dinsdag 21 oktober 2014

Diagnose

Van staatssecretaris Dekker mag de publieke omroep alleen nog maar programma's brengen die een informatieve, educatieve of culturele functie hebben. Plat amusement daarentegen is uit den boze; dat moeten de commerciëlen maar maken. Op zich een behartigenswaardige visie, ware het niet dat Dekker zijn visie met neoliberale methoden denkt te kunnen afdwingen. Hij wil externe 'partijen' toelaten tot het bestel die kunnen concurreren met de huidige omroepen. Het idee van een publieke omroep is toch juist dat er programma's worden gemaakt die nuttig, nodig of anderszins waardevol zijn, vrij van de terreur van het winstoogmerk of de gesel van de kijkcijfers! Maar Dekker wil toe naar een 'creatieve en innovatieve' publieke omroep. Hij zegt er nog net niet bij dat die door 'jonge, enthousiaste' mensen moet worden gemaakt... Zijn woordkeus deed me denken aan een ontmoeting die ik onlangs had met een klein, wat onooglijk mannetje van een jaar of dertig. Hij kwam mij tegemoet gestiefeld in een drukke straat en hield mij staande: 

'Ik zag dat u mij zag, meneer! In tegenstelling tot alle anderen, die zich blindstaren op hun mobiele apparaat. Ziet u ze lopen, al die ontzielden? O, Thomas Stearns Eliot, where art thou! Je moet trouwens "dievaajs" zeggen, heb ik begrepen. Wist u dat?'

Ik begreep op een zonderling te zijn gestuit, maar ik kon nu moeilijk zomaar doorlopen. Bovendien had hij mijn belangstelling gewekt. Nadat hij had vastgesteld ik dat ik welwillend luisterde, vervolgde hij ietwat gejaagd:

'Dit land zucht onder de "jonge, enthousiaste" mensen met hun "creatieve, innovatieve" ideeën, meneer. Waar is de bestendigheid!? De betrouwbaarheid!? Het beheer van het bestaande!? De eerbied voor de ervaring, voor de expertise!? Het kortetermijndenken regeert, de waan van de dag. De chipkaart? Het kan ook met de smartfoon, dus weg ermee! Sneller, vlugger, hup, op naar de volgende fase, want de techniek staat niet stil! Dat het de mensen zelf zijn die de techniek op hol doen slaan, zien ze voor het gemak maar over het hoofd.'

'Het grote misverstand is dat VERANDERING automatisch gelijk zou staan aan VOORUITGANG. Het is nieuw, dus is het goed. De techniek maakt alles eenvoudiger, en gemak dient de mens. Dat is het adagium, maar ook het monstrum, meneer. De slavernij van hetvoortdurend achternajagen van vergemakkelijking van het leven, van de gedachte dat het geluk in het gemak zou zitten. In mijn gemak en mijn geluk, want wat voor mij werkt moet ook maar voor de anderen werken.'

Ik knikte. Hij sprak nu wat monotoon en inmiddels eerder mompelend dan declamerend, maar mijn knikken leek hem weer aan te sporen:

'De aanwezigheid van al het denkbare op elk denkbaar moment! Dat was ooit de definitie van God, meneer. Het immanente Godsbegrip, de gedachte dat God voortdurend aanwezig is in alles, heeft nu de gedaante aangenomen van de "cloud": de absolute beschikbaarheid en oproepbaarheid van alles op ieder moment!'

'Moeite doen is in het verdomhoekje gekomen. Dat je ergens nog moeite voor zou doen, niet alleen om het einddoel te bereiken, maar ook om wat er op de weg naartoe allemaal voor moois te vinden is - het is een filosofie voor achterblijvers geworden. De loutering van het leermoment. De schoonheid van het speuren. De vreugde van het verzamelen. Het bouwen van de boomhut draaide niet om de boomhut maar om het bouwen, weet u nog wel meneer? De pracht van het proces... Passé, want het kost moeite. Wie er nog voor pleit, voert een achterhoedegevecht.'

Hij had zich zijn betoog goed ingestudeerd, al sprak hij inmiddels weer wat mompelend. Ik verstond hem matig, maar ik begreep hem goed.

'Ooit werd de ultieme zaligheid geprojecteerd in een leven na de dood, Marx bracht het al terug tot een in de nabije toekomst op te richten heilstaat op aarde, en nu na de grote religies ook de grote ideologieën hun wervende en bindende kracht hebben verloren maken we van lieverlede van onze verduisterde binnenkamer maar een imaginair paradijs, gesymboliseerd door de i-cultuur van apple, de hedendaagse slavendrijvers. De heilsleer verandert van gedaante, de dwingelandij en de verdwazing blijven, meneer.'

'We zoeken onze atavistische behoefte aan gemeenschappelijkheid uit arren moede maar in valse virtuele alternatieven, zoals de schijnsocialiteit van het facebook, waarin authenticiteit ondergeschikt is aan imago, en communicatie aan het scoren van punten in de vorm van likes. Vind ik leuk! - dat is de norm, meneer. Niet vind ik informatief, of vind ik leerzaam, of vind ik waardevol. Leuk vinden of zwijgen, dat zijn de enige opties.'

Ik kon hem niet helemaal meer volgen, en zelf leek hij ook wat te aarzelen, alsof het hem persoonlijk aanging, alsof hij zelf niet helemaal geloofde in wat hij te berde bracht. Hij begon nu op een iets hogere toonhoogte te spreken, als om aan te geven dat hij iemand ging citeren:

'"We leven in de hoogtijdagen van het valse individualisme, omdat de zichtbaarheid van alles voor allen en de constructie van een gewenste identiteit leidt tot conformisme. Wie niet meedoet wordt gewantrouwd of voorzien van een diagnose."'

Hij zweeg twee seconden en sprak toen zacht:

'Ik ben gediagnosticeerd, meneer.'

Na deze woorden lichtte hij even een denkbeeldige hoed op en liep toen verder, voor ik ook maar een begin van een weerwoord had kunnen formuleren. Zijn woorden tolden rond in mijn gedachten, vervluchtigden voor ik er grip op kreeg.

Ik staarde hem peinzend na terwijl hij langzaam aan de gezichtseinder verdween. Een gekwelde, een geteisterde, een dolende ziel. In het niets leek hij op te lossen.

Geen opmerkingen: