woensdag 13 juni 2007

Over cultuurrelativisme in theorie en praktijk

Laatst pleitte ik voor een middenweg in de aanpak van jonge, voornamelijk Marokkaanse crimineeltjes. Daar heb ik nog korte een notitie bij.

Een hardere aanpak is niet alleen een oplossing voor de gemeenschap, maar is ook in het belang van de jongeren zelf. Zij hebben zelfs behoefte aan een duidelijke afbakening van wat wel en niet mag in ons land. Een grote mate van tolerantie zijn zij cultureel en van huis uit niet gewend en zij weten daar dan ook niet goed mee om te gaan. Ze passeren duidelijk een grens in toelaatbaar gedrag, zijn zich daar vaag wel van bewust, maar omdat maatregelen uitblijven raken zij verward in hun visie op het toelaatbare in een westerse vrije samenleving. Dat blijkt ook uit het feit dat zij zich in Marokko 's zomers gedragen als voorbeeldige mensen, omdat ze weten dat ze daar met grensoverschrijdend gedrag wel effectief de pineut zijn.

Tolerantie is een basisbegrip in een breder gedragen cultuuropvatting, namelijk die van het cultuurrelativisme. Deze opvatting legt een taboe op het beoordelen van andere culturen vanuit de eigen cultuuropvatting. Zo wordt het mogelijk moreel verwerpelijke daden in een andere cultuur niet te verwerpen of te bestraffen door te wijzen op de beperkte visie van de dader op moraliteit, ingegeven door zijn cultuur. Cultuurrelativisme heeft een opgang gevonden in westerse cultuuropvattingen omdat het kan dienen als verweer tegen superioriteitsargumenten met betrekking tot andere culturen. Het voorkomt zo de opkomst van fascistische procédés.

Dat is de theorie. In de praktijk blijkt het allemaal niet zo te werken. Cultuurrelativisme en de daaruit voortvloeiende waardenvrijheid en tolerantie blijken een overdreven vrijblijvendheid in de hand te werken. Vrijblijvendheid die niemand goed uitkomt. Autochtone Nederlanders niet, omdat zij onderworpen zijn aan criminaliteit. En de allochtone jongeren niet, omdat zij niet weten hoe om te gaan met een onevenredige vrijheid en Nederland zelfs minachten om onze hoge acceptatiegraad. Als je nooit gestraft wordt is het blijkbaar geoorloofd om de wet te overtreden.

Er liggen nergens zoveel kansen voor het grijpen dan in Nederland en toch slaagt een groot deel van de jongeren er niet in deze kansen te benutten. Ze hebben behoefte aan een strenge begrenzing van het toelaatbare, maar raken bij gebrek daaraan vervreemd van de samenleving en bovendien worden zij in een slachtofferrol gemanoeuvreerd. Cultuurrelativisme is misschien in theorie een goed universeel concept, maar blijkt in de kleine dagelijkse praktijk averechts te werken en moet daarom maar eens verworpen worden. In de plaats moet een praktijk komen waarbij de nadruk ligt op de verantwoordelijkheid van het individu en duidelijke grensbepaling en strafmaatregelen. In het belang van vooral de delinquenten zelf.

dinsdag 12 juni 2007

CD-recensie: How to Save a Life

Zoals gisteren aangekondigd is hier dan de recensie van de tweede cd die ik onlangs gekocht heb.

How to save a life

Algemeen: The Fray is nieuw op het muziekfront. De band brak dit jaar wereldwijd door, mede door het veelvuldige gebruik van hun liedjes in de populaire tv-serie Grey's anatomy. Ik heb deze serie nooit gezien en ken The Fray dan ook slechts van radio en tv. In Amerika brak het kwartet door met de hit 'How to save a life', in Nederland met 'Over my head'. Deze twee nummers brachten mij ertoe het album maar eens aan te schaffen. Een nieuwe band in het muziekrekje kan immers nooit kwaad m.b.t. de frisse blik op de muziek.

Inhoud: De plaat opent met 1.She is. Een pakkend ritme, up-tempo, gecombineerd met een tekst over een liefde die op springen staat. Of over een onbereikbare geliefde? Beide interpretaties zijn mogelijk en dat is een pluspunt. Dan komt 2.Over my head (Cable car), de bekende single. Het is en blijft een mooi nummer. Het eerste stuk, vanaf de eerste tonen tot het refrein, is waarlijk magistraal opgebouwd, zowel tekstueel als muzikaal. Thematisch verwoordt het haast perfect de existentiële twijfel die optreedt bij het opgroeien en de verwijdering van jeugdvrienden - zoals ik eerder al constateerde in Keane's 'Everybody's changing'. 3.How to save a life is inmiddels de 2e single in Nederland en is eveneens meesterlijk. De opbouw is vergelijkbaar met 'Over my head'. In drie delen wordt naar een climax toegewerkt: eerst een zacht, monotoon 'gebrom' van zanger Isaac Slade, dan een melodieuzer zang en tot slot het emotionele refrein. Knappe compositie, kippenvel. 4.All at once lijkt veelbelovend te zijn bij de eerste tonen, maar blijft een beperkt lied. De tekst bestaat voornamelijk uit platitudes (There are certain people / you just keep coming back to; sometimes the hardest thing en the right thing are the same) en bovendien duurt het nummer te lang. Dit is tevens het belangrijkste manco in 5.Fall away. Na het laatste refrein en de afbouw van de muziek lijkt de stilte het einde van het lied te beduiden, maar dan komt het refrein nog drie of viermaal voorbij. Dat is teveel van het goede, het is het onnodig rekken van een lied. Gelukkig komt het positieve gevoel weer helemaal terug bij 6.Heaven Forbid. Dit sluit zowel thematisch als muzikaal aan bij liedje 3. Een sombere melodie en dito tekst. (Twenty years/ it's breaking you down/ now that you understand/ there's no one around.) Daarnaast wordt de eentonigheid vermeden door de muzikale explosie in de laatste minuut waarbij alle instrumenten op volle kracht meedoen. Kortom, geweldig nummer, mag van mij de derde single worden. 7.Look after you is daar geen geschikte kandidaat voor. Het lied is... duf. Dat is de beste omschrijving. Duf en clichématig. (oh, oh,oh Oh, oh, oh, be my baby / oh, oh, oh, and I'll look after you). 8.Hundred is dan bedoeld als de ballad van de plaat. Veel stiltes en een grote klaagzang. De ingrediënten zijn aanwezig, maar helaas komt het nummer nooit echt uit de verf. De ambitie van 9.Vienna lijkt kleiner en dat doet het lied recht. Gewoon een goed in elkaar zittend liedje, weinig op aan te merken. Maar ook niet zo heel bijzonder. 10.Dead wrong ontsnapt enigszins aan het clichématige door expliciet te reflecteren op het universele thema van het liefdesverdriet. Oké, het is het meest gebruikte onderwerp, maar de individuele beleving maakt het steeds weer tot iets nieuws. (Mine is not a new story / But it is for me.) De laatste twee nummers, 11.Little house en 12.Trust me hadden gerust achterwege gelaten kunnen worden. Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken dat ze louter als opvulling dienen. Tien nummers is immers aan de kleine kant. Ze voegen in ieder geval niets toe en dat doet de cd toch een beetje teleurstellend eindigen.

Conclusie: een debuut-cd is altijd moeilijk te verwerken. Een band is dan vaak nog op zoek naar een eigen geluid en dat gebeurt met vallen en opstaan. Bovendien waren de verwachtingen door de supersingles 'Over my head' en 'How to save a life' enorm hooggespannen. Het album kan deze verwachtingen niet inlossen. De twee singles steken er ruim bovenuit - alleen 'Heaven forbid' kan zich misschien op gelijke hoogte plaatsen. Verder bestaat de cd uit enkele redelijke nummers en enkele ronduit oninteressante nummers. Een tegenvaller dus, op dat gebied. Ik klaag echter niet - zoals zovelen wel doen - over de monotone stem van zanger Isaac Slade. Die stem geeft de band een eigen geluid en went vrij snel. De twee singles tonen in ieder geval aan dat The Fray heel wat in zijn mars heeft. Nu maar hopen dat de band de tijd en de mogelijkheid krijgt zich verder te ontwikkelen.

Beoordeling: 7.0

maandag 11 juni 2007

CD-recensie: Minutes to Midnight

Onlangs heb ik twee cd's aangeschaft. Hoewel de tijd en de belangstelling me steeds meer ontbreken om nieuw werk te kopen vond ik het verschijnen van twee albums een mooie reden om weer eens muziek in te slaan. Daarom ben ik nu enige weken in het bezit van de nieuwe Linkin Park, Minutes to Midnight en het debuutalbum van The Fray, How to save a Life. Na talrijke luisterbeurten acht ik de tijd rijp om een oordeel te vellen. Vandaag Linkin Park, morgen The Fray.

Minutes to Midnight

Algemeen: Het heeft lang geduurd voor Linkin Park met een nieuw album op de markt kwam. Na het succes van Hybrid Theory en de geslaagde opvolger Meteora bleef het lang stil. Natuurlijk kwam de gebruikelijke mix-cd uit, deze keer met Jay-Z, maar dat beschouwde ik als een oninteressante uitmelkerij. Toen Mike Shinoda solo ging met zijn project Fort Minor leek het zelfs of de band uit elkaar was. Toch is hier nu Minutes to Midnight, het derde 'echte' album. Wat meteen opvalt is dat de vormgeving prachtig is. Zowel op de voor- als op de achterkant staan de bandleden aan een uitgestrekt water, zo gefotografeerd dat alleen de silhouetten zichtbaar zijn, dit alles in zwart-wit. De inleidende tekst in het begeleidende boekje belooft veel: 'It is safe to say [...] that this will prove to be a different kind of album for us. [...] our other albums took three to six months to finish, this one took over 14; lyrics are usually written in about a month, this time we spent over six; we usually write an average of 40 song ideas to finish an album, this one generated well over 100.' Verder wordt gemeld dat de band op zoek is gegaan naar een nieuwer geluid, een evolutie. Minder mainstream-metal en meer kwaliteit. Dat moet mensen afschrikken, maar de ware liefhebber zal de ontwikkeling en verandering waarderen. Is LP geslaagd?

Inhoud: Het album opent met 1.Wake, een kort instrumentaal intro, inmiddels traditie bij LP. Wat meteen opvalt is dat het geluid helder klinkt, vooral met koptelefoon op. Het eerste echte nummer is 2.Given Up. Dit kan gekarakteriseerd worden als sterk aansluitend bij het eerdere werk. Een soepel ritme, harde gitaardeunen en een krachtige zangstem van Chester. Niks nieuws onder de zon dus. 3.Leave Out All The Rest drukt je dan met de neus op de feiten. Hier is de nieuwe Linkin Park. Rustig tempo, bijna ballad-achtig en Chester met een zuivere, melodieuze zang. We wisten al dat hij ook echt mooi kon zingen (uit bijv. het I've put my trust-stuk in 'In The End') en hier komt dat tot ontplooiing. En ik moet zeggen: ik ben onder de indruk. Kijken of dit aanhoudt. Lied 4.Bleed It Out wijkt dan toch weer enigszins af. Mike Shinoda komt tevoorschijn met een snelle, aanstekelijk-enthousiaste rap. Chester springt in met krachtige refreinen. Het is even wennen, maar dit nummer gaf me na een paar keer luisteren toch wel een flinke stoot positieve energie. 5.Shadow Of The Day sluit weer aan bij liedje 3. Dit nummer balanceert echter op de grens van mooi-rustig en soft-zeurderig en - eerlijk is eerlijk - neigt meer naar het tweede. Het begin is wel heel mooi en ingetogen, maar helaas verzandt het al snel in een mierzoete ballad. Dan breekt de energie weer door met 6.What I've Done, de eerste single. Een goede keuze, omdat in dit nummer de overgang tussen de oude en de nieuwe LP het treffendst tot uitdrukking komt. Het lied heeft nog veel van de oude 'nu-metal', maar gaat in opbouw en tekst toch een stap verder. Hierna mag Shinoda weer opdraven. Dit keer met 7.Hands Held High, zijn persoonlijke anti-Bush song. Na Pink dus ook LP aan de politiek. Helaas is Shinoda's 'Welterusten mijnheer de president' nogal saai en slaapverwekkend en niet krachtig genoeg om echt een statement te maken. 8.No More Sorrow schudt je dan weer wakker. Verreweg het hardste nummer op het album. Snoeiharde gitaren, dat is de beste samenvatting. Erg goed. In de laatste vier nummers komt dan de definitieve transformatie van LP aan de orde. 9.Valentine's Day is ondanks de misleidende titel verre van zoetsappig. Een heerlijk ritme, sterke, introspectieve teksten (I used to be my own protection, but not now) en dan ineens de verrassende entree van de gitaren en de wanhoopssnik van Chester in een perfecte synthese met elkaar. Mijn favoriete song. 10.In Between en 11.In Pieces vallen dan weer tegen. Even ingetogen als Valentine's Day, maar te eenvormig en te rustig voortkabbelend om iets te betekenen. Zo lijkt de cd een beetje als een nachtkaars uit te gaan, maar gelukkig is daar dan nog 12.The Little Things Give You Away. Bijna twee keer zo lang als enig ander nummer op het album zorgt het voor een waardig besluit. Het intro is net Radiohead. De tekst is heerlijk mysterieus (All that you ever wanted was someone to truly look up to you. And six feet under water, I do) en hetzelfde geldt voor de melodie. Ook het instrumentale einde (dat weer terugverwijst naar liedje 1) typeert deze sfeer.

Conclusie: Linkin Park toont moed door af te stappen van het puberale imago en een nieuwe stap in zijn muziek te zetten. Hoewel dit niet altijd even goed uitpakt bevat dit album enkele zeer bijzondere liedjes die aantonen dat er veel potentie schuilt in het zestal. Vooral de zang van Chester leent zich uitstekend voor de rustige nummers die dit album toch onderscheiden van de vorige twee. Er is nog wel wat werk te verzetten, maar dit album is een ferme stap in de goede richting.

Beoordeling: 7,8

zaterdag 9 juni 2007

Gedicht













Rostock

I Vuur

Hier waart Dresden rond
Auto's spugen opwaaiende vlammen uit
Men brengt het kruitvat naar de lont
En ogen worden lede

II Aarde

De besjaalde breekt de weg open
Wat hij kraakt zijn nu nog slechts botten
De behelmde ziet zijn bloed in stroompjes lopen
Ziet in een flits zijn kind

III Water

Het regent keien plots
De straat wordt afgepeld verliest zijn schubben
Deze neerslag slaat wel water uit de rots
Doch zonder zin en doel

IV Lucht

Vogels vliegen over
Verstikken haast in zwarte rookkolommen
Ze strijken ergens neer in fris groen lover
En fluiten luchtig hun deuntje

vrijdag 8 juni 2007

Happy Birthday Arthur!

Dit jaar worden enkele grote namen 80. Vandaag valt die eer te beurt aan de Amerikaanse acteur Jerry Stiller. Stiller, de vader van Ben, is in zijn rol van Arthur Spooner mijn favoriete personage uit de briljante tv-serie The king of Queens.

Elke werkdag vind ik het heerlijk en noodzakelijk om me na het avondeten even een half uur te ontspannen. Ik ga dan op mijn bed liggen en kijk The king of Queens. De comedy blijft leuk en verveelt nooit. Doug en Carrie Heffernan zijn twee dertigers die met elkaar getrouwd zijn en Carrie's vader Arthur Spooner in huis hebben wonen. Deze ouwe gek brengt me menigmaal in een lachstuip met zijn geschreeuw, zijn sluwheid en zijn verbaal-agressieve gedrag. Doug is een corpulente goedzak die zich steeds weer onbedoeld in de nesten werkt. Bovendien wordt hem het leven zuur gemaakt door zijn schoonvader.

Ongetwijfeld spelen de makers van de serie in op de verjaardag van Stiller/Spooner. Maar omdat we in Nederland altijd achterlopen qua seizoenen moeten we daar nog even op wachten. Toen Stiller 75 werd, werd Spooner dit ook in de serie. Zijn woorden tegen Doug bij het opstaan zijn legendarisch: "Ah, I'm turning 75 today and my willy is still greeting me every morning!"

Spooner proficiat!

donderdag 7 juni 2007

De literaire beterweter #2

Het is weer tijd om tien boeken door de molen te halen. Zie hier deel 1, ook voor een toelichting op het toekennen van de sterren.

Stefan Hertmans - Naar Merelbeke Waarschijnlijk te veel goeds over gehoord en daarom een tegenvaller. Het begin is heel goed, met het aparte jongetje dat schijnbaar na een droom zijn rechterbeen geamputeerd ziet, maar dit fantastische element wordt niet ten volle benut. Ook nonkel Doresta, de vermeende lolbroek, komt niet echt uit de verf. [**]

Erwin Mortier - Sluitertijd Derde roman van Mortier. Deze drie vormen een soort van impliciete trilogie, zoals Arjan Peters terecht constateert. Sluitertijd evenaart Marcel en is beter dan Mijn tweede huid. Mortier is de meester van de suggestie en de melancholie. Bovendien stilistisch werkelijk verbluffend. En in tegenstelling tot het boek hierboven is de oomfiguur, Oom Werner, hier wél ontzettend grappig en sympathiek getekend. [*****]

Marcellus Emants - Een nagelaten bekentenis De negatieve toon van naturalistisch werk spreekt me altijd wel aan. Ook hier is de levensangst van de hoofdpersoon mooi uitgewerkt. Misschien is deze roman echter toch iets te lang. Het wordt namelijk op den duur wel erg uitleggerig en vertragend. Dan blijf ik Frans Coenen toch met afstand de beste naturalist vinden. [***]

Herman Brusselmans - Nog drie keer slapen en ik word wakker Vervolg op het meesterlijke De man die werk vond. Louis Tinner is weer enorm goed op dreef en scheldt de mensen wederom de huid vol. Naar eigen zeggen is hij zijn angst kwijt, maar het mooie is dat deze angst en de eenzaamheid op elke bladzijde voelbaar zijn. Kritiekpunten: de 'mompelmonologen' zijn soms te langdradig en het gegeven dat Tinner erg in de smaak valt bij jonge meisjes is ongeloofwaardig. [****]

Bart Koubaa - Vuur Vlot verteld verhaal over een familie zigeuners. De opa van de ik-figuur is prominent aanwezig en stiekem de echte hoofdpersoon. (Wat hebben Vlamingen trouwens met opa's en ooms? In bijna elke roman speelt zo'n figuur een opvallende rol). Deze opa wekt sympathie en een glimlach op bij de lezer. De idealistische tekening van de zigeuners in het algemeen staat echter te ver van me af om me voldoende te boeien. [***]

Michel Houellebecq - Elementaire deeltjes Dé Franse schrijver van het moment. Toch vond ik zijn vertelstijl tegenvallen, soms ronduit slecht. Houterig en chaotisch. (Of zou dit aan de vertaling liggen?) Maar dan de inhoud. Werkelijk verbluffend. Alleen de epiloog al. Schetst een beklemmend en gitzwart beeld van de maatschappij sinds de democratisering in de jaren 60 en op de koop toe nog een toekomstvisie waarin na de 'derde metafysische revolutie' de mensheid zichzelf door kloning een pijnloos - maar ook grotendeels emotieloos - leven schenkt. Als een goed boek een boek is dat je aan het denken zet, dan is dit een goed boek. Joeg bovendien klassiek links in Frankrijk de gordijnen in en dat is altijd goed. [****]

Arnon Grunberg - Fantoompijn Ook een soort deel drie van een onofficiële trilogie. En wederom was deel twee (Figuranten) het slechtste. Ik merk dat ik bijna bij elke trilogie deel twee het minst interessant vind. Zou dit een wet zijn? Anyway, Fantoompijn ontsnapt door de spanningsboog aan het Grunberg-manco dat het verhaal op den duur saai wordt. Je weet aan het begin dat de hoofdpersoon úit het slop zal raken en succesvol zal worden en daar lees je naar toe. De stijl van Grunberg is daarnaast natuurlijk enig in zijn soort. [****]

Peter Verhelst - Memoires van een luipaard Saai. Wil heel ingenieus en diepzinnig overkomen, maar slaagt er niet in de twijfelachtige regionen der gekunsteldheid te ontstijgen. Met je vinger een portret tekenen op je dij? Ik vroeg me constant af wat ik hier nou mee aanmoest en het antwoord kwam nooit. Voordeel is dat het na 100 bladzijden afgelopen is. [*]

Toon Tellegen - Brieven aan niemand anders Mooi dierenverhaal voor de jeugd. De dieren schrijven brieven naar elkaar en stellen onbewust fundamentele vragen naar het wezen van de taal. Op een gegeven moment krijgen ze een brief waarop slechts 'Beste iedereen,' staat: 'Zouden wij iedereen zijn? Als wij niet iedereen waren wie was dan wel iedereen? En was iedereen eigenlijk wel best? Zou er niet ergens één iemand zijn die niet best was? Maar dan was iedereen niet meer iedereen.' [***]

Koen Peeters - Mijnheer Sjamaan Begint leuk met een beschrijving van een veldonderzoek, maar verzandt al gauw in oeverloos gezever over sjamanisme, new age en ander gezweef. Ook de tenenkrommende briefwisseling tussen Polly en haar ex-man halen het verhaal onderuit. Staat bovendien vol fouten door de gewilde hipdoenerij. De evolutie van Pikachu is Raichu. En ik ken geen Robinson Island. Wel Expeditie Robinson of Temptation Island. [*]

woensdag 6 juni 2007

Top 600: (14) Keane - Everybody's Changing

Bekijk de clip

Het is weer Top 600-woensdag. Op nummer 14 staat de tweede single van Keane. De doorbraak in Nederland kwam met Somewhere only we know. Vrij vlug daarna verscheen Everybody's changing, dat als debuutsingle in Engeland was verschenen. En terecht, want het is een geweldig nummer dat compleet is in alle opzichten. Een heerlijke cadans, pakkend pianodeuntje, beheerste zang en aansprekende lyrics.

De tekst is erg herkenbaar. Je groeit op, ziet iedereen om je heen veranderen en voelt je daar somber bij omdat je zelf niet vooruitkomt. En toch blijk je daarmee zelf ook te veranderen. Je vrienden en klasgenoten gaan hun eigen wegen, doen ervaringen op, vinden geluk en genegenheid en zelf voel je je alleen op het slagveld achtergelaten, je afvragend of je de juiste weg bewandelt en of je ooit op gang zult komen. Je ziet iedereen om je heen zich aanpassen aan mode's en trends en daarmee in het maatschappelijke keurslijf geperst worden en ze lijken zich er uitstekend bij te voelen. Zelf voer je een innerlijke strijd of je mee wilt met de massa of toch je eigenheid wilt behouden en je daarmee enigszins buiten het centrum plaatst, met alle gevolgen van dien.

Tom Chaplin heeft de perfecte stem om deze thematiek op de luisteraar over te brengen. Je gelooft hem onvoorwaardelijk als hij zingt. Een goede thematiek en dito lyrics kunnen verpest worden door een ongeloofwaardige vertolking (Bon Jovi) maar bij Keane is dit allesbehalve het geval. Wat mij betreft is Everybody's changing tijdloos en een meesterwerk.

So little time
Try to understand that I'm
Trying to make a move just to stay in the game
I try to stay awake and remember my name
But everybody's changing
And I don't feel the same

(Vanaf nu zal ik indien mogelijk linkjes plaatsen naar het betreffende lied op youtube, met of zonder clip. Om esthetische redenen geen rechtstreekse weergave op mijn blog van een youtubefilmpje. Dit geldt met terugwerkende kracht voor bijna alle eerder besproken nummers! Let vooral op het liedje, de clips hebben er vaak weinig mee te maken. Een hoog Final Fantasy-gehalte!)

maandag 4 juni 2007

Gezocht: daadkrachtige pragmatici

Naar aanleiding van een bericht dat ik eerder publiceerde en de recente rellen in Tilburg werd mij gevraagd hier te reageren op de betreffende gebeurtenissen. Hier zag ik weinig brood in; je kunt immers wel aan de gang blijven. Daarom een analyse van de opvallende column van Johan Derksen, 'Discriminatie als drogreden voor terreur', in de VI van 30 mei. (Hier de digitale weergave van de column).

Derksen ontvouwt in de eerste alinea zijn gevoelens en gedachten op het moment dat hij hoorde van de rellen. De laatste zin is op het randje, maar wel eerlijk en is typisch een reactie van op het moment zelf, als de verontwaardiging nog vers en meer emotioneel dan rationeel is. De tweede alinea vind ik een treffende analyse van de reacties in de media. Derksen heeft volkomen gelijk als hij zegt dat de 'demagogie hoogtij' vierde en de rellen zowel gebagatelliseerd als opgeblazen werden. Met aan de ene kant mensen als minister Ter Horst die maar weer eens blijk gaf van een schromelijke onderschatting van het probleem door te stellen dat het geen problemen met Marokkaanse jongens waren en aan de andere kant mensen als Wilders die met de absurde kamervraag kwam of de relschoppers voor straf de stadions in Nederland met een tandenborstel mochten gaan schoonmaken. Pragmatisme was dus ver te zoeken.

In de derde t/m zesde alinea komt Derksen op de proppen met zijn eigen ervaringen met de probleemgroep. Hier is dus sprake van een verslag van de eigen bevindingen met betrekking tot het probleem en dat kan een complicatie opleveren. Wanneer men immers te dicht op de problematiek staat en zelf slachtoffer is kan dat het zicht op de gebeurtenissen vertroebelen. In dit geval lijkt mij deze complicatie echter minimaal omdat een praktijkdeskundige in dit geval juist recht van spreken heeft. Het probleem van de huidige politieke machthebbers die het probleem niet goed aanvoelen is dat zij er te ver vanaf staan. Opgegroeid in een tijd waar de problemen nog slechts in opbouw waren en momenteel ver weg van de ghetto's waarin de vulkaan langzaam tot uitbarsting lag te komen hebben zij vandaag de dag geen idee van de dagelijkse terreur die de probleemjongeren kunnen veroorzaken. Iets waar de nieuwe generatie wel over mee kan praten. Zij zijn immers opgegroeid met deze problematiek en hebben die grotendeels ondervonden op sportvelden, in het uitgaansleven en op straat.

In de zevende en achtste alinea komt Mo Allach in beeld. Derksen stelt terecht dat Allach's loyaliteit met de relschoppers begrijpelijk is, maar Allach maakt een kapitale blunder door de daders als slachtoffers af te schilderen. De relschoppers hebben steeds de intentie gehad er een zooitje van te maken. Jong Marokko won immers met 2-0 dus frustratie kan de oorzaak niet zijn geweest. Derksen fulmineert ook correct tegen de hypocrisie om het beestje niet bij de naam te noemen. Of zoals Hanneke Groenteman zei nadat ze van haar handtas was bestolen en kritiek leverde op de berichtgeving waarin melding werd gemaakt van de Marokkaanse afkomst van de daders: "Het waren niet eens Marokkanen. Het waren misschien wel Marokkanen, maar ik zou dat nooit zo opschrijven." Tuurlijk Hanneke, vooral star blijven volharden in verouderde denkbeelden die ruimschoots door de tijd zijn ingehaald.

In de negende en tiende alinea komt Derksen ten slotte tot een mooie conclusie, die recht doet aan zowel de rationele als de emotionele gevoelens bij deze problematiek en waarin ik me volledig kan vinden. Allereerst de eerlijke opmerking 'ik weet de oplossing ook niet'. Inderdaad, iedereen die met een kant-en-klare oplossing komt is naïef, want er is geen eenduidige oplossing. Ook de slotconclusie verwoordt mijn standpunt: 'Mijn innerlijk fatsoen weerhoudt me ervan op Geert Wilders te stemmen. Maar iedere politicus die een eind maakt aan deze terreur kan op mijn stem rekenen.' Treffende woorden. Op Wilders stemmen is geen optie. Daarvoor is hij echt te ongeloofwaardig. Maar wat dan? De partijen die het gedachtegoed van Fortuyn het meest hebben overgenomen, CDA en PvdA, lijken ook niet de aangewezen partijen om in te grijpen.

Wat we nodig hebben is een erudiet clubje pragmatici dat niet gehinderd wordt door partijdigheid, publieke bekendheid of vooringenomenheid, maar dat zich onderscheidt door daadkracht en onafhankelijkheid. Maar waar vind je zulke mensen en wie zorgt voor hun aanstelling? We leven immers in een parlementaire democratie en daarin regeren de waan van de dag, de partij-afhankelijkheid, de opiniepeilingen, de compromismentaliteit en de besluiteloosheid. Het is de ironie van de democratie: in plaats van iedereen heeft niemand het voor het zeggen.

zondag 3 juni 2007

Gedicht

Vlinder
voor haar

Meisje
Wat zit je daar mooi te wezen
Met je blauwe ogen en je gouden haar
Je lijkt te zweven en
Te vliegen als een vlinder
Je kijkt zo lief en zo diepzinnig
En van me weg
Zo arrogant ook
Meer als een mot vlieg je
Eigenlijk
Vlieg naar het licht
Verschroei
En val te pletter

vrijdag 1 juni 2007

Oratie

Vandaag 1 mei stond de oratie (inaugurele rede - de plechtigheid waarbij een nieuwe hoogleraar zijn ambt aanvaardt) van Johan Oosterman als hoogleraar Oudere Letterkunde aan de RU op het programma. Zo'n academische plechtigheid is waarlijk bijzonder interessant om mee te maken en dit jaar boften de studenten Nederlands dan ook met maarliefst twee oraties in een jaar. Na de oratie van Jos Joosten eerder dit jaar was het nu dus de beurt aan zijn collega Oosterman.

De middag begon met een mini-symposium waar specialisten op het gebied van de oudere letterkunde trachtten iets zinnigs te zeggen over een onderwerp uit de moderne letterkunde en vice versa. Dit moest een frisse kijk op het betreffende vakgebied opleveren. Jos Joosten had een vlot verteld stukje over de middeleeuwer Jan van Boendaele. Interessant waren vooral zijn algemene opmerkingen over de verschillen tussen specialisten op het gebied van de oudere letterkunde en die van de moderne letterkunde. Zo zou een moderne letterkundige een statement maken in de vorm van 'het is bekend dat' of 'ik heb ontdekt dat', terwijl specialisten in de oudere letterkunde beweringen steevast inleiden met 'wij zijn het erover eens dat' o.i.d., een meer individuele tegenover een meer collectieve benadering dus.
Ook noem en roem ik nog de zoals verwacht oerdegelijke en uitstekend gefundeerde voordracht van Mathijs Sanders en het - eveneens zoals verwacht - humoristische en originele optreden van André Hanou, echt des Hanou's.

Na het symposium was het dan tijd voor de oratie. Oosterman hield een goed te begrijpen, enigszins matte voordracht. Geen boude beweringen of kritiek op vakgenoten zoals bij Joosten het geval was, maar Oosterman is niet een man van ferme polemische uitspraken en zijn oratie was dan ook gewoon uitstekend te noemen. Na afloop vond de borrel plaats met gelegenheid tot feliciteren. Hoewel we (Bob en ik) van plan waren niet lang te blijven stuitten we in de wachtrij om te feliciteren op twee bevallige jongedames die voor de helft familie van de gevierde waren. We raakten in gesprek en zo liep het toch nog behoorlijk uit. Ik weet niet of het beschaafd is bij zo'n gelegenheid ruimhartig gebruik te maken van de catering en uiteindelijk tegelijk met de familie als laatste te vertrekken, maar hee, het was gezellig en een goed gesprek moet men niet al te gauw beëindigen.