Posts tonen met het label Samenleving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Samenleving. Alle posts tonen

donderdag 1 december 2016

Den vaderland Terlouwe

Nog geen uur nadat een geëmotioneerde Jan Terlouw in De wereld draait door een monoloog tot de kijker had gericht kreeg ik al reacties uit Engeland. Het zegt iets over de enorme impact van Terlouws woorden, en tegelijk toont het aan dat zijn nostalgie om touwtjes door brievenbussen heimwee is naar een veilige, besloten wereld die een totaal andere is dan de huidige geglobaliseerde open wereld van razendsnelle telecommunicatie.
  Terlouw (1931) beschreef een door de welvaart verbeterde maar ook ten negatieve veranderde wereld. Vroeger hingen mensen touwtjes door de voordeur, zodat de buurtkinderen overal naar binnen konden. Nu heerst het wantrouwen. Mensen vertrouwen de politiek niet meer en de regering vertrouwt haar burgers niet meer. Bovendien vernietigen we in hoog tempo het milieu, getuige bijvoorbeeld de plastic 'soep' in de oceanen.
  Hoe welgemeend en inspirerend het pleidooi ook was, ik kreeg er ergens ook ontzettende jeuk van. Want daar zat niet alleen de aimabele kinderboekenschrijver Jan Terlouw, daar zat ook een kopstuk van D66.
  Zoals al door Bart Nijman opgemerkt stelde Terlouw alleen de diagnose maar bleef hij weg van de oorzaken: 'Waaróm hangt dat touwtje niet meer uit de brievenbus? Waaróm spelen kinderen niet bij elkaar thuis? Waaróm is een handdruk niet meer genoeg?'
  Het pleidooi om terug te keren naar de jaren vijftig had ook van Wilders kunnen komen. Die had de oorzaken wel geweten, 'die zou zijn vertelling vermoedelijk aanvullen met het argument dat het touwtje verdwenen is omdat er een deur naar links een Marokkaans gezin woont met twee criminele tienerzoons, en omdat er drie deuren naar rechts zes Somaliërs met een uitkering en een qat-verslaving wonen.' Een simplistische generalisering en 'een constatering die op zichzelf niets oplost', maar tenminste wel 'een openingszet', aldus Nijman.
  Wat Terlouw in feite betreurde is dat de maatschappij geen samenleving in de letterlijk zin van het woord meer is. Maar juist dat, die afbraak van het sociale bindweefsel, is bij uitstek een effect van de ontwikkelingen die D66 mede heeft vormgegeven.
  Sinds pakweg 1968 is het 'postmoderne' denken overal in doorgedrongen: het is een term die verwijst naar het einde van de grote verbindende verhalen, van gedeelde, collectief beleefde waarden en waarheden. Alles werd geïndividualiseerd en weggerelativeerd. Taboes verdwenen, gezagsverhoudingen ook. Het bracht veel goeds maar het maakte ook veel kapot.
  Thatcher zei: there is no such thing as society. De overheid trok zich terug, de vrije markt nam het over, privatisering werd het toverwoord.
  Eerder dit jaar haalde Terlouw in een interview met de Volkskrant nog hard uit naar het neoliberalisme. Nooit woei er echter in Nederland een neoliberalere wind dan ten tijde van de paarse kabinetten-Kok (1994-2002). Al die jaren zat D66 in de regering.
  Naast het gezin en de gemeenschap is ook de derde traditionele sfeer van geborgenheid, de natiestaat, sinds het midden van de vorige eeuw voortdurend en doelbewust ondermijnd. Ook hier liep en loopt D66 voorop, de partij schroomt niet de soevereiniteit van Nederland te ontmantelen en per onderdeel aan Brussel over te dragen. Ook dat grijpt diep in op de bestaanszekerheid van mensen, op hun vertrouwen in de politiek.
  D66 is ooit opgericht om een einde te maken aan 'de ondoorzichtigheid', 'de tanende invloed van de kiezers', 'de ontoereikendheid van de politieke spelregels', 'de verstarring van het partijenstelsel', aan 'altijd maar weer hetzelfde gezeur en geharrewar' - zoals het heette in de befaamde campagnespot met Van Mierlo uit 1967. Niets is er van over, de partij is onder Pechtold de kampioen van het volksverlakkende geharrewar geworden.
  Theodor Holman schreef het een maand geleden in zijn column: 'Als er één partij verantwoordelijk gesteld moet worden voor groeiend cynisme, dan is het D66. Als er één partij het wantrouwen in de democratie heeft gevoed, dan is het D66.'
  Holman gaf het voorbeeld van het Oekraïne-referendum, waarbij Ruttes schandelijke gelieg en getalm gefaciliteerd wordt door D66: 'Het volk zei nee, de VVD ja, en Pechtold geeft Rutte een opkontje; democratie is mooi maar vooral om er onder elkaar over te praten, het moet niet zo zijn dat we moeten luisteren naar het volk.'
  Je kunt er vergif op innemen dat D66 het momentum nu gaat uitbuiten en de hoogbejaarde coryfee gaat inzetten voor campagnedoeleinden. Terlouw wordt zelf een touwtje door de brievenbus, van de deur naar het Torentje welteverstaan, waar Pechtold straks slinks aan gaat lopen trekken.

donderdag 11 februari 2016

Tien jaar PVV

Deze maand bestaat de Partij Voor de Vrijheid tien jaar. Wilders en de zijnen hebben zonder twijfel een stevig stempel op Nederland gedrukt, daarbij bovendien niet al te zeer gehinderd door effectief tegenspel. 
   De intelligentsia, verenigd in de Nationale Wildersbestrijding, laat zich nog maar al te vaak leiden door een tamelijk primitieve afkeer van de man en zijn gedachtegoed, en door de weigering of het onvermogen om in te zien dat lang niet alle mensen in dezelfde werkelijkheid leven als zij. En in een democratie als de onze telt iedere stem nu eenmaal even zwaar mee.
   De aanname is vaak dat het huidige maatschappelijke klimaat, getypeerd met woorden als 'verharding', 'verruwing' en 'verrechtsing', grotendeels een gevolg is van de daden en vooral de woorden van Wilders. Ik denk dat het andersom is: het relatieve succes van de PVV is vooral een uitvloeisel van veranderingen in de samenleving op sociaal, economisch en demografisch gebied.
   De rol van de media is even fascinerend als verontrustend. Wilders controleert de media als in een totalitaire staat, maar zonder daarbij dictatoriale middelen als intimidatie en corruptie nodig te hebben. De media dansen naar zijn pijpen, niet eens uit kwader trouw maar vanwege het principe van perfecte wederkerigheid: wanneer media aandacht besteden aan Wilders genereert Wilders aandacht voor die media.
   Deze week gebeurde het weer. Dinsdagochtend publiceerde NRC Handelsblad op zijn site een interview met Hans Spekman waarin de PvdA-voorzitter onder meer zei dat Wilders de democratie en de rechtsstaat in gevaar brengt met zijn semantiek van 'verzet' en 'revolte'.
   Andere nieuwsmedia bombardeerden de uitspraak gretig tot headline. Vervolgens was het wachten op de reactie van Wilders. Die kwam gauw genoeg. 'Als de kogel komt, komt hij van de PvdA' was de rest van de dag de kopregel. 'We hebben met Melkert en Pim Fortuyn gezien waar dat demoniseren toe leidt,' specificeerde Wilders nog.
   Een tamelijk onzalige vergelijking, en niet alleen omdat Wilders zich weer eens ten onrechte als erfgenaam van Fortuyn positioneert. Die bedacht het woord 'demonisering' als aanduiding voor de bejegening die hem vanuit bepaalde kringen ten deel viel, een bejegening die niets meer met inhoudelijke competitie te maken had maar met angstzaaien en op de man spelen, met de aloude truc van je tegenstander afschilderen als de duivel in mensengedaante.
   Het is niet gezegd dat dat met Wilders nooit gebeurt, maar voor de woorden van Spekman is demonisering een veel te zware term. De demoniseerders van Fortuyn schetsten duistere toekomstvisioenen, Spekman beschreef eerder wat er momenteel aan de hand is rond het asielzoekersvraagstuk: gemeenten zwichten voor intimidatie, de praktijk laat zien dat schelden en bedreigen loont. Of Wilders daarvoor primair verantwoordelijk is is een andere vraag.
   Van de grote groep mensen die vindt dat er onvoldoende naar ze geluisterd wordt, verstaat een klein deel onder dat 'luisteren' niet dat politici de zorgen en de grieven die zij hebben serieus nemen en laten meewegen in de besluitvorming, maar dat ze precies doen wat zij willen. U luistert niet, want u doet niet wat ik zeg. Dat redeloze smaldeel verdient zeker geen minachting maar wel wat meer weerwerk en wat minder toeschietelijkheid.
   De botsing Spekman-Wilders leek dus de zoveelste voorspelbare rel met Wilders als middelpunt. Tot ik 's avonds thuiskwam, bij EenVandaag het bewuste interview zag en tot mijn stomme verbazing constateerde dat Wilders die vergelijking met Melkert en Fortuyn helemaal niet gemaakt had. Dat wil zeggen: niet in een directe reactie op de woorden van Spekman.
   Het was namelijk de verslaggever die letterlijk tegen Wilders zei: 'Heeft u een idee waarom hij dit zegt, het lijkt een beetje op Ad Melkert die in het verleden tegen Pim Fortuyn tekeerging', waarna de volksvertegenwoordiger het alleen nog maar hoefde te beamen (zie hier het interview, bewuste moment vanaf 0:45). Het fragment werd al vroeg online gezet, de vergelijking die afkomstig was van de interviewer transformeerde gedurende de dag in een door Wilders zelf gekozen parallel.
   Jan Dijkgraaf kwam dinsdagavond bij Opiniemakers met een interessante vergelijking. De VARA zond een tijdje terug De Strijd uit, een serie over de 'gouden eeuw van de arbeider' die eind negentiende eeuw begon. Dijkgraaf opperde dat Wilders' 'revolte' wellicht als een hedendaagse variant van die 'strijd' van toen begrepen moet worden.
   Niet voor niets wordt Wilders wel in de traditie van Troelstra geplaatst, de sociaaldemocraat die rond 1900 met een gelijke mengeling van opportunisme, populisme en cultivering van slachtofferschap het establishment tot wanhoop bracht. De uit de SDAP voortgekomen PvdA zou uiteindelijk zelf een establishmentpartij worden. Of dat voor de PVV ook geldt is twijfelachtig, maar nog eens tien jaar revolteren valt zeker niet uit te sluiten.

zaterdag 16 januari 2016

Vrijdenken in tijden van polarisatie

Bas Heijne signaleerde in zijn nieuwjaarsessay in NRC Handelsblad een verandering in de betekenis van het begrip 'zwijgende meerderheid': 'Vroeger stond dat begrip voor de niet uitgesproken, sluimerende onvrede, inmiddels is het andersom: het staat voor de stille redelijkheid van de meeste mensen, die in het gekrakeel niet langer gehoord lijken te worden, die geheel en al buiten beeld zijn geraakt door alle polarisatie van posities, of het nu gaat om Europa, de vluchtelingencrisis, of de plaats van de islam in het westen.'
   De vluchtelingencrisis is het pregnantste voorbeeld. Wilders wil de grenzen dicht en azc's hermetisch afsluiten, Samsom probeert hem de loef af te steken qua dogmatische tunnelvisie door doodleuk te verkondigen dat er gerust 200.000 asielzoekers bij kunnen. Een stad ter grootte van Almere of Groningen.
   Theodor Holman noemde zulke ondoordachte spierballentaal in Het Parool 'morele gemakzucht'. Zowel de rabiate tegenstanders als de fervente voorstanders maken zich er schuldig aan. De voor de hand liggende tussenpositie - 'de Paul Schefferdoctrine' - gaat echter ook niet vrijuit, meent Holman: 'Een beetje van dit en een beetje van dat. Dat is het in Nederland populaire poldermoralisme. Poldermoralisme is de uitkomst van twee gemakzuchtige vormen van moraliteit.'
   Dat van dat polderen is misschien waar, maar er is toch ook een andere middenpositie mogelijk: niet polderen maar vrijdenken. Vrijdenken is autonoom denken en oordelen, los van welk ideologisch keurslijf dan ook. Het wordt vaak aan atheïsme gekoppeld, maar belangrijker is onafhankelijkheid van politieke en culturele ideologische dogma's. Politieke correctheid is het meest verwoestende ideologische dogma van deze tijd.
   Vrijdenken is je verstand gebruiken, niet in de laatste plaats je gezonde verstand, en je ogen en oren open houden voor de tekenen des tijds, maar niet zonder je emoties en die van anderen eerst door het filter van je ratio laten gaan. Velen verwarren het met opportunisme, maar het is in feite een niet aflatende waakzaamheid voor intellectuele luiheid.
   De vrijdenker is in het publieke debat vogelvrij, want hij vangt de klappen geregeld van twee kanten: voor ideologisch links is hij al gauw 'rechts' - een populist of, voor regressief links, een racist of islamofoob; voor ideologisch rechts is hij al gauw 'links' - een wegkijker of, voor rationeel rechts, een Gutmensch.
  Martin Sommer van de Volkskrant is een goed voorbeeld. Een columnist die nimmer vooringenomen naar de actualiteit kijkt maar de geest vrij laat waaien. Met als gevolg dat GroenLinks ging klagen bij de hoofdredactie toen hij een kritische column over het gebrek aan een realistische visie op asielbeleid schreef, en dat GeenStijl los op hem ging toen hij zich in een column over het associatieverdragreferendum voor een ja-stem uitsprak.
   Joost Zwagerman moest ooit weg bij NRC Handelsblad omdat zijn stukken te 'rechts' zouden zijn voor het elitair-linkse avondblad. Marcel Duyvestijn werd aan de dijk gezet bij het deftig-rechtse Elsevier omdat het allemaal niet rechts genoeg was. De waarheid was dat beiden zich niet voor ideologische karretjes lieten spannen.
   Het diffameren van Wierd Duk en Sywert van Lienden, twee commentatoren die veel zijn maar zeker niet rechts, is het jongste onsmakelijke voorbeeld. Ronduit ranzig werd het soms de voorbije week.
   Duk, Duitslandcorrespondent, berichtte als eerste en lang als enige over de gebeurtenissen in Keulen, voorspelde dat er zich een politieke aardverschuiving bij de oosterburen zou voltrekken, waarschuwde voor 'doorslaan naar de andere kant' en voorzag alles van de noodzakelijke nuance en achtergronden. Telkens met relevante citaten en linkjes naar zijn bronnen. Maar het leed was al geschied, Duk was de brenger van het onwelgevallige nieuws en daar moest hij kennelijk voor gestraft worden.
   Van Lienden sprak op tv over de neiging van journalisten en commentatoren om objectieve berichtgeving ondergeschikt te maken aan ideologische agenda's en aan cover-ups en zelfcensuur te doen. Hij maakte echter één stomme fout: hij verwees naar de oververtegenwoordiging van allochtonen bij zedendelicten, maar overdreef die schromelijk door abusievelijk de verkeerde cijfers te noemen. Het punt zelf bleef overeind, maar wederom: het kwaad was geschied; Joop haalde er zelfs een antisemitische Stürmer-cartoon bij.
   Een zorgelijke ontwikkeling. De zwijgende meerderheid van de stille redelijkheid heeft het volgens Heijne steeds lastiger om gehoord te worden. De schaarse vrijdenkers zijn onmisbare informatiebronnen en spreekbuizen. Maar wanneer het hen door laster en framing steeds moeilijker wordt gemaakt om als zodanig te blijven fungeren, dan zal die redelijke meerderheid uiteindelijk een minderheid worden.

woensdag 9 september 2015

Herleving van NSB-geluiden

Quinsy Gario mocht weer eens aanschuiven bij Jeroen Pauw. Het werd een treurige vertoning.
  Zijn gevecht tegen windmolens begint steeds schrikbarender vormen aan te nemen. Gario is er heilig van overtuigd dat Nederland een door en door racistisch land is en ook met de dag racistischer wordt. Alle blanken kijken neer op zwarten, iedereen die beweert dat het anders is is daarmee automatisch een racist, iedere toenaderingspoging is neokoloniale bemoeizucht. Zwartwitdenken van de vuigste soort.
   Op Twitter worden doodsbedreigingen geuit aan het adres van de antizwartepietactivist. Dat is heel erg en moet waar mogelijk hard worden aangepakt. Maar het is natuurlijk ook koren op zijn molen: zie je wel, kan hij zeggen, het racisme tiert welig.
   Ik geloof er niks van. Racisme is niet per se toegenomen, het is alleen veel zichtbaarder geworden. Voorheen slingerden xenofoben hun verderfelijke uitingen naar de tv of bralden ze aan de toog over buitenlanders.
   Tegenwoordig zit iedereen echter de hele dag naar z'n mobiele apparaatje te turen en worden alle primitieve oprispingen onmiddellijk het wereldwijde web op geslingerd. Dat is geen toename van racisme maar in de eerste plaats van technologie. En dat noemen we dan vooruitgang.
   Ronduit schrijnend was Gario's totale gebrek aan gevoel voor proporties, voor ironie. Maatschappelijk debat over gevoelige thema's kan niet plaatsvinden onder constante hoge druk, af en toe stoom afblazen is nodig om te voorkomen dat de boel explodeert, om even uit je tunneltje te kunnen kruipen. Gevoel voor humor en ironie, relativeringsvermogen en zelfspot zijn daarbij cruciaal.
    Gario mist ze ten enenmale.
   Die onwil of dat onvermogen om overdrachtelijke uitingen te onderscheiden van onverbloemde invectieven is een terugkerend probleem in zulke debatten, Pauw heeft er aan zijn tafel al meermaals mee te maken gehad.
   De advocaat en handenweigeraar Faizel Enait die in 'We worden bedreigd!', een sketch uit Daar Vliegende Panters waarin angst voor vreemdelingen op de hak wordt genomen, 'een Mein Kampf-sfeer' zei te ontwaren.
   Het 'Landelijk Platform Slavernijverleden' dat zogenaamde uitspraken van Annemarie Jorritsma die op de satirische nepnieuwssite De Speld stonden voor werkelijk gedane uitspraken van de burgemeester aanzag.
   Mo(nique) Samuel die op een onschuldig grapje van Robert ten Brink over haar genderverwarring reageerde alsof de presentator haar zojuist de engst mogelijke verwensing naar het gekortwiekte hoofd had geslingerd.
   En nu weer Quinsy Gario, die de door Martine Bijl ironisch uitgesproken zinsnede 'Vandaag is het eigen taart eerst' uit Heel Holland Bakt 'aanhaken bij de herleving van NSB-geluiden' noemde, zonder ironie van zijn kant welteverstaan. Dezelfde Gario die even daarvoor nog had gepleit voor meer historisch besef ten opzichte van het slavernijverleden, maar als oorzaak voor het gebrek daaraan de Jodenvervolging had genoemd...
   Als Pauw daadwerkelijk een serieuze discussie over een op zich belangrijk thema als racisme wil entameren, moet hij ophouden nog langer een schertsfiguur als Gario uit te nodigen.

donderdag 25 juni 2015

Excuses

Het EO-programma Hufterproef zette een vrouw neer als racist terwijl ze het juist opnam voor een moslima die discriminerende opmerkingen naar haar hoofd geslingerd kreeg.
Ophef! Marc Dik, creatief directeur van producent Skyhigh TV, bood zijn excuses aan. 'Wij zouden deze mevrouw nooit moedwillig kwetsen.'
Hans de Boer, VNO-NCW-voorzitter, noemde in een interview met de Volkskrant een deel van de uitkeringsgerechtigden 'labbekakken' en 'slappelingen'.
Beroering! Een dag later bood De Boer zijn excuses aan. 'Het spijt me oprecht als ik mensen daarmee heb gekwetst.'
Pier Eringa, topman van ProRail, sprak in een toespraak zijn ergernis uit over het feit dat zelfmoordenaars zo vaak in de spits voor de trein springen: 'Als ik na een zelfmoord een smsje krijg, denk ik: verdorie, waarom niet een minder druk tijdstip uitgekozen?'
Consternatie! Een dag later bood Eringa zijn excuses aan. Hij had 'niemand willen kwetsen' met zijn uitspraak.
Na de zomer van de haat vorig jaar lijken we dit jaar weer fijn terug in onze nationale cocon. Poetin houdt zich al een tijdje koest, zijn separatisten idem dito, Hamas vuurt niet langer dagelijks raketten vanuit Gaza op Israël af. Alleen ISIS laat zijn gruwelijkheden in reprise gaan - maar de journaals besteden er geen aandacht meer aan, vreemd genoeg. Nee, we hobbelen weer van nationaal incident naar nationaal incident.
Ik zie een patroon. Iemand doet een gepeperde uitspraak, mensen zijn op hun tenen getrapt, op hoge poten worden excuses geëist, verpakt in standaardfrasen komen die er - en we gaan weer over tot de orde van de dag.
Ik blijf niet graag achter.
De politievakbonden bijvoorbeeld. Wat een lamstralen! De CAO-onderhandelingen verlopen stroef en nu willen ze de Tour de France hinderen wanneer de karavaan door Rotterdam trekt. De zoveelste hemeltergende provocatie van voorman Gerrit van de Kamp, wiens plofkop onderhand vaker op tv is dan de centenbak van Peter R. de Vries.
Of mensen die een festival of ander evenement bezoeken met een selfiestok. Wat zeg ik, mensen met een selfiestok überhaupt. Zulke irritante figuren moeten toch acuut aan de geestelijke gezondheidszorg worden toevertrouwd!
Verder erger ik me aan dagjesLimburgers die in de ochtendspits per trein naar Amsterdam reizen en in de avondspits weer terug. Als ik weer eens moet staan, denk ik: verdorie, waarom niet een minder druk tijdstip uitgekozen?
Zo. Ik heb gezegd.
Morgen of overmorgen kom ik met excuses en dat het niet kwetsend was bedoeld.
Maar alleen als er ophef komt.

vrijdag 23 januari 2015

Oorlog

Telkens als ik verneem dat er 'Nederlandse' jihadisten bij luchtaanvallen in Syrië of Irak zijn omgekomen maakt het hart even een vreugdesprongetje, maar onmiddellijk daarna is er de vrees dat dit misschien weer een extra reden voor terugkeerders en inheemse fundamentalisten zal zijn om hier een aanslag te plegen.
Beide reacties zijn primaire reacties.
In wezen zijn veel commentaren, beschouwingen, adviezen en maatregelen dezer dagen primaire reacties.
'Zijn we in oorlog?' vroeg Theodor Holman zich vorige week af in een column. 'Zijn wij in oorlog tegen de islam?'
Het aardige van Holmans columns is dat ze de pretentieuze stelligheid ontberen die menige column ontsiert. Holman onderzoekt zijn gedachten, zijn ideeën, zijn automatismen. Zijn primaire reacties. Hij poneert ze eerst, keert ze dan om en om, bevraagt ze kortom.
'Ik denk nu dit: het primaat van geweld ligt bij de overheid. Als die zegt dat het oorlog is, is het oorlog. Dat heeft Rutte nog niet gezegd en dus is het nog vrede.' Toch bespeurt hij bij zichzelf soms de wens dat Rutte wél zegt dat het oorlog is. Omdat er dan meer maatregelen mogelijk zijn om de veiligheid te vergroten.
'Wil ik dat? Nou... ik wil geen oorlog. (Maar kijk me niet te diep in mijn hart.)' Dat laatste is erg eerlijk. Het is misschien verstandig, erkent Holman, om niet over oorlog te spreken. Maar er is niet veel voor nodig om dat toch te doen, een aanslag is genoeg: 'ik ben bang dat dat moment eerder zal komen dan ik wil en denk dat het komen zal.'
Hij is niet de enige. Ik deed deze week mee aan het grote onderzoek over vrijheid en veiligheid. Wat me opviel was dat ik eigenlijk alleen maar antwoorden gaf die ik ook vóór de Parijse aanslagen zou hebben gegeven. Ik voel mij nog steeds tamelijk veilig in Nederland. Ik heb de islam altijd al geen verrijking voor de Nederlandse cultuur gevonden. En ik geloof desalniettemin nog steeds dat de verschillende culturen en religies hier vreedzaam samen moeten kunnen leven.
De onderzoeksresultaten zijn nu bekendgemaakt. Verreweg de meeste mensen voelen zich tamelijk veilig (68%), ervaren de islam niet als een verrijking (78%) en geloven nochtans in vreedzame coëxistentie (60%).
Ondanks het toch wel grote gevoel van veiligheid verwacht maar liefst 56% van de mensen dat er dit jaar door radicale moslims een aanslag zal worden gepleegd in ons land; 23% denkt dat het zo'n vaart niet zal lopen. Het lijkt in beide gevallen, zowel het grote veiligheidsgevoel als de overtuiging dat er terreur komt, een kwestie van pantsering.
Je kunt je simpelweg niet permitteren om je permanent onveilig te voelen, want dan kun je niet meer normaal functioneren. En is die aanslagverwachting niet gewoon een bezweringsritueel? Door het gevaar te benoemen hopen eraan te ontkomen?
59% van de Nederlanders is voor het inzetten van militairen, zo bleek uit het onderzoek, slechts 29% is tegen. Toch denkt 65% dat hun veiligheidsgevoel er niet door zal veranderen of er zelfs door op achteruit zal gaan.
Misschien zijn die militairen dus niet gewenst om te voorkomen dat het oorlog wordt, maar als een bevestiging van het morbide en perverse maar steeds lastiger uit te schakelen gevoel dat het op een bepaalde manier al oorlog is. We hoeven de radicale islam de oorlog niet te verklaren, de radicale islam heeft ons de oorlog allang verklaard.
In Frankrijk is de populariteit van president Hollande en premier Valls sinds de aanslagen verdubbeld. Dat is een bekend effect van nationale rampen. Na MH-17 beleefde Rutte-II ook een populariteitspiek. Van Hollande en Valls wordt hun krachtdadige optreden na de terreurgolf geroemd. Maar in feite deden ze natuurlijk ook niet veel meer dan wat de veiligheidsdiensten hen influisterden.
Edward Snowden onthulde dat de AIVD en MIVD in Amerika bekend staan als geheime diensten die altijd precies doen wat de NSA van ze vraagt. De Amerikanen zouden de Franse inlichtingendiensten daarentegen juist vrezen om hun eigenzinnigheid. Kan zijn, maar die Fransen hebben met hun eigenzinnigheid toch niet weten te voorkomen dat het land nu in de greep van de terreur is.
In Frankrijk en België patrouilleren militairen al door de straten. In Frankrijk zijn het er tienduizend en heeft premier Valls verklaard dat het land 'in staat van oorlog' is met de radicale islam. In België zijn het er driehonderd maar wordt er nog niet van oorlog gesproken. In Nederland worden vooralsnog geen militairen ingezet en komen oorlogsverklaringen alleen uit de bekende hoek.
Het past naadloos in het primaire reactiepatroon van respectievelijk een land dat getroffen is door terreuraanslagen, een land dat een aanslag ternauwernood wist te voorkomen en een land dat vertwijfeld afwacht tot het aan de beurt is.

vrijdag 16 januari 2015

Bij het recht op vrije meningsuiting gaat het in de eerste plaats om het recht, niet om de mening

We zijn een week verder sinds de driedaagse terreur in Frankrijk. Twintig doden in totaal. Negen medewerkers van Charlie Hebdo, een onderhoudsmedewerker en twee agenten op woensdag; een agente op donderdag; de drie terroristen en vier burgers op vrijdag. In Berlijn en België vonden deze week antiterreuracties plaats, waarbij in Verviers twee doden vielen, dit keer gelukkig alleen de terroristen.

Het lijkt een kwestie van tijd voor er ook hier iets gebeurt, alle maatregelen ten spijt. In België was het ook op het nippertje, al lijkt het daar meer ingekankerd dan hier - met dat Sharia for Belgium en zo. Het is al veel vaker gezegd, maar het is hét onderscheidende kenmerk van dit type 'oorlog': niet langer valt er een leger een land binnen, de aanval komt van binnenuit, we zijn in zekere zin weer terug van de tank naar de tijd van het paard - dat van Troje welteverstaan.

Ik ben sinds de jaarwisseling zo'n beetje dag en nacht aan het werk, voor wie een verklaring voor de blogloosheid wenst, en het enige dat ik ernaast deed is het nieuws volgen - het was tot dit weekend immers ook nog winterstop. De kranten, de tv-programma's, de internets, het ging uiteraard nergens anders meer over. Drie reacties sprongen er voor mij uit, omdat ik er bijkans van uit mijn vel sprong.

In de Volkskrant mocht Peter Buwalda het Goed Volk toespreken. Meneer heeft ooit één succesvolle roman geschreven, in 2010 alweer, en teert daar sindsdien op. 'Wat volgens mij niet handig is aan de hysterie rond Charlie Hebdo,' begon hij quasi-aarzelend, 'is ons gejeremieer rond de vrijheid van meningsuiting.' We zouden namelijk nogal fundamentalistisch omgaan met dat fundamentele recht. En dat is 'niet handig'.

Buwalda, die er op foto's altijd uitziet als een doorgesnoven Johnny Cash, had de oplossing: 'Gewoon een beetje oppassen met grappen over Zwarte Piet, kanker, Anne Frank en kennelijk ook de Profeet, en alles komt vanzelf goed.' Kennelijk ook de Profeet. Buwalda heeft al die jaren dat hij aan zijn boek werkte kennelijk niet echt zitten opletten wat er buitenshuis allemaal aan de hand was. En al die jaren daarna ook niet, klaarblijkelijk. Fijn rijtje ook trouwens, probeer daar maar eens een kwartetcategorie van te maken.

Merk ook op hoe hij heel slinks de naam Mohammed omzeilt. Alsof niet alleen het afbeelden maar ook het opschrijven van de naam van de profeet je al een fatwa oplevert. Deze zin uit zijn stuk is ook heel mooi: 'Wat we de daders van eergisteren overigens moeten nageven is dat ze tenminste een motief hadden.' Nee, dan hebben we natuurlijk geen recht van spreken, wij fundamentalisten... Wij hebben ook een motief voor ons 'gejeremieer', Buwalda, dat we ons een recht waarvoor eeuwenlang gestreden is niet zomaar willen laten afpakken, niet door onze overheden en zeker niet door een stelletje barbaren.

Het Brabants Dagblad plaatste op de opiniepagina een stuk van Peter Storm, beroepsboeroeper van de extreemst linkse signatuur. Hij was Charlie niet, schreef hij, men moest van hem geen solidariteit met dat krantje verwachten. Hij had ergens gelezen dat het blad als 'links' bekend stond. En toch plaatste het islamkritische cartoons! Dat past natuurlijk niet in het verwrongen wereldbeeld van de linkse activist, voor wie reeds de voorzichtigste kanttekening bij de islam gelijkstaat aan snoeihard racisme.

Het jennen van moslims, zoals Charlie Hebdo doet, zou niet zijn 'prioriteit' hebben gehad als hij een radicaal-links satirisch blad zou hebben gemaakt. Nee maar, wat een timing. Kritiek uiten op de koers van Charlie Hebdo is nu niet de eerste prioriteit die ik zou hebben gehad, nog geen vierentwintig uur nadat de halve redactie op brute wijze is vermoord.

Nee, dan Michiel Beelen. De shock jock die door het leven gaat als Giel Beelen, niet te verwarren met Giel Ottink, die als Thomas Berge door het leven gaat en ook zijn bijdrage leverde aan het debat, enfin, Beelen dus, haalde het nieuws door live op de radio in huilen uit te barsten. Hij haalde ooit al eens het nieuws door zich live op de radio te laten fellationeren, maar nu moest hij brullen om een liedje van Paolo Nutini. Want het was allemaal zo vreselijk wat er was gebeurd in Parijs.

Meteen in De wereld draait door natuurlijk. Maar daar bleek Beelen ineens als een blad aan een boom omgedraaid. Hij vond de hype om dat krantje maar overdreven. 'Als het Jezus was geweest, dan waren er ook heel veel christenen geweest die het niet leuk hadden gevonden.' Aardig dat je het zegt, Michiel, want daar heb je onbedoeld precies de crux te pakken. Die waren dan ook gekwetst geweest, ja, maar ik denk niet dat ze dan met kalasjnikovs op de burelen van het blad waren verschenen.

Die tijd hebben we achter ons gelaten. De islam heeft die hele verlichting nooit doorgemaakt. De multiculturele samenleving is, alle problemen ten spijt, ook een unieke mogelijkheid om die versneld te laten plaatsvinden. Jihadisten en islamisten willen die ontwikkeling ondermijnen, een halt toeroepen, vernietigen. De indrukwekkendste beelden waren die van de laffe executie van de agent. Zijn naam was Ahmed Merabet. Ook onze moslims zijn in oorlog met het islamisme.

Wie kritiek uit zoals ik hier doe, krijgt vroeg of laat het verwijt dat hij dan wel betoogt dat iedereen moet mogen zeggen wat hij wil, maar dat dit voor deze mensen en hun meningen blijkbaar niet geldt. Dat is flagrante onzin. Waar het om gaat is dat ik de drie heren hierboven om hun mening bekritiseer, en niet hen het recht wil ontnemen die mening te uiten.

Het recht op vrije meningsuiting houdt ook de vrijheid in om iemands mening vervolgens keihard te mogen bekritiseren, aanvallen, belachelijk maken, wat niet hetzelfde is als beweren dat hij of zij die mening nooit had mogen uiten - laat staan dat hij of zij er dood om moet.

Al die mensen die nu Charlie zijn, waren dat voorheen nooit, hoor je ook vaak. Nee, inderdaad, maar Charlie zijn betekent in dit geval niet het gedachtegoed van Charlie onderschrijven maar een principiële steunbetuiging geven aan het recht, de vrijheid om een Charlie te kunnen zijn, zonder het gevaar te lopen afgeslacht te worden.

Bij het recht op vrije meningsuiting gaat het in de eerste plaats om het recht, niet om de mening. De mening is altijd secundair, die is in principe inwisselbaar. Maar het recht zelf, dat mag nooit onderhandelbaar zijn.

donderdag 20 november 2014

Zorgen

'Wie goed voor zichzelf kan zorgen, zorgt vaak ook goed voor de mensen om zich heen en daarin schuilt het bezielend verband in de samenleving.'
Dit zei Mark Rutte vorige week woensdag in zijn Kerkdijklezing in Den Haag.
Hij meent dat 'sterke en zelfstandige' mensen de samenleving als geheel sterker maken, dat ook de zwakkere, meer afhankelijke medemens baat heeft bij de zelfredzaamheid en het maatschappelijke succes van de sterken en zelfstandigen.
Ik heb me lang blindgestaard op de uitspraak, hem gewikt en gewogen, ingeschat op ironie, beproefd als provocatie, maar alles wijst erop dat Rutte het echt meende.
Heeft onze minister-president het misschien zo druk gehad sinds hij in oktober 2010 in het Torentje trok dat hij geen tijd meer vond om de kranten te lezen? Want als er iets de laatste jaren duidelijk is geworden, dan is het wel dat de mensen die goed voor zichzelf kunnen zorgen vooral goed voor zichzelf zorgen.
Bertje van der Roest en Coen van Veenendaal van de liefdadigheid, Rijkman Groenink en Sjoerd van Keulen van de banken, en natuurlijk Erik Staal en Hubert Möllenkamp van de woningcorporaties. Het rijtje kan moeiteloos aangevuld worden. De grote accountantskantoren. Imtech. Uiteenlopende functies, uiteenlopende sectoren, maar als gemene deler schaamteloze zelfverrijking.
Allemaal wisten ze vooral heel goed voor zichzelf te zorgen. Maar waar iemand als Van der Roest een graai uit de kas van de Straatkrant deed en daarmee gewoon een ordinaire dief is, daar zijn figuren als Groenink en Staal eerder gecorrumpeerd door het systeem waarin ze jarenlang actief zijn geweest, door de cultuur die ze zich eigen hebben moeten maken om te overleven. Ze lijken dan ook oprecht te geloven dat hen geen enkele blaam treft.
De parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties concludeerde dat Staal bij Vestia 'prima voor zichzelf heeft gezorgd, geaccordeerd door de Raad van Commissarissen'. En ook Groenink was geen graaier op eigen houtje, hij voegde zich in een bestaand systeem waarin riante bonussen, te verzilveren aandelen en als gouden handdruk aangeduide oprotpremies de gewoonste zaak van de wereld zijn. De toorn die Groenink tentoonspreidt wanneer hij kritiek krijgt - van Coen Verbraak in Kijken in de ziel, van Jeroen Smit in De prooi - spreekt boekdelen. Hij wordt onheus bejegend, hij is zijn boekje nergens te buiten gegaan, de verontwaardiging moet zich op dat boekje richten, niet op hem.
De politiek slaagt er maar niet in het systeem structureel te veranderen. Toen minister Dijsselbloem een bonusplafond wilde invoeren waarbij de bonus die bestuurders uitgekeerd kunnen krijgen maximaal 20 procent van hun vaste salaris mag bedragen, kondigde ABN Amro prompt aan de vaste salarissen van zijn managers met 20 procent te verhogen. Een nieuwe golf van maatschappelijke verontwaardiging was het gevolg.
Rutte zat er vorige week naast. Het had moeten zijn: 'Wie goed voor zichzelf kan zorgen, zorgt vooral goed voor zichzelf en daarin schuilt het betonrot van de moderne samenleving.' En daarna had zijn visie moeten komen op hoe daar iets aan te doen. Maar die heeft hij niet. Daarom zegt hij ook 'bezielend' in plaats van het gebruikelijke 'bezield' verband. Goed voor jezelf zorgen is voor Rutte niet iets wat pas gedijt bij de gratie van een gedeeld belang, een gedeeld verhaal, een bezield verband dus, nee, het is er het sine qua non van.

woensdag 4 juni 2014

Barbapapa wordt de nieuwe ombudsman

Altijd als de rechtse onderbuik zich roert omdat een moordenaar of verkrachter een lage straf heeft gekregen of na mum van tijd weer als vrij man de poort uit loopt, dan staan de linkse moraalridders vooraan om te preken dat we in een rechtsstaat leven, dat iedereen een tweede kans verdient en dat de misdadiger in kwestie zijn straf heeft uitgezeten.
Blijkbaar geldt dat alleen voor zware criminelen en niet voor kreukvrije burgers die ooit eens iets onwelgevalligs hebben geroepen en daar nota bene nog excuses voor hebben gemaakt ook.
De karaktermoord die nu op Guido van Woerkom, de beoogde nieuwe nationale ombudsman, wordt gepleegd is vooral door deze hypocrisie en de bijbehorende hysterie zo treurigmakend.
Sterker nog: de enige fout die Van Woerkom heeft gemaakt is dat hij zijn excuses heeft aangeboden. Hij deed zijn uitspraak in 2010, toen de kranten volstonden met onrustbarende berichten over de levensgevaarlijke situatie in de taxiwereld. 'Het is pure Marokkaanse maffia, een teringzooi.' Aldus een taxichauffeur, zelf half-Marokkaans, toentertijd in Het Parool.
Van Woerkom las zijn kranten en reageerde dienovereenkomstig. Dit was het nieuws op de ANWB-bedrijfsborrel.
Zo mogelijk nog ergerlijker is de ridicule functie-eis die nu opeens tevoorschijn wordt getoverd. De ombudsman moet er 'voor alle Nederlanders' zijn. Dat getuigt van een wel heel naïeve visie op de uniformiteit en eenheid van de Nederlander. Wordt er ooit iets gezegd, gevonden, geopperd, besloten, afgesproken, afgehamerd, waar alle Nederlanders het mee eens zijn? Natuurlijk niet, zoveel meningen als er Nederlanders zijn, en pakweg een D66-kiezer denkt over alles honderdtachtig graden anders dan een PVV-stemmer.
Hier en daar wordt zelfs de vorige ombudsman Alex Brenninkmeijer als voorbeeld van zo'n ombudsman voor alle Nederlanders genoemd. Terwijl die nota bene meende te moeten constateren dat 'het Nederlandse politieke klimaat racistisch is', daarmee natuurlijk op één specifieke, heel slinks niet bij naam genoemde partij en haar aanhang doelend. Dat hij daarmee bovendien ook een grote groep Nederlanders die wel met redelijke argumenten en op basis van nuchtere feiten vraagtekens plaatsen bij een cultureel en sociaal probleem dat nog niet in de verste verte met ras te maken heeft, wegzette als racisten, wordt voor het gemak maar even genegeerd.
Van alles wordt er nu bijgesleept. In de Volkskrant wordt zelfs gesteld dat Van Woerkom de schijn tegen heeft 'vanwege zijn profiel als lobbyist voor autorijdend Nederland'. De beste man was directeur van de ANWB!
Als we zo gaan redeneren, dan is alleen iemand geschikt voor deze functie die nog nooit iets is geweest, die zonder identiteit door het leven gaat en die op elk moment elke denkbare gedaante kan aannemen.
Dat reduceert de kandidaten tot één: Barbapapa wordt de nieuwe ombudsman.
'Huup, huup, ombudstruc!'

dinsdag 1 april 2014

Het probleem van het Marokkanenprobleem

'In verband met alle ophef van de afgelopen week is Opsporing Verzocht vanavond geheel gewijd aan Marokkanen.' Het was een grap die je vorige week vroeg of laat kon verwachten op de sociale media. Een grap die bovendien eerder wrang dan satirisch was, want maar al te waar, zo bleek uit de uitzending: inderdaad weer Marokkanen alom.

Sinds Wilders zijn verkiezingsnederlaag in Den Haag - van acht naar zeven zetels - op triomfantelijke wijze 'vierde' met de drieslag 'minder Europa - minder PvdA - minder Marokkanen', is het land weer eens in rep en roer. Dat is langzamerhand een oer-Nederlandse wet geworden: zodra Wilders weer iets roept wat riekt naar 'vol is vol' is het land vervolgens inderdaad te klein.

De algemene teneur is dat Wilders hiermee een ontoelaatbare grens is overgegaan, maar de grote paradox is dat hij tegelijkertijd eindelijk eens tot de kern van het probleem doordrong. Ik heb het al vaker geschreven: zijn afkeer van 'de' islam is niet ter zake, want het is geen probleem van religie. Zijn kruistocht tegen 'de' moslims is onzinnig, de meest moslims draaien probleemloos mee in de samenleving. Pas als het nog verder wordt toegespitst en het over Marokkanen gaat hebben we een reëel probleem bij de staart.

Voor de goede orde: daarbij simpelweg 'minder Marokkanen!' blèren lijkt niet eens op een oplossing, het is een even voze als loze kreet.

David Pinto schrijft in de Volkskrant dat Wilders niettemin keer op keer een Marokkanenprobleem signaleert dat wel degelijk bestaat. Zijn diagnose is verkeerd en een oplossing heeft hij niet, maar 'de eerste stap, het onderkennen en benoemen van het probleem, zet hij wel.' Ik kan dat alleen maar beamen, sterker nog: ik heb dit zelf al eerder beweerd, namelijk een jaar geleden in een stukje waarin overigens ook Pinto voorkwam. Ik schreef toen: 'Natuurlijk is Wilders' bijdrage ook vrijwel nihil, maar hij benoemt het probleem tenminste nog. Dat de oorzaken die hij noemt onzin en de oplossingen die hij aandraagt waanzin zijn is vers twee.'

De hele kwestie is alleen al zo moedeloos makend omdat we maar niet voorbij de premissen van het debat lijken te raken. Dit sleept nu al jarenlang voort, van doorpakken is geen sprake. Er heerst een groot wederzijds onbegrip en een hemeltergende ignorantie, in alle segmenten van de samenleving.

Zo wordt GeenStijl maar al te vaak in hetzelfde hokje als het politieke rechtspopulisme geplaatst, waarschijnlijk omdat het daar de ironische retoriek en vlijmscherpe semantiek mee gemeen heeft. Inhoudelijk slaat het echter als een tang op een varken. Nergens verschijnen er zulke virulente anti-Wilders-artikelen als op GeenStijl, steevast uit de pen van redacteur JohnnyQuid. Tekenend is verder dat de Volkskrant zijn kostbare kolommen laat vullen door twee historici die de suffe grap dat 90% van de gevangenen man is en er dus een 'mannenprobleem' is weten te promoveren tot serieus opinieartikel.

Ze schrijven: 'Het zou toch aardig zijn als we etnische minderheden in Nederland, na ruim dertig jaar discussie over de multiculturele samenleving, eindelijk eens als gelijken gingen behandelen.' Zie hier de fundamentele spraakverwarring. Huistra en Mellink bedoelen dat etniciteit niet meer benoemd mag worden in statistieken van bijvoorbeeld criminaliteit. Terwijl je net zo goed kunt zeggen dat 'als gelijken behandelen' betekent dat we ophouden met wegkijken, bagatelliseren, goedpraten, etc., en eindelijk eens eerlijk benoemen wat er aan de hand is: een probleem met Marokkanen dat zich manifesteert in oververtegenwoordiging in criminaliteit, werkloosheid, straatoverlast.

Of, eveneens in de Volkskrant, een mevrouw die als enige reactie op de rel paraat heeft: 'Gisteren werd ik bij de Blokker geholpen door een heel lief Marokkaans meisje. Ik hoopte zo dat ze zich niet aangesproken voelt door Wilders en zijn aanhangers, en dat ze weet hoe geweldig ze is.' Weer die spraakverwarring. Zo lang men niet inziet dat dit meisje veel meer te lijden heeft onder het structurele wangedrag van haar mede-Marokkanen dan onder de structurele losse flodders van Geert Wilders zal dit land rondjes blijven draaien in zijn eigen koppige onbegrip.

Analyses verzanden maar al te vaak in kip-of-ei-discussies. Vinden Marokkanen minder gemakkelijk een baan omdat ze worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt of nemen werkgevers minder snel een Marokkaan in dienst omdat het risico op een krasje groter is dan gemiddeld? Wat voor de een discriminatie of racisme is, is voor de ander een pragmatische risicoanalyse. Kapitalisme en egalitarisme verdragen elkaar nu eenmaal slecht.

Misschien is het gewoon niet aan het huidige politieke establishment om met een oplossing te komen, maar aan de nieuwe generatie. Een generatie die is opgegroeid tussen Marokkanen, voor wie ze onlosmakelijk en organisch deel uitmaken van hun sociale en culturele omgeving en niet langer de nog altijd half-exotische zieligheidsfetisj vertegenwoordigen, zoals voor de meeste huidige politici in hun ivoren torens. Een generatie die zonder scrupules of een misplaatst hinderlijk schuldgevoel vertrekt vanuit de onbetwistbare constatering dat er een Marokkanenprobleem is, in plaats van niet eens voorbij die empirische evidentie te geraken.

Bas Heijne wees ooit op de ironie in het feit dat negentig Marokkaanse organisaties in een brandbrief de Tweede Kamer opriepen zich te distantiëren van de term 'Marokkanenprobleem': 'Een kleine negentig organisaties. Dat lijkt me pas echt een probleem.'

Het probleem van het Marokkanenprobleem is dat het nog niet door iedereen als probleem wordt (h)erkend. Het probleem van het Marokkanenprobleem is dat het wordt gemonopoliseerd door een verdrukte politicus die er electoraal baat bij heeft dat het probleem nog even blijft bestaan. Politici willen maar niet inzien dat ze met erkenning en vervolgens aanpak van het Marokkanenprobleem zich niet alleen van dat maatschappelijke probleem maar ook van hún probleem Wilders kunnen ontdoen.

donderdag 30 januari 2014

Lezen, lezen, lezen #35

A.H.J. Dautzenberg - Rafelranden van de moraal. Novelle (2013), 90 blz. (****)
Anton Dautzenberg geeft in zijn roman Samaritaan (2011) het relaas van een man die vrijwillig een nier doneert. In de media beweerde hij dat het verhaal autobiografisch was en dat hij in werkelijkheid echt een nier had afgestaan, al werd daar links en rechts aan getwijfeld. Dautzenberg zoekt immers steeds weer dat bedwelmende schemergebied op waar de grens tussen feit en fictie troebel wordt. Eerder publiceerde hij bijvoorbeeld al gefingeerde interviews. Onlangs berichtten de kranten dat het verhaal van de nierdonatie toch verzonnen bleek. Dat had de schrijver namelijk op de radio toegegeven. Toch kan men zich met recht de vraag stellen of die 'bekentenis' op haar beurt niet óók weer gelogen is. Dat is de logische uitkomst van een volgehouden spel met (autobiografische) waarheid en verdichting: oprechtheid wordt nooit meer een onproblematische categorie.
Nog het meest geloofwaardig rijst Dautzenberg op uit het boekje Rafelranden van de moraal, waarin hij terugblikt op een aantal affaires waarbij hij betrokken was. Er is de rel rond de 'Avond van de Polemiek', toen hij via een ad hominem op Tonio van der Heijden ogenschijnlijk de vloer aanveegde met A.F.Th.'s literaire uitbuiting van het overlijden van zijn zoon, maar bij nader inzien de hypocriete mores van de literaire wereld en de polemiekenavond in het bijzonder aan de kaak stelde. Verder de verzonnen interviews met Arnon Grunberg - geestverwant in de kunst van de volgehouden glibberigheid - en met Ronald de Boer en de zanger van Mötörhead over economische onderwerpen. En tot slot de grote ophef over zijn lidmaatschap van pedofielenvereniging Martijn, uit verontwaardiging over de heksenjacht op voorzitter Marthijn Uittenboogaard.
Hoe hard zulke belangenbehartigers nodig zijn, bleek vorig jaar maar weer eens toen een volksmenigte uit Deventer een klopjacht opende op Uittenboogaard, die er op bezoek was bij een kennis. Alsof er een Tristan met een machinegeweer door het dorp liep, zo groot was de paniek. In een beruchte uitzending van Pauw & Witteman deed een delegatie er nog een schepje bovenop - ze zouden hem het liefst vermoorden, daar wilden ze best voor brommen. Let wel: Uittenboogaard heeft geen strafblad, hij is pedofiel en geen kindermisbruiker. Kindermisbruikers zijn per definitie pedofielen, maar lang niet alle pedofielen zijn kindermisbruikers. Mijn kinderen waren doodsbang, zeiden de Deventer Housewives. Geen wonder, die werden wel bang gemáákt door alle hysterie. Wat zij feitelijk doen is tegen hun kind zeggen: er ligt inderdáád een enge man onder je bed.
Dautzenberg heft een fier J'accuse aan tegen een samenleving die de demonisering van Uittenboogaard cum suis laat voortduren. Hij argumenteert een tikje hooghartig, maar bovenal dwingend en overtuigend tegen deze en andere hedendaagse misstanden. 'Ik vind het heerlijk om mijn tanden niet alleen in een frikandel speciaal te zetten, maar ook in de tijdgeest', bekent hij, 'in de heersende normen en waarden, en bovenal in de als vochtige paddenstoelen uit de grond schietende taboes - giftig of niet.' Hij zegt te genieten 'van het verkennen en overschrijden van ogenschijnlijke grenzen. Verwarring zaaien, raadsels vergroten, ongemakkelijke vragen stellen, ik kan er geen genoeg van krijgen.' Het is Dautzenberg ernst, maar wel op zijn Dautzenbergs. Aan het eind kan hij het toch weer niet laten om zichzelf te ondermijnen, via een beschrijving van een vergadering van Martijn, die nogal uit de hand loopt. En het boekje heeft als genreaanduiding 'novelle', een fictioneel genre. 'Wat is werkelijkheid? Ik weet het werkelijk niet.'

Vittorio Busato - Weg met Piet Vroon. Een biografie (2004), 236 blz. (***)
Om professionele redenen op zoek naar geboorte- en sterfdata van Piet Vroon belandde ik op de Wikipedia-pagina over deze psycholoog en televisiepersoonlijkheid, waar mijn blik bleef hangen bij twee aldaar opgetekende anekdotes: Vroon zou in een uitzending van Kopspijkers woedend zijn uitgevallen tegen de kwakzalver Emile Ratelband omdat die zieke mensen zou belazeren met zijn sessies. En tegen het eind van zijn leven zou hij in Neerijnen 'lange gesprekken over zingeving en troost' hebben gevoerd met Jozef van den Berg. Vooral dat laatste trof me. Hij stond laatst nog in de krant, Van den Berg, hij hielp mee met de oogst. Over die gesprekken wilde ik meer weten, en ik besloot deze biografie uit de bibliotheek te lenen.
Wat bleek: Van den Berg komt er helemaal niet in voor. Geen spoor van gesprekken in Neerijnen, laat staan lange gesprekken. Aan de uitbarsting tegen Ratelband wordt wel veelvuldig gerefereerd, maar daarbij bleek Vroon niet de dappere wetenschapper te zijn geweest die een gevaarlijke beunhaas de wacht aanzegde, maar een verwarde en psychisch zieke man die zichzelf niet meer onder controle had. De internetencyclopedie meldde ook dat onduidelijk is of Vroon in 1998 zelfmoord pleegde of stierf aan 'een ongelukkige combinatie van pillen en drank'. Daar blijkt geen enkele twijfel over te bestaan: 'De doodsoorzaak bleek een acute alvleesklierontsteking, zo wees sectie uit.'
Dit alles is natuurlijk enigszins verontrustend, maar ergens ook wel weer vermakelijk als we er een bewijs van een van Vroons theorieën in herkennen. Een van de 'stokpaardjes' van Vroon, aldus zijn biograaf, was namelijk dat wetenschap 'geheugenverlies' is: 'We onthouden wat we moeten vergeten en we vergeten wat we moeten onthouden.' Het vergeten wordt in ons tijdsgewricht bespoedigd door de werking van de massamedia. De wetenschapper die zich inlaat met de massamedia ziet de prestatie die zijn degelijke oeuvre is onherroepelijk verdwijnen achter de herinnering aan zijn persoon. De Wikipedia-pagina bewijst dat: de rellerige persoonlijke anekdotiek blijft, de banale waarheid delft het onderspit.
Wie dus iets over Vroon wil weten leze beter dit boek. Compositorisch is het vrij zwak, de auteur herhaalt zichzelf nogal eens en citaten komen meermaals voor. Maar Busato schreef een betrokken en vlot geschreven biografie. Vroon was een bevlogen professor, maar Busato laat zien dat zijn meer persoonlijke stukken, zoals die over zijn ouders en zijn gereformeerde jeugd, hem tot een veelgelezen auteur maakten en pas in tweede instantie zijn wetenschappelijke verdiensten. Vroons wetenschappelijke ideeën worden tegenwoordig als achterhaald beschouwd, maar hij populariseerde in de jaren '70 en '80 zijn vakgebied en staat daarmee aan de basis van een traditie van mediagenieke psychologen en andere roosvonken.

Net niet verschenen boeken - samengesteld en ingeleid door Gummbah - (2010), 207 blz. (****)
In zijn twee onvolprezen Poelmo-voorstellingen (2000, 2001) stond Hans Teeuwen op de planken met Pieter Bouwman en Gertjan van Leeuwen. Een hilarisch nummer in deze shows is het voorlezen uit zogenaamde 'net niet verschenen boeken'. Van Leeuwen, de we beter kennen als de cartoonist Gummbah, is de geestelijk vader van dit idee. In 2010 bundelde hij er 100 in een boek: 'Naar schatting liggen er wereldwijd een miljoen net niet verschenen boeken opgeslagen. Puur op gevoel heb ik er daar een honderdtal van voor het nageslacht gered.' Aan elk net niet verschenen boek worden twee pagina's gewijd. Links zien we het voorplat van het boek, rechts een bladzijde uit het binnenwerk. Dat kan een pagina tekst zijn, een gedicht, een aanprijzing, een afbeelding, een collage, een cartoon of een strip. Alles uit het wonderlijke brein van Gummbah, uiteraard.
Het verzinnen van schrijversnamen en boektitels moet hem een immens plezier hebben bezorgd. De namen variëren van bestaanbaar (Piet Vos, Rudolf Kooistra) tot volstrekt absurd (Uwe Üü, Melchisedech F.R.T. Messersmidt) en alles daartussenin (Piet van Egypte, Yitzhak Weustpak, Jozias Aalmap, Korst Greugmokker, enz.). De boektitels vormen de spil van de humor. Uiteraard kunnen ze niet los worden gezien van de cover en de pagina uit het binnenwerk, maar sommige titels zijn ook op zichzelf al grappig: Ik dacht zelf aan nierbekkenontstekingMos en waar het groeit; Beste homo's van het waardetransport; Een blauw meer met 's avonds dieren en Waar ben je gebleven, kleine, stervende componist Eddie Hambeukers?
Veel is parodie: op genres als de streekroman en het designerboek, op clichématige flapteksten over de auteur en het werk, op de larmoyante of onzakelijke afbeeldingen op romans. Gummbah gebruikt ook opvallend vaak korrelige foto's van oude mensen, bij voorkeur in het decor van feesten en partijen van jaren her. Je weet dat die anonieme mensen al jaren dood zijn en volledig verzwolgen in de vergetelheid. Dat ze nu op deze boeken figureren is even morbide als komisch. Het pregnantst komt het tot uitdrukking in de afbeelding van een oude, Duits ogende vrouw met een witte badge. De titel: Zij droeg een naambordje met niks erop.
Van ene Oscar Punt zijn drie boeken met '500 verhalen van één zin' opgenomen. Daar zitten geniale verhalen bij: ''Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?!" informeerde Eddie.' Of: 'Met allebei zijn ouders in de gevangenis voor het doodrijden van letterlijk hónderden abortusartsen door heel Europa, kon Danny wel een potje breken bij de dames van het gospelkoor.' En: 'Harry zat niet, zoals de meeste andere jongens van het dorp, op voetbal, nee, meneer zat op ballet, als je het onderweg naar je allereerste balletles sterven aan een hersenbloeding al zo kunt noemen tenminste.' 
De visuele grappen met afbeeldingen en cartoons zijn op de beste momenten fraaie stalen absurdistische humor. Dat is merkwaardige humor, die drijft op een niet-volledig begrip. Terwijl je nog in verwondering bent, voel je je mond tot een grijnslach vertrekken. Je merkt dat je moet lachen, maar je kunt er niet precies de vinger op leggen waarom. Dat is fascinerend. Overigens is meestal wel overduidelijk waar de humor zit: in de situatie, in de combinatie van tekst en beeld. Vanzelfsprekend zijn niet alle honderd boeken even geslaagd, maar minstens de helft is zeer genietbaar. Bij voorkeur in kleine porties te consumeren.

donderdag 23 januari 2014

Ontmanteling, ontlezing, ondergang

Er zijn weinig zekerheden in het leven en niets is voor de eeuwigheid, maar de laatste jaren, de laatste tijd, gaat het wel heel snel met de afbraak.

I

Nog niet eens zo lang geleden liep ik op een willekeurige zaterdag een aantal platenzaken af, struinde ik door enkele boekhandels en nog een tweedehandsboekenzaak toe, bracht ik een paar uur door in de bibliotheek, supporterde ik 's middags de wielrenners van de Rabobank-ploeg en vergewiste ik mij er 's avonds van dat mijn geld veilig geparkeerd stond bij diezelfde bank.

Veel van die activiteiten zijn al niet meer mogelijk en het ziet ernaar uit dat binnen afzienbare tijd zelfs het hele rijtje voltooid verleden tijd is. Voor cd's en boeken moet je al in de grote stad zijn, uit de dorpen zijn de winkels geheel verdwenen. Maar ook in de stad zijn het belegerde bastions, het Polare-echec toont dat ten enenmale aan.

Al die mooie en florerende boekhandels zijn na de gelijkschakeling onder eerst Selexyz en daarna Polare in rap tempo geïmplodeerd. De moedig zelfstandig gebleven boekhandels komen nu enigszins bovendrijven - Athenaeum in Amsterdam, Roelants in Nijmegen, Van Stockum in Den Haag -, maar die zitten niet overal. Als hier in 's-Hertogenbosch het onder Polare-vlag varende vlaggenschip Heinen zou verdwijnen, dan blijft er werkelijk niets meer over - de vestiging van De Slegte, paradijs voor de veellezer, was al ontmanteld en gaat dan mee ten onder.

II

De bibliotheek gaat het ook niet redden. Minister Bussemaker wil het aantal bibliotheken verder inperken, tot nog maar één vestiging per gemeente. Aangezien schaalvergroting er de laatste decennia voor heeft gezorgd dat gemeenten molochs zijn geworden die vele dorpen in zich herbergen, betekent dat een verdere reductie van het aantal biebs.

Ook wil Bussemaker toe naar een digitale bibliotheek. Natuurlijk heeft ze de mond vol van de digitale component als een aanvulling op de fysieke bibliotheek in plaats van als een vervanging ervan. Maar een aanvulling betekent extra kosten, terwijl er juist fors bezuinigd moet worden, zodat er onherroepelijk kaalslag plaats zal vinden. Een commissie onder leiding van Job Cohen waarschuwt daar voor. 'Het is heel gemakkelijk om in het kader van de bezuinigingen meteen naar de bieb te kijken met het argument dat alles op internet te vinden is. Dan bespaar je als gemeente meteen veel geld, zo lijkt. Maar het kost je op termijn veel meer.'

Je kunt wel geloven dat boeken hun langste tijd gehad hebben, maar het belang van lezen blijft onverminderd groot en wordt met digitalisering niet gediend: 'Het betekent dat er in de toekomst meer mensen slechter zullen lezen, niet aan de eisen van de kenniseconomie kunnen voldoen en als drop-outs buiten de boot vallen. In de moderne samenleving hangt 80 procent van de banen samen met goed kunnen lezen. Dat percentage zal verder toenemen.'

Het boek gaat eruit, de 'e-reader' komt erin. Dat is de tijdgeest, dat hou je niet tegen, maar het is de taak van de politiek om dat proces in goede banen te leiden, niet om het nog eens een extra zet te geven. De politiek zou zich juist hard moeten maken voor al het goeds en het moois dat in die stroomversnelling dreigt te verzuipen. Cohen: 'De collectie boeken in de bibliotheken zal afnemen. Maar dat zal een geleidelijk proces zijn. Nu leest nog maar 3 procent van de mensen een boek op een iPad of e-reader. Dat is over tien jaar vast geen 90 procent.' Die Cohen snapt het, een man naar mijn hart. Die zou de politiek in moeten gaan.

III

Al die kaalslag is een gevolg van tendensen als commercialisering, marktdenken, winstmaximalisatie. De vrije markt en zijn uitwassen. De crisis in de financiële sector is daar uiteraard het schrikbarendste voorbeeld van. Zembla zond vanavond een indringende reportage uit over de achtergronden van het Libor-schandaal bij de Rabobank. Die mooie boerenleenbank van weleer, diep geworteld in de katholieke mentaliteit van coöperatie en gemeenschapszin, thans verworden tot een 'internationale speler' met commerciële prioriteiten. Zoals een financieel expert het treffend verwoordt: 'De grote verandering in de bankenwereld is dat het acceptabel is geworden om geld te verdienen áán klanten in plaats van geld te verdienen vóór de klanten.' Nu geld digitaal dataverkeer is geworden, is het veel te gemakkelijk om in een toren achter een beeldscherm wat met nulletjes en eentjes te schuiven.

We zien voorzitter van de Raad van Bestuur van Rabobank, Piet Moerland, in 2012 zijn afschuw uitspreken over de dopingpraktijken van de door de bank royaal gesponsorde wielerploeg: 'Wij voelen ons bekocht, misleid en voor de gek gehouden.' Een jaar later oordelen de Amerikaanse en Engelse justitie precies hetzelfde over de bank zelf naar aanleiding van het Libor-schandaal. Moerland stapte op, maar Sipko Schat, topman van de internationale afdeling, bleef zitten. Pas toen lokale Rabobanken in het geweer kwamen, vertrok Schat - met een oprotpremie van een paar miljoen.

Rabobank kreeg een boete van 774 miljoen euro. De winstbelasting in Nederland is 25% en de bank mag kosten daarbij als aftrekpost opvoeren. Een boete telt als kosten en dat betekent dat zo'n 175 miljoen op de belastingbetaler afgewenteld kan worden. Elk Nederlands huishouden betaalt dus ruim 23 euro mee aan de boete. Betrokkenen doen een appel op de bank geen gebruik te maken van die mogelijkheid tot aftrek. Dit is echter nog 'maar' een kwart van de boete, bovendien verdeeld over álle Nederlanders. De bank zal het andere driekwart ook linksom of rechtsom willen afwentelen, en dan zijn de 1,9 miljoen klanten voor al gauw een paar honderd euro per persoon de pisang.

De reportage eindigt met een optimistisch staartje. Er waait een frisse wind, de banken werken er hard aan het vertrouwen van de burger terug te winnen. De vraag is of ze niet opnieuw gebakken lucht verkopen. Luidde Joris Luyendijk, embedded in de City in Londen, eind vorig jaar immers niet de noodklok dat er een nieuwe crisis dreigt? Hij zei toen: 'Dit gaat helemaal fout. De banken zijn veel te groot, de besturen weten niet wat er op de trading floors gebeurt, het kortetermijndenken regeert, het toezicht is ontoereikend en de financiële sector heeft de politiek in zijn zak.' In het digitale tijdperk stroomt het geld met zo'n gigantische snelheid en in zulke exorbitante hoeveelheden door een virtueel domein dat niemand nog in staat is het overzicht te bewaren, de stroom te beheersen, controle uit te oefenen.

De reactie en actie vanuit de politiek op de bankencrisis is gericht op herstel en wederopbouw, wat neerkomt op het opnieuw optuigen van de verrotte structuur: 'Je staat bij Tsjernobyl en je ziet dat ze die reactor weer hebben aangezet, met het oude management. Je ziet dat er niks wezenlijks is verbeterd. [...] Tot 2008 zag het hele establishment de crisis niet aankomen. Om dan te zeggen: laten we vooral bij het establishment blijven, want anders zijn we gekleurd bezig… Nee! Een systemische crisis moet je systemisch aanpakken.'

IV

De val van de Muur leek lang een historische en definitieve overwinning van het kapitalisme op het communisme, van de vrije markt op de staatsgeleide economie te betekenen. Maar ook dit systeem heeft blijkbaar zijn uiterste houdbaarheidsdatum bereikt. De historicus Arnold Toynbee beschreef de geschiedenis als een patroon van opkomst en ondergang van beschavingen. Een beschaving komt tot bloei door creatieve antwoorden van dwarse denkers op gerezen problemen, en gaat ten onder als nieuwe antwoorden uitblijven en de zittende macht vasthoudt aan oude, onbruikbaar geworden antwoorden. Beschavingen sneuvelen dan door 'zelfmoord'. Luyendijks noodkreet maakt de vraag des te urgenter of wij onszelf niet langzaam aan het suïcideren zijn.

zaterdag 23 november 2013

Maatschappelijke satire

Er is veel gaande de laatste tijd in het land, wat me niet in de koude kleren is gaan zitten. Er zijn ook andere redenen, maar ik kom er allemaal niet meer zo goed uit. Daarom maar deze verwarde, ongstructureerde aantekeningen:

Volkert van der Graaf komt binnenkort vrij. Ad Melkert is teruggekeerd van politiek asiel in de USA en klopt al aan de poort. We zijn zo onderhand weer terug bij af. En ook maatschappelijke satire wordt opnieuw in de ban gedaan.
Pauw & Witteman entameerden aan hun late avondtafel een discussie over de vraag Wordt Nederland racistischer? De inmiddels onvermijdelijke Anousha Nzume en ene Zihni Özdil kwamen opeisen dat racisme in dit verschrikkelijke land waarin zij de pech hebben te moeten leven geïnstitutionaliseerd is. Er heerst hier een 'racistisch klimaat', er is sprake van 'institutioneel racisme' zei Nzume. Een term die nota bene Özdil een dag eerder op De Joop, bolwerk der cultureel marxisten, als voldongen feit had gepresenteerd.
Nzume en Özdil kwamen woorden tekort om duidelijk te maken dat de politiek, de media, dit land hun gekwetste gevoelens onvoldoende serieus nemen en verhinderen dat ze er uiting aan kunnen geven.
En dat terwijl Özdil al voor de tweede keer deze maand op landelijke televisie mocht komen vertellen dat hij monddood wordt gemaakt. En dat terwijl we al wekenlang bedolven worden onder een totaal ontspoorde zwartepietendiscussie. En dat terwijl de Gekwetsten aan tafel van meet af aan hun discussiepartner Thierry Baudet overschreeuwden, hem niet uit lieten praten en minutenlang hun grieven miljoenen huiskamers in mochten slingeren.
Twee tegen één, maar wij worden gemarginaliseerd.
Baudet deed er na een paar minuten proberen wijselijk het zwijgen toe en dacht er de verdere uitzending het zijne van. Hij zag in dat zo'n parodie op een discussie niet te winnen valt en dat hij deze maand groot gelijk heeft gekregen met zijn stelling dat dit land zwaar gebukt gaat onder oikofobie.
Er zijn racisten, zoals die er altijd geweest zijn, en die kunnen niet hard genoeg aangepakt worden, maar het beeld dat nu gecreëerd wordt van een land dat racistisch is, dat onder een deken van ingekankerd racisme ligt, dat moeten we ons niet laten aanpraten, te meer nu dommige uitspraken van een uitgerangeerde presentator (Spijkerman) en een matige zanger die patent heeft op flauwe grappen (Gordon) als bewijslast worden opgevoerd.
Özdil maakte nog een smakeloze grap toen hij onze voormalige Koningin die kort geleden nog een kind naar het graf heeft moeten brengen een 'allochtone bijstandsmoeder' meende te moeten noemen.
Nzume begon tot ieders verbijstering te huilen om een fragmentje van het Pownews waarin Rutger aan protesterende illegalen vraagt of ze zijn schoenen willen poetsen en zijn rug willen krabben. Dominique Weesie, die ernaast zat, distantieerde zich van zijn eigen medewerker.
Dat was nog wel het treurigste van alles. Maatschappelijke satire, zoals elke vorm van geëngageerd cabaret en schurende humor, heeft het volste recht de plank zo nu en dan mis te slaan.
Maatschappelijke satire ontleent haar bestaansrecht aan het opzoeken van de grens. 'De' grens is per definitie vaag en onzichtbaar, maatschappelijke satire wekt reacties op die duidelijk maken waar de grens ligt. Zij jaagt daarmee ook de discussie over die grens aan, doet stellingen en tegenstellingen oplichten, roert waar het stinkt, wrikt waar het vastzit. Maatschappelijke satire is daarmee zowel tegendeel als tegenwicht van politieke correctheid.
Nederland heeft een voortreffelijke traditie van maatschappelijke satire op televisie, al vanaf van Zo is het toevallig ook nog 's keer, via Farce Majeur, Hadimassa en Van Kooten en De Bie tot Kopspijkers, Dit was het nieuws, Koefnoen en tegenwoordig, bij gebrek aan beter, het Pownews. Die traditie van maatschappelijke satire is er tevens de oorzaak van dat Özdil zo'n opmerking over Beatrix kan en mag maken.
Gemene deler is het uitvergroten, het tot in het absurde doordenken, het koppelen van kleine aberraties aan grote gevoelige thema's. Het beroemde item 'Beeldreligie' van Zo is het... stelde de beeldbuisverslaving van de Nederlander aan de kaak door het televisiekijken als de nieuwe nationale religie voor te stellen. Pownews had blijkbaar ontdekt dat de protesterende illegalen daar door onscrupuleuze welzijnswerkers waren geposteerd en stelde deze curieuze vorm van knechtschap aan de kaak door op slavernij te hinten.
Tamelijk smakeloos of smakelijk onbetamelijk, dat is wat je ervan kunt vinden, een middenweg is er niet met maatschappelijke satire. Het Pownews-item was overigens het eerste, maar daar gaat het niet om. Waar de makers van Zo is het... pal stonden voor hun radicale provocatie ('Uw gekwetsheid is te oud voor ons', etc.), daar trekt Weesie om één labiele extremist zijn keutel alweer in.
Koefnoen had lang het monopolie als het op scherp commentaar op de politieke actualiteit aankwam, maar is dat kwijtgeraakt door een overvloed aan ongevaarlijke filmpjes met irrelevante typetjes. Het Pownews is eigenlijk maar een halfslachtige vorm van maatschappelijke satire, het houdt het midden tussen onderzoeksjournalistiek en sketch-show en komt vaak niet uit de verf door de chaotische structuur en het vele aankondigen van wat er nog gaat komen, waardoor het zo noodzakelijke shockeffect verdwijnt. Geen wonder dat de anti-zwartepietlobby juist dit jaar voet aan de grond heeft gekregen, het zo noodzakelijke tegenwicht van de maatschappelijke satire lijkt volledig verdwenen.

donderdag 14 november 2013

Consumenten vertrouwen

Het grote nieuws verscheen vanochtend in caps lock op pagina 101 van Teletekst: NEDERLAND UIT RECESSIE. Mensen sprintten juichend hun huizen uit. Auto's reden toeterend door de straten. Vuurwerk spatte uiteen boven de huizen.

't Is niet waar. Het heuglijke bericht van 0,1% groei dat het CBS vanochtend verspreidde werd ogenblikkelijk gebagatelliseerd door alle commentatoren. De export trekt weer aan, maar daar staat tegenover dat de werkloosheid blijft toenemen en de consumptie blijft dalen. De mensen in het land hebben er nog geen vertrouwen in dat het weer beter zal gaan. En laten we wel wezen: ze hebben daar alle reden toe.

De conjunctuurbeweging van de economie - iedereen heeft het op school geleerd - heeft altijd laten zien dat in perioden van laagconjunctuur mensen hun baan verliezen, maar dat het werk weer voor het oprapen ligt zodra de lijn naar boven inzet. Ik heb sterk de indruk dat het dit keer anders is.

In veel sectoren is er niet tijdelijk minder werk, de productiviteit is er nog steeds wel, maar zij wordt nu verzorgd door goedkope buitenlandse krachten en vooral door machines, apparaten, computers. Meer productie met minder mensen. Als de economie weer aantrekt, dan zal die onomkeerbare automatisering verhinderen dat de overbodig geworden werknemers terugkeren.

We kunnen niet allemaal systeembeheerder worden.

Hoe kan men in die situatie van permanente werkloosheid verwachten dat het consumentenvertrouwen toeneemt? De Wereld Draait Door had vanavond in plaats van het vaste panel tv-economen een drietal pas afgestudeerde, 'talentvolle' economen uitgenodigd, de 'fine fleur' van de nieuwe generatie aldus Nieuwkerk. 'Hoe gaat jullie generatie de crisis oplossen?' vroeg hij doodleuk. Ze pruttelden een cliché hier en debiteerden een gemeenplaats daar. Helaas zeiden ze niet: wij gaan er voor zorgen dat mensen als jij eens stoppen met het stellen van zulke idiote vragen.

Economen zijn gedragswetenschappers. Ze observeren gedrag, inventariseren wat er over een voorbije periode is gebeurd, analyseren die data en leiden er een interpretatie uit af. Hun modellen hebben veeleer een verklarende waarde, veel minder een voorspellende - ook al is dat vaak een streven. Als een astronoom de baan van een hemellichaam berekent, dan kan hij tevens nauwkeurig voorspellen hoe dat hemellichaam zich in de toekomst zal bewegen. Het hemellichaam trekt zich niets aan van de waarneming en de voorspelling.

In de economie is dat anders omdat het niet over levenloze dingen gaat maar over gedrag van mensen, mensen die kennis nemen van de waarnemingen, verklaringen en voorspellingen van de economen en daarop reageren en anticiperen. Waarna de voorspelling meteen achterhaald is, omdat die nog gebaseerd is op de situatie van vóór de voorspelling. Nergens is het aantal self-fulfilling prophecies zo groot als in de economie, denk ik. Economen zouden de gevolgen van de reacties op hun voorspelling eigenlijk moeten inbouwen in diezelfde voorspelling.

Een van de fijne bloemen noemde de economiewetenschap een religie: iedereen gelooft iets anders en er is een charismatische voorganger nodig achter wie iedereen aanloopt om écht iets te veranderen. Dan wordt er al snel naar de politiek gewezen, maar aangezien we niet in een democratie maar in een mediacratie leven moeten we misschien eerder naar de kranten en de programma's kijken. Daar regeert echter meer en meer de waan van de dag, ontbreekt ten enenmale het overzicht, de diepgang en de brede blik.

'Nederlanders op drie na gelukkigste volk ter wereld', lazen we begin september in de Volkskrant. Commentaren, opinies, discussies. 'Nederlanders depressiefste volk van Europa', kopte dezelfde krant vorige week. Opnieuw reactie, analyse, debat. Niemand die de moeite nam om de onverenigbaarheid van beide berichten te belichten.* Het mediageheugen is in permanente staat van dementie als gevolg van een hardnekkige verslaving aan de roes van de hype.

Ook daarom moet een passant als Rutte niet elke keer weer zo opzichtig om consumentenvertrouwen schooien. Dan wordt hij de weerman die elke avond voorspelt dat morgen de zon gaat schijnen terwijl het elke dag weer blijkt te regenen. Als dan eindelijk daadwerkelijk de zon gaat schijnen heeft allang niemand meer de moeite genomen nog naar hem te luisteren. De politiek moet zich niet bezighouden met de mensen op te dragen wat ze zouden moeten doen, ze moet maatregelen doorvoeren waardoor de mensen vanzelf datgene gaan doen wat de politiek wil. Put your money where your mouth is.

Het is een illusie te denken dat consumentenvertrouwen op afroep bestelbaar is. Sterker: wie alsmaar roept dat de mensen meer vertrouwen moeten hebben in de economie terwijl alles om hen heen op het tegendeel wijst, zal niet alleen geen weerklank vinden maar ook het wantrouwen tegen zichzelf afroepen. Het consumentenvertrouwen zal pas toenemen wanneer politici de consumenten vertrouwen. Dan zullen vanzelf de consumenten ook de politici weer gaan vertrouwen.

* Alleen Bram Oostveen had het in de gaten, waarvoor dank.

donderdag 26 september 2013

Hafid Bouazza's prikkelende stekeligheden

In de donkere dagen van juli, toen Hans Teeuwen bij Zomergasten toegaf aan zelfcensuur te doen uit angst voor islamitisch geweld en de publiciste Monique Samuel bij Knevel & Van de Brink excuses aanbood aan haar doodsbedreigers, toen was Hafid Bouazza (1970), schrijver van Marokkaanse origine, de enige die klare wijn schonk. In een ingezonden stuk in nrc.next verhief Bouazza zijn anders zo zoetgevooisde stem tot een bulderende bas:

'Moslims, ik respecteer jullie religie niet; ik heb niet eens een atoom van eerbied voor de dagelijkse en jaarlijkse rituelen, voor de verboden en geboden van jullie godsdienst. Ik heb geen respect voor de mythe van Mohammed. Ik vind Allah een armoedig verzinsel. De hoeri’s zijn een lachertje. Geweld is voor mietjes. Dreigen is voor leeghoofden (ga toch werken).' Een anti-credo ter bezinning.

Het was niet de eerste keer dat Bouazza zich zo fel uitsprak. Toch is Bouazza bij mijn weten geen object van doodsbedreigingen. Is dat omdat hij nooit aanschuift in de praatprogramma's, geen talking head is? Omdat hij zijn engagement in goedgeschreven boeken verpakt en bontkraagjes geen boeken lezen? Twee jaar geleden verscheen van zijn hand het dikke Heidense vreugde. Gepeins en gezang, een bundeling van beschouwende en opiniërende teksten die hij de voorgaande vijftien jaar in diverse kranten en tijdschriften publiceerde. De afdeling 'Verstekeling van de emigratie' bevat zijn islamkritische bijdragen.

Bouazza's recensie van Hans Jansens biografie De historische Mohammed (2005-2007, twee delen) begint al meteen zeer uitgesproken: 'De interesse voor de islam en de islamitische cultuur heeft vaak, om niet te zeggen altijd, een politieke en gewelddadige oorzaak.' (262) Net als Jansen is Bouazza dan ook niet een islamcriticus zonder meer. Hij hekelt de hedendaagse verdorvenheid van een tot ideologie verworden religie die ooit culturele hoogtijdagen vierde - en in die hekeling is spijt om wat voorgoed voorbij is inbegrepen. Oprechte interesse en betrokkenheid geven hem de aanleiding een beunhaas als Kader Abdolah te kapittelen. In diens geromantiseerde Mohammed-biografie De boodschapper (2010) ergert hij zich aan het gegoochel met epitheta ('Zo weinig eerbied voor semantiek is stuitend', 273) en Abdolah's Koranvertaling is niet het gevolg van authentieke belangstelling maar van pure 'eerzucht'. (274)

Je hoort vaak dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen 'politieke' islam en 'gematigde' islam. Bouazza pleit vooral voor een demarcatie tussen islam 'toen' en islam 'nu'. Retorisch is Bouazza hier beresterk. Let eens op de slimme correctie aan het eind van deze zin: 'Dat de islamitische cultuur in zijn langvervlogen goede tijden, alle interesse en nieuwsgierigheid verdient, staat buiten kijf: de islamitische hoogtijdagen hebben superieure dichters, schrijvers, denkers, wetenschappers en filosofen voortgebracht - nee, eigenlijk moet ik zeggen dat grote, individuele geesten de islam aan zijn bloeitijd hebben geholpen.' (262) De expliciete omkering maakt de bewering veel overtuigender dan wanneer de correctie simpelweg de eerste bewering had vervangen. Zo wordt en passant afgerekend met een cliché.

Het meest citerenswaardig is het essay 'Oriëntalisme'. Geen spaan laat Bouazza hierin heel van de Palestijnse literatuurwetenschapper Edward Said. Diens 'studie' Orientalism (1978) stond aan de wieg van de Westerse zelfhaat die het aandrijvingsmechanisme is geworden waarmee al decennialang iedere vorm van islamkritiek in de hoek van racisme en xenofobie wordt gedreven. De 'Oriënt', een aanduiding voor het Oosten, komt al eeuwenlang voor in verhalen en verslagen, en in diverse functies: als stimulans van de verbeelding, als object van nieuwsgierigheid, als toevluchtsoord voor escapisme, om de eigen zeden en gewoonten in te spiegelen, etc. Maar dat hadden de oude schrijvers niet mogen doen van Said, tot ergernis van Bouazza: 'Deze mannen in retrospectie betichten van islamofobie of van oriëntalisme is zottigheid ten top'. (279)

De term oriëntalisme is dan ook 'bezoedeld' geraakt door de 'overschatte' Edward Said, wiens drijfveer niet wetenschappelijke nieuwsgierigheid was, maar desillusie door de Zesdaagse Oorlog en 'een geloof in de grootheid van een Arabische wereld die een fata morgana bleek te zijn.' Zijn populariteit kan verklaard worden uit de postkoloniale tijdgeest: het Westen moest in het reine komen met zijn koloniale verleden, het Oosten zocht een zondebok voor het eigen falen: 'Saïd zag in de oriëntalisten wegbereiders voor en collaborateurs van het westers imperialisme (vreemd dat het islamitisch imperialisme nooit zo heftig bekritiseerd is). Dat er oprechte interesse was in de archeologische, culturele, linguïstische, antropologische, sociologische aspecten van het oosten kon hij zich simpelweg niet voorstellen.' Eerder is het omgekeerde het geval: aandacht uit het Westen voor de Oriënt was juist gegrond in - niet zelden wetenschappelijke - nieuwsgierigheid, aandacht van Arabieren voor het Westen is slechts ingegeven door expansiedrift. (280)

Dat was zo en is nog altijd zo: 'Het enige wat het Oosten ons nu brengt, op een monomanische en nietsontziende manier, is een fenomeen dat we kunnen missen als een natuurramp: de islam.' Een tsunami van islamisering noemen we dat nu, met dank aan de semantiek van een andere, iets minder literair formulerende islamcriticus. Bouazza verzorgt overigens wel vaker een welbespraakt alternatief voor verfoeide leuzen. Eigen volk eerst, als holle schreeuw uit schuimbekkende monden verderfelijk, maar met beeldende onderbouwing opeens een poging tot rechtvaardiging: 'Wanneer is een land van een bepaald bevolkingsdeel? Als het generaties lang een opbouwende bijdrage levert, een economische groei, een verbreding van de einders. Wanneer de wortels endemisch zijn geworden en niet overgeplant.' (283)

Hoe ziet die islamisering eruit? Zij neemt de vorm aan van 'moskeeën en iftars en congressen en haat en megafoongeschreeuw en gedreig en geweld en agressie en een verlangen naar de sharia en... (verder zelf invullen).' De achterliggende ideologie waarmee de islam inmenging in de westerse consumptiemaatschappij denkt te rechtvaardigen berust op een gevaarlijk misverstand: 'De islam denkt een eindfase te zijn die een ethisch reveil in het Westen kan teweegbrengen. De islam is echter een wankel stadium tot een ethisch en cultureel reveil dat het Westen allang heeft doorgemaakt en achter zich heeft gelaten. En als de islam - o nachtmerrie - het eindstation is, dan zou ik zeggen: sauve qui peut!' (282-283)

Het voornemen om moskeeën te bouwen op de puinhopen van Ground Zero wekt Bouazza's woede op: het is allesbehalve een handreiking, veeleer 'twee triomfantelijk opgeheven middelvingers'. (283) Die metaforiek werd ook in Bouazza's roman Paravion (2003) gebruikt, waar een visioen wordt geschetst van een toekomstig Nederland dat van minaretten vergeven is: 'Ze rijzen fier als opgeheven middelvingers zenitwaarts, streven de deemoedige kerktorens voorbij. Nog hogere minaretten stonden in de steigers en de allerhoogste werden ontworpen. Nog even, zo ging het gerucht in het theehuis, en ook alle kerken zouden moskeeën worden.' Geen wonder dat Bouazza het door de bevolking afgedwongen minarettenverbod in Zwitserland toejuicht: weliswaar is het een symbolisch besluit, maar daardoor niet minder belangrijk: de symbolische expansie van de islam is op dit punt even een halt toegeroepen. (303)

Als islamcriticus is Bouazza niet slechts kritisch op de islam, hij is minstens zo fel op de masochistische Nederlandse elites die zich alles laten aanleunen en het bedje spreiden voor de islam. In 'Na de moord op Theo van Gogh' noemt hij de krampachtige reacties van autochtone intellectuelen al te voorspelbaar: 'zo'n onoverkomelijk obstakel als gewetensbevraging en introspectie onder vele moslims lijken, zo exhibitionistisch bleek de bereidheid tot zelfbevraging en zelfkastijding van de Nederlandse kant.' (284) Het is een gotspe om te denken dat Nederland of Hirsi Ali of Van Gogh verantwoordelijk is voor de terreur van radicale islam, de islam heeft in Nederland eenvoudigweg een vrijplaats gevonden: 'Het is niet de schuld van vruchtbare grond dat hij onkruid voortbrengt.' (286) Ook dit doet denken aan een citaat uit een andere publicatie van Bouazza, het 'hoveniers'-citaat in de briefwisseling met Komrij: 'Ik denk dat de islam hier gewoon vruchtbare grond heeft gevonden en gewillige, onderkruiperige hoveniers.'

Een ander motief is het verschil tussen personen en abstracties, tussen mensen en dingen. Dreigen met vernietiging van levenloze zaken spreekt minder tot de verbeelding dan aanslagen op bekende figuren, maar de achterliggende ideologie is in beide gevallen gelijk: 'De doelen die Samir A., een vriend van Mohammed B., voor ogen had, waren geen individuen, maar gebouwen. Een moord op een bekende persoonlijkheid is alleen zo intiem, maar het doet niets af aan de beginselen waarop de daad gepleegd is.' (285) Het is goed om dit te beseffen met de vrijlating van Samir A. nog vers in het geheugen. En wat te denken van de hypocrisie van moslimorganisaties die elke keer dat de islam negatief in het nieuws komt zeggen dat 'de' islam en 'de' moslim niet bestaan, maar wel de rechtszaak tegen Wilders toejuichten omdat de politicus de islam zou beledigen: 'Waarom ziet men het geklaag van moslims als trouw aan een religie en de verdediging van westerse waarden als racistisch?' vraagt Bouazza ten tijde van het proces. (297)

Ook Hirsi Ali komt voorbij. We zijn haar alweer bijna vergeten, maar het is goed om ons te blijven herinneren dat haar gepeperde teksten over het huwelijk van de profeet Mohammed met een 9-jarig meisje door Femke Halsema 'smakeloos' werden genoemd. Het was een wrang voorbeeld van de politieke reflex die we nog elke dag in Den Haag zien: veroordeling van de vorm om het maar niet over de inhoud te hoeven hebben. 'Pas als we in een maatschappij leven waarin een vrouw zich vrij kan uitspreken over het geloof zonder het schuim en de moordzucht van moslims over zich heen te krijgen, kunnen we het over Hirsi Ali's "smakeloosheid" hebben.' (290) De doodsbedreigingen aan het adres van Ebru Umar - ook al in juli, wat was dat toch voor een duistere maand? - laten zien dat het nog lang niet zo ver is.

Het moge duidelijk zijn dat Bouazza niet terugschrikt voor een keiharde toon. Daarbij vloeien ook zwaarbeladen termen uit zijn pen: 'Zachtmoedig omgaan met de geestelijke tirannie van islamieten is collaboratie'. (290) Wat de islam volgens Bouazza in Nederland hoofdzakelijk doet is 'de grondslagen van de democratie bestrijden en bestoken'. (298) Het gevaar van begeesterde kritiek op een dogmatische, aan de collectieve geestelijke gezondheid schade toebrengende ideologie, is dat die kritiek van de weeromstuit zelf verwordt tot een nieuw dogma. Bouazza blijft daar verre van: passie voor individuele vrijheid en nieuwsgierigheid in de breedste zin van het woord blijven te allen tijde de drijfveren die hem allesbehalve kortzichtig en bekrompen maken, zoals ook Hans Demeyer constateert in zijn recensie van Heidense vreugde. Gepeins en gezang.

Misschien zou het aardig zijn om 'Verstekeling van de emigratie' als een apart boekje uit te geven. Het is een schier onuitputtelijke bron van prikkelende constateringen en stekelige citaten die, hoewel ze vaak reageerden op actuele voorvallen, ook vandaag de dag nog dikwijls hoogst actueel en behartigenswaardig zijn.

Hafid Bouazza, 'Verstekeling van de emigratie', in: Heidense vreugde. Gepeins en gezang (2011), p. 251-323.

dinsdag 17 september 2013

Alleen de alleenstaanden

Iedereen gaat deze crisis in de portemonnee voelen, is al een jaar lang de mantra van Rutte-II. De plannen die vandaag op Prinsjesdag werden gepresenteerd voegen de daad bij het woord, want alle groepen gaan erop achteruit. Correctie: bijna alle groepen, want 'uit de doorrekeningen van het CPB', zo schreef HP/De Tijd vanochtend, 'blijkt dat alleen een deel van de alleenstaanden erop vooruitgaat.'

Dat kan geen toeval zijn. Met Mark Rutte en Diederik Samsom hebben de twee coalitiepartijen VVD en PvdA immers allebei een vrijgezel als politiek leider. De tweede wat onvrijwilliger dan de eerste, maar toch. Het werd ook hoog tijd. Al sinds de Tweede Wereldoorlog wordt de vrijgezel gediscrimineerd.

De Duitse bezetter voerde toen een vrijgezellenbelasting in. Om de bevolkingsaanwas te stimuleren natuurlijk. Hoe meer Ariërs, hoe meer vreugd. Willem Frederik Hermans maakte in 1951 stampij omdat de naoorlogse politiek had verzuimd die maatregel terug te draaien. In 1966 was er nog niks veranderd. Hermans brak de staf over 'de manier waarop vrijgezellen in Nederland worden behandeld. Dat wordt langzamerhand een gediscrimineerde bevolkingsgroep. Die mensen betalen meer belasting. Die mensen kunnen geen eigen woning hebben. Ze moeten tegen verschrikkelijke woekerhuren een kamertje huren. Het zijn mensen zonder toekomst.'

'Ze hebben niet de gelegenheid hun positie te verbeteren of iets op te sparen. Dat zijn toch groepen van enige honderdduizenden mensen, die alleen maar in die positie gedrukt worden, omdat ze toevallig niet getrouwd zijn. Als die mensen toevallig allemaal bruin waren, zou iedereen roepen: wat is dat voor een schandalige rassendiscriminatie!'

Zo was het en zo is het. De maatschappij is nog steeds ingesteld op huishoudens van minimaal twee personen. Als je toevallig geen partner kunt krijgen of gewoon liever alleen blijft, dan word je financieel onevenredig gepakt. Een lening of een hypotheek afsluiten is veel lastiger, zorg- en woonkosten zijn hoger en ook fiscaal word je benadeeld, zo bleek uit berekeningen in 2011: 'Bij een salaris van 40.000 euro betaalt een alleenstaande 5.000 euro meer belasting dan twee partners die gezamenlijk hetzelfde bedrag verdienen.' En dus had Hermans nog altijd gelijk: 'Vrijgezellen worden gediscrimineerd.'

D66 vroeg met steun van CDA en SGP aan Rutte om daar een einde aan te maken, maar die had het te druk met Wilders in toom te houden. De steun van de confessionele partijen was overigens een mijlpaal, als de traditionele gezinspartijen die ze nog altijd zijn. Hermans gaf in 1966 vooral de schuld aan de PvdA, de enige niet-bijbelse partij van betekenis: 'Ik constateer al sedert jaren een groot gebrek aan moed bij die PvdA.'

Is het nu dan eindelijk zo ver, met single Samsom? Helaas, de wens lijkt weer eens vader van de gedachte. Het Nibud laat zien dat alleen de alleenstaande werkenden met een laag loon erop vooruitgaan: 1,5 procent. Alleenstaande werkenden met modaal of hoger inkomen leveren net zo hard in als de gezinnen.

Vanavond bij het televisiedebat viel op dat Samsom leek te slissen. Komt dat doordat logopedie niet meer voor honderd procent vergoed wordt via het basispakket? Of spreekt Samsom met een gespleten tong? 'Ik constateer al sedert jaren een groot gebrek aan moed bij die PvdA.' Het is dat niemand het woord 'sedert' nog gebruikt, maar in het tweede geval zou de constatering van Hermans ook nu, een halve eeuw later, nog steeds opgeld doen.

vrijdag 13 september 2013

De helden van onze tijd?

De Franse premier Jean-Marc Ayrault heeft zijn ministers verboden nog langer een smartphone te gebruiken. Reden is de recente onthulling van de afluisterpraktijken die de Amerikaanse geheime dienst NSA erop nahoudt. De dienst zou toegang hebben tot vrijwel al het smartphonedataverkeer.

De ware essentie van een land wordt weerspiegeld door het functioneren van zijn geheime dienst, zei de Britse spionageschrijver John Le Carré. De drang van de Amerikanen om al het wereldwijde dataverkeer te controleren kan niet los worden gezien van 9/11. Sinds die verschrikkelijke dag is Amerika in essentie een land dat wanhopig probeert een volgende binnenlandse terreuraanval een stap voor te zijn.

De bescherming van burgers kan niet afdoende gebeuren zonder concessies te doen aan de privacy van burgers, zo luidt daarbij het credo. Dat is lang - pakweg de eerste tien jaar na de aanslagen - als aanvaardbaar gezien, maar de laatste paar jaar lijkt er een kentering opgetreden. Er heerst nu een stemming van ongenuanceerde afkeer van geheime informatie. Assange, Snowden, Manning, ze worden door menigeen als de helden van onze tijd gezien.

Mark Bowden plaatst daar in The Atlantic terecht kanttekeningen bij. 'The most famous leakers in American history were motivated not by a general opposition to secrecy but by a desire to expose specific wrongdoing.' De huidige klokkenluiders is het er echter niet om te doen specifieke misstanden binnen een concrete casus aan het licht te brengen: 'These are young people at war with the concept of secrecy itself, which is just foolish.' Het grondt in een naïeve, jongensboekachtige kijk op wereldpolitiek: 'It proceeds from a Julian Assange-influenced, comic-book vision of the world where all governments are a part of an evil plot against humanity.'

De onredelijkheid is groot en wordt gevoed door angst, die altijd deels irrationeel is. Als vliegangst ter sprake komt is er altijd wel iemand in de buurt die zegt dat de kans dat je een auto-ongeluk krijgt veel groter is dan dat je vliegtuig uit de lucht valt. Die persoon vergeet dan dat het niet alleen gaat om de kans dat het gebeurt, maar zeker ook om wat de gevolgen zijn als het gebeurt. Er is een meer dan redelijke kans dat je een auto-ongeluk overleeft, terwijl een vliegtuigcrash praktisch altijd fataal is.

Ik heb soms de indruk dat er ook zoiets aan de hand is in de kwestie van de bescherming van burgers versus de privacy van burgers. De kans slachtoffer te worden van een terreuraanslag is misschien vele malen kleiner dan de kans dat een geheime dienst onder het mom van burgerbescherming privacygevoelige informatie van mij onderschept, maar als er aanslag plaatsvindt, bijvoorbeeld omdat de geheime diensten dit door privacywetten niet hebben kunnen voorkomen, dan ben ik de pineut als ik net op de verkeerde plek ben, terwijl het nog maar de vraag is hoe 'dodelijk' het is als de Amerikaanse geheime dienst werkendeweg mijn mailtjes kan lezen.

Het is vooral de schimmigheid rond wat er precies met de verzamelde privacygevoelige informatie gebeurt die de discussie vaak zo ongericht maakt. De overheden kunnen via hun geheime diensten bij onze privégegevens, maar wat doen ze er vervolgens mee als je een doorsnee burger bent? Wat me meer zorgen baart is dat het überhaupt technisch mogelijk is, dat er bijvoorbeeld 'backdoors' zijn ingebouwd om betalingsverkeer te kunnen screenen. Als in wezen bonafide overheden het kunnen, dan kwaadwillende individuen en cellen dus ook.

Ieder jaar krijgen we aan de vooravond van de zomervakantie het advies vooral niet ons paspoort te laten kopiëren aan de hotelbalie omdat dat gekopieer het risico op identiteitsfraude zou vergroten. Makkelijk gezegd, maar wat is het alternatief? Je wilt toch een slaapplek 's nachts en hebt bovendien vaak al vooraf betaald. Moet je dan maar op straat slapen en de financiële strop voor lief nemen omdat er een niet te berekenen kans bestaat dat er een boef in de buurt is die er met de kopie vandoor gaat, al is het de hotelier zelf?

Tegelijk zijn de mensen die het hardst protesteren tegen de NSA-praktijken tevens de mensen die er niet over peinzen hun Facebook op te zeggen. Alsof je klaagt dat er te weinig tegen inbrekers wordt gedaan maar intussen wel weigert een goed slot op je deur te laten maken. Zo'n Alexander Klöpping debiteert bij DWDD gemoedelijk dat Facebook en Twitter alleen gratis kunnen zijn omdat die bedrijven alles van de gebruiker weten en zelfs minuut na minuut kunnen tracken waar hij zich bevindt. Verontrustend, zou ik zeggen.

Maar vervolgens gaat het gesprek alleen over aantallen 'followers' en de noodzaak van een beursgang, en niet over die merkwaardige combinatie van enerzijds slaafse onderwerping aan sociale mediabedrijven die het niet zo nauw nemen met de privacy van gebruikers en anderzijds ongenuanceerde idolatrie van figuren die op een dubieuze manier juist de klok luiden tegen de schending van privacy.