Op het lezenswaardige blog Kort over sport publiceert Jan Beuving vrijwel dagelijks een overpeinzing bij een sportgebeurtenis. In het bijbehorende biografietje schrijft Beuving dat hij in zijn eigen bedroevende voetbalcarrière vaker in eigen doel scoorde (11 keer) dan in dat van de tegenstander (8 keer): 'Voor zover hij weet is hij de enige met een dergelijke balans.'
Dan moet ik hem toch wijzen op het fenomeen Michael Brunswijk. Want ook bedroevendheid kent baas boven baas. In het seizoen 2001-2002 wist Brunswijk namens TOP Oss vier keer het net te vinden, waarvan niet minder dan drie keer in eigen doel.
Het seizoen 2001-2002 begon met de aanslagen op de Twin Towers en eindigde met de moord op Pim Fortuyn, en in de tussentijd kreeg TOP Oss honderd (100) tegengoals om de oren. Het was aldus het grootste Rampjaar sinds 1672. (Zoals Nick Hornby terecht heeft opgemerkt loopt voor een supporter een jaar niet van januari tot december maar van juli tot juni.) De clubleiding was radeloos, de fans redeloos en de doelman vrijwel reddingloos.
De negen uitduels voor de winterstop gingen verloren met respectievelijk 3-0, 3-0, 6-0, 4-0, 2-0, 6-1, 5-0, 3-1 en 7-0. Brunswijk had toen al twee keer in eigen doel geschoten. Reden voor Voetbal International om hem eens aan de tand te voelen. 'Beide keren kreeg ik de bal toevallig tegen me aan', bezwoer Brunswijk. 'Ik kon er weinig aan doen.' Het probleem lag toch echt voorin, vond hij: 'Als de spitsen niet scoren wordt het voor ons ook moeilijk.'
Hoofdtrainer Wim van Zwam had hem bovendien al drie keer als rechtsback opgesteld, tot onvrede van de speler: 'Ik ben een centrale verdediger.' Dat de trainer hem weleens aan de zijkant kon hebben geposteerd omdat hij daar minder snel in eigen doel zou schieten was blijkbaar niet in Brunswijk opgekomen: 'volgens hem kom ik in aanmerking voor beide plaatsen. Tja, daar doe je weinig aan.'
'Je zult jezelf ook het een en ander verwijten', probeerde de interviewer nog. Maar neen: 'Mwoah... ik kan er weinig aan doen.' Die interviewer was overigens Tom Knipping, die tegenwoordig onderzoek doet naar matchfixing in het internationale voetbal en daarbij in de diverse dossiers tal van dubieuze own goals is tegengekomen. Zou hij nog weleens hebben teruggedacht aan Brunswijk?
De honderdste tegengoal viel in de allerlaatste seconde van de allerlaatste wedstrijd van het seizoen, uit bij Stormvogels/Telstar (3-0). Laurens ten Heuvel was de veller van het vonnis. De fans toonden hun blote basten en liepen de polonaise. Die van TOP Oss welteverstaan. Er is nu eenmaal een grens aan woede en wanhoop. Voorbij dat punt is er alleen nog ludiek cynisme. En zonder zelfspot red je het sowieso niet in de kelder van de eerste divisie.
Ten Heuvel schoot die 3-0 overigens binnen vanaf de strafschopstip. Of de penalty veroorzaakt was door Michael Brunswijk kan ik mij niet herinneren. Scheidsrechter Langkamp deelde die avond één gele kaart uit:
'Brunswijk (Telstar)'?? Scoorde hij ook al gele kaarten voor de tegenstander? Helaas, zo bont maakte zelfs Michael Brunswijk het niet: het betreft hier zijn broer en toenmalig Telstar-verdediger Marvin Brunswijk.
vrijdag 17 oktober 2014
zaterdag 4 oktober 2014
Zeven dagen lang (228)
28 september t/m 4 oktober
ZONDAG Naming
De Franse politicus Alain Proviste schreef zijn toespraken altijd woord voor woord uit.
MAANDAG Terreur (I)
Dick Schoof heeft het verlossende woord gesproken. Nu Nederland deelneemt aan de internationale coalitie tegen ISIS is volgens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) de kans op een terroristische aanslag hier te lande 'iets groter' geworden.
Het is maar de vraag of dat zo is. We zijn een belangrijker doelwit ja, maar of de kans op een aanslag daarmee ook groter is? Je kunt net zo goed zeggen dat de kans juist iets kleiner is geworden, aangezien de veiligheidsdiensten nu extra alert zijn, er meer manuren worden vrijgemaakt voor terrorismebestrijding dan voorheen, men potentiële jihadisten nog dichter op de huid zal zitten, enzovoort.
DINSDAG Terreur (II)
In Antwerpen vindt het proces tegen de radicale moslimorganisatie Sharia for Belgium van Fouad Belkacem plaats. Niet weg te slaan uit de media is Montasser AlDe'emeh, onderzoeker en sympathisant die bij herhaling beweert dat Belkacem en de zijnen nooit voor Syrië hebben geronseld. De meeste van de 46 verdachten waren overigens niet aanwezig in de rechtbank. De reden? Ze zitten nog in Syrië...
Hij stuurt ook aan de lopende band pathetische tweets de wereld in: 'Fouad Belkacem glimlachte. Toch huilt zijn hart. Stop met de man te diaboliseren.' En: 'Belkacem is geen terrorist. Hij interpreteert zijn godsdienst op een radicale manier. That's it.'
Tja, zo lust ik er ook nog wel een. Mijn buurman is geen veganist. Hij eet alleen geen vlees op een radicale manier. That's it.
WOENSDAG Atletico Madrid-Juventus
Wat een zaadwedstrijd. Zeldzaam hoogtepunt is het moment dat de commentaarverbinding wordt verbroken en Snoeks even zijn klep houdt. We vallen echter van de regen in de drup: Arno Vermeulen neemt het over vanuit Hilversum.
Hoe werkt zoiets eigenlijk? Zit hij daar stand-by voor het geval dat? Had Arno deze avond als het ware storingsdienst?
DONDERDAG 2e divisie
De KNVB wil de Tweede Divisie herinvoeren om de overgang tussen Eerste Divisie en de hoogste amateurdivisie te versoepelen. Een divisie tussen de profs en de amateurs in, was dat vier jaar geleden niet precies de gedachte achter de invoering van de Topklasse? En je kunt als bond wel de regels gaan versoepelen, zo lang die vermaledijde zaterdagamateurs blijven weigeren van hun kant water bij de wijn te doen zal er nooit een soepele doorstroming komen. Hemel en aarde bewegen om maar niet op zondag te hoeven voetballen omdat de Heere anders boos wordt, maar tegen jezelf vol stoppen met doping is blijkbaar geen enkel ethisch bezwaar. Ik blijf erbij dat de KNVB die zaterdagtak moet loskoppelen van de piramide.
Het zou overigens mooi zijn als zo'n Tweede Divisie ook plaats biedt aan vermoorde clubs als Haarlem, RBC en Veendam.
HFC Haarlem, gisteren zou de traditieclub 125 jaar oud zijn geworden. Misschien is er nu momentum voor Erik de Vlieger om zijn plannen door te zetten?
VRIJDAG Ward dood
Ward Ruyslinck (85) is overleden. Menige Nederlander zal bij het vernemen van dit nieuws even hebben teruggedacht aan zijn of haar middelbareschooltijd. Wierook en tranen (1958) stond vele jaren lang met mede-evergreens als Het bittere kruid (1957) van Marga Minco en Oeroeg (1948) van Hella Haasse hoog op de leeslijst van middelbare scholieren.
ZATERDAG Komkommertijd
Na eerder een bultrug en een potvis is er nu een rabbijn aangespoeld op Texel.
ZONDAG Naming
De Franse politicus Alain Proviste schreef zijn toespraken altijd woord voor woord uit.
MAANDAG Terreur (I)
Dick Schoof heeft het verlossende woord gesproken. Nu Nederland deelneemt aan de internationale coalitie tegen ISIS is volgens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) de kans op een terroristische aanslag hier te lande 'iets groter' geworden.
Het is maar de vraag of dat zo is. We zijn een belangrijker doelwit ja, maar of de kans op een aanslag daarmee ook groter is? Je kunt net zo goed zeggen dat de kans juist iets kleiner is geworden, aangezien de veiligheidsdiensten nu extra alert zijn, er meer manuren worden vrijgemaakt voor terrorismebestrijding dan voorheen, men potentiële jihadisten nog dichter op de huid zal zitten, enzovoort.
DINSDAG Terreur (II)
In Antwerpen vindt het proces tegen de radicale moslimorganisatie Sharia for Belgium van Fouad Belkacem plaats. Niet weg te slaan uit de media is Montasser AlDe'emeh, onderzoeker en sympathisant die bij herhaling beweert dat Belkacem en de zijnen nooit voor Syrië hebben geronseld. De meeste van de 46 verdachten waren overigens niet aanwezig in de rechtbank. De reden? Ze zitten nog in Syrië...
Hij stuurt ook aan de lopende band pathetische tweets de wereld in: 'Fouad Belkacem glimlachte. Toch huilt zijn hart. Stop met de man te diaboliseren.' En: 'Belkacem is geen terrorist. Hij interpreteert zijn godsdienst op een radicale manier. That's it.'
Tja, zo lust ik er ook nog wel een. Mijn buurman is geen veganist. Hij eet alleen geen vlees op een radicale manier. That's it.
WOENSDAG Atletico Madrid-Juventus
Wat een zaadwedstrijd. Zeldzaam hoogtepunt is het moment dat de commentaarverbinding wordt verbroken en Snoeks even zijn klep houdt. We vallen echter van de regen in de drup: Arno Vermeulen neemt het over vanuit Hilversum.
Hoe werkt zoiets eigenlijk? Zit hij daar stand-by voor het geval dat? Had Arno deze avond als het ware storingsdienst?
DONDERDAG 2e divisie
De KNVB wil de Tweede Divisie herinvoeren om de overgang tussen Eerste Divisie en de hoogste amateurdivisie te versoepelen. Een divisie tussen de profs en de amateurs in, was dat vier jaar geleden niet precies de gedachte achter de invoering van de Topklasse? En je kunt als bond wel de regels gaan versoepelen, zo lang die vermaledijde zaterdagamateurs blijven weigeren van hun kant water bij de wijn te doen zal er nooit een soepele doorstroming komen. Hemel en aarde bewegen om maar niet op zondag te hoeven voetballen omdat de Heere anders boos wordt, maar tegen jezelf vol stoppen met doping is blijkbaar geen enkel ethisch bezwaar. Ik blijf erbij dat de KNVB die zaterdagtak moet loskoppelen van de piramide.
Het zou overigens mooi zijn als zo'n Tweede Divisie ook plaats biedt aan vermoorde clubs als Haarlem, RBC en Veendam.
HFC Haarlem, gisteren zou de traditieclub 125 jaar oud zijn geworden. Misschien is er nu momentum voor Erik de Vlieger om zijn plannen door te zetten?
VRIJDAG Ward dood
Ward Ruyslinck (85) is overleden. Menige Nederlander zal bij het vernemen van dit nieuws even hebben teruggedacht aan zijn of haar middelbareschooltijd. Wierook en tranen (1958) stond vele jaren lang met mede-evergreens als Het bittere kruid (1957) van Marga Minco en Oeroeg (1948) van Hella Haasse hoog op de leeslijst van middelbare scholieren.
ZATERDAG Komkommertijd
Na eerder een bultrug en een potvis is er nu een rabbijn aangespoeld op Texel.
donderdag 2 oktober 2014
Willem Wilmink - Zelfportret in brieven
Willem Wilmink - Zelfportret in brieven. Samengesteld door Vic van de Reijt en Wobke Wilmink-Klein, met een inleiding van Elsbeth Etty en annotaties van Annemieke Peek. Nijgh & Van Ditmar, 2014, 528 blz.
Het indrukwekkendste nummer uit het indrukwekkendste cabaretprogramma van de laatste jaren, Na de pauze (2007) van Herman Finkers, is het lied ‘Lieve dode dichter’. Deze ode aan Willem Wilmink, de in 2003 gestorven huisvriend van Finkers, bevat de ontroerende regels ‘Je bleef altijd die jongen / met zijn arm tegen de muur / van die warme Twentse kerk / na het hete middaguur.’ Hierin staan vrij precies de elementen die Wilminks wezen bepaalden: een haat-liefdeverhouding met het katholicisme, een stevige verknochtheid aan zijn geboortegrond Twente en daarbovenop een onverwoestbare jongensachtigheid.
In de collectieve herinnering leeft Wilmink dan ook in de eerste plaats voort als auteur van kinder- en jeugdliteratuur. In Altijd weer vogels die nesten beginnen (2006), Hugo Brems’ literatuurgeschiedenis van de jaren 1945-2005, komt hij op een enkele uitzondering na alleen in die hoedanigheid voor. De veelzijdigheid van Wilminks schrijverschap komt gelukkig beter uit de verf in de uitgaven met verzameld werk die de laatste jaren verschijnen. Na de verzamelde liedjes en gedichten (2004), verhalen (2009) en sprookjes en vertellingen (2010) zijn er nu de verzamelde brieven, bezorgd door Vic van de Reijt en Wobke Wilmink-Klein en geannoteerd door Annemieke Peek. Elsbeth Etty is verantwoordelijk voor de inleiding.
Of Wilmink zelf blij zou zijn geweest met een uitgave van zijn brieven is overigens twijfelachtig. Toen Aad Meinderts (Letterkundig Museum) hem eens om toestemming vroeg een brief van zijn hand aan Karel Eykman tentoon te mogen stellen, reageerde hij afwijzend: ‘ik heb het liever niet. Er wordt tegenwoordig nogal wat gesold met correspondenties, ook in commercieel opzicht, en ik zou me enigszins bespied voelen als, via via, niet voor de openbaarheid bestemde dingen toch vertoond zouden worden.’
Zelfportret in brieven bevat een keuze uit Wilminks correspondentie. De selectiecriteria waren dat de brieven ‘ook voor niet-ingewijden helder’ moesten zijn en dat ze ‘iets moesten zeggen over Wilminks leven of werk’. Alleen brieven van Wilmink zelf zijn opgenomen, niet de aan hem gerichte correspondentie, die hij zelf bovendien al voor een deel had vernietigd. Eeuwig zonde is dat de brieven die hij in zijn studententijd vanuit Amsterdam naar het thuisfront in Enschede stuurde niet zijn teruggevonden. De brieven die hij omgekeerd van zijn ouders ontving zijn wel boven water gekomen, maar vanwege de keuze alleen Wilmink zelf aan het woord te laten zijn deze buiten de editie gelaten.
Dat is jammer, want vermoed kan worden dat ze – voor zover ze reageren op hetgeen Wilmink schreef – voor het zelfportret van deze ‘outsider met een niet te stillen heimwee naar de geborgenheid van zijn jeugd’ (Etty) misschien wel inzichtelijker zullen zijn dan menige brief aan collega’s, vrienden of bekenden die er nu in staat. Wilmink was, zeker naarmate hij ouder werd, namelijk geen open boek in zijn privé-correspondentie. Het zijn ‘brieven, waarin een kunstenaar zijn ziel blootlegt’, schrijft Etty in de inleiding, maar dat is nu juist niet de indruk die men krijgt bij de lectuur ervan.
Wilmink was een tobber, werd geplaagd door angsten en tegenslagen, maar het werkelijke drama in zijn leven – de hel van zijn eerste huwelijk, de sores op zijn werk aan het Instituut voor Neerlandistiek van de UvA, zijn depressies, de moeizame verstandhouding met de zoons uit zijn eerste huwelijk, de Enschedese vuurwerkramp, zijn kwakkelende gezondheid in de laatste jaren – stelt hij vrijwel nooit zo direct in zijn brieven aan de orde. Dat doet hij in de regel pas achteraf, als het alweer beter met hem gaat, of jaren later, als hij kan terugblikken met de nodige distantie.
Zelden zijn de brieven het toneel van een diepe gevoelsuitstorting. Alleen in zijn eerste Amsterdamse jaren is Wilmink af en toe openhartig. Hij raakt er hopeloos verliefd op medestudente Mieke Veldt, de latere hoofddocent historische letterkunde. Aan haar schrijft hij sympathieke briefjes met vleiende gedichtjes, maar, zo moet hij een paar jaar later met pijn in het hart constateren, ze betekende meer voor hem dan hij voor haar: ‘ze heeft me altijd erg aardig gevonden, maar zich nooit voor me geïnteresseerd’.
In het ellendige Amsterdam van de jaren zestig en zeventig zinkt hij steeds dieper weg. Hij verliest er zijn eerste vrouw aan het feminisme, zo omschrijft hij het later. Ze kan niet met zijn angsten omgaan en is hem ontrouw. Nog in 1986 maakt hij zich, in een brief aan kleinkunsthistoricus Frank Verhallen, kwaad over de vaagheid (‘niet aan jezelf toekomen, wat betekent dat toch?’) en vijandigheid van de tweede-golf-feministen. Die van het eerste uur waren tenminste nog ‘uit op het geluk van vrouwen, en niet op de erkenning van elkaars ongeluk.’
Ook in de academie kan hij zijn draai niet vinden. Hij ergert zich aan het ‘vage getheoretiseer’ over Chomsky en aan de universitaire hervormingsdrift. Inzichtelijk is een passage in een brief aan collega Enno Endt, waarin hij naar aanleiding van de ‘marxistische stukken’ die zijn verdwaasde instituutscollega’s in die tijd afscheiden een serieuze visie lijkt te ontvouwen op de maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot zijn eigen werk: ‘Voor mij valt een links standpunt wel te verenigen met bewondering voor een overdracht van puur-persoonlijke of puur-autonome literatuur en ik zou het een verraad aan mezelf en een verraad aan het vak vinden, om de kant van het grote maatschappelijke verbond van-alles-met-alles op te gaan.’ Maar hij is nog niet op weg of hij trapt alweer krachtig op de rem en haalt zijn zorgvuldig opgebouwde redenering met één dodelijk zinnetje onderuit: ‘Bovendien: weet ik veel.’
In 1988 zal Wilmink alsnog tot doctor in de letteren promoveren, ook al vinden zijn promotoren Kees Fens en W.P. Gerritsen zijn dissertatie eigenlijk niet goed. Zelf noemt hij het een van zijn dierbaarste werken: ‘Mij is dat boekje uit het hart gegrepen,’ schrijft hij vijf jaar later aan neerlandicus Harry Bekkering, ‘en wat de geleerde wereld er dan verder van vindt, daar heb ik schijt aan.’ Dat hij zijn proefschrift hier met ‘boekje’ aanduidt is wellicht veelzeggend; zoals in dichterlijk opzicht light verse zijn terrein was, zo was Wilminks wetenschappelijke ideaal light scholarship.
Met zijn geestige en virtuoze liedjes en gedichten heeft Wilmink wel succes, en vanaf 1979 richt hij zich fulltime op het schrijven. Amsterdam hakt er niettemin een leven lang in. Ook als hij er alweer jaren vertrokken is, is hij geestelijk niet in staat om nog eens naar de hoofdstad te gaan voor de bruiloft van zijn zoon uit zijn eerste huwelijk. Dit wordt hem kwalijk genomen, maar, zo schrijft hij aan zijn tandarts Ab Grevers, ‘’t was geen onwil, maar onmacht’. Aan zijn tandarts dus, niet aan de zoon zelf. Zo neemt hij altijd de omweg, laat hij in de intieme brieven nooit het achterste van zijn tong zien.
Terug in Enschede, gelukkig met zijn tweede vrouw, is Wilmink eindelijk thuis. Aan Fens, die zijn met W.P. Gerritsen samengestelde bloemlezing middeleeuwse poëzie Lyrische lente (2000) geestdriftig besprak, schrijft hij: ‘De menselijke conditie zoals enkele katholieke gedichten in Lyrische lente die weergeven, is de mijne, ik heb trouwens al van kinds af aan het gevoel dat ik het katholicisme niet afwijs, maar het katholicisme mij wel.’ In 1995 had hij al een kathedralentocht door Noord-Frankrijk gemaakt met Herman en Hetty Finkers. In de Mariakapel van Larchant werd hij hevig geraakt door dertiende-eeuwse borstbeelden van depressieve mensen: ‘En dat alles uit de steen gehouwen met zoveel begrip en zoveel deernis, dat er voor mij niets mooiers bestaat dan dat kerkje.’
In zijn laatste levensjaren wandelde Wilmink weer door zijn Twente, de geuren van zijn jeugd opsnuivend, kilometers makend als remedie tegen een dichtgeslibde ader in zijn been. ‘Ik heb mezelf gerepareerd’ schrijft hij triomfantelijk en niet alleen op dat been doelend, zo lijkt het. Ongetwijfeld zal hij tijdens een van die wandelingen op een zomerse dag gepauzeerd hebben bij een Twentse kerk, om even zijn arm tegen de warme steen te leggen.
Dit artikel verscheen eerder op www.textualscholarship.nl
Het indrukwekkendste nummer uit het indrukwekkendste cabaretprogramma van de laatste jaren, Na de pauze (2007) van Herman Finkers, is het lied ‘Lieve dode dichter’. Deze ode aan Willem Wilmink, de in 2003 gestorven huisvriend van Finkers, bevat de ontroerende regels ‘Je bleef altijd die jongen / met zijn arm tegen de muur / van die warme Twentse kerk / na het hete middaguur.’ Hierin staan vrij precies de elementen die Wilminks wezen bepaalden: een haat-liefdeverhouding met het katholicisme, een stevige verknochtheid aan zijn geboortegrond Twente en daarbovenop een onverwoestbare jongensachtigheid.
In de collectieve herinnering leeft Wilmink dan ook in de eerste plaats voort als auteur van kinder- en jeugdliteratuur. In Altijd weer vogels die nesten beginnen (2006), Hugo Brems’ literatuurgeschiedenis van de jaren 1945-2005, komt hij op een enkele uitzondering na alleen in die hoedanigheid voor. De veelzijdigheid van Wilminks schrijverschap komt gelukkig beter uit de verf in de uitgaven met verzameld werk die de laatste jaren verschijnen. Na de verzamelde liedjes en gedichten (2004), verhalen (2009) en sprookjes en vertellingen (2010) zijn er nu de verzamelde brieven, bezorgd door Vic van de Reijt en Wobke Wilmink-Klein en geannoteerd door Annemieke Peek. Elsbeth Etty is verantwoordelijk voor de inleiding.
Of Wilmink zelf blij zou zijn geweest met een uitgave van zijn brieven is overigens twijfelachtig. Toen Aad Meinderts (Letterkundig Museum) hem eens om toestemming vroeg een brief van zijn hand aan Karel Eykman tentoon te mogen stellen, reageerde hij afwijzend: ‘ik heb het liever niet. Er wordt tegenwoordig nogal wat gesold met correspondenties, ook in commercieel opzicht, en ik zou me enigszins bespied voelen als, via via, niet voor de openbaarheid bestemde dingen toch vertoond zouden worden.’
Zelfportret in brieven bevat een keuze uit Wilminks correspondentie. De selectiecriteria waren dat de brieven ‘ook voor niet-ingewijden helder’ moesten zijn en dat ze ‘iets moesten zeggen over Wilminks leven of werk’. Alleen brieven van Wilmink zelf zijn opgenomen, niet de aan hem gerichte correspondentie, die hij zelf bovendien al voor een deel had vernietigd. Eeuwig zonde is dat de brieven die hij in zijn studententijd vanuit Amsterdam naar het thuisfront in Enschede stuurde niet zijn teruggevonden. De brieven die hij omgekeerd van zijn ouders ontving zijn wel boven water gekomen, maar vanwege de keuze alleen Wilmink zelf aan het woord te laten zijn deze buiten de editie gelaten.
Dat is jammer, want vermoed kan worden dat ze – voor zover ze reageren op hetgeen Wilmink schreef – voor het zelfportret van deze ‘outsider met een niet te stillen heimwee naar de geborgenheid van zijn jeugd’ (Etty) misschien wel inzichtelijker zullen zijn dan menige brief aan collega’s, vrienden of bekenden die er nu in staat. Wilmink was, zeker naarmate hij ouder werd, namelijk geen open boek in zijn privé-correspondentie. Het zijn ‘brieven, waarin een kunstenaar zijn ziel blootlegt’, schrijft Etty in de inleiding, maar dat is nu juist niet de indruk die men krijgt bij de lectuur ervan.
Wilmink was een tobber, werd geplaagd door angsten en tegenslagen, maar het werkelijke drama in zijn leven – de hel van zijn eerste huwelijk, de sores op zijn werk aan het Instituut voor Neerlandistiek van de UvA, zijn depressies, de moeizame verstandhouding met de zoons uit zijn eerste huwelijk, de Enschedese vuurwerkramp, zijn kwakkelende gezondheid in de laatste jaren – stelt hij vrijwel nooit zo direct in zijn brieven aan de orde. Dat doet hij in de regel pas achteraf, als het alweer beter met hem gaat, of jaren later, als hij kan terugblikken met de nodige distantie.
Zelden zijn de brieven het toneel van een diepe gevoelsuitstorting. Alleen in zijn eerste Amsterdamse jaren is Wilmink af en toe openhartig. Hij raakt er hopeloos verliefd op medestudente Mieke Veldt, de latere hoofddocent historische letterkunde. Aan haar schrijft hij sympathieke briefjes met vleiende gedichtjes, maar, zo moet hij een paar jaar later met pijn in het hart constateren, ze betekende meer voor hem dan hij voor haar: ‘ze heeft me altijd erg aardig gevonden, maar zich nooit voor me geïnteresseerd’.
In het ellendige Amsterdam van de jaren zestig en zeventig zinkt hij steeds dieper weg. Hij verliest er zijn eerste vrouw aan het feminisme, zo omschrijft hij het later. Ze kan niet met zijn angsten omgaan en is hem ontrouw. Nog in 1986 maakt hij zich, in een brief aan kleinkunsthistoricus Frank Verhallen, kwaad over de vaagheid (‘niet aan jezelf toekomen, wat betekent dat toch?’) en vijandigheid van de tweede-golf-feministen. Die van het eerste uur waren tenminste nog ‘uit op het geluk van vrouwen, en niet op de erkenning van elkaars ongeluk.’
Ook in de academie kan hij zijn draai niet vinden. Hij ergert zich aan het ‘vage getheoretiseer’ over Chomsky en aan de universitaire hervormingsdrift. Inzichtelijk is een passage in een brief aan collega Enno Endt, waarin hij naar aanleiding van de ‘marxistische stukken’ die zijn verdwaasde instituutscollega’s in die tijd afscheiden een serieuze visie lijkt te ontvouwen op de maatschappelijke ontwikkelingen in relatie tot zijn eigen werk: ‘Voor mij valt een links standpunt wel te verenigen met bewondering voor een overdracht van puur-persoonlijke of puur-autonome literatuur en ik zou het een verraad aan mezelf en een verraad aan het vak vinden, om de kant van het grote maatschappelijke verbond van-alles-met-alles op te gaan.’ Maar hij is nog niet op weg of hij trapt alweer krachtig op de rem en haalt zijn zorgvuldig opgebouwde redenering met één dodelijk zinnetje onderuit: ‘Bovendien: weet ik veel.’
In 1988 zal Wilmink alsnog tot doctor in de letteren promoveren, ook al vinden zijn promotoren Kees Fens en W.P. Gerritsen zijn dissertatie eigenlijk niet goed. Zelf noemt hij het een van zijn dierbaarste werken: ‘Mij is dat boekje uit het hart gegrepen,’ schrijft hij vijf jaar later aan neerlandicus Harry Bekkering, ‘en wat de geleerde wereld er dan verder van vindt, daar heb ik schijt aan.’ Dat hij zijn proefschrift hier met ‘boekje’ aanduidt is wellicht veelzeggend; zoals in dichterlijk opzicht light verse zijn terrein was, zo was Wilminks wetenschappelijke ideaal light scholarship.
Met zijn geestige en virtuoze liedjes en gedichten heeft Wilmink wel succes, en vanaf 1979 richt hij zich fulltime op het schrijven. Amsterdam hakt er niettemin een leven lang in. Ook als hij er alweer jaren vertrokken is, is hij geestelijk niet in staat om nog eens naar de hoofdstad te gaan voor de bruiloft van zijn zoon uit zijn eerste huwelijk. Dit wordt hem kwalijk genomen, maar, zo schrijft hij aan zijn tandarts Ab Grevers, ‘’t was geen onwil, maar onmacht’. Aan zijn tandarts dus, niet aan de zoon zelf. Zo neemt hij altijd de omweg, laat hij in de intieme brieven nooit het achterste van zijn tong zien.
Terug in Enschede, gelukkig met zijn tweede vrouw, is Wilmink eindelijk thuis. Aan Fens, die zijn met W.P. Gerritsen samengestelde bloemlezing middeleeuwse poëzie Lyrische lente (2000) geestdriftig besprak, schrijft hij: ‘De menselijke conditie zoals enkele katholieke gedichten in Lyrische lente die weergeven, is de mijne, ik heb trouwens al van kinds af aan het gevoel dat ik het katholicisme niet afwijs, maar het katholicisme mij wel.’ In 1995 had hij al een kathedralentocht door Noord-Frankrijk gemaakt met Herman en Hetty Finkers. In de Mariakapel van Larchant werd hij hevig geraakt door dertiende-eeuwse borstbeelden van depressieve mensen: ‘En dat alles uit de steen gehouwen met zoveel begrip en zoveel deernis, dat er voor mij niets mooiers bestaat dan dat kerkje.’
In zijn laatste levensjaren wandelde Wilmink weer door zijn Twente, de geuren van zijn jeugd opsnuivend, kilometers makend als remedie tegen een dichtgeslibde ader in zijn been. ‘Ik heb mezelf gerepareerd’ schrijft hij triomfantelijk en niet alleen op dat been doelend, zo lijkt het. Ongetwijfeld zal hij tijdens een van die wandelingen op een zomerse dag gepauzeerd hebben bij een Twentse kerk, om even zijn arm tegen de warme steen te leggen.
Dit artikel verscheen eerder op www.textualscholarship.nl
zaterdag 27 september 2014
Zeven dagen lang (227)
21 t/m 27 september
ZONDAG Verder geen commentaar
MAANDAG Pauw (I)
Krankzinnige kippenhokdiscussie bij Pauw tussen Arnold Karskens en Farid Azarkan, voorzitter van het 'Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders', over de vraag of moslims in Nederland openlijk afstand moeten nemen van ISIS.
Karskens vindt van wel, Azarkan van niet, hij vindt dat zoiets vanzelf moet spreken.
Die Marokkaan zal best een punt hebben, maar bedroevend is het dedain waarmee hij vervolgens over Ahmed Aboutaleb praat. De burgemeester van Rotterdam riep op tot een krachtige veroordeling van ISIS vanuit de moslimgemeenschap met de noodzakelijke aantekening: 'Er is een gebrek aan moreel leiderschap. Dat moeten we gaan kweken.' Maar volgens Azarkan vindt Aboutaleb het vooral 'qua status en qua inkomen' interessant om burgemeester van Rotterdam te zijn.
Belachelijke aantijging. Aboutaleb, en ook een Ahmed Marcouch, zijn verdomme helden, zij zijn degenen die al jaren hun best doen dat morele leiderschap vorm te geven. Maar met figuren als Azarkan zal het nooit van de grond komen en blijven Marokkanen zich in hun slachtofferrol wentelen.
DINSDAG Culinair autisme
September loopt ten einde, en daarmee ook het haringseizoen. 'Je hebt 'r maandenlang naar uitgekeken...' (G. Cox). Maar niet getreurd, oktober klopt voorzichtig op de deur, dan begint het boerenkoolseizoen weer!
WOENSDAG Meedoen
Lodewijk Asscher op de persconferentie naar aanleiding van de Nederlandse deelname aan de internationale missie tegen ISIS: 'We willen niet dat anderen voor ons de kolen uit het vuur halen.' Huh? De uitdrukking luidt correct 'de kastanjes uit het vuur halen'.
Versprak Asscher zich omdat Nederland zo op hete kolen zat om alsnog mee te mogen doen?
Of omdat de Amerikanen hadden gesneerd dat ze ons maar tamme kastanjes vonden?
DONDERDAG Pauw (II)
Tv-recensent Jean-Pierre Geelen kraakt Pauw in de Volkskrant. En zenderbaasje Frans Klein mokt in het AD over de kijkcijfers. Die bedragen slechts een half miljoen, tegen een miljoen voor Tan op RTL. Hij dreigt tussen de regels door al met een exit als er geen verbetering komt.
Wat een onzin! Sinds wanneer moet de publieke omroep zich qua kijkcijfers gaan meten met de commerciëlen? Dat er minder mensen naar Pauw dan naar Tan kijken lijkt me juist een goed teken. Dáárom hebben we de publieke omroep, omdat er ook programma's gemaakt moeten worden die in de eerste plaats politiek, ethisch, cultureel of op welk geestelijk terrein dan ook relevant zijn in plaats van in de eerste plaats commercieel interessant.
'Het wel erg warme bad van Tan voor Pharrell Williams zul je bij Pauw niet snel aantreffen', schrijft Geelen. Pauw had dezelfde avond een razend interessant en hoogst urgent item met Hans Hillen en Peter van Uhm over de Nederlandse bijdrage aan de missie tegen ISIS. Dat er dan mensen zijn die liever naar de zoveelste sneue hiphopper uit Amerika kijken is hun goed recht, maar reken er Pauw niet op af!
VRIJDAG Letterlijk
Mag ik even uw aandacht voor Liemarvin Bonevacia!!? (tussen 1:38 en 2:30)
ZATERDAG Holmans wijsheid
'Angst lijkt mij nog steeds een uitstekende raadgever. Zelfs als er geen reden tot angst is, is het goed om op deze wereld wat bangig te zijn. Dat behoedt je voor naïeviteit en helpt als een aspro tegen onbedachtzaamheid; het is een fietsbel voor het sociale verkeer. Vertrouwen is mooi, al te veel vertrouwen levensbedreigend. De paranoïde mens heeft bij mij een streepje voor.'
(Holman over de terechte angst voor terreur, Het Parool)
ZONDAG Verder geen commentaar
MAANDAG Pauw (I)
Krankzinnige kippenhokdiscussie bij Pauw tussen Arnold Karskens en Farid Azarkan, voorzitter van het 'Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders', over de vraag of moslims in Nederland openlijk afstand moeten nemen van ISIS.
Karskens vindt van wel, Azarkan van niet, hij vindt dat zoiets vanzelf moet spreken.
Die Marokkaan zal best een punt hebben, maar bedroevend is het dedain waarmee hij vervolgens over Ahmed Aboutaleb praat. De burgemeester van Rotterdam riep op tot een krachtige veroordeling van ISIS vanuit de moslimgemeenschap met de noodzakelijke aantekening: 'Er is een gebrek aan moreel leiderschap. Dat moeten we gaan kweken.' Maar volgens Azarkan vindt Aboutaleb het vooral 'qua status en qua inkomen' interessant om burgemeester van Rotterdam te zijn.
Belachelijke aantijging. Aboutaleb, en ook een Ahmed Marcouch, zijn verdomme helden, zij zijn degenen die al jaren hun best doen dat morele leiderschap vorm te geven. Maar met figuren als Azarkan zal het nooit van de grond komen en blijven Marokkanen zich in hun slachtofferrol wentelen.
DINSDAG Culinair autisme
September loopt ten einde, en daarmee ook het haringseizoen. 'Je hebt 'r maandenlang naar uitgekeken...' (G. Cox). Maar niet getreurd, oktober klopt voorzichtig op de deur, dan begint het boerenkoolseizoen weer!
WOENSDAG Meedoen
Lodewijk Asscher op de persconferentie naar aanleiding van de Nederlandse deelname aan de internationale missie tegen ISIS: 'We willen niet dat anderen voor ons de kolen uit het vuur halen.' Huh? De uitdrukking luidt correct 'de kastanjes uit het vuur halen'.
Versprak Asscher zich omdat Nederland zo op hete kolen zat om alsnog mee te mogen doen?
Of omdat de Amerikanen hadden gesneerd dat ze ons maar tamme kastanjes vonden?
DONDERDAG Pauw (II)
Tv-recensent Jean-Pierre Geelen kraakt Pauw in de Volkskrant. En zenderbaasje Frans Klein mokt in het AD over de kijkcijfers. Die bedragen slechts een half miljoen, tegen een miljoen voor Tan op RTL. Hij dreigt tussen de regels door al met een exit als er geen verbetering komt.
Wat een onzin! Sinds wanneer moet de publieke omroep zich qua kijkcijfers gaan meten met de commerciëlen? Dat er minder mensen naar Pauw dan naar Tan kijken lijkt me juist een goed teken. Dáárom hebben we de publieke omroep, omdat er ook programma's gemaakt moeten worden die in de eerste plaats politiek, ethisch, cultureel of op welk geestelijk terrein dan ook relevant zijn in plaats van in de eerste plaats commercieel interessant.
'Het wel erg warme bad van Tan voor Pharrell Williams zul je bij Pauw niet snel aantreffen', schrijft Geelen. Pauw had dezelfde avond een razend interessant en hoogst urgent item met Hans Hillen en Peter van Uhm over de Nederlandse bijdrage aan de missie tegen ISIS. Dat er dan mensen zijn die liever naar de zoveelste sneue hiphopper uit Amerika kijken is hun goed recht, maar reken er Pauw niet op af!
VRIJDAG Letterlijk
Mag ik even uw aandacht voor Liemarvin Bonevacia!!? (tussen 1:38 en 2:30)
ZATERDAG Holmans wijsheid
'Angst lijkt mij nog steeds een uitstekende raadgever. Zelfs als er geen reden tot angst is, is het goed om op deze wereld wat bangig te zijn. Dat behoedt je voor naïeviteit en helpt als een aspro tegen onbedachtzaamheid; het is een fietsbel voor het sociale verkeer. Vertrouwen is mooi, al te veel vertrouwen levensbedreigend. De paranoïde mens heeft bij mij een streepje voor.'
(Holman over de terechte angst voor terreur, Het Parool)
zaterdag 20 september 2014
Zeven dagen lang (226)
14 t/m 20 september
ZONDAG Idee
Omroep MAX loopt toch voorop in werkverschaffing aan uitgerangeerde televisie-BN'ers? Waarom Heel Holland Bakt dan niet laten (co-)presenteren door Aart Staartjes? Dan had hij zijn eigen rubriek kunnen krijgen: Aarts Taartjes.
MAANDAG U2? Nee, ik nie!
Ik wist dat ik ooit beloond zou worden voor de keuze mijn iTunes offline te beheren: géén U2 ongevraagd in mijn library!
DINSDAG Voltreffer
Prima parodie op Stromae onlangs bij Koefnoen: 'Niemand verstaat / waar dit lied over gaat' - inderdaad!
WOENSDAG Sloopduo
'Ook de sintliedjes gaan eraan. Kinderliedjesschrijvers Paul Passchier en Thedo Keizer vinden de teksten uit 1859 niet meer kunnen. Wat de racistische wenken betreft: akkoord, weg ermee. Maar waarom ook zak, roe, knecht, speculaas, kaatsenballen, bonte harlekijn en ander ouderwets speelgoed censureren? Een schat aan kennis over voorbije tijden wordt hinderlijk geacht. Lees de zouteloze alternatieven, die het sloopduo aan schoolkinderen wil opdringen: alle charme verdampt, het sprookjesachtige weggepoetst.
Het enige waar ze nog aan refereren is de moderniseringskoorts van lui die menen dat de fantasie van kinderen niet gestimuleerd mag worden door het zingen van woorden die ze niet kennen, over tijden die ze niet kennen. Het verdient bovendien lekker, zo’n nationale censuurgolf.
De nieuwe sintliedjes zijn, o ironie, een standbeeld van intolerantie: tegen de eigen taaltradities en de nostalgie, de door meer generaties met elkaar gedeelde vreugde om herkenbare teksten. Wat een verkeerd signaal gaat daarvan uit: doe geen moeite, leer niets, verplaats je niet in andere tijden, we passen alles aan je onwetendheid aan.'
(Behartigenswaardige woorden van Nausicaa Marbe; lees hier de volledige column)
DONDERDAG Sevilla-Feyenoord 2-0
Een terechte, verwachte en volstrekt logische nederlaag. Gelukkig geen Johan Cruijff in Rotterdam, want dan was het nu niettemin revolutie geweest.
VRIJDAG Awayday in Groesbeek
Strijdkreet boven de poort bij Achilles '29: 'Samen togen wij ten strijd'.
Heeft iemand de Groesbekers al eens verteld dat 'togen' een verleden tijdsvorm is? (De tegenwoordige tijd 'tijgen' hoor je nooit meer.) Er staat dus eigenlijk dat ze ooit, in lang vervlogen tijden, nog vol strijdlust aan de aftrap verschenen, maar dat het thans kut met peren is.
ZATERDAG Gevaarlijke gek
Joseph Blatter twittert: 'Everyone in the global football community has a responsibility to act ethically. Football fans rightly demand this. FIFA has taken the lead.'
Tja.
Je zou er hard om kunnen lachen als het niet zo intens bedroevend was.
Een beetje alsof Adolf Hitler, had hij het indertijd gekund, zou hebben getwitterd: 'Everyone in global politics has a responsibility to fight antisemitism. Jews rightly demand this. The Nazi's have taken the lead.'
ZONDAG Idee
Omroep MAX loopt toch voorop in werkverschaffing aan uitgerangeerde televisie-BN'ers? Waarom Heel Holland Bakt dan niet laten (co-)presenteren door Aart Staartjes? Dan had hij zijn eigen rubriek kunnen krijgen: Aarts Taartjes.
MAANDAG U2? Nee, ik nie!
Ik wist dat ik ooit beloond zou worden voor de keuze mijn iTunes offline te beheren: géén U2 ongevraagd in mijn library!
DINSDAG Voltreffer
Prima parodie op Stromae onlangs bij Koefnoen: 'Niemand verstaat / waar dit lied over gaat' - inderdaad!
WOENSDAG Sloopduo
'Ook de sintliedjes gaan eraan. Kinderliedjesschrijvers Paul Passchier en Thedo Keizer vinden de teksten uit 1859 niet meer kunnen. Wat de racistische wenken betreft: akkoord, weg ermee. Maar waarom ook zak, roe, knecht, speculaas, kaatsenballen, bonte harlekijn en ander ouderwets speelgoed censureren? Een schat aan kennis over voorbije tijden wordt hinderlijk geacht. Lees de zouteloze alternatieven, die het sloopduo aan schoolkinderen wil opdringen: alle charme verdampt, het sprookjesachtige weggepoetst.
Het enige waar ze nog aan refereren is de moderniseringskoorts van lui die menen dat de fantasie van kinderen niet gestimuleerd mag worden door het zingen van woorden die ze niet kennen, over tijden die ze niet kennen. Het verdient bovendien lekker, zo’n nationale censuurgolf.
De nieuwe sintliedjes zijn, o ironie, een standbeeld van intolerantie: tegen de eigen taaltradities en de nostalgie, de door meer generaties met elkaar gedeelde vreugde om herkenbare teksten. Wat een verkeerd signaal gaat daarvan uit: doe geen moeite, leer niets, verplaats je niet in andere tijden, we passen alles aan je onwetendheid aan.'
(Behartigenswaardige woorden van Nausicaa Marbe; lees hier de volledige column)
DONDERDAG Sevilla-Feyenoord 2-0
Een terechte, verwachte en volstrekt logische nederlaag. Gelukkig geen Johan Cruijff in Rotterdam, want dan was het nu niettemin revolutie geweest.
VRIJDAG Awayday in Groesbeek
Strijdkreet boven de poort bij Achilles '29: 'Samen togen wij ten strijd'.
Heeft iemand de Groesbekers al eens verteld dat 'togen' een verleden tijdsvorm is? (De tegenwoordige tijd 'tijgen' hoor je nooit meer.) Er staat dus eigenlijk dat ze ooit, in lang vervlogen tijden, nog vol strijdlust aan de aftrap verschenen, maar dat het thans kut met peren is.
ZATERDAG Gevaarlijke gek
Joseph Blatter twittert: 'Everyone in the global football community has a responsibility to act ethically. Football fans rightly demand this. FIFA has taken the lead.'
Tja.
Je zou er hard om kunnen lachen als het niet zo intens bedroevend was.
Een beetje alsof Adolf Hitler, had hij het indertijd gekund, zou hebben getwitterd: 'Everyone in global politics has a responsibility to fight antisemitism. Jews rightly demand this. The Nazi's have taken the lead.'
woensdag 17 september 2014
Intens instrumentaal
In de mooiste liedjes doen muziek en tekst niet voor elkaar onder, versterken ze elkaar, kunnen ze niet op eigen kracht bestaan. Desalniettemin valt er ook genoeg te genieten van tekstloze oftewel instrumentale rockmuziek, van de klassieke rock van The Shadows tot de hedendaagse avant-garde van Explosions in the Sky. Daarnaast veroorlooft menige band of artiest zich een enkel instrumentaal nummer op te nemen tussen de overige tracks op een album, als rustpunt, als scharniermoment of als uitwerking van het thema met andere middelen dan tekst. Hieronder vijf van zulke instrumentale nummers uit de 'indie'-catalogus van de laatste tien jaar.
1) +44 - 'Interlude'
Slechts één album heeft +44, het therapeutische project van Mark Hoppus en Travis Barker na de break-up van Blink-182, de wereld geschonken - maar When Your Heart Stops Beating (2006) mag er dan ook zijn. Hij bevat de neerslachtigste nummers die Hoppus heeft gezongen, zo heeft een criticus opgemerkt, en dat is niets teveel gezegd. 'Weatherman' behoort zelfs tot de donkerste tracks ooit gemaakt. Voorafgaand aan dit meesterstuk gaat een instrumentaal interludium dat de luisteraar alvast voorbereidt op de afdaling naar de donkerste lagen van de getormenteerde ziel.
2) Shout Out Louds - 'Ill Wills'
Het Zweedse kwintet Shout Out Louds debuteerde met Howl Howl Gaff Gaff (2005), een energieke en vitalistische plaat. Opvolger Our Ill Wills (2007) was weemoediger en bespiegelender, wat niet meteen omarmd werd door de goegemeente maar door mij wel natuurlijk. Van een echt sombere plaat is overigens geen sprake, daarvoor is het aandeel up-tempo vrolijkheid nog net iets te groot. De weemoed is vooral geconcentreerd in het enige instrumentale nummer op het album, 'Ill Wills', de perfecte soundtrack bij een nederlaag - op welk gebied dan ook. 's Avonds laat, alles verloren, geen hoop meer - dat idee. En dan heerlijk treuren met de Shout Out Louds.
3) Paul Banks - 'Another Chance'
Interpol-voorman Paul Banks experimenteert op zijn tweede solo-LP Banks (2012) met muziekstijlen en samples. 'Another Chance' heeft wel tekst, maar niet van en door Banks zelf. Het lijken me quotes uit een film. Een man heeft een fout gemaakt en probeert zijn geliefde te bewegen hem een tweede kans te geven. Om zijn misstap goed te praten haalt hij zelfs een hersenaandoening van stal: 'I have a neurological condition / There's something wrong with my brain.' De muziek kabbelt een tijdlang voort maar wordt naar het einde toe, terwijl de tweede hier geciteerde regel almaar herhaald wordt, steeds woeliger en wilder, wat het geheel een dreigende en beklemmende sfeer geeft. Aan het eind vrees je als luisteraar welhaast zelf een mankement in je brein te hebben.
4) Fleet Foxes - 'The Cascades'
Oké, voorlopig komt er dus geen nieuw werk van Robin Pecknold en de zijnen uit, maar de drie Fleet Foxes-albums die er nu zijn, twee langspelers en een EP, gaan voorlopig nog niet vervelen. De 'indiefolk' waarmee het geluid van deze band meestal wordt gelabeld komt zeker tot zijn recht in de instrumentale songs, zoals 'Heard Them Stirring' op de eponieme debuutplaat (2008) of de eerste helft van 'The Plains/Bitter Dancer' op Helplessness Blues (2011). Van diezelfde cd is het subtiele 'The Cascades', met die prachtige verheviging van volume en intensiteit tussen 0:55 en 1:20.
5) Sufjan Stevens - 'Redford'
De ongrijpbare en allesbehalve suffe Sufjan Stevens heeft meerdere verborgen instrumentale parels in zijn oeuvre. Te denken valt aan de 'op muziek gezette' rivieren en watervallen, zoals 'Tahquamenon Falls' en 'Alanson, Crooked River' op Greetings From Michigan (2003) en 'Kaskaskia River' op The Avalanche (2006), of het bedwelmende 'Out of Egypt, Into the Great Laugh of Mankind, and I Shake the Dirt From My Sandals as I Run' waarmee de krachttoer Illinois (2005) besluit. Veel ingetogener, bijna mystiek in zijn minimalisme, is 'Redford' op Michigan, opgedragen aan zijn opa en oma. In al zijn eenvoud gaat dit nummer heel diep.
1) +44 - 'Interlude'
Slechts één album heeft +44, het therapeutische project van Mark Hoppus en Travis Barker na de break-up van Blink-182, de wereld geschonken - maar When Your Heart Stops Beating (2006) mag er dan ook zijn. Hij bevat de neerslachtigste nummers die Hoppus heeft gezongen, zo heeft een criticus opgemerkt, en dat is niets teveel gezegd. 'Weatherman' behoort zelfs tot de donkerste tracks ooit gemaakt. Voorafgaand aan dit meesterstuk gaat een instrumentaal interludium dat de luisteraar alvast voorbereidt op de afdaling naar de donkerste lagen van de getormenteerde ziel.
2) Shout Out Louds - 'Ill Wills'
Het Zweedse kwintet Shout Out Louds debuteerde met Howl Howl Gaff Gaff (2005), een energieke en vitalistische plaat. Opvolger Our Ill Wills (2007) was weemoediger en bespiegelender, wat niet meteen omarmd werd door de goegemeente maar door mij wel natuurlijk. Van een echt sombere plaat is overigens geen sprake, daarvoor is het aandeel up-tempo vrolijkheid nog net iets te groot. De weemoed is vooral geconcentreerd in het enige instrumentale nummer op het album, 'Ill Wills', de perfecte soundtrack bij een nederlaag - op welk gebied dan ook. 's Avonds laat, alles verloren, geen hoop meer - dat idee. En dan heerlijk treuren met de Shout Out Louds.
3) Paul Banks - 'Another Chance'
Interpol-voorman Paul Banks experimenteert op zijn tweede solo-LP Banks (2012) met muziekstijlen en samples. 'Another Chance' heeft wel tekst, maar niet van en door Banks zelf. Het lijken me quotes uit een film. Een man heeft een fout gemaakt en probeert zijn geliefde te bewegen hem een tweede kans te geven. Om zijn misstap goed te praten haalt hij zelfs een hersenaandoening van stal: 'I have a neurological condition / There's something wrong with my brain.' De muziek kabbelt een tijdlang voort maar wordt naar het einde toe, terwijl de tweede hier geciteerde regel almaar herhaald wordt, steeds woeliger en wilder, wat het geheel een dreigende en beklemmende sfeer geeft. Aan het eind vrees je als luisteraar welhaast zelf een mankement in je brein te hebben.
4) Fleet Foxes - 'The Cascades'
Oké, voorlopig komt er dus geen nieuw werk van Robin Pecknold en de zijnen uit, maar de drie Fleet Foxes-albums die er nu zijn, twee langspelers en een EP, gaan voorlopig nog niet vervelen. De 'indiefolk' waarmee het geluid van deze band meestal wordt gelabeld komt zeker tot zijn recht in de instrumentale songs, zoals 'Heard Them Stirring' op de eponieme debuutplaat (2008) of de eerste helft van 'The Plains/Bitter Dancer' op Helplessness Blues (2011). Van diezelfde cd is het subtiele 'The Cascades', met die prachtige verheviging van volume en intensiteit tussen 0:55 en 1:20.
5) Sufjan Stevens - 'Redford'
De ongrijpbare en allesbehalve suffe Sufjan Stevens heeft meerdere verborgen instrumentale parels in zijn oeuvre. Te denken valt aan de 'op muziek gezette' rivieren en watervallen, zoals 'Tahquamenon Falls' en 'Alanson, Crooked River' op Greetings From Michigan (2003) en 'Kaskaskia River' op The Avalanche (2006), of het bedwelmende 'Out of Egypt, Into the Great Laugh of Mankind, and I Shake the Dirt From My Sandals as I Run' waarmee de krachttoer Illinois (2005) besluit. Veel ingetogener, bijna mystiek in zijn minimalisme, is 'Redford' op Michigan, opgedragen aan zijn opa en oma. In al zijn eenvoud gaat dit nummer heel diep.
zaterdag 13 september 2014
Zeven dagen lang (225)
7 t/m 13 september
ZONDAG EK
Portugal-Albanië 0-1. Ja hoor, daar hebben we 'm weer: de traditionele valse start van de Portugezen. En iedereen nu natuurlijk vol optimisme dat die naarlingen zich eindelijk een keer niet kwalificeren. IJdele hoop! Aan het eind van de rit hebben ze dat ticket gewoon weer in de pocket hoor, dat geef ik u alvast op eenbriefje blogje.
MAANDAG Failliet
In 2011 won De Wereld Draait Door de Zilveren Nipkowschijf. De jury prees het programma onder meer om de toegankelijke manier waarop het de actualiteit behandelde, het brede spectrum van onderwerpen dat de revue passeerde en de aandacht die het besteedde aan hoge cultuur zoals opera.
Drie jaar later. De drie items in de aflevering van vandaag, 8 september 2014: Peter R. de Vries over het zoveelste met veel tamtam als definitieve doorbraak geafficheerde sterke verhaal over Jack the Ripper; lekker lachen om abnormale mensen met ridicule fotoverzamelingen; kereltje Klupping met zijn maandelijkse 'wereldwijde' hype die feitelijk alleen in zijn kringetje van nerds met te veel tijd populair is, ditmaal raadseltjes oplossen om uit een afgesloten kamer te ontsnappen - categorie bedrijfsuitje voor de IT-sector. (Een van zijn kompanen aan tafel, bloedserieus: 'Mensen hebben behoefte om ook offline wat te doen met vrienden.' Let op de omkering... ook offline. Online omgaan met vrienden is blijkbaar de standaard geworden.)
Als tafeldame een Vlaamse die nota bene zélf zegt 'Ik ben een Belg, dus ik ben dom', het meest belegen mopje uit de trommel.
Een normale talkshow selecteert relevante onderwerpen en zoekt daar dan de juiste gasten bij, DWDD daarentegen heeft een klapper met vaste gasten die om de zoveel tijd aan de beurt zijn en waar dan naarstig een onderwerp bij wordt gezocht.
Er zijn programma's die voor minder door de netmanager van de buis worden gehaald.
DINSDAG Nico
Belachelijke column van Dijkshoorn in VI. Dat wil zeggen: een specifieke alinea daarin, verstopt tussen een afrekening met Kraay junior en sneer naar Kenneth Vermeer. Hij schrijft onder meer: 'Ikzelf heb even helemaal geen zin meer om aan te schuiven bij VI. Ik vond VI Oranje een wanstaltig programma en presentator Wilfred Genee een ordinaire oorlogshitser die al zijn kritische gasten met enorm veel plezier offerde aan de loeiende en deinende meute.'
VI Oranje was inderdaad wanstaltig, maar misschien is het aardig om erbij te vermelden welk aandeel Dijkshoorn daar zelf in had. Hij zat er in de beruchte aflevering met Derksen, Van der Gijp en Kieft, vier gasten met een uitgesproken negatieve visie op Oranje. Daar had Genee zich dan blijkbaar gewillig bij moeten aansluiten.
Dijkshoorn begrijpt niets van tv. Een goede presentator lult juist niet met zijn gasten mee, speelt advocaat van de duivel als het zo uitkomt. Geen wonder dat hij zo graag bij lachebekje Matthijs van Nieuwkerk zit, een presentator die nooit eens een gast stevig aan de tand voelt, die altijd alles leuk en mooi en te gek vindt.
WOENSDAG Bas
Zo, dat is wel weer genoeg spijkerharde en zeer terechte kritiek voor deze week, er zijn ook positieve ontwikkelingen: Bas Heijne heeft zijn columnistenwerk voor NRC hervat na tien weken vakantie. Tien weken! Zo lang had ik zelfs in de paradijselijke zomers van mijn middelbareschooltijd geen vrijaf.
Meteen weer een zeer lezenswaardige column trouwens. 'In 1967 hadden we the summer of love. 2014 die van de haat. Toen eind jaren tachtig de Muur viel, wisten verstandige mensen ook wel dat de geschiedenis niet ten einde was. Maar weinigen voorzagen dat hij op hol zou slaan.'
DONDERDAG 9/11
'Tall buildings shake
Voices escape singing sad sad songs'
(Wilco, 'Jesus, etc.')
VRIJDAG Muziek
Vervelende berichten van het muziekfront de laatste tijd: er komt voorlopig geen nieuw album van Fleet Foxes, want Robin Pecknold is 'terug naar school', The National kondigt aan op het volgende album een 'different approach' te gaan volgen - wat me niet meteen vrolijk stemt aangezien de huidige approach precies goed was -, en Death Cab-gitarist en -producer Chris Walla is uit de band gestapt. Enige goede nieuws: Death Cab legt momenteel de laatste hand aan het nog mét Walla gemaakte achtste studioalbum.
ZATERDAG MC Telly
Rappers en andere hiphoppers krijgen altijd veel kritiek vanwege hun vrouwonvriendelijke teksten en dito clips waarin steevast een schare schaars geklede dames jonge meisjes leert dat je je als een slet dient te gedragen om mee te tellen in de wereld van vandaag, maar the root of all evil in dezen blijkt held Telly Savalas (1922-1994).
Telly.
Wat een koning.
Wat die rappers thans doen deed Telly namelijk veertig jaar geleden al - inclusief praatzingen! Op deze 'original promo video for German & Dutch tv' van zijn monsterhit 'If' zien we hem keihard chillen met zijn bitches.
Schitterend ook hoe hij op 2:20 gewoon even het playbacken onderbreekt om een hijs van zijn sigaret te nemen.
ZONDAG EK
Portugal-Albanië 0-1. Ja hoor, daar hebben we 'm weer: de traditionele valse start van de Portugezen. En iedereen nu natuurlijk vol optimisme dat die naarlingen zich eindelijk een keer niet kwalificeren. IJdele hoop! Aan het eind van de rit hebben ze dat ticket gewoon weer in de pocket hoor, dat geef ik u alvast op een
MAANDAG Failliet
In 2011 won De Wereld Draait Door de Zilveren Nipkowschijf. De jury prees het programma onder meer om de toegankelijke manier waarop het de actualiteit behandelde, het brede spectrum van onderwerpen dat de revue passeerde en de aandacht die het besteedde aan hoge cultuur zoals opera.
Drie jaar later. De drie items in de aflevering van vandaag, 8 september 2014: Peter R. de Vries over het zoveelste met veel tamtam als definitieve doorbraak geafficheerde sterke verhaal over Jack the Ripper; lekker lachen om abnormale mensen met ridicule fotoverzamelingen; kereltje Klupping met zijn maandelijkse 'wereldwijde' hype die feitelijk alleen in zijn kringetje van nerds met te veel tijd populair is, ditmaal raadseltjes oplossen om uit een afgesloten kamer te ontsnappen - categorie bedrijfsuitje voor de IT-sector. (Een van zijn kompanen aan tafel, bloedserieus: 'Mensen hebben behoefte om ook offline wat te doen met vrienden.' Let op de omkering... ook offline. Online omgaan met vrienden is blijkbaar de standaard geworden.)
Als tafeldame een Vlaamse die nota bene zélf zegt 'Ik ben een Belg, dus ik ben dom', het meest belegen mopje uit de trommel.
Een normale talkshow selecteert relevante onderwerpen en zoekt daar dan de juiste gasten bij, DWDD daarentegen heeft een klapper met vaste gasten die om de zoveel tijd aan de beurt zijn en waar dan naarstig een onderwerp bij wordt gezocht.
Er zijn programma's die voor minder door de netmanager van de buis worden gehaald.
DINSDAG Nico
Belachelijke column van Dijkshoorn in VI. Dat wil zeggen: een specifieke alinea daarin, verstopt tussen een afrekening met Kraay junior en sneer naar Kenneth Vermeer. Hij schrijft onder meer: 'Ikzelf heb even helemaal geen zin meer om aan te schuiven bij VI. Ik vond VI Oranje een wanstaltig programma en presentator Wilfred Genee een ordinaire oorlogshitser die al zijn kritische gasten met enorm veel plezier offerde aan de loeiende en deinende meute.'
VI Oranje was inderdaad wanstaltig, maar misschien is het aardig om erbij te vermelden welk aandeel Dijkshoorn daar zelf in had. Hij zat er in de beruchte aflevering met Derksen, Van der Gijp en Kieft, vier gasten met een uitgesproken negatieve visie op Oranje. Daar had Genee zich dan blijkbaar gewillig bij moeten aansluiten.
Dijkshoorn begrijpt niets van tv. Een goede presentator lult juist niet met zijn gasten mee, speelt advocaat van de duivel als het zo uitkomt. Geen wonder dat hij zo graag bij lachebekje Matthijs van Nieuwkerk zit, een presentator die nooit eens een gast stevig aan de tand voelt, die altijd alles leuk en mooi en te gek vindt.
WOENSDAG Bas
Zo, dat is wel weer genoeg spijkerharde en zeer terechte kritiek voor deze week, er zijn ook positieve ontwikkelingen: Bas Heijne heeft zijn columnistenwerk voor NRC hervat na tien weken vakantie. Tien weken! Zo lang had ik zelfs in de paradijselijke zomers van mijn middelbareschooltijd geen vrijaf.
Meteen weer een zeer lezenswaardige column trouwens. 'In 1967 hadden we the summer of love. 2014 die van de haat. Toen eind jaren tachtig de Muur viel, wisten verstandige mensen ook wel dat de geschiedenis niet ten einde was. Maar weinigen voorzagen dat hij op hol zou slaan.'
DONDERDAG 9/11
'Tall buildings shake
Voices escape singing sad sad songs'
(Wilco, 'Jesus, etc.')
VRIJDAG Muziek
Vervelende berichten van het muziekfront de laatste tijd: er komt voorlopig geen nieuw album van Fleet Foxes, want Robin Pecknold is 'terug naar school', The National kondigt aan op het volgende album een 'different approach' te gaan volgen - wat me niet meteen vrolijk stemt aangezien de huidige approach precies goed was -, en Death Cab-gitarist en -producer Chris Walla is uit de band gestapt. Enige goede nieuws: Death Cab legt momenteel de laatste hand aan het nog mét Walla gemaakte achtste studioalbum.
ZATERDAG MC Telly
Rappers en andere hiphoppers krijgen altijd veel kritiek vanwege hun vrouwonvriendelijke teksten en dito clips waarin steevast een schare schaars geklede dames jonge meisjes leert dat je je als een slet dient te gedragen om mee te tellen in de wereld van vandaag, maar the root of all evil in dezen blijkt held Telly Savalas (1922-1994).
Telly.
Wat een koning.
Wat die rappers thans doen deed Telly namelijk veertig jaar geleden al - inclusief praatzingen! Op deze 'original promo video for German & Dutch tv' van zijn monsterhit 'If' zien we hem keihard chillen met zijn bitches.
Schitterend ook hoe hij op 2:20 gewoon even het playbacken onderbreekt om een hijs van zijn sigaret te nemen.
donderdag 11 september 2014
Roze nevel
Bruce Springsteens The Rising (2002) is 'hét album dat het Amerikaanse rouwproces in muziek ving', schreef Peter Zantingh drie jaar geleden in NRC Handelsblad bij de tiende herdenking van 9/11. The Rising is inderdaad een even belangrijk als schitterend album, getuigend van verlies en verbijstering maar met een onmiskenbaar optimistische en hoopgevende grondtoon.
Aardig weetje is dat Springsteen The Rising weliswaar als 9/11-conceptalbum heeft geconcipieerd maar enkele van de vijftien nummers al vóór de aanslagen had geschreven. 'Nothing Man' bijvoorbeeld, waarin iemand op zijn vermelding in de plaatselijke krant reflecteert: 'I don't remember how I felt / I never thought I'd live / To read about myself / In my hometown paper.' De reden voor die vermelding wordt niet duidelijk, maar voor zijn vrienden is hij in elk geval nog gewoon dezelfde: 'Around here, everybody acts the same / Around here, everybody acts like nothing's changed. / Friday night, the club meets at Al's Barbecue / The sky is still the same unbelievable blue.'
In de context van een album over 9/11 kunnen de geciteerde regels plotseling anders worden geïnterpreteerd. De vermakelijke hineininterpretierders van het onvolprezen SongMeanings lezen er bijvoorbeeld het relaas van een brandweerman in die zich nooit zo gewaardeerd heeft gevoeld als nu in de nasleep van de aanslagen, een lied over algemene survivor's guilt, de postmortale woorden van een zelfmoordenaar, enzovoort.
Dat dit nummer al van voor de aanslagen stamt, wil niet zeggen dat Springsteen niet aan de teksten heeft zitten schaven tussen september 2001 en maart 2002, de tijd waarin The Rising geschreven en opgenomen werd. De ongelooflijke blauwheid van de lucht is bijvoorbeeld een door velen opgemerkt en tot symbool geworden kenmerk: 11 september 2001 begon als een stralende dag. Maar ook het mysterieuze tweede deel van het eerste couplet wijst in die richting: 'How my brave young life / Was forever changed / In a misty cloud of pink vapor.' Dat doet me aan Martin Amis denken.
Is The Rising het ultieme 9/11-album, dan is Amis' The Second Plane (2008) misschien wel de ultieme bundel eigenzinnige beschouwingen over de wereld sinds 9/11. Het lange essay 'Terror and Boredom' (2006) was voer voor woedende critici, maar ik beschouw het als een moedige evenwichtsoefening tussen reflectie op het eigen schrijverschap en erudiete, genadeloze analyse van de geopolitieke situatie, die bovendien juist nu opnieuw relevant is. (Als Amis schrijft over het islamisme - ik citeer uit de Nederlandse vertaling: 'De extreemste soennieten willen de hele wereldbevolking behalve de extreemste soennieten doden', dan is dat met terugwerkende kracht geen hyperbolische provocatie maar een accurate aankondiging van de ISIS-terreur.)
In het opinieartikel 'The voice of the lonely crowd', op 1 juni 2002 gepubliceerd in The Guardian en opgenomen in The Second Plane, schreef Amis: 'Telkens als het gevoel van kolossaal ongeloof lijkt te gaan verdwijnen, wordt het, merk ik nog steeds, gretig op het oude peil gebracht door een bovendrijvend detail: de "roze nevel" die er hing door het uiteenspatten van de vallende lichamen.' Deze 'roze nevel' - 'pink mist' in het origineel - doet ontegenzeglijk denken aan Springsteens 'pink vapor' of roze damp.
Toen Amis' artikel verscheen, was The Rising echter al opgenomen. Springsteen kan het dus niet van Amis hebben, als dat al een reële mogelijkheid was. Amis heeft de woordcombinatie dan ook niet zelf bedacht. Merk op dat hij 'pink mist' tussen haakjes plaatst, wat suggereert dat het bij hem al een citaat is. Het blijkt uit Newsweek van 24 september 2001 te komen: 'They landed with such force, according to an eyewitness who was watching along with New York's mayor, Rudy Giuliani, that a pink mist of gore rose from the sidewalk as they hit.'
Op internet staat her en der te lezen dat 'Nothing Man' is geschreven en opgenomen in 1994 en 're-recorded' in 2002. Jeffrey Symynkywicz schrijft in The Gospel According to Bruce Springsteen (2008): 'It was originally written in 1994 about a Vietnam veteran suffering from post-traumatic stress syndrome. The main character in "Nothing Man" has physically survived some great, traumatic event in his life but still feels a lingering, living death as a result of what he has been through.' Het is niet duidelijk of Symynkywicz zich hier baseert op een toelichting van Springsteen zelf of dat hij een eigen interpretatie geeft.
De regels 'The pearl and silver / Resting on my night table / It's just me Lord, pray I'm able' uit het laatste couplet worden door Symynkywicz als volgt verklaard: 'Now he lies in bed, contemplating the pistol ("the pearl and silver") on the night stand - and he prays for courage. We don't really know, of course, whether he's asking for the courage to pull the trigger or not to, whether he's reaching out for salvation or just escape.' De 'pink vapor' verwijst dan op een andere, niet minder lugubere manier naar bloed en 'gore'.
Er zijn dus geen concrete aanwijzingen dat Springsteen in 2001/02 de tekst van 'Nothing Man' heeft aangepast ten opzichte van de versie uit 1994. Wellicht heeft de 'pink mist' waarvan sprake was in de commentaren na 9/11 hem zelfs ingegeven het nooit uitgebrachte 'Nothing Man' op de tracklist van The Rising te plaatsen: de 'pink vapor' uit de tekst maakte het lied plotsklaps uitermate geschikt voor het album dat het Amerikaanse rouwproces in muziek moest gaan vangen.
Aardig weetje is dat Springsteen The Rising weliswaar als 9/11-conceptalbum heeft geconcipieerd maar enkele van de vijftien nummers al vóór de aanslagen had geschreven. 'Nothing Man' bijvoorbeeld, waarin iemand op zijn vermelding in de plaatselijke krant reflecteert: 'I don't remember how I felt / I never thought I'd live / To read about myself / In my hometown paper.' De reden voor die vermelding wordt niet duidelijk, maar voor zijn vrienden is hij in elk geval nog gewoon dezelfde: 'Around here, everybody acts the same / Around here, everybody acts like nothing's changed. / Friday night, the club meets at Al's Barbecue / The sky is still the same unbelievable blue.'
In de context van een album over 9/11 kunnen de geciteerde regels plotseling anders worden geïnterpreteerd. De vermakelijke hineininterpretierders van het onvolprezen SongMeanings lezen er bijvoorbeeld het relaas van een brandweerman in die zich nooit zo gewaardeerd heeft gevoeld als nu in de nasleep van de aanslagen, een lied over algemene survivor's guilt, de postmortale woorden van een zelfmoordenaar, enzovoort.
Dat dit nummer al van voor de aanslagen stamt, wil niet zeggen dat Springsteen niet aan de teksten heeft zitten schaven tussen september 2001 en maart 2002, de tijd waarin The Rising geschreven en opgenomen werd. De ongelooflijke blauwheid van de lucht is bijvoorbeeld een door velen opgemerkt en tot symbool geworden kenmerk: 11 september 2001 begon als een stralende dag. Maar ook het mysterieuze tweede deel van het eerste couplet wijst in die richting: 'How my brave young life / Was forever changed / In a misty cloud of pink vapor.' Dat doet me aan Martin Amis denken.
Is The Rising het ultieme 9/11-album, dan is Amis' The Second Plane (2008) misschien wel de ultieme bundel eigenzinnige beschouwingen over de wereld sinds 9/11. Het lange essay 'Terror and Boredom' (2006) was voer voor woedende critici, maar ik beschouw het als een moedige evenwichtsoefening tussen reflectie op het eigen schrijverschap en erudiete, genadeloze analyse van de geopolitieke situatie, die bovendien juist nu opnieuw relevant is. (Als Amis schrijft over het islamisme - ik citeer uit de Nederlandse vertaling: 'De extreemste soennieten willen de hele wereldbevolking behalve de extreemste soennieten doden', dan is dat met terugwerkende kracht geen hyperbolische provocatie maar een accurate aankondiging van de ISIS-terreur.)
In het opinieartikel 'The voice of the lonely crowd', op 1 juni 2002 gepubliceerd in The Guardian en opgenomen in The Second Plane, schreef Amis: 'Telkens als het gevoel van kolossaal ongeloof lijkt te gaan verdwijnen, wordt het, merk ik nog steeds, gretig op het oude peil gebracht door een bovendrijvend detail: de "roze nevel" die er hing door het uiteenspatten van de vallende lichamen.' Deze 'roze nevel' - 'pink mist' in het origineel - doet ontegenzeglijk denken aan Springsteens 'pink vapor' of roze damp.
Toen Amis' artikel verscheen, was The Rising echter al opgenomen. Springsteen kan het dus niet van Amis hebben, als dat al een reële mogelijkheid was. Amis heeft de woordcombinatie dan ook niet zelf bedacht. Merk op dat hij 'pink mist' tussen haakjes plaatst, wat suggereert dat het bij hem al een citaat is. Het blijkt uit Newsweek van 24 september 2001 te komen: 'They landed with such force, according to an eyewitness who was watching along with New York's mayor, Rudy Giuliani, that a pink mist of gore rose from the sidewalk as they hit.'
Op internet staat her en der te lezen dat 'Nothing Man' is geschreven en opgenomen in 1994 en 're-recorded' in 2002. Jeffrey Symynkywicz schrijft in The Gospel According to Bruce Springsteen (2008): 'It was originally written in 1994 about a Vietnam veteran suffering from post-traumatic stress syndrome. The main character in "Nothing Man" has physically survived some great, traumatic event in his life but still feels a lingering, living death as a result of what he has been through.' Het is niet duidelijk of Symynkywicz zich hier baseert op een toelichting van Springsteen zelf of dat hij een eigen interpretatie geeft.
De regels 'The pearl and silver / Resting on my night table / It's just me Lord, pray I'm able' uit het laatste couplet worden door Symynkywicz als volgt verklaard: 'Now he lies in bed, contemplating the pistol ("the pearl and silver") on the night stand - and he prays for courage. We don't really know, of course, whether he's asking for the courage to pull the trigger or not to, whether he's reaching out for salvation or just escape.' De 'pink vapor' verwijst dan op een andere, niet minder lugubere manier naar bloed en 'gore'.
Er zijn dus geen concrete aanwijzingen dat Springsteen in 2001/02 de tekst van 'Nothing Man' heeft aangepast ten opzichte van de versie uit 1994. Wellicht heeft de 'pink mist' waarvan sprake was in de commentaren na 9/11 hem zelfs ingegeven het nooit uitgebrachte 'Nothing Man' op de tracklist van The Rising te plaatsen: de 'pink vapor' uit de tekst maakte het lied plotsklaps uitermate geschikt voor het album dat het Amerikaanse rouwproces in muziek moest gaan vangen.
zaterdag 6 september 2014
Zeven dagen lang (224)
31 augustus t/m 6 september
ZONDAG War
Niets geleerd van het debacle-Verhofstadt-Van Baalen: Donald Tusk baas van Europa en volgens secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen moet Oekraïne, broodnodige buffer tussen West-Europa en Rusland, zo snel mogelijk in de NAVO.
Als dat gebeurt, dan is het einde zoek. Het zou de ultieme provocatie richting Poetin zijn, dan worden we als NAVO-lidstaat aan het eind van het liedje een oorlog in gezogen. Fock die Fogh Rasmussen.
MAANDAG Wake me up when september ends
Op moment van schrijven, aan het eind van de avond, wordt 1 september 2014 wereldwijd al een historische dag genoemd. Het werd her en der al voorspeld, maar het bleek nog mooier dan gehoopt. Velen staken hun vreugde niet onder stoelen of banken en plaatsten lyrische exclamaties op het web. Ten opzichte van de verschrikkelijke augustusmaand vormde deze eerste dag van de nieuwe maand het meest welkome contrast denkbaar. Met een variant op The Temptations: 'It was the first of september, that day I'll always remember.'
DINSDAG Timmerfrans (I)
Hoeveel blunders mag een bewindspersoon maken voor hij niet meer te handhaven is?
Frans Timmermans zei dat de yezidi's in Irak 'grondwettelijke bescherming' genoten. Experts zeggen massaal: genocide.
In zijn befaamde VN-veiligheidsraadspeech betichtte Timmermans de lokale Oekraïners op de crashsite van MH-17 onder meer van het jatten van goederen, het waren 'thugs' die met trouwringen aan de haal gingen. Naar nu blijkt zijn de Oekraïense inspanningen direct na de ramp doelmatig en uiterst respectvol geweest. Het waren juist de Nederlanders die in de fout zijn gegaan!
Twee blunders op wereldpolitieke schaal. Gezichtsverlies, excuses, stapje terug? Neen, Timmermans is de belangrijkste kandidaat voor een hoge functie in de EU, 'de kroon op zijn carrière'.
Zo werkt dat blijkbaar in de politiek.
WOENSDAG Timmermans (II)
En altijd hoor je weer het argument: hij spreekt zeven talen. Tja, ontzettend knap, maar het zou er toch in de eerste plaats om moeten gaan wat iemand zegt. Als hij onzin uitkraamt in één taal is dat al een zwaktebod, maar als hij diezelfde onzin in zeven verschillende talen debiteert, dan lijkt me dat des te erger en wordt dat pluspunt plotseling een extra groot afbreukrisico.
DONDERDAG Irak
Met 'peshmerga' worden de Koerdische gewapende strijders bedoeld.
En ik al die tijd maar denken dat het abrikozenijs was.
VRIJDAG Kouwenaar dood
Twee strofen:
'Twee handen vol vierkante woorden
brood en vruchten voor brood en vruchten
wind er is veel langzame stekende adem
er is één lange gapende letter'
(uit: 'De dag')
'en altijd het woord dat zijn echo verbetert
altijd de foto van wat is geweest)'
(uit: 'altijd alsof alsof altijd de vogel')
ZATERDAG ROB
Wie gelukkig nog wel leeft: Rob de Nijs (geb. 1879).
Thomas van Luyn schreef ooit in een column voor de Volkskrant dat hij zich erover verbaasde dat mensen die Whitney Houston altijd verschrikkelijk zeiden te vinden haar na haar dood opeens zalig verklaarden:
'Dus: om onze integriteit te waarborgen, moeten we nu al vastleggen hoe we over mensen denken, zodat we niet stiekem kunnen bijdraaien als ze doodgaan. Dat we niet, als Frans Bauer omvalt, ineens gaan denken dat we hem eigenlijk heel goed vonden. Wat zeg maar bij André Hazes is gebeurd - die vonden u en ik bagger toen hij nog leefde, nu springen de tranen ons in de ogen bij "De Vlieger". Andersom kun je ook vooruitdenken van wie je wél had moeten houden toen ze nog leefden. [...] Het is nog niet te laat om in te springen in Rob de Nijs, iemand bij wie u het risico loopt te laat te beseffen dat hij de mooiste stem heeft die Nederland ooit heeft voortgebracht. Want die heeft-ie.'
Overdrijven is ook een kunst, maar toch, maar toch.
ZONDAG War
Niets geleerd van het debacle-Verhofstadt-Van Baalen: Donald Tusk baas van Europa en volgens secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen moet Oekraïne, broodnodige buffer tussen West-Europa en Rusland, zo snel mogelijk in de NAVO.
Als dat gebeurt, dan is het einde zoek. Het zou de ultieme provocatie richting Poetin zijn, dan worden we als NAVO-lidstaat aan het eind van het liedje een oorlog in gezogen. Fock die Fogh Rasmussen.
MAANDAG Wake me up when september ends
Op moment van schrijven, aan het eind van de avond, wordt 1 september 2014 wereldwijd al een historische dag genoemd. Het werd her en der al voorspeld, maar het bleek nog mooier dan gehoopt. Velen staken hun vreugde niet onder stoelen of banken en plaatsten lyrische exclamaties op het web. Ten opzichte van de verschrikkelijke augustusmaand vormde deze eerste dag van de nieuwe maand het meest welkome contrast denkbaar. Met een variant op The Temptations: 'It was the first of september, that day I'll always remember.'
DINSDAG Timmerfrans (I)
Hoeveel blunders mag een bewindspersoon maken voor hij niet meer te handhaven is?
Frans Timmermans zei dat de yezidi's in Irak 'grondwettelijke bescherming' genoten. Experts zeggen massaal: genocide.
In zijn befaamde VN-veiligheidsraadspeech betichtte Timmermans de lokale Oekraïners op de crashsite van MH-17 onder meer van het jatten van goederen, het waren 'thugs' die met trouwringen aan de haal gingen. Naar nu blijkt zijn de Oekraïense inspanningen direct na de ramp doelmatig en uiterst respectvol geweest. Het waren juist de Nederlanders die in de fout zijn gegaan!
Twee blunders op wereldpolitieke schaal. Gezichtsverlies, excuses, stapje terug? Neen, Timmermans is de belangrijkste kandidaat voor een hoge functie in de EU, 'de kroon op zijn carrière'.
Zo werkt dat blijkbaar in de politiek.
WOENSDAG Timmermans (II)
En altijd hoor je weer het argument: hij spreekt zeven talen. Tja, ontzettend knap, maar het zou er toch in de eerste plaats om moeten gaan wat iemand zegt. Als hij onzin uitkraamt in één taal is dat al een zwaktebod, maar als hij diezelfde onzin in zeven verschillende talen debiteert, dan lijkt me dat des te erger en wordt dat pluspunt plotseling een extra groot afbreukrisico.
DONDERDAG Irak
Met 'peshmerga' worden de Koerdische gewapende strijders bedoeld.
En ik al die tijd maar denken dat het abrikozenijs was.
VRIJDAG Kouwenaar dood
Twee strofen:
'Twee handen vol vierkante woorden
brood en vruchten voor brood en vruchten
wind er is veel langzame stekende adem
er is één lange gapende letter'
(uit: 'De dag')
'en altijd het woord dat zijn echo verbetert
altijd de foto van wat is geweest)'
(uit: 'altijd alsof alsof altijd de vogel')
ZATERDAG ROB
Wie gelukkig nog wel leeft: Rob de Nijs (geb. 1879).
Thomas van Luyn schreef ooit in een column voor de Volkskrant dat hij zich erover verbaasde dat mensen die Whitney Houston altijd verschrikkelijk zeiden te vinden haar na haar dood opeens zalig verklaarden:
'Dus: om onze integriteit te waarborgen, moeten we nu al vastleggen hoe we over mensen denken, zodat we niet stiekem kunnen bijdraaien als ze doodgaan. Dat we niet, als Frans Bauer omvalt, ineens gaan denken dat we hem eigenlijk heel goed vonden. Wat zeg maar bij André Hazes is gebeurd - die vonden u en ik bagger toen hij nog leefde, nu springen de tranen ons in de ogen bij "De Vlieger". Andersom kun je ook vooruitdenken van wie je wél had moeten houden toen ze nog leefden. [...] Het is nog niet te laat om in te springen in Rob de Nijs, iemand bij wie u het risico loopt te laat te beseffen dat hij de mooiste stem heeft die Nederland ooit heeft voortgebracht. Want die heeft-ie.'
Overdrijven is ook een kunst, maar toch, maar toch.
donderdag 4 september 2014
Geenstijl rijmt op Pierre Bayle
I
Bij de hevige politieke en maatschappelijke onrust van de laatste weken rond de demonstraties van voor- en tegenstanders van ISIS en rond de acquisitieafdeling die deze terreurbeweging in de Haagse Schilderswijk zou hebben, speelde Geenstijl een prominente rol. Het weblog plaatste een spotprent over Jozias van Aartsen en werd prompt object van een strafrechtelijk onderzoek door het OM. Een week later werd besloten niet tot vervolging over te gaan.
Wel werden opeens met grote voortvarendheid ronselaars en andere jihadhooligans uit de Schilderswijk van hun gebedsmatje gelicht, onder wie Azzedine Choukoud ('Abou Moussa') en Rudolph Holierhoek ('Abou Babyschudder'), die beiden al wekenlang onder het roze vergrootglas lagen, zoals Geenstijl zelf niet naliet op te merken: 'Is dat toevallig? Dat twee geradicaliseerde booslims die al weken onder de loep liggen bij Geenstijl ineens heel daadkrachtig van de straat worden gehaald door een burgemeester die het OM heeft verzocht datzelfde weblog strafrechtelijk te onderzoeken.'
Het aardige is dat Van Aartsen dit maandag bij Pauw min of meer toegaf. Indirect, omfloerst en in die typische kakkineuze liberalenretoriek waarvan Van Aartsen een waardige vertolker is, maar hij onthulde niettemin dat al zijn acties, en vooral zijn gebrek daaraan, in dienst stonden van het onderzoek naar de schadelijke sujetten die uit de samenleving verwijderd moesten worden. Het onderzoek naar Geenstijl was dus een afleidingsmanoeuvre. Dat hij zijn hoofd van de romp gescheiden op een spotprent aantrof, als kritiek op het feit dat hij zijn gezicht maar niet liet zien, leidde alleen maar dankbaar de aandacht af van het feit dat hij de kopstukken in het vizier had.
II
Nadat minister Asscher bekend had gemaakt dat hij haat predikende imams het leven zuur ging maken en ze zelfs het land uit wilde zetten, kwam Geenstijl niet, zoals velen verwachtten, met een juichend bericht vol borstklopperij, maar met een even genuanceerd als prikkelend betoog tegen deze maatregel. Die zou namelijk betekenen dat de vrijheid van meningsuiting wordt beknot en dat mag nooit het gevolg zijn:
Het beroep op de Verlichting in dit citaat is niet verrassend. Geenstijl is immers al eens, in een artikel in Trouw, tot hedendaagse erfgenaam van de 'Radicale Verlichting' gebombardeerd. De eminente Britse historicus Jonathan Israel schreef een baanbrekende studie over deze Radicale Verlichting (1650-1750). Zijn werk kreeg hier bijzondere bijval omdat Israel de wortels van de Radicale Verlichting in het Nederland van midden en eind zeventiende eeuw situeerde, bij Spinoza en in diens kring met fascinerende figuren als Lodewijk Meyer, Adriaan Koerbagh en Franciscus van den Enden.
Israel is niet alleen een expert op het gebied van de Radicale Verlichting, hij is ook zeer kritisch op de hedendaagse verkwanseling van de verworvenheden van diezelfde Verlichting. De ideologie van het multiculturalisme ziet hij als een van de oorzaken, en die ideologie is in zijn visie door het postmodernisme gefaciliteerd. In het voorwoord bij zijn boek Revolutie van het denken (2011) trekt hij ongemeen fel van leer:
Men kan hiertegen inbrengen dat de Radicale Verlichting juist zo goed wortel kon schieten in het Nederland van eind zeventiende eeuw door het open en tolerante klimaat dat er heerste. Spinoza en ook Pierre Bayle, in Israels model de twee wegbereiders van de Radicale Verlichting, waren immers twee 'allochtonen' in de Republiek, en als dusdanig exponenten van een multicultureel klimaat. Israels kritiek richt zich dan ook niet zozeer op de multiculturele samenleving als gegeven, als wel op het multiculturalisme als postmoderne ideologie, waarin elke morele of ethische hiërarchie wordt ontkend.
III
Dit kritische geluid tegen postmodernisme klinkt overigens ook steeds vaker op uit de hoek van de jonge generatie publiekshistorici. Rutger Bregman stelt in Geschiedenis van de vooruitgang (2013) dat het vooruitgangsgeloof ten onder is gegaan aan de door het postmodernisme uitgevoerde aanval op zijn intellectuele grondslagen: 'Geen postmodernist durfde nog dat heilige begrip van weleer, "waarheid", in de mond te nemen. Geschiedenis, of eigenlijk alles wat überhaupt gezegd kon worden, was gedegradeerd tot "tekst en interpretatie".' Het postmodernisme stelde daar echter niets tegenover. Bregman citeert geschiedfilosoof Chris Lorenz, die schreef dat het postmoderne relativisme 'aanzienlijk meer elasticiteit dan we doorgaans bij denkende personen aantreffen' veronderstelt. 'Oftewel: het postmodernisme zit vol baarlijke nonsens.' (239)
Collega-wonderkind Thierry Baudet sprak in zijn Oikofobie. De angst voor het eigene (2013, 198-199) al van de 'oplichterij' van de postmoderne sociologie, en ook Bregman velt een hard oordeel:
Maar ik dwaal af.
IV
Om zijn radicale verlichtingsideeën te verspreiden gebruikte Bayle onder meer het nieuwe medium van het 'geleerdentijdschrift', dat opkwam in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Zo'n geleerdentijdschrift was in de basis een wetenschappelijk blad met objectieve en neutrale berichtgeving, maar verkreeg gaandeweg ook een opiniërende invalshoek. Bayle lanceert in 1684 de Nouvelles de la République des Lettres, waarin hij onder veel meer voor verlichte tolerantie pleit. Dit doet hij niet in obscuur, zich van het grote publiek vervreemdend jargon. 'Interessant is', schrijven Inger Leemans en Gert-Jan Johannes in Worm en donder (2014, 165), 'dat Bayle niet exclusief voor geleerden schrijft. Voor een wat journalistieke presentatie trekt hij zijn neus niet op.'
In 1692 lanceert Pieter Rabus met de Boekzaal van Europe het eerste Nederlandstalige geleerdentijdschrift. Ook Rabus springt in de bres voor de verlichtingsbeginselen. Hij wordt gezien als een 'wegbereider van de gematigde, protestantse variant van de Verlichting, zoals die in de loop van de achttiende eeuw dominant zal worden voor de intellectuele cultuur van de achttiende-eeuwse Republiek.' Die gematigde variant wordt door Israel als een stap terug gezien ten opzichte van de Radicale Verlichting.
Rabus in de gematigde categorie indelen is evenwel niet eerlijk, zo geven ook Leemans en Johannes deels toe: een tijdschrift als dat van Rabus was 'per definitie enigszins "radicaal" van aard', want ze pionierden voor 'een open debat over allerlei normen, waarden en dogma's die vaak als onaantastbaar en onveranderlijk w[e]rden beschouwd'. (166) Veeleer zijn de latere 'spectatoriale' tijdschriften als Justus van Effens Hollandsche Spectator vlaggenschepen van het gedachtegoed van de gematigde Verlichting.
Rabus bestrijdt elke vorm van geloof en bijgeloof, waartussen voor hem overigens, geheel in lijn met Bayle, geen verschil bestaat. Ook op de islam gaat Rabus los. Hij noemt de Koran een 'grolboek' vol 'vuiligheden van het Mahometaansche bygeloof' en de profeet Mohammed een 'Arabische vuilik', 'galgbrok', 'plompe vlegel' en 'onbeschaamde bakkes'. (166) Voor degenen die nu trillend en rood aanlopend de islamofobie-kaart trekken: voor het katholicisme is Rabus nauwelijks coulanter.
V
Lezend over Bayle en Rabus en hun strijd tegen geloofsdwang en pleidooien voor verlichte waarden moest ik denken aan het beroep dat Geenstijl doet op 'rationele Verlichting' als remedie tegen 'achterlijk religieus gedachtegoed'. Het weblog is misschien wel een hedendaagse, digitale nazaat van het geleerdentijdschrift, al heeft het de profeet Mohammed bij mijn weten nog nooit de epitheta toebedeeld die Rabus van stal haalt. Dat kan als een teken van vooruitgang worden gezien. Maar misschien zegt het ook wel iets over de gedimde staat van de Verlichting in het huidige tijdsgewricht.
Bij de hevige politieke en maatschappelijke onrust van de laatste weken rond de demonstraties van voor- en tegenstanders van ISIS en rond de acquisitieafdeling die deze terreurbeweging in de Haagse Schilderswijk zou hebben, speelde Geenstijl een prominente rol. Het weblog plaatste een spotprent over Jozias van Aartsen en werd prompt object van een strafrechtelijk onderzoek door het OM. Een week later werd besloten niet tot vervolging over te gaan.
Wel werden opeens met grote voortvarendheid ronselaars en andere jihadhooligans uit de Schilderswijk van hun gebedsmatje gelicht, onder wie Azzedine Choukoud ('Abou Moussa') en Rudolph Holierhoek ('Abou Babyschudder'), die beiden al wekenlang onder het roze vergrootglas lagen, zoals Geenstijl zelf niet naliet op te merken: 'Is dat toevallig? Dat twee geradicaliseerde booslims die al weken onder de loep liggen bij Geenstijl ineens heel daadkrachtig van de straat worden gehaald door een burgemeester die het OM heeft verzocht datzelfde weblog strafrechtelijk te onderzoeken.'
Het aardige is dat Van Aartsen dit maandag bij Pauw min of meer toegaf. Indirect, omfloerst en in die typische kakkineuze liberalenretoriek waarvan Van Aartsen een waardige vertolker is, maar hij onthulde niettemin dat al zijn acties, en vooral zijn gebrek daaraan, in dienst stonden van het onderzoek naar de schadelijke sujetten die uit de samenleving verwijderd moesten worden. Het onderzoek naar Geenstijl was dus een afleidingsmanoeuvre. Dat hij zijn hoofd van de romp gescheiden op een spotprent aantrof, als kritiek op het feit dat hij zijn gezicht maar niet liet zien, leidde alleen maar dankbaar de aandacht af van het feit dat hij de kopstukken in het vizier had.
II
Nadat minister Asscher bekend had gemaakt dat hij haat predikende imams het leven zuur ging maken en ze zelfs het land uit wilde zetten, kwam Geenstijl niet, zoals velen verwachtten, met een juichend bericht vol borstklopperij, maar met een even genuanceerd als prikkelend betoog tegen deze maatregel. Die zou namelijk betekenen dat de vrijheid van meningsuiting wordt beknot en dat mag nooit het gevolg zijn:
'Maak het leven van haatimams niet "lastig", maar zet ze in de spotlight. Maak indoctrinerend haattuig dat gebruik maakt van vrijheid van meningsuiting openbaar, hun woorden inzichtelijk en hun waanideeën publiekelijk. Niet censuur, maar transparantie en openheid is de weg naar de-radicalisatie. Duistere Middeleeuws gedachtegoed kwijnt weg als de rationele Verlichting er op schijnt. [...] Transparantie, kennis en onderwijs is wat we nodig hebben en de enige manier om achterlijk religieus gedachtegoed definitief uit te bannen.'
Het beroep op de Verlichting in dit citaat is niet verrassend. Geenstijl is immers al eens, in een artikel in Trouw, tot hedendaagse erfgenaam van de 'Radicale Verlichting' gebombardeerd. De eminente Britse historicus Jonathan Israel schreef een baanbrekende studie over deze Radicale Verlichting (1650-1750). Zijn werk kreeg hier bijzondere bijval omdat Israel de wortels van de Radicale Verlichting in het Nederland van midden en eind zeventiende eeuw situeerde, bij Spinoza en in diens kring met fascinerende figuren als Lodewijk Meyer, Adriaan Koerbagh en Franciscus van den Enden.
Israel is niet alleen een expert op het gebied van de Radicale Verlichting, hij is ook zeer kritisch op de hedendaagse verkwanseling van de verworvenheden van diezelfde Verlichting. De ideologie van het multiculturalisme ziet hij als een van de oorzaken, en die ideologie is in zijn visie door het postmodernisme gefaciliteerd. In het voorwoord bij zijn boek Revolutie van het denken (2011) trekt hij ongemeen fel van leer:
'Een van de meest geprononceerde en voor de samenleving zeer schadelijke vormen van verzet tegen Radicale Verlichting kwam recentelijk van het modieuze multiculturalisme dat, gelardeerd met postmodernisme, de westerse universiteiten en regeringen wist te bekoren. Volgens deze tijdelijk machtige nieuwe vorm van intellectuele rechtzinnigheid waren namelijk alle tradities en waardenstelsels min of meer even geldig. Men sprak zich categorisch uit tegen de gedachte van een universeel systeem van hogere waarden die naar rede en billijkheid vanzelf spreken, of die een hogere status zouden verdienen dan andere waarden. Meer in het bijzonder hield het in dat veel westerse intellectuelen en regeringsbeleidmakers geen universele geldigheid en verheven status boven andere culturele tradities wilden toekennen aan de kernwaarden die uit de westerse Verlichting zijn ontstaan, hoezeer die ook aanspraak mogen maken op rationele degelijkheid, want, zo redeneerden zij, dat zou rieken naar eurocentrisme, elitarisme en gebrek aan respect voor de "ander".' (11-12)
Men kan hiertegen inbrengen dat de Radicale Verlichting juist zo goed wortel kon schieten in het Nederland van eind zeventiende eeuw door het open en tolerante klimaat dat er heerste. Spinoza en ook Pierre Bayle, in Israels model de twee wegbereiders van de Radicale Verlichting, waren immers twee 'allochtonen' in de Republiek, en als dusdanig exponenten van een multicultureel klimaat. Israels kritiek richt zich dan ook niet zozeer op de multiculturele samenleving als gegeven, als wel op het multiculturalisme als postmoderne ideologie, waarin elke morele of ethische hiërarchie wordt ontkend.
III
Dit kritische geluid tegen postmodernisme klinkt overigens ook steeds vaker op uit de hoek van de jonge generatie publiekshistorici. Rutger Bregman stelt in Geschiedenis van de vooruitgang (2013) dat het vooruitgangsgeloof ten onder is gegaan aan de door het postmodernisme uitgevoerde aanval op zijn intellectuele grondslagen: 'Geen postmodernist durfde nog dat heilige begrip van weleer, "waarheid", in de mond te nemen. Geschiedenis, of eigenlijk alles wat überhaupt gezegd kon worden, was gedegradeerd tot "tekst en interpretatie".' Het postmodernisme stelde daar echter niets tegenover. Bregman citeert geschiedfilosoof Chris Lorenz, die schreef dat het postmoderne relativisme 'aanzienlijk meer elasticiteit dan we doorgaans bij denkende personen aantreffen' veronderstelt. 'Oftewel: het postmodernisme zit vol baarlijke nonsens.' (239)
Collega-wonderkind Thierry Baudet sprak in zijn Oikofobie. De angst voor het eigene (2013, 198-199) al van de 'oplichterij' van de postmoderne sociologie, en ook Bregman velt een hard oordeel:
'De ironie van het postmodernisme is dat het, ondanks zijn afkeer van de Grote Verhalen, op den duur zelf een Groot Verhaal werd. Maar dan wel alleen voor zichzelf. Met een eigen jargon, eigen profeten en eigen gebruiken kreeg het postmodernisme iets sektarisch over zich. Nog altijd worden jonge literatuurwetenschappers, feministen en historici ondergedompeld in de geschriften van waarzeggers als Jacques Lacan, Julia Kristeva, Jacques Derrida en Gilles Deleuze. Kritiek op hun leerstellingen wordt door menig volgeling als heiligschennis opgevat. Ik spreek uit ervaring.
Met hun obscure jargon hebben de postmodernisten zich van het grotere publiek vervreemd. Voor de geesteswetenschappen, die bestaan bij de gratie van de samenleving, is dat een ramp geweest. De geesteswetenschappen, soms ook menswetenschappen genoemd, zeggen de mensheid als studieobject te hebben. Het wordt tijd dat ze die mensheid ook weer ten dienste gaan staan.' (242-243)
Maar ik dwaal af.
IV
Om zijn radicale verlichtingsideeën te verspreiden gebruikte Bayle onder meer het nieuwe medium van het 'geleerdentijdschrift', dat opkwam in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Zo'n geleerdentijdschrift was in de basis een wetenschappelijk blad met objectieve en neutrale berichtgeving, maar verkreeg gaandeweg ook een opiniërende invalshoek. Bayle lanceert in 1684 de Nouvelles de la République des Lettres, waarin hij onder veel meer voor verlichte tolerantie pleit. Dit doet hij niet in obscuur, zich van het grote publiek vervreemdend jargon. 'Interessant is', schrijven Inger Leemans en Gert-Jan Johannes in Worm en donder (2014, 165), 'dat Bayle niet exclusief voor geleerden schrijft. Voor een wat journalistieke presentatie trekt hij zijn neus niet op.'
In 1692 lanceert Pieter Rabus met de Boekzaal van Europe het eerste Nederlandstalige geleerdentijdschrift. Ook Rabus springt in de bres voor de verlichtingsbeginselen. Hij wordt gezien als een 'wegbereider van de gematigde, protestantse variant van de Verlichting, zoals die in de loop van de achttiende eeuw dominant zal worden voor de intellectuele cultuur van de achttiende-eeuwse Republiek.' Die gematigde variant wordt door Israel als een stap terug gezien ten opzichte van de Radicale Verlichting.
Rabus in de gematigde categorie indelen is evenwel niet eerlijk, zo geven ook Leemans en Johannes deels toe: een tijdschrift als dat van Rabus was 'per definitie enigszins "radicaal" van aard', want ze pionierden voor 'een open debat over allerlei normen, waarden en dogma's die vaak als onaantastbaar en onveranderlijk w[e]rden beschouwd'. (166) Veeleer zijn de latere 'spectatoriale' tijdschriften als Justus van Effens Hollandsche Spectator vlaggenschepen van het gedachtegoed van de gematigde Verlichting.
Rabus bestrijdt elke vorm van geloof en bijgeloof, waartussen voor hem overigens, geheel in lijn met Bayle, geen verschil bestaat. Ook op de islam gaat Rabus los. Hij noemt de Koran een 'grolboek' vol 'vuiligheden van het Mahometaansche bygeloof' en de profeet Mohammed een 'Arabische vuilik', 'galgbrok', 'plompe vlegel' en 'onbeschaamde bakkes'. (166) Voor degenen die nu trillend en rood aanlopend de islamofobie-kaart trekken: voor het katholicisme is Rabus nauwelijks coulanter.
V
Lezend over Bayle en Rabus en hun strijd tegen geloofsdwang en pleidooien voor verlichte waarden moest ik denken aan het beroep dat Geenstijl doet op 'rationele Verlichting' als remedie tegen 'achterlijk religieus gedachtegoed'. Het weblog is misschien wel een hedendaagse, digitale nazaat van het geleerdentijdschrift, al heeft het de profeet Mohammed bij mijn weten nog nooit de epitheta toebedeeld die Rabus van stal haalt. Dat kan als een teken van vooruitgang worden gezien. Maar misschien zegt het ook wel iets over de gedimde staat van de Verlichting in het huidige tijdsgewricht.
Abonneren op:
Posts (Atom)

