke beoordeling van 's mans woorden überhaupt wel toe? Want wat zei Trump nou precies voor aanstootgevends? Hij keerde zich tegen het politieke establishment dat nu al decennia de toon zet in Washington, ongeacht of het nou Democratisch of Republikeins is. Hij verweet datzelfde establishment vooral goed voor zichzelf te hebben gezorgd en zich weinig gelegen te hebben laten liggen aan het Amerikaanse volk. En hij beloofde niets meer of minder dan een radicale breuk met deze regering van, voor en door zelfbenoemde aristocratie, door de macht eindelijk terug te geven aan datzelfde volk. Me dunkt dat daar weinig tegen in te brengen valt.'
  In navolging van steeds meer topeconomen rekent Trump bovendien af met het blinde geloof in vrijhandel, de 'Davos-consensus', 'die luidt dat meer vrijhandel een grotere koek betekent, dat het 300 tot 400 miljoen Chinezen uit bittere armoede heeft bevrijd en dat de verliezers in Delfzijl, Detroit, Wuppertal en Liverpool maar op hun zakdoek moeten bijten - als zij vanuit de olympische hoogte van Davos überhaupt worden gezien.'
  De huidige tegenbeweging maakt daar nu een einde aan: 'Trump (en Sanders) komt de eer toe de vele verliezers van deïndustrialisatie in de Verenigde Staten (en Europa) nadrukkelijk op de politieke kaart te hebben gezet.' Voor Trump is 'hyperglobalisering geen natuurwetmatigheid', maar 'het gevolg van politieke beslissingen die de belangen van "Joe Sixpack" zwaar hebben geschaad. Kom daar maar eens om: een politicus die globalisering een politiek project noemt en niet een natuurlijk proces. Ook in Nederland zijn die met een lichtje te zoeken. Niet snel zal ik de senator van GroenLinks vergeten die zijn verdediging van de euro in reactie op mijn aanval begon met de zin: "Globalisering is nu eenmaal een feit."'
  Engelen wijst op 'de kracht van het frame' dat kort maar krachtig luidt: 'alles wat Trump doet is per definitie slecht gedaan.' Als hij het onverhoopt toch goed zou doen, dan zou dat een nederlaag voor het neoliberale establishment betekenen. 'De man moet falen, koste wat het kost. En dat betekent dat de neoliberale elite en haar hulptroepen bij de elitepers als de dood zijn dat zij bij een eventueel succes van Trumps economisch nationalisme electoraal in hun hemd komen te staan. Het is wat de economische cijfers van de Verenigde Staten post-Obama, en van het Verenigd Koninkrijk post-Brexit, momenteel voorzichtigjes suggereren: breken met de consensus loont.'
  Wat Engelen daarentegen somber stemt is de onzekerheid over Trumps beleidsmatige vertaling van zijn visie, 'de mate waarin hij daadwerkelijk iets aan de evidente uitwassen van hyperglobalisering gaat doen'. Uit zijn benoemingen blijkt bijvoorbeeld al dat de belangen van de 'Amerikaanse grootzakelijke elite' niet zullen worden geschaad.
  Engelen besluit met een toekomstvoorspelling: 'Dit wordt de komende vier jaar het beeld: Trump wordt verguisd vanwege zijn politieke incorrectheid, bekritiseerd vanwege zijn economisch nationalisme, geprezen vanwege zijn investeringsplannen en met rust gelaten als hij de cronies van het Amerikaanse kapitalisme opzichtig de hand boven het hoofd houdt.'

Zeven verstandige beschouwingen, afwisselend afstandelijk en persoonlijk, achteromkijkend en vooruitblikkend, kritisch en relativerend. Zo kan het ook.

zaterdag 12 november 2016

Trump, wilt gy ons hier doen zinken?

Ik kan me voorstellen dat degenen die dinsdagnacht de zalige slaap der onwetenden verkozen, de volgende ochtend danig verrast werden door het nieuws dat Donald J. Trump de volgende president van de Verenigde Staten wordt. Ons was immers door alle mainstream media en door bataljons deskundigen bezworen dat we rustig konden gaan slapen in de zekerheid dat Hillary Clinton de zege echt niet meer kon ontgaan.
  Zelf bleef ik de hele nacht op en zag het gebeuren. Het fascinerende daarbij was dat de overwinning van Trump er natuurlijk niet van het ene op het andere moment was, maar een uitkomst betrof die er urenlang over deed om gestalte te krijgen, contouren aan te nemen, van onmogelijkheid via reële kans tot onontkoombaarheid te promoveren. Het besef sijpelde maar langzaam door bij de verslaggevers.
  Er was wel een klein kantelmomentje. Dat was toen de NOS een gesprek tussen presentator Rob Trip en de dienstdoende Amerikadeskundige onderbrak om een eerder bericht te rectificeren. De tussenstand in de belangrijke swing state Ohio was niet 52% Clinton en 45% Trump, zoals kort daarvoor was gemeld door de opvolgster van Herman de Schermman, Dionne Stax (Dionne de Schermamazone), maar precies andersom.
  Toen ging ik wel even rechtop zitten, want als de kardinale staat Ohio toch naar Trump ging, dan zou het nog weleens spannend kunnen worden. Even later ging ook Florida definitief naar Trump en toen North Carolina en Iowa en was de beer los.
  Het kwam nu aan op de blauwe 'bufferstaten' in het midwesten, daar moest Trump er nog een paar van zien te veroveren om te winnen. De exit polls lieten zien dat het spannend was, maar de voorsprong was er - en dan weet je eigenlijk al wel dat dat niet opeens nog radicaal zal omslaan.
  Die malle Michael Moore had dus gelijk toen hij enige tijd geleden schreef dat de rust belt, de staten in de Midwest gelegen aan de Great Lakes het verschil zouden gaan maken: Michigan, Wisconsin, Ohio, en ook Pennsylvania - traditioneel Democratische staten maar ze gingen nu naar de Republikeinen. Daar wonen de slachtoffers van de globalisering, daar wrokt de genegeerde middenklasse die aan haar lot werd overgelaten:
  'Angry, embittered working (and nonworking) people who were lied to by the trickle-down of Reagan and abandoned by Democrats who still try to talk a good line but are really just looking forward to rub one out with a lobbyist from Goldman Sachs who’ll write them nice big check before leaving the room.'
  Een klein jaar geleden betwistte ik in deze bijdrage de rotsvaste overtuiging van de kenners dat Trump nooit president zou kunnen worden, en ik was lang niet de enige, al moest je daarvoor wel bij de wat dwarsere duiders zijn. Want de grote vraag is natuurlijk hoe cognitieve dissonantie de mainstream media heeft kunnen infecteren, als een koorts, een stoornis. Eerder gebeurde het al bij de Republikeinse voorverkiezingen, het associatieakkoord met Oekraïne en het Brexit-referendum: telkens zaten de kenners en de peilers er grandioos naast.
  Hoe is het mogelijk dat men niet heeft willen of kunnen begrijpen dat Trump juist een grote kans maakte? De gerespecteerde blogger Carel Brendel opperde een interessante verklaring in zeven stappen, die ik graag in extenso citeer:
  '1.De meeste journalisten zijn afkomstig uit een sociaal-culturele groep van mensen met zelfde opvattingen en wereldbeeld; 2.Ze volgen journalistieke opleidingen waarin dezelfde opvattingen en hetzelfde wereldbeeld nog eens worden bevestigd; 3.De in hun vakgebied meest gerespecteerde "kwaliteitsmedia" zijn bij uitstek de media die dat wereldbeeld uitdragen; 4.Ze delen daarnaast de in hun groep levende vooroordelen tegen andere sociaal-culturele groepen; 5.Ze hebben daardoor minder inzicht in wat er leeft in andere sectoren van de samenleving; 6.Ze kunnen zich daarnaast niet goed voorstellen dat andere mensen hun verstandige opvattingen en wereldbeeld niet delen; 7.Het gevolg is dat media keer op keer mistasten met politieke voorspellingen.'
  Vooral punt 6 is de spijker op de kop en is niet alleen van toepassing op de mainstream media maar in den brede op wat Theo van Gogh altijd treffend 'de boven ons gestelden' noemde: er is sprake van een onvermogen om te snappen dat hun wereldbeeld niet per se 'beter' is dan die van andere groepen maar vooral 'anders': want gebaseerd op andere situaties, andere belangen, andere prioriteiten. Ik geloof dat het niet eens kwade wil is maar gewoon een blinde vlek, veroorzaakt door een balk in het oog van vrij forse omvang.
  Zorgwekkend is dat het ook voor veel van de 'progressieve' jongeren geldt die nu demonstreren in de VS. Is het niet ironisch dat zij moord en brand schreeuwden toen Trump zei de uitslag niet bij voorbaat te zullen accepteren maar nu zelf de uitslag weigeren te aanvaarden en alles kort en klein slaan?
  Wat opvalt als de studenten aan het woord komen, is dat het nooit over de politieke (in)competentie van Trump gaat maar over iets anders: ze accepteren geen racistische, homofobe en misogyne president!
  Het is de obsessie van de kwetsgevoelige millennials die voor een grenzenloze wereld zijn maar niet meer buiten de grenzen kunnen kijken van hun eigen academische safe spaces waarbinnen iedereen een op maat geknipt identiteitsstickertje krijgt opgeplakt, gegarandeerd kwetsvrij, en waar talent, kunde en kennis niet meer doorslaggevend zijn: niet wat je kunt - of niet kunt - telt maar wie je bent.
  Ze projecteren al het kwaad nu in politiek incorrecte kretologie, omdat in hun wereld woorden zwaarder wegen dan werkelijkheden (cf. de neiging constant begrippen te willen verbieden alsof daarmee de onderliggende problematiek ook verdwijnt). Dat met Trump 'the forgotten man and woman' weer gezien en gehoord worden, dat er nu eindelijk een einde kan komen aan de oorlog in Syrië, maar ook dat de zwaarbevochten sociale mijlpaal Obamacare misschien zal sneuvelen, dat klimaatverdragen getorpedeerd of tenminste getraineerd zullen worden - voor deze werkelijk politieke thema's interesseren ze zich klaarblijkelijk niet, want voor hen is er alleen identiteitspolitiek.
  En net als bij de Brexit geldt ook hier: in plaats van hun woede te richten op andersdenkenden - of 'andersbelanghebbenden' - zouden ze zich misschien ook eens mogen concentreren op het falen van de eigen groep: de verklaring dat Trump door oudere blanken is verkozen blijkt immers een mythe: 'it obscures the awkward fact a lot of young Democrats failed to get out and vote.' Moeite doen in plaats van moeilijk doen!

donderdag 13 oktober 2016

Nederland na Trump of Clinton

Voor het tweede debat tussen de Amerikaanse presidentskandidaten ben ik niet opgebleven. De wekker ging om zes uur, anderhalf uur slaap na anderhalf uur satire die bittere ernst is leek me te gortig.
  's Ochtends las ik dezelfde onzin als de vorige keer. CNN wist weer te melden dat Clinton volgens de polls had gewonnen. Het was een peiling onder het kijkersbestand van CNN, dat voor het overgrote merendeel uit Democraten bestaat en dus was het geen geloofwaardige poll.
  Volgens het liveblog van de Volkskrant werd het ijzige debat 'toch met een positieve noot afgesloten'. Op de vraag of ze ook een positief punt van elkaar konden noemen antwoordde Clinton dat ze Trumps kinderen bewonderde. Dat is helemaal geen positieve opmerking, zoals ook Max Pam vandaag opmerkte: 'Als je goed luisterde naar wat Hillary eigenlijk zei, hoorde je volgens mij dit: "Jullie vader is een ongelooflijke lul, maar ik respecteer jullie omdat jullie zo stom zijn om die lul van een vader zo toegewijd te volgen".'
  Uiteraard ging het ook volop over 'pussygate'. De enorme verontwaardiging van de laatste dagen frappeerde me nogal. Eerlijk gezegd zou ik geschokter zijn geweest als er plotseling een geheime opname zou zijn opgedoken waarop Trump een hecht doortimmerde en goed onderbouwde visie op, ik noem maar iets, het gezondheidszorgstelsel ontvouwt. Dat verwachten we immers niet van hem, we verwachten juist domme, holle, botte frasen. Uitspraken over pussygrabbing beantwoorden perfect aan dat verwachtingspatroon.
  Enkele prominente Republikeinen trokken hun steun aan Trump in naar aanleiding van de teksten. Dus niet zijn politieke onervarenheid is het probleem, niet zijn ideeën of het gebrek daaraan, niet zijn soms misselijkmakende gedrag, niet zijn algehele incompetentie en ongeschiktheid, nee, dat was allemaal geen reden om Trump af te wijzen, maar wat machogebral uit 2005 opeens wel.
  Snappen ze bovendien niet dat hun verwerping van Trump juist koren op de molen is van diens electoraat? Hij is de anti-establishmentkandidaat, kiezers steunen hem juist uit afkeer van de incrowd waartoe ook die prominenten behoren.
  Hypocrisie is sowieso een enorme ergernis. Al die Hollywood-'sterren' die de staf breken over Trumps uitspraken over vrouwen. Hollywood of all places, het domein van 12 echtgenotes en 13 minnaressen. En dan zo'n Jerry Springer, die heel moreel verheven zit te twitteren: 'Hillary Clinton belongs in the White House. Donald Trump belongs on my show.' Hij is verdomme met zijn tokkietelevisie medeverantwoordelijk voor deze schertsvertoning. Daar was altijd de vraag of je naar acteurs zat te kijken of naar echte mensen - ik geloof dat er zelfs een rechtszaak aan is gewijd. Er is een hele generatie Amerikanen opgegroeid die geen onderscheid weet te maken tussen verzinsel en werkelijkheid. Trump is hun logische kandidaat.
  De ellende is natuurlijk dat Clinton het andere uiterste van het spectrum vertegenwoordigt: niet de totale politieke nitwit maar iemand die juist veel te goed thuis is in het schimmige politieke wereldje van machinaties, nepotisme en cliëntelisme - zie haar connecties met die doodenge George Soros.
  Interessant voor ons Europeanen was wat beide kandidaten met Syrië voorhadden. Clinton pleitte voor 'more leverage against the Russians', voor de inzet van Amerikaanse commando's, terwijl Trump juist Rusland wil steunen tegen IS en zich verder niet wil mengen in het interne conflict. Hij wil graag beste maatjes zijn met Poetin en zal niet meewerken aan een onderzoek naar Russische oorlogsmisdaden in Syrië.
  Je kunt je afvragen of Trump hiermee, zijn totaal verkeerde motieven ten spijt, de wereldvrede niet van de weeromstuit een dienst bewijst. De Russen dreigen nu de hele tijd met een nucleaire oorlog indien Amerika zich militair in het conflict zou storten. Trumps isolationisme kan dan de-escalerend werken.
  Aan de andere kant is Poetin natuurlijk de onberekenbaarheid zelve. Misschien grijpt hij het momentum juist aan om zijn invloedssfeer nog verder te vergroten, in de wetenschap dat hij van de VS geen tegenstand hoeft te verwachten en Europa zonder de VS weerloos is. Zo liet Trump al weten NAVO-bondgenoten zoals de Baltische staten niet onvoorwaardelijk te steunen bij een Russische inval. Overigens zijn ook de oliedomme provocaties van NAVO-zijde aan de oostgrens hier niet bepaald handig - dat mogen we niet veronachtzamen.
  Rusland roert zich inmiddels volop. Het verstevigt zijn greep op Syrië, opent een luchtmachtbasis in Egypte, onderhandelt over heropening van bases in Cuba en Vietnam en stationeert nu zelfs raketinstallaties voor kernkoppen in Kaliningrad met een bereik van 700 km - dat is al tot aan Berlijn. Bovendien is Poetin dikke maatjes geworden met islamofascist Erdogan. 
  De Amerikaanse presidentsverkiezingen gaan dus ook over de toekomst van Europa, waarbij beide kandidaten een gevaar vormen voor de vrede op het continent. Er zijn dan twee uitwegen mogelijk: 'Finlandisering', dat wil zeggen een verregaande meegaandheid met Rusland, of het sluiten van nieuwe allianties buiten de VS om, bijvoorbeeld met China. Er is ook een derde, nog veel onzekerder mogelijkheid: als volledig soevereine natiestaat buiten alle allianties en antagonismen blijven: een nexit. 
  Deze kwestie, die keuze, het zou dringend een kernthema moeten worden in de aanloop naar de komende parlementsverkiezingen in Nederland.

woensdag 14 september 2016

15 jaar na 9/11

Afgelopen zondag, vijftien jaar na de omineuze nine eleven, stelde GeenStijl zijn lezers de volgende vraag: 'Hoe veranderde uw wereld(beeld) door de aanslagen van 9/11 en de gebeurtenissen in de jaren die er op volgden?'
  In mijn geval veranderde het wereldbeeld niet, het werd die dag en in de jaren daarna pas gevormd. W.F. Hermans zei ooit dat hij de oorlog op het meest ongunstigste moment had meegemaakt: toen hij eindexamen deed en het leven open zou moeten gaan kwam de oorlog roet in het eten gooien. Zijn cynische wereld- en mensbeeld werd erdoor in marmer gebeiteld.
  Tot aan die uitzonderlijk warme septemberdinsdag in het zestiende jaar van mijn leven had ik nooit echt na hoeven denken over mijn wereldbeeld en de invloed van de grote gebeurtenissen op wat ik deed en wie ik was. Ik kreeg wel alles mee van wat er zich op het wereldtoneel afspeelde, deels uit oprechte nieuwsgierigheid, deels ook plichtmatig omdat het moest, maar alles gebeurde hoe dan ook buiten mijn leven om. Met 11 september 2001 was dat veranderd. Het ging nu ook over mij.
  Kort erna kwam Pim Fortuyn en de beerput ging open. Fortuyn werd vermoord. Theo van Gogh. Vermoord. Hirsi Ali. De Hofstadgroep. Het ging over de islam, over de multiculturele samenleving, over terrorisme en veiligheid, identiteit en eigenheid. Sociale spanningen, de opkomst van extreem-rechts, de teloorgang van links met haar sleetse idealen en de onwil of het onvermogen om dat in te zien.
  Martin Amis gaf zijn collectie essays over 9/11 de trefzekere titel The Second Plane. Dat tweede vliegtuig in New York was inderdaad het kantelpunt. In het titelstuk schrijft Amis over de impact van United Airlines 175: 'Het was de komst van het tweede vliegtuig, dat als een haai over het Vrijheidsbeeld scheerde; dat was het beslissende moment. Tot dan toe meenden de Amerikanen dat ze niets ergers beleefden dan de ernstigste vliegramp uit de geschiedenis; nu drong tot hen door welk gigantisch geweld er tegen hen in stelling was gebracht.' De boodschap van de terroristen was: 'Amerika, het is tijd dat je merkt hoe hartgrondig je gehaat wordt.' En met Amerika het ganse Vrije Westen. Om met Amis te spreken: de glinstering van dat tweede vliegtuig bracht 'in een flits een wereldwijde toekomstblik'.
  9/11 en ik ben 15 jaar. Wat een tijd om jong te zijn.

Ik herinner me nog dat het aanvankelijk de Palestijnen waren die het gedaan zouden hebben, die claimden het gedaan te hebben, en dat er volop gejuicht werd door Arabieren wereldwijd. (We weten inmiddels dat Abou Jahjah die middag ook de victorie kraaide.) Ik herinner me ook de historische verwarring onder de deskundigen, het vaste begrippenapparaat dat schromelijk tekortschoot om dit te duiden.
  Maarten van Rossem presteerde het nog dezelfde avond op nationale televisie te verklaren alle opwinding maar overdreven gedoe te vinden.
  In de jaren erna bleek 9/11 toch wel degelijk die cesuur te zijn die een nieuw tijdperk had ingeluid. De era van het moslimterrorisme. Aanslagen in Londen en Madrid. Uitzichtloze oorlogen in Afghanistan en Irak, met als langetermijneffect uiteindelijk het herstel van het Kalifaat. De aanslagen in Brussel, Parijs, Istanbul en nogmaals Brussel, de immigrantenstroom.
  'Vandaag', schreef Bart Nijman zondag, 'vijftien jaar na de oorlogsverklaring aan de vrije wereld, zijn alle internationale verhoudingen, maar ook nationale en maatschappelijke verstandhoudingen binnen de westerse wereld, opgeschud en van koers verlegd.'
  De schrijver Jamal Ouariachi noemde 9/11 in de bundel WTF?! Volwassen worden na 11 september (2011) niettemin 'een overschat fenomeen'. Het curieuze is dat zijn argumentatie vervolgens juist een weerlegging van zijn standpunt vormt: 'Natuurlijk is het gruwelijk dat er die dag zo'n drieduizend slachtoffers vielen. Maar rechtvaardigt dat feit werkelijk twee oorlogen, in Afghanistan en Irak, die tien jaar na dato nog altijd niet uitgewoed zijn en inmiddels een veelvoud van het aantal slachtoffers van 9/11 hebben geëist?'
  Die oorlogen en die slachtoffers vormen toch juist het bewijs dat de invloed van 9/11 enorm is geweest - en nog altijd is? Of je die reacties nu rechtvaardig vindt of niet staat daar toch los van.
  De psychologische effecten, de maatschappelijke impact, de politieke gevolgen, je kunt ze niet los zien van de gebeurtenis zelf.
  Je ziet dat nu ook gebeuren met de angst voor terreur die de maatschappij ingrijpend verandert. Of die angst en de maatregelen nu overdreven zijn of niet - als dat überhaupt al vast te stellen is -, feit is dat ze er zijn; de invloed is er, het gebeurt en het verandert ons en onze levens.

Het is verleidelijk om te filosoferen hoe toekomstige historici deze periode zullen gaan labelen. Blijken de jaren tussen de val van de Muur en de val van de Twin Towers uiteindelijk niet meer dan een interbellum te zijn geweest? 1989-2001 als een soort tweede Twaalfjarig Bestand, een oase van voorspoed tussen de kilte van de Koude Oorlog en de hitte van de 'Derde Wereldoorlog', die in 2001 begon en die zich, om met Paus Franciscus te spreken, in hoofdstukjes zal afspelen, zich nog over vele decennia zal uitstrekken en van een heel andere orde is dan de vorige twee?
  Van Rossem bagatelliseerde de aanslagen met het volgende argument: 'Als het oorlog was geweest, waren Arabische pantserdivisies enkele uren later de Amerikaanse grens overgereden of zoiets.'
  Ja, of zoiets. Dat bedoel ik dus met dat verouderde begrippenapparaat. Toen de Eerste Wereldoorlog begon stond men bij wijze van spreken ook nog het negentiende-eeuwse beeld voor ogen van met trommels en vaandels naar het slagveld marcherende soldaten die aldaar om de beurt een schot mochten lossen. Gifgas, mitrailleurs en loopgraven maakten snel genoeg duidelijk dat het gezicht van de oorlog veranderd was.
  Het grootste probleem in het huidige hoofdstuk van de eenentwintigste-eeuwse oorlog is dat het Westen de controle volledig kwijt is. In een voortreffelijk artikel in Trouw toont Ghassan Dahhan overtuigend aan dat Europa de grote verliezer dreigt te worden: 'De Syrische oorlog komt naar Europa.' De vijanden van het Westen zijn in het Midden-Oosten allemaal met elkaar in oorlog, maar op termijn werkt dit averechts: 'Deze oorlog verzwakt de vijanden van het Westen niet, maar maakt ze juist sterker. Hun aantal groeit met de dag, net als hun ervaring en hun ambitie.'
  Dahhan verwijst naar een fabel van Aesopus: 'In een moeras kijken twee kikkers hoe twee stieren strijden om de heerschappij over de kudde. Eén kikker waarschuwt bezorgd: "De stier die verliest zal zich in ons moeras terugtrekken, en elke stap levert een platte kikker op. Hun machtsstrijd kost ons de kop." In Syrië vechten niet twee, maar honderden stieren om de hegemonie. En Europa dreigt straks vertrapt te worden - door de verliezers, maar ook door de vluchtende kudde.'
  In Amerika hanteren ze ook een treffende dierenmetafoor. Een Amerikaanse militair waarschuwde onlangs: 'Tussen de VS en IS zitten een paar continenten en zeeën, maar dat geldt niet voor Europa. In Amerika zeggen we: je hoeft niet sneller dan een beer te kunnen rennen om aan hem te ontkomen; je moet alleen sneller zijn dan de persoon naast je. Jullie zijn in geografisch opzicht kwetsbaarder dan wij, en bovendien militair zwakker.'
  Er zijn helemaal geen invasieve pantserdivisies meer voor nodig om ten onder te gaan. Imploderende natiestaten, een wrede vijand met een doodscultus en poreuze grenzen zijn voldoende: 'De meeste Europese jihadisten hebben er inmiddels meer vechturen opzitten dan de meeste militairen uit hun geboorteland. Bovendien: zij vechten niet om in leven te blijven of om levens te redden, zij vechten om te sterven en om zoveel mogelijk levens te nemen.'
  15 jaar na 9/11 en ik ben 30 jaar. Wat een tijd om volwassen te zijn.

vrijdag 1 april 2016

Wanneer wordt Donald Trump doodgeschoten?

'Do you all remember how beautiful and safe a place Brussels was. Not anymore, it is from a different world! U.S. must be vigilant and smart!' Aldus Donald J. Trump naar aanleiding van de verschrikkelijke terroristische aanslagen in Brussel.
   Hij schijnt er al twintig jaar niet meer geweest te zijn.
   Michel Houellebecq laat in Onderworpen, die merkwaardige maar hoogst urgente roman vol voorspellingen en visioenen, zijn personage tenminste nog naar Brussel afreizen om poolshoogte te nemen. Maar het oordeel is gelijkluidend: 'vooral de goorheid en triestheid van de stad hadden me getroffen, en ook de voelbare haat tussen de bevolkingsgroepen, meer nog dan in Parijs of Londen: in Brussel voelde je je meer dan in enige andere Europese hoofdstad op de rand van een burgeroorlog.'
   De dichter Serge van Duijnhoven, die al vele jaren in Brussel woont, zei bij Pauw dat hij zich er al langer niet meer op zijn gemak voelt en dat hij er nu wel weg wil: 'Ik vind dat de verelendung, de verpaupering en de islamisering van de stad zo hard om zich heen grijpen, de gettoïsering, dat het een grimmige stad is geworden.'
   Brussel plukt de wrange vruchten van inefficiënt bestuur, islamisering en een cultuur van ontkennen en wegkijken. Luckas vander Taelen, een oud-politicus van de Vlaamse GroenLinks - nota bene -, schreef hierover na de arrestatie van Salah Abdeslam een vlammend opiniestuk. 'Jarenlang is het een Brusselse specialiteit geweest om te ontkennen, te minimaliseren en problemen te relativeren.' Onwelgevallige feiten werden stelselmatig onder het tapijt geveegd om het ideaal van de harmonische multiculturaliteit maar in stand te kunnen houden. 'Ik ben het beu dat lafheid en electoraal opportunisme het blijven halen in de politiek en dat de realiteit wordt toegedekt met ideologische wishful thinking.' Hij vroeg zich af wat er nog meer moest gebeuren voor men de realiteit onder ogen zou gaan zien.
   Drie dagen later vonden de aanslagen plaats.
   In de berichtgeving rond Trump heeft intussen een merkwaardige verschuiving plaatsgevonden. Werd eerst nog uitentreuren bezworen dat hij met geen mogelijkheid de Republikeinse nominatie zou kunnen winnen, nu luidt de riedel dat hem die nominatie nauwelijks meer kan ontgaan. Het electorale systeem in de VS is echter zo complex dat het allesbehalve een gelopen race is, en Trump weet dat als geen ander.
   Op CNN zei hij hierover daarom iets belangrijks. Wanneer hij niet genoeg gedelegeerden zou winnen om de kandidatuur nog voor de Republikeinse conventie te bezegelen, maar wel een ruime voorsprong op zijn tegenstrevers zou hebben, dan ging hij ervan uit dat hij toch automatisch zou worden gekozen: 'I think it would be - I think you’d have riots…. If you disenfranchise those people and you say, well I’m sorry but you’re a hundred votes short, even though the next one is five hundred votes short, I think you would have problems like you’ve never seen before. I think bad things would happen, I really do. I believe that.' Om daar nog aan toe te voegen dat hij die rellen zeker niet zou aanjagen.
   Dat lijkt verduiveld veel op wat bij ons Geert Wilders onlangs zei: 'Als ik straks de grootste ben en andere politici willen niet met mij samenwerken, dan zullen de mensen dat niet accepteren. Dan komt er een revolte.' Hij liet daar het dubbelzinnige 'Wij laten dat niet gebeuren' op volgen, wat met enige kwade wil ook begrepen kan worden als de verzekering dat hij de uitsluiting door andere politici niet zal laten gebeuren - en de revolte dus juist wél.
   Meer nog doet de verschijning van Trump mij echter denken aan de situatie in Nederland veertien jaar geleden, met Pim Fortuyn. Diens rise to fame ontketende destijds een ongekende demoniseringscampagne. Hoe meer jaren er verstrijken, hoe groter mijn verbijstering wordt over die collectieve verdwazing. Want welbeschouwd waren Fortuyns ideeën nauwelijks opzienbarend, althans absoluut niet in die mate dat die bizarre en uiteindelijk ook fatale heksenjacht er ook maar het begin van een logische reactie op genoemd kan worden.
   Ik denk dan ook dat het veel meer een machtsstrijd moet zijn geweest dan een ideeënstrijd. De gevestigde orde en de Haagse journalistiek vormden een gesloten systeem, een gezapig ons-kent-ons-wereldje dat Fortuyn als buitenstaander opeens hevig aan het wankelen bracht. Hij was de indringer die hun gekochte kostje op het spel kwam zetten. Die institutionele factor moet een veel dominantere rol hebben gespeeld dan het politiek-ideologische aspect.
   In The New York Review of Books staat deze week een merkwaardig stuk over Trump. De presidentskandidaat wordt er vergeleken met Hitler en daarbij wordt cultuurfilosoof Oswald Spengler geciteerd, die naar verluidt in 1933 over de verkiezingsoverwinning van Hitler zei: dit mag geen overwinning heten, want er waren geen tegenstanders. De journalist vindt dat dit nu ook voor Trump geldt: 'Something similar may be said today of two entities, the Republican Party and the media, especially television.' Die zouden geen weerwerk bieden aan Trump.
   Dat is toch een zeer curieuze observatie, want niemand krijgt er harder en geduriger van langs dan Trump. Zijn opponenten hebben voor een recordbedrag aan negatieve commercials over hem gelanceerd, zijn bloedeigen partij broedt op de meest knotsgekke strategieën om hem uit het Witte Huis te houden, tot aan het torpederen van de verkiezingen toe om dan in godsnaam maar de Democratische kandidaat te laten winnen, en in al die razend populaire latenightshows wordt Trump dagelijks tot op het bot gefileerd, zelfs op het ultrarechtse Fox. En neem The Daily Show, die ook in Nederland te zien is. Avond aan avond is het Trump voor en Trump na.
   Als er iemand een eventuele verkiezingswinst met recht een overwinning op zijn opponenten mag noemen, dan is het wel Donald John Trump.
   Ook in de Nederlandse media is de berichtgeving schrijnend eenzijdig. Let maar eens op als Twan Huys weer eens ergens zijn commentaar geeft. Hij heeft het altijd over 'Trump', maar nooit over 'Clinton' en 'Sanders', die noemt hij steevast 'Hillary' en 'Bernie'.
   En altijd maar weer die overtrokken aandacht voor de zoveelste krankzinnige quote van de vastgoedmagnaat. Ik weet ook wel dat Trump niet spoort, maar dat is toch geen nieuws? Wat ik bedoel is: waarom vernemen we relatief zo weinig over de diepere oorzaken en achtergronden van de populariteit van Trump? Hij trekt kiezers uit alle lagen van de bevolking, begrijp ik, van hoog- tot laag- en niet-opgeleid, mannen en vrouwen, blanken en latino's, rijk en arm, conservatief en gematigd. Wie zijn die Amerikanen die hem steunen? Welke mechanismen zitten erachter, welke onvrede en welke hoop koesteren zijn aanhangers? Daar zou ik zo graag meer over horen.
   Er wordt nu zelfs een beeld gecreëerd dat Donald Trump als president van de Verenigde Staten een grotere ramp zou zijn dan Ted Cruz. Terwijl een evangelische glimpieper als Cruz in zijn bigotterie veel rabiater is. Trump is tenminste nog een ijdele opportunist.
   In het algemeen geloof ik dat, zeker vanuit Europees of mondiaal perspectief, een Democraat in het Witte Huis altijd te verkiezen valt boven een Republikein, maar de waarheid is dat Trump een onorthodoxe Republikein is. Hij is een populist, met populistische - lees: niet-Republikeinse - ideeën over de vrije markt, de gezondheidszorg en buitenlandbeleid. Geen wonder dat Trump de nachtmerrie is voor het partijestablishment.
   Amerikaanse commentatoren buitelen over elkaar heen om te benadrukken dat men van de geschiedenis moet leren, daarmee doelend op het Duitsland van Hitler - en soms levert dat heel aardige stukken op, zoals dit artikel van Robert Reich. Maar kijk ook eens naar Nederland, zou ik zeggen, waar ze al eens meegemaakt hebben wat er nu in de VS gaande is: een plotseling opkomende en schier onaantastbare anti-establishmentkandidaat op wie alle, steeds wanhopiger wordende aanvallen afketsen, zelfs een omgekeerd effect lijken te hebben. Inhoudelijk liggen Fortuyn en Trump natuurlijk mijlenver uiteen, maar de reacties die beiden oproepen vertonen soms huiveringwekkende gelijkenissen.
   Gelukkig liggen in Amerika de wapens niet voor het oprapen.

woensdag 16 december 2015

Trump gaet u heden voor; hy trumpt met alle krachten

Een voetbalsupporter moet zich soms een mohammedaan wanen. Zoals een huis-tuin-en-keuken-moslim de wrange vruchten plukt van fundamentalistische malloten die zijn geloof en daarmee ook hem een slechte naam bezorgen, zo moet de supporterende supporter geregeld met lede ogen aanzien hoe een troepje doorgesnoven vechtersbazen het blazoen van zijn geliefde club bezoedelt.
    De gematigde moslim dient zich telkens weer te distantiëren van zijn geradicaliseerde geloofsgenoten en wordt vriendelijk of minder vriendelijk doch immer dringend verzocht zijn goede wil te tonen aan de huiverig geworden gemeenschap, de gewone supporter idem dito.
    Toch zijn er steeds weer politici en opiniemakers die beweren dat er uiteindelijk niet zo'n groot verschil is tussen de bonafide moslim en de bloeddorstige jihadist - de islam is wat hen bindt. Ze zien alle moslims als een gevaar en bepleiten bijvoorbeeld een inreisverbod voor de VS en het hermetisch afsluiten van AZC's, of ze verkondigen dat bidden op straat gelijkstaat aan de nazibezetting. En zo zijn er ook steeds weer politici en opiniemakers die menen dat ook uitgelaten voetbalfans hooligans zijn en dat alle supporters gestraft moeten worden voor de wandaden van een kleine minderheid.
    Toch nemen de hardliners die voor maatregelen tegen alle moslims ijveren ondanks hun populariteit vooralsnog een betrekkelijk geïsoleerde positie in het politieke landschap in en worden hun ideeën krachtig van repliek gediend. En zo springt men ook massaal voor de normale voetbalsupporter in de bres en worden... o wacht, daar gaat de vergelijking opeens mank.
    De onschuldige fan wordt immers al jaren als een halve terrorist behandeld. Met het gevangenentransport dat heel eufemistisch 'combiregeling' wordt genoemd en dat samengaat met een ernstige inbreuk op de privacy en aantasting van de menselijke waardigheid. En met hermetisch afgesloten vakken en inreisverboden in andere steden en stadions. Hier is wat Trump en Wilders willen, mutatis mutandis, allang werkelijkheid geworden.
    Afgelopen zondag werd een nieuw dieptepunt bereikt toen supporters van FC Utrecht hun eigen stadion niet in mochten. De gehele Bunnikside, 5500 stoeltjes, moest leeg blijven. Vorig seizoen hadden onverlaten tijdens FC Utrecht-Ajax vanaf die tribune kwetsende spreekkoren ten gehore gebracht. Hoeveel zullen het er zijn geweest? Een paar honderd? Het is echter niet zo eenvoudig de individuele daders te pakken en de verleiding is dan groot om de gehele populatie te straffen. Te groot, zo bleek, en daarom moesten vele duizenden fans boeten voor het wangedrag van die paar honderd randdebielen.
    De clubleiding van FC Utrecht wilde hen op andere tribunes laten plaatsnemen, waarna een storm van protest opstak. Menigeen beweerde zelfs dat de Utrechtse burgemeester vanwege deze actie had verordonneerd dat er geen supporters van de bezoekende club welkom waren, maar dit was omdat er aanwijzingen waren voor Amsterdamse wraakacties. Ongetwijfeld ook weer beraamd door een smaller dan smaldeel, maar meteen mocht er helemaal niemand meer naar Utrecht om hun club aan te moedigen.
    De parallel tussen de benadering van terrorisme enerzijds en van hooliganisme anderzijds, en het verschil in bejegening van de 'gematigden' en de 'fundamentalisten' binnen de respectieve groepen is al langer een stokpaardje van me. Onlangs kreeg ik navolging van taalmedicus Jan Kuitenbrouwer, die er in zijn NRC-column op wees dat de relatie tussen supporterschap en voetbalgeweld een parallel vertoont met die tussen de islam en jihadgeweld.
    Supporters die ontkennen dat hooligans iets met hun club te maken hebben begaan volgens Kuitenbrouwer dezelfde fout als moslims die beweren dat IS niks met de islam te maken heeft, al is erkennen dat die link er wel degelijk is ook weer niet goed: 'Die relatie ontkennen is zinloos, maar roepen dat hij wel bestaat, is net zo zinloos.' Het is een verder nogal duistere column, duister van betoogtrant en qua wereldbeeld dat eruit spreekt, en de auteur slaat ergens de plank nogal mis. Zo hebben supporters en hooligans volgens Kuitenbrouwer een 'seizoensabonnement of iets dergelijks'. En moslims en jihadisten hebben dan zeker een jaarabonnement op de Koran?
    Als het al zo ver heeft kunnen komen dat normale aanhangers gediscrimineerd en uitgesloten kunnen worden onder het mom van de bestrijding van een kleine minderheid van terreurplegers, dan mag men zich ook afvragen hoe groot de kans is dat figuren als Le Pen, Wilders en Trump ooit in de positie komen dat ze hun 'voorzorgsmaatregelen' ten uitvoer kunnen brengen.
    Neem zo'n Donald Trump. Wie de berichtgeving rond de voorverkiezingen oppervlakkig volgt, gaat welhaast denken dat de vastgoedmagnaat de enige kandidaat is, zo vaak gaat het over Trump en alleen over Trump. Nu hoor ik al maanden dat hij nooit een serieuze kandidaat zal zijn, maar ging dat eerst nog om de nominatie namens de Republikeinen - dat zou Jeb Bush of Ted Cruz worden -, inmiddels is het al zo ver gekomen dat steeds meer experts erkennen dat Trump die nominatie best weleens zou kunnen gaan winnen. De kans dat hij vervolgens ook de daadwerkelijke presidentsverkiezingen wint wordt echter op nihil geschat: zonder twijfel zal Trump dan verliezen van Clinton.
    Er is dus niks aan de hand, al is er inmiddels al minder niks aan de hand dan voorheen.
   Waarom zou Trump niet ook die tweede voorspelling kunnen logenstraffen? Vanwaar die rotsvaste overtuiging dat iemand als hij nooit president van de VS zal kunnen worden? Is het politiek correct wensdenken, miskenning van de onvoorspelbaarheid van de toekomst, zeker in het huidige tijdsgewricht, en van menselijk gedrag in de op hol geslagen mediacratie? De animatieserie South Park, die altijd de vinger op de zere plekken van de Amerikaanse samenleving weet te leggen, anticipeerde in een aflevering van het huidige seizoen op deze ontwikkeling. In Canada was zogenaamd een Trump-achtige figuur aan de macht gekomen. Met fatale gevolgen, zoals een gevluchte Canadees vol berouw moest erkennen:
    'He didn't really offer any solutions, he just said outrageous things. We thought it was funny. Nobody really thought he'd ever be president. It was a joke! But we just let the joke go on for too long. He kept gaining momentum, and by the time we were ready to say, OK, let's get serious now, who should really be president, he was already being sworn into office.'
    Terreur is bij uitstek een leverancier van momentum. Een aanslag van Parijs-achtige proporties of erger op Amerikaans grondgebied kan een kettingreactie veroorzaken. En wat als Clinton iets overkomt - een onthulling, een blunder, een drama - wat haar op slag kansloos maakt. De tijden zijn veel te woelig om het ogenschijnlijk onvoorstelbare uit te sluiten.

vrijdag 21 juni 2013

Het hoofdkantoor van de Taliban

Obama in Berlijn werd geen historische gebeurtenis. Maarten van Rossem sprak bij Knevel & Van den Brink zelfs van een vage en inspiratieloze speech. Obama deed nochtans de moedige oproep aan de Russen om in navolging van de VS het kernwapenarsenaal te verminderen. Volgens Van Rossem kon hij echter beter een einde maken aan de strijd tegen het terrorisme.

De Koude Oorlog is alweer bijna een kwarteeuw afgelopen. Van het terrorisme is het nog maar ernstig de vraag of we er al vanaf zijn. Niets wijst daarop, maar van Rossem wil de stroom al van het hek halen terwijl de roofdieren nog om het huis sluipen.

Overigens lijkt Maarten van Rossem me sowieso niet de aangewezen persoon om als deskundige op te treden in dezen. In een van zijn dunne boekjes die de laatste jaren aan de lopende band verschenen noemde hij de terroristen van de Hofstadgroep 'niet meer dan verwarde adolescenten'.

Ik breng even in herinnering dat die verwarde adolescenten bij hun arrestatie in 2004 een handgranaat naar de politie gooiden. Als dat tegenwoordig al onder kwajongensstreken valt, dan zegt dat eerder iets over het puberale niveau van meneer Van Rossems ethische maatstaven en is hijzelf degene die aan verwarring ten prooi is.

In 2008 oordeelde het Haagse gerechtshof dat de Hofstadgroep geen terroristische organisatie was. Dat wil zeggen: de leden waren dan wel terroristen, maar samen vormden ze geen organisatie. Een van de argumenten van de rechters was dat de groep niet stond ingeschreven in de Kamer van Koophandel. Ja, dan sta je natuurlijk machteloos als rechtsstaat.

Gisteren las ik dat de Taliban gevangenen wil uitruilen met de VS. Van één regeltje uit het bericht keek ik wel even op: 'Het aanbod werd gedaan door een woordvoerder van de Taliban vanuit hun pas geopende kantoor in Qatar.' Voorwaar, de Taliban hebben zich ingeschreven. Goed nieuws, als terroristen zichzelf gaan institutionaliseren en bureaucratiseren, dan is hun einde nabij.

Of toch niet. Het is immers wel in Qatar, een shariastaatje en dus ook niet bepaald een moderne rechtsstaat.  De grand prix wordt er bij kunstlicht verreden, maar verder zijn ze er niet zo verlicht. Belasting hoeft de Taliban er in ieder geval niet te betalen.

'Ik ben geen ZZP'er, ik ben bij mezelf in dienst', zei Van Rossem ook nog, wat ook een fiscaal trucje schijnt te zijn. Misschien moet hij maar eens als jongste bediende op het hoofdkantoor van de Taliban gaan werken.

zondag 5 april 2009

Wereldpolitiek

Gisteren werd de Deense premier Anders Rasmussen gekozen tot nieuwe secretaris-generaal van de NAVO. Hij nam het stokje over van Jeep de Hoep Scheefer, van wie iedereen eigenlijk alweer vergeten was dat hij die post bekleedde. De definitieve keuze voor Rasmussen had echter meer voeten in de aarde dan nodig was.

Turkije, in de persoon van premier Erdogan, hield de benoeming namelijk nog enige tijd tegen. Daar had het land twee redenen voor. Rasmussen is tegen toetreding van Turkije tot de EU en Erdogan laakt de houding van Rasmussen inzake de cartoonrellen in Denemarken. Het EU-lidmaatschap voor Turkije is al jarenlang een heikele kwestie. Is Turkije wel Europees genoeg om bij de EU te kunnen horen? Zelf ben ik altijd wel een gematigde voorstander geweest van toetreding. Turkije is een relatief modern land, zeker voor moslimbegrippen. De scheiding van kerk en staat is er traditioneel zeer strikt en hoofddoekjes zie je meer in Nederland dan in Turkije. Ze zijn zelfs verboden op Turkse universiteiten. Zo zou het land een uitstekende brugfunctie kunnen vervullen tussen Europa en het Nabije en Midden-Oosten. Sinds Erdogan aan de macht is, lijkt het land echter een stap terug te doen. Hij wilde het dragen van hoofddoekjes zelfs weer toestaan.

Erdogans eerste kritiekpunt op de benoeming van Rasmussen - diens negatieve houding tegenover Turkijes toetreding dus - is in principe een legitieme reden, maar het tweede punt bewijst paradoxaal genoeg dat Rasmussen wat betreft het eerste punt weleens gelijk kan hebben. Als Turkije niet kan accepteren dat Denemarken - en Europa in het algemeen - een dergelijke mate van persvrijheid en vrijheid van meningsuiting koestert dat cartoons als die van Kurt Westergaard over Mohammed zonder problemen gepubliceerd kunnen worden, dan is de vraag gerechtvaardigd of Turkije wel modern genoeg is voor een EU-lidmaatschap.

Barack Obama is intussen nog steeds druk bezig de puinhopen van acht jaar Bush op te ruimen. De Amerikaanse president zoekt overal toenadering. Duitsland en Frankrijk zijn weer in de armen gesloten en zelfs 'schurkenstaten' als Iran en Noord-Korea wordt voorzichtig de hand gereikt. Ook riep Obama Europa op Turkije te accepteren als EU-lid. Sarkozy verwierp die oproep meteen. Veel tijd voor discussie was er niet, want vanochtend bleek dat Noord-Korea 's nachts ondanks VN-resoluties en expliciete waarschuwingen toch een raket had gelanceerd. De internationale gemeenschap reageerde geschokt. Volgens de VN is de lancering een proef met het oog op de ontwikkeling van kernwapens, volgens de Noord-Koreaanse staatstelevisie gaat het om een satelliet waarmee patriottische liederen over president Kim Jong Il en zijn vader Kim Il Sung zullen worden uitgezonden. (Een aubade op Kims schitterende kaki overall?) Uit de kwaliteit van de uitzending bleek hoe dan ook dat een betere satelliet zeer wenselijk is...

Overigens denkt men nu dat de lancering mislukt is. De raket zou in zee zijn gestort, waarmee de hele lancering en bijbehorende ophef toch wel een kneuterig karakter krijgen. Een hoog te land, ter zee en in de lucht-gehalte, zullen we maar zeggen. Een ander punt van zorgen voor de gemeenschap is de potentiële Noord-Koreaanse kwalificatie voor het WK voetbal in Zuid-Afrika. De Noord-Koreaanse voetballers doen het uitstekend in poule B van de Aziatische voorrondes en maken een goede kans op plaatsing. Wat te doen als Noord-Korea zich plaatst? Uitsluiting van deelname is een serieuze optie, gezien de resoluties. Dat zou echter een gemiste kans zijn.

Sport verbroedert, luidt het cliché. En dus is het waar. Ik roep alleen al het WK van 1998 in herinnering. De loting koppelde de Verenigde Staten aan Iran. Paniek alom, behalve bij de voetballers zelf. Voorafgaand aan de wedstrijd werden vlaggen en vaantjes uitgewisseld en er werd een gezamenlijke teamfoto gemaakt. Sport is sterker en vrijer dan politiek en de kracht ervan moet niet onderschat worden. Tijdens die wedstrijd bestond er even geen animositeit tussen beide landen. Het zou daarom een prachtig affiche zijn in 2010: Noord-Korea - Verenigde Staten.

Hopelijk is er tegen die tijd echter wél een fatsoenlijke satelliet in de ruimte geparkeerd, zodat men ook in Korea de wedstrijd in high definition kan volgen.

zondag 18 januari 2009

The mirror I've been saving

Dinsdag gaat het dan eindelijk gebeuren: Barack Obama lost George W. Bush af als president van de Verenigde Staten. De wereld slaakt een zucht van verlichting. Het beleid van Bush heeft desastreuze gevolgen gehad voor de staat van het land en voor de internationale verhoudingen. De Texaan greep zijn afscheidsrede aan om al het goede dat hij heeft bewerkstelligd te benadrukken. Een beschamende en ergens ook wel meelijwekkende vertoning.

Na Bush Obama. Het contrast kan niet groter zijn, de beeldvorming versterkt dat effect nog eens. Het imago van Obama is dat van een intelligente, sociale, welbespraakte en innovatieve leider. Van Bush heerst het beeld van een domme, oorlogszuchtige, hakkelende en reactionaire cowboy. Veel van zulke typeringen lijken zeer juist, de antoniemen intelligent - dom zijn echter meer een gevolg van uit de hand gelopen beeldvorming. Bush studeerde aan Yale en Harvard en behaalde een bachelorgraad in de geschiedwetenschap en een mastertitel in de bedrijfswetenschappen. Om dat te bereiken moet je wel wat in je mars hebben. Ook een intelligent man kan echter een waardeloze president zijn, zo is gebleken. De geschiedenis zal oordelen over zijn presidentschap, stelt Bush. Hij maakt zich daar geen zorgen over, aangezien hij dit eindoordeel bij leven niet meer zal meemaken. Daarin vergist hij zich echter. Nu al beschouwt men hem als de slechtste president aller tijden, een diskwalificatie waaraan naar alle waarschijnlijkheid niet veel meer zal veranderen in de toekomst.

Obama reist per trein van Philadelphia naar Washington, een herhaling van de tocht die Abe Lincoln anderhalve eeuw geleden ook maakte. Heel Washington barst uit zijn voegen, zoveel mensen komen er op de inauguratie af. Grote artiesten als Bruce Springsteen, Mariah Carey, Jay-Z, Alicia Keys, Beyoncé en Stevie Wonder treden op, Oprah Winfrey doet haar show eenmalig in Washington, sterren als Steven Spielberg, Halle Berry en Tom Hanks zijn als gast aanwezig en betalen grotendeels de festiviteiten. In Legoland California is met 380 792 blokjes lego de plechtigheid nagebouwd. Nog belangrijker zijn de veiligheidsmaatregelen. Obama is een gewild doelwit voor racisten en andere haters. Elk pakhuis wordt scherp gecontroleerd op sluipschutters. Het enthousiasme van de mensen is enorm, de nieuwe president is de nieuwe mens.

Ik kan niet ontkennen dat Obama ook bij mij iets teweegbrengt. Als ik de tengere man met de ebonieten huid, de vriendelijke oogopslag en de dwingende stem op tv zie, dan ervaar ik toch een fijne mix van hoop en verwachting, het gevoel dat er écht een nieuw tijdperk voor de deur staat. Analisten waarschuwen tegen de huidige euforie. Een president heeft maar een beperkte invloed op het wereldgebeuren, binnen no time zal ook Obama gezien worden als de zoveelste president die vastloopt in goede bedoelingen en hardnekkige barrières. En toch blijft de gedachte hangen dat deze man dit historische juk van zich af kan werpen. Ik heb bij hem nooit het idee naar een Amerikaan te kijken. Bush, Clinton, al hun voorgangers, hoe uiteenlopend van politieke kleur ook, waren in de eerste plaats Amerikanen. Obama onttrekt zich aan elke geografische duiding. Ook de rest van de wereld lijkt rekenschap te geven van deze ervaring. Zelfs Iran heeft voor het eerst het idee te maken te hebben met een wereldleider in de letterlijke betekenis van het woord: de leider van de hele wereld, niet in de eerste plaats die van de VS als machtigste natie van die wereld. Al blijft het met Iran natuurlijk altijd oppassen geblazen.

Een bijkomende component van dit supranationale aura dat Obama omstraalt, is zijn dichterschap. In 1981 publiceerde een literair tijdschriftje twee gedichten van de latere president. 'Underground', een klein gedicht, beschrijft in korte, afstandelijke observaties het gedrag van apen in onderwatergrotten. Het tweede gedicht, 'Pop', is een lang autobiografisch gedicht over de grootvader. Het bevat meteen aan het begin een opvallend enjambement:
Sitting in his seat, a seat broad and broken
In, sprinkled with ashes

Het lyrisch ik, laten we zeggen: Obama, omschrijft zichzelf als
[...] a green young man
Who fails to consider the
Flim and flam of the world, since
Things have been easy for me;
Het gedicht is een beheerst geschreven expressie van gevoelens van twijfel en liefde die leefden in de jonge Barack, die, zoals bekend, opgevoed werd door zijn opa. De taal is eenvoudig, de woorden zorgvuldig verspreid over de regels.
[...] and from
Under my seat, I pull out the
Mirror I’ve been saving; I’m laughing,
Laughing loud, the blood rushing from his face
To mine, as he grows small,
A spot in my brain, something
That may be squeezed out, like a
Watermelon seed between
Two fingers.


In Oneigenlijk gebruik (2008) wijdt Geert Buelens een hoofdstuk aan dichtende politici. Dit stuk, getiteld 'Imagoprobleem, zei u?' is ook opgenomen in de Gele Zwagerman. 'Elke politicus die dichter is, verdient het extra gewantrouwd te worden' schrijft Buelens. Hij doelt vooral op de historische voorbeelden waarbij gevaarlijke politici hun poëzie misbruikten om 'allerlei (niet zelden totalitaire) ideeën werkelijkheid te laten worden.' Radovan Karadzic is daar met zijn morbide en machtswellustige gedichten het meest recente voorbeeld van. Nu is Obama nauwelijks een dichter te noemen - de vroege gedichten hebben geen vervolg gekregen - en heeft hij zijn werkjes ook niet ingezet voor politieke doeleinden. Wel werden ze tijdens de voorverkiezingen onder het stof vandaan gehaald. Ze zullen toen zeker bijgedragen hebben aan het positieve imago van de kandidaat.

Buelens is somber over het imago van de poëzie: 'De dichter die het alleen bij mooie woorden houdt, staat maatschappelijk buitenspel. En de dichter-politicus die zijn eloquentie ten dienste stelt van een ideaal in de wereld, slaagt daar misschien wel in, maar dreigt net door de vertaling van die Idee naar de Realiteit de poëzie op te offeren.' Misschien wil Obama het tegendeel bewijzen. In 'Pop' schemert al iets door van de latere Democraat. Een innerlijke strijd over engagement met de 'flim and flam of the world'. Aandacht voor het belang van communicatie en familiebanden. De importantie van de opvoeding en het zich spiegelen aan voorouders en voorgangers.

Barack Obama heeft vast nog vele gedichten geschreven, goed weggestoken in een map, in een doos, op zolder. De beste man moet ze hoe dan ook weer gaan schrijven. Zijn idealen en bedoelingen verwoorden in heldere poëzie. Het is misschien zeer oneigentijds, maar wie weet kan Obama een stukje van het afgebrokkelde imago van de dichter als ziener van 'het Goede, het Ware en het Schone' herstellen. 'Oorlogen zal de poëzie niet kunnen tegenhouden,' merkt Buelens terecht op, maar toch...

I have a dream: Obama's dichtkunst als ontmoetingsplek van de idee schoonheid en de politieke realiteit. Yes, he can?

he switches channels, recites
an old poem
He wrote before his mother died,
Stands, shouts, and asks
For a hug, as I shrink, my
Arms barely reaching around
His thick, oily neck, and his broad back;
'cause
I see my face, framed within
Pop's black-framed glasses
And know he's laughing too.

zondag 2 november 2008

(On)gezegden #4

Een rubriek over de zin en onzin van spreekwoorden, uitdrukkingen en zegswijzen in het hedendaagse tijdperk.
'Beledigende opmerkingen krijg je naar je hoofd geslingerd: "je mag er nog best wezen" - Hoezo? Als je minder mooi was geweest, had je dan op moeten flikkeren of zo?!' (Th.Maassen)

1.Op het scherp(st) van de snede
Sommige uitdrukkingen gaan op den duur zo raar klinken dat ze vanzelf een kleine verandering ondergaan. Zo bestaat er in de Nederlandse taal een uitdrukking: op het scherp van de snede, die haast onmerkbaar is veranderd in op het scherpst van de snede. In de originele uitdrukking verwijst 'scherp' naar de scherpe kant van een mes of soortgelijk wapen. Deze term is echter geleidelijk aan verdwenen uit het collectief geheugen van de hedendaagse taalgebruiker. Een verandering van 'scherp' naar 'scherpst' ligt dan meer voor de hand. De 'snede' wordt dan opgevat als de scherpe kant van een mes, en met 'scherpst' kan dan de overtreffende trap benadrukt worden. Google leert dat '"op het scherp van de snede"' 1770 keer voorkomt en '"op het scherpst van de snede"' 3300 keer, al bijna twee keer zoveel dus.

2.Het vuur (na) aan de schenen leggen
Een ander voorbeeld van een met de tijd gewijzigde uitdrukking is iemand het vuur na aan de schenen leggen. In dit geval is er echter geen sprake van een toevoeging, maar van slijtage. Het woordje 'na' wordt tegenwoordig als afwijkend ervaren en verdwijnt dan ook steeds meer wanneer deze uitdrukking gebezigd wordt. Vermoedelijk is 'na' een verkorte vorm van 'nader', van 'dichtbij' dus, en wordt ermee bedoeld dat in de Middeleeuwen potentiële misdadigers met hun blote benen vlak bij het vuur werden gezet om zo - wanneer de marteling haar werk begon te doen - een bekentenis af te dwingen. Google leert dat '"vuur na aan de schenen"' nog slechts 884 keer voorkomt, terwijl de variant '"vuur aan de schenen"' maar liefst 5640 hits oplevert.

3.Men moet geen slapende katten wakker maken
Huh? Het moet toch zijn: men moet geen slapende honden wakker maken? Inderdaad, de bovenstaande variant is een vrije vertaling van de Franse variant van dit spreekwoord. Bestudering van Franse spreekwoorden leert dat de Fransen opvallend vaak de kat noemen waar wij Nederlanders het over anderde dieren plegen te hebben. Il ne faut pas réveiller le chat qui dort is daar een voorbeeld van. Ook: Avoir un chat dans la gorge: een kikker in de keel hebben. En: Chat échaudé craint l'eau froide: een ezel stoot zich (in 't gemeen) geen tweemaal aan dezelfde steen. (NB nog zo'n voorbeeld van slijtage: 'in 't gemeen' is ouderwets en wordt steeds vaker weggelaten). Letterlijk betekent de Franse variant overigens 'Een met heet water overgoten kat vreest koud water'...

4.Het hemd is nader dan de rok
Laatst hoorde ik een verslaggever de bovenstaande uitdrukking veelvuldig bezigen tijdens een item over de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De correspondent bevond zich in een blanke middenklassewijk en besprak de onderbuikgevoelens die een beslissende rol kunnen gaan spelen bij de uiteindelijke uitslag. Het hemd is nader dan de rok betekent: familie heeft een streepje vóór. De verslaggever wilde duidelijk maken dat raciale gevoelens nog steeds zeer belangrijk zijn in de Verenigde Staten. Hij vond het klaarblijkelijk te banaal of te ordinair om simpelweg te zeggen: zwarten zullen als het erop aankomt op de zwarte Obama stemmen en blanken op de blanke McCain, en daarom bediende hij zich telkens van het hemd is nader dan de rok. Ik vind het overigens een devaluatie van Amerika dat in dit 'verlichte' land de huidskleur van de kandidaten nog zo'n issue is.

5.Je maakt van de hoofdpiet toch ook geen Sinterklaas
Deze pseudo-uitdrukking herinner ik me uit het cabaret van Kopspijkers. Na deze uitroep moest Dick Advocaat ten tonele verschijnen. Dickie had achter de coulissen echter van beurt gewisseld met Willem-Alexander en daarom veranderde Sinterklaas als metafoor voor bondscoach van Oranje plotseling in metafoor voor koning der Nederlanden. Willem-Alexander bereidt zich in alle rust voor op de troonbestijging (ik zeg: 2010), Sinterklaas bereidt zich voor op de intocht. Gisteren vierde hij alvast een bescheiden succesje door tot Grootste Nederlandse Traditie te worden gekozen. Ik lees hierin - naast een eerbetoon aan hét symbool voor de onschuldige kindertijd - ook een stilzwijgend protest tegen de - in de woorden van Bas Heijne - 'querulanten van het antiracisme' met hun 'jaarlijkse verontwaardigde ingezonden stukken tegen Zwarte Piet.' Die ingezonden brieven... Een typisch geval van een probleem benoemen dat er voor het benoemd werd niet was.

zondag 6 januari 2008

De nieuwe Amerikaanse president

Pas op 4 november dit jaar wordt de nieuwe president van de Verenigde Staten gekozen. De verkiezingsrace is echter al in volle gang. De Amerikaanse presidentsverkiezingen vind ik persoonlijk altijd bijzonder interessant (vooral sinds een schitterend project in de derde klas bij dhr. v.d. Oord voor het vak Geschiedenis). Ik heb de kieswijzer ingevuld en op grond daarvan maar eens een soort van persoonlijke rangschikking van de kandidaten opgesteld. Ranking the stars and stripes. R=republikein D=democraat

10. Fred Thompson (R)
Met Thompson blijk ik de minste overeenkomsten te hebben. Hij is namelijk 'helemaal tegen' de familiezaken als stamcelonderzoek, abortus en homorechten en ziet ook al niets in strengere wapenwetgeving en klimaatafspraken.
9. Mitt Romney (R)
Romney is sterk 'pro-life'. Geen abortus en geen homohuwelijk dus, als het aan hem ligt. Geen wonder dat Romney het goed doet bij de steng conservatieve Amerikanen. Hij blijkt ook een mormoon te zijn: het wordt steeds enger. Geen Romney, alstublieft.
8. Mike Huckabee (R)
Populair bij de christelijke kiezers. Hij is voormalig predikant en televisiedominee en het ziet ernaar uit dat hij de grootste kans maakt de uiteindelijke republikeinse kandidaat te worden. Volgens Huckabee is 'God' verantwoordelijk voor zijn succes in de peilingen. Gauw afvoeren dus, die Mike.
7. Hillary Clinton (D)
Hillary is helaas voorstander van een hek op de grens tussen de VS en Mexico. Bovendien staat ze voor een democraat nogal huiverig tegenover zaken als homohuwelijk en vindt ze ook nu nog dat de VS het volste recht hadden Irak binnen te vallen. Maar ze wil wél de troepen onmiddellijk terughalen. Dat is nog eens krom denken. Het is toch juist gebleken dat de VS níet het recht hadden Irak binnen te vallen. Dat is uiteraard wijsheid achteraf, maar nog geen reden om halsstarrig vol te blijven houden dat men dat recht wél had. Nu ze eenmaal in Irak zijn, moeten ze bovendien eerst de situatie daar enigszins in goede banen zien te manoeuvreren en niet wegvluchten. Dat ze een vrouw is, is trouwens voor mij geen argument om tegen Hillary te zijn. Om vóór haar te zijn overigens net zo min.
6. John McCain (R)
McCain is tegen strengere wapenwetgeving en lijkt een echte reactionaire hardliner wat betreft abortus, stamcelonderzoek e.d. Hij wil daarentegen wel de uitgaven aan defensie verminderen en is voor minimumstraffen. Grote nadeel is eigenlijk dat hij al 71 is en zich dus beter niet meer zo druk zou maken. John McCain zou overigens hier wel enkele plaatsjes hoger hebben gestaan als hij John McClane had geheten.
5. Bill Richardson (D)
Richardson staat aan de 'goede' kant wat betreft ethische en familiezaken, d.w.z. hij is pro-abortus en -homorechten. Hij wil ook de ongekend scheve inkomensverhoudingen in de VS aanpakken door meer ingrijpen van de staat en door het terugdraaien van de belastingverlaging voor de allerrijksten. Nadeel is zijn Irak-opstelling, die overeenkomt met die van Clinton.
4. Rudy Giuliani (R)
De ex-burgemeester van New York (en vreemd genoeg volgens velen 'de held van 11 september'). Rudy lijkt een gematigde republikein op het gebied van ethische wetgeving, wat een positief punt is. Ziet ook heil in strengere immigratiewetgeving, maar is wel tegen het beruchte hek. Niet eens zo'n slechte keuze dus, zou ik zeggen. Nadeel is wel dat hij tegen klimaatverdragen is wanneer die de economische groei verhinderen.
3. Ron Paul (R)
Voorwaar, toch nog een republikein die Giuliani voorbijstreeft. Gezien Paul's standpunten bevreemdt het enigszins dat hij geen democraat is. Bij hem vind ik de eerste 100%-overeenkomst, namelijk op het issue 'milieu'. Ook hij is voor milieumaatregelen, maar hij vindt tevens dat de hysterie rondom de opwarming van de aarde vaak overdreven wordt. Kritiekpunt is dat hij het 'helemaal niet eens' is met het van overheidswege terugdringen van de inkomensongelijkheid. En dat Ron wel wat wegheeft van Frans Weisglas, check hier.
2. John Edwards (D)
Ook bij Edwards een 100%-overeenkomst: onderwijs. Hij is voor meer investeren in openbaar onderwijs, hogere salarissen voor goede docenten en tegen een gelijkwaardige positie in het onderwijscurriculum van het scheppingsverhaal naast de evolutieleer. Edwards heeft t.o.v. de andere democraten het voordeel dat hij ervarener is.
1. Barack Obama (D)
Tot mijn grote vreugde blijkt mijn op intuïtie favoriete kandidaat ook na serieuze analyse de beste. Twee 100%-scores voor Obama, nl. op 'familie' en 'inkomen'. Daarnaast is zijn opstelling wat betreft Irak iets beter dan die van Clinton en Edwards. Hij is weliswaar voor terugtrekking, maar durft wel gewoon toe te geven dat de VS door een onjuist inlichtingenrapport op verkeerde gronden naar Irak zijn gegaan. Obama komt sympathiek en bedachtzaam over, is een begenadigd spreker en een groot schrijftalent. Obama is nog te onervaren, zeggen sceptici. Ik zeg: geef die man een kans. Een frisse wind door het Witte Huis; een relatief jonge, inspirerende persoonlijkheid als president. Wat heeft Amerika na Bush nog te verliezen?

vrijdag 4 mei 2007

Bill O'Reilly

Er is waarschijnlijk niemand op deze hele wereld waar ik zo'n dubbelzinnige mening over heb dan Bill O'Reilly. Bekend van zijn talkshow 'The O'Reilly Factor' op Fox vind ik hem het ene moment inspirerend en het andere moment de grootste klootzak.

Laat ik met de pluspunten beginnen. O'Reilly is conservatief, maar geeft daar een andere invulling aan dan het traditionele beeld dat men van conservatief-zijn heeft. Hij is weliswaar voor een strenger immigratiebeleid en een strengere aanpak van drugsdealers, opinies die conservatief genoemd kunnen worden, maar hij mixt deze standpunten met ideeën die traditioneel als 'links' gekenmerkt worden. Te denken valt dan aan zijn opvattingen op het gebied van natuur en milieu, zoals het bestrijden van de opwarming van de aarde en het zorgen voor beheer van natuur en landschap. Ook pleit hij voor een strengere wapenwetgeving in de VS. O'Reilly heeft zelf een mooie oplossing bedacht voor deze ambivalentie in denkbeelden: hij noemt zichzelf geen conservatief, maar een traditionalist. Iemand die ijvert voor het behoud van traditionele normen en waarden en de geschiedenis interpreteert als een voortdurende degeneratie van de zuivere oerbron.

Naast het positieve plaatje van O'Reilly als hierboven geschetst heeft hij ook een donkere kant. Zijn onwankelbare steun voor George W. Bush en diens oorlog in Irak is irritant, net als zijn manier van interviewen. Gasten laat hij zelden uitpraten, hij is nooit bereid naar argumenten van de ander te luisteren en is constant bezig zijn eigen gelijk door te drammen. Een kritische houding t.o.v. Bush wordt niet geaccepteerd en O'Reilly is niet te beroerd de gast in zulk een geval tijdens de reclame uit de studio te laten verwijderen.

Jammer dus dat de talkshowhost O'Reilly zo onuitstaanbaar is, want met zijn ideeënwereld kan ik me grotendeels identificeren. Niet in een hokje geduwd willen worden, maar de 'beste' meningen van links en rechts integreren in een traditionalistisch wereldbeeld. Streng zijn, normen en waarden hoog in het vaandel, maar ook aandacht voor het milieu en sociaal zwakkeren. Onlangs was hij te gast bij Oprah en daar deed hij enkele zinnige uitspraken. Zo stelde hij de schadelijke invloed van gangsterrap op jongeren aan de kaak en sprak hij zijn zorgen uit over het linkse karakter van de elitaire media dat een objectieve journalistiek in de weg staat. Zijn idee van degeneratie werd treffend verwoord door het beeld van de ontwikkeling van de film dat hij gaf. Tegenwoordig wordt de jeugd groot met films waarin ledematen worden afgezaagd en iedereen vindt het normaal. Dat was in zijn tijd ondenkbaar. Oprah maakte het hem flink lastig en ik was blij dat hij in onderhavig geval als gast fungeerde, zodat de discussie scherp bleef. Als hij de host was geweest, was het ongetwijfeld weer op een schreeuwpartij van zijn kant uitgelopen...