zaterdag 2 april 2011

Zeven dagen lang

27 maart t/m 2 april

ZONDAG Bram de nieuwe Jelle
Bram Vermeulen reist namens de VPRO door Turkije en maakt er de zevendelige serie In Turkije. Een jonge talentvolle journalist die een reportageprogramma maakt in een groot, semi-Westers land, waar kennen we dat concept toch van? Dan zal Vermeulen ook wel de nieuwe presentator van Zomergasten worden...

MAANDAG Titels
Conclusie van de 'Lelijke boektitels'-post was dat Nederlandse vertalingen van Engelse titels vrijwel altijd niet om aan te zien zijn. Er is echter één uitzondering: There and Back Again van Bilbo Baggins heeft in het Nederlandse de prachtige titel Daarheen en weer terug.

DINSDAG Pers
De Pers is met afstand de beste gratis krant, maar qua hip taalgebruik schieten de makers af en toe wel wat door. Vandaag kwam ik tegen: 'die op de grond tufte', 'de rest is afgetaaid', 'hij is helemaal weg van teruggeweest'.

WOENSDAG PowNed
Weer een briljante editie van het Pownews gezien vandaag. Humor om te lachen en tegelijkertijd de meest kritische vertegenwoordiger van de parlementaire pers. Waarom heeft niemand dit eerder bedacht?

DONDERDAG Zucht
CDA'ers kunnen voor de functie van partijvoorzitter kiezen tussen Sjaak van der Tak en Ruth Peetoom. Een kerel die niet doorheeft dat die van het Pownews hem gewoon voor de gek houden of een dametje dat 'ik geloof in de God van Israël' als argument heeft om de Islam inferieur te achten.
Kan Herman Wijffels niet nog één keer opstaan om de kar te trekken?

VRIJDAG Eens moet het Hofwijck zijn
Het Huygensmuseum Hofwijck is dit weekend gratis toegankelijk voor bezoekers. Gaat dat zien!

ZATERDAG Aan de kant!
De temperatuur komt even boven de 15 graden en meteen slibt de binnenstad dicht met 'winkelend publiek'. Gerrit Achterberg dichtte: 'Ik laat mij door de menigte opwinden / tot zachte haast en voetenschuifelen'. Voor mij heeft dat 'opwinden' dan maar even de betekenis van 'ergeren', 'tergen'.

donderdag 31 maart 2011

Menno Lievers - De val van Hippocrates

Menno Lievers - De val van Hippocrates. De Bezige Bij (2009), 287 blz.

De val van Hippocrates, de debuutroman van Menno Lievers, bevat een van de ontroerendste openingspassages die ik ken:

'Het was een vrije woensdagmiddag in de late zomer, het schooljaar was net begonnen. Mijn broer kwam mij achterop. Hij was in paniek, zo erg dat hij moest huilen.
"Ik ga dood," snikte hij. "Ik ga dood. Voel maar, mijn hart klopt."
Ik probeerde hem gerust te stellen en hem van het tegendeel te overtuigen.
"Voel dan!" Hij pakte mijn hand en legde die op zijn borstkas.
Vanzelfsprekend had ik hem getroost.'
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik hier niet helemaal eerlijk ben. Er gaan aan deze passage nog vijf zinnen vooraf en strikt genomen is het dus niet de openingspassage. Maar toch de moeite van het citeren waard: sentiment zonder dat het goedkoop wordt, emotie zonder effectbejag.

De vanzelfsprekendheid van het troosten is voor ik-verteller Erik Liefco het resultaat van zijn familiegeschiedenis. Hij is genoemd naar zijn grootvader, die arts was, en hij ambieert zelf ook dat beroep. Hij slaagt er echter niet in een opleidingsplaats te verkrijgen. Bovendien is zijn privéleven een zootje. Zijn broer is op jonge leeftijd omgekomen bij een val in een ravijn en Liefco kampt nog steeds met schuldgevoelens en de door die tragedie ontstane moeizame verhouding met zijn moeder.

Twee groepen lezers moeten deze roman zeker níet lezen: zij die een zwakke maag hebben en zij die in de toekomst in een ziekenhuis zouden willen werken. Lievers trekt alle registers open als het om ziekenhuisgerelateerde smerigheid, ranzigheid en inadequate lichaamsverzorging gaat. Alles komt voorbij, van doorligwond tot fecaal braken en van vleesbomen tot totaalruptuur perinei.

Maar ook de omgangsvormen zijn vuil en vies. Artsen die in een maatschap werken maar hopeloos overhoop liggen met elkaar, patiënten die aan hun lot worden overgelaten, verpleegsters die zo'n beetje alle arts-assistenten al gehad hebben, het ziekenhuis blijkt één groot gekmakend wespennest. Liefco draagt er ook zijn steentje aan bij, al is hij vaker slachtoffer dan aanstichter van het gedoe. Aan het eind wordt hij gearresteerd omdat er wel heel veel patiënten waar hij bij betrokken was onder verdachte omstandigheden zijn overleden. Een Lucia de B.-allusie, wat Lievers in zijn 'verantwoording' overigens ook expliciet aangeeft.

De status van Liefco in het verhaal is nogal verwarrend. Hij is de goedhartige patiëntenvertrouweling, de hardwerkende arts-assistent en het schijnbaar machteloze slachtoffer van moedwil en misverstand. Maar hij is ook een zelfverklaarde viespeuk, een notoire vreemdganger en alcoholist, én zo'n oliedomme vent die een Zuid-Amerikaanse prostituée trouwt om haar aan een paspoort te helpen en dan nog verbaasd is wanneer zij het hazenpad kiest en ergens op een vliegveld gearresteerd wordt met een paar kilo cocaïne. Bovenal is hij getraumatiseerd door de dood van zijn broer en de verstikkende noodzaak om aan de verwachtingen van zijn moeder te voldoen.

Heeft Liefco dan misschien toch een dubieus aandeel gehad in de dood van de patiënten? Is hij daarmee wellicht een onbetrouwbare ik-verteller? Zijn gespleten persoonlijkheid sluit het niet uit. Het maakt herlezing in ieder geval de moeite waard. Al betekent dat nogmaals het doorworstelen van bijna driehonderd pagina's met vrolijke medische observaties van de categorie 'zout-zure lucht van urine en geronnen bloed, en de geelwitte smeer die op de wijsvinger en middelvinger van mijn handschoen zat'. Brrrr.

*****

maandag 28 maart 2011

Gezien: De Aanslag

Wanneer: Woensdag 23 maart, 20.00 uur
Waar: Theater aan de Parade, 's-Hertogenbosch
Wat: De Aanslag (bewerking: Léon van der Sanden; regie: Ursul de Geer)
Wie: Victor Löw, Peter Bolhuis, Marjolein Ley, Nelleke Zitman en Ayal Oost

De Grote Zaal van het Theater aan de Parade was afgelopen woensdagavond afgeladen vol voor de toneelbewerking van Harry Mulisch' klassieker De aanslag. Eerder werd de roman al succesvol verfilmd, de toneelversie is nu genomineerd voor de AVRO Toneel Publieksprijs 2011.

De roman bestrijkt een periode van 37 jaar (1944-1981). Léon van der Sanden heeft dit overgenomen in zijn bewerking van de geschiedenis van Anton Steenwijk. De vijf acteurs spelen alle rollen en veranderen dus nogal eens van leeftijd en personage. Zo speelt Nelleke Zitman de moeder van Anton én diens schoonmoeder en kruipt Ayal Oost in de huid van zowel Antons broer Peter als van Fake Ploeg jr., de zoon van de voor het huis van de Steenwijks geliquideerde NSB'er, en van Antons eigen zoon Peter.

Wisselen de acteurs zodoende regelmatig van kledij, Victor Löw, die Anton speelt, doet dat als enige niet. De hele voorstelling draagt hij hetzelfde nette pak. Vooral aan het begin komt dat wat vreemd over - de twaalfjarige Anton in 1944 gekleed als een hedendaagse volwassene -, maar het sluit bij nader inzien mooi aan bij het perspectief. Anton vertelt namelijk zelf zijn geschiedenis en beleeft als het ware vanuit het nu opnieuw die turbulente episodes uit zijn leven.

Löw heb ik nooit een opzienbarende acteur gevonden en eigenlijk past hij dan ook wel goed bij de wat vlakke Anton Steenwijk. Dit bedoel ik niet per se negatief, Löw is gewoon de juiste man voor dit personage. De glansrol is in De Aanslag toch wel weggelegd voor Peter Bolhuis. Of beter: de glansrollen. De imposante Bolhuis is al meteen overtuigend als de Spinoza lezende en voor humanitas pleitende vader van het gezin Steenwijk. Ook zijn rol als soldaat Schulz vertolkt hij met verve. Helemaal een verpletterende indruk maakt hij echter als de getraumatiseerde verzetsman Takes. Zoveel emotie, zoveel power. Volstrekt geloofwaardig.

De Aanslag blijft dicht bij het origineel. De al te frequente 'toevallige' ontmoetingen in latere periodes in Antons leven, een zwak element van de roman, zijn in een toneelversie waarin het verhaal in anderhalf uur geperst moet worden niet meer zo storend. Goed is ook dat het stuk volledig recht doet aan de fraaie zinnen en beelden van Mulisch (het leidmotief van de as bijvoorbeeld), al spreekt Löw de woorden soms wel erg snel achter elkaar uit. Ook aanwezig is de thematiek van schuld en onschuld, goed en fout en directe en indirecte verantwoordelijkheid voor de gevolgen van gepleegde en nagelaten daden. Die filosofische laag, die de roman blijvend interessant maakt, verdwijnt gelukkig niet onder het voortrazende geweld van het spannende verhaal.

Ik vraag me wel af of mensen die de roman niet kennen de verhaallijn helemaal kunnen volgen. Vooral de 'puzzel' van de vier Haarlemse huizen, hun respectieve bewoners en het gesleep met het lijk van Ploeg vraagt wellicht wat tijd om in gedachte uit te tekenen, tijd die de kijker niet gegund wordt. Niettemin mag De Aanslag ook op toneel een succes worden genoemd.