donderdag 21 juni 2007

Gedicht

Oerplof
Een leerdicht

Hersenspinsels, Woordritsels, Wijsvingers!
(denk nu een gedachte)
Bolbliksems, Donderstormen, Koldervormen!
(zing nu een zang)
Doofpotten, Jankbekken, Binnenvetters!
(pleng nu een traan)
Potsenmakers, Laarslappers, Koekenbakkers!
(lach nu een stuip)

Zij zijn de stomdoven, de wormstekige blinden
Weg zijn de dromen, de toornige vromen

(spits nu de oren)

Het woord is woord gebleven
Zie omhoog en aanschouw de poëzie
De stilte van de sterren is de stilte van een statisch uitdijen

De schoonheid fluistert verticaal
Hoor
Het zachte ruisen van de verzen
Doodstil wordt het nu niets is nog geluid en nergens en nooitmeer

Een laatste zuchtje, een tikje, de
Oerplof en dan
Stilte
.

Geen opmerkingen: