zaterdag 4 december 2010

Zeven dagen lang

28 november t/m 4 december

ZONDAG Held dood
Leslie Nielsen overleden.
Favoriete droogklotenscène uit The Naked Gun:
Laborant: 'Take a look in this microscope, Frank, and you'll see what I mean.'
Frank: 'I can't see anything.'
Ed: 'Use your open eye, Frank.'

MAANDAG Wit
Sneeuw! Iedereen luisteren naar 'Eerste sneeuw' van Jan de Wilde.

DINSDAG DWDD
Elke maand weer goed voor een kwartiertje stevig ergeren: de Vijf ergernissen van Jan Mulder in De Wereld Draait Door. Na zijn obligate maandelijkse CDA-ergernis richt hij zijn pijlen op Henk Kroes, die volgens Mulder zo'n beetje met pek en veren het land uit moet worden geschopt omdat hij in 1997 met de slogan 'It giet oan!' het doorgaan van de Elfstedentocht aankondigde. Schandelijk, vindt Jan, want het moet 'It sil heve!' zijn, zoals het altijd al geweest is.
Wat een onzin. 'It sil heve' werd pas in 1985 bedacht door de toenmalige Elfstedenvoorzitter Jan Sipkema. Daarvóór is de slogan nooit gebruikt. Kroes introduceerde in 1997 'It giet oan!' en verklaarde daarbij terloops dat elke nieuwe voorzitter zijn eigen slogan mag bedenken. 'It giet oan!' is en blijft dan ook voor mijn generatie dé Elfstedentochtkreet. De huidige voorzitter Wiebe Wieling mag in februari bij de aankondiging van de volgende tocht zijn eigen Friese oneliner het land in slingeren. Die dan weer voor de huidige jeugd voor eeuwig dé slogan mag zijn.

WOENSDAG Reve
'Men moet niet nodeloos tobben.' (Gerard Reve, Moeder en Zoon, p.261)
Zelden heeft een schrijver zich zo weinig aan zijn eigen woorden gelegen laten liggen.

DONDERDAG Zwarte Piet
De pakjes zijn kwijt, meldt het Sinterklaasjournaal. Het is ook altijd wat. ProRail moet opgeheven worden, vindt de ChristenUnie, maar die hele Sinterklaas N.V., daar hoor je de politiek niet over. Terwijl daar eens flink de bezem doorheen moet. Jaar in jaar uit een opeenstapeling van mismanagement en chaotische taferelen. En maar cadeautjes uitdelen om de aandeelhouders gunstig te stemmen. En de bestuursleden elkaar maar de zwartepiet toespelen.

VRIJDAG Non-valeur
Volgens criticus Jeroen Vullings noemde schrijver L.H. Wiener hem ooit een 'querulant', maar: 'het was "non-valeur", een woord dat een ruim scala van minkukels dekt'. (L.H. Wiener - Eindelijk volstrekt alleen, p.85)

ZATERDAG '
Pierre Vinken en Hans van den Bergh in hun voorwoord bij Het scherp van de snede. De Nederlandse literatuur in 100 en enige polemieken: 'Hermans kon zich bijvoorbeeld enorm opwinden over het gebruik van de apostrof in een geval als Homme's hoest'. (p.12)
Dat is de omgekeerde wereld. Hermans spelde de titel van zijn novelle juist heel eigenzinnig, tegen de spellingsregels in, mét een apostrof en maakte zich vervolgens enorm kwaad over de 'taalmeesters' die zich opwonden over het apostrofgebruik van Hermans.

vrijdag 3 december 2010

150 schrijvers

Met het uitlezen van Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk van A.L. Snijders heb ik een persoonlijk mijlpaaltje bereikt. Ik houd allerhande lijstjes bij, vooral op leesgebied, waaronder een lijst met Nederlands(talig)e auteurs van wie ik minstens één boek heb gelezen. De lijst beperkt zich om redenen van overzicht en gebruiksgemak tot scheppend proza (of 'fictie') en tot de laatste drie eeuwen (19de, 20ste, 21ste). Snijders is nummer 150.

Honderdvijftig auteurs, een puik aantal. Toch heb ik vermoedelijk van pakweg de helft van de schrijvers niet méér dan één boek gelezen. Er staan er zelfs op van wie ik het enige boek dat ik ooit van ze heb gelezen, niet helemaal heb uitgelezen (Blaman, Walschap, K. Schippers). Van de 150 zijn er 127 man en 23 vrouw (kom maar, kom maar, kom maar). Tweemaal komen voor: Brouwers (Jeroen en Marja), 't Hart (Kees en Maarten), De Jong (Oek en Pia) en Peeters (Elvis en Koen).

Honderdvijftig, en toch is het niks. Zo'n lijst steekt schril af tegen de niet-bestaande lijst met schrijvers die nog een gesloten boek zijn. Daar staan dan uiteraard mindere goden en recente debutanten op, alsmede vele negentiende-eeuwers en vergetenen. Maar ook een nog fors aantal grote en middelgrote namen. Komt-ie: Nicolaas Matsier, Doeschka Meijsing, Geerten Meijsing, F. Springer, Jacques Hamelink, Anton Koolhaas. J. van Oudshoorn en E. Du Perron. Lodewijk van Deyssel en P.A. Daum. Zelfs Theo Thijssen. Daar schaam ik me elke dag meer voor, en het wordt dus hoog tijd dat ik Kees de jongen eens ga lezen.

Verder ook een aantal nog actieve prominente auteurs: Kees van Beijnum, Allard Schröder, Ronald Giphart, Kester Freriks, Oscar van den Boogaard. Vrouwen: Tessa de Loo, Jessica Durlacher, Manon Uphoff, Anna Enquist. Een sloot ouwe experimentelen: Sybren Polet, J.F. Vogelaar, Lidy van Marissing, Ivo Michiels. Allemaal nog nooit iets van gelezen. Herman Franke. Hugo Raes. Henk Romijn Meijer. Johan Daisne. Jan de Hartog. Bob den Uyl. Van sommige van de genoemde namen voel ik overigens geen enkele behoefte iets te gaan lezen, maar toch. Het is om moedeloos van te worden.

Omringd door boeken word ik altijd weer overvallen door een sombermakend besef van machteloosheid: in de boekhandel, op de boekenmarkt, in de bibliotheek; er is zo veel geschreven, er wordt te veel geschreven, je wordt als lezer aan alle kanten ingehaald. Zeker als je, zoals ik, je niet wilt beperken tot de prozaliteratuur maar ook nog politiek, poëzie, filosofie, essays, sport, journalistiek, geschiedenis, de tijdschriften en de kranten, enzovoort enzovoort een beetje wilt bijhouden/inhalen. Laat staan als je van het leeuwendeel van de 150 graag ook nog de rest van het oeuvre zou willen lezen, liefst op korte termijn en alle werken achter elkaar. En dan is er nog zoiets als herlezen. Want lezen is één, er iets van onthouden is twee.

Het is weer die vermaledijde tijd, waarvan er altijd te weinig is. Nu heb ik weer een uur verdaan met niet-lezen. Ik kan deze tekst nu wel wissen, maar daarmee krijg ik de eraan bestede tijd niet terug. Leest u dit dus maar niet, besteedt uw tijd wel en lees liever Theo Thijssen.

dinsdag 30 november 2010

Woord van het jaar

Het weer is een paar dagen te vroeg, maar morgen is het dan toch zover: december. Wintermaand, Kerstmaand én Lijstjesmaand. De jaaroverzichten en jaarverkiezingen schieten alweer als paddestoelen uit de grond. Een leuke is de verkiezing van 'Woord van het jaar'. Van Dale heeft tien woorden voorgeselecteerd die in 2010 ingang vonden in het dagelijkse taalgebruik. Welk woord wint?

Een belangrijk criterium is natuurlijk de bekendheid en de verspreiding van het woord. Als ik mezelf even als referentiepunt gebruik - wie anders? - vallen er al twee af. Van knetterrechts had ik nog nooit gehoord. Googelen leert me dat de term bedacht is door GroenLinks-kamerlid Ineke van Gent, in een tweet naar aanleiding van de New York-speech van Geert Wilders: 'Slappe teksten voor Geert zijn doen. Hij wil regeren en nu niet provoceren. Kans op knetterrechts neemt toe.' De Volkskrant - wie anders? - nam het woord over in een headline, maar het lijkt niet te zijn doorgedrongen tot de dagelijkse conversatie. Hetzelfde geldt voor schandaaltreffer, een onterecht toegekend doelpunt. Aanleiding was de wedstrijd MSV Duisburg-FSV Frankfurt, waarin een bal die via de onderkant van de lat zowat op de middenlijn terug stuiterde tot geldig doelpunt werd gepromoveerd door de arbiter. Een 'Skandaltor' volgens de Duitse media. Door De Telegraaf overgenomen als 'schandaaltreffer', maar nadien nauwelijks meer gebruikt.

Een ander criterium is dat het woord ook echt hoort bij 2010. Dan vallen er opnieuw twee af. Talententelevisie kennen we al sinds de eerste Idols. De term is wellicht van recenter datum, maar te algemeen en niet specifiek een 2010-woord. Als woord van het decennium maakt het paradoxaal genoeg meer kans. Ook gedoogregering is al wat ouder. Zeker de vorm 'gedoogkabinet' bestaat al langer, terwijl ook de regering in Denemarken al enige tijd als zodanig wordt omschreven. Als trefwoord om het politieke jaar 2010 samen te vatten is 'gedoogregering' uiteraard wel onmisbaar.

De premier van het gedoogkabinet is verantwoordelijk voor de vijfde kandidaat, bestuursobesitas. Mark Rutte doet hard zijn best de praatjes die hij geeft voor pers en politiek te kruiden met ferme taal en creatief woordgebruik. De term 'bestuursobesitas' als beeldende beschrijving van de uitgedijde bureaucratie in Nederland is zeker het onthouden waard. Nadeel is wel dat het een typisch Rutte-woordje dreigt te blijven. Dan maakt dreigtweet meer kans. Iedere politicus van naam is immers al eens bedreigd. De bedreiging via Twitter was dit jaar in de mode. Niet deze schitterende tweet van Hero Brinkman, maar de retweet van Bert Brussen, die een doodsbedreiging aan het adres van Wilders citeerde onder de kop 'Wilders met de dood bedreigen doe je zo' en prompt zelf werd opgepakt, heeft de twijfelachtige eer het woord 'dreigtweet' groot te hebben gemaakt.

De wereldpolitiek en -economie brachten ons 'oliewolk' en 'knoflookcrisis'. De oliewolk verwijst naar de onderwatermassa ruwe olie die uit het lek in de Golf van Mexico de oceaan in was gestroomd. Als aanduiding van een schokkende gebeurtenis een woord van belang, maar als woord-op-zich niet echt onderscheidend. Aansprekender in dat opzicht is knoflookcrisis, de vindingrijke term waarmee de invloed van de mediterrane landen op de valutacrisis wordt aangegeven. Jammer alleen dat inmiddels ook Ierland en België hun steentje bijdragen aan de malaise en de financiële crisis dus allang niet meer louter een crisis van knoflooklanden is.

De laatste twee woorden hebben we te danken aan de boefjes uit het volk. Een Utrechts boefje zorgde ervoor dat heel Nederland een WK lang in de ban was van het balansbandje. Wesley Sneijder voerde zijn uitstekende prestaties niet terug op talent of op wilskracht, niet op vorm of op teamprestatie, maar op een magisch armbandje dat de energiebalans tussen lichaam en geest zou optimaliseren. Leuk woord, 'balansbandje', maar het doet inhoudelijk toch net iets teveel denken aan de legendarische 'biostabiel' van TelSell. De boefjes en sletjes van Oh oh Cherso schonken ons daggeren, een vorm van erotisch dansen waarbij - om Van Dale zelf te citeren - 'de danspartners dansend "de daad" nabootsen'. Dansvloerdroogneuken dus. Maar dat is te lang en te Nederlands. 'Daggeren' doet recht aan de toenemende invloed van het Engels. Hierom, en omdat taalverandering en -vernieuwing altijd al meer een bottom up-kwestie dan een top down-proces is geweest, gunnen we de volkse Hagenezen de eer: met 'daggeren' zijn zij de bedenkers van het woord van het jaar 2010.

Oneens? Stemmen kan nog tot 10 december.